Dit document is overgenomen van EUR-Lex
Het milieubeleid van de Europese Unie (EU) is gebaseerd op artikel 191 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Het is gericht op het behoud, de bescherming en de verbetering van de kwaliteit van het milieu en op de bescherming van de gezondheid van de mens. Ook wordt gestreefd naar een behoedzaam en rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Daarnaast draagt het beleid bij aan de bevordering op internationaal niveau van maatregelen om het hoofd te bieden aan regionale of mondiale milieuproblemen, zoals klimaatverandering en verlies aan biodiversiteit. Het milieubeleid berust op het voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen aan de bron moeten worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt.
Maatregelen op gebieden van milieubeleid zoals lucht- en waterverontreiniging, bescherming en herstel van de natuur, afvalbeheer en klimaatverandering, vallen onder de bevoegdheid van de EU. Het subsidiariteitsbeginsel beperkt echter de reikwijdte van EU-maatregelen met betrekking tot belastinggerelateerde zaken, ruimtelijke ordening en grondgebruik, en kwantitatief waterbeheer.
Het milieubeleid van de EU is gericht op het versnellen van de transitie naar een duurzame, innovatieve en circulaire economie, waar biodiversiteit wordt beschermd, gewaardeerd en hersteld en milieugerelateerde gezondheidsrisico’s worden geminimaliseerd. Het moet de weerbaarheid van de EU vergroten en economische groei loskoppelen van het gebruik van hulpbronnen.
In december 2019 heeft de Europese Commissie de Europese Green Deal goedgekeurd, de routekaart voor het aanpakken van klimaatverandering en verslechtering van het milieu. De routekaart moet de EU transformeren tot een moderne, hulpbronnenefficiënte en concurrerende economie door:
Het achtste milieuactieprogramma (2022) vormt een leidraad voor de beleidsvorming op het gebied van milieu en klimaat en de uitvoering daarvan tot 2030.