This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 62018CN0002
Case C-2/18: Request for a preliminary ruling from the Lietuvos Respublikos Konstitucinis Teismas (Lithuania) lodged on 2 January 2018 — A group of Members of the Seimas
Zaak C-2/18: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Lietuvos Respublikos Konstitucinis Teismas (Litouwen) op 2 januari 2018 — Een groep leden van de Seimas
Zaak C-2/18: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Lietuvos Respublikos Konstitucinis Teismas (Litouwen) op 2 januari 2018 — Een groep leden van de Seimas
PB C 104 van 19.3.2018, p. 19–19
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
19.3.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 104/19 |
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Lietuvos Respublikos Konstitucinis Teismas (Litouwen) op 2 januari 2018 — Een groep leden van de Seimas
(Zaak C-2/18)
(2018/C 104/24)
Procestaal: Litouws
Verwijzende rechter
Lietuvos Respublikos Konstitucinis Teismas
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: een groep leden van de Seimas (Litouws parlement)
Andere partij in het geding: Litouws parlement
Prejudiciële vragen
|
1) |
Kan artikel 148, lid 4, van verordening nr. 1308/2013 (1) aldus worden uitgelegd dat het, om de onderhandelingspositie van producenten van rauwe melk te versterken, oneerlijke handelspraktijken te voorkomen en rekening te houden met bepaalde bijzondere structurele kenmerken van de sector melk en zuivelproducten in de lidstaat en veranderingen in de melkmarkt, niet verbiedt om een nationaal wettelijk regelgevingskader vast te stellen dat de vrijheid van de contractpartijen om over de aankoopprijs van rauwe melk te onderhandelen in die zin beperkt, dat het een koper van rauwe melk verboden is gedifferentieerde aankoopprijzen voor rauwe melk te betalen aan verkopers van rauwe melk van dezelfde groep, ingedeeld naargelang de hoeveelheid verkochte melk, die niet tot een erkende organisatie van melkproducenten behoren, voor rauwe melk met dezelfde kwaliteit en samenstelling als die welke langs dezelfde weg aan de koper wordt geleverd, zodat de partijen dus geen andere aankoopprijs voor rauwe melk kunnen overeenkomen op basis van andere factoren? |
|
2) |
Kan artikel 148, lid 4, van verordening nr. 1308/2013 aldus worden uitgelegd dat het, om de onderhandelingspositie van producenten van rauwe melk te versterken, oneerlijke handelspraktijken te voorkomen en rekening te houden met bepaalde bijzondere structurele kenmerken van de sector melk en zuivelproducten in de lidstaat en veranderingen in de melkmarkt, niet verbiedt om een nationaal wettelijk regelgevingskader vast te stellen dat de vrijheid van de contractpartijen om over de aankoopprijs van rauwe melk te onderhandelen in die zin beperkt, dat het een koper van rauwe melk verboden is de aankoopprijs van rauwe melk op ongerechtvaardigde wijze te verlagen en dat een verlaging van meer dan 3 % enkel mogelijk is indien een door de overheid gemachtigde instantie oordeelt dat die verlaging gerechtvaardigd is? |
(1) Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB 2013, L 347, blz. 671).