Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31993R2562

Verordening (EEG) nr. 2562/93 van de Commissie van 17 september 1993 tot vaststelling van de bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2055/93 van de Raad houdende toewijzing van een aanvullende specifieke referentiehoeveelheid aan bepaalde producenten van melk en zuivelprodukten

PB L 235 van 18.9.1993, pp. 18–19 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)

Dit document is verschenen in een speciale editie. (FI, SV, CS, ET, LV, LT, HU, MT, PL, SK, SL, BG, RO)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 11/12/2010

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1993/2562/oj

31993R2562

Verordening (EEG) nr. 2562/93 van de Commissie van 17 september 1993 tot vaststelling van de bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2055/93 van de Raad houdende toewijzing van een aanvullende specifieke referentiehoeveelheid aan bepaalde producenten van melk en zuivelprodukten

Publicatieblad Nr. L 235 van 18/09/1993 blz. 0018 - 0019
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 52 blz. 0137
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 52 blz. 0137


VERORDENING (EEG) Nr. 2562/93 VAN DE COMMISSIE van 17 september 1993 tot vaststelling van de bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2055/93 van de Raad houdende toewijzing van een aanvullende specifieke referentiehoeveelheid aan bepaalde producenten van melk en zuivelprodukten

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2055/93 van de Raad van 19 juli 1993 houdende toewijzing van een aanvullende specifieke referentiehoeveelheid aan bepaalde producenten van melk en zuivelprodukten (1), en met name op artikel 8,

Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 2055/93 de voorwaarden zijn vastgesteld waaronder een specifieke referentiehoeveelheid wordt toegewezen aan melkproducenten die voor een bedrijf of een deel van een bedrijf op grond van Verordening (EEG) nr. 1078/77 van de Raad (2), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1300/84 (3), een verbintenis hebben overgenomen en zijn nagekomen en daardoor geen referentiehoeveelheden hebben kunnen krijgen op grond van artikel 3 bis van Verordening (EEG) nr. 857/84 van de Raad (4), ingetrokken bij Verordening (EEG) nr. 3950/92 (5); dat procedurevoorschriften moeten worden vastgesteld opdat Verordening (EEG) nr. 2055/93 zo wordt uitgevoerd dat met de rechten en verplichtingen van alle betrokken partijen rekening wordt gehouden;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 2055/93 bedoelde verzoek wordt door de betrokken producent overeenkomstig de door de Lid-Staat vastgestelde voorschriften bij de door de Lid-Staat aangewezen bevoegde instantie ingediend.

Artikel 2

1. De bevoegde instantie meldt de ontvangst van het verzoek en verifieert of de in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 2055/93 neergelegde voorwaarden zijn vervuld.

2. Om uit te maken of de producent in staat is de produktie op zijn bedrijf met de gevraagde specifieke referentiehoeveelheid te verhogen, worden inzonderheid de volgende criteria in aanmerking genomen:

- de hoeveelheid melk die de producent vóór 1 april 1993 in de handel heeft gebracht boven de referentiehoeveelheid waarover hij beschikt;

- het aantal en het ras van de ten minste zes maanden oude vrouwelijke runderen die geschikt zijn voor de produktie van voor de verkoop bestemde melk en die op het tijdstip van indiening van de aanvraag door de producent op het bedrijf worden gehouden;

- de oppervlakte voedergewassen van het bedrijf in de zin van artikel 1, lid 1, onder d), van Verordening (EEG) nr. 1391/78 van de Commissie (6);

- de gedane investeringen om de melkproduktie op het bedrijf te verhogen.

3. Vóór 1 maart 1994 deelt de bevoegde instantie de producent de hem toegewezen specifieke referentiehoeveelheid mee die, naar gelang van het geval, overeenkomstig artikel 1, lid 2, dan wel artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 2055/93 is bepaald.

Artikel 3

In het in artikel 4, derde alinea, van Verordening (EEG) nr. 2055/93 bedoelde geval deelt de producent zijn voornemen vooraf mee aan de bevoegde instantie, die hem een bericht van ontvangst afgeeft.

Artikel 4

De Lid-Staten delen de Commissie de volgende gegevens mee

- vóór 1 november 1993: de naam van de bevoegde instantie, de in artikel 1 bedoelde voorschriften en de andere dan de in artikel 2 vastgestelde criteria die worden aangehouden;

- vóór 1 april 1994: het aantal verzoeken en de betrokken hoeveelheden, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de gevallen waarin het bepaalde in artikel 1, lid 1, eerste en tweede streepje, lid 2, eerste, tweede of derde alinea, en artikel 3, tweede alinea, van Verordening (EEG) nr. 2055/93 van toepassing is, alsmede de voor de toepassing van laatstbedoelde bepaling vastgestelde criteria.

Artikel 5

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 17 september 1993.

Voor de Commissie

René STEICHEN

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 187 van 29. 7. 1993, blz. 8.

(2) PB nr. L 131 van 26. 5. 1977, blz. 1.

(3) PB nr. L 125 van 12. 5. 1984, blz. 3.

(4) PB nr. L 90 van 1. 4. 1984, blz. 13.

(5) PB nr. L 405 van 31. 12. 1992, blz. 1.

(6) PB nr. L 167 van 24. 6. 1978, blz. 45.

Top