This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32004D0231
2004/231/EC: Commission Decision of 8 March 2004 terminating the anti-dumping proceeding concerning imports of certain stainless steel cold-rolled flat products originating in the United States of America
2004/231/EG: Besluit van de Commissie van 8 maart 2004 tot beëindiging van de antidumpingprocedure betreffende de invoer van koudgewalste platte producten van roestvrij staal uit de Verenigde Staten van Amerika
2004/231/EG: Besluit van de Commissie van 8 maart 2004 tot beëindiging van de antidumpingprocedure betreffende de invoer van koudgewalste platte producten van roestvrij staal uit de Verenigde Staten van Amerika
PB L 70 van , pp. 43–44
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
No longer in force, Date of end of validity: 08/03/2004
2004/231/EG: Besluit van de Commissie van 8 maart 2004 tot beëindiging van de antidumpingprocedure betreffende de invoer van koudgewalste platte producten van roestvrij staal uit de Verenigde Staten van Amerika
Publicatieblad Nr. L 070 van 09/03/2004 blz. 0043 - 0044
Besluit van de Commissie van 8 maart 2004 tot beëindiging van de antidumpingprocedure betreffende de invoer van koudgewalste platte producten van roestvrij staal uit de Verenigde Staten van Amerika (2004/231/EG) DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap(1), en met name op artikel 9, Na overleg in het Raadgevend Comité, Overwegende hetgeen volgt: A. PROCEDURE (1) Op 4 november 2002 heeft de Commissie een klacht ontvangen over vermeende schadelijke dumping bij de invoer van bepaalde koudgewalste platte producten van roestvrij staal uit de Verenigde Staten van Amerika. (2) De klacht werd ingediend op grond van artikel 4, lid 1, en artikel 5, lid 4, van Verordening (EG) nr. 384/96 ("de basisverordening") door de European Confederation of Iron and Steel Industries (Eurofer) namens EG-producenten die een aanzienlijk deel vertegenwoordigen van de totale productie van bepaalde koudgewalste platte producten van roestvrij staal in de Gemeenschap. (3) Het bij de klacht gevoegde bewijsmateriaal inzake dumping en daaruit voortvloeiende aanmerkelijke schade werd voldoende geacht om tot de inleiding van een antidumpingprocedure over te gaan. (4) Dienovereenkomstig heeft de Commissie met een bericht in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen(2) een antidumpingprocedure ingeleid betreffende de invoer in de Gemeenschap van bepaalde koudgewalste platte producten van roestvrij staal, d.w.z. van chroom-ferritisch staal, bevattende minder dan 0,15 % koolstof en 10,5 % of meer, doch ten hoogste 18 % chroom, niet verder bewerkt dan koudgewalst, van roestvrij staal, bevattende minder dan 2,5 gewichtspercenten nikkel van de genormaliseerde kwaliteiten AISI 409/409L (EN 1.4512), AISI 441 (EN 1.4509) en AISI 439 (EN 1.4510), ingedeeld onder de GN-codes ex 7219 31 00, ex 7219 32 90, ex 7219 33 90, ex 7219 34 90, ex 7219 35 90, ex 7220 20 29, ex 7220 20 49 en ex 7220 20 89, van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika. (5) Bij Verordening (EG) nr. 1611/2003 van de Commissie(3) ("de voorlopige verordening") heeft de Commissie besloten tot de instelling van een voorlopig antidumpingrecht van 20,6 % voor de enige medewerkende producent/exporteur ("de producent/exporteur") en een residueel recht van 25,0 % op de invoer van bepaalde koudgewalste platte producten van roestvrij staal uit de Verenigde Staten van Amerika. (6) Na de instelling van de voorlopige antidumpingrechten werden de belanghebbenden in kennis gesteld van de feiten en overwegingen waarop de voorlopige verordening was gebaseerd. Er werd ook een termijn vastgesteld waarbinnen zij hierover opmerkingen konden maken. (7) De mondelinge en schriftelijke opmerkingen van de belanghebbenden werden in aanmerking genomen en in voorkomend geval werd er in de definitieve bevindingen rekening mee gehouden. (8) In de kantoren van de volgende, met de medewerkende Amerikaanse producent/exporteur verbonden bedrijven werden bijkomende controlebezoeken verricht: - AK Steel, SARL (Frankrijk), - AK Steel GmbH (Duitsland). B. INTREKKING VAN DE KLACHT EN BEËINDIGING VAN DE PROCEDURE (9) Eurofer heeft bij brief van 27 januari 2004 aan de Commissie zijn klacht officieel ingetrokken. (10) Overeenkomstig artikel 9, lid 1, van de basisverordening mag de procedure worden beëindigd wanneer de klacht wordt ingetrokken, tenzij dit niet in het belang van de Gemeenschap is. (11) De Commissie was van oordeel dat onderhavige procedure diende te worden beëindigd, aangezien bij het onderzoek niet was gebleken dat dit niet in het belang van de Gemeenschap zou zijn. De belanghebbenden werden hiervan in kennis gesteld en kregen de gelegenheid hierop te reageren. Er werden geen reacties ontvangen dat beëindiging van de procedure niet in het belang van de Gemeenschap zou zijn. (12) De Commissie is daarom tot de conclusie gekomen dat de antidumpingprocedure betreffende de invoer in de Gemeenschap van bepaalde koudgewalste platte producten van roestvrij staal uit de Verenigde Staten van Amerika dient te worden beëindigd zonder de instelling van antidumpingmaatregelen. (13) Alle rechten die als voorlopige zekerheid waren gesteld op grond van Verordening (EG) nr. 1611/2003 van de Commissie, dienen te worden vrijgegeven, BESLUIT: Artikel 1 De antidumpingprocedure betreffende de invoer van bepaalde koudgewalste platte producten van roestvrij staal, ingedeeld onder de GN-codes ex 7219 31 00, ex 7219 32 90, ex 7219 33 90, ex 7219 34 90, ex 7219 35 90, ex 7220 20 29, ex 7220 20 49 en ex 7220 20 89, van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika, wordt beëindigd. Artikel 2 Verordening (EG) nr. 1611/2003 wordt ingetrokken. Artikel 3 De bedragen die als zekerheid zijn gesteld uit hoofde van het bij Verordening (EG) nr. 1611/2003 ingestelde voorlopige antidumpingrecht, worden vrijgegeven. Artikel 4 Dit besluit treedt in werking op de dag volgende op die van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. Gedaan te Brussel, 8 maart 2004. Voor de Commissie Pascal Lamy Lid van de Commissie (1) PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1972/2002 (PB L 305 van 7.11.2002, blz. 1). (2) PB C 314 van 17.12.2002, blz. 3. (3) PB L 230 van 16.9.2003, blz. 9.