This document is an excerpt from the EUR-Lex website
De inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon heeft de uitbreiding van de gewone wetgevingsprocedure en stemming met gekwalificeerde meerderheid mogelijk gemaakt. Dit is van toepassing op een breed scala aan beleidsterreinen, met uitzondering van die terreinen waar de nationale soevereiniteit van EU-lidstaten van primordiaal belang wordt geacht (bijv. buitenlands beleid, immigratie en justitie), en besluiten worden in het algemeen met eenparigheid van stemmen aangenomen door middel van de bijzondere wetgevingsprocedure.
Toen de gewone wetgevingsprocedure en de stemming met gekwalificeerde meerderheid werden verruimd, werd met het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) echter ook een systeem van vertragende clausules ingevoerd. Dankzij dit systeem kan een lidstaat bij de Europese Raad beroep aantekenen wanneer deze lidstaat van mening is dat een wetgevingsvoorstel van bijzonder belang is en de wetgevingsprocedure vervolgens wordt opgeschort. De wetgevingsprocedure kan binnen vier maanden worden hervat als aan de zorgen van de lidstaat kan worden voldaan of, als dit niet mogelijk is, de wetgevingsprocedure wordt afgewezen of de Europese Commissie publiceert een nieuw wetgevingsvoorstel.
Het afremmechanisme komt aan de orde op de volgende drie beleidsterreinen:
Indien in de laatstgenoemde twee gevallen geen consensus wordt bereikt en ten minste negen lidstaten een nauwere samenwerking willen aangaan op basis van het desbetreffende richtlijnvoorstel, stellen zij het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Commissie daarvan in kennis.