Kies de experimentele functies die u wilt uitproberen

Dit document is overgenomen van EUR-Lex

Document 32004R1886

Verordening (EG) nr. 1886/2004 van de Raad van 25 oktober 2004 tot uitbreiding van het definitieve antidumpingrecht dat bij Verordening (EG) nr. 1796/1999 werd ingesteld op stalen kabels uit onder meer de Volksrepubliek China, tot stalen kabels die vanuit Marokko zijn verzonden, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Marokko, en tot beëindiging van het onderzoek ten aanzien van een Marokkaanse exporteur

PB L 328 van 30.10.2004, blz. 1-6 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
PB L 352M van 31.12.2008, blz. 42-47 (MT)

Dit document is verschenen in een speciale editie. (BG, RO)

Juridische status van het document Van kracht

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2004/1886/oj

30.10.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 328/1


VERORDENING (EG) Nr. 1886/2004 VAN DE RAAD

van 25 oktober 2004

tot uitbreiding van het definitieve antidumpingrecht dat bij Verordening (EG) nr. 1796/1999 werd ingesteld op stalen kabels uit onder meer de Volksrepubliek China, tot stalen kabels die vanuit Marokko zijn verzonden, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Marokko, en tot beëindiging van het onderzoek ten aanzien van een Marokkaanse exporteur

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (hierna „basisverordening” genoemd) (1), en met name op artikel 13,

Gezien het voorstel dat de Commissie heeft ingediend na overleg met het Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

A.   PROCEDURE

1.   Thans geldende maatregelen

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1796/1999 (2) heeft de Raad in augustus 1999 een antidumpingrecht van 60,4 % ingesteld op stalen kabels van oorsprong uit onder andere de Volksrepubliek China.

2.   Verzoek

(2)

Op 5 januari 2004 heeft de Commissie van het Liaison Committee van de European Federation of Steel Wire Rope Industries (EWRIS) het verzoek ontvangen om op grond van artikel 13, lid 3, van de basisverordening een onderzoek in te stellen naar de mogelijke ontduiking van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van stalen kabels uit de Volksrepubliek China. Het verzoek was ingediend namens producenten die goed zijn voor een groot deel van de productie van stalen kabels in de Gemeenschap.

(3)

De indiener van het verzoek voerde aan, en legde in dit verband voldoende bewijsmateriaal voor, dat zich na de instelling van antidumpingmaatregelen ten aanzien van stalen kabels uit de Volksrepubliek China belangrijke wijzigingen hadden voorgedaan in het patroon van de uitvoer van stalen kabels uit de Volksrepubliek China en Marokko naar de Gemeenschap. Dit gewijzigde handelspatroon zou het gevolg zijn van het feit dat stalen kabels uit de Volksrepubliek China in Marokko werden overgeladen en van daaruit naar de Gemeenschap uitgevoerd. De invoer uit Marokko was aanzienlijk gestegen, terwijl de invoer uit de Volksrepubliek China met ongeveer dezelfde hoeveelheden was gedaald.

(4)

Volgens het verzoek waren er, afgezien van het bestaan van antidumpingrechten op stalen kabels uit de Volksrepubliek China, onvoldoende redenen of economische rechtvaardiging voor deze verlegging van het handelsverkeer.

(5)

Tot slot voerde EWRIS aan dat de corrigerende werking van het bestaande antidumpingrecht, zowel wat hoeveelheden als de prijs betrof, werd aangetast en dat stalen kabels uit Marokko met dumping in de Gemeenschap werden ingevoerd, gelet op de normale waarden die eerder voor dit product uit de Volksrepubliek China waren vastgesteld.

3.   Inleiding van het onderzoek

(6)

Bij Verordening (EG) nr. 275/2004 (3) („inleidingsverordening”) heeft de Commissie een onderzoek geopend naar de mogelijke ontduiking en heeft zij, overeenkomstig artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5, van de basisverordening, de douaneautoriteiten opdracht gegeven de invoer van uit Marokko verzonden stalen kabels, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Marokko, met ingang van 19 februari 2004 te registreren. De Commissie heeft de autoriteiten van de Volksrepubliek China en Marokko van de opening van het onderzoek in kennis gesteld.

4.   Onderzoek

(7)

De Commissie heeft een vragenlijst gezonden naar zowel de importeurs in de Gemeenschap als de exporteurs in de Volksrepubliek China en Marokko die in het verzoek waren genoemd, en andere belanghebbenden die zich binnen de gestelde termijn hadden gemeld. Aan alle belanghebbenden werd medegedeeld dat het niet-verlenen van medewerking tot toepassing van artikel 18 van de basisverordening kon leiden. Zij werden ook op de hoogte gesteld van de consequenties van het niet verlenen van medewerking.

(8)

Enkele EG-importeurs hebben hun standpunt schriftelijk uiteengezet en verklaard dat zij geen stalen kabels uit Marokko hadden ingevoerd.

(9)

Van de producenten/exporteurs in de Volksrepubliek China werden geen antwoorden op de vragenlijst ontvangen.

(10)

Antwoord op de vragenlijst werd ontvangen van één producent/exporteur uit Marokko, Remer Maroc SARL, Settat. De Commissie heeft bij deze onderneming een controle ter plaatse uitgevoerd.

5.   Onderzoektijdvak

(11)

Het onderzoek had betrekking op de periode van 1 januari 2003 tot en met 31 december 2003 (hierna „onderzoektijdvak” genoemd). Er werden gegevens verzameld van 1999 tot het einde van het onderzoektijdvak om vast te stellen of het handelspatroon zich had gewijzigd.

B.   RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK

1.   Algemene overwegingen/samenwerking

(12)

Zoals reeds vermeld in overweging 9, heeft geen van de producenten of exporteurs van stalen kabels in de Volksrepubliek China medewerking verleend. Informatie is echter wel verstrekt door een medewerkende producent/exporteur in Marokko, Remer Maroc SARL, die in het onderzoektijdvak stalen kabels heeft geproduceerd en een klein gedeelte van zijn productie naar de Gemeenschap heeft uitgevoerd. Deze onderneming was volgens Eurostat in het onderzoektijdvak goed voor minder dan 5 % van de totale invoer van stalen kabels uit Marokko in de Gemeenschap. De bevindingen moesten dan ook gedeeltelijk worden gebaseerd op de beschikbare gegevens, overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening.

2.   Betrokken product en soortgelijk product

(13)

Zoals gedefinieerd bij het onderzoek dat tot de instelling van de huidige maatregelen leidde („het oorspronkelijke onderzoek”), heeft het onderzoek betrekking op stalen kabels, gesloten kabels daaronder begrepen, met uitzondering van roestvrijstalen kabels met een maximale afmeting der dwarsdoorsnede van meer dan 3 mm (hierna „stalen kabels” genoemd), gewoonlijk ingedeeld onder de GN-codes ex 7312 10 82, ex 7312 10 84, ex 7312 10 86, ex 7312 10 88 en ex 7312 10 99.

(14)

Bij het onderzoek bleek dat uit de Volksrepubliek China naar de Gemeenschap uitgevoerde stalen kabels en uit Marokko naar de Gemeenschap uitgevoerde stalen kabels dezelfde fysische en technische basiskenmerken en dezelfde toepassingen hebben en derhalve moeten worden beschouwd als soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.

3.   Verlegging van het handelsverkeer

(15)

Remer Maroc SARL, de exporteur die medewerking verleende, is in 2001 opgericht als volledige dochteronderneming van het Italiaanse bedrijf Remer Italia Srl. Tijdens het onderzoektijdvak exporteerde Remer Maroc SARL slechts een zeer kleine hoeveelheid van het betrokken product naar de Gemeenschap, minder dan 5 % van de totale invoer in de Gemeenschap uit Marokko van stalen kabels. Het merendeel van de verkoop van dit bedrijf is bestemd voor de plaatselijke Marokkaanse markt.

(16)

Ook is vastgesteld dat Remer Maroc SARL zowel producent als exporteur van stalen kabels is, met productiefaciliteiten voor het gehele productieproces van dit product, waarbij gebruik wordt gemaakt van aangekocht staaldraad, textielkern en vet. Het bedrijf verkoop uitsluitend zijn eigen productie en die van het moederbedrijf in Italië, en heeft nooit stalen kabels of andere materialen ingekocht in de Volksrepubliek China.

(17)

Remer Maroc SARL heeft derhalve aangetoond dat zijn uitvoer geen rol speelt in de wijzigingen in het handelsverkeer tussen de Volksrepubliek China en de Gemeenschap. Het onderzoek ten aanzien van de door Remer Maroc SARL uitgevoerde stalen kabels dient daarom te worden beëindigd.

(18)

Voor de vaststelling van de uitvoer van de niet-medewerkende exporteurs naar de Gemeenschap moest gebruik worden gemaakt van de beschikbare gegevens, overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening. Voor het vaststellen van conclusies over de invoer van stalen kabels in de Gemeenschap, nadat antidumpingmaatregelen waren vastgesteld ten aanzien van dit product uit de Volksrepubliek China, bleken de Eurostat-gegevens op GN-niveau de beste informatiebron. In dit verband wordt erop gewezen dat het verzoek van de bedrijfstak van de Gemeenschap eveneens is gebaseerd op Eurostat-gegevens en dat de Commissie in dit onderzoek geen andere onafhankelijke informatiebronnen tot haar beschikking heeft gehad. De prijs van het Marokkaanse product bij invoer in de Gemeenschap werd vastgesteld op basis van de totale door Eurostat op GN-niveau opgegeven waarden en hoeveelheden, nadat de hoeveelheden en de waarde van de invoer van het betrokken product, afkomstig van de medewerkende Marokkaanse onderneming, hierop in mindering waren gebracht. Gezien het ontbreken van andere onafhankelijke bronnen leken de Eurostat-gegevens op GN-niveau de beste beschikbare gegevens te zijn voor de periode voordat maatregelen waren ingesteld.

(19)

Na de inwerkingtreding in augustus 1999 van de antidumpingmaatregelen van de Gemeenschap ten aanzien van stalen kabels uit de Volksrepubliek China bleek er een opvallende verschuiving te hebben plaatsgevonden van invoer in de Gemeenschap uit de Volksrepubliek China naar invoer uit Marokko. Na de instelling van antidumpingmaatregelen door de Gemeenschap daalde de invoer van stalen kabels uit de Volksrepubliek China aanzienlijk, namelijk van 14 057 ton in 1998 tot 364 ton in 2000, en de invoer bleef van 2000 tot 2003 op dit lage peil. In dezelfde periode nam de invoer in de Gemeenschap van stalen kabels uit Marokko toe van nul in 1998 tot 2 338 ton in 2003.

(20)

Voor de niet-medewerkende ondernemingen werd derhalve een duidelijke verlegging van het handelsverkeer geconstateerd, die samenviel met de inwerkingtreding van de antidumpingmaatregelen van de Gemeenschap ten aanzien van het betrokken product uit de Volksrepubliek China in augustus 1999.

4.   Onvoldoende reden of economische rechtvaardiging (niet-medewerkende Marokkaanse exporteurs)

(21)

Aan de hand van de beschikbare gegevens werd vastgesteld dat er voor deze verlegging van het handelsverkeer geen of onvoldoende economische rechtvaardiging was. Ten eerste heeft de medewerkende Marokkaanse producent geen stalen kabels uit de Volksrepubliek China ingevoerd. Ten tweede laten de Chinese, Marokkaanse en EG-statistieken zien dat een toename van de uitvoer uit de Volksrepubliek China naar Marokko in de tijd samenviel met de toename van de uitvoer uit Marokko naar de Gemeenschap. Weliswaar maken de Marokkaanse en de Chinese handelsstatistieken geen onderscheid tussen stalen kabels en strengen (een tussenproduct), terwijl de EG-statistieken dat onderscheid wel maken, maar omdat er zo weinig ondernemingen medewerking verleenden en er geen aanwijzingen zijn dat in Marokko strengen tot kabels worden verwerkt, kan redelijkerwijs worden aangenomen dat deze statistische gegevens een goed beeld geven van de invoer van stalen kabels uit de Volksrepubliek China in Marokko. Als deze verwerking toch zou plaatsvinden, zou dat bovendien slechts op kleine schaal zijn. Het zou economisch niet rendabel zijn de verwerking van strengen tot stalen kabels ergens anders te verrichten dan op de plaats van productie van de strengen, omdat de toegevoegde waarde van deze verwerking ten opzichte van de transportkosten vrij gering is. Voorts heeft een Marokkaanse onderneming die geen vragenlijst invulde en geen toestemming gaf voor een controlebezoek, tegenstrijdige informatie verstrekt over haar activiteiten, terwijl zij de situatie eenvoudig had kunnen verhelderen door mee te werken aan het onderzoek. Aangezien behalve Remer Maroc SARL door geen enkele andere onderneming medewerking werd verleend, kan uit het gelijktijdig optreden van deze ontwikkelingen worden afgeleid dat de invoer in Marokko uit de Volksrepubliek China niet bestemd was voor de Marokkaanse markt, maar voor uitvoer naar de Gemeenschap.

(22)

Deze gevolgtrekking wordt versterkt door het feit dat de enige bekende exporteur van het betrokken product uit Marokko (naast de medewerkende exporteur) een dochteronderneming van een Chinese producent/exporteur is. Deze dochteronderneming werd in Marokko opgericht in 2001, samenvallend met het begin van de uitvoer van stalen kabels uit Marokko naar de Gemeenschap.

(23)

Daar de invoer uit de Volksrepubliek China in de periode na de invoering van antidumpingrechten werd vervangen door invoer uit Marokko moet, gezien het bovenstaande en gezien het ontbreken van een andere verklaring, worden vastgesteld dat de handelsverlegging het gevolg was van de instelling van de rechten en niet van een andere voldoende reden of economische rechtvaardiging in de zin van artikel 13, lid 1, tweede zin, van de basisverordening.

(24)

Gelet op het voorgaande kan redelijkerwijs worden geconcludeerd dat de in de klacht vervatte bewering juist is, namelijk dat het overgrote deel van de uitvoer van stalen kabels uit de Volksrepubliek China naar Marokko naar de Gemeenschap wordt doorverzonden.

5.   Aantasting van de corrigerende werking van het antidumpingrecht in termen van prijzen en/of hoeveelheden (niet-medewerkende Marokkaanse exporteurs)

(25)

Uit de cijfers in overweging 19 blijkt dat het patroon van de invoer van het betrokken product zich na de instelling van de antidumpingmaatregelen in 1999 duidelijk heeft gewijzigd. De aanzienlijke uitvoer van stalen kabels uit de Volksrepubliek China naar de Gemeenschap werd gedeeltelijk vervangen door een kleinere maar wel significante uitvoer door de niet-medewerkende Marokkaanse exporteurs. De omvang van laatstgenoemde uitvoer bedroeg 20 tot 25 % van de omvang van de invoer uit de Volksrepubliek China gedurende het onderzoektijdvak van het oorspronkelijke onderzoek (1 januari 1997 tot en met 31 maart 1998). Derhalve wordt aangenomen dat de sterke wijziging van de handelsstromen de corrigerende werking van de maatregelen heeft aangetast wat betreft de in de Gemeenschap ingevoerde hoeveelheden.

(26)

Voor de prijzen moest, gezien de geringe medewerking, gebruik worden gemaakt van de beschikbare gegevens, namelijk de Eurostat-gegevens op GN-niveau. Hieruit bleek dat de cif-exportprijzen van het betrokken product uit Marokko nominaal ongeveer 3 % lager waren dan de bij het oorspronkelijke onderzoek vastgestelde cif-prijzen van het betrokken product uit de Volksrepubliek China. De schademarge bij de invoer uit Marokko is derhalve groter dan de bij het oorspronkelijke onderzoek vastgestelde schademarge bij invoer uit de Volksrepubliek China.

(27)

Daarom wordt geconcludeerd dat de invoer van het betrokken product uit Marokko de corrigerende werking van de antidumpingrechten heeft tenietgedaan, zowel wat prijzen als hoeveelheden betreft.

6.   Dumpingmarge in vergelijking met de bij het oorspronkelijke onderzoek vastgestelde normale waarden (niet-medewerkende Marokkaanse exporteurs)

(28)

Bij het onderzoek of stalen kabels afkomstig van niet-medewerkende Marokkaanse exporteurs in het onderzoektijdvak met dumping in de Gemeenschap zijn ingevoerd, is overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebruikgemaakt van de invoerstatistieken van Eurostat op GN-niveau voor het vaststellen van de prijs bij export naar de Gemeenschap.

(29)

Overeenkomstig artikel 13, lid 1, van de basisverordening wordt bij een onderzoek naar de ontduiking van maatregelen uitgegaan van de normale waarde die bij het oorspronkelijke onderzoek werd vastgesteld.

(30)

Bij het oorspronkelijke onderzoek werd Polen als referentieland met een markteconomie gekozen voor het vaststellen voor de normale waarde voor de Volksrepubliek China. De normale waarde werd vastgesteld aan de hand van de prijzen en een geconstrueerde normale waarde in dat referentieland. Aan de hand hiervan werd voor de Volksrepubliek China een voor het gehele land geldende dumpingmarge van 60,4 % vastgesteld.

(31)

Bij het huidige onderzoek naar de ontduiking van maatregelen konden, ook doordat geen medewerking werd verleend, geen afzonderlijke dumpingmarges worden vastgesteld voor elk producttype. Door gebruikmaking van Eurostat-gegevens, die voldoende gedetailleerd zijn, konden de exportprijzen echter wel per GN-code worden vergeleken met de exportprijzen in het oorspronkelijke onderzoek. Uit deze vergelijking bleek dat de cif-exportprijzen van het betrokken product uit Marokko gemiddeld 3 % lager waren dan de bij het oorspronkelijke onderzoek vastgestelde cif-prijzen van het betrokken product uit de Volksrepubliek China bij uitvoer naar de Gemeenschap. Omdat deze exportprijzen moeten worden vergeleken met de voor het gehele land geldende normale waarde die ook is gebruikt voor de vaststelling van de oorspronkelijke dumpingmarge van 60,4 %, kan worden afgeleid dat er ook dumpingprijzen zijn van meer dan 60 %.

C.   VERZOEKEN OM VRIJSTELLING VAN REGISTRATIE OF VAN HET UITGEBREIDE RECHT

(32)

De Commissie heeft van één Marokkaanse producent, Remer Maroc SARL, een verzoek om vrijstelling van registratie en van de maatregelen ontvangen. Zoals vermeld in overweging 12 heeft deze onderneming aan het onderzoek medegewerkt door op de vragenlijst te antwoorden en een controlebezoek te aanvaarden.

(33)

Bij Verordening (EG) nr. 1699/2004 (4) heeft de Commissie de inleidingsverordening gewijzigd om de registratie te beëindigen van de invoer van stalen kabels vervaardigd door Remer Maroc SARL, de Marokkaanse onderneming die de antidumpingrechten niet heeft ontdoken.

(34)

Deze onderneming, die de antidumpingmaatregelen niet bleek te hebben ontdoken, moet tevens worden vrijgesteld van de voorgenomen uitbreiding van de maatregelen.

D.   MAATREGELEN

(35)

Gezien de resultaten van het onderzoek naar ontduiking in de zin van artikel 13, lid 1, van de basisverordening, dienen de antidumpingrechten op stalen kabels uit de Volksrepubliek China te worden uitgebreid tot stalen kabels die vanuit Marokko worden verzonden, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Marokko, met uitzondering van producten die zijn vervaardigd door de medewerkende producent Remer Maroc SARL, zulks overeenkomstig artikel 13, lid 1, van de basisverordening.

(36)

Overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening, waarin is bepaald dat de uitgebreide antidumpingmaatregelen worden toegepast op producten waarvan de invoer is geregistreerd vanaf de datum van registratie, dient het antidumpingrecht te worden geheven van stalen kabels die uit Marokko zijn verzonden en waarvan de invoer in de Gemeenschap is geregistreerd overeenkomstig de inleidingsverordening, met uitzondering van stalen kabels die zijn vervaardigd door Remer Maroc SARL.

(37)

Het besluit om de rechten niet uit te breiden tot stalen kabels die worden uitgevoerd door Remer Maroc SARL, is genomen op grond van de resultaten van het huidige onderzoek. Dit besluit is derhalve uitsluitend van toepassing op stalen kabels die uit Marokko zijn verzonden en door deze specifieke rechtspersoon zijn geproduceerd. Stalen kabels die zijn vervaardigd of verzonden door andere ondernemingen, die niet specifiek met naam en adres in het dispositief van deze verordening zijn genoemd, met inbegrip van rechtspersonen die banden hebben met de specifiek genoemde onderneming, komen niet voor de vrijstelling in aanmerking en zijn onderworpen aan het bij Verordening (EG) nr. 1796/1999 ingestelde recht.

(38)

De ontduiking vindt plaats buiten de Gemeenschap. Artikel 13 van de basisverordening heeft ten doel ontduiking van rechten tegen te gaan zonder ondernemingen te treffen die kunnen aantonen dat ze niet bij dergelijke praktijken betrokken zijn; dit artikel bevat evenwel geen specifieke bepalingen voor de behandeling van exporteurs die kunnen aantonen dat zij de antidumpingmaatregelen niet ontduiken. Producenten die het betrokken product in het onderzoektijdvak niet hebben uitgevoerd en die geen banden hebben met exporteurs of producenten waarop het uitgebreide antidumpingrecht van toepassing is, zou de gelegenheid moeten worden geboden te verzoeken hun producten van antidumpingmaatregelen vrij te stellen. Producenten die van het uitgebreide antidumpingrecht wensen te worden vrijgesteld, moeten hiertoe een aanvraag indienen en een vragenlijst beantwoorden zodat de Commissie kan vaststellen of een vrijstelling gerechtvaardigd is. Deze vrijstelling kan worden toegestaan na evaluatie van bijvoorbeeld de marktsituatie van het betrokken product, de productiecapaciteit en de bezettingsgraad, aan- en verkoop, de waarschijnlijkheid van praktijken waarvoor geen voldoende reden of economische rechtvaardiging is, en bewijsmateriaal inzake dumping. Doorgaans verricht de Commissie ook een controle bij de betrokken onderneming. Een dergelijk verzoek dient onverwijld aan de Commissie te worden gericht en moet vergezeld gaan van alle relevante informatie, met name over wijzigingen in de activiteiten van de onderneming die verband houden met de productie en de verkoop.

(39)

Importeurs hebben ook voordeel bij de vrijstelling van registratie of maatregelen voorzover zij het betrokken product aankopen bij exporteurs die een dergelijke vrijstelling is verleend, en overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisverordening.

(40)

Indien een vrijstelling wordt verleend zal de Commissie, na overleg in het Raadgevend Comité, een dienovereenkomstige wijziging van onderhavige verordening voorstellen. Op verleende vrijstellingen zal toezicht worden uitgeoefend om te waarborgen dat aan de voorwaarden wordt voldaan.

E.   PROCEDURE

(41)

De belanghebbenden werden op de hoogte gebracht van de voornaamste feiten en overwegingen op basis waarvan de Raad voornemens is het geldende definitieve antidumpingrecht uit te breiden, en werden in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken en te verzoeken te worden gehoord. Er zijn geen opmerkingen ontvangen naar aanleiding waarvan de bovengenoemde conclusies moeten worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Het definitieve antidumpingrecht dat werd ingesteld bij Verordening (EG) nr. 1796/1999 op stalen kabels van oorsprong uit de Volksrepubliek China, ingedeeld onder de GN-codes ex 7312 10 82, ex 7312 10 84, ex 7312 10 86, ex 7312 10 88 en ex 7312 10 99, wordt uitgebreid tot stalen kabels die zijn verzonden vanuit Marokko (al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Marokko) (Taric-codes respectievelijk 7312108212, 7312108412, 7312108612, 7312108812 en 7312109912), met uitzondering van stalen kabels die zijn vervaardigd door Remer Maroc SARL, Zone Industrielle, Tranche 2, Lot 10, Settat, Morokko (aanvullende Taric-code A567).

2.   Het bij lid 1 uitgebreide recht wordt geheven van de overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EG) nr. 275/2004 van de Commissie alsmede artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5, van Verordening (EG) nr. 384/96 geregistreerde producten, met uitzondering van de producten vervaardigd door Remer Maroc SARL, Zone Industrielle, Tranche 2, Lot 10, Settat, Marokko.

3.   De bepalingen inzake douanerechten zijn van toepassing.

Artikel 2

1.   Verzoeken om vrijstelling van het bij artikel 1 uitgebreide recht moeten schriftelijk in één van de officiële talen van de Gemeenschap worden ingediend en worden ondertekend door een persoon die gemachtigd is de indiener van het verzoek te vertegenwoordigen. Het verzoek moet naar onderstaand adres worden gezonden:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Handel

Directoraat B

Kamer J-79 05/17

B-1049 Brussel

Fax (32-2) 295 65 05

Telex COMEU B 21877.

2.   Na overleg in het Raadgevend Comité kan de Commissie bij besluit vrijstelling verlenen van het bij artikel 1 uitgebreide recht, wanneer is aangetoond dat het bij Verordening (EG) nr. 1796/1999 ingestelde antidumpingrecht niet wordt ontdoken.

Artikel 3

De douaneautoriteiten wordt opgedragen de registratie van de invoer overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EG) nr. 275/2004 te beëindigen.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Luxemburg, 25 oktober 2004.

Voor de Raad

De voorzitter

R. VERDONK


(1)  PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).

(2)  PB L 217 van 17.8.1999, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1674/2003 (PB L 238 van 25.9.2003, blz. 1).

(3)  PB L 47 van 18.2.2004, blz. 13. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1699/2004 (PB L 305 van 1.10.2004, blz. 25).

(4)  PB L 305 van 1.10.2004, blz. 25.


Naar boven