Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32015L0720

Richtlijn (EU) 2015/720 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 tot wijziging van Richtlijn 94/62/EG betreffende de vermindering van het verbruik van lichte plastic draagtassen (Voor de EER relevante tekst)

OJ L 115, 6.5.2015, p. 11–15 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2015/720/oj

6.5.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 115/11


RICHTLIJN (EU) 2015/720 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 29 april 2015

tot wijziging van Richtlijn 94/62/EG betreffende de vermindering van het verbruik van lichte plastic draagtassen

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Gezien het advies van het Comité van de Regio's (2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad (4) werd vastgesteld om het effect van verpakkingen en verpakkingsafval op het milieu te voorkomen of te verminderen. Hoewel plastic draagtassen verpakkingsmateriaal zijn in de zin van die richtlijn, voorziet die richtlijn niet in specifieke maatregelen betreffende het verbruik van dergelijke tassen.

(2)

Het huidige verbruik van plastic draagtassen, dat naar verwachting zal toenemen als er geen maatregelen worden genomen, leidt tot zeer veel zwerfafval en een inefficiënt gebruik van hulpbronnen. Het zwerfafval in de vorm van plastic draagtassen leidt tot milieuvervuiling en verergert het wijdverbreide probleem van het zwerfvuil in waterlichamen, dat een bedreiging vormt voor de aquatische ecosystemen wereldwijd.

(3)

De toename van zwerfafval in de vorm van plastic draagtassen in het milieu heeft bovendien duidelijk negatieve gevolgen voor bepaalde economische activiteiten.

(4)

Plastic draagtassen met een wanddikte van minder dan 50 micron („lichte plastic draagtassen”), die de overgrote meerderheid van het totaalaantal in de Unie verbruikte plastic draagtassen vormen, worden minder vaak dan dikkere plastic draagtassen opnieuw gebruikt. Bijgevolg, worden de lichte plastic draagtassen sneller afval en komen vanwege hun geringe gewicht vaker als zwerfafval in het milieu terecht.

(5)

De huidige recyclingpercentages van lichte plastic draagtassen zijn erg laag en zullen door een aantal praktische en economische problemen waarschijnlijk niet significant worden in de nabije toekomst.

(6)

Overeenkomstig de afvalhiërarchie komt preventie op de eerste plaats. Plastic draagtassen worden voor meerdere doelen gebruikt en zij zullen in de toekomst blijven worden verbruikt. Om ervoor te zorgen dat de nodige plastic draagtassen uiteindelijk niet in het milieu terechtkomen, moet in passende maatregelen worden voorzien en moeten de consumenten worden voorgelicht over degelijke afvalverwerking.

(7)

Het verbruik van plastic draagtassen varieert aanzienlijk in de Unie doordat de consumptiegewoonten, het milieubewustzijn en de doeltreffendheid van de beleidsmaatregelen van de lidstaten verschillen. Sommige lidstaten hebben het verbruik van plastic draagtassen aanzienlijk kunnen verminderen: het gemiddelde verbruik in de zeven best presterende lidstaten bedraagt slechts 20 % van het gemiddelde verbruik in de Unie.

(8)

De beschikbaarheid en de juistheid van gegevens over het huidige verbruik van lichte plastic draagtassen verschillen van lidstaat tot lidstaat. Juiste en vergelijkbare gegevens over het verbruik zijn van essentieel belang voor het beoordelen van de doeltreffendheid van maatregelen ter vermindering van het verbruik en voor het waarborgen van eenvormige voorwaarden voor de uitvoering. Daarom moet een gemeenschappelijke methode voor de berekening van het jaarlijkse verbruik van lichte plastic draagtassen per persoon worden ontwikkeld, zodat toezicht kan worden gehouden op de vooruitgang bij de vermindering van het verbruik van dergelijke draagtassen.

(9)

Voorts is aangetoond dat consumentenvoorlichting een doorslaggevende rol speelt bij de verwezenlijking van elke doelstelling om het verbruik van plastic draagtassen te verminderen. Daarom moeten overheden inspanningen doen om de consumenten bewuster te maken van de milieueffecten van het gebruik van plastic draagtassen en een einde te maken aan de bestaande perceptie dat plastic een onschadelijk en goedkoop materiaal is.

(10)

Met het oog op duurzame verminderingen van het gemiddelde verbruik van lichte plastic draagtassen moeten de lidstaten maatregelen nemen om het verbruik van lichte plastic draagtassen aanzienlijk te verminderen overeenkomstig de algemene doelstellingen van het afvalbeleid van de Unie en de afvalhiërarchie zoals bepaald in Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad (5). Bij deze maatregelen moet rekening worden gehouden met het huidige verbruik van plastic draagtassen in de afzonderlijke lidstaten, waarbij een hoger verbruik ambitieuzere inspanningen vereist, en moet rekening worden gehouden met de reeds gerealiseerde verminderingen. Om toezicht te houden op de vooruitgang bij de vermindering van het verbruik van lichte plastic draagtassen, dienen de nationale autoriteiten gegevens over het verbruik te verstrekken overeenkomstig artikel 12 van Richtlijn 94/62/EG.

(11)

Bij de maatregelen van de lidstaten kan het gaan om economische instrumenten zoals prijsstelling, belastingen en heffingen die bijzonder doeltreffend zijn gebleken om het verbruik van plastic draagtassen te verminderen, en handelsbeperkingen zoals verbodsbepalingen in afwijking van artikel 18 van Richtlijn 94/62/EG, mits die beperkingen evenredig en niet-discriminerend zijn.

(12)

Die maatregelen kunnen verschillend zijn, afhankelijk van het effect op het milieu van de terugwinning of verwijdering van lichte plastic draagtassen, de recycling- en composteringskenmerken ervan, de duurzaamheid of het specifieke beoogde gebruik ervan, en rekening houdend met de mogelijke negatieve substitutie-effecten.

(13)

De lidstaten kunnen ervoor kiezen plastic draagtassen met een wanddikte van minder dan 15 micron („zeer lichte plastic draagtassen”) die als primaire verpakking voor losse levensmiddelen worden verstrekt, vrij te stellen als zulks vereist is om hygiënische redenen of wanneer het gebruik daarvan bijdraagt tot het voorkomen van voedselverspilling.

(14)

De lidstaten mogen naar eigen goeddunken gebruikmaken van de inkomsten die worden gegenereerd door maatregelen welke krachtens Richtlijn 94/62/EG worden genomen om tot een duurzame vermindering van het verbruik van lichte plastic draagtassen te komen.

(15)

Bewustmakingsprogramma's voor de consumenten in het algemeen en educatieve programma's voor kinderen kunnen een belangrijke rol spelen bij het verminderen van het verbruik van plastic draagtassen.

(16)

In de Europese norm EN 13432 „Eisen voor verpakking terugwinbaar door compostering en biodegradatie — Beproevingsschema en evaluatiecriteria voor de eindacceptatie van verpakking” zijn de kenmerken omschreven waaraan een materiaal moet beantwoorden om als „composteerbaar” te worden beschouwd, namelijk dat het kan worden gerecycleerd via een proces van organische terugwinning bestaande uit compostering en anaerobe vergisting. De Commissie moet het Europees Comité voor Normalisatie vragen om een afzonderlijke norm te ontwikkelen voor verpakkingen die voor thuiscompostering geschikt zijn.

(17)

Er moet voor worden gezorgd dat etiketten, of merktekens voor biologisch afbreekbare en composteerbare draagtassen in de hele Unie worden erkend.

(18)

Sommige plastic draagtassen worden door de fabrikanten ervan gemarkeerd als „biologisch afbreekbaar onder invloed van zuurstof” of „afbreekbaar onder invloed van zuurstof”. Bij dergelijke draagtassen worden additieven verwerkt in normale kunststoffen. Door de aanwezigheid van die additieven vallen de kunststoffen uiteindelijk uiteen in kleine deeltjes die in het milieu achterblijven. Het kan dus misleidend zijn dergelijke draagtassen „biologisch afbreekbaar” te noemen, aangezien deze geen oplossing vormen voor zwerfafval en de verontreiniging integendeel kunnen verergeren. De Commissie moet het effect bestuderen dat het gebruik van onder invloed van zuurstof afbreekbare plastic draagtassen heeft op het milieu en een verslag bij het Europees Parlement en de Raad indienen met, in voorkomend geval, een aantal maatregelen om het verbruik ervan te verminderen of om eventuele schadelijke effecten te beperken.

(19)

De door de lidstaten te nemen maatregelen ter vermindering van het verbruik van plastic draagtassen moeten leiden tot een duurzame vermindering van het verbruik van lichte plastic draagtassen en mogen niet leiden tot een algemene stijging van de productie van verpakkingen.

(20)

De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met de mededeling van de Commissie over het stappenplan voor efficiënt hulpbronnengebruik in Europa en deze moeten bijdragen aan maatregelen ter bestrijding van zwerfafval in zee uit hoofde van Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad (6).

(21)

Richtlijn 94/62/EG dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Richtlijn 94/62/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 3 worden de volgende punten ingevoegd:

„1 bis.   „plastic”: een polymeer in de zin van artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad (*) waaraan additieven of andere stoffen kunnen zijn toegevoegd, en dat kan fungeren als structureel hoofdbestanddeel van draagtassen;

1 ter.   „plastic draagtassen”: van plastic gemaakte draagtassen, met of zonder handgreep, die aan consumenten wordt verstrekt op de plaats van verkoop van goederen of producten;

1 quater.   „lichte plastic draagtassen”: plastic draagtassen met een wanddikte van minder dan 50 micron;

1 quinquies.   „zeer lichte plastic draagtassen”: plastic draagtassen met een wanddikte van minder dan 15 micron die om hygiënische redenen zijn vereist of als primaire verpakking voor losse levensmiddelen worden verstrekt als dit helpt om voedselverspilling te voorkomen;

1 sexies.   „onder invloed van zuurstof afbreekbare plastic draagtassen”: plastic draagtassen van kunststoffen die additieven bevatten welke als katalysator werken voor het uiteenvallen van de kunststof in microscopisch kleine deeltjes;

(*)  Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).”"

.

2)

In artikel 4 worden de volgende leden ingevoegd:

„1 bis.   De lidstaten nemen maatregelen om het verbruik van lichte plastic draagtassen op hun grondgebied duurzaam te verminderen.

Bij deze maatregelen kan het zowel gaan om nationale reductiestreefcijfers, het handhaven of invoeren van economische instrumenten als handelsbeperkingen in afwijking van artikel 18 van deze richtlijn, op voorwaarde dat die beperkingen evenredig en niet-discriminerend zijn.

Die maatregelen kunnen verschillend zijn afhankelijk van het effect op het milieu van de terugwinning of verwijdering van lichte plastic draagtassen, en de composteringskenmerken, de duurzaamheid of het specifieke beoogde gebruik ervan.

Tot de door de lidstaten te nemen maatregelen behoort een van de volgende maatregelen, of allebei:

a)

de vaststelling van maatregelen om ervoor te zorgen dat het jaarlijkse verbruik uiterlijk op 31 december 2019 ten hoogste 90, en uiterlijk op 31 december 2025 ten hoogste l 40, lichte plastic draagtassen per persoon bedraagt; of soortgelijke streefcijfers uitgedrukt in gewicht. Zeer lichte plastic draagtassen kunnen worden uitgesloten van de nationale verbruiksdoelstellingen;

b)

de vaststelling van instrumenten om ervoor te zorgen dat er uiterlijk op 31 december 2018 geen gratis lichte plastic draagtassen meer worden verstrekt op de plaats van verkoop van goederen of producten, tenzij er even doeltreffende instrumenten worden toegepast. Zeer lichte plastic draagtassen kunnen van die maatregelen worden uitgesloten.

Vanaf 27 mei 2018 brengen de lidstaten verslag uit over het jaarlijkse verbruik van lichte plastic draagtassen wanneer zij aan de Commissie gegevens met betrekking tot verpakking en verpakkingsafval verstrekken overeenkomstig artikel 12.

Uiterlijk op 27 mei 2016 stelt de Commissie een uitvoeringshandeling vast tot vaststelling van de methode voor de berekening van het jaarlijkse verbruik van lichte plastic draagtassen per persoon en tot aanpassing van de overeenkomstig artikel 12, lid 3, vastgestelde verslagleggingsmodellen. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure vastgesteld.

1 ter.   Onverminderd artikel 15 kunnen de lidstaten maatregelen, zoals economische instrumenten en nationale reductiestreefcijfers, nemen ten aanzien van alle soorten plastic draagtassen, ongeacht de wanddikte ervan.

1 quater.   De Commissie en de lidstaten moedigen, tenminste gedurende het eerste jaar na 27 november 2016, actief voorlichtings- en bewustmakingscampagnes voor het grote publiek aan over de negatieve gevolgen van het buitensporig verbruik van lichte plastic draagtassen voor het milieu.”

.

3)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 8 bis

Specifieke maatregelen voor biologisch afbreekbare en composteerbare plastic draagtassen

Uiterlijk op 27 mei 2017 stelt de Commissie een uitvoeringshandeling vast tot vaststelling van de specificaties van etiketten of merktekens om ervoor te zorgen dat biologisch afbreekbare en composteerbare plastic draagtassen in de hele Unie worden erkend en om de consumenten correcte informatie te verstrekken over de composteringskenmerken van dergelijke draagtassen. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure vastgesteld.

Uiterlijk 18 maanden na de vaststelling van die uitvoeringshandeling, zorgen de lidstaten ervoor dat biologisch afbreekbare en composteerbare plastic draagtassen worden geëtiketteerd overeenkomstig de daarin vervatte specificaties.”

.

4)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 20 bis

Verslag inzakelichte plastic draagtassen

1.   Uiterlijk op 27 november 2021 dient de Commissie bij het Europees Parlement en bij de Raad een verslag in waarin de doeltreffendheid van de maatregelen van artikel 4, lid 1 bis, op Unieniveau bij de bestrijding van zwerfafval, de verandering van het consumentengedrag en de bevordering van afvalpreventie wordt beoordeeld. Indien uit de beoordeling blijkt dat de genomen maatregelen niet doeltreffend zijn, onderzoekt de Commissie andere mogelijke manieren om tot een vermindering van het verbruik van lichte plastic draagtassen te komen, waaronder het vaststellen van realistische en haalbare streefcijfers op Unieniveau, en komt zij desgevallendmet een wetgevingsvoorstel.

2.   Uiterlijk op 27 mei 2017 dient de Commissie bij het Europees Parlement en bij de Raad een verslag in waarin de gevolgen van het gebruik van onder invloed van zuurstof afbreekbare plastic draagtassen voor het milieu worden bestudeerd, en dient zij desgevallend een wetgevingsvoorstel in.

3.   Uiterlijk op 27 mei 2017, beoordeelt de Commissie de levenscycluseffecten van de verschillende mogelijkheden om het verbruik van zeer lichte plastic draagtassen te verminderen, en komt desgevallend met een wetgevingsvoorstel.”

.

5)

De eerste alinea in artikel 22, lid 3 bis, wordt vervangen door:

„3 bis.   Mits de in artikel 4 en artikel 6 beoogde resultaten worden bereikt, kunnen de lidstaten de bepalingen van artikel 4, lid 1 bis, en artikel 7 omzetten door middel van overeenkomsten tussen de bevoegde instanties en de betrokken bedrijfssectoren.”

.

Artikel 2

1.   De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 27 november 2016 aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.

Wanneer de lidstaten die bepalingen vaststellen, wordt in de bepalingen zelf of wordt bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Straatsburg, 29 april 2015.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

M. SCHULZ

Voor de Raad

De voorzitter

Z. KALNIŅA-LUKAŠEVICA


(1)  PB C 214 van 8.7.2014, blz. 40.

(2)  PB C 174 van 7.6.2014, blz. 43.

(3)  Standpunt van het Europees Parlement van 16 april 2014 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en standpunt van de Raad bij eerste lezing van 2 maart 2015. (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad). Standpunt van het Europees Parlement van 28 april 2015 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(4)  Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval (PB L 365 van 31.12.1994, blz. 10).

(5)  Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).

(6)  Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (Kaderrichtlijn mariene strategie) (PB L 164 van 25.6.2008, blz. 19).


Top