This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 31987R1696
Commission Regulation (EEC) No 1696/87 of 10 June 1987 laying down certain detailed rules for the implementation of Council Regulation (EEC) No 3528/86 on the protection of the Community's forests against atmospheric pollution (inventories, network, reports)
Verordening (EEG) nr. 1696/87 van de Commissie van 10 juni 1987 houdende enige uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 3528/86 van de Raad betreffende de bescherming van de bossen in de Gemeenschap tegen luchtverontreiniging (inventarissen, net, balansen)
Verordening (EEG) nr. 1696/87 van de Commissie van 10 juni 1987 houdende enige uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 3528/86 van de Raad betreffende de bescherming van de bossen in de Gemeenschap tegen luchtverontreiniging (inventarissen, net, balansen)
PB L 161 van 22.6.1987, pp. 1–22
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)
No longer in force, Date of end of validity: 02/12/2006; opgeheven door 32006R1737
Verordening (EEG) nr. 1696/87 van de Commissie van 10 juni 1987 houdende enige uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 3528/86 van de Raad betreffende de bescherming van de bossen in de Gemeenschap tegen luchtverontreiniging (inventarissen, net, balansen)
Publicatieblad Nr. L 161 van 22/06/1987 blz. 0001 - 0022
Bijzondere uitgave in het Fins: blz. 0012
VERORDENING ( EEG ) Nr . 1696/87 VAN DE COMMISSIE van 10 juni 1987 houdende enige uitvoeringsbepalingen van Verordening ( EEG ) nr. 3528/86 van de Raad betreffende de bescherming van de bossen in de Gemeenschap tegen luchtverontreiniging ( inventarissen, net, balansen ) DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening ( EEG ) nr . 3528/86 van de Raad van 17 november 1986 betreffende de bescherming van de bossen in de Gemeenschap tegen luchtverontreiniging ( 1 ), en met name op artikel 2, lid 3, en artikel 3, lid 2, Overwegende dat in artikel 2, lid 1, van Verordening ( EEG ) nr . 3528/86 is bepaald dat de communautaire actie ten doel heeft de Lid-Staten te helpen : - om op de grondslag van een gemeenschappelijke methodiek een periodieke inventaris op te maken van de schade die met name door luchtverontreiniging aan de bossen wordt toegebracht; - het net van waarnemingspunten dat voor het opmaken van deze inventaris nodig is, op een samenhangende, harmonische wijze aan te leggen of te vervolledigen; Overwegende dat in artikel 2, lid 2, van Verordening ( EEG ) nr . 3528/86 is bepaald dat de Lid-Staten de gegevens die via het net van waarnemingspunten zijn verzameld, aan de Commissie doen toekomen; Overwegende dat in artikel 3, lid 1, van Verordening ( EEG ) nr . 3528/86 is bepaald dat elke Lid-Staat periodiek volgens een uniforme wetenschappelijke methode, met name op de grondslag van de gegevens van de in artikel 2 bedoelde inventaris, van de gezondheidstoestand van de bossen in relatie tot de luchtverontreiniging een balans opmaakt en deze aan de Commissie toezendt; Overwegende dat de uitvoeringsbepalingen van deze twee artikelen, en vooral van de daarin vervatte voorschriften betreffende het verzamelen, de aard, de vergelijkbaarheid en het verstrekken van de gegevens van de inventaris en betreffende het periodiek opmaken van een balans van de gezondheidstoestand van de bossen, dienen te worden vastgesteld; Overwegende dat de in het kader van Verordening ( EEG ) nr . 3528/86 ingediende aanvragen om bijstand voor de periodieke inventarisatie en het aanleggen of vervolledigen van een net van waarnemingspunten als bedoeld in artikel 2, lid 1, alle nodige gegevens dienen te bevatten om toetsing van die maatregelen aan de doelstellingen en criteria van de verordening mogelijk te maken; Overwegende dat deze aanvragen op uniforme wijze moeten worden gedaan om de behandeling en de vergelijking ervan te vergemakkelijken; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité voor de bosbescherming, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD : Artikel 1 1 . De periodieke inventaris van de met name door luchtverontreiniging aan de bossen toegebrachte schade wordt opgemaakt met behulp van een communautair net van waarnemingspunten dat berust op een systematisch, uit vakken van 16 km × 16 km opgebouwd rooster . 2 . Op elk waarnemingspunt worden de waarnemingen verricht met betrekking tot bomen die volgens een procedure voor objectieve steekproefneming zijn gekozen . 3 . De gezondheidstoestand van de aan waarneming onderworpen bomen wordt beoordeeld aan de hand van nader omschreven criteria . 4 . De Lid-Staten doen de Commissie jaarlijks ten laatste op 15 december in een gestandaardiseerde vorm de op de onderscheiden waarnemingspunten van het communautaire net verzamelde gegevens toekomen . 5 . De technische bepalingen betreffende dit artikel zijn opgenomen in bijlage I . Artikel 2 1 . De aanvragen om financiële bijstand van de Gemeenschap voor : - de periodieke inventarisatie op communautair niveau en - de aanleg of de vervollediging van het voor die inventarisatie noodzakelijke net van waarnemingspunten in de zin van artikel 2, lid 1, van Verordening ( EEG ) nr . 3528/86 dienen de in de bijlage II van deze verordening gevraagde gegevens en bescheiden te bevatten . Deze aanvragen worden in drievoud ingediend, in de in bijlage II aangegeven vorm . De Lid-Staten dienen deze aanvragen jaarlijks vóór 1 november voor het volgende jaar bij de Commissie in . Voor 1987 worden deze aanvragen ten laatste op 15 juli 1987 ingediend . 2 . De aanvragen die niet aan de in lid 1 vervatte vereisten voldoen, worden niet in aanmerking genomen . Artikel 3 De belansen van de gezondheidstoestand van de bossen worden jaarlijks door de Lid-Staten opgemaakt uitgaande van, met name, de gegevens van het communautaire net van waarnemingspunten en van enig ander, op nationaal of regionaal niveau representatief net, waarvoor de in bijlage I omschreven methodiek wordt toegepast . De inhoud van de balansen dient met de voorschriften in bijlage III in overeenstemming te zijn . De balansen worden de Commissie jaarlijks ten laatste op 15 januari toegezonden . Artikel 4 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen . Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat . Gedaan te Brussel, 10 juni 1987 . Voor de Commissie Frans ANDRIESSEN Vice-Voorzitter FWG:L888UMBH00.96 FF : 8UHO; SETUP : 01; Hoehe : 636 mm; 116 Zeilen; 5379 Zeichen; Bediener : PUPA Pr .: C; Kunde: L 888 Umbr . Ho . 00 ( 1 ) PB nr . L 326 van 21 . 11 . 1986, blz . 2 . BIJLAGE I GEMEENSCHAPPELIJKE METHODIEK VOOR HET OPMAKEN VAN EEN PERIODIEKE INVENTARIS VAN DE AAN DE BOSSEN TOEGEBRACHTE SCHADE ( artikel 2, lid 1 ) I . Algemene opmerkingen De in artikel 2, lid 1, vermelde actie heeft tot doel periodiek een inventaris van de gezondheidstoestand van de bossen in de Lid-Staten van de EEG op te maken door representatieve gegevens over omvang en intensiteit van de bosschade te verzamelen en aldus de ontwikkelingen op dit gebied te volgen . Deze inventarisatie wordt op communautair niveau uitgevoerd aan de hand van een in vakken van 16 km × 16 km verdeeld rooster dat de volledige oppervlakte van elke Lid-Staat beslaat . Daarnaast mag elke Lid-Staat voor de uitvoering van zijn jaarlijkse balans informatie verzamelen van netten met een grotere dichtheid om representatieve gegevens te verkrijgen op nationaal of regionaal niveau . Voor beide waarnemingsniveaus ( communautair en nationaal of regionaal ) moeten de hierna beschreven gemeenschappelijke methoden worden toegepast wat de keuze van de steekproef uit de bomen en de waarnemingscriteria betreft . De inventarisatie moet jaarlijks worden uitgevoerd na de vorming van nieuwe naalden en bladeren en vóór het verkleuren van de bladeren in de herfst . II . Methodiek van de inventarisatie II.1 . Keuze van de punten waar een steekproef wordt getrokken Voor deze inventarisatie wordt onder "bos", verstaan een opstand van bosbomen met ten minste 20 % kroonsluiting op de omloopsleeftijd (gesloten bos volgens de FAO-definitie ). Nochtans, voor opstanden van Quercus suber en Quercus ilex bedraagt de kroonsluiting ten minste 10 %. De minimumoppervlakte van de bossen waaruit steekproeven worden genomen, bedraagt 0,5 ha . Op communautair niveau worden de gegevens verzameld door middel van een inventarisatie in het veld waarbij steekproeven worden genomen op punten die systematisch zijn gespreid in een dichtheid die roostervakken van 16 km × 16 km oplevert . Deze inventarisatie beslaat de gehele oppervlakte van elke Lid-Staat . De roostervakken van 16 km × 16 km worden bepaald volgens de lengte-/breedtecooerdinaten in noord-zuid - en oost-westrichting vanaf het referentiepunt: breedte 50g14m15mm, lengte 09g47m06mm . De cooerdinaten van de genoemde punten zullen door de Commissie aan elke Lid-Staat toegestuurd worden . Op roostersnijpunten die niet binnen een bos ( zoals hierboven gedefinieerd ) vallen, wordt geen steekproef genomen . Mocht in de toekomst echter op een dergelijk punt bebossing plaatsvinden, dan moet opnieuw worden nagegaan of dat punt in aanmerking dient te worden genomen . De Lid-Staten die reeds een systematisch net hebben aangelegd, mogen voor de opbouw van het communautaire net gebruik maken van de bestaande waarnemingspunten die corresponderen met het genoemde rooster ( de punten die samenvallen met of het dichtst zijn gelegen bij de snijpunten op de hoeken van de vakken van 16 km × 16 km ), mits de hierna beschreven gemeenschappelijke methodiek wordt toegepast . Lid-Staten die geen dergelijk systematisch net of slechts een gedeelte daarvan hebben, leggen een nieuw net aan of breiden het bestaande net uit ten einde een compleet communautair net te verkrijgen . In dit geval moet een voor het trekken van een steekproef aangewezen punt dat is gelegen in een bos ( zoals hierboven gedefinieerd ), exact worden gesitueerd op de vooraf bepaalde geografische positie . Kan op een dergelijk cooerdinatenpunt echter geen steekproef worden getrokken, dan mag het punt waar de steekproef feitelijk zal worden genomen, worden bepaald door het betrokken punt binnen de opstand te verschuiven volgens een objectieve procedure . II.2 . Keuze van de in de steekproef op te nemen bomen Op elk punt waar een steekproef moet worden getrokken, worden de in de steekproef op te nemen bomen gekozen volgens een nauwkeurig omschreven, objectieve statistische procedure ( b.v . vier maal zes bomen kiezen aan de uiteinden van een kruis dat volgens de hoofdkompasrichtingen is geoerienteerd, welke vier subgroepen zich op 25 m afstand van het roostersnijpunt moeten bevinden, of de in de steekproef op te nemen bomen kiezen langs een spiraal die vertrekt van het roostersnijpunt ). In jongere dichte opstanden waar de afzonderlijke kronen niet kunnen worden beoordeeld, worden de in de steekproef op te nemen bomen gekozen volgens een bepaald meetkundig proces . Dit proces wordt herhaald totdat een voldoende aantal bomen met een kroon die zich voor de beoordeling leent, is gevonden . Voor de keuze gelden de volgende criteria : - de Lid-Staten beslissen zelf over het op elk waarnemingspunt te beoordelen aantal bomen; het aantal bomen in een dergelijke steekproef mag echter niet minder dan 20 noch meer dan 30 bedragen en moet constant zijn; - alle boomsoorten moeten in de te beoordelen steekproef worden opgenomen . De minimumhoogte van de bomen in de steekproef bedraagt 60 cm . Alleen overheersende, heersende en meeheersende bomen ( Kraft : stamklassen 1 tot en met 3 ) komen in aanmerking voor opneming in de op schade te onderzoeken steekproef . Bomen in deze kroonklassen met gebroken top komen hiervoor niet in aanmerking; - in de steekproef opgenomen bomen die bij beheerswerkzaamheden zijn verwijderd, kunnen in de steekproef worden vervangen door nieuwe bomen die worden gekozen volgens een objectieve procedure . Een punt waar een steekproef is getrokken, wordt bij kaalkap niet langer in aanmerking genomen totdat er een nieuwe opstand aanwezig is; - het midden van een waarnemingsplaats moet worden gemarkeerd met het oog op een nieuwe beoordeling bij volgende inventarisaties . Indien mogelijk, dienen ook de in de steekproef opgenomen bomen van een permanent merkteken te worden voorzien . II.3 . Beoordeling van de in de steekproef opgenomen bomen Visuele beoordeling van naald - of bladverlies en verkleuring Aanbevolen wordt het naald - of bladverlies te schatten in trappen van 5 % ten opzichte van een boom met volledig bladerdek . De indeling in de hierna gedefinieerde naald-/bladverliesklassen gebeurt dan na de waarnemingen . Een andere mogelijkheid is het naald - of bladverlies rechtstreeks aan de hand van de indelingsklassen te beoordelen . Deze klassen van naald - of bladverlies zijn : Klasse Mate van naald - of bladverlies Naald-/bladverlies in % 0 1 2 3 4 geen naald -/bladverlies licht naald-/bladverlies matig naald-/bladverlies sterk naald-/bladverlies dood 0 - 10 11 - 25 26 - 60 > 60 Verkleuring van de resterende naalden of bladeren wordt beoordeeld aan de hand van de volgende vier klassen : Klasse Verkleuring Indicatief percentage van verkleurde naalden/bladeren 0 1 2 3 geen of te verwaarlozen licht matig sterk 0 - 10 11 - 25 26 - 60 > 60 Indien de naald-/bladverlies - en de verkleuringsklassen bovendien worden gecombineerd, moeten daartoe de volgende schadeklassen worden gebruikt : Naald-/bladverliesklasse Verkleuringsklasse ( 1 ) ( 2 ) ( 3 ) Resulterende schadeklasse 0 1 2 3 0 I II III I II III III II II III III 0 = niet beschadigd; I = licht beschadigd; II = matig beschadigd; III = sterk beschadigd; IV = dood 22 . 6 . 87 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen II.4 . Te registreren gegevens Naast de resultaten van de bovenbedoelde beoordeling van de schade aan de bomen, moeten ten minste nog de volgende gegevens worden genoteerd : - algemene geografische gegevens : - land, - werkelijke geografische lengte - en breedtecooerdinaten, - nummer van het waarnemingspunt; - gegevens over de standplaats : - hoogteligging, - expositie, - beschikbaarheid van water voor de belangrijkste boomsoort, - humustype; - gegevens over de opstand : gemiddelde leeftijd van de dominante etage; - gegevens over de in de steekproef opgenomen bomen : - datum van de waarneming, - boomnummer ( merkteken ) of azimut en afstand ( gegevens voor de localisatie ), - boomsoort, - naald - of bladverlies, - verkleuring van naalden of bladeren, - schade door gemakkelijk te herkennen oorzaken ( insekten, schimmels, abiotische oorzaken, enz .), - in de steekproef opgenomen bomen die vervangen werden ten opzichte van de vorige waarneming . Voor het communautaire net met roostervakken van 16 km × 16 km wordt het in deze bijlage opgenomen gemeenschappelijke waarnemingsformulier 1 gebruikt om de verplichte gegevens te verzamelen en aan de Commissie toe te zenden . II.5 . Opleiding van de in het veld werkzame teams De in het veld werkzame teams bestaan uit twee beroepsmensen van wie er ten minste één, de verantwoordelijke teamleider, een diploma van hoger of academisch onderwijs in de bosbouw zou dienen te bezitten . Voordat de jaarlijkse periode van veldwerk begint, krijgen alle inventarisatieteams een intensieve theoretische en praktische opleiding voor de meet - en beoordelingswerkzaamheden en het invullen van de verschillende formulieren . II.6 . Controleonderzoek Zoals bij de nationale bosinventarisaties gebruikelijk is, moet een fractie ( b.v . 5 tot 10 %) van de punten in het veld waar een steekproef is getrokken, door een onafhankelijk controleteam opnieuw worden opgenomen . Dit controleonderzoek betreft alle metingen en beoordelingen van de teams die het veldwerk hebben verricht . In geval van significante verschillen moet onmiddellijk voor de nodige aanpassingen van de instrumenten of voor de nodige verduidelijking van de instructies en van de concrete toepassing daarvan worden gezorgd om ernstige systematische fouten te vermijden . FWG:L888UMBH01.96 FF : 8UHO; SETUP : 01; Hoehe : 767 mm; 190 Zeilen; 9394 Zeichen; Bediener : PUPA Pr .: C; Kunde : L 888 Umbr . Hol . 01 FORMULIER 1 Aan de Commissie toe te zenden gegevens van de gemeenschappelijke inventarisatie van de bosschade Land (¹) Observatiedatum (() Nummer van het waarnemingspunt (²) Werkelijke breedtecooerdinaten ()) Beschikbaarheid van water voor de belangrijkste soort (³) Werkelijke lengtecooerdinaten ()) Humustype (%) Expositie (·) Hoogteligging (¹) Gemiddelde leeftijd van de dominante etage ( jaar ) (§) Gemakkelijk te herkennen oorzaken van schade Type : T (¹%) T 1 T 2 T 3 T 4 T 5 T 6 T 7 T 8 Identificatie van het schadetype, indien mogelijk (¹¹) Andere waarnemingen (¹(): 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 Voor de bomen die vervangen werden : zie bijgevoegd formulier . . 6 . 87 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen FORMULIER 1 - Bijlage Plaatsvervangende bomen (¹)) Gemakkelijk te herkennen oorzaken van schade Type : T (¹%) T 1 T 2 T 3 T 4 T 5 T 6 T 7 T 8 Identificatie van het schadetype, indien mogelijk (¹¹) 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 Boomnummer (¹*) Boomsoort (¹¹) Blad-/naaldverlies (¹²) Verkleuring (¹³) Boomnummer (¹*) Boomsoort (¹¹) Blad-/naaldverlies (¹²) Verkleuring (¹³) 22 . 6 . 87 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Codes voor de gemeenschappelijke inventarisgegevens van schade aan bossen toe te zenden aan de Commissie De volgende instructies en codes moeten bij het invullen van het gemeenschappelijk waarnemingsformulier door de Lid-Staten worden aangenomen : ¹( 1 ) Land 01 : France 02 : België - Belgique 03 : Nederland 04 : Bundesrepublik Deutschland 05 : Italia 06 : United Kingdom 07 : Ireland 08 : Danmark 09 : Ellas 10 : Portugal 11 : España 12 : Luxembourg ¹( 2 ) Nummer van het waarnemingspunt Het nummer van het waarnemingspunt correspondeert met het nummer van het overeenkomstige roostersnijpunt op de lijst van breedte - en lengtecooerdinaten die door de Commissie ( Afdeling "Bossen en Bosbouw ") bezorgd werd . ¹( 3 ) Beschikbaarheid van water voor de belangrijkste soort 1 : Onvoldoende 2 : Voldoende 3 : Overmatig ¹( 4 ) Humustype 1 : Mull 2 : Moder 3 : Mor 4 : Anmor 5 : Turf 6 : Andere ¹( 5 ) Hoogteligging 1 : 9 50 m 2 : 51 - 100 m 3 : 101 - 150 m 4 : 151 - 200 m 5 : 201 - 250 m 6 : 251 - 300 m 7 : 301 - 350 m 8 : 351 - 400 m 9 : 401 - 450 m 10 : 451 - 500 m 11 : 501 - 550 m 12 : 551 - 600 m 13 : 601 - 650 m 14 : 651 - 700 m 15 : 701 - 750 m 16 : 751 - 800 m 17 : 801 - 850 m 18 : 851 - 900 m 19 : 901 - 950 m 20 : 951 - 1 000 m 21 : 1 001 - 1 050 m 22 : 1 051 - 1 100 m 23 : 1 101 - 1 150 m 24 : 1 151 - 1 200 m 25 : 1 201 - 1 250 m 26 : 1 251 - 1 300 m 27 : 1 301 - 1 350 m 28 : 1 351 - 1 400 m 29 : 1 401 - 1 450 m 30 : 1 451 - 1 500 m 31 : > 1 500 m ¹( 6 ) Observatiedatum De observatiedatum moet ingevuld worden in de volgende orde : b . v .: Dag maand jaar 0 8 0 9 8 8 ¹( 7 ) Werkelijke breedte-/lengtecooerdinaten De breedte - en lengtecooerdinaten van het waarnemingspunt moeten 6-cijferig ( voor elke cooerdinaat ) op het waarnemingsformulier worden genoteerd . Deze cooerdinaten zullen verschillen van de cooerdinaten van het overeenkomstige punt van het rooster, die door de Commissie bezorgd werden, telkens als het betreffende waarnemingspunt niet exact samenvalt met het bedoelde punt van het rooster . Het eerste vakje dient om een + of - cooerdinaat aan te duiden . b . v .: - Breedte : - Breedte : + 5 0 1 0 2 5 graden minuten seconden - Lengte : - 0 1 1 5 3 2 ¹( 8 ) Expositie 1 : N 2 : NO 3 : O 4 : ZO 5 : Z 6 : ZW 7 : W 8 : NW 9 : vlak ¹( 9 ) Gemiddelde leeftijd van de dominante etage ( jaar ) 1 : 9 20 2 : 21 - 40 3 : 41 - 60 4 : 61 - 80 5 : 81 - 100 6 : 101 - 120 7 : > 120 8 : Onregelmatige opstand ( 10 ) Boomnummer Het aantal bomen op elk waarnemingspunt voor de evaluatie van schade aan bossen moet minimaal uit 20 bomen bestaan maar mag nochtans niet meer dan 30 bedragen . ( 11 ) Boomsoort ( Ref . Flora Europaea ) Loofbomen 001 : Acer campestre 002 : Acer monspessulanum 003 : Acer opalus 004 : Acer platanoïdes 005 : Acer pseudoplatanus 006 : Alnus cordata 007 : Alnus glutinosa 008 : Alnus incana 009 : Alnus viridis 010 : Betula pendula 011 : Betula pubescens 012 : Buxus sempervirens 013 : Carpinus betulus 014 : Carpinus orientalis 015 : Castanea sativa ( C . vesca ) 016 : Corylus avellana 017 : Eucalyptus sp . 018 : Fagus moesiaca 019 : Fagus orientalis 020 :Fagus sylvatica 021 : Fraxinus angustifolia spp . oxycarpa ( F . oxyphylla ) 022 : Fraxinus excelsior 023 : Fraxinus ornus 024 : Ilex aquifolium 025 : Juglans nigra 026 : Juglans regia 027 : Malus domestica 028 : Olea europaea 029 : Ostrya carpinifolia 030 : Platanus orientalis 031 : Populus alba 032 : Populus canescens 033 : Populus hybrides 034 : Populus nigra 035 : Populus tremula 036 : Prunus avium 037 : Prunus dulcis ( Amygdalus communis ) 038 : Prunus padus 039 : Prunus serotina 040 : Pyrus communis 041 : Quercus cerris 042 : Quercus coccifera ( Q . calliprinos ) 043 : Quercus faginea 044 : Quercus frainetto ( Q . conferta ) 045 : Quercus fruticosa ( Q . lusitanica ) 046 : Quercus ilex 047 : Quercus macrolepis ( Q . aegilops ) 048 : Quercus petraea 049 : Quercus pubescens 050 : Quercus pyrenaica ( Q . toza ) 051 : Quercus robur ( Q . pedunculata ) 052 : Quercus rotundifolia 053 : Quercus rubra 054 : Quercus suber 055 : Quercus trojana 056 : Robinia pseudacacia 057 : Salix alba 058 : Salix caprea 059 : Salix cinerea 060 : Salix eleagnos 061 : Salix fragilis 062 : Salix sp . 063 : Sorbus aria 064 : Sorbus aucuparia 065 : Sorbus domestica 066 : Sorbus torminalis 067 : Tamarix africana 068 : Tilia cordata 069 : Tilia platyphyllos 070 : Ulmus glabra ( U . scabra, U . montana ) 071 : Ulmus laevis ( U . effusa ) 072 : Ulmus minor ( U . campestris, U . carpinifolia ) 099 : Andere loofbomen Naaldbomen 100 : Abies alba 101 : Abies borisii-regis 102 : Abies cephalonica 103 : Abies grandis 104 : Abies nordmanniana 105 : Abies pinsapo 106 : Abies procera 107 : Cedrus atlantica 108 : Cedrus deodara 109 : Cupressus lusitanica 110 : Cupressus sempervirens 111 : Juniperus communis 112 : Juniperus oxycedrus 113 : Juniperus phoenica 114 : Juniperus sabina 115 : Juniperus thurifera 116 : Larix decidua 117 : Larix kaempferi ( L . leptolepis ) 118 : Picea abies ( P . excelsa ) 119 : Picea omorika 120 : Picea sitchensis 121 : Pinus brutia 122 : Pinus canariensis 123 : Pinus cembra 124 : Pinus contorta 125 : Pinus halepensis 126 : Pinus heldreichii 127 : Pinus leucodermis 128 : Pinus mugo ( P . montana ) 129 : Pinus nigra 130 : Pinus pinaster 131 : Pinus pinea 132 : Pinus radiata ( P . insignis ) 133 : Pinus strobus 134 : Pinus sylvestris 135 : Pinus uncinata 136 : Pseudotsuga menziesii 137 : Taxus baccata 138 : Thuya sp . 139 : Tsuga sp . 199 : Andere naaldbomen ( 12 ) Blad-/Naaldverlies 0 : geen blad-/naaldverlies ( 0 - 10 %) 1 : licht blad-/naaldverlies ( 11 - 25 %) 2 : matig blad-/naaldverlies ( 26 - 60 %) 3 : sterk blad-/naaldverlies (> 60 %) 4 : dood ( 13 ) Verkleuring 0 : geen verkleuring ( 0 - 10 %) 1 : lichte verkleuring ( 11 - 25 %) 2 : matige verkleuring ( 26 - 60 %) 3 : sterke verkleuring (> 60 %) ( 14 ) Gemakkelijk herkenbare oorzaken van schade Plaats een kruis in de overeenkomstige kolom . T1 = wild - en begrazingsschade T2 = insekten T3 = schimmels T4 = abiotische oorzaken ( wind, sneeuw, vorst, droogte, . . .) T5 = rechtstreeks door de mens veroorzaakte schade T6 = bosbrand T7 = bekende lokale/regionale bron van vervuiling T8 = andere ( 15 ) Identificatie van de schade Indien mogelijk wordt de schade nader bepaald, b . v . voor insekten : de soort of een hogere indeling ( b . v . "schorskevers "). ( 16 ) Andere waarnemingen Bijkomende waarnemingen die van belang kunnen zijn, worden op het formulier genoteerd ( b . v .: mogelijke beïnvloedende factoren zoals recente droogte, temperatuurextremen; andere schade -/stresssymptomen ). ( 17 )) Vervanging van de in de steekproef opgenomen bomen In het geval dat bomen van de oorspronkelijke steekproef werden weggenomen ( exploitatie, windval, enz .) en vervangen in de steekproef, krijgen deze bomen een eigen nummer ( hoger dan 30 ) en worden genoteerd op het formulier gevoegd bij formulier 1 . FWG:L888UMBH03.95 FF : 8UHO; SETUP : 01; Hoehe : 788 mm; 308 Zeilen; 6630 Zeichen; Bediener : PUPA Pr.: C; Kunde : 39205 UMBH 03 BIJLAGE II AANVRAAG OM FINANCIELE BIJSTAND VAN DE GEMEENSCHAP VOOR DE TE NEMEN MAATREGELEN KRACHTENS ARTIKEL 2, LID 1, VAN VERORDENING ( EEG ) NR . 3528/86 VOOR HET JAAR . . . De aanvragen om financiële bijstand moeten worden ingediend in de vorm die is vastgesteld in bijlage A (¹) van Verordening ( EEG ) nr . 526/87 van de Commissie (²), welke informatie moet worden aangevuld met de gegevens als bedoeld in de hierna volgende bijlage B . BIJLAGE B 1 . Korte beschrijving van de maatregelen 2 . Aanvrager (¹) 2.1 . Banden van de aanvrager met de maatregelen 3 . Met de uitvoering van de maatregelen belaste instantie (²) 3.1 . Aard en omvang van de belangrijkste activiteiten van de instantie 4 . Gedetailleerde beschrijving van de maatregelen Indien a ) er reeds een net waarnemingspunten bestaat dat beantwoordt aan de specificaties van bijlage I van deze verordening en dat zich over de gehele oppervlakte van het land uitstrekt, zodat de maatregelen alleen de waarnemingen in het communautaire net omvatten : 1 . Beschrijving van de bestaande toestand 2 . Aantal waarnemingspunten die corresponderen met het communautaire net 3 . Gedetailleerde beschrijving van de procedure die wordt gevolgd om op het waarnemingspunt een steekproef te trekken ( aantal bomen, bij de keuze gevolgd patroon, enz .) 4 . Vermoedelijk tijdschema voor de uitvoering van de beoogde maatregelen b ) het zowel de inventarisatie van de bosschade als de aanleg of uitbreiding van het communautaire net van waarnemingspunten betreft : 1 . Beschrijving van de bestaande toestand 2. Situering en oppervlakte van de betrokken regio('s ) (+ kaart ) 3 . Aantal waarnemingspunten die corresponderen met het communautaire net 4 . Gedetailleerde beschrijving van de procedure die wordt gevolgd om op het waarnemingspunt een steekproef te trekken ( aantal bomen, bij de keuze gevolgd patroon, enz .) 5 . Vermoedelijk tijdschema voor de uitvoering van de beoogde maatregelen 5 . Kosten van de maatregelen 5.1 . Verrichten van de waarnemingen op de communautaire waarnemingspunten 5.1.1 . Kosten per waarnemingspunt 5.1.2 . Totale kosten van de waarnemingen 5.1.3 . Gevraagde bijstand van de Gemeenschap voor de waarnemingen 5.2 . Aanleg van de waarnemingspunten die corresponderen met het communautaire net 5.2.1 . Kosten van de aanleg per waarnemingspunt 5.2.2 . Totale kosten van de aanleg van de waarnemingspunten 5.2.3 . Gevraagde bijstand van de Gemeenschap voor de aanleg van de waarnemingspunten 5.3 . Totale kosten van het project ( som van de kosten van de twee maatregelen) zoals opgenomen in punt 4.3 van bijlage A 5.4 . Totale gevraagde bijstand van de Gemeenschap voor het project ( som van de gevraagde bijstanden voor de twee maatregelen ) zoals opgenomen in punt 4.5 van bijlage A 5.5 . Het formulier B invullen . Datum en handtekening (¹) Moet slechts worden ingevuld wanneer de aanvrager niet tevens de met de uitvoering van de maatregelen belaste instantie is . (²) Moet voor iedere instantie worden ingevuld . (¹) Voor deze verordening moeten bij het invullen van punt 4.1 van bijlage A de volgende maatregelen in aanmerking worden genomen : - verrichten van de waarnemingen voor de inventaris op communautair niveau van de schade die met name door luchtverontreiniging aan de bossen wordt toegebracht; - aanleg of uitbreiding van het communautaire net van waarnemingspunten . (²) PB nr . L 53 van 21 . 2 . 1987, blz . 14 . FWG:L888UMBH04.96 FF : 8UHO; SETUP : 01; Hoehe : 267 mm; 65 Zeilen; 3400 Zeichen; Bediener : PUPA Pr .: C; Kunde : L 888 Umbr . holl . 04 B - VOORZIENE FINANCIERING Maatregelen Betrokken oppervlakte bos ( ha ) Aantal communautaire waarnemingspunten Totale kosten (¹) Niet-communautaire bijdragen Staat (¹) Regio (¹) Andere overheids - instanties (¹) Particuliere bijdragen (¹) Gevraagde bijstand (¹) Verrichten van de waarnemingen voor de inventaris op communautair niveau van de met name door luchtverontreining aan de bossen toegebrachte schade Aanleg of uitbreiding van het communautaire net van waarnemingspunten Totaal (¹) In nationale valuta . FWG:L888UMBH05.95 FF : 8UHO; SETUP : 01; Hoehe : 96 mm; 54 Zeilen; 518 Zeichen; Bediener : HELM Pr .: C; Kunde : Tab holl . BIJLAGE III PERIODIEKE BALANSEN VAN DE GEZONDHEIDSTOESTAND VAN DE BOSSEN ( Artikel 3, lid 1 ) Elke Lid-Staat moet jaarlijks een balans van de gezondheidstoestand van zijn bossen indienen . Deze balans moet met name zijn gebaseerd op de gegevens van de inventarisatie van de bosschade aan de hand van roostervakken van 16 km × 16 km, alsmede op gegevens van andere waarnemingsnetten . De nationale balansen dienen de volgende informatie te bevatten : I . Algemene informatie over de uitvoering van de inventarisatie van de schade aan de bossen - instantie die de resultaten centraliseert, - oppervlakte bos ( 20 % kroonsluiting ) van het land, - totale oppervlakte die door het ( de ) net(ten ) wordt bestreken, - afmetingen van de roostervakken van andere netten, - totaal aantal waarnemingspunten, - totaal aantal waargenomen bomen, - aantal in de steekproef opgenomen bomen per waarnemingspunt, - patroon volgens hetwelk/wijze waarop de in de steekproef opgenomen bomen zijn gekozen, - periode waarin de waarnemingen zijn verricht, - uitvoering van en controle op de inventarisatie ( opleidingsperiode, aantal met de waarnemingen belaste personen, enz .), - verwerking van de gegevens, - ondervonden problemen . II . Geconstateerde bosschade De resultaten betreffende bosschade dienen uitsluitend te worden vermeld in de vorm van het percentage bomen dat behoort tot de verschillende klassen van naald - of bladverlies en verkleuring, alsmede ( facultatief ) tot de eventueel door combinatie daarvan verkregen schadeklassen . Bij de bepaling van het procentuele naald - of bladverlies moet alle schade door bekende en onbekende oorzaken worden meegerekend . In alle tabellen moet het aantal onderzochte bomen worden vermeld en, waar mogelijk ook de daarmee corresponderende oppervlakte bos . De totale nationale resultaten moeten, met inachtneming van het bovenstaande, worden gespecificeerd naar leeftijdsklasse ( 60 jaar,8 60 jaar ) enerzijds, en naar de voornaamste naald - en loofhoutsoorten anderzijds, zoals aangegeven in formulier T1+2+3 . Deze resultaten dienen verder te worden uitgesplitst naar de genoemde leeftijdsklassen per boomsoort ( formulieren TA1+2, TA3, TB1+2 en TB3 ). In een aparte tabel moet een overzicht van de gemakkelijk te herkennen oorzaken van schade worden gegeven . Waar mogelijk moet een vergelijking met de resultaten van vorige jaren worden gemaakt om de ontwikkeling van de schade te kunnen volgen . Naast de nationale resultaten dienen de Lid-Staten ook resultaten mede te delen per bestuurlijke eenheid ( gewest, deelstaat, provincie, enz .) en, voor zover mogelijk, per ecologische eenheid ( growth area, Wuchsgebiet ). Hiertoe moeten de formulieren A1+2, A3, B1+2 en B3 worden gebruikt . Bij deze tabellen moet een kaart worden gevoegd waarop de geografische ligging en de grootte van de betrokken eenheden is aangegeven . Als binnen een zelfde Lid-Staat roosters met verschillende dichtheid zijn gebruikt, moeten de resultaten voor elke geografische eenheid met een bepaalde netdichtheid afzonderlijk worden berekend . Alle resultaten moeten worden toegelicht en de tabellen dienen van een duidelijke uitleg te worden voorzien . III . Informatie over mogelijke oorzaken van de geconstateerde schade Een hoofdstuk van de nationale balans moet worden gewijd aan een analyse van de essentiële gegevens over de mogelijke oorzaken van de waargenomen schade, waarbij vooral aandacht dient te worden besteed aan de rol van luchtverontreiniging . De resultaten van onderzoek naar de correlaties tussen verschillende typen en stadia van bosschade ( naald - of bladverlies, verkleuring, andere tekenen van schade) en parameters als kenmerken van de standplaatsen van de opstand, gegevens over het klimaat, enz . moeten in het rapport worden opgenomen . IV . Maatregelen om schade aan bossen te herstellen De belangrijkste resultaten van maatregelen of veldexperimenten die ten doel hebben beschadigde bossen te behouden of te herstellen, moeten in het rapport worden vermeld . V . Sociaal-economische gevolgen van schade aan bossen De Lid-Staten moeten alle gepaste informatie verstrekken die beschikbaar is over de sociaal-economische invloed van de schade aan bossen . FWG:L888UMBH06.96 FF : 8UHO; SETUP : 01; Hoehe : 253 mm; 57 Zeilen; 4221 Zeichen; Bediener : PUPA Pr .: C; Kunde : L 888 Umbr . Hol . 06 FORMULIER T1+2+3 Totale schade per boomsoort volgens het naald - of bladverlies, de verkleuring en de gecombineerde beoordeling KLASSE-INDELING NAALDBOMEN LOOFBOMEN TOTAAL ALLE SOORTEN ( 1 ) (2 ) ( 3 ) ( 4 ) ( 5 ) ( 6 ) ( 7 ) ( 8 ) ( 9 ) ( 10 ) ( 11 ) ( 12 ) ( 13 ) ( 14 ) ( 15 ) ( 16 ) ( 17 ) Boomsoort andere andere < 60 jaar 8 60 jaar totaal PERCENTAGE BOMEN MET NAALD - OF BLADVERLIES Naald-/blad - verliesklasse Percentage naald-/bladverlies % % % % % % % % % % % % % % % 0 : geen naald/bladverlies 0-10 % 1 : licht naald/bladverlies 11-25 % 2 : matig naald/bladverlies 26-60 % 3 : sterk naald/bladverlies > 60 % 4 : dood PERCENTAGE BOMEN MET VERKLEURDE NAALDEN OF BLADEREN Verkleuringsklasse Percentage verkleuring % % % % % % % % % % % % % % % 0 : geen verkleuring 0-10 % 1 : lichte verkleuring 11-25 % 2 : matige verkleuring 26-60 % 3 : sterke verkleuring > 60 % PERCENTAGE BESCHADIGDE BOMEN ( NAALD-/BLADVERLIES EN VERKLEURING GECOMBINEERD Gecombineerde schadeklasse % % % % % % % % % % % % % % % 0 : niet beschadigd I : licht beschadigd II : matig beschadigd III : sterk beschadigd IV : dood FWG:L888UMBH07.96 FF : 9999; SETUP : 01; Hoehe : 142 mm; 120 Zeilen; 1005 Zeichen; Bediener : HELM BS : .F; MC : P; Pr .: C; Kunde : Tab Holl FORMULIER TA1+2 Totale schade aan naaldbomen volgens het naaldverlies en de verkleuring NAALDBOMEN KLASSE-INDELING Bomen tot 59 jaar oud Bomen van 60 jaar en ouder Totaal van alle naald - bomen ( 1 ) ( 2 ) ( 3 ) ( 4 ) ( 5 ) ( 6 ) ( 7 ) ( 8 ) ( 9 )=( 3 ) tot en met ( 8 ) ( 10 ) ( 11 ) ( 12 ) ( 13 ) ( 14 ) ( 15 ) ( 16 )=( 10 ) tot en met ( 15 ) ( 17)=(9 ) + ( 16 ) Boomsoort andere totaal andere totaal algemeen totaal Met de boomsoort bezette oppervlakte In % van de totale oppervlakte bos 100 Aantal waargenomen bomen PERCENTAGE BOMEN MET NAALDVERLIES Naaldverliesklasse Percentage naaldverlies % % % % % % % % % % % % % % % 0 : geen naaldverlies 0-10 % 1 : licht naaldverlies 11-25 % 2 : matig naaldverlies 26-60 % 3 : sterk naaldverlies > 60 % 4 : dood PERCENTAGE BOMEN MET VERKLEURDE NAALDEN Verkleuringsklasse Percentage verkleuring % % % % % % % % % % % % % % % 0 : geen verkleuring 0-10 % 1 : lichte verkleuring 11-25 % 2 : matige verkleuring 26-60 % 3: sterke verkleuring > 60 % FORMULIER TA3 Totale schade aan naaldbomen volgens de gecombineerde beoordeling NAALDBOMEN KLASSE-INDELING PERCENTAGE BESCHADIGDE BOMEN ( NAALDVERLIES EN NAALDVERKLEURING GECOMBINEERD ) Bomen tot 59 jaar oud Bomen van 60 jaar en ouder Totaal van alle naald - bomen ( 1 ) ( 2 ) ( 3 ) ( 4 ) ( 5 ) ( 6 ) ( 7 ) ( 8 ) ( 9)=(3 ) tot en met ( 8 ) ( 10 ) ( 11 ) ( 12 ) ( 13 ) ( 14 ) ( 15 ) ( 16)=(10 ) tot en met ( 15 ) ( 17)=(9 ) + ( 16 ) Boomsoort andere totaal andere totaal algemeen totaal Met de boomsoort bezette oppervlakte In % van de totale oppervlakte bos 100 Aantal waargenomen bomen Gecombineerde schadeklasse % % % % % % % % % % % % % % % I0 : niet beschadigd III : licht beschadigd III : matig beschadigd III : sterk beschadigd IV : dood FWG:L888UMBH08.95 FF : 9999; SETUP : 01; Hoehe : 251 mm; 184 Zeilen; 1529 Zeichen; Bediener : HELM BS : .F; MC : P; Pr .: C; Kunde : Holl FORMULIER TB1+2 Totale schade aan loofbomen volgens het bladverlies en de verkleuring LOOFBOMEN KLASSE-INDELING Bomen tot 59 jaar oud Bomen van 60 jaar en ouder Totaal alle loofbomen ( 1 ) ( 2 ) ( 3 ) ( 4 ) ( 5 ) ( 6 ) ( 7 ) ( 8 ) ( 9)=(3 ) tot en met ( 8 ) ( 10 ) ( 11 ) ( 12 ) ( 13 ) ( 14 ) ( 15 ) ( 16)=(10 ) tot en met ( 15 ) ( 17)=( 9 ) + ( 16 ) Boomsoort andere totaal andere totaal algemeen totaal Met de boomsoort bezette oppervlakte In % van de totale oppervlakte bos 100 Aantal waargenomen bomen PERCENTAGE BOMEN MET BLADVERLIES Bladverliesklasse Percentage bladverlies % % % % % % % % % % % % % % % 0 : geen bladverlies 0-10 % 1 : licht bladverlies 11-25 % 2 : matig bladverlies 26-60 % 3 : sterk bladverlies > 60 % 4 : dood PERCENTAGE BOMEN MET VERKLEURD BLAD Verkleuringsklasse Percentage verkleuring % % % % % % % % % % % % % % % 0 : geen verkleuring 0-10 % 1 : lichte verkleuring 11-25 % 2 : matige verkleuring 26-60 % 3 : sterke verkleuring > 60 % FORMULIER TB3 Totale schade aan loofbomen volgens de gecombineerde beoordeling LOOFBOMEN KLASSE-INDELING PERCENTAGE BESCHADIGDE BOMEN ( BLADVERLIES EN BLADVERKLEURING GECOMBINEERD ) Bomen tot 59 jaar oud Bomen van 60 jaar en ouder Totaal alle loofbomen ( 1 ) ( 2 ) ( 3 ) ( 4 ) ( 5 ) ( 6 ) ( 7 ) ( 8 ) ( 9)=(3 ) tot en met ( 8 ) ( 10 ) ( 11 ) ( 12 ) ( 13 ) ( 14 ) ( 15 ) ( 16)=(10 ) tot en met ( 15 ) ( 17)=(9 ) + ( 16 ) Boomsoort : andere totaal andere totaal algemeen totaal Met de boomsoort bezette oppervlakte In % van de totale oppervlakte bos 100 Aantal waargenomen bomen Gecombineerde schadeklasse % % % % % % % % % % % % % % % I0 : niet beschadigd III : licht beschadigd III : matig beschadigd III : sterk beschadigd IV : dood EWG:L888UMBH09.96 FF : 9999; SETUP : 01; Hoehe : 251 mm; 184 Zeilen; 1496 Zeichen; Bediener : HELM BS : .C; MC : P; Pr .: B; Kunde : Holl FORMULIER A1+2 Gezondheidstoestand van de voornaamste naaldboomsoorten volgens het naaldverlies en de verkleuring NAALDBOMEN Regionale eenheid KLASSE-INDELING Bomen tot 59 jaar oud Bomen van 60 jaar en ouder Totaal alle naald - bomen ( 1 ) ( 2 ) ( 3 ) ( 4 ) ( 5 ) ( 6 ) ( 7 ) ( 8 ) ( 9)=(3 ) tot en met ( 8) ( 10 ) ( 11 ) ( 12 ) ( 13 ) ( 14 ) ( 15 ) ( 16)=(10 ) tot en met (15 ) ( 17)=(9 ) + ( 16 ) Boomsoort andere totaal andere totaal algemeen totaal Met de boomsoort bezette oppervlakte In % van de oppervlakte bos in de regionale eenheid 100 Aantal waargenomen bomen PERCENTAGE BOMEN MET NAALDVERLIES Naaldverliesklasse Percentage naaldverlies % % % % % % % % % % % % % % % 0 : geen naaldverlies 0-10 % 1 : licht naaldverlies 11-25 % 2 : matig naaldverlies 26-60 % 3 : sterk naaldverlies > 60 % 4 : dood PERCENTAGE BOMEN MET VERKLEURDE NAALDEN Verkleuringsklasse Percentage verkleuring % % % % % % % % % % % % % % % 0 : geen verkleuring 0-10 % 1: lichte verkleuring 11-25 % 2 : matige verkleuring 26-60 % 3 : sterke verkleuring > 60 % FORMULIER A3 Gezondheidstoestand van de voornaamste naaldboomsoorten volgens de gecombineerde beoordeling NAALDBOMEN Regionale eenheid KLASSE-INDELING PERCENTAGE BESCHADIGDE BOMEN ( NAALDVERLIES EN VERKLEURING GECOMBINEERD ) Bomen tot 59 jaar oud Bomen van 60 jaar en ouder Totaal alle naald- bomen ( 1 ) ( 2 ) ( 3 ) ( 4 ) ( 5 ) ( 6 ) ( 7 ) ( 8 ) ( 9)=(3 ) tot en met ( 8 ) ( 10 ) ( 11 ) ( 12 ) ( 13 ) ( 14 ) ( 15 ) ( 16)=(10 ) tot en met ( 15 ) ( 17)=(9 ) + ( 16 ) Boomsoort andere totaal andere totaal algemeen totaal Met de boomsoort bezette oppervlakte In % van de oppervlakte bos in de regionale eenheid 100 Aantal waargenomen bomen Gecombineerde schadeklasse % % % % % % % % % % % % % % % I0 : niet beschadigd III : licht beschadigd III : matig beschadigd III : sterk beschadigd IV : dood FWG:L888UMBH10.95 FF : 9999; SETUP : 01; Hoehe : 258 mm; 191 Zeilen; 1636 Zeichen; Bediener : HELM BS : .F; MC : P; Pr .: C; Kunde : Holl FORMULIER B1+2 Gezondheidstoestand van de voornaamste loofboomsoorten volgens het bladverlies en de verkleuring LOOFBOMEN Regionale eenheid KLASSE-INDELING Bomen tot 59 jaar oud Bomen van 60 jaar en ouder Totaal alle loof - bomen ( 1 ) ( 2 ) ( 3 ) ( 4 ) ( 5 ) (6 ) ( 7 ) ( 8 ) ( 9)=(3 ) tot en met ( 8 ) ( 10 ) ( 11 ) ( 12 ) ( 13 ) ( 14 ) ( 15 ) ( 16)=(10 ) tot en met ( 15 ) ( 17)=(9 ) + ( 16 ) Boomsoort andere totaal andere totaal algemeen totaal Met de boomsoort bezette oppervlakte In % van de oppervlakte bos in de regionale eenheid 100 Aantal waargenomen bomen PERCENTAGE BOMEN MET BLADVERLIES Bladverliesklasse Percentage bladverlies % % % % % % % % % % % % % % % 0 : geen bladverlies 0-10 % 1 : licht bladverlies 11-25 % 2 : matig bladverlies 26-60 % 3 : sterk bladverlies > 60 % 4 : dood PERCENTAGE BOMEN MET VERKLEURD BLAD Verkleuringsklasse Percentage verkleuring % % % % % % % % % % % % % % % 0 : geen verkleuring 0-10 % 1 : lichte verkleuring 11-25 % 2 : matige verkleuring 26-60 % 3 : sterke verkleuring > 60 % FORMULIER B3 Gezondheidstoestand van de voornaamste loofboomsoorten volgens de gecombineerde beoordeling LOOFBOMEN Regionale eenheid KLASSE-INDELING PERCENTAGE BESCHADIGDE BOMEN ( BLADVERLIES EN VERKLEURING GECOMBINEERD ) Bomen tot 59 jaar oud Bomen van 60 jaar en ouder Totaal alle loof - bomen ( 1 ) ( 2 ) ( 3 ) ( 4 ) ( 5 ) ( 6 ) ( 7 ) ( 8 ) ( 9)=(3 ) tot en met ( 8 ) ( 10 ) ( 11 ) ( 12 ) ( 13 ) ( 14 ) ( 15 ) ( 16)=(10 ) tot en met ( 15 ) ( 17)=(9 ) + ( 16 ) Boomsoort andere totaal andere totaal algemeen totaal Met de boomsoort bezette oppervlakte In % van de oppervlakte bos in de regionale eenheid 100 Aantal waargenomen bomen Gecombineerde schadeklasse % % % % % % % % % % % % % % % I0 : niet beschadigd III : licht beschadigd III : matig beschadigd III : sterk beschadigd IV : dood EWG:L888UMBH11.96 FF : 9999; SETUP : 01; Hoehe : 258 mm; 191 Zeilen; 1619 Zeichen; Bediener : HELM BS : .C; MC : P; Pr .: B; Kunde : Holl