EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32021L1270

Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2021/1270 van de Commissie van 21 april 2021 tot wijziging van Richtlijn 2010/43/EU wat betreft voor instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) in aanmerking te nemen duurzaamheidsrisico’s en duurzaamheidsfactoren (Voor de EER relevante tekst)

C/2021/2617

OJ L 277, 2.8.2021, p. 141–144 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir_del/2021/1270/oj

2.8.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 277/141


GEDELEGEERDE RICHTLIJN (EU) 2021/1270 VAN DE COMMISSIE

van 21 april 2021

tot wijziging van Richtlijn 2010/43/EU wat betreft voor instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) in aanmerking te nemen duurzaamheidsrisico’s en duurzaamheidsfactoren

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) (1), en met name artikel 12, lid 3, artikel 14, lid 2, en artikel 51, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De transitie naar een koolstofarme, duurzamere, meer hulpbronnenefficiënte en circulaire economie in lijn met de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) is van cruciaal belang om het concurrentievermogen van de economie van de Unie op lange termijn te waarborgen. In 2016 heeft de Unie de Overeenkomst van Parijs afgesloten (2). In artikel 2, lid 1, onder c), van de Overeenkomst van Parijs wordt als doelstelling gesteld om de reactie op de dreiging van klimaatverandering te versterken, onder meer door geldstromen in lijn te brengen met een traject naar broeikasgasarme emissies en klimaatbestendige ontwikkeling.

(2)

In het licht van die uitdaging is de Commissie in december 2019 met de Europese Green Deal gekomen (3). Die Green Deal is een nieuwe groeistrategie die de Unie moet omvormen tot een eerlijke en welvarende samenleving met een moderne, hulpbronnenefficiënte en concurrerende economie, waar vanaf 2050 netto geen broeikasgassen meer worden uitgestoten en de economische groei is losgekoppeld van het gebruik van hulpbronnen. Om die doelstelling te verwezenlijken, moeten beleggers duidelijke signalen krijgen wat betreft hun beleggingen, om gestrande activa te vermijden en duurzame financiering op te halen.

(3)

In maart 2018 is de Commissie met haar actieplan “Duurzame groei financieren” gekomen (4), waarin zij een ambitieuze en brede strategie voor een duurzaam geldwezen uittekent. Een van de doelstellingen uit dat actieplan is het heroriënteren van kapitaalstromen in de richting van duurzame beleggingen om zo duurzame en inclusieve groei te bewerkstelligen. De effectbeoordeling op basis waarvan nadien wetgevingsinitatieven zijn genomen, is in mei 2018 gepubliceerd (5). Deze liet zien dat er duidelijkheid moet komen over duurzaamheidsfactoren die beheermaatschappijen in het kader van hun verplichtingen ten aanzien van beleggers in aanmerking moeten nemen. Daarom moeten beheermaatschappijen niet alleen alle relevante financiële risico’s doorlopend beoordelen, maar ook alle desbetreffende duurzaamheidsrisico’s als bedoeld in Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad (6) die, wanneer deze zich voordoen, een werkelijk of mogelijk wezenlijk negatief effect op de waarde van de belegging kunnen veroorzaken. In Richtlijn 2010/43/EU van de Commissie (7) is niet uitdrukkelijk sprake van duurzaamheidsrisico’s. Daarom, en om ervoor te zorgen dat interne procedures en organisatorische regelingen correct worden uitgevoerd en nageleefd, moet worden verduidelijkt dat in processen, systemen en interne controles van beheermaatschappijen duurzaamheidsrisico’s tot uiting moeten komen en dat technische capaciteit en kennis nodig is om die risico’s te kunnen analyseren.

(4)

Om een ongelijk speelveld te vermijden voor beheermaatschappijen en voor beleggingsmaatschappijen die geen beheermaatschappij hebben aangewezen, en om de daarmee samenhangende compartimentering, incoherentie en onvoorspelbaarheid in het functioneren van de interne markt te voorkomen, moeten de regels betreffende de integratie van duurzaamheidsrisico’s ook gelden voor beleggingsmaatschappijen, rekening houdende met het evenredigheidsbeginsel.

(5)

Om een hoog niveau van beleggersbescherming aan te houden, moeten beheermaatschappijen, bij het bepalen van de soorten belangenconflicten die de belangen van een icbe kunnen schaden, ook belangenconflicten opnemen die kunnen ontstaan als gevolg van de integratie van duurzaamheidsrisico’s in hun processen, systemen en interne controles. Bij die conflicten kan het onder meer gaan om conflicten die voortvloeien uit de beloning of persoonlijke transacties van betrokken personeelsleden, belangenconflicten die aanleiding kunnen geven tot greenwashing, mis-selling of foutieve voorstelling van beleggingsstrategieën, en belangenconflicten tussen verschillende icbe’s die door dezelfde beheermaatschappij worden beheerd.

(6)

Overeenkomstig Verordening (EU) 2019/2088 zijn beheer- of beleggingsmaatschappijen die de belangrijkste ongunstige effecten van beleggingsbeslissingen op duurzaamheidsfactoren in aanmerking moeten nemen, of die deze belangrijkste ongunstige effecten vrijwillig in aanmerking nemen, verplicht openbaar te maken hoe die belangrijkste ongunstige effecten in hun due-diligencebeleid in aanmerking worden genomen. Ter wille van de consistentie tussen Verordening (EU) 2019/2088 en Richtlijn 2010/43/EU moet die verplichting tot uiting komen in Richtlijn 2010/43/EU.

(7)

Richtlijn 2010/43/EU moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Richtlijn 2010/43/EU

Richtlijn 2010/43/EU wordt als volgt gewijzigd:

1)

Aan artikel 3 worden de volgende punten 11 en 12 toegevoegd:

“11.

“duurzaamheidsrisico”: duurzaamheidsrisico in de zin van artikel 2, punt 22, van Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad (*1);

12.

“duurzaamheidsfactoren”: duurzaamheidsfactoren in de zin van artikel 2, punt 24, van Verordening (EU) 2019/2088.

(*1)  Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector (PB L 317 van 9.12.2019, blz. 1).”."

2)

Aan artikel 4, lid 1, wordt de volgende alinea toegevoegd:

“De lidstaten zorgen ervoor dat beheermaatschappijen duurzaamheidsrisico’s in aanmerking nemen wanneer zij de in de eerste alinea vastgestelde verplichtingen in acht nemen.”.

3)

Aan artikel 5 wordt het volgende lid 5 toegevoegd:

“5.   De lidstaten zorgen ervoor dat beheermaatschappijen voor de in leden 1, 2 en 3 genoemde doeleinden de nodige middelen en deskundigheid behouden ten behoeve van de doeltreffende integratie van duurzaamheidsrisico’s.”.

4)

Het volgende artikel 5 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 5 bis

Verplichting voor beleggingsmaatschappijen om duurzaamheidsrisico’s in het beheer van icbe’s te integreren

De lidstaten zorgen ervoor dat beleggingsmaatschappijen duurzaamheidsrisico’s in het beheer van icbe’s integreren, rekening houdende met de aard, schaal en complexiteit van het bedrijf van de beleggingsmaatschappijen.”.

5)

Aan artikel 9, lid 2, wordt het volgende punt g) toegevoegd:

“g)

verantwoordelijk is voor de integratie van duurzaamheidsrisico’s in de in de punten a) tot en met f) genoemde activiteiten.”.

6)

Aan artikel 17 wordt het volgende lid 3 toegevoegd:

“3.   De lidstaten zorgen ervoor dat beheermaatschappijen, wanneer zij de soorten belangenconflicten bepalen die de belangen van een icbe kunnen schaden, ook de belangenconflicten opnemen die kunnen ontstaan als gevolg van de integratie van duurzaamheidsrisico’s in hun processen, systemen en interne controles.”.

7)

Aan artikel 23 worden de volgende leden 5 en 6 toegevoegd:

“5.   “De lidstaten verplichten beheermaatschappijen duurzaamheidsrisico’s in aanmerking te nemen wanneer zij de in de leden 1 tot en met 4 vastgestelde vereisten in acht nemen.

6.   De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer beheermaatschappijen of, in voorkomend geval, beleggingsmaatschappijen de belangrijkste ongunstige effecten van beleggingsbeslissingen op duurzaamheidsfactoren in aanmerking nemen zoals beschreven in artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EU) 2019/2088 of zoals vereist door artikel 4, lid 3 of 4, van diezelfde verordening, die beheermaatschappijen of beleggingsmaatschappijen dergelijke belangrijkste ongunstige effecten in aanmerking nemen wanneer zij de in de leden 1 tot en met 4 van dit artikel vastgestelde verplichtingen in acht nemen.”.

8)

In artikel 38, lid 1, wordt de tweede alinea vervangen door:

“Het risicobeheerbeleid omvat procedures die noodzakelijk zijn om de beheermaatschappij in staat te stellen voor elke icbe die zij beheert, de blootstelling aan markt-, liquiditeits-, duurzaamheids- en tegenpartijrisico’s te beoordelen, alsook de blootstelling van de icbe aan alle andere risico’s, inclusief operationele risico’s, die van wezenlijk belang kunnen zijn voor elke icbe die zij beheert.”.

Artikel 2

Omzetting

1.   De lidstaten dienen uiterlijk op 31 juli 2022 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.

Zij passen die bepalingen toe vanaf 1 augustus 2022.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 21 april 2021.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 302 van 17.11.2009, blz. 32.

(2)  Besluit (EU) 2016/1841 van de Raad van 5 oktober 2016 betreffende de ondertekening namens de Europese Unie van de Overeenkomst van Parijs, die is aangenomen in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (PB L 282 van 19.10.2016, blz. 1).

(3)  COM(2019) 640 final.

(4)  COM(2018) 97 final.

(5)  SWD(2018) 264 final.

(6)  Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector (PB L 317 van 9.12.2019, blz. 1).

(7)  Richtlijn 2010/43/EU van de Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft organisatorische eisen, belangenconflicten, bedrijfsvoering, risicobeheer en inhoud van de overeenkomst tussen een bewaarder en een beheermaatschappij (PB L 176 van 10.7.2010, blz. 42).


Top