Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32003D0324

2003/324/EG: Beschikking van de Commissie van 12 mei 2003 inzake een afwijking van het verbod op hergebruik binnen dezelfde soort voor pelsdieren krachtens Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad (Voor de EER relevante tekst) (kennisgeving geschied onder nummer C(2003) 1496)

PB L 117 van 13.5.2003, pp. 37–39 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 03/03/2011; opgeheven door 32011R0142

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2003/324/oj

13.5.2003   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 117/37


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 12 mei 2003

inzake een afwijking van het verbod op hergebruik binnen dezelfde soort voor pelsdieren krachtens Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad

(kennisgeving geschied onder nummer C(2003) 1496)

(Slechts de teksten in de Finse en de Zweedse taal zijn authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

(2003/324/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten (1), en met name op artikel 22, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 1774/2002 voorziet in een verbod op het voederen van dieren met verwerkte dierlijke eiwitten die afkomstig zijn van dieren van dezelfde soort. Na raadpleging van het betrokken Wetenschappelijk Comité kunnen afwijkingen worden toegestaan met betrekking tot pelsdieren.

(2)

De Wetenschappelijke Stuurgroep heeft op24 en 25 juni 1999 een advies uitgebracht over de risico's van niet-conventionele overdraagbare agentia, conventionele ziekteverwekkers en andere gevaren zoals toxische stoffen die de voedsel- en voederketen binnenkomen via grondstoffen afkomstig van op het bedrijf gestorven en andere dode dieren of via afgekeurd materiaal. Dat advies is op 13 juli 1999 bijgewerkt. Het advies betreft onder meer de risico's van het voederen van pelsdieren met verwerkte dierlijke eiwitten die afkomstig zijn van dieren van dezelfde soort.

(3)

Op 17 september 1999 heeft de Wetenschappelijke Stuurgroep een advies uitgebracht betreffende hergebruik binnen dezelfde soort in verband met de risico's van het hergebruik van dierlijke bijproducten als voeder ten aanzien van de verspreiding van TSE's bij niet-herkauwende landbouwhuisdieren.

(4)

Volgens die wetenschappelijke adviezen kan hergebruik van pelsdieren in bepaalde gebieden worden overwogen indien er goed gedocumenteerde redenen zijn om aan te nemen dat de aanwezigheid van TSE-verwekkers in de betrokken populatie onwaarschijnlijk is. In die adviezen worden ook de nodige voorwaarden aangegeven om het TSE-risico tot een minimum te beperken.

(5)

Finland heeft een verzoek ingediend om voor pelsdieren van het verbod op hergebruik binnen dezelfde soort te mogen afwijken. Dat verzoek voldoet aan de voorwaarden van de wetenschappelijk adviezen van de Wetenschappelijke Stuurgroep om het TSE-risico tot een minimum te beperken.

(6)

Daarom moet Finland krachtens Verordening (EG) nr. 1774/2002 worden toegestaan voor pelsdieren af te wijken van het verbod op hergebruik binnen dezelfde soort. Om risico's voor de volksgezondheid en de gezondheid van dieren te vermijden moeten aan die afwijking bepaalde voorwaarden worden verbonden.

(7)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Afwijking voor Finland betreffende bepaalde pelsdieren

Krachtens artikel 22, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1774/2002 wordt Finland een afwijking toegestaan met betrekking tot het voederen van de volgende pelsdieren met verwerkte dierlijke eiwitten die afkomstig zijn van karkassen of gedeelten ervan van dieren van dezelfde soort:

a)

vossen (Vulpes vulpes en Alopex lagopus);

b)

wasbeerhonden (Nyctereutes procyonoides).

Artikel 2

Erkenningen van geregistreerde bedrijven

De bevoegde autoriteit kan geregistreerde bedrijven erkennen voor het voederen van de in artikel 1 bedoelde soorten met verwerkte dierlijke eiwitten die afkomstig zijn van karkassen of gedeelten ervan van dieren van dezelfde soort. Die erkenning wordt slechts verleend aan geregistreerde bedrijven:

a)

op grond van een aanvraag waarbij documentatie wordt verstrekt waaruit blijkt dat er geen redenen zijn om aan te nemen dat in de populatie van de diersoort waarop de aanvraag betrekking heeft, geen TSE-verwekkers aanwezig zijn;

b)

indien er een adequaat TSE-bewakingssysteem voor pelsdieren met regelmatige laboratoriumtests van monsters op TSE wordt toegepast;

c)

indien er passende garanties worden geboden dat er geen dierlijke bijproducten of verwerkte dierlijke eiwitten afkomstig van die dieren of hun nageslacht in de voedselketen of de voederketen van andere dieren dan pelsdieren komen;

d)

indien het bedrijf voorzover bekend geen contacten heeft gehad met een bedrijf waar een TSE-uitbraak vermoed wordt of bevestigd is;

e)

indien de voor het geregistreerde bedrijf verantwoordelijke persoon voldoet aan de eisen van bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 1774/2002 en de bijlage bij deze beschikking.

Artikel 3

Controlemaatregelen

1.   De bevoegde autoriteit neemt de nodige maatregelen om:

a)

te controleren of voeder dat verwerkte dierlijke eiwitten bevat die afkomstig zijn van karkassen of gedeelten ervan van dieren van dezelfde soort, op correcte wijze samengesteld en verwerkt is en gebruikt wordt;

b)

de dieren die met het onder a) bedoelde voeder worden gevoederd te controleren, onder meer door:

i)

strikt toezicht op de gezondheidstoestand van de dieren;

ii)

adequate TSE-bewaking met regelmatige bemonstering en laboratoriumtests op TSE's;

c)

na te gaan of aan de voorschriften van artikel 2 wordt voldaan.

2.   De in lid 1, onder b), ii), bedoelde monsters worden onder meer genomen bij dieren die neurologische symptomen vertonen en bij oudere fokdieren.

Artikel 4

Schorsing van een erkenning

Een erkenning als bedoeld in artikel 2 wordt onverwijld geschorst in geval van een vermoed of bevestigd contact met een bedrijf waar een TSE-uitbraak vermoed wordt of bevestigd is, totdat het risico van besmetting definitief kan worden uitgesloten.

Artikel 5

Naleving van deze beschikking

Finland treft onverwijld de nodige maatregelen om aan deze beschikking te voldoen en maakt die maatregelen bekend. Het stelt de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Artikel 6

Toepasselijkheid

Deze beschikking is van toepassing met ingang van 1 mei 2003.

Artikel 7

Geadresseerde

Deze beschikking is gericht tot de Republiek Finland.

Gedaan te Brussel, 12 mei 2003.

Voor de Commissie

David BYRNE

Lid van de Commissie


(1)  PB L 273 van 10.10.2002, blz. 1.


BIJLAGE

A.   Algemene verplichtingen van de voor een geregistreerd bedrijf verantwoordelijke persoon

1.

De verantwoordelijke persoon houdt een administratie bij die ten minste het volgende omvat:

a)

de pelzen en karkassen van dieren die met verwerkte dierlijke eiwitten van dezelfde soort zijn gevoederd;

b)

elke zending, teneinde de traceerbaarheid van het materiaal te waarborgen.

2.

In geval van een bekend of vermoed contact met een bedrijf waar een TSE-uitbraak vermoed wordt of bevestigd is, moet de verantwoordelijke persoon onmiddellijk:

a)

de bevoegde autoriteit van dat contact in kennis stellen;

b)

de verzending van pelsdieren naar ongeacht welke bestemming zonder schriftelijke toestemming van de bevoegde autoriteit staken.

B.   Operationele verplichtingen van de voor een geregistreerd bedrijf verantwoordelijke persoon

1.

De verantwoordelijke persoon zorgt ervoor dat:

a)

pelsdierkarkassen die bestemd zijn voor het voederen van dieren van dezelfde soort gescheiden van niet voor dat doel toegelaten karkassen worden behandeld en verwerkt;

b)

pelsdieren die worden gevoederd met verwerkte dierlijke eiwitten afkomstig van dezelfde soort gescheiden worden gehouden van dieren die niet met verwerkte dierlijke eiwitten van dezelfde soort worden gevoederd.

2.

De verantwoordelijke persoon zorgt ervoor dat verwerkte dierlijke eiwitten afkomstig van een bepaalde soort die bestemd zijn voor vervoedering aan dezelfde soort:

a)

verwerkt zijn in een verwerkingsbedrijf dat overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1774/2002 is erkend, uitsluitend door toepassing van een van de methoden 1 tot en met 5 of 7 van hoofdstuk III van bijlage V bij die verordening;

b)

vervaardigd zijn van gezonde dieren die voor de pelsproductie zijn gedood;

c)

vervaardigd zijn van dieren die in de laatste 24 uur voor het doden niet met verwerkte dierlijke eiwitten afkomstig van dezelfde soort zijn gevoederd.


Top