This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32014D0844
2014/844/EU, Euratom: Commission Implementing Decision of 26 November 2014 authorising Malta to use certain approximate estimates for the calculation of the VAT own resources base (notified under document C(2014) 8925)
2014/844/EU, Euratom: Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 26 november 2014 waarbij Malta wordt gemachtigd om gebruik te maken van ramingen voor de berekening van de grondslag van de eigen middelen uit de btw (Kennisgeving geschied onder nummer C(2014) 8925)
2014/844/EU, Euratom: Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 26 november 2014 waarbij Malta wordt gemachtigd om gebruik te maken van ramingen voor de berekening van de grondslag van de eigen middelen uit de btw (Kennisgeving geschied onder nummer C(2014) 8925)
PB L 343 van 28.11.2014, pp. 33–34
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force: This act has been changed. Current consolidated version:
02/12/2017
|
28.11.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 343/33 |
UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 26 november 2014
waarbij Malta wordt gemachtigd om gebruik te maken van ramingen voor de berekening van de grondslag van de eigen middelen uit de btw
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2014) 8925)
(Slechts de teksten in de Engelse en de Maltese taal zijn authentiek)
(2014/844/EU, Euratom)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,
Gezien Verordening (EEG, Euratom) nr. 1553/89 van de Raad van 29 mei 1989 betreffende de definitieve uniforme regeling voor de inning van de eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde (1), en met name artikel 6, lid 3, tweede streepje,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 387 van Richtlijn 2006/112/EG (2) van de Raad mag Malta, onder de voorwaarden die in deze lidstaat op de datum van zijn toetreding bestonden, vrijstelling blijven verlenen voor de in de punten 8 en 10 van bijlage X, deel B, van deze richtlijn vermelde handelingen, zolang dezelfde vrijstelling wordt toegepast in één van de lidstaten die op 30 april 2004 lid van de Gemeenschap waren; die handelingen moeten in aanmerking worden genomen voor de bepaling van de btw-grondslag van de eigen middelen. |
|
(2) |
In zijn antwoord van 29 april 2014 op het schrijven van 4 februari 2014 van de Commissie met betrekking tot de vereenvoudiging van de inspecties inzake de eigen middelen uit de btw (3) verzocht Malta om een machtiging van de Commissie om vaste percentages van de intermediaire grondslag te gebruiken voor de berekening van de btw-grondslag van de eigen middelen voor de in de punten 8 en 10 van bijlage X, deel B, van Richtlijn 2006/112/EG vermelde handelingen voor de begrotingsjaren 2014 tot 2020. Malta heeft aangetoond dat het historische percentage door de jaren heen stabiel bleef. Derhalve moet Malta de machtiging krijgen om bij de berekening van de btw-grondslag van de eigen middelen vaste percentages te gebruiken overeenkomstig het schrijven van de Commissie. |
|
(3) |
Uit overwegingen van doorzichtigheid en rechtszekerheid is het aangewezen de geldigheidsduur van de machtiging in de tijd te beperken, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Voor de berekening van de grondslag van de btw-middelen vanaf 1 januari 2014 tot 31 december 2020 wordt Malta gemachtigd 0,40 % van de intermediaire grondslag te gebruiken met betrekking tot de in punt 8 van bijlage X, deel B (waterdistributie), van Richtlijn 2006/112/EG vermelde handelingen.
Artikel 2
Voor de berekening van de grondslag van de btw-middelen vanaf 1 januari 2014 tot 31 december 2020 wordt Malta gemachtigd 1,06 % van de intermediaire grondslag te gebruiken met betrekking tot de in punt 10 van bijlage X, deel B (personenvervoer), van Richtlijn 2006/112/EG vermelde handelingen.
Artikel 3
Dit besluit is gericht tot de Republiek Malta.
Gedaan te Brussel, 26 november 2014.
Voor de Commissie
Kristalina GEORGIEVA
Vicevoorzitter
(1) PB L 155 van 7.6.1989, blz. 9.
(2) Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1).
(3) Ares(2014)261226.