Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Vluchtelingen en staatlozen — gemeenschappelijke normen voor erkenning (tot 2026)

SAMENVATTING VAN:

Richtlijn 2011/95/EU — Gemeenschappelijke normen voor de erkenning en internationale bescherming van vluchtelingen en staatlozen

WAT IS HET DOEL VAN DE RICHTLIJN?

Richtlijn 2011/95/EU heeft tot doel:

  • gemeenschappelijke normen vast te leggen voor de identificatie van niet-EU-burgers of staatlozen die werkelijk bescherming behoeven in de Europese Unie (EU), ofwel als vluchtelingen ofwel als personen die subsidiaire bescherming1 krijgen;
  • ervoor te zorgen dat deze personen over bepaalde minimumvoordelen en rechten kunnen beschikken in alle EU-lidstaten.

Op deze manier wil de richtlijn de migratie van de betrokkenen tussen lidstaten door verschillen in de wetgeving beperken.

De richtlijn herziet en vervangt Richtlijn 2004/83/EG om te zorgen voor samenhang met de jurisprudentie2 van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) en het Europees Hof voor de rechten van de mens.

KERNPUNTEN

Doel en definities

  • Gemeenschappelijke normen worden vastgesteld om te bepalen wie als vluchteling of als voor subsidiaire bescherming in aanmerking komend persoon wordt erkend, en om de inhoud van de internationale bescherming te bepalen. Lidstaten blijven echter vrij om gunstiger bepalingen te treffen of in stand te houden voor personen die bescherming behoeven.
  • “Vluchtelingen” en “voor subsidiaire bescherming in aanmerking komende personen” zijn gedefinieerd, zoals ook hun “familieleden” — met een uitbreiding naar de vader, moeder of een andere volwassene die verantwoordelijk is voor de persoon die internationale bescherming geniet, indien deze persoon jonger is dan 18 (minderjarig) en ongehuwd is.

Beoordeling van verzoeken

  • Lidstaten hebben de gedeelde taak om actief samen te werken met de verzoeker wanneer de relevante elementen van een verzoek worden beoordeeld.
  • Er wordt een niet-uitputtende lijst gegeven van aspecten waaronder feiten, verklaringen en omstandigheden (bijvoorbeeld of de persoon is blootgesteld aan vervolging) waarmee op een individuele, objectieve en onpartijdige basis rekening moet worden gehouden bij de beoordeling.
  • Wanneer ze elke inspanning hebben geleverd om hun verzoek in te dienen en te staven en vast is komen te staan dat de verzoeker in grote lijnen als geloofwaardig kan worden beschouwd, moeten asielzoekers het voordeel van de twijfel worden gegund, ook indien bewijsmateriaal ontbreekt.
  • Verzoekers kunnen worden geacht geen behoefte te hebben aan internationale bescherming als zij binnenlandse bescherming tegen vervolging of ernstige schade kunnen genieten in een deel van het land van herkomst waar zij op een veilige en wettige manier naartoe kunnen reizen, zich toegang toe kunnen verschaffen en waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij er zich vestigen.
  • In de richtlijn wordt het volgende aangegeven:
    • bescherming tegen vervolging of ernstige schade kan alleen worden geboden door de staat of partijen of organisaties, met inbegrip van internationale organisaties, die de staat of een aanzienlijk deel van zijn grondgebied beheersen;
    • deze partijen moeten bereid en in staat zijn bescherming te bieden die doeltreffend en van niet-tijdelijke aard is;
    • de verzoeker moet toegang tot deze bescherming hebben.
  • Lidstaten moeten beschikken over nauwkeurige en actuele informatie uit relevante bronnen, zoals de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Vluchtelingen en het Asielagentschap van de Europese Unie.

Voorwaarden voor het verkrijgen van de vluchtelingenstatus

  • Wat een “daad van vervolging” in de zin van het Verdrag van Genève is, wordt verduidelijkt in verband met de vluchtelingenstatus en de verschillende vormen die deze kan aannemen.
  • Er moet een reden voor vervolging zijn en in de tekst zijn aspecten vervat — ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging of het behoren tot een bepaalde sociale groep — waarmee rekening moet worden gehouden bij de beoordeling van redenen voor vervolging.
  • De afwezigheid van bescherming tegen vervolging om een van de hierboven aangegeven redenen vormt ook een reden om voor de vluchtelingenstatus in aanmerking te komen.

Voorwaarden om in aanmerking te komen voor subsidiaire bescherming

De “ernstige schade” waarop een betrokken niet-EU-burger een risico zou lopen wanneer hij naar zijn land van herkomst, of in het geval van een staatloze, naar het land waar hij vroeger gewoonlijk verbleef, terugkeert, bestaat uit:

  • de doodstraf of executie;
  • foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing;
  • ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een gewapend conflict.

Verlies of uitsluiting van de vluchtelingenstatus of subsidiaire bescherming

In de richtlijn worden:

  • omstandigheden genoemd waarin de vluchtelingenstatus of subsidiaire bescherming wordt beëindigd (bijvoorbeeld wanneer de verzoeker een nieuwe nationaliteit heeft verworven) of wordt uitgesloten (bijvoorbeeld indien de verzoeker een oorlogsmisdrijf of een misdrijf tegen de menselijkheid heeft gepleegd);
  • gronden genoemd waarop deze rechten kunnen worden ingetrokken of beëindigd of hun verlenging geweigerd kan worden — inclusief wanneer er redelijke gronden zijn om de verzoeker te beschouwen als een gevaar voor de veiligheid of de samenleving van de EU-gastlidstaat.

Inhoud van internationale bescherming

De inhoud van de status van de persoon die subsidiaire bescherming geniet, wordt meer in overeenstemming gebracht met die van een vluchteling, waarbij vooral de mogelijkheid voor lidstaten wordt afgeschaft om de toegang tot bepaalde rechten alleen te beperken tot vluchtelingen.

Internationale bescherming die door de EU-gastlidstaat wordt verleend, omvat de volgende rechten.

  • Bescherming tegen refoulement3.
  • Toegang van vluchtelingen en personen die subsidiaire bescherming genieten tot informatie, in een taal die zij begrijpen of redelijkerwijs geacht kunnen worden te begrijpen, over de rechten en verplichtingen die samenhangen met hun status.
  • Bescherming van gezinseenheid.
  • Tenzij er dwingende redenen van nationale veiligheid of openbare orde zijn, de afgifte van:
    • verblijfstitels — die voor ten minste drie jaar geldig zijn voor vluchtelingen en voor ten minste één jaar (twee jaar bij verlenging) in geval van subsidiaire bescherming, en
    • reisdocumenten waarbij buiten het nationaal grondgebied kan worden gereisd — in geval van subsidiaire bescherming alleen wanneer iemand niet in staat is een nationaal paspoort te verkrijgen.
  • Toegang tot werk en werkgebonden onderwijs- en opleidingsmogelijkheden, met dezelfde behandeling in de arbeidsvoorwaarden.
  • Toegang tot onderwijs — dezelfde behandeling bij eigen onderdanen voor minderjarigen en bij legaal verblijvende niet-EU-burgers voor volwassenen.
  • Gelijke toegang tot procedures voor de erkenning van buitenlandse diploma's en beroepskwalificaties.
  • Gelijke behandeling bij eigen onderdanen inzake sociale zekerheid (dit kan worden beperkt tot fundamentele prestaties in het geval van subsidiaire bescherming).
  • Vertegenwoordiging van niet-begeleide minderjarigen door een wettelijke voogd, dan wel, indien nodig, door een organisatie die belast is met het welzijn van minderjarigen, of een andere passende vertegenwoordiging zoals voorzien in het nationale rechtssysteem.
  • Toegang tot huisvesting onder vergelijkbare voorwaarden als andere niet-EU-burgers die legaal op hun grondgebied verblijven.
  • Vrij verkeer binnen het nationale grondgebied onder dezelfde voorwaarden en beperkingen die van toepassing zijn op andere niet-EU-burgers die legaal op het grondgebied verblijven.
  • Toegang tot integratievoorzieningen.
  • Indien vereist, bijstand bij repatriëring.

Landen die niet onder de richtlijn vallen

Ierland en het VK* hebben zich teruggetrokken uit de richtlijn, zoals dat was toegestaan door Protocol nr. 21 dat als bijlage bij het Verdrag van Lissabon is gevoegd. Hierdoor blijven zij gebonden aan Richtlijn 2004/83/EG.

Denemarken is niet gehouden aan deze of de voorafgaande richtlijn vanwege Protocol nr. 22 betreffende zijn positie dat als bijlage bij het Verdrag van Lissabon is gevoegd.

Intrekking

Richtlijn 2011/95/EU wordt met ingang van ingetrokken en vervangen door Verordening (EU) 2024/1347 (zie de samenvatting).

VANAF WANNEER IS DE RICHTLIJN VAN TOEPASSING?

Richtlijn 2011/95/EU strekt tot herziening en vervanging van Richtlijn 2004/83/EG. De meeste artikelen van Richtlijn 2011/95/EU, betreffende aspecten die niet onder Richtlijn 2004/83/EG vielen, zijn van toepassing vanaf . De nieuwe regels, die in Richtlijn 2011/95/EU zijn vervat, moesten voor worden omgezet in nationale wetgeving in de EU-landen.

ACHTERGROND

De richtlijn, die bekend staat als de erkenningsrichtlijn, is een van de belangrijkste instrumenten binnen het gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS) samen met de richtlijn asielprocedures, de richtlijn opvangvoorzieningen, de Dublin-verordening en de Eurodac-verordening. Bovendien is de versterking van financiële solidariteit met de verordening tot de oprichting van een asiel-, migratie- en integratiefonds van belang. De Europese Commissie heeft in 2016 een mededeling goedgekeurd waarin het hervormingsproces betreffende het CEAS werd geïntroduceerd.

KERNBEGRIPPEN

  1. Subsidiaire bescherming. Een internationale bescherming voor asielzoekers die niet voor de vluchtelingenstatus in aanmerking komen. Onder de richtlijn zijn dit personen die een reëel risico lopen op ernstige schade (zoals gedefinieerd in de tekst) indien zij naar hun land van herkomst terugkeren.
  2. Jurisprudentie. Het recht zoals dat is vastgesteld door uitspraken in eerdere zaken.
  3. Refoulement. De handeling om vluchtelingen of asielzoekers (waaronder sommigen waarvan het verzoek om verlening van de vluchtelingenstatus nog niet is vastgesteld) te dwingen terug te keren naar een land waar ze waarschijnlijk worden vervolgd.

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming (PB L 337 van , blz. 9-26).

* Het Verenigd Koninkrijk heeft zich per 1 februari 2020 teruggetrokken uit de Europese Unie en is een derde land (niet-EU-land) geworden.

laatste bijwerking

Top