TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN DE GEDELEGEERDE HANDELING
Het doel van Verordening (EU) 2019/125 (hierna “de verordening” genoemd) met betrekking tot de handel in bepaalde goederen die gebruikt zouden kunnen worden voor de doodstraf, foltering of andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing 1 , is enerzijds de doodstraf en anderzijds foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing in landen buiten de EU te voorkomen.
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen:
- goederen die bedoeld zijn om schade toe te brengen en die niet mogen worden verhandeld (bijlage II); en
- goederen die voor legitieme doeleinden kunnen worden gebruikt, zoals uitrusting voor de rechtshandhaving (bijlage III) en goederen voor therapeutisch gebruik (bijlage IV).
De handel in goederen vermeld in de bijlagen III en IV moet aan een doeltreffende controle worden onderworpen wanneer zij worden uitgevoerd uit of doorgevoerd door de Europese Unie of worden geleverd aan een derde land als gevolg van tussenhandeldiensten of technische bijstand.
De verordening is ontworpen als een “levend instrument”, dat mechanismen omvat die het Europees Parlement, de Raad en de Commissie in staat stellen gezamenlijk te reageren op veranderingen op de internationale veiligheidsmarkt en in de aard van het gebruik en misbruik van rechtshandhavingsapparatuur, en om te gaan met technologische ontwikkelingen in de handel.
De in de verordening beschreven lijst van goederen moet actueel blijven om enerzijds te kunnen reageren op veranderingen op de internationale veiligheidsmarkt, waar zich vaak technologische en marktontwikkelingen voordoen, en anderzijds op veranderingen in het gebruik en misbruik van rechtshandhavingsapparatuur, zoals opgemerkt in het evaluatieverslag van de Commissie van 2020 2 . Om geschikt te blijven voor het beoogde doel, moet de verordening ook inspelen op opkomende trends en uitdagingen die de afgelopen jaren zijn waargenomen met betrekking tot foltering buiten vrijheidsbeneming en mishandeling bij het neerslaan van vreedzame protesten. Sinds enkele jaren worden de zogenaamde minder dodelijke wapens, waaronder pepperspray, waterkanonnen en rubberkogels, in sommige landen stelselmatig door rechtshandhavingsinstanties misbruikt om afwijkende meningen te onderdrukken en vreedzame demonstranten het zwijgen op te leggen, waardoor steeds meer burgers ernstig gewond raken of gedood worden. In sommige delen van de wereld krijgen demonstranten steeds vaker te maken met buitensporig, onwettig of onnodig geweld 3 .
Verordening (EU) 2016/2134 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2016 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1236/2005 van de Raad met betrekking tot de handel in bepaalde goederen die gebruikt zouden kunnen worden voor de doodstraf, foltering of andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing 4 .
Deze gedelegeerde handeling bevat wijzigingen van de lijst van goederen die zijn beschreven in de bijlagen II en III. Bijlage II omvat goederen die geen andere toepassingen in de praktijk hebben dan de doodstraf, foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing. Bijlage III heeft betrekking op de goederen die gebruikt zouden kunnen worden voor foltering of andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing:
goederen die voornamelijk voor rechtshandhaving worden gebruikt;
goederen waarvoor, gezien hun ontwerp en technische kenmerken, een aanzienlijk risico bestaat dat zij worden gebruikt voor foltering of andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing.
De gedelegeerde handeling verbiedt wapens, apparaten en uitrusting die verdovende of irriterende chemische stoffen of bepaalde daarmee verband houdende stoffen en munitie verspreiden en die niet geschikt zijn om door rechtshandhavingsinstanties te worden gebruikt voor het in bedwang houden van mensen, oproerbeheersing of zelfbescherming. Voorts verbiedt de gedelegeerde handeling goederen als het risico groot is dat daarmee dermate ernstige vormen van pijn of leed worden veroorzaakt, dat er mogelijk sprake is van foltering of wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing.
De wijzigingen bouwen in de eerste plaats voort op de conclusies van het verslag van de Commissie van 2020 met betrekking tot het toepassingsgebied van de goederen 5 , de werkzaamheden van de informele deskundigengroep van de Commissie voor de uitvoering van de verordening, verslagen van de speciale VN-rapporteur inzake foltering 6 en van organisaties die zich bezighouden met de bescherming van de mensenrechten, alsmede relevante internationale normen op dit gebied 7 . Zo verbieden de VN-standaardminimumregels voor de behandeling van gevangenen (herzien in 2015 en aangeduid als de Nelson Mandela-regels) het gebruik van dwanginstrumenten die inherent vernederend of pijnlijk zijn, aangezien zij geen legitiem rechtshandhavingsdoel hebben dat niet kan worden bereikt met standaardhand- of beenboeien; dit verklaart waarom groepskluisters nu in bijlage II zijn opgenomen, terwijl ze voorheen in bijlage III werden vermeld.
2.RAADPLEGING VOORAFGAAND AAN DE AANNEMING VAN DE HANDELING
Artikel 29, lid 4, van de verordening bepaalt: “Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven 8 .”
Overweging 46 van de verordening bepaalt: “Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016.”
Voorts staat in overweging 48 van de verordening: “Indien de Commissie besluit de groep te raadplegen bij de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, dient zij dit te doen in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.”