Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52013PC0095

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES) voor de registratie van inreis- en uitreisgegevens van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen van de Europese Unie overschrijden

/* COM/2013/095 final - 2013/0057 (COD) */

52013PC0095

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES) voor de registratie van inreis- en uitreisgegevens van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen van de Europese Unie overschrijden /* COM/2013/095 final - 2013/0057 (COD) */


TOELICHTING

1.           ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

· Motivering en doel van het voorstel

In haar mededeling van 13 februari 2008 getiteld “De voorbereiding van de volgende stappen in het grensbeheer in de Europese Unie”[1] heeft de Commissie voorgesteld een inreis-uitreissysteem te ontwikkelen (Entry/Exit system, EES). Een dergelijk systeem houdt in dat de datum en plaats van inreis en uitreis van iedere onderdaan van een derde land die is toegelaten voor een kort verblijf elektronisch worden geregistreerd.

Dit voorstel werd opgenomen in het programma van Stockholm[2], dat de Europese Raad in december 2009 overeenkwam.

Nadat de Europese Raad van 23 en 24 juni 2011 erop had aangedrongen vaart te zetten achter het slimmegrenzenpakket, d.w.z. snel werk te maken van de wetgevingsvoorstellen voor een inreis-uitreissysteem (EES) en een programma voor geregistreerde reizigers (Registered Traveller Programme, RTP)[3], heeft de Commissie op 25 oktober 2011 een mededeling gepubliceerd[4] over de uitvoeringsopties voor het EES en het RTP.

Dit voorstel wordt tegelijk ingediend met een voorstel om een programma voor geregistreerde reizigers in te voeren en een voorstel om de communautaire code met voorschiften voor de controles aan de grensdoorlaatposten en de bewaking van de buitengrenzen (Schengengrenscode)[5] af te stemmen op het nieuwe systeem en het nieuwe programma. Zowel bij het voorstel voor het EES als bij dat voor het RTP is een effectbeoordeling gevoegd.

· Algemene context

Volgens de Schengengrenscode moeten EU-burgers en andere personen die onder het recht van de Unie inzake vrij verkeer vallen (zoals familieleden van EU-burgers), zowel bij inreis als bij uitreis bij het overschrijden van de buitengrenzen aan een minimale controle worden onderworpen, waarbij het reisdocument wordt onderzocht om de identiteit van de betrokkene vast te stellen. Alle andere onderdanen van derde landen moeten bij inreis echter een grondige controle ondergaan, waarbij wordt nagegaan wat het doel van het verblijf is en of de betrokkene over voldoende middelen van bestaan beschikt, en bovendien het Schengeninformatiesysteem (SIS) en nationale databanken worden geraadpleegd.

De Schengengrenscode bevat geen bepalingen over de registratie van grensoverschrijdingen door reizigers. Een stempel in het reisdocument is de enige indicatie van de datum van inreis en van uitreis en het enige instrument waarmee grenswachters en immigratieautoriteiten de verblijfsduur van onderdanen van derde landen in het Schengengebied kunnen berekenen; deze mag niet langer zijn dan 90 dagen binnen een periode van 180 dagen. Andere maatregelen en instrumenten die aan de grensdoorlaatposten beschikbaar zijn, zoals de gegevensbank SIS en het visuminformatiesysteem VIS, die moeten worden geraadpleegd bij inreis maar niet bij uitreis, zijn niet bedoeld voor het registreren van grensoverschrijdingen en beschikken niet over deze functie. Het VIS is in de eerste plaats bedoeld om de geschiedenis van de visumaanvraag te controleren en om bij inreis te verifiëren of de persoon die aan de grens het visum toont, dezelfde is als de persoon aan wie het visum is verstrekt.

Er zijn momenteel geen elektronische middelen waarmee kan worden nagegaan of, waar en wanneer onderdanen van derde landen het Schengengebied zijn binnengekomen of hebben verlaten. Ook het gebruik van stempels en de kwaliteit daarvan (leesbaarheid, omslachtige berekening van de verblijfsduur, namaak en vervalsing) maken het moeilijk om de verblijfsduur van onderdanen van derde landen in het oog te houden.

Op EU-niveau wordt dus niet geregistreerd wie wanneer het Schengengebied binnenkomt en verlaat en beschikken de lidstaten niet over een betrouwbaar instrument om te bepalen of onderdanen van derde landen de toegestane verblijfsduur overschrijden. Dertien lidstaten[6] hebben een eigen inreis-uitreissysteem waarmee alfanumerieke gegevens van reizigers worden verzameld. In al die lidstaten is het systeem toegankelijk voor grensbeheer- en rechtshandhavingsdoeleinden. Indien iemand op wettige wijze het Schengengebied via dezelfde lidstaat binnenkomt en verlaat, wordt een overschrijding van de verblijfsduur door deze systemen gesignaleerd. Verder kunnen deze systemen niet worden gebruikt om overschrijdingen van de toegestane verblijfsduur te signaleren, omdat de inreis- en uitreisgegevens niet kunnen worden gekoppeld als iemand het Schengengebied verlaat via een andere lidstaat dan die via welke hij het gebied is binnengekomen en waar zijn inreisgegevens zijn geregistreerd.

Er bestaan ook geen betrouwbare gegevens over het aantal onregelmatige immigranten dat momenteel in de EU verblijft. Volgens voorzichtige schattingen zijn dat er tussen de 1,9 en 3,8 miljoen. Algemeen wordt aangenomen dat de overgrote meerderheid van de onregelmatige migranten mensen zijn die de toegestane verblijfsduur hebben overschreden; zij zijn de EU legaal binnengekomen voor een kort verblijf, zo nodig met een geldig visum, maar vervolgens gebleven nadat de toegestane verblijfsduur was verstreken. In de EU zijn in 2010 (EU 27) in totaal 505 220 onregelmatige migranten opgepakt[7]; uitgaande van de hierboven genoemde schattingen is dat maar een klein deel van de personen die de toegestane verblijfsduur overschrijden.

Indien onderdanen van derde landen hun documenten vernietigen nadat zij het Schengengebied zijn binnengekomen, is het van groot belang dat de autoriteiten toegang hebben tot betrouwbare informatie aan de hand waarvan zij de identiteit van deze personen kunnen vaststellen.

Het financieel memorandum bij dit voorstel is gebaseerd op een door een externe contractant verrichte studie betreffende de kosten van een EES en een RTP.

Dit voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad heeft de volgende doelstellingen:

– een inreis-uitreissysteem opzetten en een rechtsgrondslag vaststellen voor de ontwikkeling en de invoering van het technische systeem;

– het doel en de functies van het EES omschrijven en de bevoegdheden van de gebruikers ervan afbakenen; en

– het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht[8] (hierna “het Agentschap" genoemd) belasten met de ontwikkeling en het operationeel beheer van het centraal systeem.

Deze verordening wordt het basisinstrument van het rechtskader voor het EES. Als aanvulling op dit rechtskader wordt tegelijk met dit voorstel een voorstel ingediend tot wijziging van de Schengengrenscode wat betreft het gebruik van het EES bij het grensbeheer.

Het EES moet leiden tot een beter beheer van de buitengrenzen en een betere bestrijding van onregelmatige migratie; het systeem kan immers

· de toegestane verblijfsduur van elke reiziger berekenen: bij inreis, om voor reizigers die het Schengengebied al vaker hebben bezocht snel te berekenen hoeveel dagen er nog resteren van de maximaal toegestane 90 dagen per 180 dagen; bij uitreis, om te controleren of de reiziger de toegestane verblijfsduur in acht heeft genomen; en binnen het Schengengebied zelf, bij controles van onderdanen van derde landen, om na te gaan of zij legaal in het gebied verblijven;

· helpen bij de identificatie van personen die niet of niet langer aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de lidstaten voldoen. Het gaat hierbij met name om personen die tijdens controles binnen het Schengengebied worden aangetroffen zonder reisdocumenten of andere identificatiemiddelen;

· ondersteuning bieden bij de analyse van de inreis- en uitreisgegevens van onderdanen van derde landen. Zo kan een nauwkeurig beeld worden geschetst van de reizigersbewegingen aan de buitengrenzen en van het aantal personen dat de toegestane verblijfsduur overschrijdt, bijvoorbeeld ingedeeld naar nationaliteit.

In de effectbeoordeling wordt nader beschreven welke effecten het systeem naar verwachting zal hebben; dat zijn met name de volgende:

· grenswachters kunnen bij grenscontroles snel over nauwkeurige informatie beschikken, doordat het EES in de plaats komt van het huidige trage en onbetrouwbare systeem van het handmatig afstempelen van paspoorten; hierdoor kan beter toezicht worden gehouden op de toegestane verblijfsduur en kunnen grenscontroles efficiënter verlopen;

· reizigers krijgen nauwkeurige informatie over de maximaal toegestane verblijfsduur;

· er kan precies worden nagegaan wie de toegestane verblijfsduur heeft overschreden, waardoor binnen het Schengengebied efficiënter kan worden gecontroleerd en meer onregelmatige migranten kunnen worden opgepakt;

· onregelmatige migranten kunnen gemakkelijker worden geïdentificeerd. Doordat in het EES biometrische gegevens worden opgeslagen van iedereen die niet visumplichtig is en doordat de biometrische gegevens van visumhouders in het VIS zijn opgeslagen, kunnen de autoriteiten van de lidstaten elke onregelmatige migrant die zonder papieren op het grondgebied wordt aangetroffen en die het gebied legaal via de buitengrenzen is binnengekomen, identificeren. Dat maakt ook terugkeer gemakkelijker;

· op basis van de analyse die door het systeem wordt verricht, kan bijvoorbeeld het visumbeleid op feiten worden gebaseerd, omdat uit het EES nauwkeurig kan worden afgeleid of er met personen van een bepaalde nationaliteit een probleem is met de overschrijding van de toegestane verblijfsduur, wat van belang kan zijn bij beslissingen over het invoeren of opheffen van de visumplicht voor onderdanen van het betreffende land;

· doordat paspoorten niet langer handmatig hoeven te worden afgestempeld, kunnen de grenscontroles volledig worden geautomatiseerd voor bepaalde onderdanen van derde landen, onder de voorwaarden die daaraan worden gesteld in het voorstel voor een programma voor geregistreerde reizigers, dat tegelijk met dit voorstel wordt ingediend.

· Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied

Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode).

Verordening (EG) nr. 1931/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van regels inzake klein grensverkeer aan de landbuitengrenzen van de lidstaten en tot wijziging van de bepalingen van de Schengenuitvoeringsovereenkomst.

Verordening (EG) nr. 767/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het visuminformatiesysteem (VIS) en de uitwisseling tussen de lidstaten van informatie op het gebied van visa voor kort verblijf (VIS-verordening).

Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode (Visumcode).

Verordening (EU) nr. 1077/2011 van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van een Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht.

2.           RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING

· Raadpleging van belanghebbende partijen

Dit punt wordt beschreven in de effectbeoordeling.

· Effectbeoordeling

De eerste effectbeoordeling[9] werd verricht in 2008, in het kader van de voorbereiding van de mededeling van de Commissie over dit onderwerp, en de tweede[10] werd voltooid in 2012. In de eerste effectbeoordeling werden de beleidsopties en de meest waarschijnlijke effecten geanalyseerd. De conclusie was dat er een EES moest worden opgezet.

Na raadplegingen en een eerste screening werden in de tweede effectbeoordeling de belangrijkste uitvoeringsopties geanalyseerd.

De analyse van de verschillende opties en subopties wijst uit dat de voorkeursoptie voor een EES de navolgende moet zijn.

Het EES wordt opgezet als een centraal systeem met alfanumerieke en biometrische gegevens. De bewaringstermijn bedraagt in gewone gevallen zes maanden en in geval van overschrijding van de toegestane verblijfsduur vijf jaar.

Voor het gebruik van biometrische gegevens geldt een overgangsperiode van drie jaar, om de lidstaten in staat te stellen hun procedures aan de grensdoorlaatposten aan te passen.

Na twee jaar wordt het EES geëvalueerd, waarbij de Commissie in het bijzonder de mogelijke toegang voor rechtshandhavingsdoeleinden en de bewaringstermijn bekijkt. Daarbij wordt rekening gehouden met de ervaring met toegang voor die doeleinden tot het VIS. De evaluatie zal vergezeld gaan van een voorstel van de Commissie tot wijziging van de verordening, waarin de voorwaarden voor deze toegang worden vastgesteld. Deze voorwaarden moeten duidelijk worden omschreven om een degelijke gegevensbeschermingsregeling te formuleren en zouden kunnen worden gebaseerd op de voorwaarden die in de rechtsgrond van het VIS zijn vastgesteld.

De raad voor effectbeoordeling heeft de ontwerp-effectbeoordeling bestudeerd en er op 14 maart 2012 en op 8 juni 2012 (herziene versie) advies over uitgebracht. In de herziene versie van het verslag is rekening gehouden met de aanbevolen verbeteringen. Hierbij zijn met name de volgende veranderingen aangebracht: er is meer informatie verstrekt over de raadpleging van de belanghebbenden, de onderliggende logica is aangepast en verhelderd; de probleemomschrijving is verder uitgewerkt, waarbij zowel het algemene probleem van onregelmatige migratie als de specifieke uitvoeringsproblemen nader zijn belicht. Het basisscenario is nader omschreven, om beter duidelijk te maken wat er gebeurt als de EU geen maatregelen treft; de opties zijn anders gestructureerd en vereenvoudigd; de beoordeling van de opties is bijgeschaafd en logischer opgezet, waarbij duidelijk wordt welke opties verband houden met elkaar en welke niet; de kostenberekening is uitvoeriger toegelicht; de analyse en de beschrijving van de voorkeursoptie zijn herzien, waarbij een duidelijker verband is gelegd met gegevens die in de toekomst beschikbaar zullen zijn.

3.           JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL

· Samenvatting van de voorgestelde maatregel(en)

Het doel en de functies van het EES moeten worden omschreven, evenals de betrokken verantwoordelijkheden. Bovendien moet het Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht een mandaat krijgen voor de ontwikkeling en het operationeel beheer van het systeem. In een afzonderlijk werkdocument van de diensten van de Commissie wordt het voorstel per artikel toegelicht.

· Rechtsgrondslag

Artikel 74 en artikel 77, lid 2, onder b) en d), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn de rechtsgrondslag van deze verordening. Artikel 77, lid 2, onder b) en d), is de passende rechtsgrondslag voor het nader uitwerken van maatregelen betreffende de overschrijding van de buitengrenzen van de lidstaten en het ontwikkelen van normen en procedures die de lidstaten in het kader van de personencontrole aan de grens in acht moeten nemen. Artikel 74 is de passende rechtsgrondslag voor het opzetten en bijhouden van het EES en voor procedures voor de uitwisseling van informatie tussen lidstaten, omdat het betrekking heeft op de samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten alsmede tussen die autoriteiten en de Commissie op de gebieden die onder Titel V van het Verdrag vallen.

· Subsidiariteitsbeginsel

Krachtens artikel 77, lid 2, onder b), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is de Unie bevoegd om wetgevend op te treden met betrekking tot personencontrole en efficiënte bewaking bij het overschrijden van de buitengrenzen van de lidstaten. De huidige EU-bepalingen inzake de overschrijding van de buitengrenzen van de lidstaten moeten worden gewijzigd, omdat er momenteel geen betrouwbare instrumenten bestaan om toezicht te houden op de reizigersbewegingen van onderdanen van derde landen die voor een kort verblijf worden toegelaten. Het afstempelen van reisdocumenten is omslachtig en tijdrovend en biedt de lidstaten niet de mogelijkheid om de toegestane verblijfsduur te berekenen bij grenscontroles of bij controles binnen het Schengengebied. De nationale systemen voor dit doel zijn van beperkt nut in een gebied zonder controles aan de binnengrenzen.

Om de migratie efficiënter te kunnen beheren moet er informatie beschikbaar zijn over wie er zich op EU-grondgebied bevindt, wie zich aan de maximaal toegestane verblijfsduur van 90 dagen per 180 dagen houdt en welke nationaliteiten en groepen reizigers (visumplichtig/niet-visumplichtig) de toegestane verblijfsduur overschrijden; zo kunnen ook met de steekproefcontroles op het grondgebied beter illegaal verblijvende personen worden opgespoord.

Er moet een gemeenschappelijke regeling komen, zodat er voor het gehele Schengengebied geharmoniseerde regels worden vastgesteld met betrekking tot de registratie van grensoverschrijdende bewegingen en het toezicht op de toegestane verblijfsduur.

De doelstelling van het voorstel kan dan ook niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt.

· Evenredigheidsbeginsel

Krachtens artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie mag het optreden van de Unie niet verder gaan dan wat nodig is om de doelstellingen van de Verdragen te verwezenlijken. De vorm die voor dit EU-optreden wordt gekozen, moet het mogelijk maken de doelstellingen van het voorstel te verwezenlijken en het voorstel zo doeltreffend mogelijk ten uitvoer te leggen. Het voorgestelde initiatief is een nadere ontwikkeling van het Schengenacquis en moet ervoor zorgen dat er aan de buitengrenzen in alle Schengenlidstaten gemeenschappelijke regels gelden en dat deze op dezelfde manier worden toegepast. Het roept een instrument in het leven waarmee de Europese Unie kan vaststellen hoeveel onderdanen van derde landen het EU-grondgebied binnenkomen en verlaten; deze informatie is noodzakelijk om een duurzaam en op feiten gebaseerd beleid te kunnen voeren op het gebied van migratie en visa. Voorts is het een evenredig instrument wat betreft het recht op bescherming van persoonsgegevens, omdat het aantal gegevens dat moet worden verzameld en de duur waarvoor ze moeten worden opgeslagen, beperkt blijven tot wat absoluut noodzakelijk is om het systeem te laten werken en de doelstellingen te verwezenlijken. Het is ook evenredig wat de kosten betreft, gezien de voordelen die het systeem alle lidstaten bij het beheer van de gemeenschappelijke buitengrenzen en de ontwikkeling van een gemeenschappelijk EU-migratiebeleid zal opleveren.

Het voorstel is derhalve in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel.

· Keuze van instrumenten

Voorgesteld instrument: verordening.

Andere instrumenten zouden om de navolgende reden(en) ongeschikt zijn.

Met dit voorstel wordt een centraal systeem opgezet voor samenwerking tussen de lidstaten; dat vereist een gemeenschappelijke architectuur en gemeenschappelijke regels. Bovendien bevat het voorstel voorschriften inzake de controle aan de buitengrens die voor alle lidstaten gelijk zijn. Derhalve kan alleen voor een verordening als rechtsinstrument worden gekozen.

•           Grondrechten

De voorgestelde verordening heeft gevolgen op het gebied van de grondrechten, met name de bescherming van persoonsgegevens (artikel 8 van het Handvest van de grondrechten van de EU), het recht op vrijheid en veiligheid (artikel 6 van het Handvest), de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven (artikel 7 van het Handvest), het recht op asiel (artikel 18 van het Handvest), en bescherming bij verwijdering, uitzetting of uitlevering (artikel 19 van het Handvest).

In het voorstel zijn waarborgen met betrekking tot persoonsgegevens opgenomen: de gegevens zijn alleen toegankelijk ter verwezenlijking van het doel van de verordening en alleen voor de daarin aangewezen bevoegde autoriteiten. Daarnaast zijn waarborgen opgenomen betreffende het recht op toegang tot en het recht op rechtzetting of verwijdering van gegevens.

4.           GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

In het voorstel van de Commissie voor het volgende meerjarig financieel kader is voor de periode 2014-2020 een bedrag van 4,6 miljard EUR uitgetrokken voor het Fonds voor interne veiligheid. Hiervan is 1,1 miljard EUR als indicatief bedrag gereserveerd voor de ontwikkeling van een inreis-uitreissysteem en een RTP, gesteld dat de eerste ontwikkelingskosten in 2015 worden gemaakt[11].

Deze financiële middelen zouden – binnen de grenzen van de beschikbare middelen – niet alleen de kosten bestrijken van de centrale onderdelen voor de volledige MFK-periode (de ontwikkelings- en operationele kosten op EU-niveau), maar ook de ontwikkelingskosten van de nationale componenten van beide systemen (op het niveau van de lidstaten). Door bij te dragen in de nationale ontwikkelingskosten kan worden gewaarborgd dat de uitvoering van projecten niet in gevaar komt of wordt vertraagd door economische omstandigheden op nationaal niveau. De middelen omvatten een bedrag van 146 miljoen EUR voor kosten op nationaal niveau in verband met het hosten van de IT-systemen, de ruimte voor de eindgebruikersapparatuur en de kantoorruimte voor de operators. Daarnaast is 341 miljoen EUR bestemd voor hardwareonderhoudskosten en voor softwarelicenties op nationaal niveau.

Wanneer de nieuwe systemen eenmaal gebruiksklaar zijn, kunnen de verdere operationele kosten in de lidstaten uit de nationale programma’s worden gefinancierd. Voorgesteld wordt dat de lidstaten 50% van de toewijzingen in het kader van de nationale programma's mogen gebruiken ter dekking van operationele kosten van de IT-systemen voor het beheer van migratiestromen aan de buitengrens van de EU. Daarbij kan het onder meer gaan om de kosten voor het beheer van het VIS, het SIS en nieuwe, in de betrokken periode op te zetten systemen, personeelskosten, kosten van bewezen diensten en de huur van beveiligde ruimten. Het toekomstige instrument zou dus eventueel de continuïteit van de financiering kunnen waarborgen.

5.           AANVULLENDE INFORMATIE

· Participatie

Dit voorstel betreft de overschrijding van de buitengrenzen en bouwt voort op het Schengenacquis. Er moet dan ook rekening worden gehouden met de hierna genoemde gevolgen van de diverse protocollen en overeenkomsten met geassocieerde landen.

Denemarken - Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol (nr. 22) betreffende de positie van Denemarken, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) is gehecht, neemt Denemarken niet deel aan de aanneming door de Raad van overeenkomstig het derde deel van titel V van het VWEU voorgestelde maatregelen.

Aangezien deze verordening voortbouwt op het Schengenacquis, dient Denemarken overeenkomstig artikel 4 van genoemd protocol binnen zes maanden nadat de Raad heeft beslist over deze verordening te beslissen of het dit instrument in zijn nationale wetgeving zal omzetten.

Verenigd Koninkrijk en Ierland - Overeenkomstig de artikelen 4 en 5 van het Protocol tot opneming van het Schengenacquis in het kader van de Europese Unie en overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis, en Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis, nemen het Verenigd Koninkrijk en Ierland niet deel aan de aanneming van Verordening (EG) nr. 562/2006 (Schengengrenscode). Het Verenigd Koninkrijk en Ierland nemen derhalve niet deel aan de aanneming van deze verordeningen, die dan ook niet verbindend voor, noch van toepassing op het Verenigd Koninkrijk en Ierland zijn.

IJsland en Noorwegen - De procedures die zijn vastgelegd in de associatieovereenkomst die is gesloten door de Raad, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop deze landen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, zijn van toepassing, aangezien dit voorstel voorbouwt op het Schengenacquis zoals omschreven in bijlage A bij die overeenkomst[12].

Zwitserland - Deze verordening houdt een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis als bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis[13].

Liechtenstein -Deze verordening houdt een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis als bedoeld in het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis[14].

Cyprus, Bulgarije en Roemenië - Deze verordening tot instelling van het EES komt in de plaats van de verplichting om de verblijfsduur te controleren en het paspoort van onderdanen van derde landen af te stempelen. Deze bepalingen moesten door de toetredende lidstaten worden toegepast vanaf hun toetreding tot de Europese Unie.

2013/0057 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES) voor de registratie van inreis- en uitreisgegevens van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen van de Europese Unie overschrijden

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 74 en artikel 77, lid 2, onder b) en d),

Gezien het voorstel van de Europese Commissie[15],

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[16],

Gezien het advies van het Comité van de Regio's[17],

Na raadpleging van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) In de mededeling van de Commissie van 13 februari 2008, getiteld “De voorbereiding van de volgende stappen in het grensbeheer in de Europese Unie”[18] werd erop gewezen dat als onderdeel van een geïntegreerde strategie voor grensbeheer een inreis-uitreissysteem zou moeten worden ingevoerd dat elektronisch de tijd en plaats van inreis en uitreis registreert van onderdanen van derde landen die voor een kort verblijf tot het Schengengebied zijn toegelaten, en de toegestane verblijfsduur berekent.

(2) De Europese Raad van 19 en 20 juni 2008 benadrukte dat het van belang was om de geïntegreerde strategie voor grensbeheer van de EU verder te ontwikkelen en daarbij ook het beheer van de buitengrenzen te bevorderen door beter gebruik te maken van nieuwe technologieën.

(3) In haar mededeling van 10 juni 2009, getiteld “Een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht ten dienste van de burger”, pleitte de Commissie voor de invoering van een elektronisch systeem voor de registratie van inreis in en uitreis uit de lidstaten via de buitengrenzen, om de toegang tot het grondgebied beter te beheren.

(4) De Europese Raad van 23 en 24 juni 2011 vroeg om snel vooruitgang te boeken op het gebied van slimme grenzen. De Commissie heeft op 25 oktober 2011 een mededeling gepubliceerd met de titel “Slimme grenzen – opties en te volgen weg”.

(5) De doelstellingen en de technische architectuur van het EES moeten worden vastgesteld, evenals voorschriften betreffende de werking en het gebruik ervan, de verantwoordelijkheden voor het systeem, de in het systeem op te nemen categorieën gegevens, het doel van en de criteria voor de opneming ervan, de autoriteiten die toegang hebben tot het systeem, de koppeling van signaleringen, en verdere voorschriften inzake gegevensverwerking en de bescherming van persoonsgegevens.

(6) Het EES dient niet van toepassing te zijn op onderdanen van derde landen die familielid zijn van burgers van de Unie en een verblijfskaart hebben in de zin van Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden[19], noch op houders van een in de Schengengrenscode bedoelde verblijfsvergunning, omdat voor hen de toegestane verblijfsduur niet beperkt is tot 90 dagen per periode van 180 dagen.

(7) Verbetering van het grenstoezicht, preventie van illegale immigratie en vereenvoudiging van het beheer van migratiestromen: dat moeten de doelstellingen van het EES zijn. Het EES dient in het bijzonder bij te dragen tot de identificatie van personen die niet of niet langer aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de lidstaten voldoen.

(8) Om die doelstellingen te verwezenlijken, moeten in het EES alfanumerieke gegevens en, na een overgangsperiode, vingerafdrukken worden verwerkt. Dat het afnemen van vingerafdrukken inbreuk maakt op de privacy van reizigers, is om twee redenen geoorloofd. Vingerafdrukken zijn een betrouwbare methode voor de identificatie van personen die zonder reisdocumenten of andere identificatiemiddelen worden aangetroffen op het grondgebied van de lidstaten, wat vaak gebeurt bij onregelmatige migranten. Tevens leiden vingerafdrukken tot een meer betrouwbare match van inreis- en uitreisgegevens van legale reizigers.

(9) In het EES moeten, wanneer dat fysiek mogelijk is, tien vingerafdrukken worden opgeslagen, om nauwkeurige verificatie en identificatie mogelijk te maken en te warborgen dat in alle gevallen voldoende gegevens beschikbaar zijn.

(10) Om de lidstaten in de gelegenheid te stellen de procedures voor de grenscontroles en de verwerking van reizigersstromen aan te passen en lange wachttijden aan de grens te voorkomen, dient voor het gebruik van vingerafdrukken een overgangsperiode te gelden.

(11) In technisch opzicht moet het mogelijk zijn het systeem toegankelijk te maken voor rechtshandhavingsdoeleinden, voor het geval deze verordening in de toekomst wordt gewijzigd om toegang voor die doeleinden mogelijk te maken.

(12) Het Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, dat is opgericht bij Verordening (EU) nr. 1077/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011[20] dient verantwoordelijk te zijn voor de ontwikkeling en het operationeel beheer van een centraal EES. Dit systeem dient te bestaan uit een centrale eenheid, een centrale back-upeenheid, uniforme interfaces in elke lidstaat, en communicatie-infrastructuur tussen het centrale EES en de netwerkaansluitpunten. De lidstaten dienen verantwoordelijk te zijn voor de ontwikkeling en het operationeel beheer van hun eigen nationale systemen.

(13) Met het oog op de synergie en de kosteneffectiviteit dient het EES, voor zover mogelijk, tegelijk te worden ingevoerd met het programma voor geregistreerde reizigers, dat wordt opgezet overeenkomstig Verordening COM(2013) 97 final.

(14) In de verordening dient te worden omschreven welke autoriteiten van de lidstaten toegang kan worden verleend tot het EES voor het invoeren, wijzigen, verwijderen of raadplegen van gegevens voor de specifieke doelen van het EES en voor zover dat nodig is voor het uitvoeren van hun taken.

(15) De verwerking van EES-gegevens moet in verhouding staan tot het beoogde doel en noodzakelijk zijn voor het vervullen van de taken van de bevoegde autoriteiten. Wanneer zij het EES gebruiken, dienen de bevoegde autoriteiten ervoor te zorgen dat de menselijke waardigheid en de integriteit van de personen wier gegevens worden opgevraagd, worden geëerbiedigd en mogen zij personen niet discrimineren op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid.

(16) De in het EES opgeslagen persoonsgegevens mogen niet langer worden bewaard dan voor de doelstellingen van het EES noodzakelijk is. Zes maanden is een passende termijn omdat dit de minimumtermijn is die nodig is voor het berekenen van de verblijfsduur. Een langere termijn van maximaal vijf jaar is nodig voor personen die het grondgebied van de lidstaten niet hebben verlaten voor het verstrijken van de toegestane verblijfsduur. De gegevens dienen na afloop van de periode van vijf jaar te worden verwijderd, tenzij er gronden zijn om dat eerder te doen.

(17) Er dienen nauwkeurige regels te worden vastgesteld betreffende de verantwoordelijkheden voor de ontwikkeling en het beheer van het EES, de verantwoordelijkheden van de lidstaten voor de nationale systemen en de toegang tot gegevens door de nationale autoriteiten.

(18) Er dienen regels te worden vastgesteld betreffende de aansprakelijkheid van de lidstaten voor schade die het gevolg is van een schending van de bepalingen van deze verordening. De aansprakelijkheid van de Commissie voor dergelijke schade wordt geregeld bij artikel 340, tweede alinea, van het Verdrag.

(19) Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens[21] is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door de lidstaten krachtens deze verordening.

(20) Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens[22] is van toepassing op de activiteiten van de instellingen en organen van de Unie bij het uitvoeren van hun taken als verantwoordelijke voor het operationeel beheer van het EES.

(21) De overeenkomstig artikel 28 van Richtlijn 95/46/EG ingestelde onafhankelijke toezichthoudende autoriteiten dienen toe te zien op de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens door de lidstaten, terwijl de bij Verordening (EG) nr. 45/2001 ingestelde Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming toezicht dient uit te oefenen op de werkzaamheden van de instellingen en organen van de Unie in verband met de verwerking van persoonsgegevens. De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en de toezichthoudende autoriteiten dienen samen te werken bij het toezicht op het EES.

(22) Deze verordening is in overeenstemming met de grondrechten en de beginselen die in het bijzonder zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met name de bescherming van persoonsgegevens (artikel 8), het recht op vrijheid en veiligheid (artikel 6), de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven (artikel 7), het recht op asiel (artikel 18), bescherming bij verwijdering, uitzetting of uitlevering (artikel 19) en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte (artikel 47), en moet met inachtneming van deze rechten en beginselen worden toegepast.

(23) Voor een doeltreffend toezicht op de toepassing van deze verordening moeten op gezette tijden evaluaties worden verricht. Om na te gaan of, en zo ja, hoe het systeem het best kan worden ingezet in de strijd tegen terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten, moet nader worden bekeken onder welke voorwaarden de gegevens in het systeem toegankelijk kunnen worden gemaakt voor rechtshandhavingsdoeleinden en voor derde landen; hetzelfde geldt voor het hanteren van verschillende bewaringstermijnen. Omdat er een groot aantal persoonsgegevens wordt opgeslagen in het EES en omdat het privéleven van de personen wier persoonsgegevens in het EES worden verwerkt, moet worden geëerbiedigd, moet deze evaluatie twee jaar na de ingebruikneming van het systeem plaatsvinden en moet daarbij rekening worden gehouden met de tenuitvoerlegging van het VIS.

(24) De lidstaten dienen regels vast te stellen voor de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op de bepalingen van deze verordening, en ervoor te zorgen dat zij worden toegepast.

(25) Om ervoor te zorgen dat deze verordening volgens eenvormige voorwaarden wordt uitgevoerd, dienen uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie te worden toegekend. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren[23].

(26) De doelstelling om een gemeenschappelijk EES in het gebied zonder controles aan de binnengrenzen op te zetten en gemeenschappelijke verplichtingen, voorwaarden en procedures voor het gebruik van gegevens in te voeren, kan niet voldoende door de lidstaten alleen worden verwezenlijkt en kan derhalve vanwege de omvang en de gevolgen van het optreden beter op het niveau van de Unie worden bereikt, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie vastgelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in datzelfde artikel vastgelegde evenredigheidsbeginsel gaat de verordening niet verder dan wat nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(27) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze verordening; deze is bijgevolg niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat. Aangezien deze verordening voortbouwt op het Schengenacquis, beslist Denemarken overeenkomstig artikel 4 van het bovengenoemde protocol binnen een termijn van zes maanden nadat de Raad heeft beslist over deze verordening, of het deze in zijn nationale wetgeving zal omzetten.

(28) Deze verordening vormt een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan het Verenigd Koninkrijk niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis[24]; het Verenigd Koninkrijk neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van deze verordening, en deze is dan ook niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat.

(29) Deze verordening vormt een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis[25]; Ierland neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van deze verordening, en deze is dan ook niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat.

(30) Wat IJsland en Noorwegen betreft, vormt deze verordening een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis[26], die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, onder A, van Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van die overeenkomst[27].

(31) Wat Zwitserland betreft, vormt deze verordening een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis[28], die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, onder A, van Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 juncto artikel 3 van Besluit 2008/146/EG van de Raad[29].

(32) Wat Liechtenstein betreft, vormt deze verordening een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis[30], die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, onder A, van Besluit 1999/437/EG van 17 mei 1999 van de Raad juncto artikel 3 van Besluit 2011/350/EG van de Raad[31].

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Onderwerp

Er wordt een inreis-uitreissysteem (Entry/Exit System, EES) ingesteld voor het registreren en opslaan van gegevens over de tijd en plaats van inreis en uitreis van onderdanen van derde landen die via de buitengrenzen voor een kort verblijf worden toegelaten tot het grondgebied van de lidstaten, voor het berekenen van hun verblijfsduur en voor het genereren van meldingen aan de lidstaten wanneer de toegestane verblijfsduur is verstreken.

Artikel 2 De opzet van het EES

1.           De structuur van het EES wordt beschreven in artikel 6.

2.           Het Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (hierna “het Agentschap” genoemd) wordt belast met de ontwikkeling en het operationeel beheer van het EES, waaronder de ontwikkeling van de functies voor het verwerken van de in artikel 12 bedoelde biometrische gegevens.

Artikel 3 Toepassingsgebied

1.           Deze verordening is van toepassing op alle onderdanen van derde landen die voor een kort verblijf worden toegelaten tot het grondgebied van de lidstaten en die overeenkomstig de Schengengrenscode bij het overschrijden van de buitengrenzen worden onderworpen aan grenscontroles.

2.           Deze verordening is niet van toepassing op:

a)      houders van een in Richtlijn 2004/38/EG bedoelde verblijfskaart die familie zijn van een burger van de Unie op wie die richtlijn van toepassing is;

b)      houders van een in Richtlijn 2004/38/EG bedoelde verblijfskaart die familie zijn van onderdanen van derde landen die onder het recht van de Unie inzake vrij verkeer vallen,

ook niet indien de onder a) en b) bedoelde familieleden de buitengrenzen overschrijden zonder de burger van de Unie of de onderdaan van een derde land met recht van vrij verkeer te vergezellen of zich bij hem te voegen;

c)      houders van de in artikel 2, punt 15, van de Schengengrenscode bedoelde verblijfsvergunningen;

d)      onderdanen van Andorra, Monaco en San Marino.

Artikel 4 Doel

Doel van het EES is het beheer van de buitengrenzen, de bestrijding van onregelmatige migratie, de uitvoering van het geïntegreerde grensbeheerbeleid en de samenwerking en het overleg tussen grens- en immigratieautoriteiten te verbeteren door de lidstaten toegang te verlenen tot de gegevens over de tijd en plaats van inreis en uitreis van onderdanen van derde landen aan de buitengrenzen en beslissingen in dat verband te vergemakkelijken en op die manier:

– de controles aan de doorlaatposten aan de buitengrenzen te verscherpen en onregelmatige immigratie tegen te gaan;

– de toegestane verblijfsduur van onderdanen van derde landen die worden toegelaten voor een kort verblijf te berekenen en in het oog te houden;

– de identificatie mogelijk te maken van personen die niet of niet langer aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de lidstaten voldoen;

– de nationale autoriteiten van de lidstaten in staat te stellen vast te stellen welke personen de toegestane verblijfsduur hebben overschreden en gepaste maatregelen te treffen;

– gegevens over de inreis en uitreis van onderdanen van derde landen te verzamelen voor analyse.

Artikel 5 Definities

Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities:

(1) “buitengrenzen”: de buitengrenzen in de zin van artikel 2, punt 2, van de Schengengrenscode;

(2) “grensautoriteiten”: de bevoegde autoriteiten die op grond van het nationaal recht zijn belast met het controleren van personen aan de doorlaatposten aan de buitengrens overeenkomstig de Schengengrenscode;

(3) “immigratieautoriteiten”: de bevoegde autoriteiten die op grond van het nationale recht zijn belast met de controle van de voorwaarden voor het verblijf van onderdanen van derde landen op het grondgebied van de lidstaten en met het nemen van beslissingen over dit verblijf;

(4) “visumautoriteiten”: de autoriteiten die in elke lidstaat verantwoordelijk zijn voor het behandelen van en het nemen van beslissingen over visumaanvragen of voor beslissingen tot nietigverklaring, intrekking of verlenging van visa, met inbegrip van de centrale visumautoriteiten en de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de afgifte van visa aan de grens overeenkomstig de Visumcode[32];

(5) “onderdaan van een derde land”: eenieder die geen burger van de Unie in de zin van artikel 20 van het Verdrag is, met uitzondering van personen die krachtens overeenkomsten tussen de Unie of de Unie en haar lidstaten enerzijds en derde landen anderzijds rechten van vrij verkeer genieten die gelijkwaardig zijn aan de rechten van burgers van de Unie;

(6) “reisdocument”: een paspoort of een ander, gelijkwaardig document dat de houder ervan het recht geeft de buitengrenzen te overschrijden en waarin een visum kan worden aangebracht;

(7) “kort verblijf”: verblijf op het grondgebied van de lidstaten van ten hoogste 90 dagen per periode van 180 dagen;

(8) “bevoegde lidstaat”: de lidstaat die de gegevens in het EES heeft ingevoerd;

(9) “verificatie”: het proces waarbij reeksen gegevens worden vergeleken om vast te stellen of een beweerde identiteit correct is (één-op-éénvergelijking);

(10) “identificatie”: het proces waarbij de identiteit van een persoon wordt vastgesteld door middel van opzoekingen in een gegevensbank en vergelijking met verscheidene reeksen gegevens (één-op-veelvergelijking);

(11) “alfanumerieke gegevens”: gegevens weergegeven door letters, cijfers, speciale karakters, spaties en leestekens;

(12) “biometrische gegevens”: vingerafdrukken;

(13) “persoon die de toegestane verblijfsduur heeft overschreden”: onderdaan van een derde land die niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden betreffende de duur van een kort verblijf op het grondgebied van de lidstaten;

(14) “Agentschap”: het agentschap dat is opgericht bij Verordening (EU) nr. 1077/2011[33];

(15) “Frontex”: het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie, dat is opgericht bij Verordening (EG) nr. 2007/2004[34];

(16) “toezichthoudende autoriteit”: het overeenkomstig artikel 28 van Richtlijn 95/46/EG opgerichte orgaan;

(17) “operationeel beheer”: alle taken die noodzakelijk zijn om grootschalige IT-systemen te laten werken, met inbegrip van de zorg voor de communicatie-infrastructuur die daarbij wordt gebruikt;

(18) “ontwikkeling”: alle taken die noodzakelijk zijn om een grootschalig IT-systeem op te zetten, met inbegrip van de communicatie-infrastructuur die daarbij wordt gebruikt.

Artikel 6 Technische architectuur van het EES

Het EES omvat:

(a) een centraal systeem dat bestaat uit een centrale eenheid en een back-upeenheid die in geval van storing alle functies van de centrale eenheid kan overnemen;

(b) een nationaal systeem dat bestaat uit de hardware, software en nationale communicatie-infrastructuur die nodig is om de hulpmiddelen van de eindgebruikers, namelijk de bevoegde autoriteiten in de zin van artikel 7, lid 2, te verbinden met de netwerkaansluitpunten van de lidstaten;

(c) een op gemeenschappelijke specificaties gebaseerde uniforme interface in elke lidstaat;

(d) de netwerkaansluitpunten die deel uitmaken van de uniforme interface en als nationale toegangspunten het nationale systeem van elke lidstaat met het centrale systeem verbinden;

(e) een communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem en de netwerkaansluitpunten.

Artikel 7 Toegang voor het invoeren, wijzigen, verwijderen en raadplegen van gegevens

1.           Overeenkomstig artikel 4 is de toegang tot het EES voor het invoeren, wijzigen, verwijderen en raadplegen van de in de artikelen 11 en 12 bedoelde gegevens op grond van deze verordening uitsluitend voorbehouden aan de naar behoren gemachtigde personeelsleden van de autoriteiten van elke lidstaat die bevoegd zijn voor de in de artikelen 15 tot en met 22 genoemde doelen, beperkt tot de gegevens die vereist zijn voor de uitvoering van hun taken overeenkomstig deze doelen en staat in verhouding tot de doelstellingen.

2.           Elke lidstaat wijst de bevoegde autoriteiten aan, zoals de grens-, visum- en immigratieautoriteiten, waarvan de naar behoren gemachtigde personeelsleden toegang hebben tot het EES om gegevens in te voeren, te wijzigen, te verwijderen of te raadplegen. Elke lidstaat verstrekt de Commissie onverwijld een lijst van die autoriteiten. Op deze lijst staat vermeld voor welk doel elke autoriteit toegang heeft tot de gegevens in het EES.

Binnen drie maanden nadat het EES overeenkomstig artikel 41 in gebruik is genomen, maakt het Agentschap een geconsolideerde lijst bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie. Wanneer de lijst wordt gewijzigd, maakt het Agentschap een keer per jaar een bijgewerkte geconsolideerde versie ervan bekend.

Artikel 8 Algemene beginselen

1.           Elke bevoegde autoriteit die toegang heeft tot het EES overeenkomstig deze verordening ziet erop toe dat het gebruik van het EES noodzakelijk, aangewezen en evenredig is in het licht van de taken van de bevoegde autoriteiten.

2.           Elke bevoegde autoriteit ziet er bij het gebruik van het EES op toe dat zij onderdanen van derde landen niet discrimineert op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid en dat zij de menselijke waardigheid en integriteit volledig respecteert.

Artikel 9 Automatische calculator

Het EES bevat een mechanisme dat op basis van artikel 5, lid 1, van de Schengengrenscode automatisch de maximaal toegestane verblijfsduur berekent voor elke onderdaan van een derde land die in het EES staat geregistreerd.

Deze automatische calculator zorgt ervoor dat:

a)           de bevoegde autoriteiten en de onderdaan van een derde land bij inreis op de hoogte worden gesteld van de toegestane verblijfsduur;

b)           onderdanen van derde landen die de toegestane verblijfsduur hebben overschreden, bij uitreis worden opgemerkt.

Artikel 10 Informatiemechanisme

1.           Het EES omvat een mechanisme dat onmiddellijk na het verstrijken van de toegestane verblijfsduur automatisch signaleert in welke inreis-uitreisnotities uitreisgegevens ontbreken en bij welke notities de toegestane verblijfsduur is overschreden.

2.           Een door het systeem gegenereerde lijst met de in artikel 11 bedoelde gegevens van alle personen die de toegestane verblijfsduur hebben overschreden, is beschikbaar voor de aangewezen bevoegde nationale autoriteiten.

HOOFDSTUK II  Het invoeren en gebruiken van gegevens door de grensautoriteiten

Artikel 11 Persoonsgegevens van visumhouders

1.           Voor visumhouders die overeenkomstig de Schengengrenscode worden toegelaten en die nog niet eerder in het EES zijn geregistreerd, legt de grensautoriteit een persoonlijk dossier aan met de volgende gegevens:

a)           achternaam (familienaam), achternaam bij de geboorte (vroegere familienaam/-namen), voornaam/-namen, geboortedatum, geboorteplaats, geboorteland, nationaliteit of nationaliteiten, en geslacht;

b)           soort en nummer van het reisdocument (evt. meerdere), de autoriteit die het heeft afgegeven en de datum van afgifte;

c)           de drieletterige code van het land dat het document/de documenten heeft afgegeven en de datum waarop de geldigheidstermijn ervan verstrijkt;

d)           het nummer van de visumsticker met de drieletterige code van het land van afgifte, en de datum waarop de geldigheidstermijn van het visum verstrijkt, indien van toepassing;

e)           bij de eerste binnenkomst op basis van het visum: het aantal binnenkomsten en de verblijfsduur die volgens de visumsticker zijn toegestaan;

f)            indien van toepassing: het feit dat de betrokkene deelneemt aan het programma voor geregistreerde reizigers overeenkomstig Verordening COM(2013) 97 final, zijn unieke identificatiecode en zijn status in het kader van het programma.

2.           Bij elke inreis van de betrokkene wordt een inreis-uitreisnotitie gemaakt die de hieronder genoemde gegevens omvat en die aan het persoonlijk dossier van de betrokkene wordt gekoppeld via het persoonlijk referentienummer dat bij het aanleggen van dat dossier door het EES wordt gegenereerd:

a)           datum en tijd van inreis;

b)           lidstaat van inreis, grensdoorlaatpost en autoriteit die toestemming voor inreis heeft gegeven;

c)           berekening van het aantal toegestane dagen van verblijf en datum van de laatste dag van het toegestane verblijf.

3.           Bij uitreis worden de volgende gegevens opgenomen in de inreis-uitreisnotitie die is gekoppeld aan het persoonlijk dossier van de betrokkene:

a)           datum en tijd van uitreis;

b)           lidstaat en grensdoorlaatpost van uitreis.

Artikel 12 Persoonsgegevens van niet-visumplichtige onderdanen van derde landen

1.           Voor niet-visumplichtige onderdanen van derde landen die overeenkomstig de Schengengrenscode worden toegelaten en die nog niet eerder in het EES zijn geregistreerd, legt de grensautoriteit een persoonlijk dossier aan met tien vingerafdrukken en de in artikel 11 bedoelde gegevens, met uitzondering van die welke worden bedoeld in artikel 11, lid 1, onder d) en e).

2.           Kinderen jonger dan twaalf jaar worden om wettelijke redenen vrijgesteld van de verplichte afgifte van vingerafdrukken.

3.           Personen bij wie het nemen van vingerafdrukken fysiek onmogelijk is, worden om feitelijke redenen vrijgesteld van de verplichte afgifte van vingerafdrukken.

Gaat het evenwel om een tijdelijke onmogelijkheid, dan moeten van de betrokkene bij de volgende inreis vingerafdrukken worden genomen. De grensautoriteiten mogen om verduidelijking vragen betreffende de redenen voor de tijdelijke onmogelijkheid om vingerafdrukken te geven.

De lidstaten zorgen ervoor dat er passende procedures zijn ter waarborging van de waardigheid van de betrokkene in het geval dat zich moeilijkheden voordoen bij het nemen van de vingerafdrukken.

4.           Bij personen die krachtens lid 2 of lid 3 om wettelijke of feitelijke redenen zijn vrijgesteld van de verplichte afgifte van vingerafdrukken, wordt in het daarvoor bestemde vak “niet van toepassing” vermeld. In het systeem moet een onderscheid kunnen worden gemaakt tussen de gevallen waarin om wettelijke redenen geen vingerafdrukken vereist zijn en de gevallen waarin zij feitelijk niet kunnen worden verstrekt.

5.           De eerste drie jaar nadat het EES in gebruik is genomen, worden alleen de in lid 1 bedoelde alfanumerieke gegevens geregistreerd.

Artikel 13 Procedures voor het invoeren van gegevens aan grensdoorlaatposten waar eerder al een dossier is aangelegd

Indien er eerder al een dossier is aangelegd, worden door de grensautoriteit de daarin opgenomen gegevens zo nodig bijgewerkt, en wordt overeenkomstig de artikelen 11 en 12 voor elke inreis en uitreis een inreis-uitreisnotitie gemaakt die wordt gekoppeld aan het persoonlijk dossier van de betrokkene.

Artikel 14 Gegevens die moeten worden toegevoegd indien een vergunning tot verblijf wordt ingetrokken of verlengd

1.           Indien is besloten een vergunning tot verblijf in te trekken of de toegestane verblijfsduur te verlengen, voegt de bevoegde autoriteit die hiertoe heeft besloten de volgende gegevens toe aan de inreis-uitreisnotitie:

a)           de statusinformatie waaruit blijkt dat de vergunning tot verblijf is ingetrokken of dat de toegestane verblijfsduur is verlengd;

b)           de autoriteit die tot de intrekking van de vergunning tot verblijf of tot de verlenging van de toegestane verblijfsduur heeft besloten;

c)           plaats en datum van het besluit om de vergunning tot verblijf in te trekken of de toegestane verblijfsduur te verlengen;

d)           de nieuwe datum waarop de vergunning tot verblijf verloopt.

2.           In de inreis-uitreisnotitie wordt vermeld om welke reden(en) de vergunning tot verblijf wordt ingetrokken, namelijk:

a)           de reden waarom de betrokkene wordt verwijderd;

b)           elk ander besluit dat door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat overeenkomstig de nationale wetgeving is genomen en dat leidt tot de verwijdering of het vertrek van de onderdaan van een derde land die niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de lidstaten.

3.           In de inreis-uitreisnotitie wordt vermeld om welke redenen de toegestane verblijfsduur wordt verlengd.

4.           In het geval van vertrek of verwijdering op grond van een in lid 2, onder b), bedoeld besluit voegt de bevoegde autoriteit de gegevens overeenkomstig artikel 13 toe aan de inreis-uitreisnotitie betreffende die inreis.

Artikel 15 Gebruik van gegevens voor verificatie aan de buitengrenzen

1.           De grensautoriteiten hebben toegang tot het EES om de gegevens te raadplegen voor zover de gegevens nodig zijn voor het verrichten van de taken op het gebied van grenstoezicht.

2.           Voor het in lid 1 bedoelde doeleinde mogen de grensautoriteiten het systeem doorzoeken aan de hand van de in artikel 11, lid 1, onder a), bedoelde gegevens in combinatie met de volgende gegevens of sommige daarvan:

– de in artikel 11, lid 1, onder b), bedoelde gegevens;

– de in artikel 11, lid 1, onder c), bedoelde gegevens;

– het in artikel 11, lid 1, onder d), bedoelde nummer van de visumsticker;

– de in artikel 11, lid 2, onder a), bedoelde gegevens;

– de lidstaat en grensdoorlaatpost van inreis of uitreis;

– de in artikel 12 bedoelde gegevens.

HOOFDSTUK III Gegevensinvoer en gebruik van het EES door andere autoriteiten

Artikel 16 Gebruik van het EES voor het behandelen van en beslissen over visumaanvragen

1.           De visumautoriteiten raadplegen het EES bij het behandelen van visumaanvragen en het nemen van beslissingen daarover, zoals beslissingen tot nietigverklaring of intrekking of tot verlenging van de geldigheidsduur van een afgegeven visum, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de visumcode.

2.           Voor de in lid 1 genoemde doeleinden mogen de visumautoriteiten het systeem doorzoeken aan de hand van één of meer van de volgende gegevens:

a)           de in artikel 11, lid 1, onder a), b) en c), bedoelde gegevens;

b)           het nummer van de visumsticker met de drieletterige code van het land van afgifte, zoals bedoeld in artikel 11, lid 1, onder d);       

c)           de in artikel 12 bedoelde gegevens.

3.           Indien de zoekopdracht aan de hand van de in lid 2 genoemde gegevens uitwijst dat in het EES gegevens over de betrokken onderdaan van een derde land zijn opgeslagen, mogen de visumautoriteiten, uitsluitend met het oog op de in lid 1 genoemde doeleinden, het persoonlijk dossier van de betrokkene en de daaraan gekoppelde inreis-uitreisnotities raadplegen.

Artikel 17 Gebruik van het EES voor de behandeling van aanvragen tot deelname aan het RTP

1.           De in artikel 4 van Verordening COM(2013) 97 final bedoelde bevoegde autoriteiten raadplegen het EES met het oog op de behandeling van RTP-aanvragen en de beslissingen in verband met deze aanvragen, zoals de beslissing tot weigering, beëindiging of verlenging van de deelname aan het RTP overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van die verordening.

2.           Voor de in lid 1 genoemde doeleinden mag de bevoegde autoriteit het systeem doorzoeken aan de hand van één of meer van de in artikel 11, lid 1, onder a), b), en c), genoemde gegevens.

3.           Indien uit de zoekopdracht aan de hand van de in lid 2 genoemde gegevens blijkt dat in het EES gegevens over de betrokken onderdaan van een derde land zijn opgeslagen, mag de bevoegde autoriteit, uitsluitend met het oog op de in lid 1 genoemde doeleinden, het persoonlijk dossier van de betrokkene en de daaraan gekoppelde inreis-uitreisnotities raadplegen.

Artikel 18 Toegang tot gegevens voor verificatie op het grondgebied van de lidstaten

1.           Om de identiteit van de onderdaan van een derde land te verifiëren en/of om na te gaan of de betrokkene voldoet aan de voorwaarden voor toegang en verblijf op het grondgebied van de lidstaten, mogen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten het systeem doorzoeken aan de hand van de in artikel 11, lid 1, onder a), b), en c), bedoelde gegevens in combinatie met de in artikel 12 bedoelde vingerafdrukken.

2.           Indien uit de zoekopdracht aan de hand van de in lid 1 genoemde gegevens blijkt dat in het EES gegevens over de betrokken onderdaan van een derde land zijn opgeslagen, mag de bevoegde autoriteit, uitsluitend met het oog op de in lid 1 genoemde doeleinden, het persoonlijk dossier van de betrokkene en de daaraan gekoppelde inreis-uitreisnotities raadplegen.

Artikel 19 Toegang tot gegevens voor identificatie

1.           Uitsluitend met het oog op de identificatie van personen die wellicht niet of niet langer voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst, verblijf of vestiging op het grondgebied van de lidstaten mogen de autoriteiten die bevoegd zijn om overeenkomstig de Schengengrenscode controles bij doorlaatposten aan de buitengrenzen of op het grondgebied van de lidstaten te verrichten om na te gaan of aan de voorwaarden voor binnenkomst, verblijf of vestiging op het grondgebied van de lidstaten is voldaan, het systeem doorzoeken aan de hand van de vingerafdrukken van de betrokkenen.

2.           Indien uit de zoekopdracht aan de hand van de in lid 1 genoemde gegevens blijkt dat in het EES gegevens over de betrokkene zijn opgeslagen, mag de bevoegde autoriteit, uitsluitend met het oog op de in lid 1 genoemde doeleinden, het persoonlijk dossier van de betrokkene en de daaraan gekoppelde inreis-uitreisnotities raadplegen.

HOOFDSTUK IV Bewaring en wijziging van de gegevens

Artikel 20  Bewaringstermijn van opgeslagen gegevens

1.           Elke inreis-uitreisnotitie wordt maximaal 181 dagen bewaard.

2.           In het EES wordt elk persoonlijk dossier met de daaraan gekoppelde inreis-uitreisnotitie(s) maximaal 91 dagen na de laatste uitreisnotitie bewaard indien er binnen 90 dagen na die laatste uitreisnotitie geen nieuwe inreisnotitie is gemaakt.

3.           Indien bij het verstrijken van de toegestane verblijfsduur geen uitreisnotitie is gemaakt, worden de gegevens, in afwijking van lid 1, maximaal vijf jaar na het verstrijken van de toegestane verblijfsduur bewaard.

Artikel 21 Wijziging van gegevens

1.           De overeenkomstig artikel 7 aangewezen bevoegde autoriteiten van de lidstaten hebben het recht de in het EES opgeslagen gegevens te wijzigen door deze recht te zetten of te verwijderen overeenkomstig deze verordening.

2            De in artikel 10, lid 2, bedoelde gegevens worden onverwijld verwijderd wanneer de onderdaan van een derde land overeenkomstig de wetgeving van de verantwoordelijke lidstaat aantoont dat hij als gevolg van een onvoorspelbaar, ernstig voorval gedwongen was de toegestane verblijfsduur te overschrijden, dat hij een legaal verblijfsrecht heeft verkregen of dat er een fout is gemaakt. De onderdaan van een derde land heeft toegang tot een doeltreffende voorziening in rechte om de gegevens te laten wijzigen.

Artikel 22 Vervroegde gegevensverwijdering

Wanneer een onderdaan van een derde land voor het verstrijken van de in artikel 20 bedoelde periode de nationaliteit van een lidstaat heeft verkregen, of onder de uitzondering van artikel 3, lid 2, valt, worden het overeenkomstig de artikelen 11 en 12 aangelegde persoonlijk dossier en de daaraan gekoppelde notities onverwijld uit het EES verwijderd door de lidstaat waarvan de betrokkene de nationaliteit heeft verkregen of de lidstaat die de verblijfskaart heeft verstrekt. De onderdaan van een derde land heeft toegang tot een doeltreffende voorziening in rechte om de gegevens te laten verwijderen.

HOOFDSTUK V Ontwikkeling, beheer en verantwoordelijkheden

Artikel 23 Vaststelling van uitvoeringsmaatregelen door de Commissie, voorafgaand aan de ontwikkeling

              De Commissie neemt maatregelen voor de ontwikkeling en de technische uitvoering van het centraal systeem, de uniforme interfaces en de communicatie-infrastructuur, en stelt met name specificaties vast inzake:

(a) de resolutie en het gebruik van vingerafdrukken voor biometrische verificatie in het EES;

(b) het ontwerp van de fysieke architectuur van het systeem, met inbegrip van de communicatie-infrastructuur;

(c) het invoeren van de gegevens overeenkomstig de artikelen 11 en 12;

(d) de toegang tot de gegevens overeenkomstig de artikelen 15 tot en met 19;

(e) de bewaring, wijziging, verwijdering en vervroegde verwijdering van gegevens overeenkomstig de artikelen 21 en 22;

(f) de registratie van de gegevensverwerkingsactiviteiten overeenkomstig artikel 30 en de toegang tot deze geregistreerde informatie;

(g) de prestatievoorschriften.

Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 42 bedoelde procedure.

De technische specificaties en de ontwikkeling daarvan betreffende de centrale eenheid, de centrale back-upeenheid, de uniforme interfaces en de communicatie-infrastructuur worden door het Agentschap vastgesteld nadat de Commissie een gunstig advies heeft uitgebracht.

Artikel 24 Ontwikkeling en operationeel beheer

1.           Het Agentschap is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de centrale eenheid, de centrale back-upeenheid, de uniforme interfaces, de netwerkaansluitpunten en de communicatiestructuur.

De centrale eenheid, de centrale back-upeenheid, de uniforme interfaces en de communicatiestructuur worden zo snel mogelijk na de inwerkingtreding van deze verordening en de vaststelling door de Commissie van de in artikel 23, lid 1, bedoelde maatregelen door het Agentschap ontwikkeld en ingevoerd.

De ontwikkeling omvat het uitwerken en toepassen van de technische specificaties, het testen en de algehele projectcoördinatie.

2.           Het Agentschap is verantwoordelijk voor het operationeel beheer van de centrale eenheid, de centrale back-upeenheid en de uniforme interfaces. Het zorgt er in samenwerking met de lidstaten voor dat te allen tijde de meest geavanceerde technologie wordt gebruikt, onder voorbehoud van een kosten-batenanalyse.

Het Agentschap is ook verantwoordelijk voor het operationeel beheer van de communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem en de netwerkaansluitpunten.

Het operationeel beheer van het EES omvat alle taken die nodig zijn om het EES overeenkomstig deze verordening 24 uur per dag en 7 dagen per week te laten functioneren, met name de onderhoudswerkzaamheden en technische ontwikkelingen die nodig zijn voor een bevredigende operationele kwaliteit van het systeem, in het bijzonder wat betreft de tijd die nodig is voor raadpleging van de centrale gegevensbank door grensdoorlaatposten, welke zo kort mogelijk moet zijn.

3.           Onverminderd het bepaalde in artikel 17 van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie past het Agentschap passende voorschriften inzake het beroepsgeheim of een vergelijkbare geheimhoudingsplicht toe op al zijn personeel dat met EES-gegevens moet werken. Deze geheimhoudingsplicht blijft gelden nadat dit personeel zijn functie of dienstverband heeft beëindigd of zijn werkzaamheden heeft stopgezet.

Artikel 25 Nationale verantwoordelijkheden

1.           Elke lidstaat is verantwoordelijk voor:

a)           de ontwikkeling van het nationale systeem en de verbinding met het EES;

b)           de organisatie, het beheer, het gebruik en het onderhoud van zijn nationale systeem; en

c)           het beheer en de regelingen op grond waarvan naar behoren gemachtigde personeelsleden van de bevoegde nationale autoriteiten overeenkomstig deze verordening toegang hebben tot het EES, en de opstelling en regelmatige bijwerking van een lijst van de betrokken personeelsleden en hun profiel.

2.           Elke lidstaat wijst een nationale autoriteit aan die de in artikel 7 bedoelde bevoegde autoriteiten toegang tot het EES biedt, en verbindt deze nationale autoriteit met het netwerkaansluitpunt.

3.           Elke lidstaat maakt voor de verwerking van de gegevens gebruik van geautomatiseerde procedures.

4.           Alvorens te worden gemachtigd om in het EES opgeslagen gegevens te verwerken, krijgt het personeel van de autoriteiten met recht op toegang tot het EES een passende opleiding over de regels inzake gegevensbeveiliging en -bescherming.

5.           De kosten in verband met de nationale systemen en met het hosten van de nationale interface komen ten laste van de begroting van de Unie.

Artikel 26 Verantwoordelijkheid voor het gebruik van gegevens

1.           Elke lidstaat ziet erop toe dat de in het EES opgeslagen gegevens op rechtmatige wijze worden verwerkt en dat met name alleen naar behoren gemachtigde personeelsleden toegang tot de gegevens hebben voor de uitvoering van hun taken overeenkomstig de artikelen 15 tot 19 van deze verordening. De bevoegde lidstaat ziet er in het bijzonder op toe dat:

a)           de gegevens op rechtmatige wijze worden verzameld;

b)           de gegevens op rechtmatige wijze in het EES worden ingevoerd;

c)           de gegevens accuraat en up-to-date zijn wanneer zij naar het EES worden gezonden.

2.           Het Agentschap ziet erop toe dat het EES wordt gebruikt overeenkomstig deze verordening en de in artikel 23 bedoelde handelingen. Dit houdt met name in dat het Agentschap:

a)           onverminderd de op elke lidstaat rustende verantwoordelijkheden, de nodige maatregelen neemt ter beveiliging van het centraal systeem en de communicatie-infrastructuur tussen het centraal systeem en de netwerkaansluitpunten;

b)           erop toeziet dat alleen naar behoren gemachtigde personeelsleden toegang tot de in het EER verwerkte gegevens hebben voor de uitvoering van de taken van het Agentschap overeenkomstig deze verordening.

3.           Het Agentschap stelt het Europees Parlement, de Raad en de Commissie in kennis van de maatregelen die het op grond van lid 2 neemt voor de ingebruikneming van het EES.

Artikel 27 Doorgifte van gegevens aan derde landen, internationale organisaties en particulieren

1.           De in het EES opgeslagen gegevens worden niet doorgegeven aan of ter beschikking gesteld van derde landen, internationale organisaties of particulieren.

2.           In afwijking van het bepaalde in lid 1 mogen de in artikel 11, lid 1, onder a), b) en c), en in artikel 12, lid 1, bedoelde gegevens worden doorgegeven aan of ter beschikking worden gesteld van een derde land of een internationale organisatie die is opgenomen in de bijlage, indien dit in individuele gevallen noodzakelijk is om de identiteit van een onderdaan van een derde land vast te stellen, mede met het oog op terugkeer, en uitsluitend indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)           de Commissie heeft een besluit genomen over de passende bescherming van persoonsgegevens in dat derde land overeenkomstig artikel 25, lid 6, van Richtlijn 95/46/EG, of er is een overnameovereenkomst van kracht tussen de Gemeenschap en dat derde land, of de bepalingen van artikel 26, lid 1, onder d), van Richtlijn 95/46/EG zijn van toepassing;

b)           het derde land of de internationale organisatie stemt ermee in de gegevens alleen te gebruiken voor het doel waarvoor zij zijn verstrekt;

c)           de gegevens worden doorgegeven of ter beschikking gesteld overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het recht van de Unie, met name overnameovereenkomsten, en de nationale wetgeving van de lidstaat die de gegevens heeft doorgegeven of ter beschikking heeft gesteld, met inbegrip van de wettelijke bepalingen inzake gegevensbeveiliging en -bescherming; en

d)           de lidstaat die de gegevens in het EES heeft ingevoerd, heeft ermee ingestemd.

3.           De doorgifte van persoonsgegevens aan derde landen of internationale organisaties overeenkomstig lid 2 laat de rechten van vluchtelingen en personen die om internationale bescherming verzoeken, onverlet, met name ten aanzien van non-refoulement.

Artikel 28 Gegevensbeveiliging

1.           De bevoegde lidstaat zorgt voor de beveiliging van de gegevens vóór en tijdens de verzending ervan naar het netwerkaansluitpunt. Elke lidstaat zorgt voor de beveiliging van de gegevens die hij van het EES ontvangt.

2.           Elke lidstaat stelt met betrekking tot zijn nationale systeem de nodige maatregelen vast, met inbegrip van een beveiligingsplan, om:

a)           gegevens fysiek te beschermen, onder meer met noodplannen ter bescherming van vitale infrastructuur;

b)           onbevoegden de toegang te ontzeggen tot de nationale installaties waarin de lidstaat handelingen verricht in overeenstemming met het doel van het EES (controle op de toegang tot de installatie);

c)           te voorkomen dat onbevoegden de gegevensdragers lezen, kopiëren, wijzigen of verwijderen (controle op de gegevensdragers);

d)           te verhinderen dat onbevoegden gegevens invoeren of opgeslagen persoonsgegevens inzien, wijzigen of verwijderen (opslagcontrole);

e)           te voorkomen dat gegevens onrechtmatig in het EES worden verwerkt en dat in het EES verwerkte gegevens onrechtmatig worden gewijzigd of verwijderd (controle op het invoeren van gegevens);

f)            te waarborgen dat degenen die bevoegd zijn om het EES te raadplegen, uitsluitend toegang hebben tot de gegevens waarop hun toegangsbevoegdheid betrekking heeft, en uitsluitend met persoonlijke gebruikersidentiteiten en geheime toegangsprocedures (controle op de toegang tot de gegevens);

g)           te waarborgen dat alle autoriteiten met toegangsrecht tot het EES profielen opstellen waarin de taken en verantwoordelijkheden worden omschreven van de personen die bevoegd zijn om gegevens in te voeren, te wijzigen, te verwijderen, te raadplegen en te doorzoeken, en deze profielen desgevraagd en onverwijld ter beschikking te stellen aan de toezichthoudende autoriteiten (personeelsprofielen);

h)           te waarborgen dat kan worden nagegaan en vastgesteld aan welke instanties persoonsgegevens door middel van datatransmissieapparatuur mogen worden doorgegeven (controle op de doorgifte);

i)            te waarborgen dat kan worden nagegaan en vastgesteld welke gegevens wanneer, door wie en met welk doel in het EES zijn verwerkt (controle op de opslag van gegevens);

j)            te voorkomen, in het bijzonder door middel van passende versleutelingstechnieken, dat bij de doorgifte van persoonsgegevens van en naar het EES of gedurende het transport van gegevensdragers de gegevens onrechtmatig worden gelezen, gekopieerd, gewijzigd of verwijderd (controle op het transport);

k)           de doelmatigheid van de in dit lid bedoelde beveiligingsmaatregelen te controleren en met betrekking tot de interne controle de nodige organisatorische maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat deze verordening wordt nageleefd (interne controle).

3.           Het Agentschap neemt de nodige maatregelen ter verwezenlijking van de doelstellingen van lid 2 ten aanzien van de werking van het EES, met inbegrip van de vaststelling van een beveiligingsplan.

Artikel 29 Aansprakelijkheid

1.           Iedere persoon of lidstaat die als gevolg van onrechtmatige gegevensverwerking of een andere met deze verordening strijdige handeling schade heeft geleden, is gerechtigd om van de lidstaat die voor de geleden schade verantwoordelijk is, vergoeding te ontvangen. De betrokken lidstaat wordt geheel of gedeeltelijk van zijn aansprakelijkheid ontheven indien hij kan aantonen dat hij niet verantwoordelijk is voor het feit dat de schade heeft veroorzaakt.

2.           Indien het schade aan het EES onstaat doordat een lidstaat zijn verplichtingen uit hoofde van deze verordening niet is nagekomen, is deze lidstaat aansprakelijk, tenzij en voor zover het Agentschap of een andere lidstaat die aan het EES deelneemt, heeft nagelaten redelijke stappen te ondernemen om het optreden van de schade te voorkomen of de omvang ervan zo veel mogelijk te beperken.

3.           Op vorderingen tegen een lidstaat tot vergoeding van de in de leden 1 en 2 bedoelde schade zijn de bepalingen van de nationale wetgeving van de verwerende lidstaat van toepassing.

Artikel 30 Registratie van gegevensverwerkingsactiviteiten

1.           De lidstaten en het Agentschap registreren alle gegevensverwerkingsactiviteiten in het EES. Geregistreerd worden het doel van de toegang als bedoeld in artikel 7, de datum en het tijdstip, het soort doorgegeven gegevens als bedoeld in de artikelen 11 tot en met 14, het soort bij het zoeken gebruikte gegevens als bedoeld in de artikelen 15 tot en met 19, en de naam van de autoriteit die de gegevens invoert of opvraagt. Voorts registreert elke lidstaat de personeelsleden die naar behoren gemachtigd zijn de gegevens in te voeren of op te vragen.

2.           De geregistreerde gegevens mogen uitsluitend worden gebruikt voor het toezicht op de toelaatbaarheid van de gegevensverwerking vanuit een oogpunt van gegevensbescherming en voor het verzekeren van de gegevensbeveiliging. De geregistreerde gegevens worden met passende maatregelen tegen ongeoorloofde toegang beschermd en na één jaar na het verstrijken van de in artikel 20 bedoelde bewaringstermijn gewist, indien zij niet voor reeds aangevangen controleprocedures noodzakelijk zijn.

Artikel 31 Interne controle

De lidstaten zorgen ervoor dat elke instantie met toegangsrecht tot EES-gegevens de nodige maatregelen treft met het oog op de naleving van deze verordening en, indien nodig, medewerking verleent aan de toezichthoudende autoriteit.

Artikel 32 Sancties

De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat elk misbruik van in het EES ingevoerde gegevens wordt bestraft door middel van sancties, bijvoorbeeld administratieve en/of strafrechtelijke sancties overeenkomstig het nationale recht, die doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

HOOFDSTUK VI Rechten en toezicht op het gebied van gegevensbescherming

Artikel 33 Recht op informatie

1.           Personen wier gegevens in het EES worden opgeslagen, worden door de bevoegde lidstaat geïnformeerd over:

a)           de identiteit van de in artikel 37, lid 4, bedoelde voor de verwerking verantwoordelijke;

b)           het doel van de verwerking van de gegevens in het EES;

c)           de categorieën gegevensontvangers;

d)           de bewaringstermijn van de gegevens;

e)           het feit dat het verzamelen van de gegevens verplicht is omdat moet worden nagegaan of aan de inreisvoorwaarden is voldaan;

f)            het recht op toegang tot de hen betreffende gegevens en het recht te verzoeken om hen betreffende onjuiste gegevens recht te laten zetten of hen betreffende onrechtmatig verwerkte gegevens te laten verwijderen, met inbegrip van het recht op het ontvangen van informatie over de procedures om die rechten te doen gelden en van de contactgegevens van de nationale toezichthoudende autoriteiten, of eventueel de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, die bevoegd zijn kennis te nemen van verzoeken betreffende de bescherming van persoonsgegevens.

2.           De in lid 1 bedoelde informatie wordt schriftelijk verstrekt.

Artikel 34 Recht van toegang, rechtzetting en verwijdering

1.           Eenieder heeft, onverminderd de verplichting tot het verstrekken van andere informatie zoals bedoeld in artikel 12, onder a), van Richtlijn 95/46/EG, het recht te vernemen welke gegevens over hem in het EES zijn opgeslagen en welke lidstaat deze gegevens aan het EES heeft doorgegeven. Deze toegang tot gegevens kan slechts door een lidstaat worden verleend. Elke lidstaat registreert alle verzoeken om toegang.

2.           Eenieder kan verzoeken dat hem betreffende onjuiste gegevens worden rechtgezet en dat onrechtmatig opgeslagen gegevens worden verwijderd. De rechtzetting en de verwijdering worden onverwijld door de bevoegde lidstaat uitgevoerd, overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van die lidstaat.

3.           Indien het in lid 2 bedoelde verzoek tot een andere dan de bevoegde lidstaat wordt gericht, nemen de autoriteiten van de lidstaat waarbij het verzoek werd ingediend binnen 14 dagen contact op met de autoriteiten van de bevoegde lidstaat.       De bevoegde lidstaat controleert binnen een maand de juistheid van de gegevens en de rechtmatigheid van de verwerking ervan in het EES.

4.           Indien blijkt dat de in het EES opgeslagen gegevens onjuist zijn of onrechtmatig zijn opgeslagen, worden zij door de bevoegde lidstaat overeenkomstig artikel 21 rechtgezet of verwijderd. De bevoegde lidstaat deelt de betrokkene onverwijld schriftelijk mee het nodige te hebben gedaan om de gegevens die op de betrokkene betrekking hebben, recht te zetten of te verwijderen.

5.           Indien de bevoegde lidstaat niet van oordeel is dat de in het EES opgeslagen gegevens onjuist zijn of daarin onrechtmatig zijn opgeslagen, deelt die lidstaat de betrokkene onverwijld schriftelijk mee waarom hij niet bereid is om gegevens die op de betrokkene betrekking hebben, recht te zetten of te verwijderen.

6.           De bevoegde lidstaat licht de betrokkene ook in over de stappen die deze kan ondernemen indien hij geen genoegen neemt met de verstrekte uitleg. Dit houdt mede in dat de betrokkene wordt ingelicht over de wijze waarop hij een rechtsvordering kan instellen of een klacht kan indienen bij de bevoegde autoriteiten of bij de rechter van die lidstaat, alsmede over de bijstand, onder meer van de toezichthoudende autoriteiten, die hem overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van die lidstaat kan worden verleend.

Artikel 35 Samenwerking om het recht op gegevensbescherming te waarborgen

1.           De lidstaten werken er actief aan mee dat de in artikel 34 genoemde rechten kunnen worden uitgeoefend.

2.           In elke lidstaat verleent de toezichthoudende autoriteit overeenkomstig artikel 28, lid 4, van Richtlijn 95/46/EG de betrokkene desgevraagd bijstand en advies bij de uitoefening van zijn recht op rechtzetting of verwijdering van de op hem betrekking hebbende gegevens.

3.           De toezichthoudende autoriteit van de bevoegde lidstaat die de gegevens heeft doorgegeven en de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaten waarbij het verzoek werd ingediend, werken daartoe actief samen.

Artikel 36 Rechtsmiddelen

1.           In elke lidstaat heeft eenieder het recht een rechtsvordering in te stellen of een klacht in te dienen bij de bevoegde autoriteiten of rechter van die lidstaat die hem de bij artikel 35 geboden rechten inzake toegang tot en rechtzetting of verwijdering van gegevens die op hem betrekking hebben, heeft ontzegd.

2.           Gedurende dergelijke procedures blijft de bijstand van de nationale toezichthoudende autoriteiten beschikbaar.

Artikel 37 Toezicht door toezichthoudende autoriteit

1.           De toezichthoudende autoriteit houdt toezicht op de rechtmatigheid van de verwerking van de in artikel 11 tot en met 14 bedoelde persoonsgegevens door de betrokken lidstaat, met inbegrip van de doorgifte van die gegevens naar en van het EES.

2.           De toezichthoudende autoriteit zorgt ervoor dat ten minste om de vier jaar een audit van de gegevensverwerking in het nationale systeem wordt verricht overeenkomstig de desbetreffende internationale auditnormen.

3.           De lidstaten zorgen ervoor dat hun toezichthoudende autoriteit over voldoende middelen beschikt om haar taken uit hoofde van deze verordening te kunnen vervullen.

4.           Elke lidstaat wijst voor de verwerking van persoonsgegevens in het EES de autoriteit aan die moet worden beschouwd als de voor de verwerking verantwoordelijke in de zin van artikel 2, onder d), van Richtlijn 95/46/EG en die de centrale verantwoordelijkheid voor de gegevensverwerking door deze lidstaat heeft. Elke lidstaat deelt de naam van deze autoriteit mee aan de Commissie.

5.           Elke lidstaat verstrekt de door de toezichthoudende autoriteiten gevraagde informatie en in het bijzonder informatie over de in overeenstemming met artikel 28 verrichte activiteiten, biedt deze autoriteiten inzage in de in artikel 30 bedoelde geregistreerde gegevens en verleent deze te allen tijde toegang tot al zijn gebouwen en terreinen.

Artikel 38 Toezicht door de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

1.           De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming controleert of de verwerking van persoonsgegevens door het Agentschap in overeenstemming met deze verordening geschiedt. De in de artikelen 46 en 47 van Verordening (EG) nr. 45/2001 genoemde taken en bevoegdheden zijn van overeenkomstige toepassing.

2.           De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming zorgt ervoor dat ten minste om de vier jaar een audit van de activiteiten van het Agentschap op het gebied van de verwerking van persoonsgegevens wordt verricht overeenkomstig de desbetreffende internationale auditnormen. Het auditrapport wordt toegezonden aan het Europees Parlement, de Raad, het Agentschap, de Commissie en de toezichthoudende autoriteiten. Voordat het rapport wordt aangenomen, wordt het Agentschap in de gelegenheid gesteld opmerkingen in te dienen.

3.           Het Agentschap verstrekt de door de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming gevraagde informatie, biedt deze inzage in al zijn documenten en tot de in artikel 30 bedoelde geregistreerde gegevens en verleent deze te allen tijde toegang tot al zijn gebouwen en terreinen.

Artikel 39 Samenwerking tussen de toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

1.           De toezichthoudende autoriteiten en de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming werken, elk binnen hun eigen bevoegdheden en in het kader van hun eigen verantwoordelijkheden, actief samen en zorgen voor een gecoördineerd toezicht op het EES en de nationale systemen.

2.           Zij wisselen, elk binnen hun eigen bevoegdheden, relevante informatie uit, staan elkaar bij in de uitvoering van audits en inspecties, behandelen problemen bij de uitlegging of toepassing van deze verordening, behandelen problemen bij de uitoefening van het onafhankelijk toezicht of bij de uitoefening van de rechten van de personen wier gegevens worden verwerkt, formuleren geharmoniseerde voorstellen voor gemeenschappelijke oplossingen voor problemen, en vestigen zo nodig de aandacht op gegevensbeschermingsrechten.

3.           Daartoe komen de toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming elk jaar ten minste tweemaal bijeen. De kosten van deze bijeenkomsten komen ten laste van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. Tijdens de eerste bijeenkomst wordt een reglement van orde vastgesteld. Indien nodig worden in onderling overleg verdere werkmethoden vastgesteld.

4.           Om de twee jaar wordt een gezamenlijk activiteitenverslag toegezonden aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en het Agentschap. Het verslag bevat een hoofdstuk van elke lidstaat, dat door de toezichthoudende autoriteit van de betrokken lidstaat wordt opgesteld.

HOOFDSTUK VII Slotbepalingen

Artikel 40 Gebruik van gegevens voor verslagen en statistieken

1.           De naar behoren gemachtigde personeelsleden van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, van het Agentschap en van Frontex mogen, uitsluitend met het oog op het opstellen van verslagen en statistieken en zonder dat daarbij personen kunnen worden geïdentificeerd, de volgende gegevens raadplegen:

a)           de statusinformatie;

b)           de nationaliteit van de onderdaan van het derde land;

c)           de lidstaat, datum en grensdoorlaatpost van inreis en de lidstaat, datum en grensdoorlaatpost van uitreis;

d)           het soort reisdocument;

e)           het aantal personen dat de toegestane verblijfsduur heeft overschreden als bedoeld in artikel 10;

f)            de gegevens betreffende ingetrokken of verlengde vergunningen tot verblijf;

g)           de autoriteit die het visum heeft afgegeven, voor zover van toepassing;

h)           het aantal personen dat op grond van artikel 12, leden 2 en 3, is vrijgesteld van de verplichting om vingerafdrukken te laten afnemen.

Artikel 41 Ingebruikneming

1.           De Commissie stelt de datum vast waarop het EES in gebruik wordt genomen, nadat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)           de in artikel 23 bedoelde maatregelen zijn goedgekeurd;

b)           het Agentschap heeft verklaard dat een uitgebreide test van het EES, die het samen met de lidstaten heeft uitgevoerd, met succes is afgesloten, en

c)           de lidstaten hebben de technische en wettelijke regelingen om de in de artikelen 11 tot en met 14 bedoelde gegevens te verzamelen en aan het EES door te geven, gevalideerd en ter kennisgeving aan de Commissie gezonden.

2.           De Commissie stelt het Europees Parlement in kennis van de resultaten van de overeenkomstig lid 1, onder b), uitgevoerde test.

3.           Het in lid 1 bedoelde besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad.

Artikel 42 Comitéprocedure

1.           De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dit comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.           Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 43 Kennisgevingen en mededelingen

1.         De lidstaten geven de Commissie kennis van het volgende:

a)           de autoriteit die moet worden beschouwd als de in artikel 37 bedoelde voor de verwerking verantwoordelijke;

b)           de nodige technische en wettelijke regelingen bedoeld in artikel 41.

2.           De lidstaten delen het Agentschap mee welke in artikel 7 bedoelde bevoegde autoriteiten toegang hebben tot het EES om gegevens in te voeren, te wijzigen, te verwijderen, te raadplegen of te doorzoeken.

3.           Het Agentschap deelt de Commissie mee dat de in artikel 41, lid 1, onder b), bedoelde test met succes is afgesloten.

De Commissie stelt de haar op grond van lid 1, onder a), ter kennis gebrachte informatie ter beschikking van de lidstaten en het publiek door middel van een permanent bijgewerkt elektronisch register.

Artikel 44 Adviesgroep

Het Agentschap richt een adviesgroep op, die het Agentschap expertise levert met betrekking tot het EES, in het bijzonder bij de opstelling van het jaarlijkse werkprogramma en van het jaarlijkse activiteitenverslag.

Artikel 45  Opleiding

Het Agentschap vervult taken met betrekking tot de in artikel 25, lid 4, bedoelde opleiding.

Artikel 46 Toezicht en evaluatie

1.           Het Agentschap zorgt ervoor dat er procedures zijn om de technische resultaten, de kosteneffectiviteit, de beveiliging en de kwaliteit van de dienstverlening van het EES te toetsen aan de doelstellingen.

2.           Met het oog op het technisch onderhoud heeft het Agentschap toegang tot de vereiste informatie over de in het EES verrichte gegevensverwerkingsactiviteiten.

3.           Twee jaar na de ingebruikneming van het EES, en vervolgens om de twee jaar, legt het Agentschap aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie een verslag voor over de technische werking en de beveiliging van het EES.

4.           Twee jaar na de ingebruikneming van het EES, en vervolgens om de vier jaar, verricht de Commissie een algemene evaluatie van het EES. In deze algemene evaluatie worden de bereikte resultaten getoetst aan de doelstellingen en wordt nagegaan of de uitgangspunten nog relevant zijn, hoe deze verordening is toegepast, hoe het met de beveiliging van het EES is gesteld en welke gevolgen een en ander voor toekomstige werkzaamheden heeft. De Commissie legt het evaluatieverslag voor aan het Europees Parlement en de Raad.

5.           Bij de eerste evaluatie wordt specifiek nagegaan welke bijdrage het inreis-uitreissysteem kan leveren aan de bestrijding van terroristische misdrijven en andere zware criminaliteit en wordt ingegaan op de kwestie van de toegang tot de gegevens in het systeem voor rechtshandhavingsdoeleinden en op de vragen of, en zo ja, onder welke voorwaarden die toegang kan worden verleend, of de bewaringstermijn moet worden aangepast en of autoriteiten van derde landen toegang moeten krijgen, waarbij rekening wordt gehouden met de werking van het EES en de resultaten van de toepassing van het VIS.

6.           De lidstaten verstrekken het Agentschap en de Commissie de informatie die nodig is om de in de leden 3 en 4 bedoelde verslagen op te stellen overeenkomstig de door de Commissie en/of het Agentschap te bepalen kwantitatieve indicatoren.

7.           Het Agentschap verstrekt de Commissie de informatie die nodig is om de in de leden 4 en 5 bedoelde algemene evaluaties op te stellen.

Artikel 47 Inwerkingtreding en toepasselijkheid

1.           Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2.           Zij is van toepassing met ingang van de in artikel 41, eerste alinea, bedoelde datum.

3.           De artikelen 23 tot en met 25, 28, en 41 tot en met 45 zijn van toepassing met ingang van de in lid 1 bedoelde datum.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in alle lidstaten, overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement                       Voor de Raad

De voorzitter                                                  De voorzitter

Bijlage

Lijst van internationale organisaties bedoeld in artikel 27, lid 2

1.         VN-organisaties (zoals het UNHCR);

2.         Internationale Organisatie voor Migratie (IOM);

3.         Het Internationale Comité van het Rode Kruis.

FINANCIEEL MEMORANDUM VOOR VOORSTELLEN

1.           KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

              1.1.    Benaming van het voorstel/initiatief

              1.2.    Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur

              1.3.    Aard van het voorstel/initiatief

              1.4.    Doelstelling(en)

              1.5.    Motivering van het voorstel/initiatief

              1.6.    Duur en financiële gevolgen

              1.7.    Beheersvorm(en)

2.           BEHEERSMAATREGELEN

              2.1.    Regels inzake het toezicht en de verslagen

              2.2.    Beheers- en controlesysteem

              2.3.    Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

3.           GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

              3.1.    Rubriek(en) van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

              3.2.    Geraamde gevolgen voor de uitgaven

              3.2.1. Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

              3.2.2. Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

              3.2.3. Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

              3.2.4. Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader

              3.2.5. Bijdrage van derden aan de financiering

              3.3.    Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

FINANCIEEL MEMORANDUM VOOR VOORSTELLEN

1. KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 1.1. Benaming van het voorstel/initiatief

Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES) voor de registratie van inreis- en uitreisgegevens van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen van de Europese Unie overschrijden, mits de wetgevende autoriteit haar goedkeuring hecht aan het voorstel tot vaststelling, als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid, van het instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa (COM(2011) 750 definitief), alsook aan het voorstel voor een Verordening van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (COM(2011)398), en mits, gelet op het uitgavenplafond, voldoende middelen op het betrokken begrotingsonderdeel beschikbaar zijn.

1.2. Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur[35]

Beleidsterrein: Binnenlandse zaken (titel 18)

1.3. Aard van het voorstel/initiatief

x Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie

¨ Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie na een proefproject/een voorbereidende actie[36]

¨ Het voorstel/initiatief betreft de verlenging van een bestaande actie

¨ Het voorstel/initiatief betreft een actie die wordt omgebogen naar een nieuwe actie

1.4. Doelstellingen 1.4.1. De met het voorstel/initiatief beoogde strategische meerjarendoelstelling(en) van de Commissie

In het programma van Stockholm, dat de Europese Raad in december 2009 overeenkwam, werd opnieuw gesteld dat een inreis-uitreissysteem (EES) de lidstaten de mogelijkheid zou bieden doeltreffend gegevens uit te wisselen en tegelijkertijd de gegevensbescherming te garanderen. Daarom is in het actieplan ter uitvoering van het programma van Stockholm het voorstel opgenomen een EES op te zetten. De financiering van de ontwikkeling van het slimmegrenzenpakket is een van de prioriteiten van het Fonds voor interne veiligheid (ISF)[37].

1.4.2. Specifieke doelstelling(en) en betrokken ABM/ABB-activiteiten

Doel van het EES is het beheer van de buitengrenzen en de bestrijding van onregelmatige migratie te verbeteren door:

de inreis- en uitreisgegevens te registreren van onderdanen van derde landen die voor een kort verblijf worden toegelaten;

de toegestane verblijfsduur van onderdanen van derde landen die worden toegelaten voor een kort verblijf te berekenen en te controleren;

gegevens over de inreis en uitreis van onderdanen van derde landen te verzamelen voor analyse.

Betrokken ABM/ABB-activiteit(en)

Activiteiten: Solidariteit – Buitengrenzen, terugkeer, visumbeleid en vrij verkeer van personen (hoofdstuk 18 02)

1.4.3. Verwachte resulta(a)t(en) en gevolg(en)

Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen

Het systeem levert aan alle bevoegde autoriteiten van de lidstaten nauwkeurige informatie over personen die de toegestane verblijfsduur overschrijden, waardoor onregelmatige immigranten kunnen worden opgepakt en teruggestuurd en onregelmatige immigratie in het algemeen kan worden bestreden.

Het systeem levert nauwkeurige informatie op over het aantal personen dat de buitengrenzen van de EU jaarlijks overschrijdt, uitgesplitst naar nationaliteit en plaats van grensoverschrijding. Ook over personen die de toegestane verblijfsduur overschrijden is dergelijke gedetailleerde informatie beschikbaar, waardoor veel duidelijker wordt of voor onderdanen van een bepaald derde land al dan niet de visumplicht zou moeten gelden.

Het systeem zal essentiële informatie opleveren voor de behandeling van (nieuwe en herhaalde) aanvragen van onderdanen van derde landen voor het programma voor geregistreerde reizigers (RTP). Bovendien zal het de bevoegde autoriteiten de informatie verschaffen die zij nodig hebben om ervoor te zorgen dat onderdanen van derde landen die deelnemen aan het RTP volledig voldoen aan alle voorwaarden, zoals de inachtneming van de toegestane verblijfsduur.

De autoriteiten kunnen controleren of regelmatige reizigers met meervoudige visa de toegestane verblijfsduur in het Schengengebied niet overschrijden.

1.4.4. Resultaat- en effectindicatoren

Vermeld de indicatoren aan de hand waarvan kan worden nagegaan in hoeverre het voorstel/initiatief is uitgevoerd.

Tijdens de ontwikkeling

Na de goedkeuring van het ontwerpvoorstel en de vaststelling van de technische specificaties wordt het technische systeem ontwikkeld door een externe contractant. De systemen worden op centraal en nationaal niveau ontwikkeld, waarbij het IT-Agentschap zorgt voor de algehele coördinatie. Het IT-Agentschap stelt in samenwerking met alle belanghebbenden een algemeen governance-kader vast. Zoals gebruikelijk bij de ontwikkeling van dergelijke systemen worden bij aanvang van het project een projectbeheersplan en een kwaliteitsborgingsplan vastgesteld. Deze plannen moeten onder meer overzicht bieden aan de hand van specifieke indicatoren voor:

          - de algehele voortgang van het project,

- de ontwikkeling volgens het overeengekomen schema (mijlpalen),

- het risicobeheer,

- het beheer van (personele en financiële) middelen volgens de overeengekomen toewijzingen,

- de organisatorische capaciteit…

Wanneer het systeem operationeel is

In artikel 46 over toezicht en evaluatie staat:

"3.      Twee jaar na de ingebruikneming van het EES, en vervolgens om de twee jaar, legt het Agentschap aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie een verslag voor over de technische werking en de beveiliging van het EES.

4.       Twee jaar na de ingebruikneming van het EES, en vervolgens om de vier jaar, stelt de Commissie een algemene evaluatie van het EES op. In deze algemene evaluatie worden de bereikte resultaten afgezet tegen de doelstellingen, en wordt nagegaan of de uitgangspunten nog gelden, hoe deze verordening is toegepast, hoe de beveiliging van het EES is en welke gevolgen een en ander voor toekomstige werkzaamheden heeft. De Commissie legt het evaluatieverslag voor aan het Europees Parlement en de Raad.”

Bij die evaluatie gaat het vooral om de indicatoren betreffende het aantal personen dat de toegestane verblijfsduur overschrijdt en de gegevens over het tijdstip van de grensoverschrijding, waarvoor ook naar de ervaringen met het VIS wordt gekeken. Daarnaast wordt grondig geanalyseerd of de gegevens zouden moeten kunnen worden geraadpleegd voor rechtshandhavingsdoeleinden. De Commissie legt de evaluatieverslagen voor aan het Europees Parlement en de Raad.

Specifieke doelstelling: grenscontroles doeltreffender maken door bij de in- en uitreis de toegestane verblijfsduur te controleren, en de beoordeling van het risico van overschrijding van de toegestane verblijfsduur verbeteren.

Indicator: gemiddelde wachttijd bij grensdoorlaatposten;

aantal personen van wie bij de grensdoorlaatpost wordt vastgesteld dat zij de toegestane verblijfsduur hebben overschreden;

systeembeschikbaarheid.

Specifieke doelstelling: betrouwbare informatie aanreiken waarop de EU en de lidstaten hun beleidskeuzes op het gebied van visa en migratie kunnen baseren.

Indicator: aantal gemelde personen dat de toegestane verblijfsduur overschrijdt, per categorie (visumplichtig/niet-visumplichtig), per soort grens (land/zee/lucht), per lidstaat en per land van herkomst/nationaliteit.

Specifieke doelstelling: onregelmatige immigranten in het gebied identificeren en opsporen, met name degenen die de toegestane verblijfsduur hebben overschreden, en meer mogelijkheden voor terugkeer scheppen.

Indicator: aantal meldingen dat leidt tot de aanhouding van personen die de toegestane verblijfsduur hebben overschreden.

Specifieke doelstelling: de grondrechten van onderdanen van derde landen waarborgen, met name de bescherming van persoonsgegevens en het recht op privacy.

Indicator: aantal valse hits van inreis-uitreisnotities.

Aantal klachten van personen bij de nationale gegevensbeschermingsautoriteiten.

1.5. Motivering van het voorstel/initiatief 1.5.1. Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien

Onregelmatige immigratie in de EU stelt alle lidstaten voor een probleem. De meeste onregelmatige migranten zijn mensen die de Europese Unie legaal zijn binnengekomen, maar die de toegestane verblijfsduur hebben overschreden. Volgens het EU-recht mogen onderdanen van derde landen in het algemeen voor een kort verblijf van maximaal drie maanden per zes maanden naar de EU komen.

Het EES is een instrument dat de Europese Unie basisinformatie verschaft over de onderdanen van derde landen die de EU binnenkomen en verlaten. Dergelijke informatie is onontbeerlijk voor een houdbaar en redelijk beleid op het gebied van migratie en asiel. Het huidige systeem van stempels in paspoorten brengt problemen met zich, niet alleen wat de handhaving betreft maar ook als het gaat om het informeren van mensen over hun rechten, bijvoorbeeld over het precieze aantal dagen dat zij in het Schengengebied mogen blijven na een aantal verblijven van enkele dagen. Bovendien kunnen de lidstaten onmogelijk gegevens uitwisselen zolang die alleen in het paspoort worden vermeld. In het huidige systeem zijn ook geen gegevens beschikbaar in het geval het gestempelde document wordt vervangen of verloren raakt.

Het EES maakt het mogelijk de duur van het verblijf van onderdanen van derde landen te berekenen en te controleren of iemand de toegestane verblijfsduur overschrijdt, ook bij het verrichten van controles binnen het Schengengebied. Op dit moment is het stempelen van de inreis- en uitreisdatum in reisdocumenten het enige instrument waarover grenswachters en immigratieautoriteiten beschikken. De tijd die iemand in het Schengengebied heeft doorgebracht, wordt berekend aan de hand van de stempels, maar die zijn vaak moeilijk te interpreteren; soms zijn zij onleesbaar of vervalst. Dit maakt het zowel tijdrovend als moeilijk om de tijd die in het Schengengebied is doorgebracht precies te berekenen op basis van stempels in reisdocumenten.

1.5.2. Toegevoegde waarde van de deelname van de EU

Geen enkele lidstaat kan zelfstandig een gemeenschappelijk, interoperabel inreis-uitreissysteem opzetten. Net als bij alle andere activiteiten die verband houden met het beheer van de migratiestromen en bedreigingen van de veiligheid, kan op dit gebied meer worden bereikt met middelen uit de EU-begroting.

De afschaffing van de controles aan de binnengrenzen moet gepaard gaan met gemeenschappelijke maatregelen om de buitengrenzen van de Unie doeltreffend te controleren en te bewaken. Sommige lidstaten hebben door hun specifieke geografische ligging en de lengte van de buitengrens van de Unie die zij moeten beheren, een zware last te dragen. De inreisvoorwaarden en grenscontroles voor onderdanen van derde landen zijn door middel van het EU-recht geharmoniseerd. Dat iemand het Schengengebied kan binnenkomen via een grensdoorlaatpost in een lidstaat waar een nationaal inreis-uitreisregister wordt bijgehouden maar kan vertrekken via een grensdoorlaatpost waar niet met een dergelijk systeem wordt gewerkt, kan niet door de lidstaten afzonderlijk maar wel op EU-niveau worden ondervangen.

1.5.3. Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

Uit de ervaring die is opgedaan bij de ontwikkeling van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) en het visuminformatiesysteem (VIS) zijn de navolgende lessen getrokken.

1) Als mogelijke waarborg tegen kostenoverschrijdingen en vertragingen ten gevolge van veranderende eisen, mogen geen nieuwe informatiesystemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht worden ontwikkeld, zeker niet als het gaat om een grootschalig IT-systeem, voordat de desbetreffende rechtsinstrumenten waarin het doel, het toepassingsgebied, de functies en de technische details worden beschreven, definitief zijn vastgesteld.

2) Het is moeilijk gebleken om de nationale ontwikkelingen te financieren voor lidstaten die de diverse activiteiten niet in hun meerjarige programma hebben opgenomen of onvoldoende precisie aan de dag leggen bij de programmering in het kader van het Buitengrenzenfonds. Daarom bestrijkt het huidige voorstel ook de ontwikkelingskosten.

1.5.4. Samenhang en eventuele synergie met andere relevante instrumenten

Dit voorstel moet worden gezien in het kader van de voortgaande ontwikkeling van de geïntegreerde strategie voor grensbeheer van de Europese Unie, en in het bijzonder in dat van de mededeling inzake slimme grenzen[38], en in samenhang met het ISF-grenzenvoorstel[39], als onderdeel van het MFK. Het financieel memorandum bij het gewijzigde Commissievoorstel voor het Agentschap[40] dekt de kosten voor de bestaande IT-systemen Eurodac, SIS II en VIS, maar niet die voor de toekomstige grensbeheersystemen, waar het Agentschap nog niet wettelijk voor verantwoordelijk is. Derhalve dekt de bijlage bij het voorstel voor een Verordening van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020[41], in rubriek 3 "Veiligheid en burgerschap", de bestaande IT-systemen onder "IT-systemen" (822 miljoen EUR) en de toekomstige grensbeheersystemen onder "Interne veiligheid" (1,1 miljoen EUR op een totaal van 4,648 miljoen EUR). Binnen de Commissie is DG HOME verantwoordelijk voor de totstandbrenging van een ruimte van vrij verkeer waarin personen de binnengrenzen kunnen overschrijden zonder aan grenscontroles te worden onderworpen en waarvan de buitengrenzen op consistente wijze worden bewaakt en beheerd op EU-niveau. Er is sprake van synergie met het visuminformatiesysteem op de volgende punten:

a) voor visumhouders wordt het biometrisch matchingsysteem ook gebruikt voor inreis-uitreisdoeleinden;

b) het inreis-uitreissysteem is een aanvulling op het VIS. Het VIS bevat alleen gegevens over visumaanvragen en afgegeven visa, terwijl in het EES ook de concrete inreis- en uitreisgegeven die verband houden met de afgegeven visa worden opgeslagen;

c) verder zullen er synergieën zijn met het RTP, omdat de inreis- en uitreisgegevens van geregistreerde reizigers worden geregistreerd in het EES, dat wordt gebruikt om na te gaan of de toegestane duur van het verblijf in het Schengengebied in acht wordt genomen. Zonder het EES zouden er geen volautomatische grensovergangen voor geregistreerde reizigers kunnen worden ingevoerd. Bovendien is er geen risico van overlapping met soortgelijke initiatieven bij andere DG’s.

1.6. Duur en financiële gevolgen

¨ Voorstel/initiatief met een beperkte geldigheidsduur

– ¨  Voorstel/initiatief is van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ

– ¨ Financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ

x Voorstel/initiatief met een onbeperkte geldigheidsduur

– Voorbereidingsperiode van 2013 tot 2015 (vaststellen van het rechtskader)

– Ontwikkelingsperiode van 2015 tot 2017,

– gevolgd door een volledige uitvoering.

1.7. Beheersvorm(en)[42]

x Direct gecentraliseerd beheer door de Commissie

x Indirect gecentraliseerd beheer door uitvoeringstaken te delegeren aan:

– ¨  uitvoerende agentschappen

– x door de Unie opgerichte organen[43]

– ¨  nationale publiekrechtelijke organen of organen met een openbaredienstverleningstaak

– ¨  personen aan wie de uitvoering van specifieke acties in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in het betrokken basisbesluit in de zin van artikel 49 van het Financieel Reglement

¨ Gedeeld beheer met lidstaten

¨ Gedecentraliseerd beheer met derde landen

¨ Gezamenlijk beheer met internationale organisaties (geef aan welke)

Verstrek, indien meer dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder "Opmerkingen".

Opmerkingen

Het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling, als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid, van het instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa (COM(2011) 750) voorziet in artikel 15 in de financiering van de ontwikkeling van het inreis-uitreissysteem. Overeenkomstig artikel 58, lid 1, onder c), en artikel 60 van het nieuwe Financieel Reglement (gecentraliseerd indirect beheer) worden de uitvoerende taken van het voornoemde financiële programma toevertrouwd aan het IT-Agentschap.

Gedurende de periode 2015-2017 zullen alle ontwikkelingsactiviteiten door middel van een delegatieovereenkomst worden toevertrouwd aan het IT-Agentschap. Dit dekt de ontwikkeling van alle componenten van het project: het centrale systeem, de systemen van de lidstaten, de netwerken en de infrastructuur in de lidstaten.

Het is de bedoeling om bij de tussentijdse evaluatie in 2017 de resterende kredieten van de 513 miljoen EUR over te schrijven naar het begrotingsonderdeel betreffende het IT-agentschap voor de beheers- en onderhoudskosten van het centrale systeem en het netwerk en naar de nationale programma's voor de beheers- en onderhoudskosten van de nationale systemen, waaronder de kosten van infrastructuur (zie onderstaande tabel). Het financieel memorandum zal eind 2016 dienovereenkomstig worden herzien.

Blokken || Wijze van beheer || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020

Ontwikkeling centraal systeem || Indirect gecentraliseerd || X || X || X || || ||

Ontwikkeling lidstaten || Indirect gecentraliseerd || X || X || X || || ||

Onderhoud centraal systeem || Indirect gecentraliseerd || || || X || X || X || X

Onderhoud nationale systemen || Indirect gecentraliseerd || || || X || X || X || X

Netwerk (1) || Indirect gecentraliseerd || X || X || X || X || X || X

Infrastructuur lidstaten || Indirect gecentraliseerd || X || X || X || X || X || X

(1) ontwikkeling netwerk in 2015-2017, beheer netwerk in 2017-2020

2.  BEHEERSMAATREGELEN 2.1. Regels inzake het toezicht en de verslagen

Vermeld frequentie en voorwaarden.

De regels betreffende het toezicht op en de evaluatie van het EES zijn opgenomen in artikel 46 van het voorstel.

Artikel 46       Toezicht en evaluatie

1. Het Agentschap zorgt ervoor dat er procedures zijn om de technische resultaten, de kosteneffectiviteit, de beveiliging en de kwaliteit van de dienstverlening van het EES te toetsen aan de doelstellingen.

2. Met het oog op het technisch onderhoud heeft het Agentschap toegang tot de vereiste informatie over de in het EES verrichte gegevensverwerkingsactiviteiten.

3. Twee jaar na de ingebruikneming van het EES en vervolgens om de twee jaar, legt het Agentschap aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie een verslag voor over de technische werking en de beveiliging van het EES.

4. Twee jaar na de ingebruikneming van het EES en vervolgens om de vier jaar, stelt de Commissie een algemene evaluatie van het EES op. In deze algemene evaluatie worden de bereikte resultaten afgezet tegen de doelstellingen en wordt nagegaan of de uitgangspunten nog gelden, hoe deze verordening is toegepast, hoe de beveiliging van het EES is en welke gevolgen een en ander voor toekomstige werkzaamheden heeft. De Commissie legt het evaluatieverslag voor aan het Europees Parlement en de Raad.

5. Bij de eerste evaluatie wordt specifiek nagegaan hoe het inreis-uitreissysteem zou kunnen bijdragen tot de bestrijding van terroristische misdrijven en andere zware criminaliteit en wordt ingegaan op de kwestie van de toegang tot de gegevens in het systeem voor rechtshandhavingsdoeleinden en op de vraag onder welke voorwaarden die toegang eventueel kan worden verleend, of de bewaringstermijn moet worden aangepast en of autoriteiten van derde landen toegang moeten krijgen, waarbij rekening wordt gehouden met de werking van het EES en de resultaten van de toepassing van het VIS.

6. De lidstaten verstrekken het Agentschap en de Commissie de informatie die nodig is om de in de leden 3 en 4 bedoelde verslagen op te stellen overeenkomstig de door de Commissie en/of het Agentschap te bepalen kwantitatieve indicatoren.

7. Het Agentschap verstrekt de Commissie de informatie die nodig is om de in lid 4 bedoelde algemene evaluaties op te stellen.

2.2. Beheers- en controlesysteem 2.2.1. Mogelijke risico's

1) Moeilijkheden met de technische ontwikkeling van het systeem

De nationale IT-systemen van de lidstaten verschillen in technisch opzicht. Daarnaast kunnen de grenscontroleprocedures verschillen naargelang van de plaatselijke omstandigheden (beschikbare ruimte bij de grensdoorlaatpost, reizigersstromen enz.). Het EES moet worden geïntegreerd in de nationale IT-architectuur en de nationale grenscontroleprocedures. Daarbij komt dat de ontwikkeling van de nationale componenten van het systeem volledig moet zijn afgestemd op de centrale vereisten. Er zijn op dit gebied twee belangrijke risico’s vastgesteld:

a) het risico dat de lidstaten op verschillende wijze uitvoering geven aan technische en juridische aspecten van het EES, als gevolg van onvoldoende coördinatie tussen het centrale en nationale niveau;

b) het risico dat dit systeem op inconsistente wijze wordt gebruikt door de wijze waarop de lidstaten het EES in de bestaande grenscontroleprocedures integreren.

2) Moeilijkheden met de tijdige ontwikkeling van het systeem

Op grond van de ervaringen met de ontwikkeling van het VIS en SIS II wordt verwacht dat het voor de tenuitvoerlegging van het EES van cruciaal belang zal zijn dat een externe contractant het systeem tijdig ontwikkelt. Als expertisecentrum voor ontwikkeling en beheer van grootschalige IT-systemen wordt het IT-Agentschap ook verantwoordelijk voor het toewijzen en beheren van contracten, met name voor het uitbesteden van de ontwikkeling van het systeem. Het werken met een externe contractant bij deze ontwikkelingstaak houdt verscheidene risico's in:

a) met name het risico dat de contractant onvoldoende middelen uittrekt voor het project of een systeem ontwerpt en ontwikkelt dat niet geavanceerd is;

b) het risico dat de contractant de administratieve technieken en methoden voor grootschalige IT-projecten niet geheel in acht neemt om de kosten te drukken;

c) het bij de huidige economische crisis niet geheel denkbeeldige risico dat de contractant in financiële moeilijkheden komt door factoren die los staan van dit project.

2.2.2. Controlemiddel(en)

1) Het Agentschap moet een expertisecentrum worden op het gebied van de ontwikkeling en het beheer van grootschalige IT-systemen. Het wordt verantwoordelijk voor de ontwikkeling en het beheer van het centrale deel van het systeem, met inbegrip van de uniforme interfaces in de lidstaten. Op deze manier moeten de meeste problemen waarmee de Commissie bij de ontwikkeling van SIS II en het VIS te maken kreeg, kunnen worden voorkomen.

Gedurende de ontwikkelingsfase (2015-2017) behoudt de Commissie de algehele verantwoordelijkheid, aangezien het project zal worden ontwikkeld via indirect centraal beheer. Het Agentschap wordt verantwoordelijk voor het technisch en financieel beheer. Daarbij gaat het met name om het toewijzen en het beheren van opdrachten. De delegatieovereenkomst voorziet wat het centrale deel betreft in het plaatsen van opdrachten en wat het nationale deel betreft in subsidies. Overeenkomstig artikel 40 van de uitvoeringsvoorschriften zal de Commissie een overeenkomst sluiten met gedetailleerde regelingen voor het beheer en de controle van de middelen en de bescherming van de financiële belangen van de Commissie. In deze overeenkomst worden ook de in artikel 40, lid 2, bedoelde voorschriften opgenomen. Zodoende kan de Commissie de in 2.2.1 beschreven risico's beheren.

Bij de tussentijdse evaluatie (gepland in 2017 in het kader van het Fonds voor interne veiligheid, artikel 15 van de horizontale verordening) zal de wijze van beheer opnieuw worden beoordeeld.

2) Om vertragingen op nationaal niveau te voorkomen, is gezorgd voor doeltreffende governance tussen alle belanghebbenden. De Commissie heeft in de ontwerp-verordening voorgesteld om het Agentschap door een adviesgroep met nationale deskundigen van de lidstaten te laten voorzien van expertise op het gebied van het EES en het RTP. Deze adviesgroep komt regelmatig bijeen om de toepassing van het systeem te bespreken, ervaringen uit te wisselen en de raad van bestuur van het Agentschap te adviseren. Verder is de Commissie van plan de lidstaten aan te bevelen om een nationale projectinfrastructuur/projectgroep op te zetten voor zowel de technische als de operationele ontwikkeling, met onder meer een betrouwbare communicatie-infrastructuur met centrale contactpunten.

2.3. Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

Vermeld de bestaande en geplande preventie- en beschermingsmaatregelen.

De fraudebestrijdingsmaatregelen staan in artikel 35 van Verordening (EU) nr. 1077/2011 en houden het navolgende.

1.       Met het oog op de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten is Verordening (EG) nr. 1073/1999 van toepassing.

2.       Het Agentschap treedt toe tot het Interinstitutioneel Akkoord betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en stelt onverwijld de dienovereenkomstige voorschriften vast, die op alle personeelsleden van het Agentschap van toepassing zijn.

3.       In de financieringsbesluiten en de uitvoeringsovereenkomsten en -instrumenten die uit die besluiten voortvloeien, wordt uitdrukkelijk bepaald dat de Rekenkamer en OLAF, indien nodig, tot controle ter plaatse kunnen overgaan bij de begunstigden van de middelen van het agentschap en bij de tussenpersonen die deze middelen verdelen.

Overeenkomstig deze bepaling heeft de raad van bestuur van het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht op 28 juni 2012 een besluit vastgesteld over de voorwaarden en condities voor interne onderzoeken in verband met het voorkomen van fraude, corruptie en elke andere onwettige activiteit waardoor de financiële belangen van de Europese Unie worden geschaad.

Voorts stelt DG HOME momenteel zijn strategie voor fraudepreventie en –opsporing op.

3. GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 3.1. Rubriek(en) van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

Op grond van de delegatieovereenkomst krijgt het Agentschap de taak om op het niveau van zijn lokale financiële systemen te zorgen voor passende instrumenten voor toezicht, follow-up en verslaglegging met betrekking tot de kosten van de toepassing van het EES overeenkomstig artikel 60 van het nieuwe Financieel Reglement. Het Agentschap zal passende maatregelen treffen, zodat ongeacht de definitieve begrotingsnomenclatuur verslaglegging kan plaatsvinden.

· Bestaande begrotingsonderdelen voor uitgaven

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen

Rubriek van het meerjarig financieel kader || Begrotingsonderdeel || Soort uitgave || Bijdrage

Nummer [Omschrijving……………………...……….] || GK/NGK ([44]) || van EVA[45]-landen || van kandidaat-lidstaten[46] || van derde landen || in de zin van artikel 21, lid 2, onder b, van het Financieel Reglement

|| [XX.YY.YY.YY] || GK/ || JA/NEE || JA/NEE || JA/NEE || JA/NEE

· Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen

Rubriek van het meerjarig financieel kader || Begrotingsonderdeel || Soort uitgave || Bijdrage

Nummer Nummer [omschrijving…………………………..] || GK/ NGK || van EVA-landen || van kandidaat-lidstaten || van derde landen || in de zin van artikel 21, lid 2, onder b, van het Financieel Reglement

3 || [18.02.CC] Fonds voor interne veiligheid - grenzen || GK/ || NEE || NEE || JA || NEE

3.2. Geraamde gevolgen voor de uitgaven 3.2.1. Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

in miljoen EUR (tot op 3 decimalen)

Rubriek van het meerjarig financieel kader || 3 || Veiligheid en burgerschap

DG: HOME || || || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017[47] || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Volgende jaren || TOTAAL

Ÿ Beleidskredieten || || || || || || || ||

Nummer begrotingsonderdeel: 18.02.CC || Vastleggingen || (1) || 122,566 || 30,142 || 119,477 || 80,272 || 80,272 || 80,271 || || 513,000

Betalingen || (2) || 61,283 || 82,382 || 92,677 || 83,993 || 80,271 || 80,271 || 32,122 || 513,000

Nummer begrotingsonderdeel || Vastleggingen || (1a) || || || || || || || ||

Betalingen || (2a) || || || || || || || ||

Uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten[48] || || || || || || || ||

Nummer begrotingsonderdeel || || (3) || || || || || || || ||

TOTAAL kredieten voor DG HOME || Vastleggingen || =1+1a +3 || 122,566 || 30,142 || 119,477 || 80,272 || 80,272 || 80,271 || || 513,000

Betalingen || =2+2a +3 || 61,283 || 82,382 || 92,677 || 83,993 || 80,271 || 80,271 || 32,122 || 513,000

Ÿ TOTAAL beleidskredieten || Vastleggingen || (4) || || || || || || ||

Betalingen || (5) || || || || || || ||

Ÿ TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten || (6) || || || || || || ||

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….> van het meerjarig financieel kader || Vastleggingen || =4+ 6 || || || || || || ||

Betalingen || =5+ 6 || || || || || || ||

Wanneer het voorstel/initiatief gevolgen heeft voor meerdere rubrieken

Ÿ TOTAAL beleidskredieten || Vastleggingen || (4) || || || || || || ||

Betalingen || (5) || || || || || || ||

Ÿ TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten || (6) || || || || || || ||

TOTAAL kredieten onder RUBRIEKEN 1 tot en met 4 van het meerjarig financieel kader (richtbedrag) || Vastleggingen || =4+ 6 || || || || || || ||

Betalingen || =5+ 6 || || || || || || ||

Rubriek van het meerjarig financieel kader || 5 || "Administratieve uitgaven"

in miljoen EUR (tot op 3 decimalen)

|| || || Jaar 2013 || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Volgende jaren || TOTAAL

DG: HOME || || || ||

Ÿ Personele middelen || 0,254 || 0,254 || 0,254 || 0,190 || 0,190 || 0,190 || 0,191 || 0,191 || || 1,715

Ÿ Andere administratieve uitgaven || 0,201 || 0,201 || 0,201 || 0,200 || 0,200 || 0,200 || 0,200 || 0,200 || || 1,602

TOTAAL DG HOME || Kredieten || 0,455 || 0,455 || 0,455 || 0,390 || 0,390 || 0,390 || 0,391 || 0,391 || || 3,317

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader || (Totaal vastleggingen = Totaal betalingen) || 0,455 || 0,455 || 0,455 || 0,390 || 0,390 || 0,390 || 0,391 || 0,391 || || 3,317

in miljoen EUR (tot op 3 decimalen)

|| || || Jaar 2013 || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Volgende jaren || TOTAAL

TOTAAL kredieten onder RUBRIEKEN 1 tot en met 5 van het meerjarig financieel kader || Vastleggingen || 0,455 || 0,455 || 123,021 || 30,533 || 119,867 || 80,662 || 80,662 || 80,662 || || 516,317

Betalingen || 0,455 || 0,455 || 61,738 || 82,773 || 93,067 || 84,383 || 80,662 || 80,662 || 32,122 || 516,317

De benodigde personele middelen zullen worden gefinancierd uit de middelen die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

3.2.2. Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

– ¨  Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

– x Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Vastleggingskredieten, in miljoen EUR (tot op 3 decimalen)

Vermeld doelstellingen en outputs ò || || || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || TOTAAL ||

||

Soort output[49] || Gem. kosten van de output || Aantal outputs || Kosten || Aantal outputs || Kosten || Aantal outputs || Kosten || Aantal outputs || Kosten || Aantal outputs || Kosten || Aantal outputs || Kosten || Totaal aantal outputs || Totaal kosten ||

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1[50] Systeemontwikkeling (centraal en nationaal) || || || || || || || || || || || || || || ||

Output || 1 || 122,566 || 1 || 30,142 || 1 || 43,143 || || || || || || || 1 || 195,851 ||

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1[51] || || 122,566 || || 30,142 || || 43,143 || || || || || || || || 195,851 ||

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2 Systeembeheer (centraal en nationaal) || || || || || || || || || || || || || || ||

Output || || || || || 1 || 76,334 || 1 || 80,271 ||  1 || 80,272 || 1 || 80,272 || 1 || 317,149 ||

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2[52] || || || || || || 76,334 || || 80,271 || || 80,272 || || 80,272 || || 317,149 ||

TOTALE KOSTEN || 1 || 122,566 || 1 || 30,142 || 2 || 119,477 || 1 || 80,271 || 1 || 80,272 || 1 || 80,272 || 2 || 513,000 ||

3.2.3. Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten 3.2.3.1. Samenvatting

– ¨  Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

– x Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

in miljoen EUR (tot op 3 decimalen)

|| Jaar 2013 || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || TOTAAL

RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader || || || || || || || || ||

Personele middelen || 0,254 || 0,254 || 0,254 || 0,190 || 0,190 || 0,190 || 0,191 || 0,191 || 1,715

Andere administratieve uitgaven || 0,201 || 0,201 || 0,201 || 0,200 || 0,200 || 0,200 || 0,200 || 0,200 || 1,602

RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader || 0,455 || 0,455 || 0,455 || 0,390 || 0,390 || 0,390 || 0,391 || 0,391 || 3,317

Buiten RUBRIEK 5[53] van het meerjarig financieel kader || || || || || || || || ||

Personele middelen || || || || || || || || ||

Andere administratieve uitgaven || || || || || || || || ||

Subtotaal buiten RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader || || || || || || || || ||

TOTAAL || 0,455 || 0,455 || 0,455 || 0,390 || 0,390 || 0,390 || 0,391 || 0,391 || 3,317

3.2.3.2.  Geraamde personeelsbehoeften

– ¨  Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

– x Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Raming in voltijdequivalenten (of met hoogstens 1 decimaal)

|| Jaar 2013 || Jaar 2014 || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020

· Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

XX 01 01 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie) || 2 || 2 || 2 || 1,5 || 1,5 || 1,5 || 1,5 || 1,5

XX 01 01 02 (delegaties) || || || || || || || ||

XX 01 05 01 (onderzoek door derden) || || || || || || || ||

10 01 05 01 (eigen onderzoek) || || || || || || || ||

· Extern personeel (in voltijdequivalent - VTE)[54] ·

XX 01 02 01 (AC, END, INT van de "totale financiële middelen") || || || || || || || ||

XX 01 02 02 (AC, AL, END, INT en JED in de delegaties) || || || || || || || ||

 XX 01 04 jj[55] || - zetel[56] || || || || || || || ||

- delegaties || || || || || || || ||

XX 01 05 02 (AC, INT, SNE – onderzoek door derden) || || || || || || || ||

10 01 05 02 (AC, INT, SNE – eigen onderzoek) || || || || || || || ||

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden) || || || || || || || ||

TOTAAL || 2 || 2 || 2 || 1,5 || 1,5 || 1,5 || 1,5 || 1,5

XX is het beleidsterrein of de begrotingstitel.

De benodigde personele middelen zullen worden gefinancierd uit de middelen die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

Beschrijving van de uit te voeren taken

Ambtenaren en tijdelijke functionarissen || 2 gedurende de voorbereidingsperiode (2013-2015): 1 administrateur voor de wetgevingsonderhandelingen, de coördinatie van de taken (samen met het Agentschap) en het toezicht op de delegatieovereenkomst 0,5 administrateur voor het toezicht op de financiële activiteiten en deskundigheid inzake grenscontrole en technische aangelegenheden 0,5 assistent voor administratieve en financiële activiteiten 1,5 gedurende de ontwikkelingsperiode (2016-2020): 1 administrateur voor de follow-up van de delegatieovereenkomst (verslagen, voorbereiding van comitologie, validering van functionele en technische specificaties, toezicht op financiële activiteiten en coördinatie van Agentschap) en deskundigheid inzake grenscontrole en technische aangelegenheden 0,5 assistent voor administratieve en financiële activiteiten

Extern personeel || 0

3.2.4. Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader

– x Het voorstel/initiatief is verenigbaar met het huidige meerjarig financieel kader

– ¨  Het voorstel/initiatief vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van het meerjarig financieel kader

Zet uiteen welke herprogrammering nodig is, onder vermelding van de betrokken begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.

– ¨  Het voorstel/initiatief vergt toepassing van het flexibiliteitsinstrument of herziening van het meerjarig financieel kader[57]

Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.

3.2.5. Bijdrage van derden aan de financiering

– x Het voorstel/initiatief voorziet niet in medefinanciering door derden

– ¨ Het voorstel/initiatief voorziet in

Kredieten in miljoen EUR (tot op 3 decimalen)

|| Jaar N || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6) || Totaal

Medefinancieringsbron || || || || || || || ||

TOTAAL medegefinancierde kredieten || || || || || || || ||

3.3. Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

– ¨  Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten

– x Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

¨            voor de eigen middelen

x           voor de diverse ontvangsten

in miljoen EUR (tot op 3 decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten: || Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten || Gevolgen van het voorstel/initiatief[58]

Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Volgende jaren

Artikel 6313……….. || || 3,729 || 5,013 || 5,639 || 5,111 || 4,884 || 4,884 || 1,954

Voor de diverse ontvangsten die worden "toegewezen", vermeld het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.

18.02.CC Fonds voor interne veiligheid - grenzen

Vermeld de wijze van berekening van de gevolgen voor de ontvangsten.

De begroting omvat een bijdrage van de landen die volgens de respectieve overeenkomsten betrokken zijn bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis en de Eurodac-maatregelen. De ramingen zijn van louter indicatieve aard en berusten op recente berekeningen van de ontvangsten voor de uitvoering van het Schengenacquis van IJsland, Noorwegen en Zwitserland (verrichte betalingen). Deze staten storten momenteel elk begrotingsjaar een bedrag in de algemene begroting van de Europese Unie, dat wordt berekend op basis van het bruto binnenlands product uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product van alle deelnemende staten. De berekening wordt gebaseerd op de Eurostat-cijfers van juni 2012, die sterk uiteenlopen naargelang van de economische situatie van de deelnemende staten.

[1]               COM(2008) 69 definitief. Bij de mededeling was een effectbeoordeling gevoegd: SEC(2008) 153.

[2]               “Een open en veilig Europa ten dienste en ter bescherming van de burger”, PB C 115 van 4.5.2010.

[3]               EUCO 23/11.

[4]               COM(2011) 680 definitief.

[5]               PB L 105 van 13.4.2006.

[6]               Bulgarije, Estland, Spanje, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Portugal, Roemenië, Slowakije en Finland.

[7]               http://epp.eurostat.ec.europa.eu/portal/page/portal/population/data/database. Het gaat hierbij zowel om personen die de toegestane verblijfsduur hebben overschreden als om personen die op onregelmatige wijze zijn binnengekomen, en zowel om personen die zijn aangehouden aan de grens als personen die zijn aangehouden in het Schengengebied.

[8]               PB L 286 van 1.11.2011.

[9]               SEC(2008) 153.

[10]             SWD(2013) 47.

[11]             Mits de wetgevende autoriteit haar goedkeuring hecht aan het voorstel tot vaststelling, als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid, van het instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa (COM(2011) 750 definitief), alsook aan het voorstel voor een Verordening van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (COM(2011)398), en mits, gelet op het uitgavenplafond, voldoende middelen op het betrokken begrotingsonderdeel beschikbaar zijn.

[12]             PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36.

[13]             PB L 53 van 27.2.2008, blz. 52.

[14]             PB L 160 van 18.6.2011, blz. 19.

[15]             PB C [...] van [...], blz. [...].

[16]             PB C [...] van [...], blz. [...].

[17]             PB C [...] van [...], blz. [...].

[18]             COM(2008) 69 definitief.

[19]             PB L 158 van 30.4.2004, blz. 77.

[20]             PB L 286 van 1.11.2011, blz. 1.

[21]             PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

[22]             PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.

[23]             PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.

[24]             PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43.

[25]             PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20.

[26]             PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36.

[27]             PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31.

[28]             PB L 53 van 27.2.2008, blz. 52.

[29]             PB L 53 van 27.2.2008, blz. 1.

[30]             PB L 160 van 18.6.2011, blz. 21.

[31]             PB L 160 van 18.6.2011, blz. 19.

[32]             PB L 243 van 15.9.2009, blz.1.

[33]             PB L 286 van 1.11.2011, blz.1.

[34]             PB L 349 van 25.11.2004, blz. 1.

[35]             ABM: Activity Based Management – ABB: Activity Based Budgeting.

[36]             In de zin van artikel 49, lid 6, onder a) of b), van het Financieel Reglement.

[37]             Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling, als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid, van het instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa, COM(2011) 750 definitief.

[38]             Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad: Slimme grenzen - opties en te volgen weg, COM(2011) 680 definitief.

[39]             Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling, als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid, van het instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa, COM(2011) 750 definitief.

[40]             COM(2010) 93 van 19 maart 2010.

[41]             COM(2011) 398 van 29 juni 2011.

[42]             Nadere gegevens over de beheersvormen en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BudgWeb: http://www.cc.cec/budg/man/budgmanag/budgmanag_en.html

[43]             Als bedoeld in artikel 185 van het Financieel Reglement.

[44]             GK = gesplitste kredieten/NGK = niet-gesplitste kredieten.

[45]             EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.

[46]             Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, potentiële kandidaat-lidstaten van de Westelijke Balkan.

[47]             Dat de kosten schommelen en met name in 2015 en 2017 hoog zijn, heeft verschillende oorzaken. Aan het begin van de ontwikkelingsperiode worden in 2015 vastleggingen gedaan voor de ontwikkeling (eenmalige kosten voor drie jaar bestemd voor apparatuur, software en contractanten). Aan het eind van de ontwikkelingsperiode, in 2017, worden de vastleggingen gedaan die nodig zijn voor de verrichtingen. De kosten van het beheer van apparatuur en software variëren naargelang van de periode.

[48]             Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.

[49]             Outputs zijn de te verstrekken producten en diensten (bv. aantal gefinancierde studentenuitwisselingen, aantal km aangelegde wegen, enz.).

[50]             Zoals beschreven in punt 1.4.2. "Specifieke doelstelling(en)…".

[51]             Dit bedrag dekt onder meer de centrale ontwikkeling en met name de netwerkinfrastructuur, de vereiste hardware- en softwarelicenties en de kosten in verband met de ontwikkeling van het centrale systeem door de externe contractant. Ook voor de nationale ontwikkeling dekt het de kosten voor de vereiste hardware- en softwarelicenties en externe contractanten.

[52]             Dit bedrag dekt de nodige kosten voor de werking van het centrale systeem, met name het netwerkbeheer, het onderhouden van het centrale systeem door een externe contractant en de vereiste hardware- en softwarelicenties. Voor het nationale beheer dekt het de kosten die nodig zijn voor de werking van de nationale systemen, met name de hardware- en softwarelicenties, incidentenbeheer en externe contractanten.

[53]             Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.

[54]             AC= Agent Contractuel (arbeidscontractant); INT = Intérimaire (uitzendkracht); JED = Jeune Expert en Délégation (jonge deskundige in delegaties); LA= Local Agent (plaatselijk functionaris); SNE= Seconded National Expert (gedetacheerd nationaal deskundige).

[55]             Onder het maximum voor extern personeel uit beleidskredieten (vroegere "BA"-onderdelen).

[56]             Vooral voor Structuurfondsen, het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en het Europees Visserijfonds (EVF).

[57]             Zie de punten 19 en 24 van het Interinstitutioneel Akkoord.

[58]             Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 25% aan inningskosten.

Top