EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 28.3.2025
COM(2025) 137 final
2025/0071(COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1308/2013, (EU) 2021/2115 en (EU) nr. 251/2014 wat betreft bepaalde marktvoorschriften en sectorale steunmaatregelen in de wijnsector en voor gearomatiseerde wijnproducten
TOELICHTING
1.
ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•
Motivering en doel van het voorstel
Terwijl de Unie wereldleider blijft als het gaat om de productie, consumptie en uitgevoerde waarde van wijn, hebben maatschappelijke en demografische veranderingen gevolgen voor de hoeveelheid, de kwaliteit en de soorten wijn die worden geconsumeerd. De wijnconsumptie in de Unie daalt gestaag en bevindt zich op het laagste peil van de afgelopen drie decennia, terwijl de traditionele uitvoermarkten voor wijnen uit de Unie het effect ondervinden van een combinatie van deconsumptie en geopolitieke factoren, wat tot onzekerder uitvoerpatronen leidt.
Daarnaast is de productie onvoorspelbaar aan het worden, door de kwetsbaarheid van de wijnsector voor klimaatverandering. Het daaruit voortvloeiende overaanbod leidt tot prijsdruk, waardoor wijnbouwers minder inkomsten hebben om in hun bedrijf te investeren, en over kleinere financiële reserves beschikken om op terug te vallen als hun regio wordt getroffen door een van de frequenter en vaak plaatselijk voorkomende extreme weersgebeurtenissen.
De Groep op hoog niveau inzake wijnbeleid (GHN) is opgericht om deze uitdagingen te bespreken en mogelijke kansen voor de wijnsector van de Unie in kaart te brengen. De GHN bestond uit de directeuren-generaal van de ministeries van Landbouw van de lidstaten van de Unie en tijdens de eerste vergadering werden ook vertegenwoordigers van de belangrijkste organisaties van belanghebbenden uitgenodigd om hun analyse van de situatie te presenteren. De besprekingen draaiden rond de vraag hoe de sector beter kan worden ondersteund in het licht van de huidige structurele uitdagingen, door het productiepotentieel te beheren, het concurrentievermogen te verbeteren en nieuwe marktkansen te verkennen. Na vier vergaderingen keurde de groep in december 2024 een document met beleidsaanbevelingen goed. De aanbevelingen werden over het algemeen verwelkomd door belanghebbenden en leden van het Europees Parlement in de vergadering van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (Comagri) van 13 januari 2025.
Gezien de positieve reactie op de aanbevelingen van de GHN wordt nu verwacht dat de meest urgente en sectorspecifieke aanbevelingen zo spoedig mogelijk in wetgevingsvoorstellen worden omgezet om de wijnsector te helpen de ernstige uitdagingen het hoofd te bieden en concurrerender te worden. Als de Commissie niet snel optreedt, zal de toestand verder verslechteren, met onomkeerbare gevolgen voor veel plattelandsgebieden wat betreft uit productie genomen wijngaarden en verlies van groei- en werkgelegenheidskansen.
•
Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
Verordening (EU) nr. 1308/2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten bevat bepalingen voor het vergunningenstelsel voor het aanplanten van wijnstokken, dat door dit voorstel wordt gewijzigd in lijn met de aanbevelingen van de GHN over het beheer van het productiepotentieel, waardoor het voor de lidstaten gemakkelijker wordt om het risico van overtollige productiecapaciteit in bepaalde gebieden en marktsegmenten aan te pakken of te voorkomen. Dit voorstel voor een verordening wijzigt ook de huidige etiketteringsvoorschriften om de productie van wijnproducten met een lager alcoholgehalte te vergemakkelijken en rekening te houden met nieuwe manieren om consumenten te informeren over de kenmerken van de wijn die ze kopen.
Verordening (EU) nr. 251/2014 inzake de definitie, de aanduiding, de aanbiedingsvorm, de etikettering en de bescherming van geografische aanduidingen van gearomatiseerde wijnbouwproducten wordt ook gewijzigd om rekening te houden met de wijzigingen van Verordening (EU) nr. 1308/2013 betreffende wijnen met een lager alcoholgehalte, teneinde de productie van gearomatiseerde wijnproducten op basis van dergelijke wijnen met een lager alcoholgehalte mogelijk te maken. Om ervoor te zorgen dat de consument correct wordt geïnformeerd over de aard van gearomatiseerde wijnproducten met een lager alcoholgehalte, worden de etiketteringsvoorschriften ook aangepast in lijn met die voor wijnbouwproducten.
Verordening (EU) 2021/2115 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor strategische plannen wordt met dit voorstel gewijzigd om de lidstaten de mogelijkheid te bieden de efficiënte herstructurering van wijngaarden te verenigen met de noodzaak om een toename van de productie te voorkomen, zoals aanbevolen door de GHN. Voorts zullen producentengroeperingen die beschermde oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen beheren, steun kunnen krijgen voor de ontwikkeling van het wijntoerisme in hun regio en zal de maximale duur van de steun voor activiteiten op het gebied van afzetbevordering en communicatie in derde landen worden verlengd. Om de samenwerking in de wijnsector te versterken, zullen bepaalde investeringen van producentenorganisaties in aanmerking komen voor het maximumpercentage aan financiële steun van de Unie. Om producenten te ondersteunen bij de matiging van en aanpassing aan klimaatverandering, zal de lidstaten de mogelijkheid worden geboden tot het verhogen van de maximale financiële steun van de Unie die voor investeringen ter verwezenlijking van een dergelijke doelstelling kan worden verleend.
De voorgestelde beleidsmaatregelen moeten worden uitgevoerd binnen een samenhangend nationaal strategisch kader om de doeltreffendheid ervan te maximaliseren. De lidstaten moeten het effect ervan evalueren om efficiëntie, kosteneffectiviteit en langetermijnvoordelen te waarborgen. De belangrijkste prioriteiten zijn het vermijden van marktonevenwichtigheden, het behoud van landschappen, het in stand houden van de werkgelegenheid op het platteland en het verbeteren van het concurrentievermogen van wijnbouwers en wijnproducenten.
•
Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
Door de productie van wijnproducten en gearomatiseerde wijnproducten met een lager alcoholgehalte te vergemakkelijken, biedt dit voorstel consumenten de mogelijkheid hun alcoholinname te verminderen en tegelijk van wijn te blijven genieten. Producentengroeperingen die beschermde oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen beheren toegang verlenen tot steun voor de ontwikkeling van het wijntoerisme in hun regio is in lijn met de doelstelling om mogelijkheden voor werkgelegenheid en groei in plattelandsgebieden te scheppen.
2.
RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•
Rechtsgrondslag
Het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 42 en artikel 43, lid 2.
•
Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
De bepalingen die moeten worden gewijzigd om de aanbevelingen van de GHN uit te voeren, zijn vastgelegd in verordeningen van het Europees Parlement en de Raad en derhalve kunnen de lidstaten die aanbevelingen niet uitvoeren indien de wetgeving van de Unie niet dienovereenkomstig wordt gewijzigd. Overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel bieden verscheidene bepalingen van dit voorstel de nationale autoriteiten meer speelruimte om het productiepotentieel beter op de specifieke situatie van de wijnproducerende regio’s af te stemmen.
•
Evenredigheid
De beleidskeuzen van het voorstel zijn gebaseerd op de aanbevelingen van de GHN, die een unaniem onderschreven compromis vertegenwoordigen dat na vier discussieronden over verschillende beleidsopties is bereikt, en die door alle lidstaten worden ondersteund. De GHN voerde haar besprekingen mede op basis van een grondige analyse door deskundigen van de waarnemingspost voor de wijnmarkt. Deze deskundigen hielden van december 2023 tot het tweede kwartaal van 2024 drie speciale sessies om de toestand van de wijnmarkt te beoordelen, verschillende beleidsopties voor het aanpakken van huidige uitdagingen te verkennen en de sector te helpen potentiële toekomstige kansen te benutten. Dit voorstel blijft binnen de grenzen van wat nodig is om de doelstellingen te verwezenlijken die reeds met de gewijzigde bestaande voorschriften worden nagestreefd.
•
Keuze van het instrument
De voorschriften die moeten worden gewijzigd om de aanbevelingen van de GHN uit te voeren, zijn vastgelegd in drie verordeningen van het Europees Parlement en de Raad. Het gekozen instrument moet derhalve ook een verordening van het Europees Parlement en de Raad zijn.
3.
EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•
Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan
Niet van toepassing
•
Raadpleging van belanghebbenden
Gezien de urgentie om het initiatief goed te keuren, is er geen verzoek om input of openbare raadpleging gepland.
•
Bijeenbrengen en gebruik van expertise
De aanbevelingen van de GHN waren het resultaat van een brede en diepgaande discussie en analyse die al vóór de oprichting van de GHN van start waren gegaan, eerst met de wijndeskundigen van de waarnemingspost voor de markt en belanghebbenden, en vervolgens in het kader van de GHN met de directeuren-generaal van de ministeries van Landbouw van alle lidstaten. Ook werden de voornaamste belanghebbenden voor een van de vergaderingen van de GHN uitgenodigd om hun standpunten uiteen te zetten. Het wetgevingsvoorstel is gebaseerd op de aanbevelingen van de GHN, die unaniem door de lidstaten zijn onderschreven, door belanghebbenden worden gesteund en door Comagri zijn verwelkomd.
•
Effectbeoordeling
Gezien de urgentie van de goedkeuring van het initiatief zal geen effectbeoordeling worden uitgevoerd. De kosten en baten van het initiatief zullen worden beoordeeld in een werkdocument van de diensten van de Commissie dat binnen drie maanden na de goedkeuring ervan zal worden bekendgemaakt.
•
Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging
Dit voorstel heeft tot doel de nalevingskosten voor kmo’s tot een minimum te beperken, boven op de reeds bestaande mogelijkheid om de lijst van ingrediënten en de voedingswaardevermelding langs elektronische weg te verstrekken, waardoor de handel tussen de lidstaten van de Unie wordt vereenvoudigd. Momenteel is de identificatie op de verpakking of op een daaraan bevestigd etiket van de link (bv. een QR-code) naar de elektronische middelen met de lijst van ingrediënten en de voedingswaardevermelding door middel van woorden (bv. “ingrediënten” en/of “voedingswaardevermelding”) omslachtig voor wijnproducenten, en verschillen de voorschriften voor de identificatie van lidstaat tot lidstaat. Met de voorgestelde verordening zal de Commissie de bevoegdheid krijgen om, in samenwerking met de lidstaten, voorschriften te ontwikkelen voor een gemeenschappelijke aanpak van deze identificatie, die de kosten en administratieve lasten zal verminderen, met name voor kleine producenten, die hun wijnen in verschillende landen met hetzelfde etiket zullen kunnen verkopen. Ook zullen de verkoopbenamingen van wijnen met een verlaagd alcoholgehalte in de hele Unie worden geharmoniseerd en duidelijker worden gemaakt door aanduidingen te gebruiken waarmee de consument meer vertrouwd is.
•
Grondrechten
Het voorstel eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn erkend.
4.
GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
Dit voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting. Wijzigingen in de financiële steun van de Unie voor de interventies in het kader van het strategisch plan vinden plaats binnen de nationale financiële budgetten.
5.
OVERIGE ELEMENTEN
•
Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage
In het licht van de crisis waarmee de wijnsector van de Unie momenteel wordt geconfronteerd, moet de maatregel zo spoedig mogelijk in werking treden, met uitzondering van de nieuwe etiketteringsvoorschriften, die later van toepassing moeten worden om producenten de tijd te geven zich aan te passen en de verkoop mogelijk te maken van producten die overeenkomstig de voorheen geldende voorschriften zijn geëtiketteerd totdat de voorraad is uitgeput.
De waarnemingspost voor de wijnmarkt monitort voortdurend het aanbod van en de vraag naar verschillende soorten wijn op de markt van de Unie en zal inzicht verschaffen in de ontwikkelingen in het marktsegment van wijnen met een laag alcoholgehalte, waarvan dit voorstel voor een verordening de ontwikkeling beoogt te ondersteunen. De gevolgen van de wijzigingen in het vergunningenstelsel voor het aanplanten van wijnstokken zullen worden gemonitord in het kader van de verplichte jaarlijkse mededelingen van de lidstaten over de uitvoering van de regeling.
•
Toelichtende stukken (bij richtlijnen)
Niet van toepassing
•
Artikelsgewijze toelichting
Als een wijngaard wordt gerooid, kan de wijnbouwer een herbeplantingsvergunning aanvragen die drie jaar geldig is (zes jaar als de herbeplanting op hetzelfde perceel plaatsvindt). De GHN heeft een langere geldigheidsduur van acht jaar aanbevolen voor alle herbeplantingsvergunningen om wijnbouwers in deze onzekere situatie meer tijd te geven voor het verkennen van de mogelijkheid om rassen aan te planten die beter aansluiten bij de marktvraag of de veranderende klimatologische omstandigheden, of om nieuwe wijngaardbeheertechnieken te gebruiken.
Om de druk op wijnbouwers te verlichten, moeten de administratieve sancties worden afgeschaft die worden toegepast wanneer een herbeplantingsvergunning tijdens de geldigheidsduur ervan niet is gebruikt. De GHN kwam daarentegen overeen de administratieve sanctie te behouden die wordt toegepast indien vergunningen voor nieuwe aanplant niet worden gebruikt, teneinde speculatieve aanvragen te ontmoedigen van telers die niet de intentie hebben een wijngaard aan te planten. In het licht van de huidige daling van de wijnvraag moet het wijnbouwers die over nog geldige, ongebruikte vergunningen voor nieuwe aanplant beschikken die hun vóór 1 januari 2025 zijn verleend, echter worden toegestaan om, uiterlijk op een bepaalde datum, van deze vergunningen af te zien zonder dat dit een administratieve sanctie tot gevolg heeft, teneinde de prikkel voor het aanplanten van wijngaarden weg te nemen wanneer er mogelijk geen vraag is naar de wijn die ze zullen produceren.
De lidstaten hebben al de mogelijkheid om regionale beperkingen vast te stellen voor vergunningen voor nieuwe aanplant, voor specifieke oppervlakten die in aanmerking komen voor de productie van wijnen met een beschermde oorsprongsbenaming, voor oppervlakten die in aanmerking komen voor de productie van wijnen met een beschermde geografische aanduiding, of voor oppervlakten zonder geografische aanduiding. Ze moeten ook de mogelijkheid krijgen om de afgifte van vergunningen voor nieuwe aanplant op regionaal niveau te beperken voor specifieke oppervlakten met een overaanbod waar nationale of Uniemaatregelen ter vermindering van het aanbod, zoals distillatie, groen oogsten of rooiing van wijngaarden, worden of zijn uitgevoerd, om te voorkomen dat het productiepotentieel verder toeneemt van regio’s waar het aanbod de vraag al overtreft.
Wanneer een lidstaat echter besluit regionale beperkingen voor bepaalde oppervlakten vast te stellen om een buitensporige toename van het productiepotentieel te voorkomen, moet de lidstaat ook worden gemachtigd om te verzoeken dat de vergunningen die worden verleend voor de onder de beperking vallende oppervlakte, voor die oppervlakte worden gebruikt, omdat anders het risico bestaat dat nieuwkomers volledig worden uitgesloten, hetgeen nieuwe toetreders en jonge landbouwers zou ontmoedigen.
Hoewel de herbeplanting van een gerooide wijngaard de wijngaardoppervlakte als geheel niet doet toenemen, moeten de lidstaten de mogelijkheid krijgen om voorschriften voor herbeplanting vast te stellen om de territoriale spreiding van de wijngaarden beter te beheren. Herbeplantingsvergunningen mogen worden gebruikt op hetzelfde bedrijf als dat waar de rooiing heeft plaatsgevonden. Aangezien bedrijven wijngaarden in verschillende regio’s kunnen hebben, moeten de lidstaten de verplaatsing van wijngaarden tussen regio’s kunnen voorkomen wanneer het handhaven van wijnbouw in de oorspronkelijke geografische regio om sociaal-economische of milieuredenen belangrijk is, bijvoorbeeld voor de instandhouding van wijngaarden op hellingen en terrassen of voor het behoud van het landschap en het voorkomen van bodemerosie. De lidstaten moeten ook de mogelijkheid krijgen om bijzondere voorwaarden voor herbeplantingsvergunningen vast te stellen ter aanmoediging van het gebruik van rassen en productiemethoden die de gemiddelde opbrengst niet doen toenemen.
In een context van afnemende consumptie is het monitoren van het algehele productiepotentieel van groot belang voor het toekomstige marktevenwicht. De toepassing van het vergunningenstelsel voor aanplant dient deze doelstelling en moet in alle wijnproducerende lidstaten van toepassing zijn wanneer een bepaalde wijngaardoppervlakte wordt bereikt.
De afgelopen jaren heeft de vraag van de consument naar wijnbouwproducten met een verlaagd alcoholgehalte zich gestaag ontwikkeld. Bij dergelijke producten zijn consumenten vertrouwd met aanduidingen als “zero-alcohol”, “alcoholvrij” en “laagalcoholisch”, die echter in verschillende lidstaten op uiteenlopende wijze zijn gereguleerd. Bij het ontbreken van specifieke Unievoorschriften voor voedingsclaims met betrekking tot een laag alcoholgehalte dan wel de verlaging of afwezigheid van alcohol of energetische waarde in dranken die normaal alcohol bevatten, kunnen overeenkomstig artikel 4, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1924/2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen (claimsverordening) de desbetreffende nationale voorschriften worden toegepast. Daarom moet het gebruik van deze aanduidingen worden geharmoniseerd en moet het met elk ervan samenhangende alcoholgehalte voor de hele EU worden vastgesteld. Dit moet ook worden weerspiegeld in de voorschriften voor de etikettering van wijnproducten om de consument beter over de kenmerken en productiemethoden van wijnbouwproducten met een verlaagd alcoholgehalte te informeren, zodat de wijnsector van de Unie voordeel kan trekken van deze ontwikkeling in de consumentenvraag terwijl hoge kwaliteitsnormen voor de productie worden gehandhaafd.
De grote vraag van de consument naar mousserende wijnproducten met een lager alcoholgehalte of zonder alcohol biedt een kans voor de sector, maar de huidige productievoorschriften inzake dealcoholisatie houden technologische beperkingen in voor de productie ervan. Volgens de thans van kracht zijnde voorschriften moeten wijnproducten de kenmerken en het minimale effectieve alcoholgehalte van de categorie hebben bereikt voordat ze het dealcoholisatieproces ondergaan. Het dealcoholisatieproces verwijdert de CO2 uit mousserende wijnen. Daarom moet het worden toegestaan mousserende wijnen en wijnen waaraan koolzuurgas is toegevoegd te produceren uit gedealcoholiseerde of gedeeltelijk gedealcoholiseerde niet-mousserende wijnen via tweede gisting of de toevoeging van CO2, op voorwaarde dat ze zodanig worden geëtiketteerd dat de consument niet wordt misleid.
De mogelijkheid om de lijst van ingrediënten en de voedingswaardevermelding langs elektronische weg te verstrekken, is voor marktdeelnemers een doeltreffende manier gebleken om informatie aan consumenten te verstrekken en tegelijk de werking van de interne markt en de uitvoer van wijn te vergemakkelijken, met name voor kleine producenten. Het ontbreken van geharmoniseerde voorschriften voor de identificatie van de elektronische middelen op het fysieke etiket en de uiteenlopende oplossingen die als gevolg daarvan door de lidstaten worden toegepast, hebben echter fragmentatie van de eengemaakte markt veroorzaakt, wat gevolgen heeft voor de passende afzet van wijnen in de Unie. De Commissie moet derhalve worden gemachtigd om, in samenwerking met de lidstaten, voorschriften te ontwikkelen voor de identificatie van de elektronische middelen waarmee informatie aan de consument wordt verstrekt, met name via een taalvrij systeem, teneinde de kosten en administratieve lasten voor marktdeelnemers tot een minimum te beperken en een gemeenschappelijke aanpak op de gehele markt van de Unie te waarborgen, daarbij rekening houdend met de noodzaak om informatie toegankelijk te maken voor consumenten. Deze ontwerpverordening machtigt de Commissie ook om de voorschriften voor elektronische etikettering af te stemmen op nieuwe behoeften die voortvloeien uit de snelle en voortdurende vooruitgang op het gebied van digitalisering, en de toenemende hoeveelheid informatie die voor consumenten toegankelijk moet worden gemaakt.
De lidstaten hebben de mogelijkheid om afzetvoorschriften vast te stellen om het aanbod in de wijnsector te reguleren teneinde de werking van de gemeenschappelijke wijnmarkt te verbeteren en te stabiliseren. In de huidige context van een structurele consumptiedaling en terugkerende situaties van overaanbod in bepaalde regio’s en marktsegmenten, is het passend te verduidelijken dat dergelijke voorschriften de vaststelling van maximale druivenopbrengsten en het beheer van wijnvoorraden kunnen omvatten. Voorts kunnen producentenorganisaties een belangrijke rol spelen bij het versterken van de positie van de wijnbouwers in de levensmiddelenketen en bij het afstemmen van het aanbod op markttrends. Daarom moeten de lidstaten ook de mogelijkheid hebben om afzetvoorschriften voor de wijnsector vast te stellen, rekening houdend met voorstellen van erkende producentenorganisaties of erkende brancheorganisaties, wanneer ze representatief zijn in de betrokken economische regio.
In geval van marktonevenwichtigheden zijn de lidstaten momenteel gemachtigd om nationale betalingen aan wijnproducenten te doen voor de vrijwillige of verplichte distillatie van wijn. Dit voorstel beoogt nationale betalingen toe te staan voor vrijwillig groen oogsten en vrijwillige rooiing van productieve wijngaarden als aanvullende instrumenten voor aanbodbeheer, gezien de kosteneffectiviteit van het uit de markt nemen van overtollige wijn voordat hij is geproduceerd. Om concurrentieverstoring te voorkomen, worden limieten vastgesteld voor het totaalbedrag van de nationale betalingen die in een lidstaat in een bepaald jaar voor distillatie en groen oogsten worden toegestaan. Voor rooiing zal, gezien het structurele karakter van de maatregel en de hogere kosten ervan, de limiet voor nationale betalingen van geval tot geval worden vastgesteld op basis van de specifieke marktomstandigheden van de lidstaat en de wijnregio’s waarvoor de maatregel bedoeld is.
Gearomatiseerde wijnproducten vormen een andere belangrijke afzetmogelijkheid voor wijnbouwproducten. De huidige wetgeving staat echter niet toe dat de voor gearomatiseerde wijnproducten gereserveerde verkoopbenamingen worden gebruikt voor dranken die het minimale alcoholgehalte in de desbetreffende productcategorie niet halen. Gezien de toenemende vraag van de consument naar innovatieve alcoholhoudende dranken met een lager effectief alcoholvolumegehalte, moet het worden toegestaan gearomatiseerde wijnproducten te verkrijgen uit gedealcoholiseerde of gedeeltelijk gedealcoholiseerde wijnen. Om ervoor te zorgen dat de consument correct wordt geïnformeerd over de aard van gearomatiseerde wijnproducten met een lager alcoholgehalte, moeten voorschriften worden vastgesteld voor de etikettering van gedealcoholiseerde of gedeeltelijk gedealcoholiseerde wijnen, zodat in de presentatie en etikettering van die gearomatiseerde wijnproducten dezelfde beschrijvende aanduidingen mogen worden gebruikt als in die van de wijnbouwproducten met het corresponderende alcoholgehalte. Ter verbetering van de duidelijkheid van de informatie voor de consument moeten de bepalingen betreffende de etikettering van de voedingswaardevermelding en de lijst van ingrediënten van gearomatiseerde wijnproducten langs elektronische weg, worden afgestemd op die welke voor wijnbouwproducten gelden.
Om tegemoet te komen aan de nieuwe consumentenvraag en de behoefte aan productinnovatie, worden de eisen voor de categorie gearomatiseerd wijnproduct “Glühwein” gewijzigd om het gebruik van roséwijn toe te staan. Tegelijk wordt voorzien in een verbod op het gebruik van de vermelding “rosé” in de etikettering van een “Glühwein” die wordt geproduceerd door rode en witte wijn of een van die wijnen met roséwijn te combineren. Er wordt een afwijking van de etiketteringsvoorschriften geïntroduceerd om toe te staan dat alcoholhoudende dranken die zijn geproduceerd volgens dezelfde eisen als die welke voor “Glühwein” zijn vastgesteld, maar met vruchtenwijn in plaats van wijnbouwproducten als hoofdingrediënt, de verkoopbenaming “Glühwein” mogen dragen in hun presentatie en etikettering om aan de vraag van de consument naar dergelijke producten te voldoen.
In het kader van de strategische GLB-plannen kan de herstructurering en omschakeling van wijngaarden worden ondersteund. Om een evenwicht te vinden tussen de noodzaak voor de lidstaten om een efficiënte herstructurering van wijngaarden te waarborgen en de noodzaak om een productiestijging die tot overaanbod kan leiden, te voorkomen, zal het de lidstaten worden toegestaan voorwaarden aan de uitvoering van het interventietype herstructurering en omschakeling te verbinden die een verhoging van de opbrengst en dus van de productie van de onder dit interventietype vallende wijngaard voorkomen.
Met het oog op de ontwikkeling van het wijntoerisme in wijnregio’s met beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen kunnen producentengroeperingen die beschermde oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen beheren, voortaan begunstigden zijn van het interventietype ter bevordering van het wijntoerisme in productiegebieden.
Belanghebbenden en lidstaten hebben herhaaldelijk aangegeven dat de huidige maximumduur van drie jaar voor de steun die wordt verleend voor activiteiten op het gebied van afzetbevordering en communicatie die in derde landen plaatsvinden in het kader van de consolidering van afzetmarkten, te kort is om dit doel te bereiken. De maximumduur wordt daarom van drie naar vijf jaar verlengd.
Om een aanvullende stimulans voor samenwerking in de wijnsector te bieden, zal voor bepaalde investeringen van erkende producentenorganisaties hetzelfde maximumpercentage aan financiële steun van de Unie gelden als momenteel reeds het geval is voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen.
Om producenten verder te ondersteunen bij de matiging van en aanpassing aan klimaatverandering, krijgen de lidstaten de keuze om voor investeringen ter verwezenlijking van een dergelijke doelstelling, de maximale financiële steun van de Unie te verhogen tot maximaal 80 % van de subsidiabele investeringskosten.
Ter verduidelijking van de voorwaarden die gelden voor financiële steun van de Unie voor investeringen in innovatie wordt uitdrukkelijk aangegeven dat dergelijke financiële steun van de Unie niet mag worden verleend aan ondernemingen in moeilijkheden in de zin van de mededeling van de Commissie getiteld “Richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden”.
2025/0071 (COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1308/2013, (EU) 2021/2115 en (EU) nr. 251/2014 wat betreft bepaalde marktvoorschriften en sectorale steunmaatregelen in de wijnsector en voor gearomatiseerde wijnproducten
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 42, eerste alinea, en artikel 43, lid 2,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité,
Gezien het advies van het Comité van de Regio‘s,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Terwijl de Unie wereldleider blijft als het gaat om de productie, consumptie en uitgevoerde waarde van wijn, hebben maatschappelijke en demografische veranderingen gevolgen voor de hoeveelheid, de kwaliteit en de soorten wijn die worden geconsumeerd. De wijnconsumptie in de Unie bevindt zich op het laagste peil van de afgelopen drie decennia, terwijl de traditionele uitvoermarkten voor wijnen uit de Unie het effect ondervinden van een combinatie van dalende consumptietrends en geopolitieke factoren, wat tot onzekerder uitvoerpatronen leidt. Daarnaast is de productie onvoorspelbaar aan het worden, door de kwetsbaarheid van de wijnsector voor klimaatverandering. Het daaruit voortvloeiende overaanbod leidt tot prijsdalingen, waardoor wijnbouwers minder inkomsten hebben om in hun bedrijf te investeren, en over kleinere financiële reserves beschikken om op terug te vallen als hun regio wordt getroffen door een van de frequenter en vaak plaatselijk voorkomende extreme weersgebeurtenissen.
(2)De Groep op hoog niveau inzake wijnbeleid (GHN) is opgericht om deze uitdagingen te bespreken en om mogelijke kansen voor de wijnsector van de Unie in kaart te brengen. Ze heeft gereflecteerd over de wijze waarop de sector beter kan worden ondersteund bij het aanpakken van de huidige structurele uitdagingen door het productiepotentieel te beheren, het concurrentievermogen te verbeteren en nieuwe marktkansen te verkennen. Na vier vergaderingen keurde de GHN een document met beleidsaanbevelingen goed.
(3)Om de best mogelijke steun te bieden aan wijnproducenten die met de bovengenoemde uitdagingen kampen, moeten de meest urgente aanbevelingen van de GHN worden weerspiegeld in het op wijnen en gearomatiseerde wijnproducten toepasselijke rechtskader.
(4)Gezien de huidige daling van de wijnvraag moet het wijnbouwers die houder zijn van geldige, ongebruikte vergunningen voor nieuwe aanplant en vergunningen die voortvloeien uit de omzetting van aanplantrechten die hun vóór 1 januari 2025 zijn verleend, worden toegestaan van deze vergunningen af te zien zonder dat dit een administratieve sanctie tot gevolg heeft, teneinde voor houders van een vergunning voor aanplant de prikkel weg te nemen om wijngaarden aan te planten wanneer er mogelijk geen vraag is naar de wijn die ze zullen produceren. Voor vergunningen voor nieuwe aanplant die na die datum zijn verleend, moet de administratieve sanctie blijven gelden in geval van niet-gebruik van deze vergunningen teneinde speculatieve aanvragen te ontmoedigen van wijnbouwers die niet de intentie hebben een wijngaard aan te planten.
(5)Wat het beheer van het productiepotentieel betreft, moet worden voorzien in een langere geldigheidsduur van herbeplantingsvergunningen om producenten meer tijd te geven voor het verkennen van de mogelijkheid om rassen aan te planten die beter aansluiten bij de marktvraag of de veranderende klimatologische omstandigheden, of om nieuwe wijngaardbeheertechnieken te gebruiken. Om de druk op wijnbouwers te verlichten, mogen hen voorts geen administratieve sancties worden opgelegd als ze besluiten een herbeplantingsvergunning niet te gebruiken.
(6)De lidstaten moeten ook de mogelijkheid krijgen om de afgifte van vergunningen voor nieuwe aanplant op regionaal niveau te beperken voor specifieke oppervlakten met een overaanbod waar nationale of Uniemaatregelen ter vermindering van het aanbod (i.e. distillatie, groen oogsten of rooiing van wijngaarden) worden of zijn uitgevoerd, om te voorkomen dat het productiepotentieel verder toeneemt.
(7)Wanneer een lidstaat besluit regionale beperkingen voor specifieke oppervlakten vast te stellen om een buitensporige groei van het productiepotentieel te voorkomen, is het passend de lidstaten toe te staan te vereisen dat de vergunningen die worden verleend voor de onder de regionale beperking vallende oppervlakte, voor die oppervlakte worden gebruikt. Om beter rekening te houden met recente trends in de wijnsector, moeten de lidstaten de flexibiliteit hebben om voor specifieke oppervlakten regionale beperkingen vast te stellen, gaande tot 0 %, teneinde het productiepotentieel aan de marktvraag aan te passen.
(8)Hoewel de herbeplanting van een gerooide wijngaard de wijngaardoppervlakte niet doet toenemen, moeten de lidstaten de mogelijkheid krijgen om voorschriften voor herbeplanting vast te stellen om de territoriale spreiding van wijngaarden beter te beheren, bijvoorbeeld om te voorkomen dat wijngaarden worden verplaatst naar regio’s met een marktonevenwichtigheid of weg van hellingen en terrassen, waar ze een belangrijke rol spelen bij het behoud van het landschap en bodemerosie voorkomen. De lidstaten moeten ook de mogelijkheid krijgen om voorwaarden vast te stellen voor het gebruik van rassen en productiemethoden om een verhoging van de opbrengsten te voorkomen en de instandhouding van traditionele druivenrassen en productiemethoden te waarborgen.
(9)Om een proportionele aanpak van de toepassing van het vergunningenstelsel voor aanplantingen te waarborgen en tegelijk rekening te houden met de ernstige risico’s die overaanbod meebrengt voor de markt, is het passend een maximumdrempel voor hectaren aangeplante wijngaarden vast te stellen onder welke lidstaten zijn vrijgesteld van de verplichting om het vergunningenstelsel voor aanplantingen toe te passen.
(10)De afgelopen jaren heeft de vraag van de consument naar wijnbouwproducten met een verlaagd alcoholgehalte, die momenteel worden geproduceerd door dealcoholisatie door middel van bepaalde technieken die in de Unie zijn toegestaan, zich gestaag ontwikkeld. Consumenten zijn vertrouwd met aanduidingen als “0,0 %”, “alcoholvrij” en “alcoholarm”, die alom worden gebruikt, maar in verschillende lidstaten op uiteenlopende wijze zijn gereguleerd. Daarom moet het gebruik van deze aanduidingen in de hele Unie worden geharmoniseerd. De voorschriften voor de etikettering van wijnproducten moeten daarom worden gewijzigd om de consument beter over de kenmerken van wijnbouwproducten met een verlaagd alcoholgehalte te informeren, terwijl de verplichting om informatie te verstrekken over de productiemethode die een dealcoholisatie inhoudt, wordt behouden. Dit moet de wijnsector van de Unie in staat stellen voordeel te trekken van deze ontwikkeling van de consumentenvraag terwijl hoge kwaliteitsnormen voor de productie worden gehandhaafd.
(11)De grote vraag van de consument naar mousserende wijnproducten met een lager alcoholgehalte of zonder alcohol biedt een kans voor de sector. De huidige voorschriften voor de productie van gedealcoholiseerde wijnen leggen echter bepaalde technologische beperkingen ten aanzien van de productie van dergelijke wijnen op. Volgens de thans van kracht zijnde voorschriften moeten wijnproducten de kenmerken en het minimale alcoholgehalte van de corresponderende categorie hebben bereikt voordat ze het dealcoholisatieproces ondergaan, wat betekent dat gedealcoholiseerde mousserende wijnen alleen uit mousserende wijnen mogen worden bereid. Bij het dealcoholisatieproces verdwijnt echter alle CO2 uit de oorspronkelijke mousserende wijn. Voor de productie van een mousserende wijn met een lager alcoholgehalte of zonder alcohol is het bijgevolg noodzakelijk om opnieuw CO2 toe te voegen aan de geheel of gedeeltelijk gedealcoholiseerde wijn die zijn oorspronkelijke CO2-gehalte heeft verloren, door middel van een nieuw, afzonderlijk proces. Daarom moet het worden toegestaan gedealcoholiseerde mousserende wijnen en mousserende wijnen waaraan koolzuurgas is toegevoegd rechtstreeks uit gedealcoholiseerde of gedeeltelijk gedealcoholiseerde niet-mousserende wijnen te produceren door respectievelijk een tweede gisting of de toevoeging van CO2.
(12)De mogelijkheid om de lijst van ingrediënten en de voedingswaardevermelding van wijnproducten langs elektronische weg te verstrekken, is voor marktdeelnemers een doeltreffend middel gebleken om belangrijke informatie aan de consument te verschaffen en tegelijk de werking van de interne markt en de uitvoer van wijn te vergemakkelijken, met name voor kleine producenten. Het ontbreken van geharmoniseerde voorschriften voor de identificatie, op de verpakking of op het daaraan bevestigde etiket, van de elektronische middelen ter verstrekking van de lijst van ingrediënten en/of de voedingswaardevermelding, leidt echter tot uiteenlopende praktijken van marktdeelnemers en verschillende voorschriften van nationale autoriteiten, wat gevolgen heeft voor de passende afzet van wijnen. Om de kosten en de administratieve lasten voor marktdeelnemers tot een minimum te beperken, en te zorgen voor een gemeenschappelijke aanpak op de gehele markt van de Unie, waarbij rekening wordt gehouden met de noodzaak om dergelijke informatie toegankelijk te maken voor consumenten, moet de Commissie worden gemachtigd om, in samenwerking met de lidstaten, voorschriften te ontwikkelen voor de identificatie op de verpakking of op het daaraan bevestigde etiket van de elektronische middelen waarmee aan de consument op geharmoniseerde wijze de lijst van ingrediënten en de voedingswaardevermelding worden verstrekt, inclusief via een taalvrij systeem.
(13)De Commissie moet worden gemachtigd om de voorschriften inzake elektronische etikettering af te stemmen op de nieuwe behoeften die voortvloeien uit de snelle en voortdurende vooruitgang op het gebied van digitalisering, en om ruimte te bieden voor andere verplichte of relevante informatie voor consumenten die elektronisch kan worden verstrekt.
(14)De lidstaten hebben de mogelijkheid om afzetvoorschriften vast te stellen om het aanbod in de wijnsector te reguleren teneinde de werking van de gemeenschappelijke wijnmarkt te verbeteren en te stabiliseren. In de huidige context van structurele consumptiedaling en terugkerende situaties van overaanbod in bepaalde regio’s en marktsegmenten, is het passend te verduidelijken dat dergelijke voorschriften de vaststelling van maximale druivenopbrengsten en het beheer van wijnvoorraden kunnen omvatten. Voorts kunnen producentenorganisaties een belangrijke rol spelen bij het versterken van de positie van de wijnbouwers in de levensmiddelenketen en bij het afstemmen van het aanbod op markttrends. Daarom moeten de lidstaten ook de mogelijkheid hebben om in de wijnsector afzetvoorschriften vast te stellen, rekening houdend met voorstellen van erkende producentenorganisaties of erkende brancheorganisaties, wanneer ze representatief zijn in de betrokken economische regio of regio’s.
(15)Het kan de lidstaten momenteel worden toegestaan nationale betalingen aan wijnproducenten te doen voor de vrijwillige of verplichte distillatie van wijn. Gezien de kosteneffectiviteit van het uit de markt nemen van overtollige productie voordat er wijn is geproduceerd, moet ook worden voorzien in de mogelijkheid om de lidstaten in gerechtvaardigde crisisgevallen toe te staan nationale betalingen te verrichten voor vrijwillig groen oogsten en vrijwillige rooiing van productieve wijngaarden. Om concurrentieverstoring te voorkomen, moeten bij deze verordening limieten worden vastgesteld voor het totaalbedrag van de nationale betalingen die in een lidstaat in een bepaald jaar worden toegestaan voor distillatie en groen oogsten. Voor rooiing is het, gezien het structurele karakter van de maatregel en de hogere kosten ervan, niet passend een algeheel maximumbedrag aan nationale betalingen vast te stellen. De lidstaten moeten de limiet voor nationale betalingen echter geval per geval motiveren op basis van hun specifieke marktomstandigheden en die van de wijnregio’s waarvoor de maatregel bedoeld is.
(16)Gearomatiseerde wijnproducten vormen een natuurlijke afzetmogelijkheid voor wijnbouwproducten. Verordening (EU) 251/2014 van het Europees Parlement en de Raad staat echter niet toe dat de voor gearomatiseerde wijnproducten gereserveerde verkoopbenamingen worden gebruikt voor dranken die het in die verordening vastgestelde minimale alcoholgehalte in de desbetreffende productcategorie niet halen. Gezien de toenemende vraag van de consument naar innovatieve alcoholhoudende dranken met een lager effectief alcoholvolumegehalte moet het worden toegestaan dranken op de markt te brengen die zijn verkregen uit overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad geproduceerde gedealcoholiseerde of gedeeltelijk gedealcoholiseerde wijnen en die in hun presentatie en etikettering voor gearomatiseerde wijnproducten gereserveerde verkoopbenamingen dragen.
(17)Om ervoor te zorgen dat de consument correct wordt geïnformeerd over de aard van gearomatiseerde wijnproducten met een lager alcoholgehalte, moeten voorschriften worden vastgesteld die aansluiten bij de voorschriften van Verordening (EU) nr. 1308/2013 voor de etikettering van gedealcoholiseerde of gedeeltelijk gedealcoholiseerde wijnen, zodat gearomatiseerde wijnproducten die zijn verkregen uit gedealcoholiseerde of gedeeltelijk gedealcoholiseerde wijnen in hun presentatie en etikettering met dezelfde aanduidingen worden beschreven als wijnbouwproducten met het corresponderende alcoholgehalte.
(18)De hierboven voor wijnbouwproducten genoemde kwesties op het gebied van de identificatie van de elektronische middelen die de voedingswaardevermelding en de lijst van ingrediënten bevatten, doen zich ook voor bij gearomatiseerde wijnproducten. Daarom moet de Commissie worden gemachtigd om, in samenwerking met de lidstaten, voorschriften te ontwikkelen voor de identificatie, op de verpakking of op het daaraan bevestigde etiket, van de elektronische middelen voor gearomatiseerde wijnproducten. Omwille van de eenvoud en de duidelijkheid moeten deze voorschriften dezelfde zijn als die welke voor wijnbouwproducten gelden.
(19)Om aan nieuwe vragen van de consument en aan de behoefte aan productinnovatie tegemoet te komen, moeten de voorschriften voor de productie en etikettering van het gearomatiseerde wijnproduct “Glühwein” worden gewijzigd om in het gebruik van roséwijn te voorzien. Tegelijk moet het gebruik van de aanduiding “rosé” worden verboden in de etikettering van een “Glühwein” die wordt geproduceerd door rode en witte wijn of een van die wijnen met roséwijn te combineren. Om dezelfde redenen is het ook passend een afwijking vast te stellen op grond waarvan alcoholhoudende dranken die volgens dezelfde eisen zijn geproduceerd als die welke voor “Glühwein” zijn vastgesteld maar met als hoofdingrediënt vruchtenwijn in plaats van wijnbouwproducten, de verkoopbenaming “Glühwein” mogen dragen in hun presentatie en etikettering.
(20)Met het oog op de ontwikkeling van het wijntoerisme in wijnregio’s met beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen moet het mogelijk worden gemaakt dat producentengroeperingen die beschermde oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen beheren overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1143 van het Europees Parlement en de Raad begunstigden zijn van het interventietype als bedoeld in artikel 58, lid 1, eerste alinea, punt i), van Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad.
(21)Om een evenwicht te vinden tussen de noodzaak voor de lidstaten om een efficiënte herstructurering van wijngaarden te waarborgen en de noodzaak om een productiestijging die tot overaanbod kan leiden, te voorkomen, moet het de lidstaten worden toegestaan voorwaarden vast te stellen voor de uitvoering van herstructurering en omschakeling van wijngaarden als bedoeld in artikel 58, lid 1, eerste alinea, punt a), van Verordening (EU) 2021/2115. Die voorwaarden moeten erop gericht zijn een verhoging van de opbrengst en dus van de productie van de onder dit interventietype vallende wijngaarden te voorkomen.
(22)Om op markttrends in te spelen en efficiënte marktkansen te benutten, moet de maximale duur van de steun voor activiteiten op het gebied van afzetbevordering en communicatie die in derde landen plaatsvinden in het kader van de consolidering van afzetmarkten, van drie naar vijf jaar worden verlengd.
(23)Om de samenwerking in de wijnsector te versterken, moeten de in artikel 58, lid 1, eerste alinea, punt b), van Verordening (EU) 2021/2115 bedoelde investeringen van op grond van Verordening (EU) nr. 1308/2013 erkende producentenorganisaties, in aanmerking komen voor het in artikel 59, lid 2, van Verordening (EU) 2021/2115 vastgestelde maximumpercentage aan financiële steun van de Unie, zoals reeds het geval is voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie.
(24)Om producenten verder te ondersteunen bij de matiging van en aanpassing aan klimaatverandering, is het van belang te voorzien in de mogelijkheid voor de lidstaten om de maximale financiële steun van de Unie voor investeringen ter verwezenlijking van die doelstelling te verhogen tot maximaal 80 % van de subsidiabele investeringskosten.
(25)Voorts moet worden verduidelijkt dat de in artikel 58, lid 1, eerste alinea, punt e), van Verordening (EU) 2021/2115 bedoelde financiële steun van de Unie voor innovatie niet mag worden toegekend aan ondernemingen in moeilijkheden in de zin van de mededeling van de Commissie “Richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden”, zoals het geval is voor financiële steun van de Unie voor investeringen als bedoeld in artikel 58, lid 1, eerste alinea, punt b), van die verordening.
(26)De Verordeningen (EU) nr. 1308/2013, (EU) nr. 251/2014 en (EU) 2021/2115 moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.
(27)Om producenten de tijd te geven zich aan te passen aan de nieuwe eisen inzake de aanduiding van wijnbouwproducten met een laag alcoholgehalte, moeten die nieuwe eisen 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening van toepassing worden. Er moeten ook overgangsbepalingen worden vastgesteld om toe te staan dat wijnbouwproducten die vóór de toepassing van de nieuwe eisen zijn geëtiketteerd, verder in de handel worden gebracht totdat de voorraden zijn uitgeput,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 1308/2013
Verordening (EU) nr. 1308/2013 wordt als volgt gewijzigd:
(1)Artikel 62, lid 3, wordt vervangen door:
“3. De in lid 1 bedoelde vergunningen, die worden verleend overeenkomstig de artikelen 64 en 68, zijn geldig voor drie jaar vanaf de datum waarop ze zijn verleend. Aan producenten die een overeenkomstig de artikelen 64 en 68 verleende vergunning niet gebruiken tijdens de geldigheidsduur ervan, wordt overeenkomstig artikel 90 bis, lid 4, een administratieve sanctie opgelegd.
In afwijking van de eerste alinea wordt aan producenten die houder zijn van een geldige vergunning overeenkomstig de artikelen 64 en 68 die vóór 1 januari 2025 is verleend, de in artikel 90 bis, lid 4, bedoelde administratieve sanctie niet opgelegd als ze de bevoegde autoriteiten vóór de vervaldatum van de vergunning en uiterlijk op 31 december 2026 ervan in kennis stellen dat ze niet voornemens zijn van hun vergunning gebruik te maken.
Overeenkomstig artikel 66 inzake herbeplantingen verleende vergunningen zijn geldig gedurende acht jaar vanaf de datum waarop ze zijn verleend. Aan producenten die een overeenkomstig artikel 66 verleende vergunning niet hebben gebruikt tijdens de geldigheidsduur ervan, wordt de in artikel 90 bis, lid 4, bedoelde administratieve sanctie niet opgelegd.”.
(2)Artikel 63 wordt als volgt gewijzigd:
(a)lid 2 wordt vervangen door:
“2. De lidstaten kunnen besluiten:
a) op nationaal niveau een lager dan het in lid 1 vermelde percentage toe te passen;
b) de afgifte van vergunningen op regionaal niveau te beperken voor specifieke oppervlakten die in aanmerking komen voor de productie van wijnen met een beschermde oorsprongsbenaming, voor oppervlakten die in aanmerking komen voor de productie van wijnen met een beschermde geografische aanduiding, of voor oppervlakten zonder geografische aanduiding;
c) de afgifte van vergunningen voor nieuwe aanplant op regionaal niveau te beperken voor specifieke oppervlakten waar nationale of Uniemaatregelen betreffende distillatie van wijn, groen oogsten of rooiing zijn toegepast in gerechtvaardigde crisisgevallen.
Voor de doeleinden van punt c) wordt onder “groen oogsten” verstaan de volledige vernietiging of verwijdering van de nog onrijpe druiventrossen waardoor de opbrengst van de betrokken oppervlakte tot nul wordt gereduceerd, met uitzondering van het niet-oogsten, waarbij verhandelbare druiven aan het einde van de normale productiecyclus aan de wijnstokken worden gelaten. Lidstaten die de afgifte van vergunningen voor nieuwe aanplant op regionaal niveau beperken overeenkomstig de eerste alinea, punt b) of c), kunnen eisen dat dergelijke vergunningen in die regio’s worden gebruikt.”;
(b)in lid 3, eerste alinea, wordt de inleidende zin vervangen door:
“3. Elk van de in lid 2 bedoelde beperkingen draagt bij tot de aanpassing van het productiepotentieel aan de marktvraag en wordt op een of meer van de volgende specifieke gronden gerechtvaardigd:”.
(3)In artikel 66, lid 3, wordt de volgende tweede alinea ingevoegd:
“Een lidstaat kan het verlenen van de in lid 1 bedoelde herbeplantingsvergunningen ook afhankelijk stellen van een of meer van de volgende voorwaarden:
a) de vergunning wordt gebruikt in hetzelfde geografische gebied als dat waar de corresponderende gerooide wijnstokken zich bevonden, indien de instandhouding van wijnbouw in dat geografische gebied om sociaal-economische of milieuredenen gerechtvaardigd is;
b) alleen rassen en productiemethoden die de gemiddelde opbrengst in vergelijking met de gerooide wijnstokken niet verhogen, of alleen traditionele rassen en productiemethoden van een bepaalde regio, worden gebruikt wanneer de corresponderende gerooide oppervlakte zich bevond in een productiegebied dat de lidstaat heeft gekwalificeerd als door een structurele marktonevenwichtigheid getroffen, of
c) de vergunning wordt niet gebruikt in een ander productiegebied dan dat waar de gerooide oppervlakte zich bevindt, wanneer de lidstaat dat andere productiegebied heeft gekwalificeerd als door een structurele marktonevenwichtigheid getroffen.”.
(4)Artikel 67 wordt vervangen door:
“Artikel 67
De minimis
Het in dit hoofdstuk vastgestelde vergunningenstelsel voor het aanplanten van wijnstokken is niet van toepassing in lidstaten waar de wijngaardoppervlakte in ten minste drie van de voorgaande vijf verkoopseizoenen niet groter was dan 10 000 ha. Wanneer in een lidstaat niet langer aan deze voorwaarde wordt voldaan, is het vergunningenstelsel voor het aanplanten van wijnstokken in die lidstaat van toepassing vanaf het begin van het verkoopseizoen dat volgt op dat waarin niet langer aan de voorwaarde werd voldaan.”.
(5)Artikel 119, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:
(a)punt a) wordt vervangen door:
“a) één van de in bijlage VII, deel II, opgenomen categorieën van wijnbouwproducten. Wanneer een in bijlage VII, deel II, punt 1, en de punten 4 tot en met 9, gedefinieerde categorie wijnbouwproducten geheel of gedeeltelijk een dealcoholisatiebehandeling overeenkomstig bijlage VIII, deel I, afdeling E, heeft ondergaan, gaat de benaming van de categorie vergezeld van:
i) de aanduiding “alcoholvrij” indien het effectief alcoholvolumegehalte van het product ten hoogste 0,5 % bedraagt, met daarbij de vermelding “0,0 %”, indien het effectief alcoholvolumegehalte van het product ten hoogste 0,05 % bedraagt;
ii) de aanduiding “alcoholarm” indien het effectief alcoholvolumegehalte van het product meer dan 0,5 % bedraagt en ten minste 30 % minder bedraagt dan het effectief alcoholvolumegehalte van de categorie vóór dealcoholisatie.”;
(b)het volgende punt k) wordt toegevoegd:
“k) voor de in punt a), tweede zin, bedoelde wijnbouwproducten, de vermelding “verkregen door dealcoholisatie”.”.
(6)Aan artikel 122, lid 1, punt d), worden de volgende punten toegevoegd:
“v) de identificatie, op de verpakking of op het daaraan bevestigde etiket, van de in artikel 119, leden 4 en 5, bedoelde elektronische middelen, onder meer door middel van een pictogram of symbool in plaats van woorden;
vi) de vorm en opmaak van de langs elektronische weg verstrekte informatie, om de presentatie ervan te vereenvoudigen, deze aan te passen aan de toekomstige technologische vooruitgang, aan nieuwe eisen inzake voor consumenten relevante informatie uit hoofde van Unie- of nationale wetgeving, of om de toegankelijkheid voor de consument te verbeteren.”.
(7)In artikel 167, lid 1, wordt de eerste alinea vervangen door:
“1. Teneinde de werking van de gemeenschappelijke markt voor wijnen, met inbegrip van de voor de vervaardiging van die wijnen gebruikte druiven, most en wijnen, te verbeteren en te stabiliseren, kunnen de producerende lidstaten afzetvoorschriften vaststellen om het aanbod te reguleren, onder meer door maximumopbrengsten te bepalen en voorschriften voor het beheer van voorraden vast te leggen. De lidstaten houden rekening met voorstellen van krachtens de artikelen 152 en 154 erkende producentenorganisaties of krachtens de artikelen 157 en 158 erkende brancheorganisaties die overeenkomstig artikel 164, lid 3, als representatief worden beschouwd voor de wijnsector in de economische regio of de economische regio’s waarvoor de voorschriften bedoeld zijn.”.
(8)Artikel 216 wordt als volgt gewijzigd:
(a)de titel wordt vervangen door:
“Nationale betalingen voor distillatie van wijn, groen oogsten of rooiing in gerechtvaardigde crisisgevallen”;
(b)lid 1 wordt vervangen door:
“1. De lidstaten mogen in gerechtvaardigde crisisgevallen nationale betalingen aan wijnproducenten toekennen voor de vrijwillige of verplichte distillatie van wijn, vrijwillig groen oogsten en vrijwillige rooiing van productieve wijngaarden.
Voor de doeleinden van dit artikel wordt onder “groen oogsten” verstaan de volledige vernietiging of verwijdering van de nog onrijpe druiventrossen waardoor de opbrengst van de betrokken oppervlakte tot nul wordt gereduceerd, met uitzondering van het niet-oogsten, waarbij verhandelbare druiven aan het einde van de normale productiecyclus aan de wijnstokken worden gelaten.
De in de eerste alinea bedoelde betalingen mogen niet hoger zijn dan de kosten van het product, indien van toepassing, en van de betrokken verrichting plus een prikkel om over te gaan tot een dergelijke verrichting, teneinde de crisis te kunnen bestrijden.
Het totaalbedrag dat in een lidstaat in een bepaald jaar beschikbaar is voor nationale betalingen voor distillatie en groen oogsten, mag niet hoger zijn dan 20 % van de totale beschikbare middelen die in bijlage VII bij Verordening (EU) 2021/2115 per lidstaat voor dat jaar zijn vastgesteld.”;
(c)lid 2 wordt vervangen door:
“2. Lidstaten die gebruik wensen te maken van de in lid 1 bedoelde nationale betalingen, dienen bij de Commissie een met redenen omklede kennisgeving in. In hun kennisgevingen motiveren de lidstaten de geschiktheid van de maatregel, de duur ervan en de steunbedragen en andere voorschriften op basis van hun specifieke marktomstandigheden en die van de wijnregio’s waarvoor de maatregel bedoeld is.
De Commissie besluit, zonder toepassing van de in artikel 229, lid 2 of lid 3, bedoelde procedure, of het bedrag, de duur en andere voorschriften van de maatregel worden goedgekeurd en de betalingen aan de wijnproducenten mogen worden toegekend.”;
(d)lid 4 wordt vervangen door:
“4. De Commissie kan overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vaststellen om dit artikel aan te vullen door voorschriften vast te stellen betreffende minimumvereisten voor het bestaan van een crisissituatie en betreffende de berekening van de nationale betalingen.”.
(9)In bijlage VII, deel II, wordt aan het inleidende gedeelte de volgende alinea toegevoegd als tweede alinea:
“Wijnbouwproducten van de in de punten 4) en 7) vastgestelde categorieën mogen ook worden verkregen door respectievelijk tweede gisting of toevoeging van kooldioxide aan gedealcoholiseerde of gedeeltelijk gedealcoholiseerde wijnen als bedoeld in punt 1).”.
Artikel 2
Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 251/2014
Verordening (EU) nr. 251/2014 wordt als volgt gewijzigd:
(1)Aan artikel 3 wordt de volgende alinea toegevoegd:
“5. In afwijking van de minimale alcoholgehalten die voor elke productcategorie zijn vastgesteld in lid 2, punt g), lid 3, punt g), en lid 4, punt f), en in bijlage II, mogen gearomatiseerde wijnproducten een lager effectief alcoholvolumegehalte hebben wanneer ze zijn verkregen uit wijnbouwproducten die in hun geheel of gedeeltelijk een dealcoholisatiebehandeling hebben ondergaan overeenkomstig deel I, afdeling E, van bijlage VIII bij Verordening (EU) nr. 1308/2013.”.
(2)In artikel 5 wordt het volgende lid ingevoegd:
“1 bis. Wanneer gearomatiseerde wijnproducten zijn verkregen uit wijnbouwproducten die geheel of gedeeltelijk een dealcoholisatiebehandeling hebben ondergaan overeenkomstig deel I, afdeling E, van bijlage VIII bij Verordening (EU) nr. 1308/2013, worden de verkoopbenamingen ervan onder dezelfde voorwaarden aangevuld met dezelfde aanduidingen als die welke voor die wijnbouwproducten zijn vastgesteld in artikel 119, lid 1, punt a), tweede zin, en artikel 119, lid 1, punt k), van Verordening (EU) nr. 1308/2013.”.
(3)Aan artikel 6 bis wordt het volgende lid toegevoegd:
“4 bis. Teneinde rekening te houden met de specifieke kenmerken van de sector gearomatiseerde wijn is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 34, lid 2, gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van deze verordening door voorschriften vast te stellen inzake:
a) de identificatie op de verpakking of op het daaraan bevestigde etiket van de in de leden 2 en 3 bedoelde elektronische middelen, onder meer door middel van een pictogram of symbool in plaats van woorden;
b) de vorm en opmaak van de langs elektronische weg verstrekte informatie, om de presentatie ervan te vereenvoudigen, deze aan te passen aan de toekomstige technologische vooruitgang, aan nieuwe eisen inzake voor consumenten relevante informatie uit hoofde van Unie- of nationale wetgeving, of om de toegankelijkheid voor de consument te verbeteren.”.
(4)In deel B van bijlage II wordt punt 8 wordt vervangen door:
“8. Glühwein
Gearomatiseerde drank op basis van wijn:
–die uitsluitend is verkregen uit rode of witte wijn of roséwijn of een combinatie daarvan;
–die voornamelijk is gearomatiseerd met kaneel of kruidnagel, of beide, en
–die een effectief alcoholvolumegehalte van ten minste 7 % vol heeft.
Onverminderd de hoeveelheden water die voortvloeien uit de toepassing van bijlage I, punt 2, is toevoeging van water verboden.
Wanneer bij de bereiding ervan witte wijn wordt gebruikt, wordt de verkoopbenaming “Glühwein” aangevuld met woorden die witte wijn aanduiden, zoals het woord “wit”.
Wanneer bij de bereiding ervan uitsluitend roséwijn wordt gebruikt, wordt de verkoopbenaming “Glühwein” aangevuld met woorden die roséwijn aanduiden, zoals het woord “rosé”. Het woord “rosé” mag echter niet worden gebruikt wanneer de Glühwein is verkregen door rode wijn met witte wijn of een van die wijnen met roséwijn te combineren.
In afwijking van artikel 5, leden 1 en 3, van deze verordening mag de verkoopbenaming “Glühwein” worden gebruikt in de presentatie en etikettering van alcoholhoudende dranken die overeenkomstig de bovenstaande eisen zijn geproduceerd, maar die zijn verkregen uit gegiste dranken verkregen uit andere vruchten dan druiven. In dat geval moet de verkoopbenaming “Glühwein” worden aangevuld met woorden die aangeven dat hij uit een vruchtenwijn is verkregen, of met een van de volgende aanduidingen: “Heidelbeer-Glühwein”, “Apfel-Glühwein” of “Frucht-Glühwein”.”.
Artikel 3
Wijzigingen van Verordening (EU) 2021/2115
Verordening (EU) 2021/2115 wordt als volgt gewijzigd:
(1)Artikel 58, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:
(a)punt i) wordt vervangen door:
“i) acties in de wijnsector van unies van producentenorganisaties die door de lidstaten zijn erkend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1308/2013 of door producentengroeperingen die beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen beheren overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1143* met als doel de reputatie van wijngaarden in de Unie te verbeteren door het wijntoerisme in de productiegebieden te bevorderen;
_______________________;
* Verordening (EU) 2024/1143 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 betreffende geografische aanduidingen voor wijn, gedistilleerde dranken en landbouwproducten, evenals gegarandeerde traditionele specialiteiten en facultatieve kwaliteitsaanduidingen voor landbouwproducten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1308/2013, (EU) 2019/787 en (EU) 2019/1753 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1151/2012 (PB L, 2024/1143, 23.4.2024, ELI:
http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1143/oj
).”;
(b)na de eerste alinea wordt de volgende tweede alinea ingevoegd:
“Voor de toepassing van de eerste alinea, punt a), kunnen de lidstaten in hun strategisch GLB-plan specifieke agronomische, wijnbouw- of andere voorwaarden vaststellen die waarborgen dat er geen sprake is van een verhoging van de opbrengst van de onder dit interventietype vallende wijngaard na de omschakeling op andere rassen, de verplaatsing van de wijngaard, de herbeplanting van de wijngaard of de verbetering van de wijngaardbeheertechnieken.”;
(c)de tweede alinea wordt de derde alinea en wordt vervangen door:
“Punt k) van de eerste alinea heeft alleen betrekking op wijnen met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding of op wijnen waarop het wijndruivenras is vermeld. Activiteiten op het gebied van afzetbevordering en communicatie die gericht zijn op de consolidering van afzetmarkten, hebben een niet-verlengbare maximumduur van vijf jaar en hebben alleen betrekking op de kwaliteitsregelingen van de Unie voor oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen.”.
(2)Artikel 59 wordt als volgt gewijzigd:
(a)lid 2 wordt vervangen door:
“2. De financiële steun van de Unie voor investeringen als bedoeld in artikel 58, lid 1, eerste alinea, punt b), bedraagt maximaal:
a) 50 % van de subsidiabele investeringskosten in minder ontwikkelde regio’s;
b) 40 % van de subsidiabele investeringskosten in andere dan minder ontwikkelde regio’s;
c) 75 % van de subsidiabele investeringskosten in de ultraperifere gebieden;
d) 65 % van de subsidiabele investeringskosten in de kleinere eilanden van de Egeïsche Zee.
De in de eerste alinea vermelde financiële steun van de Unie ten belope van het maximumpercentage wordt enkel verleend aan kleine, middelgrote en micro-ondernemingen in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie** en aan op grond van Verordening (EU) nr. 1308/2013 erkende producentenorganisaties. Hij kan evenwel aan alle ondernemingen worden toegekend in de ultraperifere gebieden en op de kleinere eilanden van de Egeïsche Zee.
Voor ondernemingen, andere dan op grond van Verordening (EU) nr. 2013/1308 erkende producentenorganisaties, die niet onder artikel 2, lid 1, van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG vallen en minder dan 750 werknemers of een jaaromzet van minder dan 200 miljoen EUR hebben, worden de in de eerste alinea vastgestelde maximumpercentages van financiële steun van de Unie gehalveerd.
In afwijking van de eerste alinea kan de financiële steun van de Unie voor investeringen als bedoeld in artikel 58, lid 1, eerste alinea, punt b), worden verhoogd tot maximaal 80 % van de subsidiabele investeringskosten voor investeringen die verband houden met de in artikel 57, punt b), vastgestelde doelstelling om tot matiging van en aanpassing aan klimaatverandering bij te dragen.
De financiële steun van de Unie wordt niet verleend aan ondernemingen in moeilijkheden in de zin van de mededeling van de Commissie “Richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden”***.
_______________________;
** Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36, ELI:
http://data.europa.eu/eli/reco/2003/361/oj
).
*** PB C 249 van 31.7.2014, blz. 1, ELI:
https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52014XC0731(01)
.”;
(b)aan lid 4 wordt de volgende alinea toegevoegd:
“De financiële steun van de Unie voor investeringen als bedoeld in artikel 58, lid 1, eerste alinea, punt m), kan echter worden verhoogd tot maximaal 80 % van de subsidiabele investeringskosten voor investeringen die verband houden met de in artikel 57, punt b), vastgestelde doelstelling om tot matiging van en aanpassing aan klimaatverandering bij te dragen.”;
(c)lid 6 wordt vervangen door:
“6.
De financiële steun van de Unie voor innovatie als bedoeld in artikel 58, lid 1, eerste alinea, punt e), bedraagt maximaal:
a) 50 % van de subsidiabele investeringskosten in minder ontwikkelde regio’s;
b) 40 % van de subsidiabele investeringskosten in andere dan minder ontwikkelde regio’s;
c) 80 % van de subsidiabele investeringskosten in de ultraperifere gebieden;
d) 65 % van de subsidiabele investeringskosten in de kleinere eilanden van de Egeïsche Zee.
De in de eerste alinea vermelde financiële steun van de Unie ten belope van het maximumpercentage wordt enkel verleend aan kleine, middelgrote en micro-ondernemingen in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie en aan op grond van Verordening (EU) nr. 1308/2013 erkende producentenorganisaties. Hij kan evenwel aan alle ondernemingen worden toegekend in de ultraperifere gebieden en op de kleinere eilanden van de Egeïsche Zee.
Voor ondernemingen, andere dan op grond van Verordening (EU) nr. 2013/1308 erkende producentenorganisaties, die niet onder artikel 2, lid 1, van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG vallen en minder dan 750 werknemers of een jaaromzet van minder dan 200 miljoen EUR hebben, worden de in de eerste alinea vastgestelde maximumpercentages van financiële steun van de Unie gehalveerd.
In afwijking van de eerste alinea kan de financiële steun van de Unie voor investeringen als bedoeld in artikel 58, lid 1, eerste alinea, punt e), worden verhoogd tot maximaal 80 % van de subsidiabele investeringskosten voor investeringen die verband houden met de in artikel 57, punt b), vastgestelde doelstelling om tot matiging van en aanpassing aan klimaatverandering bij te dragen.
De financiële steun van de Unie wordt niet verleend aan ondernemingen in moeilijkheden in de zin van de mededeling van de Commissie “Richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden”.”.
Artikel 4
Overgangsbepaling
Wijnbouwproducten die vóór [specifieke datum — 18 maanden na de datum van inwerkingtreding] overeenkomstig artikel 119, lid 1, punt a), tweede zin, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 zijn geëtiketteerd, mogen verder in de handel worden gebracht totdat de voorraden zijn uitgeput.
Artikel 5
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 1, lid 5, is evenwel van toepassing met ingang van [specifieke datum — 18 maanden na de datum van inwerkingtreding].
Gedaan te Brussel,
Voor het Europees Parlement
Voor de Raad
De voorzitter
De voorzitter
FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF3
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief3
1.2.Betrokken beleidsterreinen3
1.3.Doelstellingen3
1.3.1.Algemene doelstellingen3
1.3.2.Specifieke doelstellingen3
1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen3
1.3.4.Prestatie-indicatoren3
1.4.Het voorstel/initiatief betreft:4
1.5.Motivering van het voorstel/initiatief4
1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief4
1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de Unie (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de Unie” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.4
1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan4
1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten5
1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking5
1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief6
1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting6
2.BEHEERSMAATREGELEN8
2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen8
2.2.Beheers- en controlesystemen8
2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie8
2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken8
2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting)8
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden9
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF10
3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven10
3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten12
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten12
3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting12
3.2.1.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten17
3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten22
3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten24
3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting24
3.2.3.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten24
3.2.3.3.Totaal kredieten24
3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften25
3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting25
3.2.4.2.Gefinancierd uit externe bestemmingsontvangsten26
3.2.4.3.Totale personeelsbehoeften26
3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen28
3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader28
3.2.7.Bijdragen van derden28
3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten29
4.Digitale dimensies29
4.1.Voorschriften met digitale relevantie30
4.2.Gegevens30
4.3.Digitale oplossingen31
4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling31
4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering32
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
1.1.
Benaming van het voorstel/initiatief
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1308/2013, (EU) 2021/2115 en (EU) nr. 251/2014 wat betreft bepaalde marktvoorschriften en sectorale steunmaatregelen in de wijnsector en voor gearomatiseerde wijnproducten
1.2.
Betrokken beleidsterreinen
Programmacluster 8 — Landbouw- en maritiem beleid onder rubriek 3 van het meerjarig financieel kader (MFK) 2021-2027.
1.3.
Doelstellingen
1.3.1.
Algemene doelstellingen
Om het hoofd te bieden aan de structurele uitdagingen waarmee de Europese wijnsector wordt geconfronteerd, heeft het voorstel tot doel het concurrentievermogen en de veerkracht van de sector te verbeteren, het economische belang van de wijnsector in de EU en de maatschappelijke relevantie ervan in stand te houden, en met name bij te dragen tot het behoud van de vitaliteit van vele plattelandsgebieden.
1.3.2.
Specifieke doelstellingen
Het voorstel heeft tot doel te voorzien in langdurige beleidsinstrumenten om de lidstaten en de wijnsector te ondersteunen bij de verwezenlijking van de volgende specifieke doelstellingen:
1) Het beheer van het productiepotentieel aanpakken.
2) De veerkracht van de wijnsector van de EU tegen klimaatverandering en spanningen door marktverschuivingen vergroten.
3) De sector aanpassen aan de markttrends en nieuwe marktkansen helpen benutten.
1.3.3.
Verwachte resultaten en gevolgen
De belangrijkste verwachte resultaten zijn:
–De wijnsector van de EU blijft wereldwijd leidend op de wijnmarkt.
–Het evenwicht tussen het wijnproductiepotentieel en de trends in de vraag op de binnenlandse en internationale markten wordt hersteld.
–De lidstaten kunnen maatregelen nemen om uitdagingen en moeilijkheden aan te pakken met meer flexibiliteit.
–Landbouwers en producentenorganisaties beschikken over een flexibeler beleidskader voor het nemen van besluiten die zijn afgestemd op de markttrends.
–De wijnsector van de EU is beter in staat zijn positie op opkomende en nieuwe markten te verbeteren en inkomstenbronnen te diversifiëren.
–De wijnsector in de EU kan beter het hoofd bieden aan de onzekerheden die van invloed zijn op de markt, waaronder klimaatverandering.
1.3.4.
Prestatie-indicatoren
Het voorstel heeft geen gevolgen voor het monitoringkader van het GLB.
1.4.
Het voorstel/initiatief betreft:
een nieuwe actie
een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie
de verlenging van een bestaande actie
de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie
1.5.
Motivering van het voorstel/initiatief
1.5.1.
Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief
Met het huidige voorstel wordt gehoor gegeven aan de meest urgente en specifieke aanbevelingen die de Groep op hoog niveau (GHN) inzake wijnbeleid in december 2024 heeft goedgekeurd, door het bestaande rechtskader te wijzigen voor zover dat nodig is om tot de verwezenlijking van de vastgestelde doelstellingen bij te dragen. Zodra het voorstel is aangenomen, zal het de lidstaten en de wijnsector in staat stellen snel actie te ondernemen om het hoofd te bieden aan de vele uitdagingen waarmee ze worden geconfronteerd.
De voorgestelde wijzigingen kunnen bij toekomstige beleidshervormingen verder worden aangevuld om gevolg te geven aan bepaalde aanvullende aanbevelingen die niet sectorspecifiek zijn of in de huidige context niet kunnen worden uitgevoerd.
1.5.2.
Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.
Het grensoverschrijdende en mondiale karakter van de belangrijkste uitdagingen waarmee de wijnsector van de EU wordt geconfronteerd en het brede regelgevingskader voor wijn in de EU vereisen een gemeenschappelijke respons op EU-niveau, waarbij de werking van de eengemaakte markt en het door het GLB gecreëerde gelijke speelveld worden gewaarborgd.
1.5.3.
Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan
1.5.4.
Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten
Het voorstel heeft geen gevolgen voor het meerjarig financieel kader en voorziet niet in wijzigingen van de huidige GLB-begroting of de verdeling van de begroting over de twee pijlers, noch van het ontwerp van maatregelen in het kader van de twee pijlers.
1.5.5.
Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking
Alle GLB-gerelateerde uitgaven blijven binnen de grenzen van de nationale steunprogramma’s voor de wijnsector. Andere maatregelen kunnen met nationale middelen worden gefinancierd.
1.6.
Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief
beperkte geldigheidsduur
van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ
financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor vastleggingskredieten en vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor betalingskredieten.
onbeperkte geldigheidsduur
·Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,
·gevolgd door een volledige uitvoering.
1.7.
Wijzen van uitvoering van de begroting
Direct beheer door de Commissie
· door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie
·
door de uitvoerende agentschappen
Gedeeld beheer met de lidstaten
Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken toe te vertrouwen aan:
· derde landen of de door hen aangewezen organen
· internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke)
· de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds
· de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen
· publiekrechtelijke organen
· privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties
· privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties
· organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling
·in een lidstaat gevestigde organen die onder het privaatrecht van een lidstaat of onder het Unierecht vallen en die in aanmerking komen om overeenkomstig sectorspecifieke regelgeving te worden belast met de uitvoering van middelen van de Unie of begrotingsgaranties, voor zover dergelijke organen onder zeggenschap staan van publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, en beschikken over voldoende financiële garanties in de vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid van de controlerende organen of gelijkwaardige financiële garanties, die voor elke actie beperkt kunnen blijven tot het maximumbedrag van de steun van de Unie.
Opmerkingen
2.
BEHEERSMAATREGELEN
2.1.
Regels inzake het toezicht en de verslagen
Er is niet voorzien in wijzigingen met betrekking tot het prestatie-, monitoring- en evaluatiekader op grond van het huidige GLB.
2.2.
Beheers- en controlesystemen
2.2.1.
Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie
Er is niet voorzien in wijzigingen van het huidige uitvoeringsmodel van het GLB wat betreft de methoden voor de uitvoering van de begroting, mechanismen voor de uitvoering van de financiering, betalingsvoorwaarden en de controlestrategie.
2.2.2.
Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken
2.2.3.
Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting)
Er is niet voorzien in wijzigingen met betrekking tot de status quo.
2.3.
Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden
Er is niet voorzien in wijzigingen met betrekking tot de status quo.
3.
GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
3.1.
Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven
Dit voorstel heeft geen kwantificeerbare gevolgen voor de begroting.
In lijn met de aanbevelingen van de GHN inzake wijn bevat het voorstel maatregelen voor het beheer van het productiepotentieel, ter verbetering van het concurrentievermogen en ter verkenning van nieuwe marktkansen van de sector.
Bepaalde maatregelen (vermeld in punt 5 Gedetailleerde toelichting bij de specifieke bepaling van het voorstel) kunnen de uitvoering versnellen en bijgevolg de uitgaven van de wijnbegroting verhogen, maar alle gerelateerde uitgaven zullen onder de financiële toewijzingen van de lidstaten voor de wijnsector blijven.
Het voorstel bevat bepalingen die de lidstaten een zekere flexibiliteit bieden om de financiële steun van de Unie voor bepaalde interventietypen en begunstigden te verhogen, in het kader van de strategische GLB-plannen. Daarom kunnen producentengroeperingen die beschermde oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen beheren, nu begunstigden zijn van het interventietype ter bevordering van het wijntoerisme in productieregio’s. De maximale duur van de steun voor activiteiten op het gebied van afzetbevordering en communicatie in derde landen wordt verlengd van drie tot vijf jaar. Voor bepaalde investeringen van erkende producentenorganisaties zal hetzelfde maximumpercentage aan steun gelden als reeds het geval is voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen. De lidstaten kunnen het steunpercentage voor investeringen in matiging van en aanpassing aan klimaatverandering verhogen.
Het effect van de in het beleidskader geïntroduceerde flexibiliteit kan in dit stadium niet worden gekwantificeerd.
–Bestaande begrotingsonderdelen
In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.
|
Rubriek van het meerjarigfinancieel kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort uitgave
|
Bijdrage
|
|
|
Nummer
|
GK/NGK.
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten
|
van andere derde landen
|
andere bestemmingsontvangsten
|
|
3
|
[08.02.02.03] Typen interventies in
bepaalde sectoren in het kader van de strategische
GLB-plannen — wijnsector
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
–Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen
In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.
|
Rubriek van het meerjarigfinancieel kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort uitgave
|
Bijdrage
|
|
|
Nummer
|
GK/NGK
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten
|
van andere derde landen
|
andere bestemmingsontvangsten
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
3.2.
Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten
3.2.1.
Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten
·
Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig
·
Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.1.1.
Kredieten uit goedgekeurde begroting
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Rubriek van het meerjarigfinancieel kader
|
Nummer
|
|
|
DG: AGRI
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG AGRI
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2 a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
Verplichte tabel
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
DG: AGRI
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL DG <…….>
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL DG <…….>
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader
|
(totaal vastleggingen = totaal betalingen)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7
|
Vastleggingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.2.
Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten (niet invullen voor gedecentraliseerde agentschappen)
Vastleggingskredieten, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Vermeld doelstellingen en outputs
|
|
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
|
TOTAAL
|
|
|
OUTPUTS
|
|
|
Soort
|
Gem. kosten
|
Aantal
|
Kos¬ten
|
Aantal
|
Kos¬ten
|
Aantal
|
Kos¬ten
|
Aantal
|
Kos¬ten
|
Aantal
|
Kos¬ten
|
Aantal
|
Kos¬ten
|
Aantal
|
Kos¬ten
|
Totaal aantal
|
Totale kosten
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1…
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2…
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3.2.3.
Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten
·
Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig
·
Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting
|
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.4.
Geraamde personeelsbehoeften
·
Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig
·
Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.4.1.
Gefinancierd uit goedgekeurde begroting
Raming in voltijdequivalenten (vte’s)
|
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
|
|
20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 01 02 03 (EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 01 (onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 11 (eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
• Extern personeel (in vte’s)
|
|
20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]
|
- centrale diensten
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
|
- EU-delegaties
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen – rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen – buiten rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
TOTAAL
|
0
|
0
|
0
|
0
|
3.2.5.
Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen
Verplicht: in onderstaande tabel moet de beste schatting worden gegeven van de met digitale technologie samenhangende investeringen die uit het voorstel/initiatief voortvloeien.
De kredieten onder rubriek 7 moeten in uitzonderlijke gevallen in het desbetreffende onderdeel worden opgenomen, indien vereist voor de uitvoering van het voorstel/initiatief.
De kredieten onder de rubrieken 1 t/m 6 moeten worden weergegeven als “IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s”. Deze uitgaven betreffen het operationele budget dat gebruikt moet worden voor hergebruik, koop of ontwikkeling van IT-platforms of tools die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van het initiatief, alsook daarmee verband houdende investeringen (bv. licenties, studies, gegevensopslag enz.). De in deze tabel vermelde informatie moet in overeenstemming zijn met de gegevens in deel 4, “Digitale dimensies”.
|
TOTAAL Digitale en IT-kredieten
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
RUBRIEK 7
|
|
IT-uitgaven (algemeen)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.6.
Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader
Het voorstel/initiatief:
·
kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK)
N.v.t. — Geen kwantificeerbare financiële gevolgen.
·
vereist een beroep op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening
·
vereist een herziening van het MFK
3.2.7.
Bijdragen van derden
Het voorstel/initiatief:
·
voorziet niet in medefinanciering door derden
·
voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:
Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
Totaal
|
|
medefinancieringsbron
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL medegefinancierde kredieten
|
|
|
|
|
|
3.3.
Geraamde gevolgen voor de ontvangsten
·
Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten
·
Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:
(3)voor de eigen middelen
voor overige ontvangsten
ontvangsten toegewezen aan begrotingsonderdelen
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:
|
Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten
|
Gevolgen van het voorstel/initiatief
|
|
|
|
Jaar 2024
|
Jaar 2025
|
Jaar 2026
|
Jaar 2027
|
|
Artikel ………….
|
|
|
|
|
|
Voor de toegewezen ontvangsten, de betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven.
Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).
4.
Digitale dimensies
4.1.
Voorschriften met digitale relevantie
|
Verwijzing naar het voorschrift
|
Beschrijving van het voorschrift
|
Actor waarop het voorschrift betrekking heeft
|
Processen op hoog niveau
|
Categorie
|
|
Artikel 1, lid 6
|
De Commissie is bevoegd om voorschriften en bepalingen vast te stellen voor de elektronische etikettering van de verplichte informatie als gedefinieerd in artikel 119 van de verordening.
|
- Commissie
- Belanghebbenden
- Algemeen publiek
|
Etikettering van wijnbouwproducten
|
Digitale oplossing
|
|
Artikel 2, lid 3
|
Zoals hierboven voor gearomatiseerde wijnproducten.
|
- Belanghebbenden
- Algemeen publiek
|
Etikettering van gearomatiseerde wijnproducten
|
Digitale oplossing
|
|
4.2.
Gegevens
|
De voorgestelde bepalingen voorzien in: a) een machtiging van de Commissie om voorschriften vast te stellen ter aanvulling van de bestaande voorschriften inzake elektronische etikettering van bepaalde verplichte informatie van marktdeelnemers aan consumenten in de wijnsector (artikel 1, lid 6). De bescherming van persoonsgegevens wordt reeds in aanmerking genomen in de geldende verordening en valt niet onder het toepassingsgebied van deze verordening; b) de aanpassing van de bepalingen inzake de elektronische etikettering van de voedingswaardevermelding en de lijst van ingrediënten van gearomatiseerde wijnproducten aan die welke gelden voor wijnbouwproducten (artikel 2, lid 3).
Afstemming op de Europese datastrategie
In overeenstemming met de datastrategie van de EU zal de gedelegeerde bevoegdheid voor elektronische etikettering van wijnbouw- en wijnbouwproducten de aanduidingen en voorschriften voor de identificatie van elektronische consumenteninformatie harmoniseren, wat een gemeenschappelijke aanpak op de gehele markt van de Unie zal waarborgen. Uiteindelijk zal een dergelijke aanpak ervoor zorgen dat etiketten binnen de EU kunnen circuleren ten faveure van burgers en consumenten. De specifieke elementen met betrekking tot de afstemming op de Europese datastrategie moeten van geval tot geval worden beoordeeld wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheidsdelegatie.
Afstemming op het eenmaligheidsbeginsel
Niet van toepassing. Overheidsdiensten zijn hierbij niet betrokken.
Gegevensstromen
Niet van toepassing.
|
4.3.
Digitale oplossingen
|
Digitale oplossing: verlening van bevoegdheid met betrekking tot verplichte etiketteringsinformatie die langs elektronische weg wordt gepresenteerd.
Verwijzing naar eisen: Artikel 1, lid 6
De Commissie kan gedelegeerde handelingen opstellen om een gemeenschappelijke identificatie op de verpakking of het etiket van wijnbouwproducten vast te stellen van de elektronische middelen die de consument verplichte informatie verstrekken, en om de regels inzake elektronische etikettering indien nodig aan te passen aan de toekomstige technologische vooruitgang (bv. strengere eisen inzake de verstrekking van elektronische informatie door marktdeelnemers onderling of door marktdeelnemers aan consumenten). Nieuwe voorschriften zouden aldus de toegankelijkheid en begrijpelijkheid van digitale etiketten in de hele EU verbeteren, waardoor de kosten voor marktdeelnemers verminderen en de duidelijkheid voor de consument verbetert.
Verantwoordelijk orgaan: Europese Commissie (voor de bevoegdheidsdelegatie); de marktdeelnemers (voor uitvoering).
Digitale oplossing: bepaling op grond waarvan verplichte informatie op elektronische wijze kan worden geëtiketteerd.
Verwijzing naar eisen: Artikel 2, lid 3
De voorschriften voor de identificatie van de elektronische middelen voor gearomatiseerde wijnproducten zouden worden afgestemd op die van de wijnsector, met één systeem voor alle sectoren. De belangrijkste van kracht zijnde verplichte voorschriften voor wijn die zouden worden overgenomen: marktdeelnemers kunnen bepaalde verplichte informatie (lijst van ingrediënten, voedingswaardevermelding) verstrekken op het fysieke etiket of via elektronische middelen die op de verpakking of op een daaraan bevestigd etiket worden geïdentificeerd. Het systeem moet voorkomen dat gebruikersgegevens worden verzameld of getraceerd en mag geen informatie voor marketingdoeleinden verstrekken.
Verantwoordelijk orgaan: de marktdeelnemer.
Momenteel voorziet het beleidsinitiatief niet in het gebruik van AI-technologieën voor de geïdentificeerde digitale oplossing.
|
4.4.
Interoperabiliteitsbeoordeling
|
De vereisten van het beleidsinitiatief hebben geen betrekking op digitale overheidsdiensten.
|
4.5.
Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering
|
Artikel 1, lid 6: de Commissie stelt gedelegeerde handelingen vast wanneer dit noodzakelijk wordt geacht (niet binnen een specifieke termijn). De lidstaten worden betrokken.
Artikel 2, lid 3: de bepaling breidt eenvoudigweg de voorschriften inzake elektronische etikettering voor wijn uit tot gearomatiseerde wijnen. De lidstaten worden betrokken. De marktdeelnemers passen de regels toe.
|