Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32017D0769

Besluit (EU) 2017/769 van de Raad van 25 april 2017 betreffende de bekrachtiging, door de lidstaten, in het belang van de Europese Unie, van het Protocol van 2010 bij het Internationaal Verdrag inzake aansprakelijkheid en vergoeding voor schade in samenhang met het vervoer over zee van gevaarlijke en schadelijke stoffen, en de toetreding tot dat protocol, uitgezonderd de aspecten die verband houden met justitiële samenwerking in burgerlijke zaken

PB L 115 van 4.5.2017, pp. 15–17 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2017/769/oj

4.5.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 115/15


BESLUIT (EU) 2017/769 VAN DE RAAD

van 25 april 2017

betreffende de bekrachtiging, door de lidstaten, in het belang van de Europese Unie, van het Protocol van 2010 bij het Internationaal Verdrag inzake aansprakelijkheid en vergoeding voor schade in samenhang met het vervoer over zee van gevaarlijke en schadelijke stoffen, en de toetreding tot dat protocol, uitgezonderd de aspecten die verband houden met justitiële samenwerking in burgerlijke zaken

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 100, lid 2, in samenhang met artikel 218, lid 6, onder a), v),

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien de instemming van het Europees Parlement (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het Internationaal Verdrag van 1996 inzake aansprakelijkheid en vergoeding voor schade in samenhang met het vervoer over zee van gevaarlijke en schadelijke stoffen („het HNS-verdrag van 1996”) beoogt personen die schade ondervinden van verliezen, lozingen en lekkage van gevaarlijke en schadelijke stoffen tijdens het vervoer over zee, van een passende, snelle en doeltreffende vergoeding te verzekeren. Het HNS-verdrag van 1996 vulde een belangrijke leemte in de internationale regelgeving betreffende de aansprakelijkheid in de context van vervoer over zee.

(2)

De Raad heeft in 2002 Besluit 2002/971/EG (2) vastgesteld. In overeenstemming met dat besluit moesten de lidstaten de nodige maatregelen nemen voor de bekrachtiging van of toetreding tot het HNS-verdrag van 1996, binnen een redelijke termijn en, indien mogelijk, vóór 30 juni 2006. Vier lidstaten hebben het verdrag bekrachtigd. Het HNS-verdrag van 1996 is niet in werking getreden.

(3)

Het HNS-Verdrag van 1996 is gewijzigd bij het Protocol van 2010 bij het HNS-Verdrag van 1996 („het Protocol van 2010”). Overeenkomstig artikel 2 en artikel 18, lid 1, van het Protocol van 2010 moeten het HNS-Verdrag van 1996 en het Protocol van 2010 samen worden gelezen, geïnterpreteerd en toegepast als één enkel instrument tussen de partijen bij het Protocol van 2010.

(4)

Het secretariaat van de Internationale Maritieme Organisatie („de IMO”) heeft een tekst opgesteld die het HNS-Verdrag van 1996 en het Protocol van 2010 consolideert („het HNS-verdrag van 2010”), en de Juridische Commissie van de IMO heeft die tekst tijdens haar 98e zitting goedgekeurd. Het HNS-verdrag van 2010 is geen instrument dat kan worden ondertekend of bekrachtigd. Het HNS-verdrag van 2010 wordt van kracht zodra het Protocol van 2010 in werking treedt in de lidstaten.

(5)

Overeenkomstig artikel 20, lid 8, van het Protocol van 2010 doet de verklaring van instemming van een staat om door het Protocol van 2010 gebonden te zijn elke voorgaande verklaring van instemming van die staat om gebonden te zijn aan het HNS-Verdrag van 1996 teniet. Bijgevolg zijn de staten die verdragsluitende partij zijn bij het HNS-verdrag van 1996 dat niet langer vanaf het moment waarop zij verklaren dat zij ermee instemmen gebonden te zijn door het Protocol van 2010, overeenkomstig artikel 20, en met name de leden 2, 3, en 4, van dat protocol.

(6)

Met Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad (3) wordt beoogd milieuschade, veroorzaakt door tal van beroepsactiviteiten, waaronder het vervoer over zee van gevaarlijke goederen, te voorkomen en te herstellen. Deze richtlijn is echter niet van toepassing op gevallen van lichamelijk letsel, schade aan particuliere eigendom of economisch verlies en laat alle rechten op vergoeding voor zulke schade onverlet. Het onderwerp van die richtlijn en dat van het HNS-verdrag van 2010 overlappen elkaar dan ook deels, maar niet grotendeels. De lidstaten blijven bevoegd voor onder het HNS-verdrag van 2010 vallende aangelegenheden die geen gevolgen hebben voor gemeenschappelijke regels.

(7)

Net als zijn voorganger is het HNS-verdrag van 2010 van buitengewoon belang voor de belangen van de Unie en haar lidstaten, omdat het voorziet in betere bescherming van de slachtoffers van schade in verband met het vervoer van gevaarlijke en schadelijke stoffen over zee, ook in de context van milieuschade, in lijn met het Verdrag van de Verenigde Naties van 1982 inzake het recht van de zee.

(8)

Als staten verdragsluitende partij willen worden bij het Protocol van 2010 en bijgevolg bij het HNS-verdrag van 2010, moeten zij aan de secretaris-generaal van de IMO, tegelijk met hun akte van instemming, relevante gegevens voorleggen over de totale hoeveelheid bijdragende lading als bedoeld in het HNS-verdrag tijdens het voorafgaande kalenderjaar, overeenkomstig artikel 20, lid 4, van het HNS-verdrag van 2010. Daartoe moeten de lidstaten een systeem opzetten voor de rapportage van bijdragende lading als bedoeld in het HNS-verdrag vóór ze uiting geven aan hun instemming om door het Protocol van 2010 gebonden te zijn.

(9)

Tijdens haar 100e zitting in 2013 heeft de Juridische Commissie van de IMO richtsnoeren inzake de rapportage van bijdragende lading als bedoeld in het HNS-verdrag goedgekeurd, die zijn opgesteld om het voor de bekrachtigende staten gemakkelijker te maken om, voorafgaand aan de inwerkingtreding van het Protocol van 2010, wetgeving inzake rapportage aan te nemen, en om bij te dragen tot de wereldwijde, uniforme en effectieve uitvoering van de desbetreffende voorschriften van het HNS-verdrag van 2010.

(10)

Met het oog op rechtszekerheid voor alle belanghebbenden moeten de lidstaten elkaar en de Raad en de Commissie op passende wijze op de hoogte brengen van hun systemen voor de rapportage van bijdragende lading als bedoeld in het HNS-verdrag. Die informatie zou op informele wijze beschikbaar kunnen worden gesteld via de bestaande kanalen, zoals de voorbereidende instanties van de Raad.

(11)

De uitwisseling van goede praktijken tussen de lidstaten over het opzetten van het systeem voor de rapportage van bijdragende lading als bedoeld in het HNS-verdrag zou bevorderlijk kunnen zijn voor de inspanningen van de lidstaten bij de opstelling van een dergelijk rapportagesysteem.

(12)

Net als bij het HNS-verdrag van 1996 kunnen bij gebrek aan een clausule over regionale organisaties voor economische integratie (REIO-clausule) alleen soevereine staten partij worden bij het Protocol van 2010. Daarom kan de Unie niet tot het Protocol van 2010, en derhalve het HNS-verdrag van 2010, toetreden of dat protocol of verdrag bekrachtigen.

(13)

De bekrachtiging van het Protocol van 2010 door alle lidstaten binnen een gegeven termijn moet binnen de EU gelijke voorwaarden garanderen voor alle actoren die betrokken zijn bij de toepassing van het HNS-verdrag van 2010.

(14)

Gezien het internationale karakter van het HNS-stelsel moet worden gestreefd naar wereldwijd gelijke voorwaarden voor alle actoren die betrokken zijn bij de toepassing van het HNS-Verdrag van 2010. Daarom moet het Protocol van 2010 de hele wereld bestrijken.

(15)

De lidstaten moeten daarom worden gemachtigd om het Protocol van 2010 te bekrachtigen of ertoe toe te treden, al naargelang het geval, voor de delen die vallen onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie, uitgezonderd de aspecten in verband met justitiële samenwerking in burgerlijke zaken. De bepalingen van het HNS-verdrag van 2010 die in het kader van de justitiële samenwerking in burgerlijke zaken onder de bevoegdheid van de Unie vallen, zullen het voorwerp uitmaken van een besluit dat parallel aan dit besluit wordt vastgesteld,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De lidstaten worden hierbij gemachtigd het Protocol van 2010 voor de delen die vallen onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie in het belang van de Unie te bekrachtigen of tot het protocol toe te treden, uitgezonderd de aspecten in verband met de justitiële samenwerking in burgerlijke zaken en overeenkomstig de voorwaarden van dit besluit.

Artikel 2

1.   De lidstaten streven ernaar de nodige maatregelen te nemen voor de neerlegging van de akten van bekrachtiging van of toetreding tot het Protocol van 2010, binnen een redelijke termijn en, indien mogelijk, uiterlijk 6 mei 2021.

2.   Wanneer het systeem voor de rapportage van bijdragende lading als bedoeld in het HNS-verdrag operationeel wordt, brengen de lidstaten elkaar en de Raad en de Commissie daarvan op passende wijze op de hoogte.

3.   De lidstaten streven ernaar beste praktijken uit te wisselen, met name over het systeem voor de rapportage van bijdragende lading als bedoeld in het HNS-verdrag uit hoofde van het Protocol van 2010.

Artikel 3

Bij de bekrachtiging van of de toetreding tot het Protocol van 2010 stellen de lidstaten de secretaris-generaal van de Internationale Maritieme Organisatie er schriftelijk van in kennis dat de bekrachtiging of toetreding is gebeurd in overeenstemming met dit besluit en Besluit (EU) 2017/770 van de Raad (4).

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 5

Dit besluit is gericht tot de lidstaten, overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Luxemburg, 25 april 2017.

Voor de Raad

De voorzitter

I. BORG


(1)  Goedkeuring verleend op 5 april 2017 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)  Besluit 2002/971/EG van de Raad van 18 november 2002 waarbij de lidstaten worden gemachtigd in het belang van de Europese Gemeenschap het Internationaal Verdrag van 1996 inzake aansprakelijkheid en vergoeding voor schade in samenhang met het vervoer over zee van gevaarlijke en schadelijke stoffen (HNS-verdrag) te bekrachtigen of tot dit verdrag toe te treden (PB L 337 van 13.12.2002, blz. 55).

(3)  Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade (PB L 143 van 30.4.2004, blz. 56).

(4)  Besluit (EU) 2017/770 van de Raad van 25 april 2017 betreffende de bekrachtiging door de lidstaten, in het belang van de Europese Unie, van het Protocol van 2010 bij het Internationaal Verdrag inzake aansprakelijkheid en vergoeding voor schade in samenhang met het vervoer over zee van gevaarlijke en schadelijke stoffen, en betreffende de toetreding tot dat protocol, met betrekking tot aspecten in verband met justitiële samenwerking in burgerlijke zaken (zie bladzijde 18 van dit Publicatieblad).


Top