This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52001PC0741
Proposal for a Council Decision On the conclusion of an exchange of letters between the European Community and the United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East (UNRWA) concerning additional funding in 2001 under the current EC-UNRWA Convention for the years 1999-2001
Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA) betreffende een aanvullende financiering voor 2001 in het kader van de thans geldende Overeenkomst EG-UNRWA voor 1999/2001
Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA) betreffende een aanvullende financiering voor 2001 in het kader van de thans geldende Overeenkomst EG-UNRWA voor 1999/2001
/* COM/2001/0741 def. - CNS 2001/0288 */
PB C 103E van 30.4.2002, pp. 21–22
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA) betreffende een aanvullende financiering voor 2001 in het kader van de thans geldende Overeenkomst EG-UNRWA voor 1999/2001 /* COM/2001/0741 def. - CNS 2001/0288 */
Publicatieblad Nr. 103 E van 30/04/2002 blz. 0021 - 0022
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de sluiting van een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA) betreffende een aanvullende financiering voor 2001 in het kader van de thans geldende Overeenkomst EG-UNRWA voor 1999/2001 (door de Commissie ingediend) TOELICHTING 1. Inleiding Sinds 1972 hebben de EG en de UNRWA tien overeenkomsten [1] ondertekend die betrekking hebben op de EG-bijdrage aan de gewone en aan de voedselhulpbegroting van de UNRWA. In iedere overeenkomst werden: [1] EEG-UNRWA Overeenkomst 1972-74, PB L 304 van 31.12.1972, blz. 24. EEG-UNRWA Overeenkomst 1975-78, PB L 203 van 28.07.1976, blz. 40. EEG-UNRWA Overeenkomst 1979-80, PB L 108 van 26.04.1980, blz. 56. EEG-UNRWA Overeenkomst 1981-83, PB L 392 van 31.12.1981, blz. 3-6. EEG-UNRWA Overeenkomst 1984-86, PB L 188 van 16.07.1984, blz. 18-19. EEG-UNRWA Overeenkomst 1987-89, PB L 136 van 26.05.1987, blz.43. EEG-UNRWA Overeenkomst 1990-92, PB L 118 van 09.05.1990, p. 36. EEG-UNRWA Overeenkomst 1993-95, PB L 9 van 13.01.1994, p. 16. EG-UNRWA Overeenkomst 1996-98, PB L 282 van 01.11.1996,blz. 69-71. EG-UNRWA Overeenkomst 1999-2001, PB L 261 van 07.10.1999. * de bijdrage aan de gewone begroting (programma's voor onderwijs, gezondheidszorg en noodhulp en sociale dienstverlening) voor de volgende drie jaar vastgelegd; en * jaarlijkse onderhandelingen over de bijdrage aan de begroting voor voedselhulp mogelijk gemaakt. De voorgestelde aanvullende bijdrage van 15 miljoen euro (bovenop de huidige financiering in het kader van de 10e Overeenkomst EG-UNRWA) is bedoeld als oplossing voor de financiële crisis van de UNRWA en om de financiële kloof in 2001 te dichten. 2. Motivering van de maatregel Op 21 mei 2001 heeft de heer Kofi Annan, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, in een brief aan de heer Romano Prodi, voorzitter van de Commissie, gewezen op de precaire budgettaire situatie van de UNRWA en het belang van de rol van de UNRWA in het Midden-Oosten beklemtoond. Op 16 juli 2001 richtte de heer Peter Hansen zich tot de Raad Algemene Zaken met het verzoek om aanvullende ondersteuning om het financieringstekort bij de gewone programma's van de UNRWA te verminderen en om de financiële zekerheid van de organisatie, als basis voor de stabiliteit van haar programma's, te helpen herstellen. Op 23 juli 2001 wendde de heer Hansen zich tot Commissielid Patten met het verzoek om aanvullende financiële ondersteuning om opgewassen te zijn tegen de nieuwe verantwoordelijkheden op lange termijn die de UNRWA door de huidige crisis zijn opgelegd, en om de chronische gevolgen van het conflict te verzachten in het kader van de diensten op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs en sociale hulp die uit de algemene begroting van de UNRWA gefinancierd worden. In hun mededeling aan de Commissie van 19 september 2001 wezen de Commissieleden Patten en Nielson erop dat de verscherping van de crisis in het Midden-Oosten een extra belasting betekent voor de UNRWA en dat de organisatie over onvoldoende middelen beschikt voor de lopende uitgaven. Bovendien werd erop gewezen dat de meeste andere donors, waaronder ook lidstaten van de EU, hun bijdragen al hadden verhoogd of dit overwogen te doen. Tijdens een bijeenkomst van de belangrijkste donors van de UNRWA in Amman op 24 september bracht de UNRWA de kwestie van bijkomende hulp ter sprake: de UNRWA verkeert nog steeds in een kritieke financiële situatie, die gekenmerkt wordt door aanzienlijke tekorten in de financiering van haar gewone begroting, de voortdurende noodzaak tot besparingsmaatregelen over te gaan alsook de uitputting van het bedrijfskapitaal en de financiële reserves. Het grootste probleem waarvoor de UNRWA zich geplaatst ziet zijn niet de in verhouding tot de begroting bovenmatige uitgaven, maar de ontoereikende inkomsten. Volgens de laatste schattingen van de inkomsten en uitgaven zou de gewone begroting van de UNRWA moet tot eind 2001 een tekort hebben van 58 miljoen US Dollar. In de recente evaluatie van de economische situatie van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook door de Wereldbank worden zes door de internationale donorgemeenschap te nemen maatregelen aanbevolen, zoals extra financiële steun aan de UNRWA, omdat de vluchtelingenpopulatie in deze gebieden voor elementaire sociale diensten en bijstand nog steeds in hoge mate afhankelijk is van de UNRWA. 3. Conclusie De Commissie: - nota nemend van de financiële moeilijkheden van de UNRWA en de toegenomen druk op deze organisatie door de huidige crisis in het Midden-Oosten, en - nota nemend van de steun die de UNRWA ontvangt van donors, en ook van lidstaten, om haar in staat te stellen een redelijke mate van dienstverlening ten gunste van de vluchtelingen voort te zetten; stelt voor dat de Raad zijn goedkeuring hecht aan een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA) betreffende een aanvullende bijdrage van 15 miljoen euro naast de bestaande financiering in 2001 in het kader van de thans geldende Overeenkomst EG-UNRWA voor de periode 1999-2001. De benodigde middelen ten belope van 15 miljoen euro komen ten laste van begrotingslijn B7-420 (Communautaire acties in verband met de tussen Israël en de Palestijnse bevrijdingsorganisatie (PLO) gesloten vredesovereenkomst). 2001/0288 (CNS) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de sluiting van een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA) betreffende een aanvullende financiering voor 2001 in het kader van de thans geldende Overeenkomst EG-UNRWA voor 1999/2001 DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 181 juncto artikel 300, lid 3, eerste alinea, Gezien het voorstel van de Commissie, Gezien het advies van het Europees Parlement, Overwegende hetgeen volgt: (1) Door de huidige crisis in het Midden-Oosten is de druk op de UNRWA toegenomen; (2) de bijstand van de Gemeenschap aan de UNRWA is een belangrijk element voor de stabilisering van de situatie in het Midden-Oosten en maakt bovendien deel uit van de maatregelen ter bestrijding van de armoede in de ontwikkelingslanden en draagt derhalve bij tot de duurzame economische en sociale ontwikkeling van de betrokken bevolking en van de landen waar die bevolking wordt opgevangen; (3) de steun voor de UNRWA-activiteiten zou kunnen bijdragen tot het bereiken van de in de bovenstaande alinea genoemde doelstellingen van de Gemeenschap; (4) de thans geldende Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA) voor de periode 1999-2001 (Overeenkomst EG-UNRWA [2]), en met name artikel 6, voorziet in aanpassingen van de financiële bijdragen, [2] PB L 261 van 7.10.1999, blz. 36. BESLUIT : Artikel 1 De overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA) betreffende een aanvullende bijdrage van 15 miljoen euro voor 2001 in het kader van de thans geldende Overeenkomst EG-UNWRA, wordt goedgekeurd. De tekst van de briefwisseling is aan dit besluit gehecht. Artikel 2 De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de personen aan te wijzen die bevoegd zijn de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling te ondertekenen ten einde daardoor de Gemeenschap te binden. Gedaan te Brussel, Voor de Raad De voorzitter BIJLAGE Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA) betreffende een aanvullende financiering in het kader van de Overeenkomst EG-UNRWA voor de periode 1999-2001 A. Brief van de Europese Gemeenschap Brussel, Mijnheer, Ik heb de eer te verwijzen naar de besprekingen tussen de vertegenwoordiger van de Europese Gemeenschap en de UNRWA betreffende een aanvullende financiering in het kader van de op 19 september 1999 ondertekende Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de UNRWA over vluchtelingenhulp in de landen van het Nabije Oosten voor de periode 1999-2001. Het doet ons genoegen U te kunnen meedelen dat de Commissie overeenkomstig artikel 6 van genoemde overeenkomst instemt met een aanvullende bijdrage aan de UNRWA naast de in artikel 2 bedoelde bijdrage voor het jaar 2001. Deze aanvullende financiering bedraagt 12,7 miljoen euro voor het onderwijsprogramma en 2,3 miljoen euro voor het algemene gezondheidsprogramma. Alle andere voorwaarden van de overeenkomst blijven onveranderd. Ik moge U verzoeken mij te willen bevestigen dat de UNRWA met de inhoud van deze brief instemt. Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden. Namens de Europese Gemeenschap B. Brief van de UNRWA Brussel, Mijnheer, Ik heb de eer de ontvangst te bevestigen van Uw brief van heden welke als volgt luidt : "Mijnheer, Ik heb de eer te verwijzen naar de besprekingen tussen de vertegenwoordiger van de Europese Gemeenschap en de UNRWA betreffende een aanvullende financiering in het kader van de op 19 september 1999 ondertekende Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de UNRWA over vluchtelingenhulp in de landen van het Nabije Oosten voor de periode 1999-2001. Het doet ons genoegen U te kunnen meedelen dat de Commissie overeenkomstig artikel 6 van genoemde overeenkomst instemt met een aanvullende bijdrage aan de UNRWA naast de in artikel 2 bedoelde bijdrage voor het jaar 2001. Deze aanvullende financiering bedraagt 12,7 miljoen euro voor het onderwijsprogramma en 2,3 miljoen euro voor het algemene gezondheidsprogramma. Alle andere voorwaarden van de overeenkomst blijven onveranderd. Ik moge U verzoeken te willen bevestigen dat de UNRWA met de inhoud van deze brief instemt. Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden. Namens de Europese Gemeenschap" Ik bevestig de instemming van de UNRWA met het bovenstaande. Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden. Namens de UNRWA FINANCIEEL MEMORANDUM BIJ HET BESLUIT 1. Desbetreffende artikelen van de communautaire begroting. B7-421 (Steun aan de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten). 2. Beschrijving van de actie. Aanvullende bijdrage van 15 miljoen euro aan de algemene begroting van de UNRWA in 2001, bovenop de huidige financiering in het kader van de 10e Overeenkomst EG-UNRWA. 3. Juridische grondslag. Artikel 181 in samenhang met artikel 300, lid 3, eerste alinea van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap. 4. Financiële gevolgen. De Commissie stelt voor in 2001 aanvullende steun ten belope van 15 miljoen euro ten gunste van de algemene begroting van de UNRWA beschikbaar te stellen.