|
5)
|
Hoofdstuk II wordt als volgt gewijzigd:
|
a)
|
punt 2.008 wordt vervangen door:
|
„2.008.
|
In het ESR 2010 (punten 1.101 tot en met 1.105) worden stromen (in het bijzonder de transacties in producten en de verdelingstransacties) op transactiebasis geregistreerd, d.w.z. op het moment dat de economische waarde tot stand komt, wordt gewijzigd of verloren gaat, dan wel op het moment dat aanspraken en verplichtingen tot stand komen, worden gewijzigd of worden geannuleerd, en niet op het moment dat de betaling werkelijk wordt verricht.”;
|
|
|
b)
|
punt 2.010 wordt vervangen door:
|
„2.010.
|
Productie wordt in het ESR 2010 behandeld als een continu proces waarbij goederen en diensten worden verwerkt tot andere goederen en diensten. Naargelang van het product kan dit proces korter of langer duren, eventueel zelfs langer dan een verslagperiode. Deze karakterisering van productie in combinatie met de registratie op transactiebasis leidt daarom tot registratie van de output in de vorm van onderhanden werk. Het ESR 2010 zegt dan ook (punt 3.54) dat de output van landbouwproducten wordt geregistreerd alsof deze gestaag over de gehele productieperiode tot stand komt (en niet alleen wanneer de gewassen geoogst of de dieren geslacht worden). Gewassen te velde, hout op stam en de teelt van vis en andere dieren voor de productie van levensmiddelen worden gedurende het productieproces behandeld als voorraden onderhanden werk; ze worden omgezet in voorraden gereed product wanneer het proces voltooid is. De output omvat geen veranderingen van niet gecultiveerde biologische hulpbronnen (bijvoorbeeld de groei van in het wild levende dieren, vogels en vis of de niet gecultiveerde groei van bossen), maar omvat vangsten van in het wild levende dieren, vogels en vis.”;
|
|
|
c)
|
punt 2.011 wordt vervangen door:
|
„2.011.
|
Voor economische analyses is registratie van output in de vorm van onderhanden werk wenselijk en noodzakelijk wanneer het productieproces langer duurt dan de verslagperiode. Hierdoor kan de samenhang in de registratie van de kosten en de output worden gewaarborgd, zodat significante gegevens over de toegevoegde waarde worden verkregen. Aangezien de LR voor het kalenderjaar worden opgesteld, mag men ervan uitgaan dat registratie van onderhanden werk alleen noodzakelijk is voor producten waarvan het productieproces aan het eind van het kalenderjaar nog niet voltooid is (maar ook wanneer het algemene prijspeil zich gedurende de verslagperiode zeer snel ontwikkelt).”;
|
|
|
d)
|
in punt 2.014 wordt de laatste zin vervangen door:
„Tijdens het productieproces kan de waarde die ieder jaar als output van onderhanden werk moet worden geregistreerd, worden berekend door de verwachte waarde van het gereed product, op basis van de tijdens iedere periode gemaakte kosten, evenredig te verdelen (2008 SNA, punt 6.112).”;
|
|
e)
|
in punt 2.017 wordt de tweede zin vervangen door:
„Wanneer het mogelijk is de jonge dieren te verdelen naar het gebruik dat er later van wordt gemaakt, moeten dieren die zijn bestemd om als productiefactor te worden gebruikt, al vanaf hun geboorte als bruto-investeringen in vaste activa worden geregistreerd (het gaat om BIVA in eigen beheer, die worden geregistreerd wanneer ze worden geproduceerd), zodat deze dieren als onderhanden werk worden beschouwd en de groei ervan als output moet worden geregistreerd, zie ESR 2010, punt 3.134).”;
|
|
f)
|
in de titel van deel B wordt „(Zie ESR 1995, punten 3.07-3.58)” vervangen door:
„(Zie ESR 2010, punten 3.07-3.54)”;
|
|
g)
|
punt 2.032 wordt vervangen door:
|
„2.032.
|
Output omvat alle producten die tijdens de verslagperiode zijn voortgebracht (ESR 2010, punt 3.14). Het is belangrijk te onderscheiden tussen de term „output” en de term „productie”: productie duidt op het proces, terwijl output verwijst naar de resulterende goederen en diensten.”;
|
|
|
h)
|
in punt 2.033 wordt de laatste zin vervangen door:
„Ze worden dan ook niet geregistreerd als deel van de output of als het intermediair verbruik van die lokale EEA.”;
|
|
i)
|
in punt 2.036 wordt de eerste zin vervangen door:
„Deze LR-regel wordt weliswaar niet door het ESR 2010 voorgeschreven, maar, wegens het specifieke karakter van de landbouw, wel door het SNA en door het handboek van de FAO (1).”;
|
|
j)
|
punt 2.041 wordt vervangen door:
|
„2.041.
|
Het ESR 2010 kent drie soorten verliezen bij de producent: periodieke voorraadverliezen (ESR 2010, punt 3.147), uitzonderlijke voorraadverliezen (ESR 2010, punt 6.13, onder e)) en verlies door rampen (ESR 2010, punten 6.08 en 6.09).”;
|
|
|
k)
|
punt 2.059 wordt vervangen door:
|
„2.059.
|
In deze rubriek worden alle hoeveelheden geregistreerd die worden geproduceerd voor verdere verwerking door de landbouwproducent (bv. melk verwerkt tot boter en kaas, appelen verwerkt tot appelmost en cider), maar alleen voor zover dit gebeurt bij verwerkingsactiviteiten die scheidbaar zijn van de hoofdactiviteit landbouw (op basis van boekhoudkundige informatie (zie punt 1.26)). Alleen de onbewerkte producten (bv. rauwe melk, appelen) moeten worden geregistreerd en niet de hiermee vervaardigde producten (bv. boter, appelmost en cider). Arbeid die bij de verwerking van de landbouwproducten wordt verricht, wordt hier dus niet in aanmerking genomen.”;
|
|
|
l)
|
in punt 2.065 wordt de tweede zin vervangen door:
„Verkopen van als vaste activa ingedeeld vee uit de investeringsveestapel (slacht of uitvoer) worden hier niet geregistreerd als verkopen.”;
|
|
m)
|
punt 2.077 wordt vervangen door:
|
„2.077.
|
Bij het begrip „totale output” voor het meten van de landbouwoutput wordt rekening gehouden met de handel in landbouwgoederen en -diensten tussen landbouweenheden en met het verbruik binnen de eenheid van al dan niet verhandelbare veevoeders.”;
|
|
|
n)
|
er wordt een nieuw punt 2.080.1 ingevoegd:
|
„2.080.1
|
Volgens ESR 2010, punt 3.82 is onderzoek en ontwikkeling (O&O) systematisch creatief werk om het kennisbestand te vergroten, evenals het gebruik van dit kennisbestand om nieuwe producten te ontdekken of te ontwikkelen — met inbegrip van verbeterde versies of kwaliteiten van bestaande producten — of om nieuwe of efficiëntere productieprocessen te ontdekken en te ontwikkelen. O&O van significante omvang in verhouding tot de hoofdactiviteit wordt als nevenactiviteit van een lokale EEA geregistreerd. Waar mogelijk wordt een afzonderlijke EEA voor O&O onderscheiden, die niet wordt toegewezen aan de bedrijfstak landbouw. Voor eenheden die ook O&O-activiteiten uitoefenen, maar niet aan een afzonderlijke lokale EEA kunnen worden toegewezen, moeten — als het mogelijk is de O&O-uitgaven voor landbouwactiviteiten te ramen — deze ramingen als landbouwoutput worden geregistreerd als „andere niet-scheidbare niet tot de landbouw behorende nevenactiviteiten” (productie in eigen beheer) en als BIVA.”;
|
|
|
o)
|
punt 2.081 wordt vervangen door:
|
„2.081.
|
Overeenkomstig de definitie van de output van de bedrijfstak landbouw (zie punt 1.16) bestaat deze output uit de som van de output van landbouwproducten (zie de punten 2.076 en 2.077) en de goederen en diensten die in het kader van niet-scheidbare niet tot de landbouw behorende nevenactiviteiten zijn voortgebracht (zie de punten 2.078 tot en met 2.080.1).”;
|
|
|
p)
|
punt 2.082 wordt vervangen door:
|
„2.082.
|
De output moet worden gewaardeerd tegen basisprijzen. De basisprijs is de prijs die de producent van de koper voor een eenheid van de geproduceerde goederen of diensten ontvangt, verminderd met de voor het produceren of verkopen van die eenheid verschuldigde belasting (d.w.z. productgebonden belastingen) en vermeerderd met de daarvoor ontvangen subsidie (d.w.z. productgebonden subsidies). Door de producent afzonderlijk in rekening gebrachte vervoerkosten zijn niet inbegrepen. Ook waarderingsverschillen op financiële en niet-financiële activa zijn niet inbegrepen (ESR 2010, punt 3.44).”;
|
|
|
q)
|
in punt 2.085 wordt de eerste zin vervangen door:
„De door de producent ontvangen prijs is de producentenprijs (exclusief in rekening gebrachte btw) zoals gedefinieerd in het 2008 SNA, punten 6.51 tot en met 6.54 (d.w.z. de prijs af-boerderij).”;
|
|
r)
|
in de titel van deel C wordt „(Zie ESR 1995, punten 3.07 tot en met 3.73)” vervangen door:
„(Zie ESR 2010, punten 3.88 tot en met 3.92)”;
|
|
s)
|
punt 2.089 wordt vervangen door:
|
„2.089.
|
Het intermediair verbruik bestaat uit de waarde van de goederen en diensten die als input in het productieproces worden gebruikt, met uitzondering van de vaste activa, waarvan het verbruik als verbruik van vaste activa wordt geregistreerd. De goederen en diensten kunnen tijdens het productieproces worden verwerkt in andere producten of volledig worden verbruikt (ESR 2010, punt 3.88). Uit een gedetailleerde indeling in soorten intermediair verbruik blijkt de verwevenheid van de inputzijde van de landbouw met andere sectoren van de economie. Ook wordt het intermediair verbruik gebruikt voor de berekening van de factorintensiteit (d.w.z. de verhouding tussen twee productiefactoren, bijvoorbeeld het intermediair verbruik en de input van arbeid).”;
|
|
|
t)
|
punt 2.090 wordt vervangen door:
|
„2.090.
|
Door deze definitie van het intermediair verbruik vallen hieronder geen gekochte, nieuwe of bestaande, vaste activa die in de nationale economie zijn geproduceerd of zijn ingevoerd: deze worden geregistreerd als bruto-investeringen in vaste activa (zie punt 2.109, onder c) tot en met f)). Dit betreft behalve niet tot de landbouw behorende vaste activa, zoals bouwwerken, machines en werktuigen, ook vaste activa die wel tot de landbouw behoren, zoals aanplantingen en productievee. De aankoop van niet-geproduceerde activa, zoals grond, maakt evenmin deel uit van het intermediair verbruik. Goedkoop gereedschap voor algemeen gebruik (bijvoorbeeld zagen, hamers, schroevendraaiers, moersleutels, steeksleutels en ander handgereedschap) en kleine apparaten (bijvoorbeeld zakrekenmachines) worden als intermediair verbruik geregistreerd.”;
|
|
|
u)
|
punt 2.094 wordt vervangen door:
|
„2.094.
|
De handel tussen landbouweenheden in dieren wordt, als het gaat om dieren die als voorraden onderhanden werk worden aangemerkt (zoals biggen en broedeieren), evenmin als de invoer ervan, als intermediair verbruik geregistreerd (en ook niet als output) (zie de punten 2.066 tot en met 2.070).”;
|
|
|
v)
|
punt 2.107.1 wordt vervangen door:
|
„2.107.1.
|
In overeenstemming met de afspraak in het ESR 2010 wordt de waarde van de door de landbouw gebruikte indirect gemeten diensten van financiële intermediairs (IGDFI) geregistreerd als intermediair verbruik van de landbouw (ESR 2010, hoofdstuk 14).”;
|
|
|
w)
|
punt 2.108 wordt als volgt gewijzigd:
|
i)
|
punt a) wordt vervangen door:
|
„a)
|
de huur die hetzij rechtstreeks hetzij als element van een pachtovereenkomst wordt betaald voor het gebruik van bedrijfsgebouwen en andere (materiële en immateriële) vaste activa, zoals de huur van machines en werktuigen zonder bedienend personeel (zie punt 1.23) en van software. Indien het niet mogelijk is de huur van bedrijfsgebouwen door een lokale landbouw-EEA te scheiden van de pacht voor de grond, moet het geheel als pacht voor de grond worden geboekt in de rekening voor inkomen uit bedrijfsuitoefening (zie punt 3.082);”;
|
|
|
ii)
|
punt d) wordt vervangen door:
|
„d)
|
aankopen van diensten van marktonderzoek en reclame, uitgaven voor de opleiding van het personeel en dergelijke diensten;”;
|
|
|
iii)
|
punt o) wordt vervangen door:
|
„o)
|
betalingen aan de overheid voor vergunningen om handels- of beroepsactiviteiten uit te oefenen indien de vergunning wordt gebruikt om via een nauwkeurige controle regelend op te treden (tenzij het bedrag buitensporig hoog is in vergelijking met de kosten van de verleende diensten) (zie punt 3.048, onder e), en ESR 2010, punt 4.80, onder d));”;
|
|
|
iv)
|
punt p) wordt vervangen door:
|
„p)
|
aankoop van goedkoop klein gereedschap, werkkleding, reserveonderdelen en duurzaam materiaal om relatief eenvoudige werkzaamheden uit te voeren (ESR 2010, punt 3.89, onder f), punt 1), en 2008 SNA, punt 6.225);”;
|
|
|
v)
|
punt q) wordt vervangen door:
|
„q)
|
vergoedingen voor kortlopende contracten, leases en vergunningen die als niet-geproduceerde activa worden geregistreerd; dit omvat niet de rechtstreekse aankoop van dergelijke niet-geproduceerde activa.”;
|
|
|
|
x)
|
punt 2.109 wordt als volgt gewijzigd:
|
i)
|
in punt b) wordt de laatste zin vervangen door:
„Toch gaat men ervan uit dat werkgevers behoefte aan dergelijke diensten hebben om werknemers aan te trekken en te behouden (diensten die zij in ieder geval zelf zouden moeten betalen) en niet voor de productie zelf (zie 2008 SNA, punt 7.51);”;
|
|
ii)
|
in punt f) wordt de eerste zin vervangen door:
„betalingen voor diensten in verband met de aankoop van grond, gebouwen en andere bestaande vaste activa, zoals honoraria voor makelaars, notarissen, landmeters enz. en voor inschrijving in het kadaster (ESR 2010, punt 3.133).”;
|
|
|
y)
|
in punt 2.111 wordt de laatste zin vervangen door:
„inclusief eventuele vervoerkosten die door de koper apart worden betaald voor levering op een bepaalde plaats en tijd, na aftrek van eventuele kortingen op de normale prijzen of kosten bij aankopen in het groot of buiten een piekperiode, exclusief rente of vergoedingen voor verleende diensten in verband met een kredietregeling en exclusief eventuele extra kosten in verband met wanbetaling (ESR 2010, punt 3.06).”;
|
|
aa)
|
in de titel van deel D wordt „(Zie ESR 1995, punten 3.100-3.116)” vervangen door:
„(Zie ESR 2010, punten 3.122-3.157)”;
|
|
bb)
|
punt 2.115 wordt vervangen door:
|
„2.115.
|
De bruto-investeringen omvatten:
|
—
|
bruto-investeringen in vaste activa (P.51 g);
|
|
—
|
veranderingen in voorraden (P.52);
|
|
—
|
saldo aan- en verkopen van kostbaarheden (P.53).”;
|
|
|
|
cc)
|
punt 2.117 wordt vervangen door:
|
„2.117.
|
Bruto-investeringen worden gemeten zonder aftrek voor verbruik van vaste activa (P.51c).
Netto-investeringen (P.51n) worden berekend door het verbruik van vaste activa van de bruto-investeringen af te trekken. Het verbruik van vaste activa betreft de waardevermindering van de vaste activa als gevolg van normale slijtage door hun gebruik in het productieproces (zie punt 3.099).”;
|
|
|
dd)
|
in deel D wordt de ondertitel „1. Investeringen in vaste activa (bruto)” vervangen door:
„1.
Bruto-investeringen in vaste activa (BIVA)”;
|
|
ee)
|
punt 2.118 wordt vervangen door:
|
„2.118.
|
De bruto-investeringen in vaste activa (BIVA) bestaan uit het saldo van de gedurende een bepaalde periode door ingezeten producenten verrichte aan- en verkopen van vaste activa. Tevens omvatten zij bepaalde toevoegingen aan de waarde van niet-geproduceerde activa die zijn gerealiseerd door de productieve activiteit van producerende of institutionele eenheden (ESR 2010, punten 3.125 tot en met 3.129). Vaste activa zijn geproduceerde activa die langer dan een jaar in de productie worden gebruikt (ESR 2010, punt 3.124 en bijlage 7.1).”;
|
|
|
ff)
|
punt 2.122 wordt vervangen door:
|
„2.122.
|
Uitgangspunt bij de vaststelling van de bruto-investeringen in vaste activa van sectoren of bedrijfstakken is het eigendomscriterium (aan- of verkoop) en niet dat van het gebruik van de goederen. Bij financiële lease (anders dan bij gewone huur) worden vaste activa gelijkgesteld met de activa van de lessee (indien de lessee producent is) en niet met die van de lessor. Deze heeft een vordering die overeenkomt met een fictief krediet (zie punt 2.109, onder d), en hoofdstuk 15 van het ESR 2010 over het onderscheid tussen de verschillende vormen van huur van duurzame goederen) (1).”;
|
|
|
gg)
|
in punt 2.123 wordt de eerste zin vervangen door:
„De toepassing van het eigendomscriterium is afhankelijk van het statistische systeem op grond waarvan de BIVA worden berekend.”;
|
|
hh)
|
punt 2.124 wordt vervangen door:
|
„2.124.
|
De aankopen van vaste activa bestrijken behalve nieuwe of gebruikte vaste activa die zijn aangeschaft (gekocht, geruild, ontvangen als kapitaaloverdracht in natura, dan wel verworven door financiële lease) ook voor eigen gebruik geproduceerde vaste activa, belangrijke verbeteringen aan vaste activa en aan niet-geproduceerde materiële activa, de natuurlijke aanwas van in cultuur gebrachte activa als vee en aanplantingen en de kosten van eigendomsoverdracht voor niet-geproduceerde activa (ESR 2010, punt 3.125, onder a)).”;
|
|
|
ii)
|
punt 2.125 wordt geschrapt;
|
|
jj)
|
in punt 2.126 wordt de eerste zin vervangen door:
„De aankoop of de productie in eigen beheer van duurzame goederen die voor een eerste uitrusting nodig zijn, is een investering in vaste activa.”;
|
|
kk)
|
punt 2.129 wordt vervangen door:
|
„2.129.
|
Volgens het 2008 SNA moet aan de hand van hetzij de omvang van de wijzigingen aan de kenmerken van de vaste activa — d.w.z. omvangrijke veranderingen van de omvang, vorm, effectiviteit, capaciteit of verwachte levensduur — hetzij het feit dat het al dan niet om het soort werkzaamheden gaat die bij dit type vaste activa regelmatig als lopend onderhoud of reparatie wordt uitgevoerd, worden bepaald of er sprake is van verbeteringen (zie 2008 SNA, punten 10.43 en 10.46).”;
|
|
|
ll)
|
punt 2.130 wordt vervangen door:
|
„2.130.
|
Dit betreft niet alleen de eigenlijke verkoop van gebruikte vaste activa, maar ook activa die door hun eigenaar worden afgebroken, afgedankt of vernietigd, dan wel activa die bij een ruil worden afgestaan of die worden geleverd bij een kapitaaloverdracht in natura (ESR 2010, punt 3.125, onder b), en punt 3.126). Normaliter moeten verkopen leiden tot een eigendomsoverdracht en direct economisch nut hebben (zodat vaste activa die zonder enig ander economisch nut door de eigenaar worden afgebroken, afgedankt of vernietigd, geen deel uitmaken van de verkopen) (zie 2008 SNA, punt 10.38). Sommige van de hierboven gedefinieerde verkopen kunnen binnen dezelfde institutionele eenheid blijven, zoals wanneer door de landbouwer geslachte dieren door zijn gezin worden geconsumeerd.”;
|
|
|
mm)
|
in punt 2.134 wordt de tweede zin vervangen door:
„Overeenkomstig de definitie in de balansen (ESR 2010, punten 7.12 en 7.13) kan de verandering van de waarde van de activa tussen het begin en het eind van het verslagjaar als volgt worden omschreven:”;
|
|
nn)
|
in punt 2.136 wordt het laatste streepje vervangen door:
|
„—
|
wijzigingen in classificatie of structuur van de vaste activa: bijvoorbeeld veranderingen in de economische bestemming van grond, melkvee dat bestemd wordt voor de vleesproductie (zie punt 2.149, voetnoot 2), of bedrijfsgebouwen die omgebouwd worden voor particulier gebruik of voor een andere economische bestemming.”;
|
|
|
oo)
|
punt 2.138 wordt vervangen door:
|
„2.138.
|
Het ESR 2010 onderscheidt verschillende elementen die als BIVA moeten worden geregistreerd (ESR 2010, punt 3.127):
|
—
|
andere bouwwerken, waaronder belangrijke grondverbeteringen,
|
|
—
|
machines en apparatuur, zoals schepen, auto's en computers;
|
|
—
|
in cultuur gebrachte biologische hulpbronnen (bijvoorbeeld bomen en vee);
|
|
—
|
kosten van eigendomsoverdracht van niet-geproduceerde activa, zoals grond, contracten, leases en vergunningen;
|
|
—
|
O&O, inclusief de productie van vrij beschikbaar O & O;
|
|
—
|
exploratie en evaluatie van minerale reserves;
|
|
—
|
computerprogrammatuur en databanken;
|
|
—
|
originelen op het gebied van woord, beeld en geluid;
|
|
—
|
overige intellectuele-eigendomsrechten.”;
|
|
|
|
pp)
|
punt 2.139 wordt vervangen door:
|
„2.139.
|
Voor de LR onderscheidt men bij de bruto-investeringen in vaste activa de volgende soorten elementen:
|
—
|
aanplantingen die herhaaldelijk producten opleveren;
|
|
—
|
vaste activa, met uitzondering van in cultuur gebrachte activa:
|
—
|
machines en werktuigen,
|
|
—
|
overige werken, met uitzondering van grondverbetering (overige bouwwerken enz.),
|
|
—
|
overige (computerprogrammatuur enz.);
|
|
|
—
|
belangrijke grondverbeteringen;
|
|
—
|
kosten in verband met de eigendomsoverdracht van niet-geproduceerde activa, zoals grond en productierechten;
|
|
—
|
O&O, waaronder onderzoek en ontwikkeling door gespecialiseerde eenheden en onderzoek en ontwikkeling voor eigen productie.”;
|
|
|
|
qq)
|
punt j) wordt vervangen door:
|
„j)
|
Aanplantingen die herhaaldelijk producten opleveren”;
|
|
|
rr)
|
punt 2.141 wordt vervangen door:
|
„2.141.
|
In het ESR 2010 (punt 3.125) worden de bruto-investeringen in vaste activa voor aanplantingen gedefinieerd als het saldo van aan- en verkopen van tot volle wasdom gekomen bomen die herhaaldelijk producten opleveren (zoals fruitbomen) plus de natuurlijke groei van de aanplant (onvolgroeide bomen) gedurende het verslagjaar, tot het moment dat deze tot wasdom komen (d.w.z. een product voortbrengen).”;
|
|
|
ss)
|
punt 2.144 wordt vervangen door:
|
„2.144.
|
Verkopen van aanplantingen (geregistreerd als negatieve BIVA) kunnen in twee vormen voorkomen. Enerzijds kan het gaan om aanplantingen die op stam aan een andere (landbouw)eenheid worden verkocht. In dat geval worden alleen de kosten in verband met de eigendomsoverdracht in de LR opgenomen. Ook kan de aanplant worden gekapt. In dat geval moeten de gekapte aanplantingen volgens de algemene definitie van verkopen een directe economische bestemming hebben, d.w.z. een tegenboeking in de vorm van een besteding van goederen en diensten (zoals de verkoop aan een bedrijf dat is gespecialiseerd in de houtverkoop (1)). In dit tweede geval zullen de als negatieve bruto-investeringen in vaste activa te registreren verkopen van de aanplant waarschijnlijk een bescheiden bedrag betreffen.”;
|
|
|
tt)
|
punt 2.148 wordt vervangen door:
|
„2.148.
|
Werkzaamheden in in cultuur gebrachte plantaardige activa (aanplantingen) worden geregistreerd in de vorm van een verkoop door gespecialiseerde loonbedrijven in de landbouw (met grondbewerking, levering van machines, planten, arbeid enz.), dan wel een output van in eigen beheer geproduceerde vaste activa (zie punt 1.75).”;
|
|
|
uu)
|
punt 2.151 wordt vervangen door:
|
„2.151.
|
De berekening van de BIVA voor vee vormt slechts één element van de waardeverandering van de activa. Zo kunnen de BIVA voor vee alleen worden berekend als de verandering in het aantal dieren per categorie tegen de gemiddelde prijs voor het kalenderjaar (kwantitatief) indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
—
|
afwezigheid van nominale waarderingsverschillen (d.w.z. een regelmatige ontwikkeling van de prijzen en de veestapel);
|
|
—
|
afwezigheid van overige volumemutaties (d.w.z. geen verliezen als gevolg van natuurrampen, wijzigingen in de classificatie enz.).
|
Een andere wijze van berekening (direct) betreft de meting van de stromen toevoegingen en onttrekkingen aan de veestapel per categorie tegen de desbetreffende prijzen: bij deze methode moet behalve met de aan- en verkopen ook rekening worden gehouden met toevoegingen (vooral geboorten) en onttrekkingen op de bedrijven.”;
|
|
|
vv)
|
in punt 2.152 wordt de volgende zin aan het eind van het punt toegevoegd:
„Dit is een afwijking van het ESR 2010.”;
|
|
ww)
|
punt 2.153 wordt vervangen door:
|
„2.153.
|
In het SNA moet theoretisch het verbruik van vaste activa worden berekend voor vee (*4). Voor vee komt dit overeen met de raming van de verwachte vermindering van de productiviteit van de dieren wanneer deze voor productiedoeleinden zijn gebruikt. Deze vermindering komt tot uiting in de geactualiseerde waarde van de toekomstige inkomsten uit deze dieren. Gezien de praktische moeilijkheden bij de waardering van het verbruik van vaste activa (de definitie van de parameters voor de berekening is uiterst complex, zie de punten 3.105 en 3.106) moet evenwel voor investeringsvee geen verbruik van vaste activa worden berekend.
|
(*4) Anders dan het ESR 2010 (punt 3.140) stelt het 2008 SNA (punt 10.94) dat voor vee het verbruik van vaste activa moet worden berekend.”;"
|
|
xx)
|
punt l) wordt vervangen door:
|
„l)
|
Vaste activa, met uitzondering van in cultuur gebrachte activa”;
|
|
|
yy)
|
punt 2.162 wordt vervangen door:
|
„2.162.
|
De vaste activa, met uitzondering van in cultuur gebrachte activa (aanplantingen en vee), omvatten de volgende elementen:
|
—
|
machines en werktuigen;
|
|
—
|
overige (andere bouwwerken, computersoftware enz.).”;
|
|
|
|
zz)
|
punt m) wordt vervangen door:
|
„m)
|
Belangrijke grondverbeteringen”;
|
|
|
aaa)
|
punt 2.166 wordt vervangen door:
|
„2.166.
|
Omvangrijke verbeteringen aan materiële niet-geproduceerde activa hebben doorgaans betrekking op grondverbeteringen (kwaliteit, grotere opbrengst door irrigatie, drainage, voorkoming van overstromingen enz.) en moeten als alle andere BIVA worden behandeld (ESR 2010, punt 3.128).”;
|
|
|
bbb)
|
in punt 2.167 wordt de laatste zin vervangen door:
„Het gaat vooral om uitgaven voor infrastructurele werkzaamheden voor ontginning, egalisering, drooglegging, irrigatie en verkaveling (ESR 2010, punt 3.128 en 2008 SNA, punten 10.79 tot en met 10.81).”;
|
|
ccc)
|
het volgende punt 2.168.1 wordt ingevoegd:
„o) Onderzoek en ontwikkeling
|
2.168.1.
|
Onderzoek en ontwikkeling omvat de waarde van de uitgaven voor creatief werk dat systematisch wordt ondernomen om de hoeveelheid kennis te vergroten, en het gebruik van deze kennis om nieuwe toepassingen te ontwikkelen. Tenzij de waarde redelijk goed kan worden geraamd, wordt de waarde volgens afspraak vastgesteld als de som van de kosten, met inbegrip van de kosten van niet-geslaagd onderzoeks- en ontwikkelingswerk (ESR 2010 bijlage 7.1).”;
|
|
|
ddd)
|
punt 2.169 wordt als volgt gewijzigd:
|
i)
|
punt a) wordt vervangen door:
|
„a)
|
klein gereedschap, arbeidskleding, reserveonderdelen en materiaal, ook al hebben deze goederen een normale levensduur van meer dan een jaar; omdat deze goederen herhaaldelijk moeten worden vernieuwd, worden ze volgens de gangbare praktijk in de bedrijfsboekhouding als intermediair verbruik beschouwd (zie de punten 2.105 en 2.106);”;
|
|
|
ii)
|
punt c) wordt vervangen door:
|
„c)
|
reclame, marktonderzoek enz. Aankopen van deze diensten worden als intermediair verbruik beschouwd (zie punt 2.108, onder d));”;
|
|
|
|
eee)
|
in punt 2.176 wordt de laatste zin vervangen door:
„De waarde van de toevoegingen van onderhanden werk kan ook worden geschat aan de hand van de waarde van de productiekosten vermeerderd met een toeslag voor het verwachte exploitatieoverschot of het (geraamde) gemengd inkomen (ESR 2010, punten 3.47 en 3.48).”;
|
|
fff)
|
in punt 2.178 wordt de laatste zin vervangen door:
„Dit specifieke „landbouwprobleem” wordt in het ESR 2010 ook genoemd (zie punt 3.153, onder c)).”;
|
|
ggg)
|
punt 2.186 wordt vervangen door:
|
„2.186.
|
De voorraden seizoenproducten kunnen ook worden gewaardeerd door de ontwikkeling van de prijzen voor opgeslagen goederen te analyseren. Om ten minste drie redenen kan de prijs van een goed gedurende de opslag ervan veranderen (2008 SNA, punt 6.143):
|
—
|
het productieproces is lang genoeg om disconteringsfactoren toe te passen op werk dat significant lang voor levering is uitgevoerd;
|
|
—
|
de fysieke kwaliteiten van een goed kunnen in de loop van de tijd beter of slechter worden;
|
|
—
|
er kan sprake zijn van seizoenfactoren die vraag of aanbod beïnvloeden, waardoor de prijs ervan in de loop van het jaar regelmatig en voorspelbaar varieert zonder dat de fysieke kwaliteiten ervan hoeven te veranderen.”;
|
|
|
|
hhh)
|
punt 2.187 wordt vervangen door:
|
„2.187.
|
Het verschil tussen de prijs van het goed bij de opslag en dat waarbij het goed weer aan de voorraden wordt onttrokken, moet de waarde weergeven van een tijdens de opslag ontstane extra output (2008 SNA, punt 6.143). De producten die verscheidene maanden na de oogst aan de voorraden worden onttrokken, zijn namelijk vanuit economisch standpunt niet gelijk aan de producten die werden opgeslagen. Deze toegenomen waarde van de producten mag niet als nominaal waarderingsverschil worden aangemerkt.”.
|
|
|