This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32020R2146
Commission Delegated Regulation (EU) 2020/2146 of 24 September 2020 supplementing Regulation (EU) 2018/848 of the European Parliament and of the Council as regards exceptional production rules in organic production (Text with EEA relevance)
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/2146 van de Commissie van 24 september 2020 tot aanvulling van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft uitzonderlijke productievoorschriften in de biologische productie (Voor de EER relevante tekst)
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/2146 van de Commissie van 24 september 2020 tot aanvulling van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft uitzonderlijke productievoorschriften in de biologische productie (Voor de EER relevante tekst)
C/2020/2990
PB L 428 van 18.12.2020, pp. 5–8
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force: This act has been changed. Current consolidated version:
11/01/2024
| Relation | Act | Comment | Subdivision concerned | From | To |
|---|---|---|---|---|---|
| Completion | 32018R0848 | 01/01/2022 | |||
| Derogation | 32018R0848 | bijlage II deel I punt 1.8.1 | 01/01/2022 | ||
| Derogation | 32018R0848 | bijlage II deel II punt 1.3.1 | 01/01/2022 | ||
| Derogation | 32018R0848 | bijlage II deel II punt 1.4.1 punt (b) | 01/01/2022 | ||
| Derogation | 32018R0848 | bijlage II deel II punt 1.4.2.1 | 01/01/2022 | ||
| Derogation | 32018R0848 | bijlage II deel II punt 1.6.3 | 01/01/2022 | ||
| Derogation | 32018R0848 | bijlage II deel II punt 1.6.4 | 01/01/2022 | ||
| Derogation | 32018R0848 | bijlage II deel II punt 1.9.1.1 punt (f) | 01/01/2022 | ||
| Derogation | 32018R0848 | bijlage II deel II punt 1.9.6.2 punt (b) | 01/01/2022 | ||
| Derogation | 32018R0848 | bijlage II deel II punt 1.9.6.5 punt (a) | 01/01/2022 | ||
| Derogation | 32018R0848 | bijlage II deel II punt 1.9.6.5 punt (c) | 01/01/2022 | ||
| Derogation | 32018R0848 | bijlage II deel III punt 3.1.2.1 punt (a) | 01/01/2022 |
| Relation | Act | Comment | Subdivision concerned | From | To |
|---|---|---|---|---|---|
| Corrected by | 32020R2146R(01) | (PL) | |||
| Corrected by | 32020R2146R(02) | (SV) | |||
| Modified by | 32023R2911 | vervanging (SV) | artikel 3 lid 7 | 11/01/2024 |
|
18.12.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 428/5 |
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2020/2146 VAN DE COMMISSIE
van 24 september 2020
tot aanvulling van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft uitzonderlijke productievoorschriften in de biologische productie
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (1), en met name artikel 22, lid 1, onder b) en c),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In hoofdstuk III van Verordening (EU) 2018/848 zijn algemene productievoorschriften voor biologische producten vastgesteld. |
|
(2) |
Bepaalde gebeurtenissen, zoals extreme weersomstandigheden of wijdverbreide dier- of plantenziekten, kunnen ernstige gevolgen hebben voor de biologische productie in de getroffen bedrijven of productie-eenheden in de Unie. Om de voortzetting of de hervatting van de biologische productie mogelijk te maken, voorziet Verordening (EU) 2018/848 in de vaststelling van uitzonderlijke productievoorschriften, mits deze beperkt blijven tot situaties die in de Unie als rampzalige omstandigheden kunnen worden aangemerkt, rekening houdend met de verschillen in ecologisch evenwicht, klimatologische en plaatselijke omstandigheden in de ultraperifere gebieden van de Unie. |
|
(3) |
Gezien de verscheidenheid aan gevallen en omstandigheden die zich in de lidstaten kunnen voordoen en gezien het gebrek aan ervaring met de toepassing van artikel 22 van Verordening (EU) 2018/848, is het in dit stadium niet mogelijk om op het niveau van de Unie gemeenschappelijke criteria vast te stellen om te bepalen of een situatie als rampzalige omstandigheden kan worden aangemerkt. Het is echter passend te bepalen dat de lidstaat waar een dergelijke situatie zich voordoet, een formeel besluit moet uitvaardigen waarin de situatie als rampzalige omstandigheden wordt erkend. Dat formele besluit moet worden uitgevaardigd voor een heel gebied of voor een individuele exploitant. |
|
(4) |
Het gebruik van uitzonderlijke productievoorschriften in de Unie moet worden beperkt tot wat strikt noodzakelijk is voor de voortzetting of hervatting van de biologische productie. De in deze verordening vastgestelde afwijkingen moeten daarom in de tijd worden beperkt en alleen worden verleend ten aanzien van de getroffen soorten productie of, in voorkomend geval, de percelen grond, en aan alle betrokken exploitanten in het betrokken gebied, of aan de onder het formele besluit vallende individuele exploitant. |
|
(5) |
In deze verordening moeten de uitzonderlijke productievoorschriften worden vastgesteld die kunnen worden toegepast in geval van rampzalige omstandigheden voor de plantaardige en dierlijke productie, de aquacultuurproductie en de wijnproductie in termen van afwijkingen en de voorwaarden daarvoor. |
|
(6) |
Wanneer exploitanten die zijn getroffen door rampzalige omstandigheden, geen toegang hebben tot plantaardig biologisch teeltmateriaal of plantaardig omschakelingsteeltmateriaal voor de biologische productie van andere planten en plantaardige producten dan plantaardig teeltmateriaal, moet worden voorzien in de mogelijkheid voor die exploitanten om onder bepaalde voorwaarden niet-biologisch plantaardig teeltmateriaal te gebruiken. |
|
(7) |
Wanneer zich een hoge sterfte van dieren, met inbegrip van bijen of andere insecten, voordoet in een bedrijf of een productie-eenheid en exploitanten geen toegang hebben tot biologische dieren, bijen of andere insecten om hun veestapel of kudde te vernieuwen of opnieuw samen te stellen, moet worden voorzien in de mogelijkheid voor die exploitanten om onder bepaalde voorwaarden niet-biologische dieren te gebruiken. |
|
(8) |
Aangezien bepaalde extreme weersomstandigheden zoals ernstige droogten of overstromingen de beschikbaarheid van biologisch of omschakelingsvoeder drastisch kunnen reduceren, moet worden voorzien in de mogelijkheid voor de getroffen exploitanten om dieren met niet-biologisch voeder te voederen. |
|
(9) |
Aangezien bepaalde gebeurtenissen, zoals aardbevingen of overstromingen, de graasweiden of de gebouwen van de dieren in een bedrijf of productie-eenheid gedeeltelijk kunnen vernietigen, moet worden voorzien in de mogelijkheid voor de getroffen exploitanten om af te wijken van de verplichting om de dieren te laten grazen of te houden overeenkomstig de maximale bezettingsdichtheden in gebouwen en de minimale oppervlakken van binnen- en buitenruimten zoals vastgesteld in een uit hoofde van artikel 14, lid 3, van Verordening (EU) 2018/848 vastgestelde uitvoeringshandeling. |
|
(10) |
Aangezien bepaalde extreme weersomstandigheden, zoals ernstige droogten of overstromingen, de beschikbaarheid van biologisch ruwvoer, biologische verse of gedroogde voedergewassen of biologisch kuilvoer drastisch kunnen verminderen, moet worden voorzien in de mogelijkheid voor de getroffen exploitanten om het percentage van de droge stof in het dagrantsoen voor runderen, schapen, geiten en paardachtigen te verlagen, mits aan de voedingsbehoeften van de dieren in de verschillende stadia van hun ontwikkeling wordt voldaan. |
|
(11) |
Aangezien bepaalde andere gebeurtenissen dan weersomstandigheden, zoals branden of aardbevingen, de beschikbaarheid van nectar en stuifmeel voor bijen drastisch kunnen reduceren, moet worden voorzien in de mogelijkheid om bijenkoloniën met biologische honing, biologisch stuifmeel, biologische suikerstroop of biologische suiker te voeden, wanneer de overleving van de kolonie in gevaar is. |
|
(12) |
Aangezien bepaalde extreme weersomstandigheden, branden of aardbevingen, de bronnen van nectar en stuifmeel in bepaalde gebieden drastisch kunnen reduceren, moet worden voorzien in de mogelijkheid voor de getroffen exploitanten om bijenkolonies te verplaatsen naar plaatsen die mogelijk niet voornamelijk bestaan uit biologisch geproduceerde gewassen, of uit spontane vegetatie of niet-biologisch beheerde bossen of gewassen die alleen worden behandeld met slechts licht milieubelastende technieken, wanneer de overleving van de kolonie in gevaar is. |
|
(13) |
Wanneer zich een hoge sterfte van aquacultuurdieren voordoet in een bedrijf of een productie-eenheid en exploitanten geen toegang hebben tot biologische aquacultuurdieren om hun bestand te vernieuwen of opnieuw samen te stellen, moet worden voorzien in de mogelijkheid voor die exploitanten om onder bepaalde voorwaarden niet-biologische dieren te gebruiken. |
|
(14) |
Wanneer bepaalde rampzalige omstandigheden de gezondheidstoestand van biologische druiven negatief beïnvloeden, moet worden voorzien in de mogelijkheid voor de getroffen wijnmakers om, teneinde een vergelijkbaar eindproduct te verkrijgen, meer zwaveldioxide te gebruiken dan de maximale hoeveelheid zoals vastgesteld in de uit hoofde van artikel 24, lid 9, van Verordening (EU) 2018/848 vastgestelde uitvoeringshandeling, maar in geen geval meer dan de in bijlage I, deel B, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 van de Commissie (2) vastgestelde maximale hoeveelheid. |
|
(15) |
Met het oog op transparantie en voor controledoeleinden moet informatie over de verleende afwijkingen op geharmoniseerde wijze via een computersysteem tussen de lidstaten en de Commissie worden gedeeld. |
|
(16) |
Er moet worden gewaarborgd dat exploitanten aan wie afwijkingen zijn verleend, voldoen aan de voorwaarden van de verleende afwijkingen. Voor controledoeleinden moeten exploitanten bewijsstukken bewaren waaruit blijkt dat aan hen bepaalde, voor hun activiteiten relevante afwijkingen zijn verleend en dat zij voldoen aan de daaraan verbonden voorwaarden. |
|
(17) |
Ter wille van de duidelijkheid en de rechtszekerheid moet deze verordening van toepassing zijn met ingang van de datum van toepassing van Verordening (EU) 2018/848, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Erkenning van rampzalige omstandigheden
1. Voor de toepassing van de in artikel 22, lid 1, van Verordening (EU) 2018/848 bedoelde uitzonderlijke productievoorschriften wordt een situatie als rampzalige omstandigheden als gevolg van “ongunstige weersomstandigheden”, “dierziekten”, een “milieuongeval”, een “natuurramp”, een “rampzalige gebeurtenis” en elke vergelijkbare situatie aangemerkt, als zij als rampzalige omstandigheden wordt erkend door een formeel besluit dat is uitgevaardigd door de lidstaat waar de situatie zich voordoet.
2. Afhankelijk van de vraag of de rampzalige omstandigheden een specifiek gebied of een individuele exploitant treffen, wordt in het overeenkomstig lid 1 uitgevaardigde formele besluit naar het gebied of de exploitant in kwestie verwezen.
Artikel 2
Voorwaarden voor afwijkingen
1. Zodra het in artikel 1 bedoelde formele besluit is uitgevaardigd, kunnen de bevoegde autoriteiten, na identificatie van de getroffen exploitanten in het betrokken gebied of op verzoek van de betrokken individuele exploitant, de in artikel 3 vastgestelde relevante afwijkingen verlenen en de daaraan verbonden voorwaarden vastleggen, mits die afwijkingen en voorwaarden van toepassing zijn:
|
a) |
voor een beperkte periode en niet langer dan nodig is, en in geen geval langer dan twaalf maanden, om de biologische productie voort te zetten of te hervatten zoals vóór de datum van toepassing van deze afwijkingen; |
|
b) |
ten aanzien van specifieke soorten productie of, indien van toepassing, percelen grond die zijn getroffen, en |
|
c) |
voor alle betrokken biologische exploitanten in het getroffen gebied of enkel voor de betrokken individuele exploitant, naargelang van het geval. |
2. De toepassing van de in lid 1 bedoelde afwijkingen laten de geldigheid van de in artikel 35 van Verordening (EU) 2018/848 bedoelde certificaten onverlet gedurende de periode waarin de afwijkingen van toepassing zijn, mits de betrokken exploitanten voldoen aan de voorwaarden waaronder de afwijkingen zijn verleend.
Artikel 3
Specifieke afwijkingen van Verordening (EU) 2018/848
1. In afwijking van bijlage II, deel I, punt 1.8.1, bij Verordening (EU) 2018/848 mag voor de productie van andere planten en plantaardige producten dan plantaardig teeltmateriaal, gebruik worden gemaakt van niet-biologisch plantaardig teeltmateriaal wanneer het gebruik van plantaardig biologisch teeltmateriaal of plantaardig omschakelingsteeltmateriaal niet mogelijk is, mits punt 1.8.5.3 van deel I van die bijlage en, in voorkomend geval, de in punt 1.7 van deel I van die bijlage vastgestelde vereisten zijn nageleefd.
2. In afwijking van bijlage II, deel II, punt 1.3.1, bij Verordening (EU) 2018/848 mag de veestapel of het pluimveebeslag worden vernieuwd of opnieuw worden samengesteld met niet-biologische dieren in geval van hoge sterfte van de dieren en wanneer geen biologisch gefokte dieren beschikbaar zijn, mits de respectieve, in punt 1.2.2 van deel II van die bijlage II gespecificeerde omschakelingsperioden worden nageleefd.
De eerste alinea is van overeenkomstige toepassing op de productie van bijen en andere insecten.
3. In afwijking van bijlage II, deel II, punt 1.4.1, onder b), bij Verordening (EU) 2018/848 mogen de dieren worden gevoederd met niet-biologisch voeder in plaats van biologisch voeder of omschakelingsvoeder wanneer de voederproductie verloren is gegaan of er beperkingen zijn opgelegd.
4. In afwijking van bijlage II, deel II, punten 1.4.2.1, 1.6.3 en 1.6.4, bij Verordening (EU) 2018/848 mogen de begrazing van biologische grond, de bezettingsdichtheid in gebouwen en de minimale oppervlakken van binnen- en buitenruimten zoals vastgesteld in een uit hoofde van artikel 14, lid 3, van die verordening aangenomen uitvoeringshandeling worden aangepast, wanneer de productie-eenheid van dieren is getroffen.
5. In afwijking van bijlage II, deel II, punt 1.9.1.1, onder f), bij Verordening (EU) 2018/848 mag het percentage droge stof van het dagrantsoen dat bestaat uit ruwvoer, verse of gedroogde voedergewassen of kuilvoer worden gereduceerd wanneer de voederproductie verloren is gegaan of er beperkingen zijn opgelegd, mits aan de voedingsbehoeften van het dier in de verschillende stadia van zijn ontwikkeling wordt voldaan.
6. In afwijking van bijlage II, deel II, punt 1.9.6.2, onder b), bij Verordening (EU) 2018/848 mogen bijenkolonies worden gevoederd met biologische honing, biologisch stuifmeel, biologische suikerstropen of biologische suiker wanneer de overleving van de kolonie om andere redenen dan weersomstandigheden in gevaar is.
7. In afwijking van bijlage II, deel II, punt 1.9.6.5, onder a) en c), bij Verordening (EU) 2018/848 mogen bijenkolonies worden verplaatst naar plaatsen die niet voldoen aan de bepalingen voor de plaatsing van bijenstallen wanneer de overleving van de kolonie in gevaar is.
8. In afwijking van bijlage II, deel III, punt 3.1.2.1, onder a), bij Verordening (EU) 2018/848 mag het aquacultuurbestand worden vernieuwd of opnieuw worden samengesteld met niet-biologische aquacultuurdieren in geval van hoge sterfte van de aquacultuurdieren en wanneer geen biologisch gefokte dieren beschikbaar zijn, mits het laatste tweederdedeel van de productiecyclus volgens de biologische methode wordt beheerd.
9. In afwijking van de overeenkomstig artikel 24, lid 9, van Verordening (EU) 2018/848 vastgestelde uitvoeringshandeling tot vaststelling van met name de voorwaarden voor het gebruik van in de biologische productie toegestane producten en stoffen, mag zwaveldioxide worden gebruikt voor het vervaardigen van producten van de wijnsector, tot het in bijlage I, deel B, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 vastgestelde maximumgehalte wanneer de gezondheidstoestand van biologische druiven de wijnmaker ertoe verplicht meer zwaveldioxide dan in vorige jaren te gebruiken om een vergelijkbaar eindproduct te verkrijgen.
Artikel 4
Monitoring en rapportage
1. De lidstaten stellen de Commissie en de andere lidstaten onverwijld in kennis van de door hun bevoegde autoriteiten uit hoofde van deze verordening verleende afwijkingen via een door de Commissie ter beschikking gesteld computersysteem dat de elektronische uitwisseling van documenten en informatie mogelijk maakt.
2. Exploitanten op wie de verleende afwijkingen van toepassing zijn, bewaren bewijsstukken met betrekking tot de verleende afwijkingen alsook bewijsstukken betreffende het gebruik van die afwijkingen gedurende de periode waarin die afwijkingen van toepassing zijn.
3. De bevoegde autoriteiten of, in voorkomend geval, de controleautoriteiten of controleorganen van de lidstaten verifiëren of de exploitanten de voorwaarden van de verleende afwijkingen naleven.
Artikel 5
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2022.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 24 september 2020.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 150 van 14.6.2018, blz. 1.
(2) Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 van de Commissie van 12 maart 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de wijnbouwoppervlakten waar het alcoholgehalte mag worden verhoogd, de toegestane oenologische procedés en de beperkingen met betrekking tot de productie en de bewaring van wijnbouwproducten, het minimale alcoholpercentage voor bijproducten en de verwijdering van die producten, en de bekendmaking van OIV-dossiers (PB L 149 van 7.6.2019, blz. 1).