Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52013DC0638

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ Tenuitvoerlegging van de Mededeling inzake energievoorzieningszekerheid en internationale samenwerking en van de Conclusies van de Energieraad van november 2011

/* COM/2013/0638 final */

52013DC0638

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ Tenuitvoerlegging van de Mededeling inzake energievoorzieningszekerheid en internationale samenwerking en van de Conclusies van de Energieraad van november 2011 /* COM/2013/0638 final */


VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ

Tenuitvoerlegging van de Mededeling inzake energievoorzieningszekerheid en internationale samenwerking en van de Conclusies van de Energieraad van november 2011

In dit verslag worden de voornaamste resultaten van de externe aspecten van het EU-energiebeleid sinds 2011 aan een nader onderzoek onderworpen. Het verslag is opgesteld door de diensten van de Commissie in samenwerking met de Europese Dienst voor extern optreden.

1.           Inleiding

Betrouwbare, duurzame en concurrerende energievoorziening is van fundamenteel belang voor de economie, de industrie en de inwoners van de EU. Ter verwezenlijking van deze beleidsdoelstellingen moet de EU intern maatregelen nemen en dient zij over passende instrumenten te beschikken om haar belangen te kunnen bevorderen ten overstaan van derde landen.

Ter versterking van de externe dimensie van het EU-energiebeleid heeft de Commissie op 7 september 2011 een Mededeling inzake energievoorzieningszekerheid en internationale samenwerking gepubliceerd: "Het energiebeleid van de EU: verbintenissen met partners buiten onze grenzen"[1]. In deze mededeling wordt voor het eerst een alomvattend extern energiebeleid uiteengezet, met een beschrijving van 43 uit te voeren acties. Dit voorstel vormt een antwoord op het verzoek van de Europese Raad van 4 februari 2011 om de samenhang en coherentie van de externe maatregelen op energiegebied verder te verbeteren met het oog op de bijdrage aan het bereiken van de doelstellingen van het EU-energiebeleid.

De in 2011 vastgestelde energiestrategie biedt een significant momentum voor een aantal EU-initiatieven op dit gebied. De energievoorzieningszekerheid van de EU is versterkt dankzij inspanningen om inheemse hernieuwbare-energiebronnen tot ontwikkeling te brengen en toe te passen, de energie-efficiëntie te verbeteren en de externe energiebronnen, ‑voorraden en ‑routes te diversifiëren, alsmede door het onderhouden van een voor beide partijen nuttige samenwerking met de bestaande leveranciers van Europa. Recente ontwikkelingen, zoals de keuze van de route voor de zuidelijke corridor, hebben de EU een stap dichterbij een directe verbinding met de regio van de Kaspische Zee gebracht, die rijk is aan hulpbronnen. De nauwe samenwerking met Rusland werd voortgezet, hetgeen de kernrol van dat land als EU-energieleverancier weerspiegelt, en ook is prioriteit gegeven aan de modernisering van het Oekraïense gastransportsysteem – de belangrijkste corridor voor de toevoer van Russisch gas naar de EU. De diversificatie-inspanningen van de EU zullen worden voortgezet in het kader van de wereldwijde ontwikkelingen, zoals schaliegas en olieproductie in de VS en de ontdekkingen van nieuwe olie- en gasvoorkomens in het oostelijke Middellandse Zeegebied en in Afrika. In dit verband is verdere verbetering van de infrastructuurverbindingen met naburige landen van belang. De eerste EU-lijst met projecten van gezamenlijk belang bevat een aantal koppelingen met landen buiten de EU. In de toekomst zal worden nagedacht over de interconnectiecapaciteit ten aanzien van derde landen, ter ondersteuning van de vorming van een werkelijk Europabrede energiemarkt.

Niet alleen energiezekerheid, maar ook het duurzame-energiebeleid, de bevordering van hernieuwbare energie en energie-efficiëntie, technologisch onderzoek en innovatie‑inspanningen lagen aan de basis van de samenwerking van de EU met de meeste partnerlanden en in het kader van internationale organisaties. Er hebben zich in vele EU-partnerlanden aanzienlijke ontwikkelingen voorgedaan op deze gebieden, waarbij de EU haar ervaring op het gebied van regelgeving en beleidsaanpak met hen kon delen. Deze onderwerpen waren van even groot belang in de relaties met consumerende landen, zoals China. Ook in gesprekken tussen de EU en producerende landen hebben deze echter aan belang gewonnen, onder andere de landen in het zuidelijke Middellandse Zeegebied en traditionele leveranciers als Saoedi-Arabië.

De EU is doorgegaan met het bevorderen van transparante, concurrerende en flexibele wereldwijde energiemarkten in al haar samenwerkingsinspanningen. De belangrijkste principes voor handel en investeringen, zoals non-discriminatie en markttoegang, zijn en blijven punt van onderhandeling in bilaterale overeenkomsten en multilaterale juridische kaders. Dit is aangevuld met initiatieven als de samenwerking met Japan inzake ontwikkelingen op de wereldgasmarkten, gesprekken binnen de Energieraad EU-VS inzake de uitvoer van LNG (vloeibaar aardgas) uit de VS en inspanningen ter vergroting van de industriële samenwerking op het gebied van energie in vele dialogen van de EU. Maatregelen die bijdragen aan het verbeteren van het concurrentievermogen van de EU blijven een cruciaal onderdeel van de EU-energiedialogen. Het concurrentievermogen van de EU ten opzichte van haar economische tegenspelers wereldwijd zal een belangrijk onderdeel vormen van de analyse van de ontwikkeling van de kosten en de prijzen van energie die de Commissie momenteel opstelt op verzoek van de Europese Raad van mei 2013.

In de in november 2011 aangenomen conclusies van de Raad over de externe dimensie van het energiebeleid van de EU[2] werd de Commissie verzocht om een verslag over de tenuitvoerlegging van de strategie aan het eind van 2013. Het doel van dit verslag is de Raad en het Parlement te informeren over de voortgang van de tenuitvoerlegging van de prioriteiten die zijn aangeduid in de mededeling van de Commissie en de conclusies van de Raad van november 2011. Dit verslag dient tevens als materiaal voor de discussie tussen de lidstaten over de ontwikkeling van het externe energiebeleid van de EU, in overeenstemming met de overeenkomst van de Europese Raad van mei 2013 dat de lidstaten hun samenwerking zullen versterken ter ondersteuning van de externe dimensie van het EU-energiebeleid, gezien de groeiende dwarsverbanden tussen de interne en externe energiemarkten.

2.           Factoren van invloed op de prioriteiten van het externe energiebeleid van de EU

Toen de Commissie in september 2011 de voorstellen deed voor de prioriteiten van het externe energiebeleid, bestonden de kernfactoren voor de prioritering uit het groeiende aandeel van de opkomende economieën in de wereldwijde vraag naar energie, de toenemende invoerafhankelijkheid van de EU en de behoefte aan wereldwijde actie om klimaat-, milieu- en concurrentiekwesties aan te pakken.

Twee jaar later zijn deze wereldwijde ontwikkelingen in het algemeen nog steeds actueel en in sommige gevallen zelfs belangrijker geworden. De vraag in de opkomende economieën in Azië en andere delen van de wereld blijft onverminderd groeien, waardoor de verschuiving van de wereldwijde handelsstromen van energie naar het oosten wordt versterkt. China en India waren in 2012 verantwoordelijk voor bijna 90 % van de wereldwijde toename van het energieverbruik[3]. Naar verwachting zal hun vraag naar energie in 2035 met respectievelijk 60 % en 100 % zijn gegroeid[4]. Gezien deze consumptiegroei spelen de opkomende landen een steeds actievere rol in de wereldwijde energiediscussie, hetgeen onvermijdelijk zal leiden tot ontwikkelingen in de wereldwijde energiegovernance. De geopolitieke implicaties van deze ontwikkelingen en de gevolgen daarvan voor de energiezekerheid en de buitenlandse belangen van de EU, moeten verder worden geanalyseerd.

Volgens de huidige projecties is de EU in de toekomst nog steeds van invoer afhankelijk: meer dan 90 % van de totale olieconsumptie en meer dan 70 % van de totale gasconsumptie in de EU. Er is nog geen wereldwijd klimaatakkoord bereikt, maar veel landen voeren nu nationale maatregelen uit op gebieden als energie-efficiëntie en hernieuwbare energie, waaronder energie-intensiteits- en -consumptiedoelen in China, normen voor het aandeel hernieuwbare energie in de meeste staten van de VS, het verplichte handelssysteem voor energie-efficiëntieobligaties in India of doelen voor hernieuwbare energie en energie-efficiëntie in Turkije. Voor zover de internationale onderhandelingen op het gebied van klimaatverandering een dimensie van energiebeleid hebben, moet het externe energiebeleid van de EU in de contacten met de belangrijkste energieverbruikende landen erop gericht zijn steun te verlenen aan deze internationale onderhandelingen.

De situatie in het Midden-Oosten en in Noord-Afrika blijft instabiel, hetgeen van invloed is op de energiemarkten. De geopolitieke situatie heeft de snelheid en diepgang van de samenwerking op energiegebied tussen de EU en de landen in de regio verminderd, hoewel bevestigd wordt dat pragmatische en gerichte maatregelen nodig zijn.

Het ongeluk in Fukushima heeft wereldwijd de oproep tot het waarborgen van de hoogste nucleaire veiligheidsnormen versterkt, en heeft er in sommige landen toe geleid dat kernenergie van de lijst van opties met lage uitstoot is gehaald. Het heeft geleid tot intensievere samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid met onze bestaande partners en heeft geresulteerd in internationale inspanningen, zoals bijvoorbeeld in het kader van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA).

De sterke toename van de niet-conventionele olie- en gasproductie in Noord-Amerika was de afgelopen twee jaar wellicht de belangrijkste ontwikkeling. Het concurrerende, niet-conventionele gas heeft kolen in de Amerikaanse energiesector verdrongen, hetgeen bijdraagt tot een daling van de broeikasgasemissies van dit land met 3,8 % in 2012, waarvan ongeveer de helft als gevolg van deze overstap[5]. Ook heeft hierdoor met name de Amerikaanse energie-intensieve industrie (bijvoorbeeld de petrochemie, raffinaderijen en de aluminium- en staalindustrie) een bijzonder concurrentievoordeel verkregen. In Europa is de vraag naar kolen in 2012 met 2,8 % gegroeid, tegenover een daling met gemiddeld 1,3 % in het afgelopen decennium. Door deze ontwikkeling zijn de broeikasgasemissies in een aantal EU-lidstaten, zoals Duitsland en het Verenigd Koninkrijk[6] toegenomen. Door de verschillen in de uiteindelijke gas- en elektriciteitsprijzen op de Amerikaanse, de Europese en de Aziatische markten bestaan er zorgen over het concurrentievermogen van de EU. De mogelijke Amerikaanse export van aardgas en olie heeft eveneens vragen opgeworpen over de gevolgen voor de prioriteiten van het Amerikaanse buitenlandbeleid en de rol van dat land op de wereldwijde energiemarkten. Deze ontwikkelingen bevestigden vooral dat de energiemarkten onderling verbonden zijn en dat de EU in haar energiebeleid evenveel rekening moet houden met wat er buiten haar grenzen gebeurt als met haar interne ontwikkelingen.

Het potentieel van schaliegas in andere landen heeft nieuwe perspectieven gebracht op de wereldwijde energiemarkt. Daarnaast komen er nieuwe leveranciers van conventionele fossiele brandstoffen, van het oostelijke Middellandse-Zeegebied tot Oost-Afrika. Deze nieuwe potentiële bronnen kunnen een groeiende rol gaan spelen in de diversificatiestrategie van de EU op de middellange termijn. Bovendien moet verdere aandacht worden besteed aan de gevolgen van deze ontwikkelingen voor de afwegingen op het gebied van energie en buitenlands beleid van andere grote gas- en olie-exporteurs als Rusland, Qatar, Irak en anderen.

In deze blijvend complexe omgeving blijven energiezekerheid, concurrentievermogen en duurzaamheid de leidraad van de prioriteiten op het gebied van het externe energiebeleid van de EU.

3.           Coördinatie van de externe dimensie van het EU-energiebeleid

Om de coherentie en coördinatie op EU-niveau ten aanzien van de berichten aan bepaalde partnerlanden te verbeteren, heeft de Commissie een aantal vervolgacties voorgesteld, waaronder uitbreiding van de samenwerking tussen de lidstaten inzake hun intergouvernementele overeenkomsten met derde landen. Het voorstel voor een mechanisme voor de uitwisseling van informatie over dergelijke overeenkomsten was gevoegd bij de mededeling van de Commissie van september 2011. Na onderhandelingen tussen de medewetgevers werd het besluit van het Parlement en de Raad tot instelling van dit mechanisme aangenomen op 25 oktober 2012[7].

Transparantie over intergouvernementele overeenkomsten

Het mechanisme voor informatie-uitwisseling over intergouvernementele overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen op energiegebied (Besluit Nr. 994/2012/EU) is in werking getreden op 17 november 2012. Het verplicht de lidstaten om melding te maken van hun bestaande, juridisch bindende overeenkomsten met gevolgen voor de exploitatie of de werking van de interne energiemarkt of voor de energievoorzieningszekerheid, en van nieuwe overeenkomsten, zodra die zijn geratificeerd. De overeenkomsten worden vervolgens met andere lidstaten gedeeld, rekening houdend met vertrouwelijkheidsaspecten. Via het mechanisme kunnen de lidstaten de Commissie eveneens op de hoogte stellen van hun lopende onderhandelingen over intergouvernementele overeenkomsten, haar toestemming verlenen aan dergelijke onderhandelingen deel te nemen en haar vragen of een ontwerp van intergouvernementele overeenkomst verenigbaar is met de EU-regels.

Sinds de inwerkingtreding van het mechanisme is er een beveiligde database gemaakt. De Commissie heeft tot nu toe 114 intergouvernementele overeenkomsten ontvangen, deze geanalyseerd op hun verenigbaarheid met de EU-wetgeving en een beperkt aantal gevallen met de betrokken lidstaten besproken. De meeste intergouvernementele overeenkomsten zijn volledig met de andere lidstaten gedeeld.

Dankzij de analyse van de tot nu toe ingediende intergouvernementele overeenkomsten kon een aantal bepalingen worden geïdentificeerd met een hoger risico op onverenigbaarheid met de EU-wetgeving. Voor het einde van 2013 zal de Commissie met de lidstaten een informatie-uitwisselingsbijeenkomst organiseren over de lessen die zijn te leren uit de ingediende overeenkomsten, de veel voorkomende problemen die zijn aangetroffen, en de mogelijke maatregelen om onverenigbaarheden te ondervangen.

Naast dit wetgevingsinstrument zijn er nog andere initiatieven genomen om de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten over de externe betrekkingen op het gebied van energie te vergroten. Er vinden maandelijkse gesprekken plaats in de Raadswerkgroep op het gebied van energie, waarin de Commissie de lidstaten op de hoogte brengt van de EU-activiteiten en belangrijke vergaderingen en waar indien nodig EU-standpunten worden voorbereid. De Groep coördinatie gas heeft de coördinatie van maatregelen op het gebied van energievoorzieningszekerheid gefaciliteerd en heeft informatie uitgewisseld met leverende, verbruikende en doorvoerlanden, zoals Rusland, Oekraïne, Algerije, Zwitserland, de VS en Canada. Net als in het verleden zijn de internationale betrekkingen op het gebied van energie een agendapunt op de formele bijeenkomsten van de Energieraad, waardoor op ministerieel niveau informatie kan worden uitgewisseld en besprekingen kunnen worden gevoerd. Tijdens de Europese Raad van mei 2013 hebben de lidstaten toegezegd hun samenwerking ter ondersteuning van de externe dimensie van het Europese energiebeleid te versterken, en de ontwikkelingen met betrekking tot het externe energiebeleid van de EU te analyseren.

De frequentie van de discussies over extern energiebeleid is ook toegenomen in andere samenstellingen van de Raad, werkgroepen van de Raad en informele netwerken, zoals het Politiek en Veiligheidscomité, het informele netwerk van de directeuren-generaal op het gebied van mondiale kwesties van de ministeries van Buitenlandse Zaken van de EU-landen, en de geografisch ingedeelde werkgroepen van de Raad. Het externe energiebeleid stond met name op de agenda van de Raad Buitenlandse Zaken in juli 2012 en april 2013, waarbij de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU grote belangstelling toonden voor de vraag op welke manier het buitenlands beleid de EU-beleidsdoelstellingen op energiegebied kan ondersteunen.

Om een forum te verschaffen voor een meer gedetailleerde bespreking van strategieën en initiatieven ten aanzien van derde landen heeft de Commissie een strategische groep voor internationale energiesamenwerking opgericht. Het doel van deze groep, waarin de ministeries voor Energie en Buitenlandse Zaken van de lidstaten en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) deelnemen, is het identificeren en bespreken van gemeenschappelijke prioriteiten die kunnen leiden tot het ontwikkelen van gezamenlijke initiatieven en standpunten ten aanzien van derde landen en regio's. De strategische groep is sinds zijn oprichting in 2012 vijf keer bijeengekomen en heeft de relatie met China, Oekraïne, het zuidelijke Middellandse-Zeegebied, de VS en het Oostelijk Partnerschap besproken. Hierdoor ontstond er een betere gedeelde kennis van de gemeenschappelijke prioriteiten en de vervolgstappen in de samenwerking met deze partners op energiegebied. Het werk van de strategische groep zou echter kunnen profiteren van versterkte uitwisseling van informatie tussen de lidstaten betreffende hun activiteiten in derde landen, die tot nog toe beperkt is geweest.

Er heeft zich een praktijk ontwikkeld van regelmatige EU-coördinatiebijeenkomsten in Brussel en soms plaatselijk, voorafgaand aan bijeenkomsten van de leidende organen van de Energiegemeenschap, het Verdrag inzake het Energiehandvest (ECT), het Internationaal Energieagentschap (IEA) en het Internationaal Agentschap voor hernieuwbare energie (IRENA). Een EU-benadering is voor deze organisaties met name van belang bij kwesties van strategisch belang, zoals het IEA-toetredingsproces en de modernisering en uitbreiding van het ECT. Hoewel er in het kader van het Internationaal Partnerschap voor samenwerking inzake energie-efficiëntie (IPEEC), het Internationaal Energieforum (IEF), de Ministeriële Schone-Energiebijeenkomst (CEM) en de G8/G20 geen formele coördinatie plaatsvindt tussen deelnemende EU-lidstaten en de Commissie, wordt er in bepaalde gevallen wel informeel overlegd. Een meer gecoördineerde benadering zou bijdragen aan een sterke en doeltreffende rol van de EU in de wereldwijde energiediscussies en -organisaties.

Al deze inspanningen hebben baat gehad bij een nauwe werkrelatie tussen de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de EU voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de EDEO.

Hoewel de hierboven beschreven inspanningen de EU-activiteiten transparanter hebben gemaakt, bestaat er nog steeds een groot gebrek aan kennis over de eigen energie-activiteiten van de lidstaten in derde landen. Er kan meer gebruik worden gemaakt van de EU-delegaties voor rapportage en analyse, en ook de plaatselijke netwerken van energie-adviseurs zouden kunnen worden versterkt. Inspanningen om het delen van informatie te verbeteren en gemeenschappelijke doelstellingen na te streven bij kwesties van strategisch EU-belang zouden een succesvolle tenuitvoerlegging van de externe EU-doelstellingen op energiegebied ten goede komen.

4.           Versterking van de samenwerking tussen de EU en de buurlanden

De relatie met landen in de onmiddellijke omgeving van de EU hebben een belangrijke plaats gekregen in het externe energiebeleid van de EU. Dit is in lijn met de doelstellingen van het nabuurschapsbeleid. Hoewel de integratie van de energiemarkt en de convergentie wat betreft regelgeving een gedeelde doelstelling blijft met verschillende van onze buurlanden, heeft de integratie van de wetgevingskaders en de fysieke infrastructuur tijd nodig. Integratie is namelijk afhankelijk van het tempo van interne hervormingen en van de onderhandeling over en tenuitvoerlegging van complexe, juridisch bindende overeenkomsten. Dit vergde een gedifferentieerde aanpak.

De onderhandelingen met Zwitserland over een elektriciteitsovereenkomst zijn in 2007 begonnen, en moeten nog worden afgerond. Beide zijden proberen momenteel het proces nieuw leven in te blazen, zodat in 2014 een elektriciteitsovereenkomst kan worden gesloten. Dit is nodig voor verdere deelname van Zwitserse energiebedrijven aan de geharmoniseerde EU-elektriciteitsmarkt. Naast kwesties als een gelijk speelveld met betrekking tot overheidssubsidies, tenuitvoerlegging van transparantieregels en andere technische kwesties, zullen institutionele vraagstukken over met name een neutrale arbitrage-instantie voor juridische geschillen cruciaal zijn voor het sluiten van de overeenkomst.

De Energiegemeenschap is in 2011 uitgebreid met Oekraïne en Moldavië. Georgië heeft het lidmaatschap aangevraagd en Armenië, Noorwegen en Turkije zijn waarnemers; deze gemeenschap blijft een belangrijk instrument voor uitbreiding van de interne EU-markt naar de buurlanden. In de afgelopen twee jaar heeft de ministerraad van de Energiegemeenschap het acquis ervan uitgebreid met de regels van het Derde Pakket voor de interne elektriciteit- en gasmarkt, Richtlijn 2009/28/EG ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen, Richtlijn 2009/119/EG inzake olievoorraden en Verordening 2008/1099/EG en Richtlijn 2008/92/EG inzake statistieken. Bovendien worden er stappen gezet in de richting van het aannemen van Richtlijn 2012/27/EU (de energie-efficiëntierichtlijn) en Richtlijn 2010/75/EU (de richtlijn industriële emissies). Naast het uitbreiden van het acquis van de Energiegemeenschap richtten de activiteiten zich de afgelopen twee jaar op het bereiken van tastbare vooruitgang op het gebied van de integratie van de gas- en elektriciteitsnetwerken van de verdragspartijen, door intensievere monitoring en handhaving van de wettelijke bepalingen betreffende interconnectie, toegang van derden en grensoverschrijdende uitwisseling.

Actieve bevordering van een beperkt aantal investeringsprojecten die noodzakelijk zijn om de grensoverschrijdende stromen en de continuïteit van de voorziening te verruimen en om uit de huidige situatie van onderinvestering te geraken, was de belangrijkste doelstelling van de infrastructurele werkzaamheden. De lijst met projecten van die belang zijn voor de Energiegemeenschap, die in oktober 2013 door de ministeriële raad moet worden aangenomen, omvat ook projecten van groot regionaal belang en met grensoverschrijdende effecten. Een uitgebreide publieksraadpleging leidde tot 100 projectvoorstellen, waarvan er 33 op de PECI-lijst zijn geplaatst.

Tot slot zijn de voorbereidende werkzaamheden afgerond die de besluitvorming betreffende verlenging van het Energiegemeenschapsverdrag tot na 2016 mogelijk maken, aangezien dit verdrag in eerste instantie is gesloten voor een periode van 10 jaar, alsook de werkzaamheden betreffende het instellen van een reflectiegroep op hoog niveau om het functioneren ervan en mogelijke verbeteringen te analyseren.

Het Oostelijk Partnerschap is een ander kader waarin wordt getracht de energiezekerheid in de EU en van haar oostelijke partners te verhogen, en zo eveneens een bijdrage te leveren aan de doelstellingen van duurzame ontwikkeling en concurrentiekracht. De activiteit van het Platform Energiezekerheid van het Oostelijk Partnerschap is voortgezet door middel van zesmaandelijkse bijeenkomsten, aangevuld met gespecialiseerde workshops en werkbezoeken aan energiefaciliteiten. Dit platform richt zich op informatiedeling om kennis over beste praktijken te verspreiden, bijvoorbeeld op het terrein van energie-efficiëntie en opzet van elektriciteitsmarkten, in de landen van het Oostelijk Partnerschap.

Bilaterale samenwerking is een andere route voor relaties met veel van onze buurlanden. Een belangrijk onderdeel van de associatieagenda EU-Oekraïne was nog steeds de uitvoering van het memorandum van overeenstemming, dat de voorbereiding vormt op de associatieovereenkomst met een diepe en brede vrijhandelsruimte.

De EU hecht groot belang aan de betrouwbaarheid en transparantie van het Oekraïense gasdoorvoersysteem. De Commissie heeft haar actieve steun voortgezet aan het moderniseren van de gasdoorvoerinfrastructuur in Oekraïne en aan waarborgen dat dit een belangrijk onderdeel blijft van het Europabrede energienetwerk. Verdere inspanningen zijn verricht ten behoeve van een trilaterale oplossing met betrekking tot gasleveranties van Rusland aan de EU via Oekraïne. Oekraïne heeft echter ook de gelegenheid om zijn energiezekerheid te vergroten door het diversifiëren van de toeleveringsbronnen, en zich verder te ontwikkelen dan alleen in zijn overigens belangrijke traditionele rol als doorvoerland, vanwege het uitgebreide netwerk van pijpleidingen, conventionele en onconventionele gasbronnen en belangrijke gasopslagfaciliteiten, die een belangrijke factor vormen voor de energiezekerheid van de regio. Er zijn specifieke maatregelen genomen om omgekeerde gasstromen van de EU naar Oekraïne mogelijk te maken. Het ontwikkelen van een niet-discriminerend en stabiel juridisch en wettelijk kader is een voorwaarde, in lijn met de toezeggingen van Oekraïne in het kader van de Energiegemeenschap.

Dit was het thema van een rondetafelbijeenkomst op hoog niveau over de ontwikkeling van de Oekraïense gasmarkt, die in mei 2013 werd georganiseerd door de Europese Commissaris voor Energie en de Oekraïense minister van Brandstof en Energie. Toen is overeengekomen dat er een werkgroep zou worden opgericht, bestaande uit vertegenwoordigers van de Commissie en de Oekraïense autoriteiten, het secretariaat van de Energiegemeenschap, de betrokken EU-lidstaten en geïnteresseerde ondernemingen en financiële instellingen, om een forum te bieden ter ondersteuning van verdere hervormingen van de gassector in Oekraïne.

In Moldavië ondersteunt de EU de integratie van de Moldavische energiemarkt in de EU-energiemarkt, voor zowel de sector gas als de sector elektriciteit, door middel van verschillende instrumenten, zoals begrotingssteun en technische ondersteuning. De EU ondersteunt momenteel de aanleg van de gasinterconnector tussen Moldavië en Roemenië, waardoor gas in beide richtingen kan worden doorgegeven. Over het algemeen ondersteunt de EU het lopende hervormingsproces van de energiesector in aansluiting op de toetreding van Moldavië tot het Energiegemeenschapsverdrag in 2011.

In oktober 2012 heeft de Energiegemeenschap zijn jaarverslag over de tenuitvoerlegging van het acquis op grond van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap gepubliceerd, waarin voor het eerst ook Oekraïne en Moldavië waren opgenomen.

Binnen het kader van de positieve agenda voor de relaties tussen de EU en Turkije is overeengekomen om de samenwerking op energiegebied te versterken, gericht op langetermijnplanning, marktintegratie en ontwikkeling van infrastructuur, duurzaam energiebeleid, duurzame-energietechnologie, nucleaire veiligheid en stralingsbescherming. Er zijn twee bijeenkomsten gehouden in februari en april 2013, over respectievelijk elektriciteit en gas. In de volgende bijeenkomst, die momenteel voor het najaar van 2013 staat gepland, komt samenwerking aan de orde op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen. Deze samenwerking is gericht op het faciliteren van de uiteindelijke integratie van de Europese en Turkse energiemarkt en kan eveneens bijdragen aan het verhogen van de energievoorzieningszekerheid en het creëren van zakelijke gelegenheden aan beide kanten.

Bepaalde landen aan de Kaspische Zee, met hun overvloedige natuurlijke hulpbronnen en strategische geografische ligging in de bredere omgeving van de EU, vormen een belangrijk potentieel voor het diversifiëren van de energievoorziening en de doorvoerroutes van de EU, met name wat betreft de gasvoorziening. In overeenstemming met de verklaring betreffende de zuidelijke gascorridor van 2011 heeft de EU verder nauw samengewerkt met de landen en de bedrijven in de regio aan het openen van de zuidelijke gascorridor. Er is in 2012 aanzienlijke vooruitgang geboekt in de richting van het realiseren van dit voor de EU strategische project, met de ondertekening van een intergouvernementele overeenkomst tussen Turkije en Azerbeidzjan over de Trans-Anatolische pijpleiding (TANAP) en de ratificatie daarvan. Op 28 juni 2013 heeft het Shah Deniz II-consortium zijn besluit bekendgemaakt om de Trans-Adriatische pijpleiding (TAP) te kiezen als de Europese aanvoerroute voor zijn gas in de zuidelijke gascorridor. De uiteindelijke investeringsbeslissing wordt voor het einde van 2013 verwacht en in januari 2019 zal dan het eerste gas naar Europa stromen.

De EU blijft met Azerbeidzjan en andere landen in het Kaspische Zeegebied samenwerken aan de uitbreiding van deze corridor en het verder vergroten van de leveringen, zodat op middellange termijn ten minste 10 % van de Europese vraag via deze corridor kan worden geleverd. De Commissie verleent hiertoe actief steun aan verdere integratie van de Zuidoost-Europese markten.

De Commissie heeft in september 2011 van de Raad richtsnoeren ontvangen voor de onderhandelingen over een trilaterale overeenkomst met Turkmenistan en Azerbeidzjan met betrekking tot de aanleg van een Trans-Kaspische pijpleiding (TCP). Deze gesprekken lopen. De Commissie werkt nauw samen met de hoge vertegenwoordiger van de Unie en haar speciale vertegenwoordiger voor Centraal-Azië om het strategische belang van de TCP mee te delen aan de landen in de regio, waaronder Rusland. De Commissie is in samenwerking met de Wereldbank een milieueffectonderzoek gestart met betrekking tot de TCP, om gehoor te geven aan zorgen van een aantal landen aan de Kaspische Zee over mogelijke milieugevolgen van een dergelijke pijpleiding. Dit onderzoek zal naar verwachting begin 2014 worden afgerond.

De energiedialoog met Rusland blijft intensief en de energiebetrekkingen worden regelmatig besproken op het hoogste niveau, onder meer tijdens de topontmoetingen tussen Rusland en de EU. De constructieve uitwisselingen hebben geleid tot het aannemen van een routekaart EU-Rusland 2050 in maart 2013.

Sinds begin 2012 vinden er regelmatig constructieve onderhandelingen plaats tussen de EU en Rusland met betrekking tot de elektriciteitsovereenkomst, ter verbetering van de coördinatie tussen de gesynchroniseerde stroomsystemen van de Baltische staten, de Russische Federatie en Belarus, zodat ook de Baltische staten de interne marktregels voor elektriciteit kunnen uitvoeren. Deze onderhandelingen moeten in de nabije toekomst worden afgerond.

Het mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing op energiegebied van de EU en Rusland, met gezamenlijke maatregelen in geval van noodsituaties, het bestrijden van de gevolgen daarvan en het voorkomen ervan in de toekomst, is in februari 2011 herzien.

Met Rusland vinden ook gesprekken plaats over de tenuitvoerlegging van het Tweede en Derde Pakket[8] in de lidstaten van de EU en in Oekraïne, zoals ontbundeling in Litouwen, de OPAL-vrijstelling en omgekeerde stromen tussen de EU en Oekraïne. Er worden pragmatische oplossingen overwogen, net als bij de Yamal-pijpleiding in Polen.

Er bestaat onzekerheid over het juridisch kader op de lange termijn voor de betrekkingen tussen de EU en Rusland. Hoewel de noodzaak tot juridische helderheid blijkt uit een groeiend aantal energiegerelateerde zaken tussen de EU en Rusland, verschillen de standpunten van de twee partijen aanzienlijk met betrekking tot het energiehoofdstuk van een nieuw overkoepelend juridisch kader, de Nieuwe Overeenkomst.

Routekaart EU-Rusland 2050

In de loop van 2011 en 2012 hebben de Europese Commissie en de Russische regering samengewerkt aan de energieroutekaart van de EU en Rusland tot 2050, om een samenwerkingsperspectief op lange termijn vast te stellen en om de onzekerheid in de energiebetrekkingen op een aanvaardbaar niveau te brengen. De routekaart voor samenwerking tussen de EU en Rusland op energiegebied tot 2050 is in maart 2013 ondertekend door Energiecommissaris Oettinger en minister van Energie Novak.

De aangenomen routekaart is een afspiegeling van de sterke gemeenschappelijke belangen en baten die de basis vormen van de energiebetrekkingen tussen de EU en Rusland. Het strategische doel is het creëren van een gezamenlijke energieruimte voor 2050, met een functionerende, geïntegreerde netwerkinfrastructuur, met open, transparante, efficiënte en concurrerende markten, die het nodige bijdragen aan de energiezekerheid en het bereiken van de duurzame ontwikkelingsdoelen van de EU en Rusland.

De routekaart is een toekomstgericht, levend document, waarin een groot aantal kwesties aan bod komen die belangrijk zijn voor de energiebetrekkingen tussen de EU en Rusland. De routekaart is met name gericht op samenwerking inzake energie-efficiëntie en op de gebieden elektriciteit, gas, olie en hernieuwbare grondstoffen. Op elk van deze gebieden bevat de routekaart specifieke aanbevelingen voor een serie stappen, waarmee in de komende decennia de energiesamenwerking tussen de EU en Rusland kan worden verbeterd.

De aanbevelingen en voorgestelde concrete acties in de routekaart worden gecontroleerd - en herzien - in het kader van de energiedialoog tussen de EU en Rusland. De vastgestelde aanbevelingen worden gebruikt in de betreffende werkprogramma's van alle thematische groepen in de energiedialoog EU-Rusland. Hierdoor kan de invoering op alle gebieden van de bilaterale energiesamenwerking grondig worden gecontroleerd.

De EU is sterk betrokken bij het transformatieproces in het zuidelijk Middellandse Zeegebied, zoals geschetst in de gezamenlijke mededeling uit 2011, getiteld "Een partnerschap voor democratie en gedeelde welvaart"[9], bij het mobiliseren van significante aanvullende hulpbronnen, het bieden van meer handels- en marktkansen en het intensiveren van de betrokkenheid met het maatschappelijk middenveld. Het instellen van een regionaal EU-Mediterraan energiepartnerschap, oorspronkelijk gericht op elektriciteit en hernieuwbare energie, was een van de belangrijkste voorstellen van de externe energiestrategie uit 2011. Aangezien de landen in de regio in een zeer moeilijke politieke situatie verkeren en te maken hebben met interne uitdagingen, blijft een multilateraal regionaal juridisch energiekader een langetermijndoelstelling.

Niettemin is er op verschillende fronten vooruitgang geboekt. Belangrijke begrotingssteunprogramma's die gericht zijn op hervormingen in de energiesector en jumelageprogramma's worden in verschillende landen van de regio ten uitvoer gelegd. Met Marokko zijn onderhandelingen gestart over een diepgaande en uitgebreide vrijhandelsovereenkomst (DCFTA) met een aanzienlijk energiehoofdstuk. Tot nu toe zijn in 2013 twee onderhandelingsronden gehouden. De ondertekening van een memorandum van overeenstemming betreffende energie met Algerije in juli 2013 moet de samenwerking met deze belangrijke leverancier versterken. De EU verleent steun aan projecten op het gebied van stroomopwekking en -transport door verschillende financieringsinstrumenten en in nauwe samenwerking met de internationale financiële instellingen.

In december 2013 zal te Brussel voor het eerst sinds 2007 een mediterrane ministeriële energieraad worden gehouden. De Raad kan de gelegenheid bieden om het mediterrane plan voor zonne-energie te steunen en om het project tot instelling van een mediterrane energiegemeenschap te bespreken.

De ontdekking van aardgas in het Levant Basin buiten de kust van Israël en Cyprus, respectievelijk in 2009 en 2011, heeft nieuwe perspectieven gebracht voor het oostelijk Middellandse Zeegebied en zou van bepaalde landen in de regio gasexporteurs kunnen maken in plaats van importeurs. De EU blijft de huidige ontwikkelingen ten aanzien van de lopende exploratieactiviteiten in het oostelijke Middellandse Zeebekken volgen. Nauwe samenwerking tussen de EU en de landen in de regio is van cruciaal belang om het gaspotentieel van die regio ten volle te benutten. Bovendien zullen de keuze van de routes, de wijze van transport en de verkoopprijs bepalend zijn voor potentiële EU-gasinvoer uit die regio. In dit verband moeten behalve de opties die op dit moment reeds worden beoordeeld, zoals een LNG-terminal in Cyprus en een pijpleiding van het offshoregebied van Cyprus naar Griekenland via Kreta, ook alle andere potentiële routes worden overwogen en beoordeeld vanuit een energiezekerheidsstandpunt.

Er is een energiedialoog ingesteld met Israël, om samenwerking te bevorderen met betrekking tot kwesties in verband met de markttoegang, prijzen en infrastructuur op de Europese gasmarkt, maar ook met betrekking tot samenwerking op het gebied van onderzoek, bevordering van hernieuwbare energie, ontwikkeling van slimme netten en beheer van de respons op een veranderende vraag. Aangezien Libanon binnenkort begint met de exploratie staat de EU klaar om in belangrijke mate bij te dragen aan technische ondersteuning en capaciteitsopbouw. De EU zal ook een rol spelen bij de regionale samenwerking om het hoogste veiligheidsniveau voor de offshore exploratie van koolwaterstoffen en voor het milieu te waarborgen.

Verbeterde verbindingen met buurlanden blijven een belangrijke doelstelling van de EU. De eerste lijst met projecten van gezamenlijk belang wordt in het najaar van 2013 aangenomen, als onderdeel van de tenuitvoerlegging van de onlangs aangenomen richtsnoeren voor de trans-Europese energie-infrastructuur[10]. Deze lijst zal naar verwachting een aantal projecten bevatten over de totstandbrenging van verbindingen met landen buiten de EU. Er zal in de toekomst eveneens worden nagedacht over het verbeteren van de infrastructuurverbindingen met derde landen en het ontwikkelen van een daadwerkelijk pan-Europese markt.

Bovendien steunt de EU een grote reeks investeringen in de energiesector: via de ENB-investeringsfaciliteit heeft de Commissie reeds 150 miljoen euro bijgedragen aan de financiering van investeringssubsidies of technische bijstand aan de ENB-regio in deze sector, waardoor Europese financieringsinstellingen leningen kunnen verstrekken tot een bedrag van 2 miljard euro. Zij biedt ook technische ondersteuning en bevordert regionale samenwerking op energiegebied via verschillend programma's zoals INOGATE[11] en het burgemeestersconvenant[12].

5.           Diepere energiepartnerschappen met leverende en consumerende landen

Uit de ontwikkelingen op de wereldwijde energiemarkten van de afgelopen twee jaar blijkt dat de EU moet doorgaan met het bevorderen van transparante, competitieve en flexibele energiemarkten in haar relaties met energieleveranciers. De EU moet eveneens open en flexibel staan tegenover samenwerking met opkomende nieuwe leveranciers, die toegang willen tot de EU-markt.

Voor wat betreft de samenwerking met energieleverende landen bleven de inspanningen van de EU zich concentreren op de betrekkingen met traditionele leveranciers, met name Rusland. De betrekkingen van de EU met Noorwegen bereikten in 2012 een nieuwe mijlpaal, aangezien de aardgasexport van Noorwegen naar de EU is gestegen tot een niveau dat vergelijkbaar is met die van Rusland. Noorwegen speelt niet alleen een rol als energieleverancier van de EU, maar is als lid van de Europese Economische Ruimte (EER) een speciale partner van de EU. Via de jaarlijkse ministeriële bijeenkomsten van de EU en Noorwegen is de positieve samenwerking blijvend bevorderd; daarbij kwamen nog de gespecialiseerde bijeenkomsten als de conferentie van de EU en Noorwegen over de rol van gas van maart 2013. Het is van belang dat de EER en de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie, waaronder Noorwegen, zo snel mogelijk het Derde Energiepakket omzetten en toepassen.

De inspanningen voor toenadering op politiek niveau met leveranciers in het Midden-Oosten zijn de laatste twee jaar versterkt, door middel van directe informele gesprekken met landen als Saoedi-Arabië en Qatar, en door de deelname van de Commissaris voor Energie aan evenementen op hoog niveau zoals de ministeriële bijeenkomsten tussen de EU en de OPEC en de ministeriële bijeenkomst van het Internationaal Energieforum. Hoewel de ruggengraat van de betrekkingen van de EU met energieleveranciers wordt gevormd door contractuele relaties tussen marktdeelnemers, is het bouwen aan vertrouwen op politiek niveau en gerichte samenwerking op gebieden van bijzonder belang voor onze partners een mogelijke stimulans voor de handelsbetrekkingen. Voorbeelden van recente activiteiten op uitvoerend gebied zijn de gezamenlijke rondetafelbijeenkomst van de EU en de OPEC over de veiligheid van de offshore olie- en gasindustrie van november 2012, en samenwerking met betrekking tot energie-efficiëntie met de Arabische Liga en individuele landen zoals Saoedi-Arabië.

Energieproducerende landen in Afrika, bijvoorbeeld Nigeria en Angola, zijn ook voor de EU nu al belangrijke leveranciers. Met de ontdekking van nieuwe olie- en gasvoorkomens op dat continent zal het belang van Afrika voor de energievoorziening en voor de energiezekerheid van de EU waarschijnlijk toenemen. De EU blijft deze ontwikkelingen volgen en houdt er rekening mee in haar samenwerkingsinspanningen.

Meer concrete vooruitgang is merkbaar in de ontwikkeling van samenwerking met consumerende landen, met name China. Energie is nu een van de belangrijkste thema's in de betrekkingen tussen de EU en China dankzij de succesvolle energiebijeenkomst EU-China op hoog niveau van mei 2012, waarbij belangrijke beleidsmakers aan Chinese zijde spraken met de energieministers van de EU-lidstaten en met de Europese Commissie[13]. Op deze bijeenkomst op hoog niveau is overeengekomen dat energiezekerheid een nieuw samenwerkingsgebied is waardoor strategische discussies met onze Chinese partners mogelijk worden om veilige, stabiele, zekere en duurzame wereldwijde energiemarkten te waarborgen. Op deze bijeenkomst op hoog niveau werd eveneens het urbanisatiepartnerschap EU-China gelanceerd. Binnen dat partnerschap spelen kwesties in verband met energievoorziening, ‑efficiëntie en ‑planning een belangrijke rol, hoewel het kader breder is. De samenwerking op het gebied van energie met China wordt ook ondersteund door de dialoog inzake samenwerking op het gebied van innovatie tussen de EU en China.

De prioriteiten van de nieuwe Chinese regering sluiten aan op de door de EU vastgestelde prioriteiten voor de samenwerking met China op energiegebied. Dit heeft op uitvoerend niveau geleid tot een snel groeiende stroom van activiteiten, onder meer op het gebied van elektriciteitsregulering, ontwikkeling van de gasmarkt, langetermijnplanning, wereldwijde energiegovernance en nucleaire veiligheid en een mogelijke Euratom‑overeenkomst naar aanleiding van de versterkte bilaterale overeenkomst voor samenwerking op het gebied O&O inzake het vreedzame gebruik van kernenergie. De samenwerking op energiegebied met China zal een belangrijk onderdeel vormen van het document met prioriteiten voor het strategische partnerschap EU-China, dat naar verwachting op de volgende topontmoeting tussen de EU en China wordt aangenomen.

Urbanisatiepartnerschap EU-China

Het urbanisatiepartnerschap EU-China is in mei 2012 gelanceerd door de toenmalige vicepremier Li Keqiang en Commissievoorzitter Barroso. Het is een open politiek platform voor Europese en Chinese belanghebbenden, voor samenwerking en het uitwisselen van ervaringen bij het aanpakken van de economische, sociale en milieu-uitdagingen in verband met urbanisatie. Aangezien de urbanisatie in China naar verwachting snel zal stijgen ten opzichte van de huidige 50 procent, en omdat driekwart van de Europese bevolking in een stedelijke omgeving woont, streven beide partners naar het ontwikkelen van innovatieve benaderingen van urbanisatie.

Dit partnerschap is het eerste instrument in zijn soort. Het omvat vele sectoren, zoals duurzame ruimtelijke ordening, beheer van vraag en aanbod van energie, mobiliteit, groene gebouwen en stedelijke governance. Ook is er een verscheidenheid aan belanghebbenden, waaronder plaatselijke overheden, ondernemingen, niet-gouvernementele organisaties, denktanks en brancheverenigingen bij betrokken.

Het partnerschap wordt uitgevoerd door middel van een jaarlijks urbanisatieforum met een aantal thematische subfora en een tentoonstelling over duurzame urbanisatie. Ook zijn hierin particuliere en plaatselijke initiatieven opgenomen. Het partnerschap moet voortbouwen op bestaande samenwerkingsactiviteiten en nieuwe stimuleren, en waar mogelijk synergieën realiseren.

De samenwerking met de VS werd voortgezet door middel van de jaarlijkse bijeenkomsten van de energieraad EU-VS en de drie werkgroepen over energiezekerheid, energietechnologie en energiebeleid. De regelmatige gesprekken gaan over onderwerpen als de wereldwijde olie- en gasmarkten, ontwikkelingen in de omgeving van de EU zoals de zuidelijke gascorridor, energie-efficiëntie, het afvangen en de opslag van kooldioxide, slimme netten, offshore- en nucleaire veiligheid. Prioritaire gebieden die in het kader van de samenwerking op onderzoeksgebied zijn aangepakt waren onder meer slimme netten en opslag, alsmede waterstof- en brandstofceltechnologieën, materiaalgebruik in de energiesector en kernfusie. Ook zijn concrete initiatieven genomen om de samenwerking tussen laboratoria te verbeteren via de gezamenlijke programma's van de Europese Alliantie voor energieonderzoek en het GCO enerzijds en de verschillende energieprogramma's, laboratoria en agentschappen van de VS anderzijds, waarbij belangrijke kwesties, zoals wederkerigheid, nog moeten worden aangepakt.

Door de scherpe stijging van de niet-conventionele olie- en gasproductie in de VS ontstaat er echter een nieuwe dynamiek in de energiebetrekkingen tussen de EU en de VS, die ook te maken heeft met bilaterale handelskwesties en industriële concurrentiekracht. De onlangs gestarte onderhandelingen over het Trans-Atlantisch Handels- en Investeringspartnerschap kunnen een belangrijke rol spelen bij het stellen van gezamenlijke regels voor handel en investeringen in energie en grondstoffen. Deze zouden vervolgens kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van wereldwijde regels en normen.

Na de drievoudige ramp van maart 2011 hebben leiders uit de EU en Japan opgeroepen tot een krachtiger samenwerking op energiegebied. Momenteel wordt deze samenwerking vormgegeven op het gebied van hervorming van de elektriciteitsmarkten, nu Japan wetsvoorstellen op dit gebied voorbereidt, en op het gebied van de gasmarkten, met het oog op het delen van analyses over recente ontwikkelingen en het bespreken van de wijze waarop regeringen steun kunnen verlenen aan de overgang naar een meer liquide en flexibele wereldwijde gasmarkt. De eerste contacten zijn gelegd om regelmatig ideeën uit te wisselen op het gebied van nucleaire veiligheid; de samenwerking op het gebied van onderzoek naar reactorveiligheid en crisisbeheersing groeit gestaag, nu Japan zijn energiestrategie en bijbehorende onderzoeksprioriteiten heroverweegt.

Bij de topontmoeting tussen de EU en India in februari 2012 is een gezamenlijke verklaring aangenomen over een verbeterde samenwerking op energiegebied, waarin de nadruk ligt op schone kolenproductie en schoon gebruik van kolen, energie-efficiëntie in producten en gebouwen, slimme netten en hernieuwbare energie. Op de meeste van deze terreinen zijn er activiteiten gestart en het Energiepanel EU-India komt jaarlijks bijeen om toezicht te houden op de samenwerking en standpunten uit te wisselen. Energie is ook een van de thematische prioriteiten van het Indiaas-Europees partnerschap dat in 2012 is gesloten.

In het kader van de sinds 2007 lopende samenwerking op energiegebied tussen de EU en Brazilië is tijdens de bijeenkomst van de energiebeleidsdialoog van 2013 overeengekomen om uitwisselingen op het gebied van duurzame energie uit te breiden en om gezamenlijk voorwaarden op te stellen voor het transparant op de markt brengen van biobrandstoffen. Er is een begin gemaakt met het actieve gezamenlijke onderzoek naar duurzame biobrandstoffen dat de komende jaren verder wordt opgeschaald.

Op multilateraal gebied verleent de EU doorlopend steun aan het Energiehandvest als belangrijk kader voor juridisch bindende regels voor de energiehandel, het energietransport en de investeringen in energie.. De EU is een uitgesproken voorstander geweest van het beleid inzake consolidatie, bewustmaking en uitbreiding van het Energiehandvest, dat in juli 2012 is goedgekeurd, alsmede van de plannen om de Verklaring bij het Energiehandvest van 1991 te moderniseren.

De EU heeft al onderhandeld over een aantal veelomvattende, energiespecifieke regels in een aantal vrijhandelsakkoorden. Er zijn energiespecifieke onderhandelingen afgerond met Oekraïne, Moldavië, Georgië en Armenië. De onderhandelingen met de VS, Rusland en Marokko lopen nog. Die met Azerbeidzjan en waarschijnlijk Mexico gaan nog van start. De energiekwesties zijn ook in horizontale zin van belang bij handelsonderhandelingen met Canada en Kazachstan, en met betrekking tot groene technologie met de ASEAN-landen.

Zoals eerder aangegeven was het ongeluk in Fukushima aanleiding tot een oproep van de EU om wereldwijd door middel van bilaterale en multilaterale kaders het hoogste niveau van nucleaire veiligheid te bevorderen. De EU heeft haar buurlanden uitgenodigd om deel te nemen aan de EU-stresstests en het peer-reviewproces. Zwitserland, Oekraïne en Kroatië (voordat dat land tot de EU toetrad) hebben volledig deelgenomen. Andere naburige landen (bijvoorbeeld Turkije, Belarus en Armenië) hebben ermee ingestemd om op basis van dezelfde methode te werken maar met een afwijkend tijdschema. Rusland voert zijn eigen beoordelingen uit. Naar aanleiding van deze beoordelingen is steun gepland aan bepaalde landen met het behulp van het instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid.

Daarnaast worden de nodige stappen gezet om nucleaire veiligheid op te nemen in de bilaterale Euratom-overeenkomsten, zoals de lopende herziening van de overeenkomst met Canada en de nieuwe overeenkomst met Zuid-Afrika, verkennende uitwisselingen met Rusland en in de toekomst mogelijke gesprekken met China en Zuid-Korea.

In multilateraal verband neemt de EU actief deel aan de inspanningen van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA). Euratom breng zijn eigen ervaring in bij de opstelling van voorstellen voor de komende zesde herzieningsbijeenkomst voor het Verdrag inzake nucleaire veiligheid, die naar verwachting in maart/ april 2014 zal plaatsvinden. Bilaterale samenwerking tussen de EU en de IAEA is versterkt met de instelling van een nieuw samenwerkingsmechanisme in januari 2013, waarbij besprekingen worden gevoerd tussen hoge functionarissen over nucleaire technologieën, waaronder de veiligheid en zekerheid van de productie van kernenergie en van onderzoeksactiviteiten.

Nu er in de EU een nieuw wettelijk kader wordt opgesteld voor de veiligheid van offshore-activiteiten, is dit onderwerp opgenomen in de bilaterale samenwerking met relevante landen, zoals de VS en Noorwegen, maar ook met de OPEC, en in de context van de deelname van de EU in internationale kaders zoals de G20.

6.           Ondersteuning van ontwikkelingslanden

Het ondersteunen van de inspanningen van ontwikkelingslanden om een einde te maken aan armoede is de primaire doelstelling van het EU-ontwikkelingsbeleid en een prioriteit voor de externe actie van de EU ter ondersteuning van de EU-belangen in een stabiele en welvarende wereld. De EU heeft al veel gedaan om de armoede terug te dringen en in het bijzonder om de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling te ondersteunen. De EU heeft de laatste zes jaar een financiële bijdrage van ten minste 2,5 miljard euro toegewezen aan de internationale samenwerking op het gebied van niet-nucleaire energie om de uitdagingen van energie, armoede en duurzame groei aan te pakken. Gebrek aan toegang tot duurzame energiediensten is een ernstige belemmering voor sociale en economische ontwikkeling.     Zonder duurzame energie is het moeilijk om voldoende toegang te garanderen tot schoon water, goed onderwijs en basale gezondheidszorg. Een betere toegang tot energie heeft een aanzienlijk effect op de productiviteit en de toegevoegde waarde in ieder stadium van de landbouwwaardeketen, van productie, verwerking en opslag na de oogst, tot het in de handel brengen.

Om deze kwesties aan te pakken is de Agenda voor Verandering[14] aangegeven dat de EU naast financiële ontwikkelingshulp technologie en expertise moet bieden, en dat een en ander vooral op de volgende drie belangrijke uitdagingen moet worden gericht: prijsschommelingen en energiezekerheid, klimaatverandering waaronder toegang tot technologie met lage CO2-uitstoot, en toegang tot veilige, betaalbare, schone en duurzame energie.

Vanwege de verenigbaarheid met deze richtsnoeren steunt de Commissie de doelstellingen van het initiatief Duurzame energie voor iedereen van secretaris-generaal Ban Ki-moon van de Verenigde Naties. Dit initiatief is gericht op universele toegang tot energie in 2030 en een verdubbeling van het percentage energie-efficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energie.

De EU draagt bij aan deze doelstellingen met haar eigen initiatief Duurzame energie voor iedereen. Dit initiatief wordt aangevoerd door Commissievoorzitter Barroso en is erop gericht de ontwikkelingslanden te helpen om in 2030 500 miljoen mensen toegang te geven tot energie.

Om dit doel te bereiken heeft de Commissie voor de periode 2012-2013 meer dan 500 miljoen euro gereserveerd, om de steun voor duurzame energie in ontwikkelingslanden onmiddellijk te kunnen verhogen. Samen met de lidstaten worden deze inspanningen de komen de jaren uitgebreid. Bijzondere aandacht zal worden besteed aan partnerlanden die energie als concentratiesector hebben gekozen voor de samenwerking met de EU, in het kader van het komende meerjarig financieel kader.

Op internationaal niveau bevordert de Commissie de doelen van de Agenda voor Verandering eveneens door de toegang tot duurzame energiediensten te steunen als specifieke doelstelling in het kader van het vervolg op de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling.

EU-Duurzame energie voor iedereen

Om het door Commissievoorzitter Barroso gestelde doel te halen, namelijk om de ontwikkelingslanden te helpen om 500 miljoen mensen toegang te geven tot energie, heeft de Commissie voor 2012-2103 de volgende bedragen gereserveerd:

-          400 miljoen euro voor energiegerelateerde acties in Afrika ten zuiden van de Sahara, in combinatie met leningen. Hiermee moeten concrete investeringen van 4 tot 8 miljard euro kunnen worden gerealiseerd.

-          65 miljoen euro voor een technische ondersteuningsfaciliteit die gericht is op het helpen van ontwikkelingslanden met het opstellen en uitvoeren van hervormingsprogramma's, zodat private investeringen kunnen worden aangetrokken.

-          Bijna 100 miljoen euro wordt beschikbaar gesteld voor het verbeteren van de toegang tot moderne en duurzame energiediensten aan armen in afgelegen en landelijke gebieden.

7.           Conclusie

De Mededeling van de Commissie inzake leveringszekerheid en internationale samenwerking en de conclusies van de Energieraad van november 2011 hebben een belangrijke impuls gegeven aan EU-maatregelen op dit gebied. In de afgelopen twee jaar zijn de activiteiten geïntensiveerd, waaronder politieke overeenkomsten met een aantal EU-partners ter verbetering van de samenwerking op energiegebied en de start van onderhandelingen voor een aantal energiespecifieke en sectoroverstijgende overeenkomsten. Er is niet op alle gebieden en met alle partners succes behaald, maar de waargenomen positieve trend spoort aan tot voortdurende aandacht van en inspanningen door de EU.

De twee jaar geleden gekozen strategie en prioriteiten zijn grotendeels nog steeds geldig. Toch moet flexibiliteit en pragmatisme behouden blijven in de externe energiebetrekkingen van de EU, zodat er indien nodig aanpassingen kunnen worden gedaan aan de snelle veranderingen in de wereldwijde energiemarkten en aan de politieke en economische ontwikkelingen. Het wetgevingskader van de EU inzake de interne energiemarkt, energie-efficiëntie, hernieuwbare energie, het milieu, concurrentie en andere thema's blijven een belangrijke referentie voor vele EU-partners. Door de ervaring van de EU te delen op het gebied van de ontwikkeling van energiebeleid, de successen daarvan en de resterende uitdagingen, krijgen vele van onze partners de gelegenheid positief betrokken te raken bij het onderwerp en vertrouwen op te bouwen.

Voortzetting van de succesvolle tenuitvoerlegging van de externe energieprioriteiten vergt een nauwe samenwerking tussen de Commissie en de hoge vertegenwoordiger en de EDEO, waarbij optimaal gebruik kan worden gemaakt van hun instrumenten en hulpbronnen, zoals de EU-delegaties. Ook zullen voortdurende inspanningen nodig zijn om de coördinatie met en tussen de EU-lidstaten te versterken. De externe energie-activiteiten van de EU zijn geen vervanging van de bilaterale samenwerking met de lidstaten, en moeten dat ook niet zijn, maar eerder een aanvulling daarop in gevallen waarin de EU een toegevoegde waarde biedt. Toch moet worden gewaarborgd dat de EU met één stem met haar partners spreekt. Uiteindelijk zal een gecoördineerde aanpak een doeltreffende bevordering van de strategische belangen van de EU mogelijk maken en het collectieve gewicht en de onderhandelingsmacht ten opzichte van de partners doen toenemen.

[1]               COM(2011) 539.

[2]               Conclusies van de TTE-Raad van 24 november 2011 inzake energievoorzieningszekerheid en internationale samenwerking – "Het energiebeleid van de EU: verbintenissen met partners buiten onze grenzen" (17615/11).

[3]               BP Statistical Review of World Energy 2012, http://www.bp.com/en/global/corporate/about-bp/statistical-review-of-world-energy-2013.html.

[4]               World Energy Outlook 2012, Internationaal Energieagentschap.

[5]               "Redrawing the Energy-Climate Map," World Energy Outlook Special Report, Internationaal Energieagentschap, juni 2013.

[6]               "Redrawing the Energy-Climate Map," World Energy Outlook Special Report, Internationaal Energieagentschap, juni 2013.

[7]               Besluit Nr. 994/2012/EU, PB L 299 27.10.2012, blz. 13.

[8]               http://ec.europa.eu/energy/gas_electricity/legislation/legislation_en.htm

[9]               COM(2011) 200 def.

[10]             Verordening (EU) Nr. 347/2013, PB L 115 25.4.2013, blz. 39.

[11]             http://www.inogate.org

[12]             http://www.covenantofmayors.eu

[13]             Op de bijeenkomst op hoog niveau tussen de EU en China van mei 2012 is overeenstemming bereikt over drie verklaringen, waaronder de gezamenlijke verklaring van de EU en China inzake verbeterde samenwerking op de elektriciteitsmarkten, de verklaring van de EU en China inzake energiezekerheid en de gezamenlijke verklaring inzake het urbanisatiepartnerschap EU-China.

[14]             COM(2011) 637 def.

Top