This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52002PC0342
Proposal for a Council Regulation on a transitional product-specific safeguard mechanism for imports originating in the People's Republic of China and amending Council Regulation (EC) No 519/94 on common rules for imports from certain third countries
Voorstel voor een Verordening van de Raad over een productspecifiek vrijwaringsmechanisme in de overgangsperiode voor producten uit de Volksrepubliek China en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 519/94 betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen
Voorstel voor een Verordening van de Raad over een productspecifiek vrijwaringsmechanisme in de overgangsperiode voor producten uit de Volksrepubliek China en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 519/94 betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen
/* COM/2002/0342 def. - ACC 2002/0133 */
PB C 227E van 24.9.2002, pp. 555–564
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Voorstel voor een Verordening van de Raad over een productspecifiek vrijwaringsmechanisme in de overgangsperiode voor producten uit de Volksrepubliek China en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 519/94 betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen /* COM/2002/0342 def. - ACC 2002/0133 */
Publicatieblad Nr. 227 E van 24/09/2002 blz. 0555 - 0564
Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD over een productspecifiek vrijwaringsmechanisme in de overgangsperiode voor producten uit de Volksrepubliek China en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 519/94 betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen (door de Commissie ingediend) TOELICHTING Door de toetreding van China tot de WTO moet de EG-wetgeving inzake vrijwaringsmaatregelen en de contingentenregeling voor andere producten dan textielproducten worden gewijzigd. De nodige wijzigingen worden ingevoerd door de Verordening van de Raad over een productspecifiek vrijwaringsmechanisme voor de overgangsperiode voor producten uit de Volksrepubliek China en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 519/94 van de Raad betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen. I. Het productspecifieke vrijwaringsmechanisme van het Toetredingsprotocol Het Protocol inzake de toetreding van China tot de WTO (WT/L/432) bevat bepalingen over een productspecifiek vrijwaringsmechanisme voor de overgangsperiode dat wordt toegepast wanneer "producten van Chinese oorsprong in zulke toegenomen hoeveelheden of onder zulke omstandigheden in het gebied van een ander WTO-Lid worden ingevoerd dat zij de markt verstoren of dreigen te verstoren". Het productspecifieke vrijwaringsmechanisme voor de overgangsperiode zal 12 jaar na de inwerkingtreding van het Protocol vervallen. Er zijn enkele belangrijke verschillen met de basisverordening van de EG inzake vrijwaringsmaatregelen (Verordening (EG) nr. 3285/94 van de Raad) en de verordening inzake de invoer uit bepaalde landen zonder markteconomie (Verordening (EG) nr. 519/94 van de Raad), onder meer: 1. iets lagere inhoudelijke normen (met name "verstoring van de markt", dat wil zeggen "aanmerkelijke schade" in tegenstelling tot "ernstige schade" in de Verordeningen 3285/94 en 519/94), 2. geen bepalingen inzake de duur van definitieve maatregelen (in tegenstelling tot 4 plus 4 jaar volgens Verordening 3285/94), en 3. specifieke bepalingen over maatregelen inzake handelsverlegging (bij een toename van de invoer uit China als gevolg van productspecifieke vrijwaringsmaatregelen van andere WTO-leden). Het vaststellen van een afzonderlijke verordening waarbij China van de toepassing van Verordening 519/94 wordt uitgesloten is de beste manier om overeenstemming te bereiken met de bijzondere kenmerken van het productspecifieke vrijwaringsmechanisme van het Toetredingsprotocol (met name de inhoudelijke bepalingen) en om passende procedurele bepalingen te verkrijgen die aan de gebruikelijke EG-normen voldoen. De kern van bijgevoegde ontwerp-verordening is gebaseerd op de bestaande verordeningen inzake vrijwaringsmaatregelen en subsidiëring. II. Nieuwe tabel voor de geleidelijke afschaffing van contingenten voor niet-textiele producten uit China Naast bepalingen over het productspecifieke vrijwaringsmechanisme bevat de verordening bepalingen over contingenten voor andere producten dan textielproducten. Dergelijke bepalingen zijn momenteel opgenomen in Verordening (EG) nr. 519/94 en moeten worden gewijzigd gezien de geleidelijke afschaffing van de contingenten, tot 2005, voor andere producten dan textielproducten uit China (bepaalde soorten schoeisel, aardewerk en keramiek). III. Afschaffing van de toezichtsmaatregelen die thans op bepaalde producten uit China van toepassing zijn De verordening bevat ook bepalingen over de afschaffing van de toezichtsmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde producten uit China (intrekking van Bijlage III bij Verordening (EG) nr. 519/94). IV. Delegatie aan de Commissie van de bevoegdheid om het geografische toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 519/94 te wijzigen Tenslotte bevat de verordening bepalingen over de wijziging van Verordening (EG) nr. 519/94 in termen van de toepassing op bepaalde landen zonder markteconomie (lijst in Bijlage I). Tot nu toe moest Verordening (EG) nr. 519/94 worden gewijzigd, telkens wanneer een land lid van de WTO werd. Deze onnodig bewerkelijke procedure is nu vereenvoudigd door aan de Commissie de bevoegdheid te delegeren om landen in de lijst te schrappen zodra deze lid van de WTO worden. 2002/0133 (ACC) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD over een productspecifiek vrijwaringsmechanisme in de overgangsperiode voor producten uit de Volksrepubliek China en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 519/94 betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met name op artikel 133, Gezien het voorstel van de Commissie [1], [1] PB C , , blz. . Overwegende hetgeen volgt: (1) Bij Verordening (EG) nr. 3285/94 [2] heeft de Raad een gemeenschappelijke regeling vastgesteld voor de invoer die bepalingen inzake vrijwaringsmaatregelen bevat; [2] PB L 349 van 31.12.1994, blz. 53 (2) Bij Verordening (EG) nr. 519/94 [3] heeft de Raad een gemeenschappelijke regeling vastgesteld voor de invoer uit bepaalde derde landen die eveneens bepalingen inzake vrijwaringsmaatregelen bevat; [3] PB L 67 van 10.03.1994, blz. 89 (3) Het Protocol inzake de Toetreding van de Volksrepubliek China (hierna "China" genoemd) tot de Wereldhandelsorganisatie (hierna "het Protocol" genoemd) bevat productspecifieke vrijwaringsmaatregelen voor de overgangsperiode (hierna "vrijwaringsmaatregelen" genoemd) en productspecifieke maatregelen ter voorkoming van handelsverlegging (hierna "maatregelen wegens handelsverlegging" genoemd); (4) Het Protocol is op 11 december 2001 in werking getreden; (5) Gezien het grote verschil tussen de bepalingen inzake vrijwaringsmaatregelen in het Protocol enerzijds en in Verordening (EG) nr. 519/94 en Verordening (EG) nr. 3285/94 anderzijds, moet een specifieke verordening worden vastgesteld voor vrijwaringsmaatregelen en maatregelen wegens handelsverlegging ten aanzien van bepaalde producten uit China; (6) Volgens het Protocol kunnen vrijwaringsmaatregelen worden genomen wanneer producten van Chinese oorsprong in zulke toegenomen hoeveelheden of onder zulke omstandigheden worden ingevoerd dat zij de markt verstoren of dreigen te verstoren voor de producenten in de Gemeenschap; (7) Er is sprake van een verstoring van de markt wanneer de invoer van een product zo sterk stijgt dat deze een beduidende oorzaak is van aanmerkelijke schade of dreiging van aanmerkelijke schade voor producenten van de Gemeenschap; (8) Het lijkt noodzakelijk aan te geven met welke factoren rekening moet worden gehouden om te bepalen of er sprake is van een verstoring van de markt; (9) Volgens het Protocol kunnen maatregelen wegens handelsverlegging worden genomen wanneer een maatregel van China of een ander Lid van de Wereldhandelsorganisatie (hierna "WTO" genoemd) om een verstoring van zijn markt te voorkomen of tegen te gaan een stijging van de invoer in de Gemeenschap van een product uit China veroorzaakt of dreigt te veroorzaken; (10) Het is dienstig richtlijnen te geven over de factoren die relevant kunnen zijn voor de vaststelling of er sprake is van handelsverlegging; (11) Het verdient aanbeveling de term 'producenten van de Gemeenschap' te definiëren; (12) Een onderzoek met het oog op het nemen van vrijwaringsmaatregelen of maatregelen wegens handelsverlegging moet op verzoek van een lidstaat of de Commissie worden geopend; een onderzoek met het oog op het nemen van vrijwaringsmaatregelen over een onderwerp waarover al eerder een dergelijk onderzoek werd ingesteld mag eerst worden geopend nadat ten minste een jaar is verstreken na bëeindiging van dit vorige onderzoek; voor maatregelen wegens handelsverlegging is een dergelijke beperking niet nodig; (13) Vastgesteld moet worden op welke wijze belanghebbenden in kennis worden gesteld van de inlichtingen die de autoriteiten van de Gemeenschap nodig hebben; de belanghebbenden dienen ruimschoots gelegenheid te hebben om alle ter zake dienende bewijsstukken voor te leggen en hun belangen te verdedigen; het is eveneens wenselijk duidelijk aan te geven welke regels en procedures bij het onderzoek van toepassing zijn, met name de regels volgens welke belanghebbenden zich binnen bepaalde termijnen bekend maken, hun standpunt uiteenzetten en inlichtingen verstrekken, indien met deze standpunten en inlichtingen rekening moet worden gehouden; het is eveneens dienstig te bepalen op welke voorwaarden belanghebbenden toegang kunnen krijgen tot informatie die andere belanghebbenden hebben verstrekt en daarover opmerkingen kunnen maken; (14) Vastgesteld moet worden op welke voorwaarden bij wijze van uitzondering voorlopige maatregelen kunnen worden genomen, waaronder het instellen van rechten door de Commissie, voor een periode van ten hoogste 200 dagen; (15) Volgens het Protocol mogen definitieve maatregelen eerst 60 dagen na ontvangst van een door China ingediend verzoek om overleg worden genomen, indien dit overleg niet tot een voor beide partijen bevredigende oplossing heeft geleid; (16) Het lijkt wenselijk in de mogelijkheid te voorzien - op bepaalde voorwaarden en mits de werking van de interne markt hierdoor niet wordt verstoord - maatregelen te nemen die tot een of meer lidstaten zijn beperkt; (17) Het lijkt dienstig te bepalen dat vrijwaringsmaatregelen na vier jaar vervallen tenzij in het kader van een herzieningsprocedure blijkt dat zij dienen te worden gehandhaafd; (18) Het is wenselijk in tussentijdse herzieningsprocedures te voorzien, wanneer een lidstaat of de Commissie verzoekt de gevolgen van een vrijwaringsmaatregel of een maatregel wegens handelsverlegging en de noodzaak tot handhaving van die maatregel te onderzoeken; (19) Het is noodzakelijk te bepalen dat een maatregel wegens handelsverlegging kan worden herzien wanneer het WTO-Lid dat een maatregel neemt om de verstoring van zijn markt tegen te gaan het WTO-Comité Vrijwaringsmaatregelen van een wijziging van deze maatregel in kennis stelt; (20) Vrijwaringsmaatregelen en maatregelen wegens handelsverlegging moeten geschorst kunnen worden wanneer het door een tijdelijke wijziging in de omstandigheden op de markt tijdelijk niet dienstig is deze maatregelen voort te zetten; (21) Met het oog op de handhaving van de maatregelen moeten de lidstaten toezicht houden op de invoer van producten die aan een onderzoek of maatregelen zijn onderworpen en hierover aan de Commissie verslag uitbrengen; tevens dienen zij, in voorkomend geval, het bedrag aan rechten mede te delen dat op grond van deze verordening is geïnd; (22) Tevens moet worden bepaald dat een Raadgevend Comité regelmatig wordt geraadpleegd in welbepaalde stadia van het onderzoek; dat het Comité dient te bestaan uit vertegenwoordigers van de lidstaten en wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Commissie; dat het Raadgevend Comité, overeenkomstig overweging 12 van Besluit 1999/468/EG van de Raad [4], niet onder het toepassingsgebied van dat besluit valt; [4] PB L 184 van 17.07.1999, blz. 23 (23) Het is dienstig in controles ter plaatse te voorzien om de inlichtingen te controleren die over de ontwikkeling van de omvang van de invoer en de verstoring van de markt zijn ontvangen; deze controles ter plaatse zijn evenwel afhankelijk van de ontvangst van correct beantwoorde vragenlijsten; (24) Er dient een bepaling te worden vastgesteld over de behandeling van vertrouwelijke gegevens ter bescherming van zaken- of ambtsgeheimen; (25) Het is van wezenlijk belang dat een bepaling wordt vastgesteld over de mededeling van de voornaamste feiten en overwegingen aan de hiervoor in aanmerking komende partijen en dat deze mededeling, gelet op het besluitvormingsproces in de Gemeenschap, binnen een termijn wordt gedaan die het de partijen mogelijk maakt hun belangen te verdedigen; (26) Het is dienstig in een administratief systeem te voorzien in het kader waarvan argumenten kunnen worden aangevoerd over het belang van de Gemeenschap bij maatregelen, met inbegrip van het belang van de consument, en om termijnen vast te stellen waarbinnen deze inlichtingen moeten worden verstrekt en om bepalingen op te nemen over de rechten van de betrokkenen om van de verstrekte inlichtingen kennis te nemen; (27) Het Verslag van de Werkgroepen over de Toetreding van China tot de WTO voorziet in de geleidelijke afschaffing van contingenten voor andere producten dan textielproducten die de Gemeenschap ten aanzien van sommige producten van Chinese oorsprong hanteert; (28) In verband met deze geleidelijke afschaffing moet Bijlage II van Verordening (EG) nr. 519/94 worden ingetrokken; (29) Het is dienstig de bij invoervergunningen reeds toegewezen hoeveelheden voor 2002 te verhogen ten einde rekening te houden met de toename waarin het tijdschema voor de geleidelijke afschaffing voor 2001 en 2002 voorziet; (30) Het is dienstig de toezichtsmaatregelen niet langer toe te passen op de Chinese producten die zijn vermeld in Bijlage III van Verordening (EG) nr. 519/94, welke bijlage moet worden ingetrokken; (31) Het is dienstig in Bijlage I van Verordening (EG) nr. 519/94 die landen te schrappen die leden van de WTO zijn geworden en de bevoegdheid voor de bijwerking van die Bijlage aan de Commissie te delegeren; (32) Het Protocol voorziet in het vervallen van de afdeling vrijwaringsmaatregelen en maatregelen wegens handelsverlegging 12 jaar na de inwerkingtreding van het Protocol; daarom moet worden vastgesteld dat maatregelen die op grond van deze verordening zijn genomen uiterlijk op 11 december 2013 vervallen; HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Titel I Productenpecifiek vrijwaringsmechanisme voor de overgangsperiode Artikel 1 Beginselen 1. Wanneer producten van Chinese oorsprong in zodanig toegenomen hoeveelheden of in zulke omstandigheden in de Gemeenschap worden ingevoerd dat de markt voor de producenten van de Gemeenschap verstoord wordt of dreigt te worden, kan overeenkomstig de volgende bepalingen een vrijwaringsmaatregel worden genomen. 2. Indien een maatregel van China of een ander WTO-Lid om de verstoring van de markt van dat WTO-Lid te voorkomen of tegen te gaan een beduidende handelsverlegging in de Gemeenschap veroorzaakt of dreigt te veroorzaken, kan overeenkomstig de volgende bepalingen een maatregel wegens handelsverlegging worden genomen. Artikel 2 Vaststelling van een verstoring van de markt 1. De markt is verstoord wanneer de invoer van een product, dat gelijk is aan of rechtstreeks concurreert met een door de producenten van de Gemeenschap vervaardigd product, absoluut of relatief, zo sterk toeneemt dat zij een beduidende oorzaak van aanmerkelijke schade voor de producenten de de Gemeenschap is of dreigt te worden. 2. Bij de vaststelling of een markt is verstoord, mogen uitsluitend objectieve factoren in aanmerking worden genomen, zoals: (a) de omvang van de betrokken invoer, (b) de gevolgen van deze invoer voor de prijzen van dezelfde of rechtstreeks concurrerende producten in de Gemeenschap, en (c) de gevolgen van deze invoer voor de producten van de Gemeenschap die dezelfde of de rechtstreeks concurrerende producten vervaardigen. Artikel 3 Vaststelling van een beduidende handelsverlegging 1. De handel heeft een beduidende verlegging ondergaan wanneer een maatregel van China of een ander WTO-Lid om een verstoring van de markt van dat WTO-Lid te voorkomen of tegen te gaan een toename van de invoer in de Gemeenschap van een product uit China veroorzaakt of dreigt te veroorzaken. 2. Objectieve criteria moeten worden toegepast om vast te stellen of maatregelen om een verstoring van de markt te voorkomen of tegen te gaan een beduidende verlegging van de handel veroorzaken of dreigen te veroorzaken. Te onderzoeken factoren zijn: (a) de reeds geconstateerde of binnenkort te verwachten toename van het marktaandeel van producten uit China in de Gemeenschap; (b) de aard of de reikwijdte van de maatregel die China of andere WTO-Leden hebben genomen of voornemens zijn te nemen; (c) de reeds geconstateerde of binnenkort te verwachten toename van de omvang van de invoer uit China door de genomen of voorgestelde maatregel; (d) vraag en aanbod van de betrokken producten op de markt van de Gemeenschap; en (e) de omvang van de uitvoer uit China naar het WTO-Lid/ de WTO-Leden dat/die een voorlopige of definitieve vrijwaringsmaatregel toepast/toepassen. Artikel 4 Definitie van "producenten van de Gemeenschap" In deze verordening worden onder 'producenten van de Gemeenschap' verstaan de producenten van de Gemeenschap in hun geheel van dezelfde of rechtstreeks concurrerende producten die op het grondgebied van de Gemeenschap hun bedrijf uitoefenen of diegenen van deze producenten wier gezamenlijke productie van dezelfde of rechtstreeks concurrerende producten een groot deel uitmaakt van de totale productie van die producten in de Gemeenschap. Artikel 5 Inleiding van de procedure 1. Er wordt een onderzoek geopend op verzoek van een lidstaat of op initiatief van de Commissie indien het de Commissie duidelijk is dat er voldoende bewijsmateriaal is om een onderzoek in te stellen. 2. De Commissie wordt door de lidstaten in kennis gesteld van ontwikkelingen in de invoer die erop wijzen dat vrijwaringsmaatregelen of maatregelen wegens handelsverlegging dienen te worden genomen. Bij deze kennisgeving is het beschikbare bewijsmateriaal gevoegd, volgens de criteria van artikel 1, 2 of 3, al naar gelang van het geval. De Commissie doet deze kennisgeving onmiddellijk aan alle lidstaten toekomen.. 3. Voordat een onderzoek wordt geopend, deelt de Commissie China mede dat zij voornemens is een onderzoek in te stellen. De mededeling kan vergezeld gaan van een uitnodiging voor overleg ten einde de situatie ten aanzien van de in de artikelen 1, 2 en 3 genoemde zaken, al naar gelang van het geval, te bespreken om tot een voor beide partijen bevredigende oplossing te komen. 4. Wanneer het, na overleg met de lidstaten, duidelijk is dat er voldoende bewijsmateriaal is om een procedure in te leiden en eventueel overleg op grond van lid 3 niet tot een voor beide partijen bevredigende oplossing hebben geleid, maakt de Commissie dit bekend in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. 5. In het bericht over de inleiding van de procedure wordt vermeld dat een onderzoek wordt geopend, wordt de reikwijdte van het onderzoek en het betrokken product vermeld, wordt een samenvatting gegeven van de ontvangen inlichtingen en worden belanghebbenden uitgenodigd alle ter zake dienende inlichtingen aan de Commissie te doen toekomen; in dit bericht wordt eveneens vermeld binnen welke termijn de belanghebbenden zich kenbaar moeten maken, hun standpunt schriftelijk moeten uiteenzetten en inlichtingen verstrekken, willen zij dat die standpunten en inlichtingen bij het onderzoek in aanmerking worden genomen; voorts wordt vermeld binnen welke termijn belanghebbenden kunnen verzoeken door de Commissie te worden gehoord overeenkomstig artikel 6, lid 4. 6. Tenzij om gegronde redenen, kan geen onderzoek in verband met vrijwaringsmaatregelen als in artikel 1, lid 1, omschreven, over hetzelfde onderwerp worden geopend binnen een jaar na beëindiging van een vorig onderzoek. 7. Een onderzoek kan geen beletsel vormen voor douane-inklaringsprocedures. Artikel 6 Het onderzoek 1. Na de inleiding van de procedure, begint de Commissie met een onderzoek. Dit onderzoek heeft betrekking op zowel het bestaan van een toegenomen invoer als op de verstoring van de markt of de handelsverlegging. De toegenomen invoer en de verstoring van de markt worden tezelfdertijd onderzocht. Met het oog op representatieve bevindingen, wordt een onderzoektijdvak gekozen. Inlichtingen die betrekking hebben op een periode na het onderzoektijdvak worden doorgaans niet in aanmerking genomen. 2. De Commissie wint alle inlichtingen in die zij nodig heeft om conclusies te trekken ten aanzien van de in de artikelen 1, 2 en 3 genoemde criteria, al naar gelang van het geval, en controleert deze, indien zij dit nodig acht. 3. De Commissie kan lidstaten verzoeken inlichtingen te verstrekken, en lidstaten ondernemen de nodige stappen om aan deze verzoeken te voldoen. Wanneer deze inlichtingen van algemeen belang zijn of wanneer de toezending door een lidstaat is gevraagd, doet de Commissie deze aan de lidstaten toekomen, indien het niet om vertrouwelijke gegevens gaat. Indien de gegevens vertrouwelijk zijn, wordt een niet-vertrouwelijke samenvatting toegezonden. 4. Belanghebbenden die zich overeenkomstig artikel 5, lid 5, kenbaar hebben gemaakt en de Chinese overheid worden gehoord indien zij, binnen de in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen vermelde termijn, hiertoe een schriftelijke verzoek indienen waarin zij aantonen dat zij waarschijnlijk belang hebben bij de resultaten van de procedure en dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen. 5. Op verzoek zullen belanghebbenden die zich overeenkomstig artikel 5, lid 5 kenbaar hebben gemaakt en de overheid van China in de gelegenheid worden gesteld partijen met tegengestelde belangen te ontmoeten, zodat met elkaar strijdige standpunten kunnen worden uiteengezet en argumenten weerlegd. Bij een dergelijke gelegenheid wordt rekening gehouden met de noodzaak tot bescherming van vertrouwelijke gegevens en de conveniëntie van de partijen. Geen partij is verplicht een bijeenkomst bij te wonen en de afwezige partij mag geen nadeel ondervinden van zijn afwezigheid. De Commissie houdt rekening met mondelinge inlichtingen die op grond van dit lid zijn verstrekt, voor zover deze vervolgens schriftelijk worden bevestigd. 6. De belanghebbenden die zich overeenkomstig artikel 5, lid 5 kenbaar hebben gemaakt en de overheid van China, kunnen, op verzoek, inzage krijgen in alle gegevens die de Commissie van een partij bij een onderzoek heeft gekregen - doch niet in door de autoriteiten van de Gemeenschap of haar lidstaten opgestelde interne documenten - welke gegevens relevant zijn voor de presentatie van hun zaak, niet vertrouwelijk zijn in de zin van artikel 17, en die bij het onderzoek worden gebruikt. Deze belanghebbenden mogen op deze inlichtingen reageren en met hun opmerkingen wordt rekening gehouden, indien deze met voldoende bewijsmateriaal zijn onderbouwd. 7. Voor procedures die op grond van artikel 5, lid 4, worden ingeleid, wordt het onderzoek, indien mogelijk, binnen negen maanden na de opening van het onderzoek afgesloten. In buitengewone omstandigheden kan deze termijn met ten hoogste twee maanden worden verlengd; in dit geval doet de Commissie een bericht verschijnen in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen waarin de duur van de verlenging en een samenvatting van de redenen hiervan zijn vermeld. Artikel 7 Voorlopige vrijwaringsmaatregelen 1. Voorlopige vrijwaringsmaatregelen worden in kritieke omstandigheden genomen wanneer vertraging moeilijk te herstellen schade zou veroorzaken, na een voorlopige vaststelling dat de markt voor de producenten van de Gemeenschap door invoer wordt verstoord of dreigt te worden verstoord en indien het in het belang van de Gemeenschap is maatregelen te nemen. De Commissie neemt deze voorlopige maatregelen na overleg met de lidstaten of, in zeer dringende gevallen, na kennisgeving aan de lidstaten. In het laatste geval vindt het overleg met de lidstaten plaats uiterlijk 10 dagen na kennisgeving van de door de Commissie genomen maatregel. 2. Voorlopige vrijwaringsmaatregelen kunnen, onder meer, de vorm hebben van douanerechten op en kwantitatieve beperkingen bij de invoer van producten uit China. 3. De duur van de voorlopige maatregelen is ten hoogste 200 dagen. 4. Worden de voorlopige vrijwaringsmaatregelen ingetrokken omdat niet is voldaan aan de voorwaarden van de artikelen 1, 2 of 3, al naar gelang van het geval, dan worden de rechten die uit hoofde van de voorlopige maatregelen waren geïnd automatisch terugbetaald. De procedure van artikel 235 en volgende van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek [5] is van toepassing. [5] PB L 302 van 19.10.1992, blz.1 Artikel 8 Beëindiging zonder maatregelen Indien de vrijwaringsmaatregelen of de maatregelen wegens handelsverlegging na overleg met de lidstaten onnodig blijken en het Raadgevend Comité maakt hiertegen geen bezwaar, wordt het onderzoek of de procedure bij besluit van de Commissie beëindigd. In alle andere gevallen dient de Commissie onmiddellijk een verslag in bij de Raad over de resultaten van het overleg, tezamen met een voorstel voor een verordening van de Raad tot beëindiging van de procedure. De procedure wordt geacht te zijn beëindigd indien de Raad binnen een maand met een gekwalificeerde meerderheid geen ander besluit heeft genomen. Artikel 9 Definitieve maatregelen 1. Wanneer uit de definitief vastgestelde feiten blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden van de artikelen 1, 2 en 3, al naar gelang van het geval, en het in het belang van de Gemeenschap is maatregelen te nemen overeenkomstig artikel 19, vraagt de Commissie overleg aan met de overheid van China om tot een voor beide partijen bevredigende oplossing te komen. 2. Indien het in lid 1 bedoelde overleg binnen 60 dagen na ontvangst van het verzoek om overleg niet tot een voor beide partijen bevredigende oplossing leidt, stelt de Raad op voorstel van de Commissie, na overleg in het Raadgevend Comité, met een gewone meerderheid een definitieve vrijwaringsmaatregel of maatregel wegens handelsverlegging vast. Wanneer voorlopige maatregelen van kracht zijn, wordt het voorstel voor een definitieve maatregel uiterlijk een maand voordat de rechten vervallen bij de Raad ingediend. 3. Definitieve vrijwaringsmaatregelen kunnen, onder meer, de vorm hebben van douanerechten op en kwantitatieve beperkingen bij de invoer van producten uit China. Artikel 10 Regionale maatregelen Wanneer blijkt, voornamelijk op grond van de factoren als bedoeld in artikel 2 respectievelijk 3, dat aan de voorwaarden voor de vaststelling van maatregelen op grond van de artikelen 7 en 9 in een of meer lidstaten van de Gemeenschap is voldaan, kan de Commissie, na alternatieve oplossingen te hebben onderzocht, bij wijze van uitzondering toestaan dat de vrijwaringsmaatregelen tot de betrokken lidstaat worden beperkt, indien zij van oordeel is dat het passender is deze maatregelen op dat niveau toe te passen dan in de gehele Gemeenschap. Deze maatregelen moeten tijdelijk zijn en mogen de werking van de interne markt niet verstoren. De maatregelen worden vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 7 respectievelijk 9. Artikel 11 Duur 1. Een vrijwaringsmaatregel blijft slechts van kracht zolang dit nodig is om de verstoring van de markt te voorkomen of tegen te gaan. De duur van de maatregel mag de vier jaar niet overschrijden tenzij deze op grond van artikel 12, lid 1, wordt verlengd. 2. Een maatregel wegens handelsverlegging wordt beëindigd uiterlijk 30 dagen na het vervallen van de maatregel van het WTO-Lid tegen invoer uit China. Artikel 12 Herziening van vrijwaringsmaatregelen 1. De oorspronkelijke duur van een vrijwaringsmaatregel kan worden verlengd, wanneer wordt vastgesteld dat - de vrijwaringsmaatregel nodig blijft om de verstoring van de markt te voorkomen of tegen te gaan, en - er bewijsmateriaal is dat de producenten van de Gemeenschap zich aanpassen. 2. Verlengingen worden vastgesteld volgens de procedures van deze verordening die van toepassing zijn op onderzoeken en met gebruik van dezelfde procedures als die welke tot de oorspronkelijke maatregelen hebben geleid. Een aldus verlengde maatregel is niet restrictiever dan hij aan het einde van de oorspronkelijke periode was. 3. Tijdens de toepassingsduur van een vrijwaringsmaatregel, wordt overleg gepleegd met het Raadgevend Comité, hetzij op verzoek van een lidstaat of op initiatief van de Commissie, om de gevolgen van de maatregel te onderzoeken en na te gaan of deze nog moet worden toegepast. 4. Wanneer de Commissie, als gevolg van het in het vorige lid bedoelde overleg, van oordeel is dat een vrijwaringsmaatregel moet worden ingetrokken of gewijzigd, gaat zij als volgt te werk: (a) Wanneer de maatregel door de Raad is vastgesteld, stelt de Commissie de Raad voor de maatregel in te trekken of te wijzigen. De Raad neemt het besluit met een gewone meerderheid. (b) In alle andere gevallen trekt de Commissie de vrijwaringsmaatregelen in of wijzigt deze. Artikel 13 Herziening van maatregelen wegens handelsverlegging 1. Er wordt een herzieningsonderzoek ingesteld naar maatregelen wegens handelsverlegging wanneer het WTO-Lid dat een maatregel heeft genomen op grond waarvan uit hoofde van deze verordening een maatregel wegens handelsverlegging werd vastgesteld het WTO-Comité Vrijwaringsmaatregelen van een wijziging van die maatregel in kennis stelt. 2. De leden 3 en 4 van artikel 12 zijn van overeenkomstige toepassing op maatregelen wegens handelsverlegging. Artikel 14 Algemene bepalingen 1. Voorlopige of definitieve maatregelen worden bij verordening vastgesteld. Indien de maatregelen rechten zijn, worden zij door de lidstaten geïnd in de vorm, volgens het tarief en de andere criteria die zijn neergelegd in de verordening waarbij deze maatregelen zijn vastgesteld. De rechten worden ook onafhankelijk van douanerechten, belastingen en andere heffingen geïnd die anders bij invoer van toepassing zijn. 2. Verordeningen tot vaststelling van voorlopige of definitieve maatregelen en besluiten tot beëindiging of tot schorsing van onderzoeken of procedures, worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordeningen of besluiten bevatten met name, doch met inachtneming van de noodzaak tot bescherming van vertrouwelijke gegevens, een omschrijving van het product en een samenvatting van de feiten en overwegingen betreffende de vaststelling van de toegenomen invoer en de verstoring van de markt. In elk geval wordt een kopie van de verordening of het besluit toegezonden aan de bekende belanghebbenden en de overheid van China. Dit lid is van overeenkomstige toepassing op herzieningsprocedures. 3. Bijzondere bepalingen, met name ten aanzien van de gemeenschappelijke definitie van het begrip "producten van oorsprong" in Verordening (EEG) nr. 2913/92 kunnen op grond van onderhavige verordening worden vastgesteld. 4. In het belang van de Gemeenschap kunnen maatregelen die op grond van deze verordening zijn vastgesteld, na overleg in het Raadgevend Comité, bij besluit van de Commissie voor een periode van negen maanden worden geschorst. De schorsing kan voor een verdere periode, van ten hoogste een jaar, worden verlengd, indien de Raad hiertoe met een gewone meerderheid op voorstel van de Commissie besluit. Maatregelen kunnen slechts worden geschorst wanneer de omstandigheden op de markt tijdelijk zo zijn gewijzigd dat het onwaarschijnlijk is dat deze schorsing weer tot een verstoring van de markt leidt. Maatregelen kunnen te allen tijde na overleg opnieuw worden ingesteld indien de reden van de schorsing niet meer geldig is. 5. De lidstaten doen de Commissie elke maand een opgave toekomen van de invoer van de producten waarop onderzoeken en maatregelen van toepassing zijn en van het bedrag aan rechten dat op grond van deze verordening is geïnd. Artikel 15 Overleg 1. Alle overleg waarin deze verordening voorziet, behalve het in artikel 5, lid 3, en artikel 9, lid 1, bedoelde overleg, vindt plaats in een Raadgevend Comité bestaande uit vertegenwoordigers van elke lidstaat en voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Commissie. Overleg vindt onmiddellijk plaats op verzoek van een lidstaat of op initiatief van de Commissie, en in ieder geval binnen een termijn die het mogelijk maakt dat de bij deze verordening vastgestelde termijnen kunnen worden aangehouden. 2. Het Comité komt op uitnodiging van de voorzitter bijeen. Hij doet de lidstaten zo spoedig mogelijk alle ter zake diendende inlichtingen toekomen. 3. Zo nodig kan het overleg schriftelijk gebeuren; in dit geval deelt de Commissie dit aan de lidstaten mede onder opgave van de termijn waarbinnen zij hun standpunt kunnen uiteenzetten of om een door de voorzitter te regelen mondeling overleg verzoeken, mits dit mondelinge overleg binnen een termijn kan plaatsvinden die het mogelijk maakt de bij deze verordening vastgestelde termijnen aan te houden. Artikel 16 Controles ter plaatse 1. De Commissie voert, wanneer zij dit dienstig acht, controles ter plaatse uit om de administratie van exporteurs, producenten, importeurs en representatieve organisaties van exporteurs, producenten of importeurs en de producenten van de Gemeenschap te onderzoeken en de ontvangen inlichtingen over het bestaan van een toegenomen invoer en een verstoring van de markt of handelsverlegging te controleren. Indien niet tijdig een passend antwoord wordt ontvangen, kan de controle ter plaatse achterwege blijven. 2. De Commissie kan onderzoeken verrichten in derde landen, mits de betrokkenen daarin toestemmen en de overheid van het betrokken land hiervan in kennis wordt gesteld en geen bezwaar maakt. Zodra de toestemming van de betrokkenen is verkregen, deelt de Commissie het land van oorsprong en/of uitvoer de namen en adressen mede van de te bezoeken partijen en de overeengekomen data. 3. De betrokkenen worden in kennis gesteld van de aard van de gegevens die tijdens de controle ter plaatse zullen worden gecontroleerd en van alle andere gegevens die tijdens deze controle dienen te worden verstrekt, hetgeen echter niet belet dat tijdens de controle andere gegevens kunnen worden gevraagd in het licht van de verkregen inlichtingen. 4. Bij controles op grond van de leden 1, 2 en 3 wordt de Commissie bijgestaan door ambtenaren van de lidstaten die hiertoe de wens te kennen hebben gegeven. Artikel 17 Vertrouwelijke gegevens 1. Inlichtingen die vanwege hun aard vertrouwelijk zijn (bijvoorbeeld omdat bekendmaking een concurrent een aanmerkelijk concurrentievoordeel zou verschaffen of ernstige nadelige gevolgen zou hebben voor degene die de informatie heeft verstrekt of van wie deze is verkregen) of die door partijen bij een onderzoek als vertrouwelijk zijn verstrekt, worden, indien daarvoor geldige redenen zijn opgegeven, door de autoriteiten van de Gemeenschap als dusdanig behandeld. 2. Belanghebbenden die vertrouwelijke inlichtingen verstrekken, dienen daarvan een niet-vertrouwelijke samenvatting toe te zenden. Deze samenvattingen moeten voldoende gedetailleerd zijn om een redelijk inzicht te verschaffen in de inhoud van de als vertrouwelijk verstrekte inlichtingen. In buitengewone omstandigheden kunnen belanghebbenden aangeven dat deze inlichtingen niet kunnen worden samengevat. In dergelijke buitengewone omstandigheden moet worden aangegeven waarom een samenvatting niet mogelijk is. 3. Indien geoordeeld wordt dat een verzoek om vertrouwelijke behandeling niet gegrond is en degene die de inlichtingen heeft verstrekt, niet bereid is deze bekend te maken of de bekendmaking in algemene bewoordingen of in samengevatte vorm toe te staan, kunnen deze inlichtingen buiten beschouwing worden gelaten, tenzij uit goede bronnen blijkt dat zij juist zijn. Verzoeken om vertrouwelijke behandeling mogen niet willekeurig worden afgewezen. 4. Dit artikel vormt geen beletsel voor de bekendmaking van algemene informatie door de autoriteiten van de Gemeenschap en, in het bijzonder, van de motivering van besluiten die ingevolge deze verordening zijn genomen of voor de bekendmaking van het bewijsmateriaal waarop de autoriteiten van de Gemeenschap steunen, voorzover het noodzakelijk is deze motivering in gerechtelijke procedures toe te lichten. Bij deze bekendmaking moet rekening worden gehouden met de rechtmatige belangen van de betrokkenen bij de bescherming van hun zaken- of ambtsgeheimen. 5. De Commissie, de Raad en de lidstaten, of de ambtenaren van de Commissie, de Raad of de lidstaten maken zonder de uitdrukkelijke toestemming van de persoon die deze heeft verstrekt, geen gegevens bekend die zij ingevolge deze verordening hebben verkregen en waarvoor deze persoon om een vertrouwelijke behandeling heeft verzocht. Informatie die tussen de Commissie, de Raad en de lidstaten wordt uitgewisseld of die verband houdt met het overleg op grond van artikel 12 of met het overleg als bedoeld in artikel 5, lid 3, en in artikel 9, lid 1, of interne documenten die door de autoriteiten van de Gemeenschap of van de lidstaten zijn opgesteld, worden, tenzij in deze verordening anders is bepaald, niet bekendgemaakt. 6. De op grond van deze verordening verkregen informatie wordt uitsluitend gebruikt voor het doel waarvoor zij werd gevraagd. Artikel 18 Mededeling van gegevens 1. De belanghebbenden en de overheid van China kunnen om mededeling verzoeken van de gegevens over de voornaamste feiten en overwegingen op grond waarvan voorlopige maatregelen zijn genomen. Deze verzoeken dienen onmiddellijk na het nemen van de voorlopige maatregelen schriftelijk te worden ingediend en de gevraagde gegevens worden daarop zo spoedig mogelijk schriftelijk medegedeeld. 2. De in lid 1 genoemde partijen mogen om de mededeling verzoeken van de definitieve bevindingen over de voornaamste feiten en overwegingen op grond waarvan wordt overwogen de aanbeveling te doen definitieve vrijwaringsmaatregelen of maatregelen wegens handelsverlegging te nemen of het onderzoek of de procedure zonder het nemen van maatregelen te beëindigen, waarbij bijzondere aandacht wordt geschonken aan de mededeling van feiten of overwegingen die afwijken van die waarop de voorlopige maatregelen werden gebaseerd. 3. De verzoeken om de mededeling van de definitieve bevindingen worden schriftelijk aan de Commissie gericht en dienen, wanneer een voorlopige maatregel is genomen, uiterlijk één maand na de bekendmaking van de instelling van die maatregel te zijn ontvangen. Wanneer geen voorlopige maatregel is genomen, worden partijen in de gelegenheid gesteld om binnen de door de Commissie gestelde termijn om de mededeling van de definitieve bevindingen te verzoeken. 4. De definitieve bevindingen worden schriftelijk medegedeeld. Dit gebeurt, met inachtneming van de verplichting tot bescherming van vertrouwelijke gegevens, zo spoedig mogelijk en doorgaans niet later dan één maand voordat een definitief besluit wordt genomen of vóórdat de Commissie het voorstel doet definitieve maatregelen te nemen ingevolge de artikelen 8 en 9. Kan de Commissie bepaalde feiten of overwegingen op dat tijdstip niet mededelen, dan deelt zij deze mede zodra dit mogelijk is. Deze mededeling doet geen afbreuk aan besluiten die de Commissie of de Raad daarna neemt, maar indien deze besluiten op andere feiten en overwegingen zijn gebaseerd, worden deze zo spoedig mogelijk medegedeeld. 5. Opmerkingen die na de mededeling van de definitieve bevindingen worden gemaakt, worden uitsluitend in aanmerking genomen indien zij worden ontvangen binnen een door de Commissie in elk afzonderlijk geval vast te stellen termijn van ten minste tien dagen, waarbij de urgentie van de kwestie in aanmerking wordt genomen. Artikel 19 Belang van de Gemeenschap 1. De vaststelling of het in het belang van de Gemeenschap is dat maatregelen worden genomen, wordt gebaseerd op een beoordeling van alle verschillende belangen in hun geheel genomen, waaronder die van de binnenlandse producenten, van de verwerkende bedrijven en van de consumenten van het betrokken product; een vaststelling op grond van dit artikel wordt slechts gedaan indien alle partijen de gelegenheid hebben gehad hun standpunt overeenkomstig lid 2 bekend te maken. Maatregelen mogen niet worden toegepast wanneer het de autoriteiten, op grond van alle verstrekte inlichtingen, duidelijk is dat dit niet in het belang van de Gemeenschap is. 2. Teneinde de autoriteiten een deugdelijke basis te verschaffen om bij het besluit of het nemen van maatregelen in het belang van de Gemeenschap is, met alle standpunten en gegevens rekening te kunnen houden, kunnen importeurs en hun representatieve organisaties en de representatieve organisaties van verwerkende bedrijven en de consument zich binnen de in het bericht van opening van een onderzoek gestelde termijnen, bij de Commissie bekend maken en haar inlichtingen verstrekken. Deze inlichtingen, of passende samenvattingen daarvan, worden ter beschikking gesteld van de andere in dit lid genoemde partijen die het recht hebben daarover opmerkingen te maken. 3. Partijen die overeenkomstig lid 2 hebben gehandeld, kunnen verzoeken te worden gehoord. Deze verzoeken worden ingewilligd indien zij binnen de in lid 2 bedoelde termijnen worden ingediend en de redenen vermelden waarom de partijen in het belang van de Gemeenschap zouden moeten worden gehoord. 4. Partijen die overeenkomstig lid 2 hebben gehandeld, kunnen over de toepassing van de voorlopige maatregelen opmerkingen maken. Om in aanmerking te worden genomen, moeten deze opmerkingen uiterlijk één maand na de toepassing van deze maatregelen zijn ontvangen. Deze opmerkingen, of passende samenvattingen daarvan, worden ter beschikking gesteld van andere partijen, die het recht hebben daarover opmerkingen te maken. 5. De Commissie onderzoekt de informatie die op passende wijze is verstrekt, en gaat na of deze representatief is. Het resultaat van dit onderzoek, tezamen met een oordeel over de waarde van de informatie, wordt aan het Raadgevend Comité voorgelegd. De Commissie houdt rekening met het meerderheidsstandpunt van het Comité wanneer zij overeenkomstig artikel 9 een voorstel indient. 6. Partijen die overeenkomstig lid 2 hebben gehandeld, mogen verzoeken dat de gegevens en overwegingen op grond waarvan waarschijnlijk definitieve besluiten worden genomen, aan hen worden medegedeeld. Deze informatie wordt hun zo veel mogelijk verstrekt, zonder dat dit afbreuk doet aan de later door de Commissie of de Raad te nemen besluiten. 7. Met informatie wordt slechts rekening gehouden wanneer deze door bewijsmateriaal wordt gestaafd. Titel II Contingenten voor bepaalde producten uit China Artikel 20 Beginselen en de geleidelijke afschaffing van contingenten 1. Producten uit China worden vrij in de Gemeenschap ingevoerd, met uitzondering van een klein aantal producten waarvoor, gezien de gevoeligheid van bepaalde productiesectoren in de Gemeenschap, op Gemeenschapsniveau kwantitatieve contingenten van toepassing zijn. 2. Deze contingenten zijn tot en met 2005 van toepassing; de jaarlijkse hoeveelheden zijn in de tabel in Bijlage I vermeld. Deze nieuwe Bijlage vervangt Bijlage II van Verordening (EG) nr. 519/94. Artikel 21 Toewijzing van invoervergunningen 1. Voor het kalenderjaar 2002 wordt het niveau van elke individuele vergunning automatisch verhoogd met een hoeveelheid die gelijk is aan die welke in Bijlage II is vermeld, afhankelijk van het product. Dit gebeurt door middel van een verordening van de Commissie tot vaststelling van een toewijzingsmethode voor bijkomende hoeveelheden die het gevolg zijn van deze contingentenverhoging. 2. Voor de volgende jaren zijn de procedures, vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 520/94 van 7 maart 1994 houdende de totstandbrenging van een communautaire procedure voor het beheer van de kwantitatieve contingenten [6], van toepassing bij de toewijziging van invoervergunningen voor de in Bijlage I genoemde contingenten. [6] PB L 66 van 10.03.1994, blz.1 Titel III Algemene beppalingen en slotbepalingen Artikel 22 Intrekking en wijziging van enkele bepalingen 1. Artikel 1, lid 2, tweede streepje, artikel 1, lid 3, Bijlage II waarin de contingenten zijn vermeld voor bepaalde producten uit China, Bijlage III waarin de producten uit China zijn vermeld waarop toezichtmaatregelen van toepassing zijn en de verwijzingen naar Bijlage III in Artikel 1, lid 4, en artikel 4, lid 3, onder a), van Verordening (EG) nr. 519/94 van de Raad worden geschrapt. 2. Albanië, Georgië, China, Kirgizië, Moldavië en Mongolië worden geschrapt in Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 519/94 van de Raad. 3. De Commissie kan, na overleg in het bij artikel 4 van Verordening (EG) nr. 519/94 van de Raad opgerichte comité, Bijlage I van Verordening (EG) nr. 519/94 van de Raad bij verordening van de Commissie wijzigen om landen te schrappen in de lijst van de in die Bijlage genoemde derde landen wanneer die landen lid worden van de WTO. Artikel 23 Slotbepalingen 1. Deze verordening vormt geen beletsel voor de toepassing van de regelingen houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten, de daaruit voortvloeiende communautaire of nationale bestuursrechtelijke bepalingen of de specifieke regelingen die van toepassing zijn op door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen; deze verordening vult dergelijke regelingen aan. 2. Titel I is niet van toepassing op die producten ten aanzien waarvan dergelijke regelingen voorzien in de toepassing van kwantitatieve invoerbeperkingen. 3. Op grond van deze verordening genomen maatregelen vervallen uiterlijk op 11 december 2013. Artikel 24 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen en vervalt op 11 december 2013. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor de Raad De Voorzitter BIJLAGE I Tijdschema voor de geleidelijke afschaffing van contingenten voor industrieproducten (andere dan textielproducten) uit China >RUIMTE VOOR DE TABEL> BIJLAGE II: Toename van de contingenten voor 2002 >RUIMTE VOOR DE TABEL>