This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document E2013P0020
Request for an Advisory Opinion from the EFTA Court by Oslo tingrett, dated 30 August 2013 in the case of Fred. Olsen and others v Staten v/Skattedirektoratet (Case E-20/13)
Verzoek van 30 augustus 2013 om een advies van het EVA-Hof door de Oslo tingrett in de zaak Fred. Olsen e.a. tegen Staten v/Skattedirektoratet (Zaak E-20/13)
Verzoek van 30 augustus 2013 om een advies van het EVA-Hof door de Oslo tingrett in de zaak Fred. Olsen e.a. tegen Staten v/Skattedirektoratet (Zaak E-20/13)
PB C 372 van 19.12.2013, p. 19–19
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
19.12.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 372/19 |
Verzoek van 30 augustus 2013 om een advies van het EVA-Hof door de Oslo tingrett in de zaak Fred. Olsen e.a. tegen Staten v/Skattedirektoratet
(Zaak E-20/13)
(2013/C 372/08)
Bij brief van 30 augustus 2013, ingekomen ter griffie van het Hof op dezelfde dag, heeft de Oslo tingrett (districtsrechtbank van Oslo) het EVA-Hof om een advies verzocht in de zaak Fred. Olsen e.a. tegen Staten v/Skattedirektoratet, betreffende onderstaande vragen:
|
1. |
Vallen trusts als een vorm van vestiging binnen de werkingssfeer van de in artikel 31 van de EER-Overeenkomst bedoelde vrijheid van vestiging? Aanvullende vraag: zo ja, wie bezit dan rechten uit hoofde van de bepalingen van de EER-Overeenkomst? |
|
2. |
Indien de eerste hoofdvraag bevestigend wordt beantwoord: voldoet een trust aan het in artikel 31 van de EER-Overeenkomst neergelegde vereiste van economische activiteit? |
|
3. |
Indien de eerste hoofdvraag ontkennend wordt beantwoord: valt een trust binnen de werkingssfeer van het in artikel 40 van de EER-Overeenkomst bedoelde recht op vrij verkeer van kapitaal? |
|
4. |
Indien de eerste of derde hoofdvraag bevestigend wordt beantwoord: houden de Noorse regels inzake gecontroleerde buitenlandse vennootschappen (CFC) een of meer beperkingen in van de vrijheid van vestiging of van het recht op vrij verkeer van kapitaal? |
|
5. |
Indien de vierde hoofdvraag bevestigend wordt beantwoord: kunnen die beperkingen gerechtvaardigd worden geacht door dwingende redenen van algemeen belang en zijn die beperkingen evenredig? |
|
6. |
Zijn de doorlopende vermogensbelasting voor de begunstigden van activa van trusts en de belasting van 1,1 % een beperking in de zin van artikel 31 en/of artikel 40 van de EER-Overeenkomst — en kan dit element worden aangevoerd door de begunstigden van een trust op de wijze beschreven in deel 2 van het verzoek om een advies? |
Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord:
|
— |
kan die beperking gerechtvaardigd worden geacht door dwingende redenen van algemeen belang en is die beperking evenredig? |
|
— |
is deze belasting in strijd met de in de EER-Overeenkomst neergelegde grondrechten? |
|
— |
heeft de inwerkingtreding van de overeenkomst inzake informatie-uitwisseling tussen Noorwegen en Liechtenstein gevolgen voor de onderhavige zaak? |