Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document C2019/372/02

Vorming van de kamers en toevoeging van de rechters aan de kamers

PB C 372 van 4.11.2019, pp. 3–7 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

4.11.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 372/3


Vorming van de kamers en toevoeging van de rechters aan de kamers

(2019/C 372/03)

Tijdens zijn buitengewone voltallige vergadering van 30 september 2019 heeft het Gerecht, dat uit 52 rechters bestaat, besloten om uit zijn midden tien kamers van vijf rechters te vormen die zitting hebben met vijf en met drie rechters, die zijn toegewezen aan zes formaties, voor de periode van 30 september 2019 tot en met 31 augustus 2022. Alle formaties binnen de tien kamers van het Gerecht worden voorgezeten door een kamerpresident, die gekozen is tot kamerpresident voor zowel het geval waarin de betreffende kamer zitting heeft met vijf rechters als het geval waarin zij zitting heeft met drie rechters.

Tijdens zijn voltallige vergadering van 4 oktober 2019 heeft het Gerecht op voorstel van de president overeenkomstig artikel 13, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering, besloten om de rechters voor de periode van 4 oktober 2019 tot en met 31 augustus 2022 toe te voegen aan de kamers als volgt:

Eerste kamer – uitgebreid, zitting hebbend met vijf rechters:

De heer Kanninen, kamerpresident, de heer Jaeger, mevrouw Półtorak, mevrouw Porchia en mevrouw Stancu, rechters.

Eerste kamer, zitting hebbend met drie rechters:

De heer Kanninen, kamerpresident;

Formatie A: de heer Jaeger en mevrouw Półtorak, rechters;

Formatie B: de heer Jaeger en mevrouw Porchia, rechters;

Formatie C: de heer Jaeger en mevrouw Stancu, rechters;

Formatie D: mevrouw Półtorak en mevrouw Porchia, rechters;

Formatie E: mevrouw Półtorak en mevrouw Stancu, rechters;

Formatie F: mevrouw Porchia en mevrouw Stancu, rechters.

Tweede kamer – uitgebreid, zitting hebbend met vijf rechters:

Mevrouw Tomljenović, kamerpresident, mevrouw Labucka, de heer Schalin, mevrouw Škvařilová-Pelzl en de heer Nõmm, rechters.

Tweede kamer, zitting hebbend met drie rechters:

Mevrouw Tomljenović, kamerpresident;

Formatie A: mevrouw Labucka en de heer Schalin, rechters;

Formatie B: mevrouw Labucka en mevrouw Škvařilová-Pelzl, rechters;

Formatie C: mevrouw Labucka en de heer Nõmm, rechters;

Formatie D: de heer Schalin en mevrouw Škvařilová-Pelzl, rechters;

Formatie E: de heer Schalin en de heer Nõmm, rechters;

Formatie F: mevrouw Škvařilová-Pelzl en de heer Nõmm, rechters.

Derde kamer – uitgebreid, zitting hebbend met vijf rechters:

De heer Collins, kamerpresident, de heer Kreuschitz, de heer Csehi, de heer De Baere en mevrouw Steinfatt, rechters.

Derde kamer, zitting hebbend met drie rechters:

De heer Collins, kamerpresident;

Formatie A: de heer Kreuschitz en de heer Csehi, rechters;

Formatie B: de heer Kreuschitz en de heer De Baere, rechters;

Formatie C: de heer Kreuschitz en mevrouw Steinfatt, rechters;

Formatie D: de heer Csehi en de heer De Baere, rechters;

Formatie E: de heer Csehi en mevrouw Steinfatt, rechters;

Formatie F: de heer De Baere en mevrouw Steinfatt, rechters.

Vierde kamer – uitgebreid, zitting hebbend met vijf rechters:

De heer Gervasoni, kamerpresident, de heer Madise, de heer Nihoul, mevrouw Frendo en de heer Martín y Pérez de Nanclares, rechters.

Vierde kamer, zitting hebbend met drie rechters:

De heer Gervasoni, kamerpresident;

Formatie A: de heer Madise en de heer Nihoul, rechters;

Formatie B: de heer Madise en mevrouw Frendo, rechters;

Formatie C: de heer Madise en de heer Martín y Pérez de Nanclares, rechters;

Formatie D: de heer Nihoul en mevrouw Frendo, rechters;

Formatie E: de heer Nihoul en de heer Martín y Pérez de Nanclares, rechters;

Formatie F: mevrouw Frendo en de heer Martín y Pérez de Nanclares, rechters.

Vijfde kamer – uitgebreid, zitting hebbend met vijf rechters:

De heer Spielmann, kamerpresident, de heer Forrester, de heer Öberg, mevrouw Spineanu-Matei en de heer Mastroianni, rechters.

Vijfde kamer, zitting hebbend met drie rechters:

De heer Spielmann, kamerpresident;

Formatie A: de heer Forrester en de heer Öberg, rechters;

Formatie B: de heer Forrester en mevrouw Spineanu-Matei, rechters;

Formatie C: de heer Forrester en de heer Mastroianni, rechters;

Formatie D: de heer Öberg en mevrouw Spineanu-Matei, rechters;

Formatie E: de heer Öberg en de heer Mastroianni, rechters;

Formatie F: mevrouw Spineanu-Matei en de heer Mastroianni, rechters.

Zesde kamer – uitgebreid, zitting hebbend met vijf rechters:

Mevrouw Marcoulli, kamerpresident, de heer Frimodt Nielsen, de heer Schwarcz, de heer Iliopoulos en de heer Norkus, rechters.

Zesde kamer, zitting hebbend met drie rechters:

Mevrouw Marcoulli, kamerpresident;

Formatie A: de heer Frimodt Nielsen en de heer Schwarcz, rechters;

Formatie B: de heer Frimodt Nielsen en de heer Iliopoulos, rechters;

Formatie C: de heer Frimodt Nielsen en de heer Norkus, rechters;

Formatie D: de heer Schwarcz en de heer Iliopoulos, rechters;

Formatie E: de heer Schwarcz en de heer Norkus, rechters;

Formatie F: de heer Iliopoulos en de heer Norkus, rechters.

Zevende kamer – uitgebreid, zitting hebbend met vijf rechters:

De heer da Silva Passos, kamerpresident, de heer Valančius, mevrouw Reine, de heer Truchot en de heer Sampol Pucurull, rechters.

Zevende kamer, zitting hebbend met drie rechters:

De heer da Silva Passos, kamerpresident;

Formatie A: de heer Valančius en mevrouw Reine, rechters;

Formatie B: de heer Valančius en de heer Truchot, rechters;

Formatie C: de heer Valančius en de heer Sampol Pucurull, rechters;

Formatie D: mevrouw Reine en de heer Truchot, rechters;

Formatie E: mevrouw Reine en de heer Sampol Pucurull, rechters;

Formatie F: de heer Truchot en de heer Sampol Pucurull, rechters.

Achtste kamer – uitgebreid, zitting hebbend met vijf rechters:

De heer Svenningsen, kamerpresident, de heer Barents, de heer Mac Eochaidh, mevrouw Pynnä en de heer Laitenberger, rechters.

Achtste kamer, zitting hebbend met drie rechters:

De heer Svenningsen, kamerpresident;

Formatie A: de heer Barents en de heer Mac Eochaidh, rechters;

Formatie B: de heer Barents en mevrouw Pynnä, rechters;

Formatie C: de heer Barents en de heer Laitenberger, rechters;

Formatie D: de heer Mac Eochaidh en mevrouw Pynnä, rechters;

Formatie E: de heer Mac Eochaidh en de heer Laitenberger, rechters;

Formatie F: mevrouw Pynnä en de heer Laitenberger, rechters.

Negende kamer – uitgebreid, zitting hebbend met vijf rechters:

Mevrouw Costeira, kamerpresident, de heer Gratsias, mevrouw Kancheva, de heer Berke en mevrouw Perišin, rechters.

Negende kamer, zitting hebbend met drie rechters:

Mevrouw Costeira, kamerpresident;

Formatie A: de heer Gratsias en mevrouw Kancheva, rechters;

Formatie B: de heer Gratsias en de heer Berke, rechters;

Formatie C: de heer Gratsias en mevrouw Perišin, rechters;

Formatie D: mevrouw Kancheva en de heer Berke, rechters;

Formatie E: mevrouw Kancheva en mevrouw Perišin, rechters;

Formatie F: de heer Berke en mevrouw Perišin, rechters.

Tiende kamer – uitgebreid, zitting hebbend met vijf rechters:

De heer Kornezov, kamerpresident, de heer Buttigieg, de heer Passer, mevrouw Kowalik-Bańczyk en de heer Hesse, rechters.

Tiende kamer, zitting hebbend met drie rechters:

De heer Kornezov, kamerpresident;

Formatie A: de heer Buttigieg en de heer Passer, rechters;

Formatie B: de heer Buttigieg en mevrouw Kowalik-Bańczyk, rechters;

Formatie C: de heer Buttigieg en de heer Hesse, rechters;

Formatie D: de heer Passer en mevrouw Kowalik-Bańczyk, rechters;

Formatie E: de heer Passer en de heer Hesse, rechters;

Formatie F: mevrouw Kowalik-Bańczyk en de heer Hesse, rechters.

De Eerste, de Vierde, de Zevende en de Achtste kamer zijn bevoegd voor zaken die aanhangig zijn gemaakt krachtens artikel 270 VWEU en, in voorkomend geval, krachtens artikel 50 bis van het Protocol betreffende het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie. De Tweede, de Derde, de Vijfde, de Zesde, de Negende en de Tiende kamer zijn bevoegd voor de in titel IV van het Reglement voor de procesvoering bedoelde zaken betreffende intellectuele-eigendomsrechten.

Het Gerecht heeft tevens het volgende besloten:

de president en de vicepresident zijn geen vaste rechters in een kamer;

elk gerechtelijk jaar zetelt de vicepresident in elk van de tien kamers wanneer deze zitting hebben met vijf rechters, en dit in één zaak per kamer in onderstaande volgorde:

de eerste zaak die bij beslissing van het Gerecht wordt verwezen naar respectievelijk de Eerste, de Tweede, de Derde, de Vierde en de Vijfde kamer, zitting hebbend met vijf rechters;

de derde zaak die bij beslissing van het Gerecht wordt verwezen naar respectievelijk de Zesde, de Zevende, de Achtste, de Negende en de Tiende kamer, zitting hebbend met vijf rechters.

Wanneer de vicepresident aldus zitting heeft in een kamer van vijf rechters, bestaat deze uit de vicepresident, de rechters van de kamer van drie rechters waarbij de zaak aanvankelijk aanhangig was en een van de andere rechters van de betreffende kamer, die wordt gekozen op basis van de omgekeerde rangorde als bedoeld in artikel 8 van het Reglement van de procesvoering.


Top