This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52013DC0638
REPORT FROM THE COMMISSION TO THE EUROPEAN PARLIAMENT, THE COUNCIL AND THE EUROPEAN ECONOMIC AND SOCIAL COMMITTEE Implementation of the Communication on Security of Energy Supply and International Cooperation and of the Energy Council Conclusions of November 2011
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ Tenuitvoerlegging van de Mededeling inzake energievoorzieningszekerheid en internationale samenwerking en van de Conclusies van de Energieraad van november 2011
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ Tenuitvoerlegging van de Mededeling inzake energievoorzieningszekerheid en internationale samenwerking en van de Conclusies van de Energieraad van november 2011
/* COM/2013/0638 final */
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ Tenuitvoerlegging van de Mededeling inzake energievoorzieningszekerheid en internationale samenwerking en van de Conclusies van de Energieraad van november 2011 /* COM/2013/0638 final */
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES
PARLEMENT, DE RAAD EN HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ Tenuitvoerlegging van de Mededeling inzake
energievoorzieningszekerheid en internationale samenwerking en van de
Conclusies van de Energieraad van november 2011 In dit verslag worden de voornaamste
resultaten van de externe aspecten van het EU-energiebeleid sinds 2011 aan een
nader onderzoek onderworpen. Het verslag is opgesteld door de diensten van de
Commissie in samenwerking met de Europese Dienst voor extern optreden. 1. Inleiding Betrouwbare, duurzame en concurrerende
energievoorziening is van fundamenteel belang voor de economie, de industrie en
de inwoners van de EU. Ter verwezenlijking van deze beleidsdoelstellingen moet
de EU intern maatregelen nemen en dient zij over passende instrumenten te
beschikken om haar belangen te kunnen bevorderen ten overstaan van derde
landen. Ter versterking van de externe dimensie van
het EU-energiebeleid heeft de Commissie op 7 september 2011 een Mededeling inzake
energievoorzieningszekerheid en internationale samenwerking gepubliceerd:
"Het energiebeleid van de EU: verbintenissen met partners buiten onze
grenzen"[1].
In deze mededeling wordt voor het eerst een alomvattend extern energiebeleid
uiteengezet, met een beschrijving van 43 uit te voeren acties. Dit voorstel
vormt een antwoord op het verzoek van de Europese Raad van 4 februari 2011 om
de samenhang en coherentie van de externe maatregelen op energiegebied verder
te verbeteren met het oog op de bijdrage aan het bereiken van de doelstellingen
van het EU-energiebeleid. De in 2011 vastgestelde energiestrategie biedt
een significant momentum voor een aantal EU-initiatieven op dit gebied. De
energievoorzieningszekerheid van de EU is versterkt dankzij inspanningen om
inheemse hernieuwbare-energiebronnen tot ontwikkeling te brengen en toe te
passen, de energie-efficiëntie te verbeteren en de externe energiebronnen, ‑voorraden
en ‑routes te diversifiëren, alsmede door het onderhouden van een voor
beide partijen nuttige samenwerking met de bestaande leveranciers van Europa.
Recente ontwikkelingen, zoals de keuze van de route voor de zuidelijke
corridor, hebben de EU een stap dichterbij een directe verbinding met de regio
van de Kaspische Zee gebracht, die rijk is aan hulpbronnen. De nauwe
samenwerking met Rusland werd voortgezet, hetgeen de kernrol van dat land als
EU-energieleverancier weerspiegelt, en ook is prioriteit gegeven aan de
modernisering van het Oekraïense gastransportsysteem – de belangrijkste
corridor voor de toevoer van Russisch gas naar de EU. De
diversificatie-inspanningen van de EU zullen worden voortgezet in het kader van
de wereldwijde ontwikkelingen, zoals schaliegas en olieproductie in de VS en de
ontdekkingen van nieuwe olie- en gasvoorkomens in het oostelijke Middellandse
Zeegebied en in Afrika. In dit verband is verdere verbetering van de
infrastructuurverbindingen met naburige landen van belang. De eerste EU-lijst
met projecten van gezamenlijk belang bevat een aantal koppelingen met landen buiten
de EU. In de toekomst zal worden nagedacht over de interconnectiecapaciteit ten
aanzien van derde landen, ter ondersteuning van de vorming van een werkelijk
Europabrede energiemarkt. Niet alleen energiezekerheid, maar ook het
duurzame-energiebeleid, de bevordering van hernieuwbare energie en
energie-efficiëntie, technologisch onderzoek en innovatie‑inspanningen
lagen aan de basis van de samenwerking van de EU met de meeste partnerlanden en
in het kader van internationale organisaties. Er hebben zich in vele
EU-partnerlanden aanzienlijke ontwikkelingen voorgedaan op deze gebieden,
waarbij de EU haar ervaring op het gebied van regelgeving en beleidsaanpak met
hen kon delen. Deze onderwerpen waren van even groot belang in de relaties met
consumerende landen, zoals China. Ook in gesprekken tussen de EU en
producerende landen hebben deze echter aan belang gewonnen, onder andere de
landen in het zuidelijke Middellandse Zeegebied en traditionele leveranciers
als Saoedi-Arabië. De EU is doorgegaan met het bevorderen van
transparante, concurrerende en flexibele wereldwijde energiemarkten in al haar
samenwerkingsinspanningen. De belangrijkste principes voor handel en
investeringen, zoals non-discriminatie en markttoegang, zijn en blijven punt
van onderhandeling in bilaterale overeenkomsten en multilaterale juridische
kaders. Dit is aangevuld met initiatieven als de samenwerking met Japan inzake
ontwikkelingen op de wereldgasmarkten, gesprekken binnen de Energieraad EU-VS
inzake de uitvoer van LNG (vloeibaar aardgas) uit de VS en inspanningen ter
vergroting van de industriële samenwerking op het gebied van energie in vele
dialogen van de EU. Maatregelen die bijdragen aan het verbeteren van het
concurrentievermogen van de EU blijven een cruciaal onderdeel van de EU-energiedialogen.
Het concurrentievermogen van de EU ten opzichte van haar economische
tegenspelers wereldwijd zal een belangrijk onderdeel vormen van de analyse van
de ontwikkeling van de kosten en de prijzen van energie die de Commissie
momenteel opstelt op verzoek van de Europese Raad van mei 2013. In de in november 2011 aangenomen conclusies
van de Raad over de externe dimensie van het energiebeleid van de EU[2] werd de
Commissie verzocht om een verslag over de tenuitvoerlegging van de strategie
aan het eind van 2013. Het doel van dit verslag is de Raad en het Parlement te
informeren over de voortgang van de tenuitvoerlegging van de prioriteiten die
zijn aangeduid in de mededeling van de Commissie en de conclusies van de Raad
van november 2011. Dit verslag dient tevens als materiaal voor de discussie
tussen de lidstaten over de ontwikkeling van het externe energiebeleid van de
EU, in overeenstemming met de overeenkomst van de Europese Raad van mei 2013
dat de lidstaten hun samenwerking zullen versterken ter ondersteuning van de
externe dimensie van het EU-energiebeleid, gezien de groeiende dwarsverbanden
tussen de interne en externe energiemarkten. 2. Factoren van invloed op de
prioriteiten van het externe energiebeleid van de EU Toen de Commissie in september 2011 de
voorstellen deed voor de prioriteiten van het externe energiebeleid, bestonden
de kernfactoren voor de prioritering uit het groeiende aandeel van de opkomende
economieën in de wereldwijde vraag naar energie, de toenemende
invoerafhankelijkheid van de EU en de behoefte aan wereldwijde actie om
klimaat-, milieu- en concurrentiekwesties aan te pakken. Twee jaar later zijn deze wereldwijde
ontwikkelingen in het algemeen nog steeds actueel en in sommige gevallen zelfs
belangrijker geworden. De vraag in de opkomende economieën in Azië en andere
delen van de wereld blijft onverminderd groeien, waardoor de verschuiving van
de wereldwijde handelsstromen van energie naar het oosten wordt versterkt.
China en India waren in 2012 verantwoordelijk voor bijna 90 % van de
wereldwijde toename van het energieverbruik[3]. Naar verwachting zal hun vraag naar energie
in 2035 met respectievelijk 60 % en 100 % zijn gegroeid[4]. Gezien
deze consumptiegroei spelen de opkomende landen een steeds actievere rol in de
wereldwijde energiediscussie, hetgeen onvermijdelijk zal leiden tot
ontwikkelingen in de wereldwijde energiegovernance. De geopolitieke implicaties
van deze ontwikkelingen en de gevolgen daarvan voor de energiezekerheid en de
buitenlandse belangen van de EU, moeten verder worden geanalyseerd. Volgens de huidige projecties is de EU in de
toekomst nog steeds van invoer afhankelijk: meer dan 90 % van de totale
olieconsumptie en meer dan 70 % van de totale gasconsumptie in de EU. Er
is nog geen wereldwijd klimaatakkoord bereikt, maar veel landen voeren nu
nationale maatregelen uit op gebieden als energie-efficiëntie en hernieuwbare
energie, waaronder energie-intensiteits- en -consumptiedoelen in China, normen
voor het aandeel hernieuwbare energie in de meeste staten van de VS, het
verplichte handelssysteem voor energie-efficiëntieobligaties in India of doelen
voor hernieuwbare energie en energie-efficiëntie in Turkije. Voor zover de
internationale onderhandelingen op het gebied van klimaatverandering een
dimensie van energiebeleid hebben, moet het externe energiebeleid van de EU in
de contacten met de belangrijkste energieverbruikende landen erop gericht zijn
steun te verlenen aan deze internationale onderhandelingen. De situatie in het Midden-Oosten en in
Noord-Afrika blijft instabiel, hetgeen van invloed is op de energiemarkten. De
geopolitieke situatie heeft de snelheid en diepgang van de samenwerking op
energiegebied tussen de EU en de landen in de regio verminderd, hoewel
bevestigd wordt dat pragmatische en gerichte maatregelen nodig zijn. Het ongeluk in Fukushima heeft wereldwijd de
oproep tot het waarborgen van de hoogste nucleaire veiligheidsnormen versterkt,
en heeft er in sommige landen toe geleid dat kernenergie van de lijst van
opties met lage uitstoot is gehaald. Het heeft geleid tot intensievere
samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid met onze bestaande partners
en heeft geresulteerd in internationale inspanningen, zoals bijvoorbeeld in het
kader van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA). De sterke toename van de niet-conventionele
olie- en gasproductie in Noord-Amerika was de afgelopen twee jaar wellicht de
belangrijkste ontwikkeling. Het concurrerende, niet-conventionele gas heeft
kolen in de Amerikaanse energiesector verdrongen, hetgeen bijdraagt tot een
daling van de broeikasgasemissies van dit land met 3,8 % in 2012, waarvan
ongeveer de helft als gevolg van deze overstap[5]. Ook heeft hierdoor met name de Amerikaanse
energie-intensieve industrie (bijvoorbeeld de petrochemie, raffinaderijen en de
aluminium- en staalindustrie) een bijzonder concurrentievoordeel verkregen. In
Europa is de vraag naar kolen in 2012 met 2,8 % gegroeid, tegenover een
daling met gemiddeld 1,3 % in het afgelopen decennium. Door deze
ontwikkeling zijn de broeikasgasemissies in een aantal EU-lidstaten, zoals
Duitsland en het Verenigd Koninkrijk[6]
toegenomen. Door de verschillen in de uiteindelijke gas- en
elektriciteitsprijzen op de Amerikaanse, de Europese en de Aziatische markten
bestaan er zorgen over het concurrentievermogen van de EU. De mogelijke
Amerikaanse export van aardgas en olie heeft eveneens vragen opgeworpen over de
gevolgen voor de prioriteiten van het Amerikaanse buitenlandbeleid en de rol
van dat land op de wereldwijde energiemarkten. Deze ontwikkelingen bevestigden
vooral dat de energiemarkten onderling verbonden zijn en dat de EU in haar
energiebeleid evenveel rekening moet houden met wat er buiten haar grenzen
gebeurt als met haar interne ontwikkelingen. Het potentieel van schaliegas in andere landen
heeft nieuwe perspectieven gebracht op de wereldwijde energiemarkt. Daarnaast
komen er nieuwe leveranciers van conventionele fossiele brandstoffen, van het
oostelijke Middellandse-Zeegebied tot Oost-Afrika. Deze nieuwe potentiële
bronnen kunnen een groeiende rol gaan spelen in de diversificatiestrategie van
de EU op de middellange termijn. Bovendien moet verdere aandacht worden besteed
aan de gevolgen van deze ontwikkelingen voor de afwegingen op het gebied van
energie en buitenlands beleid van andere grote gas- en olie-exporteurs als
Rusland, Qatar, Irak en anderen. In deze blijvend complexe omgeving blijven
energiezekerheid, concurrentievermogen en duurzaamheid de leidraad van de
prioriteiten op het gebied van het externe energiebeleid van de EU. 3. Coördinatie van de externe
dimensie van het EU-energiebeleid Om de coherentie en coördinatie op EU-niveau
ten aanzien van de berichten aan bepaalde partnerlanden te verbeteren, heeft de
Commissie een aantal vervolgacties voorgesteld, waaronder uitbreiding van de
samenwerking tussen de lidstaten inzake hun intergouvernementele overeenkomsten
met derde landen. Het voorstel voor een mechanisme voor de uitwisseling van
informatie over dergelijke overeenkomsten was gevoegd bij de mededeling van de
Commissie van september 2011. Na onderhandelingen tussen de medewetgevers werd
het besluit van het Parlement en de Raad tot instelling van dit mechanisme
aangenomen op 25 oktober 2012[7]. Transparantie over
intergouvernementele overeenkomsten Het mechanisme voor informatie-uitwisseling over intergouvernementele
overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen op energiegebied (Besluit Nr.
994/2012/EU) is in werking getreden op 17 november 2012. Het verplicht de
lidstaten om melding te maken van hun bestaande, juridisch bindende
overeenkomsten met gevolgen voor de exploitatie of de werking van de interne
energiemarkt of voor de energievoorzieningszekerheid, en van nieuwe
overeenkomsten, zodra die zijn geratificeerd. De overeenkomsten worden
vervolgens met andere lidstaten gedeeld, rekening houdend met
vertrouwelijkheidsaspecten. Via het mechanisme kunnen de lidstaten de Commissie
eveneens op de hoogte stellen van hun lopende onderhandelingen over
intergouvernementele overeenkomsten, haar toestemming verlenen aan dergelijke
onderhandelingen deel te nemen en haar vragen of een ontwerp van
intergouvernementele overeenkomst verenigbaar is met de EU-regels. Sinds de inwerkingtreding van het mechanisme is er een beveiligde
database gemaakt. De Commissie heeft tot nu toe 114 intergouvernementele
overeenkomsten ontvangen, deze geanalyseerd op hun verenigbaarheid met de
EU-wetgeving en een beperkt aantal gevallen met de betrokken lidstaten
besproken. De meeste intergouvernementele overeenkomsten zijn volledig met de
andere lidstaten gedeeld. Dankzij de analyse van de tot nu toe ingediende intergouvernementele
overeenkomsten kon een aantal bepalingen worden geïdentificeerd met een hoger
risico op onverenigbaarheid met de EU-wetgeving. Voor het einde van 2013 zal de
Commissie met de lidstaten een informatie-uitwisselingsbijeenkomst organiseren
over de lessen die zijn te leren uit de ingediende overeenkomsten, de veel
voorkomende problemen die zijn aangetroffen, en de mogelijke maatregelen om
onverenigbaarheden te ondervangen. Naast dit wetgevingsinstrument zijn er nog andere initiatieven genomen
om de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten over de externe
betrekkingen op het gebied van energie te vergroten. Er vinden maandelijkse
gesprekken plaats in de Raadswerkgroep op het gebied van energie, waarin de
Commissie de lidstaten op de hoogte brengt van de EU-activiteiten en
belangrijke vergaderingen en waar indien nodig EU-standpunten worden
voorbereid. De Groep coördinatie gas heeft de coördinatie van maatregelen op
het gebied van energievoorzieningszekerheid gefaciliteerd en heeft informatie
uitgewisseld met leverende, verbruikende en doorvoerlanden, zoals Rusland,
Oekraïne, Algerije, Zwitserland, de VS en Canada. Net als in het verleden zijn
de internationale betrekkingen op het gebied van energie een agendapunt op de
formele bijeenkomsten van de Energieraad, waardoor op ministerieel niveau
informatie kan worden uitgewisseld en besprekingen kunnen worden gevoerd.
Tijdens de Europese Raad van mei 2013 hebben de lidstaten toegezegd hun samenwerking
ter ondersteuning van de externe dimensie van het Europese energiebeleid te
versterken, en de ontwikkelingen met betrekking tot het externe energiebeleid
van de EU te analyseren. De frequentie van de discussies over extern
energiebeleid is ook toegenomen in andere samenstellingen van de Raad,
werkgroepen van de Raad en informele netwerken, zoals het Politiek en
Veiligheidscomité, het informele netwerk van de directeuren-generaal op het
gebied van mondiale kwesties van de ministeries van Buitenlandse Zaken van de
EU-landen, en de geografisch ingedeelde werkgroepen van de Raad. Het externe
energiebeleid stond met name op de agenda van de Raad Buitenlandse Zaken in
juli 2012 en april 2013, waarbij de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU
grote belangstelling toonden voor de vraag op welke manier het buitenlands
beleid de EU-beleidsdoelstellingen op energiegebied kan ondersteunen. Om een forum te verschaffen voor een meer
gedetailleerde bespreking van strategieën en initiatieven ten aanzien van derde
landen heeft de Commissie een strategische groep voor internationale
energiesamenwerking opgericht. Het doel van deze groep, waarin de ministeries
voor Energie en Buitenlandse Zaken van de lidstaten en de Europese Dienst voor
extern optreden (EDEO) deelnemen, is het identificeren en bespreken van
gemeenschappelijke prioriteiten die kunnen leiden tot het ontwikkelen van
gezamenlijke initiatieven en standpunten ten aanzien van derde landen en
regio's. De strategische groep is sinds zijn oprichting in 2012 vijf keer
bijeengekomen en heeft de relatie met China, Oekraïne, het zuidelijke
Middellandse-Zeegebied, de VS en het Oostelijk Partnerschap besproken. Hierdoor
ontstond er een betere gedeelde kennis van de gemeenschappelijke prioriteiten
en de vervolgstappen in de samenwerking met deze partners op energiegebied. Het
werk van de strategische groep zou echter kunnen profiteren van versterkte
uitwisseling van informatie tussen de lidstaten betreffende hun activiteiten in
derde landen, die tot nog toe beperkt is geweest. Er heeft zich een praktijk ontwikkeld van
regelmatige EU-coördinatiebijeenkomsten in Brussel en soms plaatselijk,
voorafgaand aan bijeenkomsten van de leidende organen van de
Energiegemeenschap, het Verdrag inzake het Energiehandvest (ECT), het
Internationaal Energieagentschap (IEA) en het Internationaal Agentschap voor
hernieuwbare energie (IRENA). Een EU-benadering is voor deze organisaties met
name van belang bij kwesties van strategisch belang, zoals het
IEA-toetredingsproces en de modernisering en uitbreiding van het ECT. Hoewel er
in het kader van het Internationaal Partnerschap voor samenwerking inzake
energie-efficiëntie (IPEEC), het Internationaal Energieforum (IEF), de
Ministeriële Schone-Energiebijeenkomst (CEM) en de G8/G20 geen formele
coördinatie plaatsvindt tussen deelnemende EU-lidstaten en de Commissie, wordt
er in bepaalde gevallen wel informeel overlegd. Een meer gecoördineerde
benadering zou bijdragen aan een sterke en doeltreffende rol van de EU in de
wereldwijde energiediscussies en -organisaties. Al deze inspanningen hebben baat gehad bij een
nauwe werkrelatie tussen de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de EU
voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de EDEO. Hoewel de hierboven beschreven inspanningen de
EU-activiteiten transparanter hebben gemaakt, bestaat er nog steeds een groot
gebrek aan kennis over de eigen energie-activiteiten van de lidstaten in derde
landen. Er kan meer gebruik worden gemaakt van de EU-delegaties voor rapportage
en analyse, en ook de plaatselijke netwerken van energie-adviseurs zouden
kunnen worden versterkt. Inspanningen om het delen van informatie te verbeteren
en gemeenschappelijke doelstellingen na te streven bij kwesties van strategisch
EU-belang zouden een succesvolle tenuitvoerlegging van de externe
EU-doelstellingen op energiegebied ten goede komen. 4. Versterking van de
samenwerking tussen de EU en de buurlanden De relatie met landen in de onmiddellijke omgeving van de EU hebben een
belangrijke plaats gekregen in het externe energiebeleid van de EU. Dit is in
lijn met de doelstellingen van het nabuurschapsbeleid. Hoewel de integratie van
de energiemarkt en de convergentie wat betreft regelgeving een gedeelde
doelstelling blijft met verschillende van onze buurlanden, heeft de integratie
van de wetgevingskaders en de fysieke infrastructuur tijd nodig. Integratie is
namelijk afhankelijk van het tempo van interne hervormingen en van de
onderhandeling over en tenuitvoerlegging van complexe, juridisch bindende
overeenkomsten. Dit vergde een gedifferentieerde aanpak. De onderhandelingen met Zwitserland over een
elektriciteitsovereenkomst zijn in 2007 begonnen, en moeten nog worden
afgerond. Beide zijden proberen momenteel het proces nieuw leven in te blazen,
zodat in 2014 een elektriciteitsovereenkomst kan worden gesloten. Dit is nodig
voor verdere deelname van Zwitserse energiebedrijven aan de geharmoniseerde
EU-elektriciteitsmarkt. Naast kwesties als een gelijk speelveld met betrekking
tot overheidssubsidies, tenuitvoerlegging van transparantieregels en andere
technische kwesties, zullen institutionele vraagstukken over met name een
neutrale arbitrage-instantie voor juridische geschillen cruciaal zijn voor het
sluiten van de overeenkomst. De Energiegemeenschap is in 2011
uitgebreid met Oekraïne en Moldavië. Georgië heeft het lidmaatschap aangevraagd
en Armenië, Noorwegen en Turkije zijn waarnemers; deze gemeenschap blijft een
belangrijk instrument voor uitbreiding van de interne EU-markt naar de
buurlanden. In de afgelopen twee jaar heeft de ministerraad van de
Energiegemeenschap het acquis ervan uitgebreid met de regels van het Derde
Pakket voor de interne elektriciteit- en gasmarkt, Richtlijn 2009/28/EG ter
bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen, Richtlijn 2009/119/EG
inzake olievoorraden en Verordening 2008/1099/EG en Richtlijn 2008/92/EG inzake
statistieken. Bovendien worden er stappen gezet in de richting van het aannemen
van Richtlijn 2012/27/EU (de energie-efficiëntierichtlijn) en Richtlijn
2010/75/EU (de richtlijn industriële emissies). Naast het uitbreiden van het
acquis van de Energiegemeenschap richtten de activiteiten zich de afgelopen
twee jaar op het bereiken van tastbare vooruitgang op het gebied van de
integratie van de gas- en elektriciteitsnetwerken van de verdragspartijen, door
intensievere monitoring en handhaving van de wettelijke bepalingen betreffende
interconnectie, toegang van derden en grensoverschrijdende uitwisseling. Actieve bevordering van een beperkt aantal
investeringsprojecten die noodzakelijk zijn om de grensoverschrijdende stromen
en de continuïteit van de voorziening te verruimen en om uit de huidige
situatie van onderinvestering te geraken, was de belangrijkste doelstelling van
de infrastructurele werkzaamheden. De lijst met projecten van die belang zijn
voor de Energiegemeenschap, die in oktober 2013 door de ministeriële raad moet
worden aangenomen, omvat ook projecten van groot regionaal belang en met
grensoverschrijdende effecten. Een uitgebreide publieksraadpleging leidde tot
100 projectvoorstellen, waarvan er 33 op de PECI-lijst zijn geplaatst. Tot slot zijn de voorbereidende werkzaamheden
afgerond die de besluitvorming betreffende verlenging van het
Energiegemeenschapsverdrag tot na 2016 mogelijk maken, aangezien dit verdrag in
eerste instantie is gesloten voor een periode van 10 jaar, alsook de
werkzaamheden betreffende het instellen van een reflectiegroep op hoog niveau
om het functioneren ervan en mogelijke verbeteringen te analyseren. Het Oostelijk Partnerschap is een ander
kader waarin wordt getracht de energiezekerheid in de EU en van haar oostelijke
partners te verhogen, en zo eveneens een bijdrage te leveren aan de
doelstellingen van duurzame ontwikkeling en concurrentiekracht. De activiteit
van het Platform Energiezekerheid van het Oostelijk Partnerschap is voortgezet
door middel van zesmaandelijkse bijeenkomsten, aangevuld met gespecialiseerde
workshops en werkbezoeken aan energiefaciliteiten. Dit platform richt zich op
informatiedeling om kennis over beste praktijken te verspreiden, bijvoorbeeld
op het terrein van energie-efficiëntie en opzet van elektriciteitsmarkten, in
de landen van het Oostelijk Partnerschap. Bilaterale samenwerking is een andere route
voor relaties met veel van onze buurlanden. Een belangrijk onderdeel van de
associatieagenda EU-Oekraïne was nog steeds de uitvoering van het
memorandum van overeenstemming, dat de voorbereiding vormt op de
associatieovereenkomst met een diepe en brede vrijhandelsruimte. De EU hecht groot belang aan de betrouwbaarheid
en transparantie van het Oekraïense gasdoorvoersysteem. De Commissie heeft haar
actieve steun voortgezet aan het moderniseren van de gasdoorvoerinfrastructuur
in Oekraïne en aan waarborgen dat dit een belangrijk onderdeel blijft van het
Europabrede energienetwerk. Verdere inspanningen zijn verricht ten behoeve van
een trilaterale oplossing met betrekking tot gasleveranties van Rusland aan de
EU via Oekraïne. Oekraïne heeft echter ook de gelegenheid om zijn
energiezekerheid te vergroten door het diversifiëren van de
toeleveringsbronnen, en zich verder te ontwikkelen dan alleen in zijn overigens
belangrijke traditionele rol als doorvoerland, vanwege het uitgebreide netwerk
van pijpleidingen, conventionele en onconventionele gasbronnen en belangrijke gasopslagfaciliteiten,
die een belangrijke factor vormen voor de energiezekerheid van de regio. Er
zijn specifieke maatregelen genomen om omgekeerde gasstromen van de EU naar
Oekraïne mogelijk te maken. Het ontwikkelen van een niet-discriminerend en
stabiel juridisch en wettelijk kader is een voorwaarde, in lijn met de
toezeggingen van Oekraïne in het kader van de Energiegemeenschap. Dit was het thema van een
rondetafelbijeenkomst op hoog niveau over de ontwikkeling van de Oekraïense
gasmarkt, die in mei 2013 werd georganiseerd door de Europese Commissaris voor
Energie en de Oekraïense minister van Brandstof en Energie. Toen is
overeengekomen dat er een werkgroep zou worden opgericht, bestaande uit
vertegenwoordigers van de Commissie en de Oekraïense autoriteiten, het
secretariaat van de Energiegemeenschap, de betrokken EU-lidstaten en
geïnteresseerde ondernemingen en financiële instellingen, om een forum te
bieden ter ondersteuning van verdere hervormingen van de gassector in Oekraïne.
In Moldavië ondersteunt de EU de integratie
van de Moldavische energiemarkt in de EU-energiemarkt, voor zowel de sector gas
als de sector elektriciteit, door middel van verschillende instrumenten, zoals
begrotingssteun en technische ondersteuning. De EU ondersteunt momenteel de
aanleg van de gasinterconnector tussen Moldavië en Roemenië, waardoor gas in
beide richtingen kan worden doorgegeven. Over het algemeen ondersteunt de EU
het lopende hervormingsproces van de energiesector in aansluiting op de
toetreding van Moldavië tot het Energiegemeenschapsverdrag in 2011. In oktober 2012 heeft de Energiegemeenschap
zijn jaarverslag over de tenuitvoerlegging van het acquis op grond van het
Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap gepubliceerd, waarin voor het
eerst ook Oekraïne en Moldavië waren opgenomen. Binnen het kader van de positieve agenda voor
de relaties tussen de EU en Turkije is overeengekomen om de samenwerking
op energiegebied te versterken, gericht op langetermijnplanning,
marktintegratie en ontwikkeling van infrastructuur, duurzaam energiebeleid,
duurzame-energietechnologie, nucleaire veiligheid en stralingsbescherming. Er
zijn twee bijeenkomsten gehouden in februari en april 2013, over
respectievelijk elektriciteit en gas. In de volgende bijeenkomst, die momenteel
voor het najaar van 2013 staat gepland, komt samenwerking aan de orde op het
gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen. Deze
samenwerking is gericht op het faciliteren van de uiteindelijke integratie van
de Europese en Turkse energiemarkt en kan eveneens bijdragen aan het verhogen
van de energievoorzieningszekerheid en het creëren van zakelijke gelegenheden
aan beide kanten. Bepaalde landen aan de Kaspische Zee,
met hun overvloedige natuurlijke hulpbronnen en strategische geografische ligging
in de bredere omgeving van de EU, vormen een belangrijk potentieel voor het
diversifiëren van de energievoorziening en de doorvoerroutes van de EU, met
name wat betreft de gasvoorziening. In overeenstemming met de verklaring
betreffende de zuidelijke gascorridor van 2011 heeft de EU verder nauw
samengewerkt met de landen en de bedrijven in de regio aan het openen van de zuidelijke
gascorridor. Er is in 2012 aanzienlijke vooruitgang geboekt in de richting
van het realiseren van dit voor de EU strategische project, met de
ondertekening van een intergouvernementele overeenkomst tussen Turkije en
Azerbeidzjan over de Trans-Anatolische pijpleiding (TANAP) en de ratificatie
daarvan. Op 28 juni 2013 heeft het Shah Deniz II-consortium zijn besluit
bekendgemaakt om de Trans-Adriatische pijpleiding (TAP) te kiezen als de
Europese aanvoerroute voor zijn gas in de zuidelijke gascorridor. De
uiteindelijke investeringsbeslissing wordt voor het einde van 2013 verwacht en
in januari 2019 zal dan het eerste gas naar Europa stromen. De EU blijft met Azerbeidzjan en andere landen
in het Kaspische Zeegebied samenwerken aan de uitbreiding van deze corridor en
het verder vergroten van de leveringen, zodat op middellange termijn ten minste
10 % van de Europese vraag via deze corridor kan worden geleverd. De
Commissie verleent hiertoe actief steun aan verdere integratie van de
Zuidoost-Europese markten. De Commissie heeft in september 2011 van de
Raad richtsnoeren ontvangen voor de onderhandelingen over een trilaterale
overeenkomst met Turkmenistan en Azerbeidzjan met betrekking tot de aanleg van
een Trans-Kaspische pijpleiding (TCP). Deze gesprekken lopen. De Commissie
werkt nauw samen met de hoge vertegenwoordiger van de Unie en haar speciale
vertegenwoordiger voor Centraal-Azië om het strategische belang van de TCP mee
te delen aan de landen in de regio, waaronder Rusland. De Commissie is in
samenwerking met de Wereldbank een milieueffectonderzoek gestart met betrekking
tot de TCP, om gehoor te geven aan zorgen van een aantal landen aan de
Kaspische Zee over mogelijke milieugevolgen van een dergelijke pijpleiding. Dit
onderzoek zal naar verwachting begin 2014 worden afgerond. De energiedialoog met Rusland blijft
intensief en de energiebetrekkingen worden regelmatig besproken op het hoogste
niveau, onder meer tijdens de topontmoetingen tussen Rusland en de EU. De
constructieve uitwisselingen hebben geleid tot het aannemen van een routekaart
EU-Rusland 2050 in maart 2013. Sinds begin 2012 vinden er regelmatig
constructieve onderhandelingen plaats tussen de EU en Rusland met betrekking
tot de elektriciteitsovereenkomst, ter verbetering van de coördinatie tussen de
gesynchroniseerde stroomsystemen van de Baltische staten, de Russische
Federatie en Belarus, zodat ook de Baltische staten de interne marktregels voor
elektriciteit kunnen uitvoeren. Deze onderhandelingen moeten in de nabije
toekomst worden afgerond. Het mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing
op energiegebied van de EU en Rusland, met gezamenlijke maatregelen in geval van
noodsituaties, het bestrijden van de gevolgen daarvan en het voorkomen ervan in
de toekomst, is in februari 2011 herzien. Met Rusland vinden ook gesprekken plaats over
de tenuitvoerlegging van het Tweede en Derde Pakket[8] in de
lidstaten van de EU en in Oekraïne, zoals ontbundeling in Litouwen, de
OPAL-vrijstelling en omgekeerde stromen tussen de EU en Oekraïne. Er worden
pragmatische oplossingen overwogen, net als bij de Yamal-pijpleiding in Polen. Er bestaat onzekerheid over het juridisch
kader op de lange termijn voor de betrekkingen tussen de EU en Rusland. Hoewel
de noodzaak tot juridische helderheid blijkt uit een groeiend aantal
energiegerelateerde zaken tussen de EU en Rusland, verschillen de standpunten
van de twee partijen aanzienlijk met betrekking tot het energiehoofdstuk van
een nieuw overkoepelend juridisch kader, de Nieuwe Overeenkomst. Routekaart EU-Rusland 2050 In de loop van 2011 en 2012 hebben de Europese Commissie en de
Russische regering samengewerkt aan de energieroutekaart van de EU en Rusland
tot 2050, om een samenwerkingsperspectief op lange termijn vast te stellen en
om de onzekerheid in de energiebetrekkingen op een aanvaardbaar niveau te
brengen. De routekaart voor samenwerking tussen de EU en Rusland op
energiegebied tot 2050 is in maart 2013 ondertekend door Energiecommissaris
Oettinger en minister van Energie Novak. De aangenomen routekaart is een afspiegeling van de sterke
gemeenschappelijke belangen en baten die de basis vormen van de
energiebetrekkingen tussen de EU en Rusland. Het strategische doel is het
creëren van een gezamenlijke energieruimte voor 2050, met een functionerende,
geïntegreerde netwerkinfrastructuur, met open, transparante, efficiënte en
concurrerende markten, die het nodige bijdragen aan de energiezekerheid en het
bereiken van de duurzame ontwikkelingsdoelen van de EU en Rusland. De routekaart is een toekomstgericht, levend document, waarin een groot
aantal kwesties aan bod komen die belangrijk zijn voor de energiebetrekkingen
tussen de EU en Rusland. De routekaart is met name gericht op samenwerking
inzake energie-efficiëntie en op de gebieden elektriciteit, gas, olie en
hernieuwbare grondstoffen. Op elk van deze gebieden bevat de routekaart
specifieke aanbevelingen voor een serie stappen, waarmee in de komende decennia
de energiesamenwerking tussen de EU en Rusland kan worden verbeterd. De aanbevelingen en voorgestelde concrete acties in de routekaart
worden gecontroleerd - en herzien - in het kader van de energiedialoog tussen
de EU en Rusland. De vastgestelde aanbevelingen worden gebruikt in de
betreffende werkprogramma's van alle thematische groepen in de energiedialoog
EU-Rusland. Hierdoor kan de invoering op alle gebieden van de bilaterale
energiesamenwerking grondig worden gecontroleerd. De EU is sterk betrokken bij het
transformatieproces in het zuidelijk Middellandse Zeegebied, zoals
geschetst in de gezamenlijke mededeling uit 2011, getiteld "Een
partnerschap voor democratie en gedeelde welvaart"[9], bij het
mobiliseren van significante aanvullende hulpbronnen, het bieden van meer
handels- en marktkansen en het intensiveren van de betrokkenheid met het
maatschappelijk middenveld. Het instellen van een regionaal EU-Mediterraan
energiepartnerschap, oorspronkelijk gericht op elektriciteit en
hernieuwbare energie, was een van de belangrijkste voorstellen van de externe
energiestrategie uit 2011. Aangezien de landen in de regio in een zeer
moeilijke politieke situatie verkeren en te maken hebben met interne
uitdagingen, blijft een multilateraal regionaal juridisch energiekader een
langetermijndoelstelling. Niettemin is er op verschillende fronten
vooruitgang geboekt. Belangrijke begrotingssteunprogramma's die gericht zijn op
hervormingen in de energiesector en jumelageprogramma's worden in verschillende
landen van de regio ten uitvoer gelegd. Met Marokko zijn onderhandelingen
gestart over een diepgaande en uitgebreide vrijhandelsovereenkomst (DCFTA) met
een aanzienlijk energiehoofdstuk. Tot nu toe zijn in 2013 twee
onderhandelingsronden gehouden. De ondertekening van een memorandum van
overeenstemming betreffende energie met Algerije in juli 2013 moet de
samenwerking met deze belangrijke leverancier versterken. De EU verleent steun
aan projecten op het gebied van stroomopwekking en -transport door verschillende
financieringsinstrumenten en in nauwe samenwerking met de internationale
financiële instellingen. In december 2013 zal te Brussel voor het eerst
sinds 2007 een mediterrane ministeriële energieraad worden gehouden. De Raad
kan de gelegenheid bieden om het mediterrane plan voor zonne-energie te steunen
en om het project tot instelling van een mediterrane energiegemeenschap te
bespreken. De ontdekking van aardgas in het Levant Basin
buiten de kust van Israël en Cyprus, respectievelijk in 2009 en 2011, heeft nieuwe
perspectieven gebracht voor het oostelijk Middellandse Zeegebied en zou van
bepaalde landen in de regio gasexporteurs kunnen maken in plaats van
importeurs. De EU blijft de huidige ontwikkelingen ten aanzien van de lopende
exploratieactiviteiten in het oostelijke Middellandse Zeebekken volgen.
Nauwe samenwerking tussen de EU en de landen in de regio is van cruciaal belang
om het gaspotentieel van die regio ten volle te benutten. Bovendien zullen de
keuze van de routes, de wijze van transport en de verkoopprijs bepalend zijn
voor potentiële EU-gasinvoer uit die regio. In dit verband moeten behalve de
opties die op dit moment reeds worden beoordeeld, zoals een LNG-terminal in
Cyprus en een pijpleiding van het offshoregebied van Cyprus naar Griekenland via
Kreta, ook alle andere potentiële routes worden overwogen en beoordeeld vanuit
een energiezekerheidsstandpunt. Er is een energiedialoog ingesteld met
Israël, om samenwerking te bevorderen met betrekking tot kwesties in
verband met de markttoegang, prijzen en infrastructuur op de Europese gasmarkt,
maar ook met betrekking tot samenwerking op het gebied van onderzoek,
bevordering van hernieuwbare energie, ontwikkeling van slimme netten en beheer
van de respons op een veranderende vraag. Aangezien Libanon binnenkort begint
met de exploratie staat de EU klaar om in belangrijke mate bij te dragen aan
technische ondersteuning en capaciteitsopbouw. De EU zal ook een rol spelen bij
de regionale samenwerking om het hoogste veiligheidsniveau voor de offshore
exploratie van koolwaterstoffen en voor het milieu te waarborgen. Verbeterde verbindingen met buurlanden blijven
een belangrijke doelstelling van de EU. De eerste lijst met projecten van
gezamenlijk belang wordt in het najaar van 2013 aangenomen, als onderdeel van
de tenuitvoerlegging van de onlangs aangenomen richtsnoeren voor de
trans-Europese energie-infrastructuur[10].
Deze lijst zal naar verwachting een aantal projecten bevatten over de
totstandbrenging van verbindingen met landen buiten de EU. Er zal in de toekomst
eveneens worden nagedacht over het verbeteren van de infrastructuurverbindingen
met derde landen en het ontwikkelen van een daadwerkelijk pan-Europese markt. Bovendien steunt de EU een grote reeks
investeringen in de energiesector: via de ENB-investeringsfaciliteit heeft de
Commissie reeds 150 miljoen euro bijgedragen aan de financiering van
investeringssubsidies of technische bijstand aan de ENB-regio in deze sector,
waardoor Europese financieringsinstellingen leningen kunnen verstrekken tot een
bedrag van 2 miljard euro. Zij biedt
ook technische ondersteuning en bevordert regionale samenwerking op
energiegebied via verschillend programma's zoals INOGATE[11] en het
burgemeestersconvenant[12]. 5. Diepere
energiepartnerschappen met leverende en consumerende landen Uit de ontwikkelingen op de wereldwijde energiemarkten van de afgelopen
twee jaar blijkt dat de EU moet doorgaan met het bevorderen van transparante,
competitieve en flexibele energiemarkten in haar relaties met
energieleveranciers. De EU moet eveneens open en flexibel staan tegenover
samenwerking met opkomende nieuwe leveranciers, die toegang willen tot de
EU-markt. Voor wat betreft de samenwerking met energieleverende landen
bleven de inspanningen van de EU zich concentreren op de betrekkingen met
traditionele leveranciers, met name Rusland. De betrekkingen van de EU met Noorwegen
bereikten in 2012 een nieuwe mijlpaal, aangezien de aardgasexport van Noorwegen
naar de EU is gestegen tot een niveau dat vergelijkbaar is met die van Rusland.
Noorwegen speelt niet alleen een rol als energieleverancier van de EU, maar is
als lid van de Europese Economische Ruimte (EER) een speciale partner van de
EU. Via de jaarlijkse ministeriële bijeenkomsten van de EU en Noorwegen is de
positieve samenwerking blijvend bevorderd; daarbij kwamen nog de
gespecialiseerde bijeenkomsten als de conferentie van de EU en Noorwegen over
de rol van gas van maart 2013. Het is van belang dat de EER en de landen van de
Europese Vrijhandelsassociatie, waaronder Noorwegen, zo snel mogelijk het Derde
Energiepakket omzetten en toepassen. De inspanningen voor toenadering op politiek niveau met leveranciers in
het Midden-Oosten zijn de laatste twee jaar versterkt, door middel van directe
informele gesprekken met landen als Saoedi-Arabië en Qatar, en door de deelname
van de Commissaris voor Energie aan evenementen op hoog niveau zoals de
ministeriële bijeenkomsten tussen de EU en de OPEC en de ministeriële
bijeenkomst van het Internationaal Energieforum. Hoewel de ruggengraat van de
betrekkingen van de EU met energieleveranciers wordt gevormd door contractuele
relaties tussen marktdeelnemers, is het bouwen aan vertrouwen op politiek
niveau en gerichte samenwerking op gebieden van bijzonder belang voor onze
partners een mogelijke stimulans voor de handelsbetrekkingen. Voorbeelden van
recente activiteiten op uitvoerend gebied zijn de gezamenlijke
rondetafelbijeenkomst van de EU en de OPEC over de veiligheid van de offshore
olie- en gasindustrie van november 2012, en samenwerking met betrekking tot
energie-efficiëntie met de Arabische Liga en individuele landen zoals
Saoedi-Arabië. Energieproducerende landen in Afrika,
bijvoorbeeld Nigeria en Angola, zijn ook voor de EU nu al belangrijke
leveranciers. Met de ontdekking van nieuwe olie- en gasvoorkomens op dat
continent zal het belang van Afrika voor de energievoorziening en voor de
energiezekerheid van de EU waarschijnlijk toenemen. De EU blijft deze
ontwikkelingen volgen en houdt er rekening mee in haar
samenwerkingsinspanningen. Meer concrete vooruitgang is merkbaar in de ontwikkeling van
samenwerking met consumerende landen, met name China. Energie is
nu een van de belangrijkste thema's in de betrekkingen tussen de EU en China
dankzij de succesvolle energiebijeenkomst EU-China op hoog niveau van mei 2012,
waarbij belangrijke beleidsmakers aan Chinese zijde spraken met de
energieministers van de EU-lidstaten en met de Europese Commissie[13]. Op deze
bijeenkomst op hoog niveau is overeengekomen dat energiezekerheid een nieuw
samenwerkingsgebied is waardoor strategische discussies met onze Chinese
partners mogelijk worden om veilige, stabiele, zekere en duurzame wereldwijde
energiemarkten te waarborgen. Op deze bijeenkomst op hoog niveau werd eveneens
het urbanisatiepartnerschap EU-China gelanceerd. Binnen dat partnerschap spelen
kwesties in verband met energievoorziening, ‑efficiëntie en ‑planning
een belangrijke rol, hoewel het kader breder is. De samenwerking op het gebied
van energie met China wordt ook ondersteund door de dialoog inzake samenwerking
op het gebied van innovatie tussen de EU en China. De prioriteiten van de nieuwe Chinese regering
sluiten aan op de door de EU vastgestelde prioriteiten voor de samenwerking met
China op energiegebied. Dit heeft op uitvoerend niveau geleid tot een snel groeiende
stroom van activiteiten, onder meer op het gebied van elektriciteitsregulering,
ontwikkeling van de gasmarkt, langetermijnplanning, wereldwijde
energiegovernance en nucleaire veiligheid en een mogelijke Euratom‑overeenkomst
naar aanleiding van de versterkte bilaterale overeenkomst voor samenwerking op
het gebied O&O inzake het vreedzame gebruik van kernenergie. De
samenwerking op energiegebied met China zal een belangrijk onderdeel vormen van
het document met prioriteiten voor het strategische partnerschap EU-China, dat
naar verwachting op de volgende topontmoeting tussen de EU en China wordt
aangenomen. Urbanisatiepartnerschap EU-China Het urbanisatiepartnerschap EU-China is in mei 2012 gelanceerd door de
toenmalige vicepremier Li Keqiang en Commissievoorzitter Barroso. Het is een
open politiek platform voor Europese en Chinese belanghebbenden, voor
samenwerking en het uitwisselen van ervaringen bij het aanpakken van de
economische, sociale en milieu-uitdagingen in verband met urbanisatie.
Aangezien de urbanisatie in China naar verwachting snel zal stijgen ten
opzichte van de huidige 50 procent, en omdat driekwart van de Europese
bevolking in een stedelijke omgeving woont, streven beide partners naar het
ontwikkelen van innovatieve benaderingen van urbanisatie. Dit partnerschap is het eerste instrument in zijn soort. Het omvat vele
sectoren, zoals duurzame ruimtelijke ordening, beheer van vraag en aanbod van
energie, mobiliteit, groene gebouwen en stedelijke governance. Ook is er een
verscheidenheid aan belanghebbenden, waaronder plaatselijke overheden,
ondernemingen, niet-gouvernementele organisaties, denktanks en
brancheverenigingen bij betrokken. Het partnerschap wordt uitgevoerd door middel van een jaarlijks
urbanisatieforum met een aantal thematische subfora en een tentoonstelling over
duurzame urbanisatie. Ook zijn hierin particuliere en plaatselijke initiatieven
opgenomen. Het partnerschap moet voortbouwen op bestaande
samenwerkingsactiviteiten en nieuwe stimuleren, en waar mogelijk synergieën realiseren.
De samenwerking met de VS werd
voortgezet door middel van de jaarlijkse bijeenkomsten van de energieraad EU-VS
en de drie werkgroepen over energiezekerheid, energietechnologie en
energiebeleid. De regelmatige gesprekken gaan over onderwerpen als de
wereldwijde olie- en gasmarkten, ontwikkelingen in de omgeving van de EU zoals
de zuidelijke gascorridor, energie-efficiëntie, het afvangen en de opslag van
kooldioxide, slimme netten, offshore- en nucleaire veiligheid. Prioritaire
gebieden die in het kader van de samenwerking op onderzoeksgebied zijn
aangepakt waren onder meer slimme netten en opslag, alsmede waterstof- en
brandstofceltechnologieën, materiaalgebruik in de energiesector en kernfusie.
Ook zijn concrete initiatieven genomen om de samenwerking tussen laboratoria te
verbeteren via de gezamenlijke programma's van de Europese Alliantie voor
energieonderzoek en het GCO enerzijds en de verschillende energieprogramma's,
laboratoria en agentschappen van de VS anderzijds, waarbij belangrijke kwesties,
zoals wederkerigheid, nog moeten worden aangepakt. Door de scherpe stijging van de
niet-conventionele olie- en gasproductie in de VS ontstaat er echter een nieuwe
dynamiek in de energiebetrekkingen tussen de EU en de VS, die ook te maken
heeft met bilaterale handelskwesties en industriële concurrentiekracht. De
onlangs gestarte onderhandelingen over het Trans-Atlantisch Handels- en
Investeringspartnerschap kunnen een belangrijke rol spelen bij het stellen van
gezamenlijke regels voor handel en investeringen in energie en grondstoffen.
Deze zouden vervolgens kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van wereldwijde
regels en normen. Na de drievoudige ramp van maart 2011 hebben
leiders uit de EU en Japan opgeroepen tot een krachtiger samenwerking op
energiegebied. Momenteel wordt deze samenwerking vormgegeven op het gebied van
hervorming van de elektriciteitsmarkten, nu Japan wetsvoorstellen op dit gebied
voorbereidt, en op het gebied van de gasmarkten, met het oog op het delen van
analyses over recente ontwikkelingen en het bespreken van de wijze waarop
regeringen steun kunnen verlenen aan de overgang naar een meer liquide en
flexibele wereldwijde gasmarkt. De eerste contacten zijn gelegd om regelmatig
ideeën uit te wisselen op het gebied van nucleaire veiligheid; de samenwerking
op het gebied van onderzoek naar reactorveiligheid en crisisbeheersing groeit
gestaag, nu Japan zijn energiestrategie en bijbehorende onderzoeksprioriteiten
heroverweegt. Bij de topontmoeting tussen de EU en India
in februari 2012 is een gezamenlijke verklaring aangenomen over een verbeterde
samenwerking op energiegebied, waarin de nadruk ligt op schone kolenproductie
en schoon gebruik van kolen, energie-efficiëntie in producten en gebouwen,
slimme netten en hernieuwbare energie. Op de meeste van deze terreinen zijn er
activiteiten gestart en het Energiepanel EU-India komt jaarlijks bijeen om
toezicht te houden op de samenwerking en standpunten uit te wisselen. Energie
is ook een van de thematische prioriteiten van het Indiaas-Europees partnerschap
dat in 2012 is gesloten. In het kader van de sinds 2007 lopende
samenwerking op energiegebied tussen de EU en Brazilië is tijdens de
bijeenkomst van de energiebeleidsdialoog van 2013 overeengekomen om
uitwisselingen op het gebied van duurzame energie uit te breiden en om
gezamenlijk voorwaarden op te stellen voor het transparant op de markt brengen
van biobrandstoffen. Er is een begin gemaakt met het actieve gezamenlijke
onderzoek naar duurzame biobrandstoffen dat de komende jaren verder wordt opgeschaald. Op multilateraal gebied verleent de EU
doorlopend steun aan het Energiehandvest als belangrijk kader voor
juridisch bindende regels voor de energiehandel, het energietransport en de
investeringen in energie.. De EU is een uitgesproken voorstander geweest van
het beleid inzake consolidatie, bewustmaking en uitbreiding van het
Energiehandvest, dat in juli 2012 is goedgekeurd, alsmede van de plannen om de
Verklaring bij het Energiehandvest van 1991 te moderniseren. De EU heeft al onderhandeld over een aantal veelomvattende,
energiespecifieke regels in een aantal vrijhandelsakkoorden. Er zijn
energiespecifieke onderhandelingen afgerond met Oekraïne, Moldavië, Georgië en
Armenië. De onderhandelingen met de VS, Rusland en Marokko lopen nog. Die met
Azerbeidzjan en waarschijnlijk Mexico gaan nog van start. De energiekwesties
zijn ook in horizontale zin van belang bij handelsonderhandelingen met Canada
en Kazachstan, en met betrekking tot groene technologie met de ASEAN-landen. Zoals eerder aangegeven was het ongeluk in
Fukushima aanleiding tot een oproep van de EU om wereldwijd door middel van
bilaterale en multilaterale kaders het hoogste niveau van nucleaire
veiligheid te bevorderen. De EU heeft haar buurlanden uitgenodigd om deel
te nemen aan de EU-stresstests en het peer-reviewproces. Zwitserland, Oekraïne
en Kroatië (voordat dat land tot de EU toetrad) hebben volledig deelgenomen.
Andere naburige landen (bijvoorbeeld Turkije, Belarus en Armenië) hebben ermee
ingestemd om op basis van dezelfde methode te werken maar met een afwijkend
tijdschema. Rusland voert zijn eigen beoordelingen uit. Naar aanleiding van
deze beoordelingen is steun gepland aan bepaalde landen met het behulp van het
instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid. Daarnaast worden de nodige stappen gezet om nucleaire veiligheid op te
nemen in de bilaterale Euratom-overeenkomsten, zoals de lopende herziening van
de overeenkomst met Canada en de nieuwe overeenkomst met Zuid-Afrika,
verkennende uitwisselingen met Rusland en in de toekomst mogelijke gesprekken
met China en Zuid-Korea. In multilateraal verband neemt de EU actief deel aan de inspanningen
van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA). Euratom breng zijn
eigen ervaring in bij de opstelling van voorstellen voor de komende zesde
herzieningsbijeenkomst voor het Verdrag inzake nucleaire veiligheid, die naar
verwachting in maart/ april 2014 zal plaatsvinden. Bilaterale samenwerking
tussen de EU en de IAEA is versterkt met de instelling van een nieuw
samenwerkingsmechanisme in januari 2013, waarbij besprekingen worden gevoerd
tussen hoge functionarissen over nucleaire technologieën, waaronder de
veiligheid en zekerheid van de productie van kernenergie en van
onderzoeksactiviteiten. Nu er in de EU een nieuw wettelijk kader wordt opgesteld voor de
veiligheid van offshore-activiteiten, is dit onderwerp opgenomen in de
bilaterale samenwerking met relevante landen, zoals de VS en Noorwegen, maar
ook met de OPEC, en in de context van de deelname van de EU in internationale
kaders zoals de G20. 6. Ondersteuning van
ontwikkelingslanden Het ondersteunen van de inspanningen van ontwikkelingslanden om een
einde te maken aan armoede is de primaire doelstelling van het
EU-ontwikkelingsbeleid en een prioriteit voor de externe actie van de EU ter
ondersteuning van de EU-belangen in een stabiele en welvarende wereld. De EU
heeft al veel gedaan om de armoede terug te dringen en in het bijzonder om de
verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling te ondersteunen.
De EU heeft de laatste zes jaar een financiële bijdrage van ten minste 2,5
miljard euro toegewezen aan de internationale samenwerking op het gebied van
niet-nucleaire energie om de uitdagingen van energie, armoede en duurzame groei
aan te pakken. Gebrek aan toegang tot duurzame energiediensten is een ernstige
belemmering voor sociale en economische ontwikkeling. Zonder duurzame
energie is het moeilijk om voldoende toegang te garanderen tot schoon water,
goed onderwijs en basale gezondheidszorg. Een betere toegang tot energie heeft
een aanzienlijk effect op de productiviteit en de toegevoegde waarde in ieder
stadium van de landbouwwaardeketen, van productie, verwerking en opslag na de
oogst, tot het in de handel brengen. Om deze kwesties aan te pakken is de Agenda voor Verandering[14]
aangegeven dat de EU naast financiële ontwikkelingshulp technologie en
expertise moet bieden, en dat een en ander vooral op de volgende drie
belangrijke uitdagingen moet worden gericht: prijsschommelingen en energiezekerheid,
klimaatverandering waaronder toegang tot technologie met lage CO2-uitstoot, en
toegang tot veilige, betaalbare, schone en duurzame energie. Vanwege de verenigbaarheid met deze richtsnoeren steunt de Commissie de
doelstellingen van het initiatief Duurzame energie voor iedereen van
secretaris-generaal Ban Ki-moon van de Verenigde Naties. Dit initiatief is
gericht op universele toegang tot energie in 2030 en een verdubbeling van het
percentage energie-efficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energie. De EU draagt bij aan deze doelstellingen met haar eigen initiatief
Duurzame energie voor iedereen. Dit initiatief wordt aangevoerd door
Commissievoorzitter Barroso en is erop gericht de ontwikkelingslanden te helpen
om in 2030 500 miljoen mensen toegang te geven tot energie. Om dit doel te bereiken heeft de Commissie voor de periode 2012-2013
meer dan 500 miljoen euro gereserveerd, om de steun voor duurzame energie in
ontwikkelingslanden onmiddellijk te kunnen verhogen. Samen met de lidstaten
worden deze inspanningen de komen de jaren uitgebreid. Bijzondere aandacht zal
worden besteed aan partnerlanden die energie als concentratiesector hebben
gekozen voor de samenwerking met de EU, in het kader van het komende meerjarig
financieel kader. Op internationaal niveau bevordert de Commissie de doelen van de Agenda
voor Verandering eveneens door de toegang tot duurzame energiediensten te
steunen als specifieke doelstelling in het kader van het vervolg op de
millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling. EU-Duurzame energie voor iedereen Om het door Commissievoorzitter Barroso gestelde doel te halen,
namelijk om de ontwikkelingslanden te helpen om 500 miljoen mensen toegang te
geven tot energie, heeft de Commissie voor 2012-2103 de volgende bedragen
gereserveerd: - 400 miljoen
euro voor energiegerelateerde acties in Afrika ten zuiden van de Sahara, in
combinatie met leningen. Hiermee moeten concrete investeringen van 4 tot 8
miljard euro kunnen worden gerealiseerd. - 65 miljoen
euro voor een technische ondersteuningsfaciliteit die gericht is op het helpen
van ontwikkelingslanden met het opstellen en uitvoeren van
hervormingsprogramma's, zodat private investeringen kunnen worden aangetrokken. - Bijna 100
miljoen euro wordt beschikbaar gesteld voor het verbeteren van de toegang tot
moderne en duurzame energiediensten aan armen in afgelegen en landelijke
gebieden. 7. Conclusie De Mededeling van de Commissie inzake leveringszekerheid en
internationale samenwerking en de conclusies van de Energieraad van november
2011 hebben een belangrijke impuls gegeven aan EU-maatregelen op dit gebied. In
de afgelopen twee jaar zijn de activiteiten geïntensiveerd, waaronder politieke
overeenkomsten met een aantal EU-partners ter verbetering van de samenwerking
op energiegebied en de start van onderhandelingen voor een aantal
energiespecifieke en sectoroverstijgende overeenkomsten. Er is niet op alle
gebieden en met alle partners succes behaald, maar de waargenomen positieve
trend spoort aan tot voortdurende aandacht van en inspanningen door de EU. De twee jaar geleden gekozen strategie en prioriteiten zijn grotendeels
nog steeds geldig. Toch moet flexibiliteit en pragmatisme behouden blijven in
de externe energiebetrekkingen van de EU, zodat er indien nodig aanpassingen
kunnen worden gedaan aan de snelle veranderingen in de wereldwijde
energiemarkten en aan de politieke en economische ontwikkelingen. Het
wetgevingskader van de EU inzake de interne energiemarkt, energie-efficiëntie,
hernieuwbare energie, het milieu, concurrentie en andere thema's blijven een
belangrijke referentie voor vele EU-partners. Door de ervaring van de EU te
delen op het gebied van de ontwikkeling van energiebeleid, de successen daarvan
en de resterende uitdagingen, krijgen vele van onze partners de gelegenheid
positief betrokken te raken bij het onderwerp en vertrouwen op te bouwen. Voortzetting van de succesvolle
tenuitvoerlegging van de externe energieprioriteiten vergt een nauwe
samenwerking tussen de Commissie en de hoge vertegenwoordiger en de EDEO,
waarbij optimaal gebruik kan worden gemaakt van hun instrumenten en
hulpbronnen, zoals de EU-delegaties. Ook zullen voortdurende inspanningen nodig
zijn om de coördinatie met en tussen de EU-lidstaten te versterken. De externe
energie-activiteiten van de EU zijn geen vervanging van de bilaterale
samenwerking met de lidstaten, en moeten dat ook niet zijn, maar eerder een
aanvulling daarop in gevallen waarin de EU een toegevoegde waarde biedt. Toch
moet worden gewaarborgd dat de EU met één stem met haar partners spreekt. Uiteindelijk
zal een gecoördineerde aanpak een doeltreffende bevordering van de strategische
belangen van de EU mogelijk maken en het collectieve gewicht en de
onderhandelingsmacht ten opzichte van de partners doen toenemen. [1] COM(2011) 539. [2] Conclusies
van de TTE-Raad van 24 november 2011 inzake energievoorzieningszekerheid en
internationale samenwerking – "Het energiebeleid van de EU: verbintenissen
met partners buiten onze grenzen" (17615/11). [3] BP
Statistical Review of World Energy 2012, http://www.bp.com/en/global/corporate/about-bp/statistical-review-of-world-energy-2013.html. [4] World
Energy Outlook 2012, Internationaal Energieagentschap. [5] "Redrawing
the Energy-Climate Map," World Energy Outlook Special Report,
Internationaal Energieagentschap, juni 2013. [6] "Redrawing
the Energy-Climate Map," World Energy Outlook Special Report,
Internationaal Energieagentschap, juni 2013. [7] Besluit
Nr. 994/2012/EU, PB L 299 27.10.2012, blz. 13. [8] http://ec.europa.eu/energy/gas_electricity/legislation/legislation_en.htm [9] COM(2011)
200 def. [10] Verordening
(EU) Nr. 347/2013, PB L 115 25.4.2013, blz. 39. [11] http://www.inogate.org [12] http://www.covenantofmayors.eu [13] Op de
bijeenkomst op hoog niveau tussen de EU en China van mei 2012 is
overeenstemming bereikt over drie verklaringen, waaronder de gezamenlijke
verklaring van de EU en China inzake verbeterde samenwerking op de
elektriciteitsmarkten, de verklaring van de EU en China inzake energiezekerheid
en de gezamenlijke verklaring inzake het urbanisatiepartnerschap EU-China. [14] COM(2011)
637 def.