This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52013DC0141
COMMUNICATION FROM THE COMMISSION TO THE EUROPEAN PARLIAMENT AND THE COUNCIL Enhancing Maternal and Child Nutrition in External Assistance: an EU Policy Framework
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Betere voeding voor moeders en kinderen in het kader van de buitenlandse hulp: een Europees beleidskader
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Betere voeding voor moeders en kinderen in het kader van de buitenlandse hulp: een Europees beleidskader
/* COM/2013/0141 final */
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Betere voeding voor moeders en kinderen in het kader van de buitenlandse hulp: een Europees beleidskader /* COM/2013/0141 final */
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET
EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Betere voeding voor moeders en kinderen in
het kader van de buitenlandse hulp: een Europees beleidskader Ondervoeding – een tragedie die kan worden voorkomen Gebrekkige voeding is de oorzaak van een van
de ernstigste en meest onnodige tragedies van onze tijd. Een van de
millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling (MDG) was om het percentage mensen
dat honger lijdt, te halveren, maar in veel landen is deze doelstelling nog
niet bereikt: een op de zes kinderen heeft nog ondergewicht. Deze kinderen zijn
het slachtoffer van een vicieuze cirkel van armoede, slechte voeding en ziekte,
waardoor zij geen goede start krijgen in het leven en individuen en
samenlevingen verstrikt blijven in armoede. De EU is een belangrijke speler op het gebied
van voedselzekerheid en goede voeding. In de periode 2006-2011 zijn voor een
bedrag van ruim 1 miljard euro per jaar financieringsbesluiten vastgesteld voor
plattelandsontwikkeling, ruimtelijke ordening, duurzame landbouw en
continuïteit en kwaliteit van de voedselvoorziening. Er zijn gerichte
initiatieven ontplooid ter bevordering van de continuïteit en de kwaliteit van
de voedselvoorziening, waaronder de Voedselfaciliteit van 1 miljard euro voor
de landen die het zwaarst waren getroffen door de voedselprijzencrisis van 2007-2008
en het MDG-initiatief van 1 miljard euro voor de landen die achterstand hebben
opgelopen bij de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen, in het
bijzonder wat betreft MDG1c (halvering van het percentage mensen dat honger
lijdt), en ook MDG3 en 4. Daarnaast pakt de EU acute voedselproblemen aan via
haar humanitaire en ontwikkelingshulp. Jaarlijks wordt tussen een derde en de
helft van het EU-budget voor humanitaire hulp besteed aan voedsel. Onlangs is de Commissie in het kader van het
mondiale evenement tegen honger, dat in 2012 in Londen plaatsvond, de politieke
verbintenis aangegaan om partnerlanden te helpen het aantal kinderen onder de
vijf jaar dat een groeiachterstand heeft, met ten minste zeven miljoen te
verminderen tussen nu en 2025. In deze mededeling zet de Commissie uiteen hoe
zij deze doelstelling wil realiseren, en meer in het algemeen hoe zij de
ondervoeding van moeders en kinderen wil terugdringen. Om dit probleem aan te pakken is een
multisectorale aanpak vereist, met een combinatie van duurzame landbouw,
plattelandsontwikkeling, continuïteit en kwaliteit van de voedselvoorziening,
volksgezondheid, water en riolering, sociale bescherming en onderwijs. De
partnerlanden moeten het probleem erkennen en zich inzetten voor een oplossing,
zodat vrouwen en kinderen de zorg en de voeding krijgen die ze nodig hebben
voor een goede start in het leven. De internationale gemeenschap wil al het
mogelijke in het werk stellen om de partnerlanden daarbij te helpen. Het beleidskader van de EU op het gebied van
ontwikkeling is beschreven in het voorstel van de Commissie voor een Agenda
voor verandering[1] en de daarmee verband houdende conclusies van de Raad van mei 2012[2]. De aanpak inzake voedselzekerheid en humanitaire voedselhulp aan
derde landen is verder uitgewerkt in de mededelingen over het EU-beleid
inzake voedselzekerheid en humanitaire voedselhulp[3] en de daarmee verband houdende conclusies van de Raad van mei 2010[4]. In deze documenten wordt in gelijke mate de nadruk gelegd op de vier
pijlers van voedselzekerheid: de beschikbaarheid van voedsel, de toegang tot
voedsel, de voedingswaarde en crisispreventie en -beheer. Ook worden de
specifieke problemen beschreven waardoor het in humanitaire noodsituaties
moeilijk is om resultaten op dit vlak te boeken. In deze mededeling wordt het
element "betere voedingswaarde" nader uitgewerkt. Het beleidskader omvat verder de mededeling
over de EU-aanpak inzake weerbaarheid: lessen uit de voedselzekerheidscrises[5], waarin de sterke samenhang wordt beschreven tussen voeding en
weerbaarheid, met name in sommige gebieden zoals de Sahel en de Hoorn van
Afrika, waar weerbaarheid het uitgangspunt is voor de initiatieven AGIR[6] en SHARE[7], waarin diverse partners samenwerken om voedselcrises aan te pakken. Ten slotte wordt in het EU-actieplan voor
gendergelijkheid en de emancipatie van vrouwen in ontwikkelingslanden 2012-2015[8] het sterke verband geschetst tussen de millenniumdoelstellingen 1, 3
en 4 en de rol van vrouwen en gelijke kansen voor mannen en vrouwen. In dit beleidsdocument over voeding, dat is
opgesteld op verzoek van de Raad en de Rekenkamer, wordt gepleit voor betere
coördinatie tussen humanitaire hulp en ontwikkelingshulp om de weerstand van
getroffen bevolkingsgroepen te vergroten. De primaire verantwoordelijkheid
hiervoor berust bij de nationale regering. Daarnaast wordt beschreven hoe
mensen als motoren voor verandering een belangrijke rol spelen in
ontwikkelingslanden. 1. Achtergrond De omvang van het probleem Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO)
vormt slechte voeding de grootste bedreiging voor de gezondheid van mensen. In
veel ontwikkelingslanden is slechte voeding de primaire oorzaak van ten minste
een derde van het aantal sterfgevallen onder kinderen en van 20 % van het
aantal sterfgevallen onder moeders[9]. Miljoenen
kinderen overleven weliswaar, maar lopen een groeiachterstand op (ze zijn te
klein voor hun leeftijd en hun geestelijke ontwikkeling loopt achter) en/of
kampen tijdens de eerste vijf levensjaren herhaaldelijk met acute ondervoeding
(gewichtsverlies). Wereldwijd hebben ongeveer 165 miljoen kinderen (een kwart
van alle kinderen) een dergelijke achterstand opgelopen[10] en
jaarlijks overlijden 2,6 miljoen kinderen onder de vijf jaar aan de gevolgen
van ondervoeding[11], waarvan meer dan 90% in Afrika en Azië. Daarnaast kampen ongeveer 52
miljoen kinderen (8% van de kinderen onder de vijf jaar) met acute
ondervoeding. Ook hier wonen de meeste daarvan in Azië en Afrika[12]. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan
ondervoeding in samenlevingen met onvoldoende institutionele capaciteit en waar
regelmatig terugkerende rampen of conflicten een verwoestend effect hebben op
de meest kwetsbare groepen, zoals het geval is in fragiele staten. Door ondervoeding
raken individuen en samenlevingen verstrikt in armoede. Kinderen die opgroeien
in een arm gezin, lopen een grotere kans op ondervoeding. Dit ondermijnt hun
leervermogen en maakt hen vatbaarder voor ziekten. Daardoor verkleint de kans
op een goede baan en een productief leven als volwassene en wordt armoede van
generatie op generatie doorgegeven. Ondervoeding is met name een groot probleem
onder arme bevolkingsgroepen op het platteland en groepen die worden
gediscrimineerd. Het aantal kinderen met een groeiachterstand is op het
platteland anderhalf keer groter dan in steden[13]. De EU
erkent dit en ondersteunt kleinschalige landbouw en andere bronnen van
inkomsten op het platteland. Veel vrouwen in ontwikkelingslanden kampen ook
met een groeiachterstand of ondergewicht. 10-20% van de vrouwen in Afrika ten
zuiden van de Sahara en 25-35 % van de vrouwen in Zuid-Azië zijn extreem dun.
Bloedarmoede als gevolg van ijzertekort is het grootste probleem voor deze
groep: bijna de helft van de vrouwen lijdt hieraan[14]. De
tijd van de zwangerschap tot de tweede verjaardag van een kind – de eerste
duizend levensdagen – wordt als meest kritieke periode beschouwd om
ondervoeding en de gevolgen daarvan op latere leeftijd te voorkomen. Bijna
de helft van de kinderen met een groeiachterstand loopt deze al op in de
baarmoeder, wat aantoont dat goede voeding voor vrouwen en meisjes in de
vruchtbare leeftijd cruciaal is. Moeders die ondergewicht hebben, hebben een
grotere kans een baby te krijgen die te licht of te klein is of die aan
bloedarmoede lijdt. Wereldwijd wordt traag vooruitgang geboekt met
het terugdringen van groeiachterstand en acute ondervoeding. Het aantal
kinderen met een groeiachterstand is gedaald van 40 % in 1990 tot 26 %
in 2011[15]. De situatie wat betreft acute ondervoeding gaat nog trager vooruit.
Er moet dus veel meer aan worden gedaan, ook wat betreft het tekort aan
vitaminen en mineralen, die noodzakelijk zijn voor de groei en ontwikkeling
(zoals vitamine A, jodium, ijzer en zink). Wereldwijd lijden bijna twee miljard
mensen aan een dergelijk tekort aan micronutriënten[16]. Oorzaken De oorzaken van ondervoeding zijn per persoon
verschillend en variëren ook naargelang van de context. Hieronder worden de
oorzaken samengevat. De oorzaken hebben veelal betrekking op drie niveaus (zie
onderstaand schema): ·
twee typen primaire oorzaken: onvoldoende
voedselinname (qua hoeveelheid of kwaliteit) en ziekten; ·
drie typen secundaire oorzaken in verband met
armoede: gebrek aan voedselzekerheid voor gezinnen, zorg voor kinderen/vrouwen
en ongezonde omgeving/slechte gezondheidszorg; ·
fundamentele oorzaken op regionaal, nationaal en
internationaal niveau: bijvoorbeeld slecht bestuur, bevolkingsgroei,
conflicten, klimaatverandering, gebrek aan natuurlijke hulpbronnen, hoge en
sterk fluctuerende voedselprijzen. Het relatieve belang van de verschillende
oorzaken hangt af van de dynamiek van een bepaalde situatie en bevolkingsgroep.
Daarom moet voorafgaand aan elke responsmaatregel een grondige analyse worden
verricht. Doordat ondervoeding verschillende oorzaken heeft, die onderling
samenhangen, is een multisectorale aanpak vereist. Gevolgen Op individueel niveau leidt ondervoeding tot
aanzienlijke kinder- en moedersterfte. Ondervoeding speelt een rol bij 35 % van
de ziekten bij kinderen onder de vijf jaar[17] en
chronische ondervoeding (groeiachterstand en/of herhaaldelijke acute
ondervoeding en gebrek aan vitaminen en mineralen) heeft verwoestende en
onomkeerbare gevolgen. Een gebrek aan jodium en groeiachterstand worden in
verband gebracht met aanzienlijke beperkingen van de cognitieve ontwikkeling[18]. Een groeiachterstand is niet alleen een
persoonlijke tragedie die kan worden voorkomen, maar vormt ook een belemmering
voor economische ontwikkeling, zowel voor individuele gezinnen als voor landen.
De economische kosten van ondervoeding worden geschat op 10 % van het
inkomen dat iemand in zijn leven verwerft[19] en 2 tot 8 %
van het bruto binnenlands product. Door ondervoeding komt ook de reeds
overbelaste gezondheidszorg onder druk te staan doordat ondervoede mensen vaker
ziek zijn en ondervoeding in de kindertijd leidt tot chronische, dure ziekten
op latere leeftijd. Voorwaarden voor het aanpakken van
ondervoeding Om ondervoeding daadwerkelijk aan te pakken,
moet aan verschillende voorwaarden zijn voldaan: ·
Meer investeringen in voeding door het land zelf
(vooral op lange termijn). Dit betekent dat de betrokken landen het voortouw
moeten nemen en de wetgeving en de beheers- en beleidscapaciteit op het gebied
van voeding moeten versterken, zodat alle betrokkenen naar hetzelfde doel
streven en een coherente multisectorale aanpak hanteren. ·
Aanpassing van beleid dat van invloed is op voeding
binnen de verschillende ministeries van de begunstigde landen en de
verschillende diensten van de donors. Dit houdt in dat voeding als centrale
doelstelling moet worden geïntegreerd in plattelandsontwikkeling en
gemeenschapsinitiatieven, duurzame landbouw, visserij, voedselzekerheid,
volksgezondheid, reproductieve gezondheidszorg, water en riolering, sociale
bescherming en onderwijs. ·
Gelijke kansen voor mannen en vrouwen en een
sterkere rol voor vrouwen in alle sectoren die verband houden met voeding[20], rekening houdend met de
sociale oorzaken van ondervoeding. Vrouwen spelen een cruciale rol in de
economie, de samenleving, de voortplanting en het huishouden wat betreft de
continuïteit en de kwaliteit van de voedselvoorziening. ·
Aangezien ondervoeding een probleem is dat van
generatie op generatie wordt doorgegeven en dat samenhangt met zowel acute
crises als ontwikkelingen op lange termijn, is het essentieel dat meer
samenhang en coördinatie wordt bewerkstelligd in het traject van noodhulp naar
ontwikkeling. ·
Om voor de verschillende sectoren effectieve
beleidslijnen en maatregelen op het gebied van voeding te kunnen ontwikkelen en
de steunmaatregelen op te voeren, moet beter worden geanalyseerd wat goed
werkt, door middel van toegepaste wetenschap, strikt toezicht en grondige
evaluatie. De maatregelen die direct of indirect gericht zijn op voeding,
moeten meer effect sorteren, overeenkomstig de beginselen van doeltreffendheid
van hulp. ·
De EU is van mening dat kleinschalige landbouw
mensen zowel op het platteland als in steden de mogelijkheid biedt om goede
voedingsmiddelen te kweken en bij te dragen tot de bestaansmiddelen. Daartoe
moet onder andere de hele voedselwaardeketen worden verbeterd, zodat de
beschikbaarheid van, de toegang tot en de consumptie van voedingsmiddelen die
rijk zijn aan voedingsstoffen voor arme bevolkingsgroepen verbeteren. ·
Er moet worden voortgebouwd op de algemene
politieke verbintenissen en financieringstoezeggingen met betrekking tot
voedselonzekerheid en ondervoeding, met name in het kader van de
millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling na 2015. 2. Grondbeginselen en doelstellingen Grondbeginselen De EU-steun wordt zoveel mogelijk afgestemd op
de beleidslijnen en prioriteiten van de partnerlanden, overeenkomstig de
beginselen van doeltreffendheid van de hulp. Om ondervoeding te kunnen
aanpakken, moeten partnerlanden het probleem erkennen en bereid zijn om er iets
aan te doen. De internationale gemeenschap zal al het mogelijke in het werk
stellen om partnerlanden te helpen bij hun inspanningen om ondervoeding bij
kinderen en moeders te bestrijden, maar de regeringen moeten zelf ook middelen
uittrekken om ondervoeding op duurzame wijze aan te pakken. De EU streeft naar maximale complementariteit
met en aansluiting op humanitaire en ontwikkelingshulp. Het streven van de EU
naar meer weerbaarheid biedt ook nieuwe kansen op het gebied van voeding:
humanitaire en ontwikkelingsactoren moeten samen de voedselsituatie beter in
kaart brengen (door middel van gezamenlijke analyses en operationele
evaluaties) en dit als uitgangspunt nemen bij het bepalen van
gemeenschappelijke strategische prioriteiten voor de programmering van
humanitaire en ontwikkelingshulp. De EU verleent tijdens een humanitaire crisis
steun voor ondervoeding op basis van de beginselen van humanitaire hulp
(menselijkheid, onpartijdigheid, neutraliteit en onafhankelijkheid) en gaat
daarbij altijd uit van de behoeften. De EU zou in verschillende sectoren moeten
optreden om de verschillende oorzaken van ondervoeding aan te pakken. Het
leveren van voedsel alleen is niet voldoende om ondervoeding structureel terug
te dringen. In dit verband moeten met name maatregelen worden getroffen met
betrekking tot plattelandsontwikkeling[21], duurzame
landbouw, continuïteit en de kwaliteit van de voedselvoorziening,
volksgezondheid, water en riolering, sociale bescherming en onderwijs. Bij voedingsgerelateerde ontwikkelingshulp
wordt voorrang gegeven aan het scheppen van de voorwaarden voor optimale groei
tijdens de cruciale periode van de eerste duizend levensdagen, vanaf de
bevruchting tot de leeftijd van twee jaar. De EU moet ernaar streven eventuele
negatieve gevolgen van de hulp op de voedingssituatie te voorkomen of te
beperken. Dit geldt bijvoorbeeld met name wat betreft de veiligheid van
innovaties en het gebruik van speciale voedingsmiddelen. Ook moeten de risico's
worden beperkt bij ziekten die via voedsel of water worden overgedragen en moet
worden voorkomen dat het werk van vrouwen ten koste gaat van de zorg voor hun
kinderen. Daarnaast moet de EU zorgen voor coherentie en consistentie tussen
alle beleidslijnen die van invloed zijn op de continuïteit en de kwaliteit van
de voedselvoorziening, zoals handel, klimaatverandering, gezondheid, milieu,
werkgelegenheid, enzovoorts. De EU streeft naar meer samenwerking met
institutionele actoren: partnerlanden, EU-lidstaten en andere bilaterale
donors, internationale organisaties en mondiale netwerken (bijvoorbeeld SUN,
humanitaire cluster). Daarnaast moet de EU ook vaker en beter samenwerken met
niet-institutionele actoren. Waar mogelijk en wenselijk moet de EU de
duurzaamheid van haar steunmaatregelen maximaliseren door te streven naar
integratie in nationale beleidskaders en plannen. De EU zou meer moeten samenwerken met het
maatschappelijk middenveld, non-profitorganisaties en onderzoeksinstanties en
gebruik maken van hun deskundigheid, zodat een vruchtbaar klimaat ontstaat voor
de deelname en inzet van burgers en voor goed bestuur, en hun
uitvoeringscapaciteit ondersteunen als dat nodig is. De EU zou ook meer moeten samenwerken met de
particuliere sector. Het bedrijfsleven zou gemakkelijker moeten kunnen worden
ingeschakeld om ondervoeding te bestrijden, zodat bedrijven hun comparatieve
voordelen kunnen uitspelen en hun deskundigheid kunnen consolideren
(bijvoorbeeld wat betreft de controle van de productveiligheid, verrijkt voedsel,
certificering, communicatietechnologie en voorlichting door middel van sociale
marketing). De EU moedigt goede zakelijke praktijken aan, evenals
maatschappelijk verantwoord ondernemen, een degelijk beleids- en
regelgevingsklimaat en het voorkómen van belangenverstrengeling en oneerlijke
concurrentie. Doelstellingen Gestreefd wordt naar verbetering van de
voeding voor moeders en kinderen door het aantal gevallen van overlijden,
ziekte en groei- en ontwikkelingsachterstanden als gevolg van ondervoeding terug
te dringen. Concreet worden specifieke doelstellingen op twee niveaus
voorgesteld: ·
daling van het aantal kinderen jonger dan vijf jaar
met een groeiachterstand; ·
daling van het aantal kinderen jonger dan vijf jaar
met acute ondervoeding. De eerste doelstelling komt overeen met de
door de Wereldgezondheidsvergadering in 2012 vastgestelde mondiale doelstelling
om het aantal kinderen jonger dan vijf jaar met een groeiachterstand tussen
nu en 2025 met 40 % te doen dalen[22], dat wil
zeggen dat het aantal kinderen met een groeiachterstand tegen 2025 met meer dan
70 miljoen moet zijn teruggebracht. Volgens de huidige trend zal dit aantal met
ongeveer 40 miljoen dalen, wat dus aanzienlijk minder is dan de doelstelling
van de Wereldgezondheidsvergadering. Op dit moment daalt het aantal
kinderen met een groeiachterstand met 1,8 % per jaar. Om de doelstelling
van de Wereldgezondheidsvergadering te verwezenlijken, moet dit percentage 3,9 %
bedragen – dat wil zeggen dat de collectieve inspanningen aanzienlijk moeten
worden opgevoerd, zodat het huidige percentage wordt verdubbeld. De
Commissie heeft daarom beloofd partnerlanden te helpen het aantal kinderen
onder de vijf jaar met een groeiachterstand met ten minste zeven miljoen extra
terug te dringen, bovenop de huidige daling. Door het terugdringen van groeiachterstand als
een specifieke doelstelling aan te wijzen, maakt de EU duidelijk dat zij
vastbesloten is deze belangrijke belemmering voor menselijke en economische
ontwikkeling aan te pakken. Dat wil niet zeggen dat geen steun wordt verleend
voor andere vormen van malnutritie die van belang zijn voor de volksgezondheid
en als prioritair zijn aangewezen door de regering van een partnerland. Ook de tweede doelstelling komt overeen met
een mondiale doelstelling van de Wereldgezondheidsvergadering van 2012. De
Commissie zal met haar algemene strategie bijdragen aan het streven om het
aantal kinderen met acute ondervoeding terug te dringen tot en te handhaven op
maximaal 5 %[23]. Bij humanitaire rampen en bij kritieke niveaus van overlijden
of acute ondervoeding[24] moet de EU optreden om het aantal sterfgevallen als gevolg van
ondervoeding terug te dringen. 3. Strategische prioriteiten Gezien deze context en de geschetste problemen
en beginselen heeft de Commissie drie strategische prioriteiten aangewezen voor
haar activiteiten voor betere voeding voor moeders en kinderen, die moeten
leiden tot de hierboven beschreven resultaten. Strategische prioriteit 1: Meer inzet en
politieke wil voor voeding Op het niveau van de landen zal worden
gestreefd naar meer inzet en politieke wil door middel van politieke dialoog en
overleg. Een leidende rol en participatie van het land zelf zijn essentieel om
ondervoeding te kunnen aanpakken. De EU zou in nauwe samenwerking met de
SUN-beweging ("Scaling up nutrition" - Voeding op een hoger plan)
moeten pleiten voor wederzijdse verbintenissen op het gebied van voeding voor
kinderen en moeders tussen de deelnemers van dit initiatief, inclusief de
partnerlanden. De Commissie en enkele lidstaten fungeren in sommige landen als
SUN-sponsor om de nationale inspanningen te ondersteunen, middelen te
mobiliseren en te zorgen voor meer samenhang tussen donors en de totale
internationale steun. Op internationaal niveau zou de EU moeten
streven naar meer harmonisatie en samenhang, en naar meer doeltreffendheid van
het internationale optreden. De EU moet participeren in de relevante processen,
met name de G8/G20, de Wereldgezondheidsvergadering, de commissie voor
Wereldvoedselzekerheid, het SUN-initiatief, het permanente voedingscomité van
de VN en het humanitaire clustersysteem. De EU zou bijvoorbeeld steun kunnen
verlenen voor betere sectoroverschrijdende integratie van voeding en voor
betere coördinatie met internationale actoren die betrokken zijn bij voedselvraagstukken
tijdens humanitaire crises, met name internationale organisaties die een grote
rol spelen door de financiering die zij verstrekken. De EU zou ook de
SUN-beweging moeten ondersteunen door landen met hoge ondervoedingscijfers aan
te moedigen zich aan te sluiten, inzet en leiderschap van de politiek op hoog
niveau te behouden en de coördinatie van de internationale inspanningen te
vergemakkelijken. Met de EU-lidstaten wordt samengewerkt aan meer
doeltreffendheid, meer inzet in alle sectoren en deelname aan de internationale
inspanningen. De EU zal ervoor pleiten om voeding een prominente plaats te
geven in de doelstellingen van de ontwikkelingsagenda na 2015. De Commissie
erkent dat het maatschappelijk middenveld een cruciale rol kan vervullen bij
het genereren van politieke wil. Om ervoor te zorgen dat het thema voeding
doeltreffender wordt beheerd op zowel nationaal als internationaal niveau, zal
de EU haar rol binnen het SUN-initiatief uitbouwen, met name binnen de
"kopgroep" (lead group). In deze kopgroep zitten de staatshoofden, de
directeuren van ontwikkelingsagentschappen, waaronder de EU-commissaris voor
ontwikkeling, de directeuren van VN-agentschappen en centrale
vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en de particuliere sector. Strategische prioriteit 2: Meer acties op
het niveau van de landen Om het optreden op het niveau van de landen op
te voeren, moeten de bestaande middelen eb extra financiële middelen beter
worden benut om de resultaten op het gebied van voeding te verbeteren. De EU
moet haar financiële bijdrage voor voeding verhogen en de ontwikkeling
stimuleren van programma's die een positief effect hebben op voeding. De EU
moet deze strategie actief bepleiten bij andere regeringen. De externe bijstand van de EU wordt in
ontwikkelingsverband afgestemd op de prioriteiten en beleidslijnen van de
partnerlanden, ter ondersteuning van de uitvoering van nationale plannen. (a)
Versterking van de capaciteit van mensen en
instellingen/systemen De EU moet de ontwikkeling van nationale beleidskaders
stimuleren die een gunstige uitwerking hebben op de voeding van moeders en
kinderen (bijvoorbeeld door de integratie van doelstellingen op het gebied van
voeding, streefcijfers, indicatoren en gevolgen voor de begroting). Zij zal
steun verlenen voor: ·
de ontwikkeling van eigen strategieën van de
regering en actieplannen met een kostenraming[25]
op het gebied van voeding; ·
mechanismen voor de coördinatie tussen sectoren en
actoren, inclusief humanitaire en ontwikkelingsactoren, ter bevordering van de
informatie-uitwisseling, dialoog, gezamenlijke planning, samenwerking en
taakverdeling; ·
de ontwikkeling van strategische en
managementcapaciteit binnen relevante organen (bijvoorbeeld ministeries en
structuren voor de coördinatie van humanitaire hulp); ·
technische capaciteitsopbouw met betrekking tot
voeding bij humanitaire en ontwikkelingsactoren die actief zijn op het gebied
van plattelandsontwikkeling, duurzame landbouw, continuïteit en de kwaliteit
van de voedselvoorziening, volksgezondheid, water en riolering, sociale
bescherming en onderwijs. (b)
Meer steunmaatregelen die specifiek zijn
gericht op voeding in de context van humanitaire en ontwikkelingshulp De EU zou meer moeten investeren in het
uitvoeren van effectief gebleken steunmaatregelen in landen met hoge
ondervoedingscijfers. Dergelijke maatregelen kunnen in drie categorieën worden
onderverdeeld: 1) voorlichting met het oog op gedragsverandering (bv.
stimuleren van borstvoeding en adequate bijvoeding); 2) verstrekking van
vitaminen/mineralen en ontwormingsproducten (bv. ijzersupplementen of verrijkt
voedsel) en 3) bijvoeding, voedingssupplementen en therapeutische voeding. Aan
de derde categorie zal bijzondere aandacht worden besteed wanneer veel kinderen
lijden aan acute ondervoeding (ook in humanitaire crisissituaties). De
categorieën en lijsten van voedingsspecifieke steunmaatregelen die voldoende
van nut zijn gebleken om op grotere schaal te worden toegepast in landen met
hoge ondervoedingscijfers, zullen regelmatig worden bijgewerkt aan de laatste
inzichten. Daarnaast zou de EU maatregelen moeten ondersteunen die in een
bepaalde context doeltreffend zijn gebleken, bijvoorbeeld het diversifiëren van
het voedselaanbod door voedzame producten ter beschikking te stellen van
gezinnen of de overdracht van contanten om betere voeding te bewerkstelligen. Het voorkómen en aanpakken van ondervoeding
bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd is essentieel om ondervoeding bij zowel
moeders als kinderen te verminderen. (c)
Meer op voeding gerichte maatregelen in het
kader van humanitaire en ontwikkelingshulp Met deze maatregelen worden de onderliggende
en fundamentele oorzaken van ondervoeding aangepakt (bijvoorbeeld een programma
voor water en riolering om de hygiëne te verbeteren en het werk van vrouwen te
verlichten, betere toegang tot water, maatregelen om de voedselinname te
diversifiëren, gratis gezondheidszorg voor mensen die tijdens een humanitaire
crisis een groot risico lopen op acute ondervoeding). Hiertoe moeten
voedingskwesties in verschillende sectoren worden geïntegreerd, zodat betere
resultaten op het gebied van voeding worden bereikt. Dit kan als volgt worden
bereikt: ·
het thema voeding systematisch integreren in de
situatieanalyse en wanneer een besluit wordt genomen over sectorale
strategieën, maatregelen en doelgroepcriteria. Veel sectoren kunnen bewust dan
wel toevallig bijdragen tot betere voeding. De belangrijkste sectoren in dit
verband zijn: voedselzekerheid (waaronder kleinschalige landbouw, verbetering
van de bronnen van inkomsten op het platteland en sociale overdrachten),
gezondheidszorg, sociale bescherming, water/riolering en onderwijs; ·
voor voeding relevante indicatoren integreren in
het kader voor toezicht; ·
maatregelen om gezinnen en vrouwen meer inkomen te
verschaffen terwijl ze tegelijkertijd voor hun jonge kinderen kunnen zorgen. Strategische prioriteit 3: Meer kennis over
voeding (versterking van deskundigheid en kennisbasis) Deze strategische prioriteit heeft twee
dimensies: versterking van de informatiebasis voor de besluitvorming en
technische deskundigheid/bijstand. (a)
Informatie voor besluitvormers De EU erkent dat relevante en betrouwbare
informatie essentieel is om goede besluiten te kunnen nemen. Daarom zal zij
investeren in toegepast onderzoek en informatiesystemen ondersteunen. ·
Toegepast onderzoek De EU zou moeten investeren in onderzoek om
meer gefundeerde kennis te vergaren over de doeltreffendheid en doelmatigheid
van verschillende maatregelen in diverse contexten. Dit moet uiteindelijk een
bijdrage leveren aan de ontwikkeling van beleid en het ontwerp van
steunmaatregelen en meer responsopties opleveren in belangrijke sectoren als de
gezondheidszorg, water/riolering, duurzame landbouw en de continuïteit en de
kwaliteit van de voedselvoorziening. Hoewel er in theorie goede redenen zijn om
betere voeding te bewerkstelligen door middel van voedselzekerheidsmaatregelen,
is het empirische bewijs daarvoor zwak en moet hiernaar dringend meer onderzoek
worden gedaan. De EU is een van 's werelds grootste donors op het gebied van
voedsel en humanitaire voedselhulp en heeft als zodanig een duidelijk en
aanzienlijk comparatief voordeel om de empirische kloof te dichten, en het is
ook haar verantwoordelijkheid om dit te doen. De EU zal operationeel onderzoek
ondersteunen om de empirische basis te verbreden door het effect van diverse
maatregelen op het gebied van voeding, voedselzekerheid en voedselhulp te
vergelijken. Voor maatregelen die doeltreffend zijn
gebleken (algemeen of in een bepaalde context), zou de EU steun moeten verlenen
voor onderzoek naar haalbare uitvoeringsmechanismen waarmee kleinschalige
maatregelen kunnen worden uitgebouwd naar nationaal optreden. ·
Informatiesystemen De EU zou steun moeten verlenen voor
informatiesystemen, met name in crisisgevoelige landen, met het oog op: –
betere kwaliteit en meer relevantie van de
informatiebasis voor de besluitvorming; –
gemakkelijkere verspreiding en benutting van
informatie voor de besluitvorming; –
betere institutionele integratie en duurzaamheid
van deze systemen; –
betere coördinatie van de verschillende
initiatieven en systemen voor gegevens over of relevant voor voeding. (b)
Technische deskundigheid en bijstand voor
capaciteitsopbouw Naast financiële middelen zal de Commissie ook
technische deskundigheid en bijstand ter beschikking stellen voor de
tenuitvoerlegging van deze mededeling, in het kader van landspecifieke
actieplannen en strategieën op het gebied van voeding. Deze bijstand is gericht
op de delegaties van de EU, ECHO-afdelingen waar nodig en diensten van de
regering en partners indien mogelijk. 4. Verantwoording over de resultaten De Commissie ziet toe op haar financiële
investeringen en gaat na welke resultaten worden bereikt met direct of indirect
op voeding gerichte acties, zodat niet alleen kan worden nagegaan of de
middelen doeltreffend zijn aangewend, maar ook trends kunnen worden
geanalyseerd: hoeveel wordt waar en waaraan uitgegeven. In haar verslaglegging streeft de Commissie
ernaar meer verantwoording af te leggen tegenover Europese burgers,
partnerlanden, EU-lidstaten, partneragentschappen en de begunstigden daarvan. (a)
Toezicht/indicatoren De Commissie zal een systeem ontwikkelen om de
voedingsresultaten van acties te meten, waarbij met name aandacht zal worden
besteed aan het terugdringen van groeiachterstanden. Dit betekent een
fundamenteel andere aanpak dan het simpelweg meten van input en output. De
Commissie wil objectief bepalen of onze inspanningen bijdragen tot het doel dat
wij onszelf hebben gesteld om groeiachterstanden terug te dringen. Er zal een
gemeenschappelijk monitoringsysteem worden ontwikkeld met de
ontwikkelingspartners en de betrokken landen. De Commissie zal verslag blijven
uitbrengen over de resultaten van haar steunmaatregelen ter bestrijding van
ondervoeding bij humanitaire crises. (b)
Traceren van middelen De EU zou haar systeem voor het traceren van
investeringen in voeding moeten versterken, zodat nauwkeuriger data kunnen
worden verzameld over de relatieve uitgaven aan direct of indirect op voeding
gerichte acties. Het verbeteren van de traceerbaarheid is essentieel om een
sterker kader voor het afleggen van verantwoording over voeding te
bewerkstelligen. Dit zou ook bijdragen tot een financieel traceersysteem
waaraan de ontwikkelingspartners en betrokken landen samen werken in het kader
van het SUN-initiatief. Er zal worden onderzocht of naast het codesysteem van
de OESO/DAC ook een voedingsindicator kan worden gebruikt. Het systeem moet
leiden tot nauwkeuriger verslaglegging en meer consistentie tussen de donors,
waardoor de mondiale geldstromen met betrekking tot voeding duidelijker worden
en op alle niveaus meer verantwoording kan worden afgelegd. Meer nauwkeurigheid
zou ook moeten worden bereikt door het gebruik van criteria die zijn gebaseerd
op de doelstellingen en verwachte resultaten van individuele maatregelen. Deze
informatie wordt openbaar gemaakt en geëvalueerd en er zullen maatregelen
worden getroffen om verstoringen of lacunes weg te werken. 5. Samenvatting van de stappen die de EU
moet zetten Door zich te concentreren op voeding voor moeders
en kinderen zet de EU een stap vooruit en neemt zij het voortouw in de strijd
tegen honger en het tekort aan voldoende voedsel van goede kwaliteit. In deze
mededeling worden een aantal manieren beschreven om betere resultaten te
bereiken op het gebied van voeding: 1. De EU moet landen
ondersteunen bij hun inspanningen om ondervoeding en de ernstigste gevolgen
daarvan (groeiachterstand en gewichtsverlies) tegen te gaan. De partnerlanden
zijn primair verantwoordelijk voor het aanpakken van voedingskwesties. Zij
moeten worden aangemoedigd om strategieën en actieplannen met een kostenraming
op te stellen, waarin zij ook zelf zouden moeten investeren. De EU-steun moet
worden afgestemd op de beleidslijnen en prioriteiten van de partnerlanden,
overeenkomstig de beginselen van doeltreffendheid van de hulp. De EU moet
zorgen voor samenhang tussen de beleidslijnen die van invloed zijn op de
continuïteit en de kwaliteit van de voedselvoorziening. 2. De eerste duizend levensdagen
worden kritiek geacht voor het voorkómen van ondervoeding en de gevolgen
daarvan. De EU moet daarom vooral streven naar betere voeding voor moeders en
jonge kinderen. Daarnaast moet ook worden gestreefd naar betere voeding voor
meisjes en vrouwen van vruchtbare leeftijd. 3. Bij humanitaire rampen moet
de respons worden geconcentreerd op degenen die het meest kwetsbaar zijn en aan
acute ondervoeding lijden of het risico daarop lopen. De EU moet volgens de
beginselen van weerbaarheid aandacht blijven besteden aan het probleem van
chronische ondervoeding in dergelijke omstandigheden. 4. Er moet meer worden
geïnvesteerd in voeding, zodat betere resultaten worden behaald in zowel
humanitair als ontwikkelingsverband. De Commissie zal een kader ontwikkelen
waarmee beter verantwoording kan worden afgelegd over deze investeringen. Zij
zal instrumenten ontwikkelen en delen om investeringen in voeding te traceren
en een methode ontwerpen om de impact en de resultaten van acties ter
bestrijding van ondervoeding te meten. De Commissie heeft beloofd de partnerlanden
te helpen om tussen nu en 2025 het aantal kinderen onder de vijf jaar met een
groeiachterstand met minstens 7 miljoen terug te dringen en een kader te
ontwikkelen voor het meten en traceren van de vorderingen. 5. Het aanpakken van voeding
vereist een multisectorale aanpak. De EU zou een aanpak moeten voorstaan waarin
wordt erkend dat afstemming noodzakelijk is van de beleidslijnen inzake
plattelandsontwikkeling, duurzame landbouw, volksgezondheid, water en
riolering, sociale bescherming en onderwijs om de continuïteit en de kwaliteit
van de voedselvoorziening te verbeteren en de voedingssituatie van vrouwen en
kinderen daadwerkelijk te verbeteren. De voedingssituatie in de betrokken
landen zal systematisch worden getoetst, zodat de EU ervoor kan zorgen dat het
thema voeding in alle relevante sectoren wordt geïntegreerd, zodat betere
resultaten op het gebied van voeding worden bereikt, zowel in het kader van
humanitaire als ontwikkelingshulp. 6. Het aanpakken van voeding
vereist nauwe samenwerking tussen humanitaire en ontwikkelingsactoren. De EU
wil de band tussen humanitaire en ontwikkelingshulp versterken, bijvoorbeeld
door middel van gezamenlijke analyses en operationele planning, zodat de
weerbaarheid van de kwetsbaarste bevolkingsgroepen wordt vergroot. 7. De EU zou moeten investeren
in onderzoek om meer gefundeerde kennis te vergaren over de doeltreffendheid en
doelmatigheid van verschillende maatregelen op het gebied van voeding. Zij zal
ook steun verlenen voor informatiesystemen, technische deskundigheid en
bijstand en capaciteit op het gebied van voeding. 8. Het bedrijfsleven moet worden
ingeschakeld om ondervoeding te bestrijden en de EU zou moeten streven naar
meer samenwerking met de particuliere sector, waarbij goede zakelijke
praktijken moeten worden aangemoedigd. 9. De EU moet het thema voeding
bevorderen in internationale fora zoals de G8/G20, de
Wereldgezondheidsvergadering en de commissie voor Wereldvoedselzekerheid en
betrokken blijven bij belangrijke initiatieven, zoals de SUN-beweging, het
permanente voedingscomité van de VN, de Zero Hunger Challenge, de
internationale conferentie over voeding (ICN2) en het humanitaire
clustersysteem. De EU moet er ook voor zorgen dat passende aandacht wordt
besteed aan voeding in de ontwikkelingsagenda van na 2015 en zij zal blijven
streven naar sterker internationaal bestuur met betrekking tot voeding. 10. De SUN-beweging speelt een
belangrijke rol in de internationale bewustmaking met betrekking tot voeding.
De Commissie zal steun blijven verlenen voor het werk van de beweging en haar
inspanningen om ondervoeding op het niveau van landen terug te dringen. De
Commissie zal meer landen met hoge ondervoedingscijfers en donors aanmoedigen
zich aan te sluiten bij dit initiatief. Bij deze mededeling hoort een werkdocument van
de diensten van de Commissie over ondervoeding in crisissituaties, waarin de
uitgangspunten worden beschreven voor humanitaire hulp op het gebied van
voeding, evenals goede praktijken. Het Europees Parlement en de Raad worden uitgenodigd
om hun mening te geven over de maatregelen die de Commissie voorstelt. Bijlage
1: Lijst van gebruikte begrippen
Voedselzekerheid:
situatie waarin iedereen te allen tijde in fysieke en economische zin toegang
heeft tot voldoende veilig en voedzaam voedsel om te voldoen aan zijn behoeften
en voorkeuren en een actief en gezond leven te leiden. Humanitaire crisis:
gebeurtenis of reeks gebeurtenissen die een ernstige bedreiging vormt voor de
gezondheid, de veiligheid, de beveiliging of het welzijn van een gemeenschap of
een andere grote groep mensen. Een humanitaire crisis kan door de natuur of
door de mens worden veroorzaakt, kan plots of geleidelijk ontstaan en kan van
korte of lange duur zijn. Malnutritie:
fysieke toestand die samenhangt met de opname van voedingsstoffen door het
lichaam. Er zijn twee vormen van malnutritie: ondervoeding en overvoeding. Deficiëntieziekte:
ziekte die ontstaat door ondervoeding als gevolg van een tekort aan
vitaminen en mineralen. Ziekten die worden veroorzaakt door een gebrek aan
ijzer, jodium, vitamine A en zink, behoren tot de tien belangrijkste
doodsoorzaken in ontwikkelingslanden. Voedingsleer:
wetenschap die zich bezighoudt met de invloed die voedingsstoffen en andere
stoffen in voedsel individueel en samen hebben op gezondheid. Ondervoeding
omvat: i) groeivertraging in de baarmoeder, die leidt tot een laag
geboortegewicht; ii) groeivertraging; iii) weefselafbraak en hongeroedeem; iv)
tekort aan essentiële vitaminen en mineralen. Ondergewicht bij
kinderen: kinderen die te weinig wegen voor hun lengte (ondergewicht door acute
ondervoeding) of die te klein zijn voor hun leeftijd (groeiachterstand). Acute ondervoeding:
kortstondige aandoening die ontstaat bij recent en snel gewichtsverlies of het
onvermogen om aan te komen en die wordt gekenmerkt door een te laag gewicht in
verhouding tot de lengte (wasting). Groeiachterstand:
situatie die wordt veroorzaakt door chronische ondervoeding en die wordt
gekenmerkt door een te kleine lengte in verhouding tot de leeftijd (stunting).
Omdat groeiachterstand over een langere periode wordt opgelopen, zijn planning
en beleid op lange termijn aangewezen. [1] COM(2011) 637. [2] Doc. 9369/12. [3] COM(2010) 127 en COM(2010) 126. [4] Doc. 9597/10. [5] COM(2012) 586. [6] Alliance Globale pour l’Initiative Résilience
(Wereldwijde alliantie voor het weerbaarheidsinitiatief). [7] Supporting the Horn of Africa’s Resilience (Bevordering
van de weerbaarheid in de Hoorn van Afrika). [8] SEC(2010) 265. [9] Black R. E. et al., Maternal and child
undernutrition: global and regional exposures and health consequences, The
Lancet, 2008. [10] Unicef, WGO en Wereldbank, Levels & Trends in Child
Malnutrition, 2012 (gegevens uit 2011). [11] Unicef, Levels and trends in child mortality, 2011. [12] Unicef, WGO en Wereldbank, Levels & Trends in Child
Malnutrition, 2012 (gegevens uit 2011). [13] Ibidem. [14] De Benoist B . et al., Worldwide Prevalence of
Anemia 1993-2005: WHO Global Database on Anaemia, WGO en Centers for
Disease Control and Prevention, 2008. [15] Ibidem. [16] WGO, WVP en Unicef, Preventing and controlling
micronutrient deficiencies in populations affected by an emergency - Multiple
vitamin and mineral supplements for pregnant and lactating women, and for
children aged 6 to 59 months, 2007. [17] Black R. E. et al., Maternal and child undernutrition:
global and regional exposures and health consequences, The Lancet, 2008. [18] S Grantham-McGregor et al., Development potential in
the first 5 years for children in developing countries, The Lancet, 2007. [19] Wereldbank, Repositioning Nutrition as Central to
Development - A Strategy for Large-Scale Action, 2006. [20] Waaronder voorlichting, onder andere over reproductieve
gezondheid, indien van toepassing. [21] Sterk, in de gemeenschap verankerd
plattelandsontwikkelingsbeleid met een multisectorale aanpak kan een deel van
de oplossing zijn. [22] WGO, 65e Wereldgezondheidsvergadering, A65/11, 2012. [23] WGO, 65e Wereldgezondheidsvergadering, A65/11, 2012. [24] Sterftecijfer voor kinderen onder de vijf jaar: > 2/10 000
per dag, totale acute ondervoeding >15 % of >10 % bij verzwarende
factoren (werkdocument van de diensten van de Commissie over het aanpakken van
ondervoeding in noodsituaties). [25] Inclusief nationale investeringen.