Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31995D0220

95/220/EG, Euratom, EGKS: Besluit van het Europees Parlement van 5 april 1995 waarbij de Commissie kwijting wordt verleend voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen voor het begrotingsjaar 1992 betreffende de afdelingen I - Parlement, II - Raad, III - Commissie, IV - Hof van Justitie en V - Rekenkamer

PB L 141 van 24.6.1995, pp. 51–53 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 05/04/1995

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/1995/220/oj

31995D0220

95/220/EG, Euratom, EGKS: Besluit van het Europees Parlement van 5 april 1995 waarbij de Commissie kwijting wordt verleend voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen voor het begrotingsjaar 1992 betreffende de afdelingen I - Parlement, II - Raad, III - Commissie, IV - Hof van Justitie en V - Rekenkamer

Publicatieblad Nr. L 141 van 24/06/1995 blz. 0051 - 0057


BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT van 5 april 1995 waarbij de Commissie kwijting wordt verleend voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen voor het begrotingsjaar 1992 betreffende de afdelingen I - Parlement, II - Raad, III - Commissie, IV - Hof van Justitie en V - Rekenkamer (95/220/EG, Euratom, EGKS)

HET EUROPEES PARLEMENT,

- gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, inzonderheid artikel 78 octies,

- gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid artikel 206,

- gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, inzonderheid artikel 180 ter,

- gelet op de begroting voor het begrotingsjaar 1992,

- gezien de jaarrekening en de financiële balans van de Europese Gemeenschappen betreffende het begrotingsjaar 1992 (SEC (93) 0385-0388),

- gezien het verslag van de Rekenkamer over het begrotingsjaar 1992 en de antwoorden van de Instellingen (1),

- gezien de aanbeveling van de Raad van 21 maart 1994 (C3-0147/94) en tevens echter de onvolledigheid daarvan constaterend,

- gezien zijn resolutie van 21 april 1994 waarbij de Commissie werd medegedeeld om welke redenen haar geen kwijting kon worden verleend voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen voor het begrotingsjaar 1992 (2),

- gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en de adviezen van de Commissie onderzoek, technologische ontwikkeling en energie, de Commissie externe economische betrekkingen, de Commissie sociale zaken en werkgelegenheid, de Commissie regionaal beleid, de Commissie cultuur, jeugd, onderwijs en media, de Commissie ontwikkelingssamenwerking, de Commissie rechten van de vrouw en de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en consumentenbescherming (A4-0056/95),

1. stelt vast dat de goedgekeurde ontvangsten en uitgaven in het begrotingsjaar 1992 bedroegen:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. verleent de Commissie kwijting voor de uitvoering van de volgende bedragen:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

3. stemt ermee in dat nog definitieve controles moeten worden uitgevoerd van de EOGFL-uitgaven die door de Lid-Staten worden opgegeven en dat de cijfers eventueel nog moeten worden gecorrigeerd;

4. behoudt zich derhalve het recht voor bovengenoemde bedragen voor zover zij betrekking hebben op uitgaven van het EOGFL-afdeling Garantie, opnieuw te onderzoeken, in het kader van het besluit inzake de goedkeuring van de rekeningen voor het begrotingsjaar 1992 dat aan het Europees Parlement zal worden toegezonden met het oog op een aanvullend kwijtingsbesluit;

5. constateert dat de Commissie thans heeft voldaan aan de in voornoemde resolutie van 21 april 1994 geformuleerde verzoeken betreffende de invordering van gelden uit hoofde van het stelsel van melkquota's, de aanstelling van personeel bij Uclaf en de verstrekking van informatie over interne tabaksfraude, in die mate dat kwijting kan worden verleend;

6. formuleert zijn opmerkingen in de resolutie die een integraal onderdeel vormt van dit besluit;

7. verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie met zijn opmerkingen te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, het Hof van Justitie, de Rekenkamer en de Europese Investeringsbank en te zorgen voor publikatie ervan in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen (serie L).

De Secretaris-generaal

Enrico VINCI

De Voorzitter

Klaus HÄNSCH

(1) PB nr. C 309 van 16. 11. 1993.

(2) PB nr. C 128 van 9. 5. 1994, blz. 322.

RESOLUTIE houdende de opmerkingen die een onderdeel vormen van het besluit tot verlening van kwijting aan de Commissie voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen voor het begrotingsjaar 1992

HET EUROPEES PARLEMENT

- gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid artikel 206,

- gelet op het Financieel Reglement van 13 maart 1990 (1), inzonderheid artikel 89, uit hoofde waarvan elke Instelling van de Gemeenschappen alle nodige maatregelen dient te nemen om gevolg te geven aan de opmerkingen in de kwijtingsbesluiten,

- overwegende dat uit hoofde van hetzelfde artikel de Instellingen, op verzoek van het Parlement, verslag dienen uit te brengen over de maatregelen naar aanleiding van deze opmerkingen, met name over de instructies die zij hebben gericht tot hun diensten die zich met de uitvoering van de begroting bezighouden,

- gezien de aanbeveling van de Raad van 21 maart 1994 (C3-0147/94), tevens echter de onvolledigheid daarvan constaterend aangezien een voorbehoud wordt gemaakt omtrent het standpunt van de Raad ten aanzien van uitgerekend dat punt dat de grootste belemmering voor het verlenen van kwijting vormt,

- gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A4-0056/95),

overwegende dat de Commissie krachtens artikel 205 van het EG-Verdrag de volledige wettelijke verantwoordelijkheid draagt voor de uitvoering van de begroting,

Kwesties in verband met het eerdere uitstel van het verlenen van kwijting

1. juicht het feit toe dat de Commissie overeenkomstig de wens van het Parlement heeft besloten terug te komen op haar eerdere besluit de nieuwe melkquota's met terugwerkende kracht te laten gelden voor Italië over 1989 en voor Italië, Spanje en Griekenland over 1990 en 1991, waardoor ca. 1 600 miljoen ecu kan worden teruggevorderd, zoals door het Parlement is verlangd;

2. merkt op dat de Raad heeft nagelaten een duidelijke aanbeveling te doen ten aanzien van het beheer door de Commissie van het melkquotastelsel in het kader van de kwijting;

3. verneemt echter dat het oorspronkelijke besluit inzake de goedkeuring van de rekeningen over 1989 het besluit bevatte de nieuwe melkquota's met terugwerkende kracht in Spanje toe te passen en dat dit besluit blijft gelden; is van mening dat het beginsel van deze zaak hetzelfde is als de gevallen die door de Commissie zijn rechtgetrokken en dat deze nalatigheid de belastingbetaler een verlies van ca. 170 miljoen ecu oplevert;

4. stelt vast en betreurt het dat de Commissie in Spanje en Italië zonder rechtsgrond een terugkoopprogramma voor de melkproduktie heeft uitgevoerd; stelt vast dat dit programma tot gevolg had dat de produktiecijfers voor de desbetreffende landen en het niveau van de daarop toegepaste financiële correcties daalden; stelt vast dat deze onwettige actie de belastingbetaler in totaal ca. 170 miljoen ecu kost;

5. stelt vast dat de Commissie weliswaar de hand heeft gehouden aan de officiële formulering van zijn resolutie van 21 april 1994 waarbij de Commissie werd medegedeeld om welke redenen haar geen kwijting kon worden verleend voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen voor het begrotingsjaar 1992 (2) en kwijting zal ontvangen, maar dat zij het basisbeginsel niet consequent heeft toegepast, met het gevolg dat de belastingbetaler van de Gemeenschap ca. 340 miljoen ecu verlies blijft lijden; dringt er derhalve op aan dat de Commissie dit bedrag van de Lid-Staten in kwestie terugvordert;

6. verzoekt de Commissie geen terugkoopprogramma voor de melkproduktie uit te voeren, totdat overeenkomstig de gebruikelijke wetgevingsprocedure van de Europese Gemeenschap een rechtsgrond voor een dergelijk programma is goedgekeurd;

7. wacht op een besluit inzake de voorgestelde rechtsgrond voor de toepassing met terugwerkende kracht van melkquota's over de begrotingsjaren 1992 en 1993; zegt toe dit voorstel nauwkeurig te zullen onderzoeken met het oog op de wettigheid van een dergelijke wetgeving;

8. verzoekt de Commissie haar jongste besluiten inzake de goedkeuring van de rekeningen over 1989 en 1990 onverwijld in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen te publiceren;

9. is van mening dat, door het besluit van de Commissie over het bezwaar van haar eigen financieel controleur tegen toepassing met terugwerkende kracht van melkquota's in het eerste amendement op het besluit inzake de goedkeuring van de rekeningen over het jaar 1989 heen te stappen, en door het besluit van de financieel controleur zich niet te verzetten tegen een analoge procedure voor de goedkeuring van de rekeningen over 1990, wordt aangetoond hoe belangrijk het is dat de Gemeenschap een stelsel opzet uit hoofde waarvan individuen verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor daden waarmee overheidsgelden gemoeid zijn; verzoekt de Instellingen dit denkbeeld te verwerken in de herziening van de Verdragen in 1996;

10. bevestigt nogmaals het beginsel dat niet kan worden toegestaan dat Lid-Staten de wetgeving van de Gemeenschap negeren en dat de Commissie, indien dergelijke gevallen zich voordoen, verplicht is adequate straffen op te leggen en de noodzakelijke correcties aan te brengen; stelt vast dat de Commissie wat het systeem van melkquota's betreft in eerste instantie niet aan deze verplichting heeft voldaan en deze nog steeds ten volle moet nakomen;

11. herinnert de Commissie aan het feit dat het Parlement volledig op de hoogte dient te worden gehouden van de ontwikkeling van het onderzoek inzake tabaksfraude in de Lid-Staten;

12. constateert dat de informatie die de Commissie aan de Commissie begrotingscontrole heeft verstrekt over de conclusies van de interne onderzoeken naar fraudeverdenkingen in haar afdeling tabak neerkomt op de erkenning dat deze zaak niet zo snel en krachtig is aangepakt als had gemoeten;

13. verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat alle gevallen van verdenking van interne fraude in de Commissie onmiddellijk aan de Uclaf worden overgedragen, die de volledige en onafhankelijke bevoegdheid en de middelen zal hebben om dergelijke zaken te onderzoeken en die ook de mogelijkheid zal hebben om indien nodig een beroep op externe autoriteiten te doen, met inachtneming van de bescherming van de rechten van het individu; verzoekt de Commissie de tekst van nieuwe, passende interne regels vóór 30 juni 1995 aan het Parlement te doen toekomen;

14. stelt tot zijn tevredenheid vast dat de Commissie heeft bevestigd dat gedurende 1994 50 nieuwe posten aan Uclaf zijn toegewezen;

Politieke kwesties

15. is van oordeel dat de belangrijkste redenen voor de in deze resolutie aan het licht gebrachte vraagstukken liggen in het waarneembare belangenconflict tussen de Raad en de Commissie en een weerspiegeling zijn van het feit dat de nationale belangen van de Lid-Staten door hen vaak worden gezien als niet verenigbaar met de daadwerkelijke uitvoering van de communautaire begroting, de verwezenlijking van het communautaire beleid en de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap;

16. merkt op dat de Raad herhaaldelijk de doorgang heeft tegengehouden van wetsteksten die door de Commissie waren voorgesteld om de bescherming van de belangen van de communautaire belastingbetaler, zoals die zijn weergegeven in de communautaire begroting, te versterken;

17. is van oordeel dat de werkelijke verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de communautaire begroting, en voor talrijke tekortkomingen in de uitvoering, wordt gedeeld door de Commissie en de Lid-Staten; merkt op dat de Raad en de Lid-Staten de gevolgen van deze verantwoordelijkheid vaak uit de weg gaan;

18. betreurt het dat de doelstellingen van vele, en met name de kostbaarste, communautaire beleidsvormen slecht gedefinieerd en/of vaag zijn; is van mening dat gebrek aan duidelijkheid een voorname factor is achter de bedenkingen in de publieke opinie bij bepaalde uitgaven van de Gemeenschap; dringt er derhalve bij de Commissie op aan om controleerbare en concrete beleidsdoelstellingen op korte en middellange termijn voor alle beleidsgebieden vast te stellen en vervolgens op basis van duidelijke criteria aan te geven of doelstellingen al dan niet zijn gehaald;

EOGFL-uitgaven

19. betreurt het in het bijzonder in gevallen waarin onregelmatigheden forse uitgaven voor de communautaire begroting met zich hebben gebracht, dat sommige Lid-Staten de Rekenkamer niet bij haar onderzoek in de sector tabak hebben geholpen en evenmin de communautaire verordeningen hebben toegepast nadat de Rekenkamer hen op hun verplichtingen had gewezen; roept de Commissie op gebruik te maken van alle bevoegdheden waarover zij krachtens de Verdragen beschikt om onterecht betaalde bedragen onmiddellijk terug te vorderen en erop toe te zien dat de Gemeenschapswetgeving volledig wordt nageleefd;

20. verzoekt de Commissie alles in het werk te stellen om erop toe te zien dat Lid-Staten die uit het EOGFL-afdeling Garantie subsidies ontvangen, voor alle produkten terdege toegerust zijn (volledige kadasters, betrouwbare statistische gegevens, doelmatige controlesystemen, enz.) om een gezond financieel beheer van de communautaire kredieten mogelijk te maken;

Structuurfondsen

21. verzoekt de Commissie om in de toekomst in het jaarlijks verslag over de uitvoering van de hervorming van de fondsen cijfermateriaal op te nemen met betrekking tot de ontdekte onregelmatigheden, onverschuldigd betaalde bedragen en terug te vorderen en/of teruggevorderde bedragen;

22. neemt akte van het belang, volgens de schattingen van de Commissie, van het effect van de fondsen op het inkomen en op de vraag, maar verzoekt de Commissie haar evaluaties inzake de daadwerkelijke structurele effecten van de maatregelen van de fondsen, d.w.z. van de ontwikkeling van het aanbod op middellange en lange termijn, voort te zetten en haar bevindingen te publiceren;

23. merkt op dat verschillende beherende instanties nog steeds bij de uitkering van de steun bedragen aftrekken; herinnert de Commissie eraan dat zij bij de kwijting voor 1991 had toegezegd deze kwestie te onderzoeken en vraagt derhalve een vastbesloten actie om deze onregelmatigheden te bestrijden;

Intern beleid

24. merkt op dat de evaluatie van de drie tot dusverre goedgekeurde kaderprogramma's Onderzoek die de Rekenkamer heeft opgemaakt, de conclusie rechtvaardigt dat de talrijke tekortkomingen die zijn geconstateerd, de verwezenlijking in de weg kunnen staan van de doelstellingen die de Gemeenschap volgens artikel 130 F van het Verdrag op onderzoeksgebied moet nastreven (versterking van de wetenschappelijke en technologische grondslagen van de industrie van de Gemeenschap en bevordering van haar internationale concurrentiepositie); is van mening dat een en ander kan worden ondervangen:

- door bekorting van de vertragingen waarmee de goedkeuring en uitvoering van de onderzoeksprogramma's tot nu toe gepaard gingen, zowel in de besluitvormingsfase als bij het administratief beheer,

- door de coördinatie te bevorderen met regeringen en Lid-Staten, openbare en particuliere onderzoeksinstellingen en bedrijven, teneinde te komen tot synergie en het naar verhouding geringe effect van de financiële steun van de Gemeenschap te versterken,

- door bij de evaluatie de in het Verdrag neergelegde doelstellingen als uitgangspunt te nemen en parameters vast te stellen die niet alleen rekening houden met de technisch-wetenschappelijke aspecten, maar ook inzicht geven in de deugdelijkheid van de financiële planninginstrumenten;

25. verzoekt de Rekenkamer zich in het kader van haar meerjarenplanning ook te buigen over de beperkingen die de comitologie oplegt ten aanzien van de uitvoering van onderzoeksprojecten en de controle op het nieuwe selectiesysteem en de nieuwe administratieve structuren die de Commissie in het leven heeft geroepen om de administratieve tekortkomingen te verhelpen die door een groep onafhankelijke deskundigen aan het licht zijn gebracht;

26. verzoekt de Commissie, gezien de dikwijls te lange termijnen tussen de goedkeuring van een specifiek programma van het derde kaderprogramma en het aangaan van de eerste betalingsverplichtingen, ervoor te zorgen dat bij de tenuitvoerlegging van de specifieke programma's van het vierde kaderprogramma deze termijnen in geen geval negen maanden overschrijden;

Externe betrekkingen

27. verzoekt de Commissie en de Europese Investeringsbank nauwkeurig toezicht te houden op de terugbetaling van leningen die zijn verstrekt aan de landen van Midden- en Oost-Europa alsmede de republieken van de voormalige Sowjetunie, en het Parlement volledig op de hoogte te houden van alle haperingen, of deze nu wel of niet leiden tot een officieel beroep op de begrotingsmiddelen in het kader van de begrotingsgarantie van de Gemeenschap voor dergelijke leningen;

28. verzoekt de Commissie met andere donors een informatienetwerk over de beschikbare voedselvoorraden en de omstandigheden voor het verstrekken van voedselhulp in de ontwikkelingslanden op te zetten om de doeltreffendheid van driehoeksoperaties te vergroten;

Financieel beheer

29. is verontrust over de opmerkingen van de Rekenkamer over de rol van de financieel controleur van de Raad; steunt de aanbeveling van de Rekenkamer dat de financieel controleur een actievere rol in de interne controle dient te vervullen en daarbij meer op de voorgrond moet treden en dat de Raad elke onduidelijkheid over de bevoegdheden van de financieel controleur uit de weg dient te ruimen;

30. merkt op dat de behandeling door de financieel controleur van de Commissie van achteraf ingediende verzoeken tot goedkeuring in 1993 nog wel reden tot bezorgdheid gaf, maar lijkt te verbeteren; dringt er niettemin opnieuw op aan dat de Commissie zich voortaan houdt aan de in het Financieel Reglement neergelegde verdeling van bevoegdheden, waarbij de financieel controleur voor iedere verrichting die niet aan het Financieel Reglement voldoet zijn visum weigert, terwijl de hoogste instantie van de Instelling dergelijke weigeringen naast zich neer kan leggen wanneer zij dat opportuun acht;

31. herhaalt zijn verzoek aan de Rekenkamer het Parlement jaarlijks, bij voorkeur als onderdeel van haar jaarverslag, een overzicht per Instelling te doen toekomen van de gevallen van visumweigering en terzijdestelling daarvan;

32. constateert dat de post van financieel controleur bij de Commissie sedert juni 1994 op voorlopige basis bezet was; verzoekt de Commissie onverwijld over te gaan tot een definitieve aanstelling die verenigbaar is met de onafhankelijke uitoefening van de taken van financieel controleur;

Fraude

33. is er nog niet van overtuigd dat de nationale controles zich concentreren op de gebieden die het grootste fraudegevaar opleveren; verzoekt de Commissie er bij de Lid-Staten krachtiger op aan te dringen de juiste technieken voor risicoanalyse toe te passen;

34. verzoekt de Commissie ter versterking van de fraudebestrijding nogmaals vóór 30 juni 1995:

a) voorstellen te doen om de betaling van EU-gelden aan de Lid-Staten afhankelijk te stellen van een bevredigende nakoming van hun controleverplichtingen;

b) voorstellen te doen voor het opleggen van sancties aan Lid-Staten die nalaten melding te maken van gevallen van fraude en onregelmatigheden;

c) een verslag in te dienen over de problemen die samenhangen met de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen of invordering van bedragen waarvan betaling is ontdoken;

Varia

35. verzoekt de Commissie de bevestiging te geven dat zij het Parlement elk jaar vóór medio mei verslag zal uitbrengen over de besteding van begrotingssubsidies aan externe organisaties en in die verslagen zal aangeven in hoeverre zij zich gehouden heeft aan de criteria voor de toekenning van die subsidies die de begrotingsautoriteit in de toelichting bij de desbetreffende begrotingslijnen heeft vastgesteld;

36. verzoekt de Commissie andermaal vóór 30 juni 1995 voorstellen in te dienen die haar in staat stellen de betalingen aan Lid-Staten in iedere sector van de begroting op te schorten, indien Lid-Staten niet naar tevredenheid van de Commissie aan hun controleverplichtingen voldoen.

(1) PB nr. L 70 van 16. 3. 1990, blz. 1.

(2) PB nr. C 128 van 9. 5. 1994, blz. 322.

Top