Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32020R1771

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1771 van de Commissie van 26 november 2020 tot goedkeuring van reactiemassa van perazijnzuur (PAA) en peroxycaprylzuur (POOA) als bestaande werkzame stof voor gebruik in biociden van de productsoorten 2, 3 en 4 (Voor de EER relevante tekst)

C/2020/8163

PB L 398 van 27.11.2020, pp. 9–11 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2020/1771/oj

27.11.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 398/9


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/1771 VAN DE COMMISSIE

van 26 november 2020

tot goedkeuring van reactiemassa van perazijnzuur (PAA) en peroxycaprylzuur (POOA) als bestaande werkzame stof voor gebruik in biociden van de productsoorten 2, 3 en 4

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (1), en met name artikel 89, lid 1, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 van de Commissie (2) is een lijst vastgesteld van bestaande werkzame stoffen die moeten worden beoordeeld met het oog op de mogelijke goedkeuring ervan voor gebruik in biociden. Die lijst bevat peroxycaprylzuur, dat ingevolge de beoordeling ervan wordt hernoemd tot reactiemassa van perazijnzuur en peroxycaprylzuur.

(2)

Reactiemassa van perazijnzuur en peroxycaprylzuur is beoordeeld voor gebruik in biociden van productsoort 2 (desinfecteermiddelen en algiciden die niet rechtstreeks op mens of dier worden gebruikt), productsoort 3 (dierhygiëne) en productsoort 4 (voeding en diervoeders), zoals beschreven in bijlage V bij Verordening (EU) nr. 528/2012.

(3)

Frankrijk is aangewezen als de als rapporteur optredende lidstaat en zijn beoordelende bevoegde autoriteit heeft het beoordelingsrapport vergezeld van haar conclusies op 2 januari 2019 bij het Europees Agentschap voor chemische stoffen (“het Agentschap”) ingediend.

(4)

Overeenkomstig artikel 7, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 heeft het Comité voor biociden, rekening houdend met de conclusies van de beoordelende bevoegde autoriteit, op 4 maart 2020 de adviezen van het Agentschap (3) aangenomen.

(5)

Volgens die adviezen mag van biociden van de productsoorten 2, 3 en 4 met reactiemassa van perazijnzuur en peroxycaprylzuur worden verwacht dat zij voldoen aan de criteria van artikel 19, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 528/2012, mits bepaalde specificaties en voorwaarden voor het gebruik ervan in acht worden genomen.

(6)

Rekening houdend met de adviezen van het Agentschap moet reactiemassa van perazijnzuur en peroxycaprylzuur worden goedgekeurd voor gebruik in biociden van de productsoorten 2, 3 en 4, mits bepaalde specificaties en voorwaarden in acht worden genomen.

(7)

Er moet in een redelijke termijn worden voorzien voordat een werkzame stof wordt goedgekeurd, zodat de betrokken partijen de nodige voorbereidende maatregelen kunnen nemen om aan de nieuwe eisen te voldoen.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor biociden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Reactiemassa van perazijnzuur en peroxycaprylzuur wordt als werkzame stof voor gebruik in biociden van de productsoorten 2, 3 en 4 goedgekeurd, mits de in de bijlage vastgestelde specificaties en voorwaarden in acht worden genomen.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 26 november 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1.

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 van de Commissie van 4 augustus 2014 over het in Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde werkprogramma voor het systematische onderzoek van alle bestaande werkzame stoffen van biociden (PB L 294 van 10.10.2014, blz. 1).

(3)  Adviezen van het Comité voor biociden over de aanvraag tot goedkeuring van reactiemassa van de werkzame stof perazijnzuur (PAA) en peroxycaprylzuur (POOA) voor de productsoorten 2, 3 en 4; ECHA/BPC/242, 243 en 244, goedgekeurd op 4 maart 2020.


BIJLAGE

Triviale naam

IUPAC-benaming

Identificatienummers

Minimale zuiverheidsgraad van de werkzame stof  (1)

Datum van goedkeuring

Datum van het verstrijken van de goedkeuring

Productsoort

Specifieke voorwaarden

Reactiemassa van perazijnzuur (PAA) en peroxycaprylzuur (POOA)

IUPAC-benaming: Reactiemassa van perazijnzuur (PAA) en peroxycaprylzuur (POOA)

EG-nr.: 201-186-8 en 450-280-7

CAS-nr.: 79-21-0 en 33734-57-5

De minimale zuiverheid van de werkzame stof is niet relevant, aangezien de werkzame stof een dubbel evenwicht is met waterstofperoxide, azijnzuur en octaanzuur als uitgangsmaterialen. De specificaties komen overeen met een concentratiebereik.

1 april 2022

31 maart 2032

2

Aan toelatingen voor biociden worden de volgende voorwaarden verbonden:

a)

Bij de beoordeling van het product moet bijzondere aandacht worden besteed aan de blootstelling, de risico’s en de doeltreffendheid voor elk gebruik waarvoor toelating werd aangevraagd, maar dat geen voorwerp was van de beoordeling van de werkzame stof op het niveau van de Unie.

b)

Gezien de risico’s die voor het beoordeelde gebruik zijn vastgesteld, moet bij de beoordeling van het product bijzondere aandacht worden geschonken aan professionele gebruikers.

Componenten

Specificaties gehaltebereik (% g/g)

Werkzame stof

Perazijnzuur

1,8-13,9

Werkzame stof

Peroxycaprylzuur

0,15-2,42

Relevante onzuiverheid

Waterstofperoxide

1,1-25,45

Relevante onzuiverheid

Azijnzuur

5,74-51

3

Aan toelatingen voor biociden worden de volgende voorwaarden verbonden:

a)

Bij de beoordeling van het product moet bijzondere aandacht worden besteed aan de blootstelling, de risico’s en de doeltreffendheid voor elk gebruik waarvoor toelating werd aangevraagd, maar dat geen voorwerp was van de beoordeling van de werkzame stof op het niveau van de Unie.

b)

Gezien de risico’s die voor het beoordeelde gebruik zijn vastgesteld, moet bij de beoordeling van het product bijzondere aandacht worden geschonken aan professionele gebruikers.

Relevante onzuiverheid

Octaanzuur

1,63-9,03

 

4

Aan toelatingen voor biociden worden de volgende voorwaarden verbonden:

a)

Bij de beoordeling van het product moet bijzondere aandacht worden besteed aan de blootstelling, de risico’s en de doeltreffendheid voor elk gebruik waarvoor toelating werd aangevraagd, maar dat geen voorwerp was van de beoordeling van de werkzame stof op het niveau van de Unie.

b)

Producten die reactiemassa van perazijnzuur en peroxycaprylzuur bevatten, mogen niet worden verwerkt in materialen en voorwerpen die bestemd zijn om met levensmiddelen in contact te komen in de zin van artikel 1, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad  (2), tenzij de Commissie specifieke grenswaarden heeft vastgesteld voor de migratie van reactiemassa van perazijnzuur en peroxycaprylzuur in levensmiddelen of overeenkomstig die verordening heeft vastgesteld dat dergelijke grenswaarden niet nodig zijn.

c)

Gezien de risico’s die voor het beoordeelde gebruik zijn vastgesteld, moet bij de beoordeling van het product bijzondere aandacht worden geschonken aan professionele gebruikers.


(1)  De in deze kolom vermelde zuiverheid is de minimale zuiverheidsgraad van de beoordeelde werkzame stof. De werkzame stof in het in de handel gebrachte product kan dezelfde of een andere zuiverheid hebben, mits bewezen is dat de werkzame stof technisch gelijkwaardig is aan de beoordeelde werkzame stof.

(2)  Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen en houdende intrekking van de Richtlijnen 80/590/EEG en 89/109/EEG (PB L 338 van 13.11.2004, blz. 4).


Top