Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62021CA0687

Zaak C-687/21, MediaMarktSaturn: Arrest van het Hof (Derde kamer) van 25 januari 2024 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Amtsgericht Hagen — Duitsland) — BL / MediaMarktSaturn Hagen-Iserlohn GmbH, voorheen Saturn Electro-Handelsgesellschaft mbH Hagen [Prejudiciële verwijzing – Bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens – Verordening (EU) 2016/679 – Uitlegging van de artikelen 5, 24, 32 en 82 – Beoordeling van de geldigheid van artikel 82 – Niet-ontvankelijkheid van het verzoek tot beoordeling van de geldigheid – Recht op vergoeding van schade veroorzaakt door de verwerking van persoonsgegevens in strijd met deze verordening – Doorgeven van gegevens aan een niet-bevoegde derde ten gevolge van een door werknemers van de verwerkingsverantwoordelijke begane vergissing – Beoordeling of de door de verwerkingsverantwoordelijke getroffen beschermingsmaatregelen passend zijn – Compensatoire functie van het recht op schadevergoeding – Impact van de ernst van de inbreuk – Noodzaak om aan te tonen dat de genoemde inbreuk schade heeft veroorzaakt – Begrip “immateriële schade”]

PB C, C/2024/1993, 18.3.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/1993/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/1993/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

Serie C


C/2024/1993

18.3.2024

Arrest van het Hof (Derde kamer) van 25 januari 2024 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Amtsgericht Hagen — Duitsland) — BL / MediaMarktSaturn Hagen-Iserlohn GmbH, voorheen Saturn Electro-Handelsgesellschaft mbH Hagen

(Zaak C-687/21 (1), MediaMarktSaturn)

(Prejudiciële verwijzing - Bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens - Verordening (EU) 2016/679 - Uitlegging van de artikelen 5, 24, 32 en 82 - Beoordeling van de geldigheid van artikel 82 - Niet-ontvankelijkheid van het verzoek tot beoordeling van de geldigheid - Recht op vergoeding van schade veroorzaakt door de verwerking van persoonsgegevens in strijd met deze verordening - Doorgeven van gegevens aan een niet-bevoegde derde ten gevolge van een door werknemers van de verwerkingsverantwoordelijke begane vergissing - Beoordeling of de door de verwerkingsverantwoordelijke getroffen beschermingsmaatregelen passend zijn - Compensatoire functie van het recht op schadevergoeding - Impact van de ernst van de inbreuk - Noodzaak om aan te tonen dat de genoemde inbreuk schade heeft veroorzaakt - Begrip “immateriële schade”)

(C/2024/1993)

Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Amtsgericht Hagen

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: BL

Verwerende partij: MediaMarktSaturn Hagen-Iserlohn GmbH, voorheen Saturn Electro-Handelsgesellschaft mbH Hagen

Dictum

1)

De artikelen 5, 24, 32 en 82 van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), in hun onderlinge samenhang gelezen,

moeten aldus worden uitgelegd dat

het feit dat, in het kader van een vordering tot schadevergoeding op grond van dat artikel 82, werknemers van de verwerkingsverantwoordelijke abusievelijk aan een onbevoegde derde een document hebben afgegeven waarin persoonsgegevens zijn opgenomen, op zich niet volstaat om aan te nemen dat de door de betrokken verwerkingsverantwoordelijke getroffen technische en organisatorische maatregelen niet “passend” waren in de zin van die artikelen 24 en 32.

2)

Artikel 82, lid 1, van verordening 2016/679

moet aldus worden uitgelegd dat

het recht op schadevergoeding waarin deze bepaling voorziet, met name in geval van immateriële schade, een compensatoire functie vervult, in die zin dat een op die bepaling gebaseerde geldelijke schadevergoeding het mogelijk moet maken de concreet door de inbreuk op deze verordening geleden schade volledig te vergoeden, doch geen punitieve functie.

3)

Artikel 82 van verordening 2016/679

moet aldus worden uitgelegd dat

dit artikel niet vereist dat rekening wordt gehouden met de ernst van de door de verwerkingsverantwoordelijke gepleegde inbreuk bij de vergoeding van schade op grond van dat artikel.

4)

Artikel 82, lid 1, van verordening 2016/679

moet aldus worden uitgelegd dat

de persoon die krachtens die bepaling om schadevergoeding verzoekt, niet alleen moet aantonen dat er bepalingen van die verordening zijn geschonden, maar ook dat hij door die schending materiële of immateriële schade heeft geleden.

5)

Artikel 82, lid 1, van verordening 2016/679

moet aldus worden uitgelegd dat,

wanneer een document waarin persoonsgegevens zijn opgenomen, is afgegeven aan een onbevoegde derde en vaststaat dat deze daarvan geen kennis heeft genomen, het enkele feit dat de betrokkene vreest dat zijn gegevens in de toekomst verspreid of zelfs misbruikt zullen worden doordat deze mededeling het mogelijk heeft gemaakt om een afschrift van dat document te maken alvorens het werd teruggegeven, geen “immateriële schade” in de zin van dat artikel oplevert.


(1)   PB C 64 van 7.2.2022.


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/1993/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)


Top