Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52000PC0185

Gewijzigd voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 94/55/EG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg

/* COM/2000/0185 def. - COD 99/0083 */

PB C 274E van 26.9.2000, pp. 103–108 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

52000PC0185

Gewijzigd voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 94/55/EG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg /* COM/2000/0185 def. - COD 99/0083 */

Publicatieblad Nr. C 274 E van 26/09/2000 blz. 0103 - 0108


Gewijzigd voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 94/55/EG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg

(door de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag ingediend)

TOELICHTING

A. Context

1. Op 17 mei 1999 heeft de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een voorstel tot wijziging van Richtlijn 94/55/EG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (COM(1999)158 def.) [1] ingediend. Op 22 september 1999 heeft het Economisch en Sociaal Comité hierover een gunstig advies uitgebracht [2].

[1] PB C 171 van 18.6.1999, blz. 17.

[2] PB C 329 van 17.11.1999, blz. 10.

Op 18 januari 2000 heeft het Europees Parlement in eerste lezing 4 amendementen aangenomen. Deze zijn alle door de Commissie aanvaard.

2. De Commissie heeft het voorstel gewijzigd door opneming van:

-de amendementen van het Europees Parlement;

-een wijziging van de datum van inwerkingtreding van de nationale bepalingen.

B. Toelichting bij de wijzigingen

1. Overweging 9 is toegevoegd. In deze overweging is amendement 2 van het Europees Parlement in een andere redactie opgenomen. Hierdoor wordt de samenhang gewaarborgd tussen de richtlijn en Besluit 1999/468/EG betreffende de comitéprocedures [3].

[3] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

2. Aan artikel 5, lid 3, van Richtlijn 94/55/EG wordt punt c) toegevoegd. In dit nieuwe punt is amendement 3 van het Europees Parlement verwerkt. Hierdoor wordt de samenhang gewaarborgd tussen de onderhavige richtlijn en artikel 5, lid 2, punt c), van Richtlijn 96/49/EG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor [4], en met artikel 7, lid 2, van Richtlijn 1999/36/EG betreffende vervoerbare drukapparatuur [5].

[4] PB L 235 van 17.9.1996, blz. 25.

[5] PB L 138 van 1.6.1999, blz. 20.

3. Artikel 6, lid 3, van Richtlijn 94/55/EG wordt gewijzigd. Bij die wijziging wordt amendement 4 van het Europees Parlement in het artikel opgenomen. Hierdoor kan discriminatie worden voorkomen tussen voertuigen en tanks die vóór respectievelijk na 1 januari 1997 zijn geproduceerd en die in overeenstemming zijn met de wetgeving die van kracht was op het tijdstip van fabricage.

4. Artikel 9 van Richtlijn 94/55/EG wordt gewijzigd. Bij die wijziging wordt amendement 5 van het Europees Parlement met een andere redactie in het artikel opgenomen. Hierdoor wordt de samenhang gewaarborgd tussen de richtlijn en Besluit 1999/468/EG betreffende de comitéprocedures.

5. De in artikel 2 genoemde datum van 30 juni 2000 wordt vervangen door "6 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn". Deze datum is gewijzigd omdat de datum in het oorspronkelijke Commissievoorstel niet meer realistisch is.

1999/0083 (COD)

Gewijzigd voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 94/55/EG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 71, lid 1, onder c),

Gezien het voorstel van de Commissie [6],

[6] PB C 171 van 18.6.1999, blz. 17.

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité [7],

[7] PB C 329 van 17.11.1999, blz. 10.

Gezien het advies van het Comité van de regio's [8],

[8] PB C ... van..., blz.....

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag [9],

[9] PB C ... van..., blz.....

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Daar de normalisatiewerkzaamheden van het Europees comité voor normalisatie (CEN) betreffende de kwaliteitsborging voor het vervoer van gevaarlijke goederen nog niet zijn beëindigd, dient de daarvoor in artikel 1 van Richtlijn 94/55/EG [10], gewijzigd bij Richtlijn 96/86/EG van de Commissie [11], vastgestelde uiterste datum te worden gewijzigd.

[10] PB L 319 van 12.12.1994, blz. 7, en PB L 275 van 28.10.1996, blz. 1.

[11] PB L 335 van 24.12.1996, blz. 43.

(2) Daar de werkzaamheden van de Economische commissie voor Europa van de Verenigde Naties (ECE-VN) betreffende de bepalingen inzake het zwaartepunt van tankwagens van bijlage B bij de Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (ADR) nog niet zijn beëindigd, dient de daarvoor in artikel 5, lid 3 van Richtlijn 94/55/EG vastgestelde uiterste datum te worden gewijzigd.

(3) Daar de normalisatiewerkzaamheden van het Europees comité voor normalisatie (CEN) betreffende houders en tanks nog niet zijn beëindigd, dienen de daarvoor in artikel 6, lid 4, van Richtlijn 94/55/EG, vastgestelde uiterste data te worden gewijzigd.

(4) De samenhang tussen de bepalingen van Richtlijn 94/55/EG en de wijzigingen in de bijlagen bij die richtlijn die nodig zijn om deze aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang aan te passen, moet worden gewaarborgd.

(5) De in artikel 6, lid 4, voor bepaalde apparatuur vastgestelde uiterste data moeten worden verschoven en deze apparatuur alsmede de datum van toepassing van Richtlijn 94/55/EG moeten worden bepaald volgens de procedure van artikel 9 van die richtlijn.

(6) De in artikel 6, lid 9, van Richtlijn 94/55/EG vastgestelde afwijkingen moeten aan de procedure van artikel 9 van die richtlijn worden onderworpen.

(7) De lidstaten moeten de mogelijkheid hebben afwijkingen voor langere duur toe te staan voor plaatselijk vervoer, en de goedkeuring daarvan moet aan de procedure van artikel 9 van Richtlijn 94/55/EG worden onderworpen.

(8) De voorwaarden waaraan moet worden voldaan opdat vervoer als eenmalig vervoer kan worden beschouwd, dienen te worden omschreven.

(9) Daar de maatregelen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze richtlijn maatregelen van algemene strekking zijn in de zin van artikel 2 van Besluit van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden [12], dienen deze maatregelen te worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure van artikel 5 van genoemd besluit.

[12] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(10) Overwegende dat Richtlijn 94/55/EG derhalve dienovereenkomstig moet worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Richtlijn 94/55/EG wordt als volgt gewijzigd:

1) Artikel 1, lid 2, onder c), komt als volgt te luiden:

"c) kwaliteitsborging van de ondernemingen wanneer zij het in punt 1 van bijlage C aangegeven nationale vervoer verrichten.

Het toepassingsgebied van de nationale bepalingen inzake de in dit punt gestelde eisen mag niet worden verruimd.

Deze bepalingen vervallen wanneer vergelijkbare maatregelen door communautaire bepalingen verplicht worden gesteld.

Uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van een Europese norm inzake de kwaliteitsborging voor het vervoer van gevaarlijke goederen dient de Commissie bij de Raad een verslag in met daarin een evaluatie van de in dit punt bedoelde veiligheidsvoorschriften, welk verslag vergezeld gaat van een voorstel tot handhaving of intrekking van dit punt."

2) Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

a) in lid 2 wordt de zinsnede "in randnummer 10599 van bijlage B bij deze richtlijn" vervangen door "in de in punt 2 van bijlage C bij deze richtlijn genoemde bepaling";

b) lid 3, onder b), wordt als volgt gewijzigd:

(i) de zinsnede "het in bijlage B bij deze richtlijn opgenomen randnummer 211 128" wordt vervangen door "de in punt 3 van bijlage C genoemde bepaling";

(ii) de datum "31 december 1998" wordt vervangen door "30 juni 2001".

"c) Een lidstaat waar de omgevingstemperatuur regelmatig lager dan -20°C ligt, mag strengere eisen stellen met betrekking tot de bedrijfstemperatuur van materialen voor tanks en de uitrusting daarvoor en voor plastic verpakkingen die bestemd zijn voor het binnenlands vervoer van gevaarlijke goederen over de weg op zijn grondgebied, totdat er bepalingen betreffende passende referentietemperaturen voor welbepaalde klimaatzones zijn opgenomen in de bijlagen.

3) Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 3 komt als volgt te luiden:

"3. Iedere lidstaat kan op zijn grondgebied het gebruik toestaan van vóór 1 januari 1997 gebouwde voertuigen die niet aan de bepalingen van de richtlijn voldoen, maar waarvan de constructie in overeenstemming is met de voorschriften van de op 31 december 1996 geldende nationale wetgeving, mits de voertuigen zodanig worden onderhouden dat de desbetreffende veiligheidsniveaus in acht worden genomen. Op of na 1 januari 1997 gebouwde tanks en voertuigen die niet in overeenstemming met bijlage B zijn, maar waarvan de constructie voldoet aan de op de dag van constructie geldende bepalingen van deze richtlijn, mogen evenwel tot een volgens de procedure van artikel 9 te bepalen datum worden gebruikt voor nationaal vervoer.

b) lid 4 komt als volgt te luiden:

"4. Iedere lidstaat kan de tot en met 31 december 1996 bestaande nationale wetsbepalingen inzake de constructie, het gebruik en de voorwaarden voor het vervoer van nieuwe houders in de zin van de in punt 4 van bijlage C genoemde bepaling en van nieuwe tanks die verschillen van de bepalingen van de bijlagen A en B handhaven totdat verwijzingen naar normen voor de constructie en het gebruik van tanks en houders worden opgenomen in de bijlagen A en B met een even bindend karakter als de bepalingen van deze richtlijn en uiterlijk tot en met 30 juni 2001. Vóór 1 juli 2001 vervaardigde tanks en houders die zodanig worden onderhouden dat de desbetreffende veiligheidsniveaus in acht worden genomen, mogen onder de oorspronkelijke voorwaarden in gebruik blijven. Deze data moeten worden verschoven voor bepaalde vervoerbare drukapparatuur, waarvoor geen gedetailleerde technische voorschriften bestaan of waarvoor in de bijlage niet voldoende verwijzingen naar Europese normen zijn opgenomen. De apparatuur waarvoor dit uitstel geldt en de datum waarop deze richtlijn erop van toepassing is, worden bepaald volgens de procedure van artikel 9";

c) lid 9 komt als volgt te luiden:

"9. Wanneer lidstaten voornemens zijn ten aanzien van vervoer dat tot het eigen grondgebied beperkt blijft en dat slechts betrekking heeft op kleine hoeveelheden bepaalde gevaarlijke goederen, met uitzondering van middelhoog- en hoogradioactieve stoffen, minder strenge bepalingen vast te stellen dan die welke in de bijlagen bij deze richtlijn zijn opgenomen, stellen zij de Commissie daarvan in kennis. Wanneer lidstaten voornemens zijn ten aanzien van vervoer dat een plaatselijk karakter heeft en tot het eigen grondgebied beperkt blijft, bepalingen vast te stellen die afwijken van die welke in de bijlagen bij deze richtlijn zijn opgenomen, stellen zij de Commissie daarvan in kennis, op voorwaarde dat geen strengere bepalingen vereist zijn voor vervoer dat met een in een andere lidstaat geregistreerd voertuig wordt verricht.

d) in lid 10 wordt de zinsnede "randnummers 2010 en 10 602 van de bijlagen A en B" vervangen door "in punt 5 van bijlage C genoemde bepalingen";

e) lid 11 komt als volgt te luiden:

"11. De lidstaten kunnen uitsluitend op het eigen grondgebied geldende administratieve vergunningen afgeven voor het uitvoeren van eenmalig vervoer van gevaarlijke goederen dat ofwel in de bijlagen bij deze richtlijn is verboden, ofwel onder andere voorwaarden wordt uitgevoerd dan die waarin genoemde bijlagen voorzien, mits dit eenmalig vervoer uitzonderlijk vervoer is, dat duidelijk is omschreven en in de tijd is beperkt";

f) In lid 12 wordt de zinsnede "randnummers 2010 en 10 602 van de bijlagen A en B" vervangen door "in punt 5 van bijlage C genoemde bepalingen".

4. In artikel 8 wordt "A en B" vervangen door "A, B en C".

5. Artikel 9 komt als volgt te luiden:

1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité voor het vervoer van gevaarlijke goederen, bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten en voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Commissie.

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is de regelgevingsprocedure van artikel 5 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van het bepaalde in artikel 7, lid 3, en artikel 8 daarvan.

3. De in artikel 5, lid 6, van het Besluit 1999/468/EG genoemde termijn is vastgelegd op drie maanden.

6. Bijlage C, opgenomen in de bijlage bij deze richtlijn, wordt toegevoegd.

Artikel 2

1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 30 juni 2001 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis. Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, op

Voor het Parlement Voor de Raad

De voorzitster De voorzitter

Bijlage

"Bijlage C

Bijzondere bepalingen met betrekking tot bepaalde artikelen van Richtlijn 94/55/EG

1. Het in artikel 1, lid 2, onder c) bedoelde nationale vervoer is het vervoer van:

i) explosieve stoffen en voorwerpen van klasse 1, wanneer de hoeveelheid vervatte explosieve stof per vervoereenheid meer bedraagt dan:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

ii) in tanks of tankcontainers met een totale capaciteit van meer dan 3.000 liter van de volgende stoffen:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

iii) de volgende colli van klasse 7 (radioactieve stoffen): splijtstoffen, colli van type B(U), colli van typeB(M).

2. De bijzondere bepaling die van toepassing is op artikel 5, lid 2, is randnummer 10 599 van bijlage B.

3. De bijzondere bepaling die van toepassing is op artikel 5, lid 3, onder b), is randnummer 211 128 van bijlage B.

4. De bijzondere bepaling die van toepassing is op artikel 6, lid 4, is randnummer 2211 van bijlage A.

5. De bijzondere bepalingen die van toepassing zijn op artikel 6, leden 10 en 12, zijn de randnummers 2010 en 10 602 van de bijlagen A en B."

Top