EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 6.5.2026
COM(2026) 540 final
2026/0105(NLE)
Voorstel voor een
AANBEVELING VAN DE RAAD
over de bestrijding van uitsluiting van huisvesting
{SWD(2026) 770 final}
This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52026PC0540
Proposal for a COUNCIL RECOMMENDATION on fighting housing exclusion
Voorstel voor een AANBEVELING VAN DE RAAD over de bestrijding van uitsluiting van huisvesting
Voorstel voor een AANBEVELING VAN DE RAAD over de bestrijding van uitsluiting van huisvesting
COM/2026/540 final
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 6.5.2026
COM(2026) 540 final
2026/0105(NLE)
Voorstel voor een
AANBEVELING VAN DE RAAD
over de bestrijding van uitsluiting van huisvesting
{SWD(2026) 770 final}
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
In haar toespraak over de Staat van de Unie op 10 september 2025 stelde Commissievoorzitter Ursula von der Leyen huisvesting en armoede centraal. Zij kondigde er een plan voor de uitroeiing van armoede tegen 2050 met een ambitieuze Europese strategie tegen armoede en het allereerste Europese plan voor betaalbare huisvesting in aan. De voorzitter benadrukte dat huisvesting in de Europese pijler van sociale rechten als een recht is vastgelegd en verklaarde dat het tijd was om die belofte waar te maken. Zij omschreef de huisvestingscrisis als een maatschappelijke uitdaging en een kwestie van waardigheid en pleitte ervoor de manier waarop we dit probleem aanpakken radicaal om te gooien.
In beginsel 19 van de Europese pijler van sociale rechten wordt het recht op huisvesting en ondersteuning voor thuislozen vastgelegd. Daarin wordt opgeroepen om personen die dit nodig hebben toegang te bieden tot goede sociale huisvesting of tot hoogwaardige bijstand op het gebied van huisvesting en wordt onderstreept dat kwetsbare personen recht hebben op passende bijstand en bescherming tegen gedwongen huisuitzetting. Daarnaast wordt met dit beginsel het belang onderstreept van adequaat onderdak en toereikende diensten voor thuislozen om hun sociale inclusie te bevorderen.
In het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie wordt benadrukt dat de Unie, om sociale uitsluiting en armoede te bestrijden, het recht op sociale bijstand en op bijstand bij huisvesting erkent en eerbiedigt. Daarmee wordt beoogd om eenieder die niet over voldoende middelen beschikt, onder de door het recht van de Unie en de nationale wetgevingen en praktijken gestelde voorwaarden van een waardig bestaan te verzekeren.
In het herziene Europees Sociaal Handvest wordt het recht van eenieder op toegang tot een voldoende mate van huisvesting van een passende kwaliteit erkend, evenals de verplichting om thuisloosheid te voorkomen en geleidelijk uit te bannen.
Gezien het belang van deze rechten en de noodzaak om ze daadwerkelijk uit te voeren, wordt in de Verklaring van Lissabon over het Europees Platform voor de bestrijding van thuisloosheid, die in juni 2021 door de lidstaten, de EU-instellingen en adviesorganen, de sociale partners en relevante ngo’s is ondertekend, de toezegging gedaan om te streven om thuisloosheid uiterlijk in 2030 te hebben uitgebannen, zodat i) niemand wegens een gebrek aan toegankelijke, veilige en passende noodopvang op straat hoeft te slapen; ii) niemand langer in nood- of tijdelijke huisvesting hoeft te verblijven dan nodig is om toegang te kunnen krijgen tot een permanente huisvestingsoplossing; iii) niemand uit een instelling (bv. gevangenis, ziekenhuis, zorginstelling) wordt ontslagen zonder dat hij of zij passende huisvesting krijgt aangeboden; iv) huisuitzettingen waar mogelijk worden voorkomen en niemand wordt uitgezet zonder, indien nodig, hulp te krijgen bij het verkrijgen van passende huisvesting; v) niemand wordt gediscrimineerd omdat hij of zij thuisloos is.
De algemene doelstellingen van dit voorstel zijn het stimuleren van beleidsmaatregelen om de bovengenoemde richtsnoeren inzake toegang tot huisvesting en bijstand op het gebied van huisvesting doeltreffend uit te voeren.
Het Europees plan voor betaalbaar wonen, het eerste kader op EU-niveau waarmee wordt beoogd de huisvestingscrisis aan te pakken, is gebaseerd op vier pijlers waarvoor maatregelen nodig zijn, waaronder ondersteuning voor mensen die te maken hebben met uitsluiting van huisvesting en thuisloosheid. Het bevat een voorstel voor een aanbeveling van de Raad om kwetsbare personen in precaire huisvestingssituaties te ondersteunen en thuisloosheid te voorkomen en aan te pakken door middel van op huisvesting gericht geïntegreerd beleid waarin de mens centraal staat.
De allereerste EU-strategie tegen armoede, die is aangekondigd in de politieke beleidslijnen 2024-2029, is bedoeld om uiterlijk in 2050 armoede te hebben uitgebannen en is gericht op het ondersteunen van de lidstaten bij hun inspanningen om “mensen te helpen toegang te krijgen tot de essentiële bescherming en diensten die zij nodig hebben”, en tegelijkertijd om “de onderliggende oorzaken van armoede aan te pakken”. Dit voorstel voor een aanbeveling van de Raad wordt samen met de EU-strategie tegen armoede vastgesteld en maakt integraal deel uit van de inspanningen van de Commissie om armoede te voorkomen en te bestrijden. Eveneens in het kader van de EU-strategie tegen armoede worden via de versterkte Europese kindergarantie hiaten met betrekking tot de bestrijding van kinderarmoede aangepakt, om te waarborgen dat kinderen in nood toegang hebben tot essentiële diensten — waaronder adequate huisvesting — om hen bij hun ontwikkeling te ondersteunen.
Teneinde thuisloosheid en uitsluiting van huisvesting te voorkomen en te bestrijden, vormt dit voorstel voor een aanbeveling van de Raad een instrument om lidstaten, regio’s en steden te ondersteunen bij het herzien, ontwerpen en uitvoeren van alomvattende, op huisvesting gerichte geïntegreerde strategische beleidskaders waarin de mens centraal staat, ter voorkoming en bestrijding van uitsluiting van huisvesting en thuisloosheid, zowel in stedelijke gebieden als op het platteland. Plattelandsgebieden en afgelegen gebieden hebben te maken met specifieke uitdagingen als het gaat om toegang tot betaalbare huisvesting, waaronder de lage waarde van onroerend goed, waardoor de bereidheid tot onderhoud en investeringen kan afnemen en woningen leeg kunnen komen te staan, in verval kunnen raken en onbewoond kunnen worden achtergelaten. Bovendien zijn woningen op het platteland vaak ouder en minder energie-efficiënt, waardoor de noodzaak van renovatie en de kosten voor bewoners toenemen en er energiearmoede ontstaat. Hoewel sommige lidstaten onlangs hun strategische beleidskaders hebben ontwikkeld of versterkt, bestaan er aanzienlijke verschillen in methoden, governancestructuren en resultaten, wat de noodzaak van begeleiding bij beproefde, empirisch onderbouwde beleidsmaatregelen onderstreept. Het beleid is erop gericht kwetsbare personen in precaire huisvestingssituaties of personen die dreigen in precaire huisvestingssituaties terecht te komen, te ondersteunen en thuisloosheid te voorkomen en aan te pakken.
Uitsluiting van huisvesting wil zeggen dat het voor een persoon of huishouden niet mogelijk is om toegang te krijgen tot, of te kunnen blijven wonen in fatsoenlijke, stabiele huisvesting die bovendien voldoet aan de basisnormen op het gebied van kwaliteit, rechtszekerheid 1 en betaalbaarheid van deze huisvesting. Thuisloosheid is de meest zichtbare en extreme vorm en heeft onder meer betrekking op personen die op straat slapen en die in nood- en tijdelijke onderkomens verblijven. Uitsluiting van huisvesting is echter breder en betreft ook diegenen die weliswaar een dak boven hun hoofd hebben, maar niettemin te maken hebben met ontoereikende en/of onzekere woonomstandigheden. Van onzekere huisvesting is sprake wanneer mensen te maken krijgen met dreiging van willekeurige of gedwongen huisuitzetting, huiselijk geweld of onzekere huurovereenkomsten. Van ontoereikende huisvesting is sprake wanneer mensen wonen in woningen van ondermaatse kwaliteit zonder basisvoorzieningen, omdat ze ernstig in verval zijn geraakt, door overbewoning of omdat ze niet zijn aangepast aan mensen met bijzondere behoeften, zoals ouderen, personen met een handicap of personen die langdurige zorg nodig hebben. Een andere vorm van uitsluiting van huisvesting kan zijn dat er geen accommodatie beschikbaar is voor studenten, wat ertoe kan leiden dat zij ervan afzien om verder te studeren.
Thuisloosheid is de ernstigste vorm van armoede en maatschappelijke marginalisering en heeft uitermate nadelige gevolgen voor de levensverwachting, gezondheid en welzijn, de participatie in de samenleving, in democratische processen en op de arbeidsmarkt, en de toegang tot fundamentele economische en sociale diensten. Het is een complexe, steeds veranderende maatschappelijke uitdaging die samenhangt met structurele factoren — zoals armoede, werkloosheid, leven in gemarginaliseerde gebieden, beperkte beschikbaarheid van sociale en betaalbare huisvesting en ontoereikende sociale voorzieningen. Persoonlijke omstandigheden, zoals verslaving, een slechte mentale of lichamelijke gezondheid, gezinsontwrichting of huiselijk geweld kunnen de kwetsbaarheid verhogen of de aanzet daartoe vormen. Van thuisloosheid is dakloosheid het zichtbaarst doordat mensen op straat komen te slapen; bij woningloosheid gaat het om personen zonder vaste woon- of verblijfplaats die hun onderkomen hebben in nood- of tijdelijke huisvesting 2 .
De lidstaten verschillen onderling wat betreft wettelijke en statistische definities van thuisloosheid en op het gebied van monitoring en methoden, waardoor het verkrijgen van samenhangende, betrouwbare en vergelijkbare gegevens over thuisloosheid in de EU een uitdaging vormt. Blijkens beschikbare nationale gegevens is er in verschillende lidstaten sprake van een stijgende trend; volgens schattingen van de OESO is ongeveer één miljoen mensen in de EU thuisloos. De sociaaldemografische kenmerken van personen die van huisvesting worden uitgesloten of thuisloos zijn, variëren afhankelijk van de nationale, regionale en lokale context. Niettemin komt uit de gegevens van OESO 3 naar voren dat bepaalde bevolkingsgroepen onevenredig zwaar door thuisloosheid worden getroffen, waaronder jongeren, gezinnen met kinderen, migranten, oudere volwassenen en personen met een handicap.
Volgens de 2023 EU-SILC 4 -module “Intergenerationele overdracht van baten en achterstand, huisvestingsproblemen” 5 , zegt ongeveer 5 % van de volwassenen in de EU op enig moment in hun leven moeite te hebben gehad met het vinden van huisvesting, waardoor ze bijvoorbeeld op straat hebben moeten slapen, hun onderkomen in een noodopvang of in niet-traditionele huisvesting hebben gehad of bij gebrek aan alternatieven tijdelijk bij familie en vrienden hebben ingewoond. Het aandeel van alle huishoudens die met armoede of sociale uitsluiting worden bedreigd en die huisvestingsproblemen ondervinden, is ruim tweemaal zo hoog als het aandeel van de huishoudens waarvoor dat niet het geval is (8,5 % vergeleken met 3,9 %). Huishoudens met afhankelijke kinderen (18,1 %) hebben vaker problemen met het vinden van een huurwoning dan huishoudens zonder kinderen (10,2 %). De voornaamste oorzaken van huisvestingsproblemen zijn gezins- en persoonlijke problemen (30 %), financiële problemen (25,9 %), baanverlies of het niet kunnen vinden van een baan (7,3 %), het aflopen van een huurcontract (5,2 %) en problemen in een relatie of binnen het gezin (14,1 %). Gezondheidsproblemen leiden in 1,1 % van de gevallen tot huisvestingsproblemen. In 26,5 % van de gevallen werden de huisvestingsproblemen opgelost door het vinden van een baan, in 20,4 % door te verhuizen naar een sociale of gesubsidieerde particuliere huurwoning en in 14,1 % dankzij relaties of familie.
Thuisloosheid vormt ook een aanzienlijke structurele uitdaging met aanzienlijke financiële en maatschappelijke gevolgen voor de lidstaten. Maatregelen die zijn gericht op reactief, crisisgericht optreden, zoals spoedeisende medische zorg, tijdelijke opvang en strafrechtelijk toezicht leiden tot een vicieuze cirkel van kostbare diensten waarmee aan de onderliggende oorzaken van thuisloosheid wordt voorbijgegaan. Naast de rechtstreekse gevolgen voor de overheidsbegrotingen zijn er ook bredere maatschappelijke kosten, waaronder de aantasting van het menselijk potentieel en de verzwakking van de samenhang in de samenleving doordat uitsluiting van huisvesting economische participatie in de weg staat en de intergenerationele ongelijkheid in stand houdt.
Er is dan ook een strategische koerswijziging nodig om uitsluiting van huisvesting en thuisloosheid aan te pakken: van noodhulp naar een op huisvesting gericht geïntegreerd beleid waarin de mens centraal staat. Met beleid waarin de mens centraal staat wordt beoogd om een oplossing te bieden voor de specifieke problemen van personen en huishoudens in precaire huisvestingssituaties die te maken hebben met of bedreigd worden met uitsluiting van huisvesting en thuisloosheid. Door middel van op huisvesting gerichte benaderingen, zoals het beginsel “eerst huisvesting”, worden mensen in precaire woonomstandigheden ondersteund om hen in hun woning te kunnen laten blijven wonen; de benaderingen zijn erop gericht om mensen die te maken hebben met uitsluiting van huisvesting, en meer in het bijzonder thuisloosheid, zo snel mogelijk stabiele huisvesting, in combinatie met geïntegreerde ondersteunende diensten, te bieden. Uit onderzoek blijkt dat dit de meest doelmatige en kosteneffectieve maatregelen zijn om thuisloosheid aan te pakken.
Op huisvesting gerichte benaderingen kunnen worden bemoeilijkt door het gebrek aan betaalbare woningen. Hoewel het vergroten van het aanbod van betaalbare huisvesting een doelstelling voor de middellange en lange termijn is, zijn op korte termijn verbeteringen mogelijk door een meer gerichte toewijzing van sociale woningen en door thuislozen te helpen toegang te krijgen tot bestaande en leegstaande woningen op de huurmarkt door hen te helpen bij het zoeken naar een woning, door een huurwaarborgstelling of huursubsidies te verstrekken en door financiële steun te bieden voor de betaling van huurwaarborgsommen, waarbij tegelijkertijd wordt gezorgd voor een passende bescherming en passende stimulansen voor huiseigenaren/verhuurders. Het vergroten van het aanbod van betaalbare huisvesting is een uitdaging waarbij in elke fase van het proces meerdere belanghebbenden moeten worden betrokken en waarbij de eerste fase het formuleren van concrete maatregelen op het gebied van het huisvestingsbeleid behelst om het aanbod van betaalbare sociale woningen te vergroten op een manier die ook particuliere investeringen stimuleert. Huisvesting moet worden geïntegreerd met maatschappelijke ondersteuning, bijstand op het gebied van huisvesting, gezondheidszorg en langdurige zorg, diensten voor arbeidsintegratie en andere essentiële diensten om de veelzijdige uitdagingen, waarmee uitsluiting van huisvesting en thuisloosheid gepaard gaan, aan te pakken.
Kwaliteit is van cruciaal belang voor duurzame huisvesting, voor persoonlijke waardigheid en persoonlijk welzijn. Om als fatsoenlijk te worden aangemerkt moet huisvesting voldoen aan bepaalde minimumnormen. Zo moeten bewoners beschermd zijn tegen gevaren zoals instorting van het gebouw, brand, gebrekkige sanitaire voorzieningen en milieugevaren en moeten er aanpassingen worden aangebracht als dit eventueel vereist is ten behoeve van de toegankelijkheid. Veilige huisvesting vereist toereikende essentiële diensten (zoals elektriciteit, verwarming en stromend water) en bescherming tegen weersinvloeden, bouwkundige gebreken en andere gevaren. Hoogwaardige huisvesting houdt ook in dat de energieprestaties goed zijn zodat huishoudens niet in energiearmoede terechtkomen en dat er voldoende woonruimte per persoon is om overbewoning te voorkomen.
In 19 lidstaten bestaan inmiddels strategische kaders om thuisloosheid aan te pakken, hetzij op nationaal, hetzij op subnationaal niveau. In deze strategieën ligt de nadruk op het voorzien in sociale en betaalbare huisvesting en op omvangrijke ondersteuning voor mensen die thuisloos zijn. Het voorkómen van thuisloosheid en de overgang van nood- en tijdelijke huisvesting naar duurzame huisvestingsoplossingen, waaronder de ontwikkeling of uitbreiding van benaderingen zoals het beginsel “eerst huisvesting”, die in het beleid van verschillende landen centraal staan.
Strategieën om thuisloosheid en uitsluiting van huisvesting aan te pakken zijn enkel doeltreffend als er prioriteit wordt gegeven aan preventie, waarvoor de middelen vaak nog ontoereikend zijn. Hoewel preventieve maatregelen voordeliger zijn dan reactieve maatregelen worden ze vaak door snelle noodmaatregelen naar de achtergrond gedrongen. Diensten voor vroegtijdige interventie, waaronder bemiddeling bij huurachterstanden, advies over huur- of hypotheekschulden, juridische bijstand met betrekking tot de rechten van huurders en verhuurders, systemen voor vroegtijdige signalering en acute financiële steun worden niet overal op dezelfde manier aangeboden en zijn soms moeilijk toegankelijk. Om de vicieuze cirkel die tot thuisloosheid leidt te doorbreken, is het van cruciaal belang dat deze diensten worden verbeterd, dat instellingverlaters ondersteuning op maat ontvangen en dat er voldoende financiële bijstand wordt verleend zodat meer mensen uitkeringen kunnen genieten.
Preventieve maatregelen kunnen ook willekeurige of gedwongen uitzettingen voorkomen. Hoewel het lastig is om uitgebreide, betrouwbare en vergelijkbare gegevens over uitzettingen te verkrijgen — bijvoorbeeld over het aantal uitzettingsbevelen, -procedures of -beschikkingen, en of in de gegevens alle uitzettingen zijn meegenomen of alleen die welke door rechtshandhavingsinstanties zijn uitgevoerd — schat de OESO dat er jaarlijks in de OESO-landen minstens 2,4 miljoen formele uitzettingsprocedures worden gestart.
Om het risico van uitzetting en thuisloosheid te beperken, moeten er risicobeperkende maatregelen en samenwerkingsmechanismen worden ontwikkeld. Op grond van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en het Europees Sociaal Handvest moeten landen zorgen voor rechtsbescherming voor mensen die met uitzetting te maken hebben. Dit omvat overleg met de betrokken partijen om alternatieve oplossingen te vinden, het opstellen van betalingsregelingen zodat huur en hypotheek kunnen worden betaald, het voorstellen van een redelijke kennisgevingstermijn voor uitzetting, het waar mogelijk verbieden van uitzettingen ’s nachts of in de winter, het bieden van rechtsmiddelen tegen onrechtmatige uitzettingen en bijstand en het toekennen van schadevergoeding bij onrechtmatige uitzetting. Bij uitzettingen moeten de waardigheid en de rechten van personen worden geëerbiedigd en moet er alternatieve huisvesting beschikbaar worden gesteld.
Een doeltreffende strategie ter bestrijding van thuisloosheid en uitsluiting van huisvesting moet daarom gericht zijn op het vergroten van het aanbod van betaalbare sociale huisvesting voor stabiele middellange- en langetermijnoplossingen, en moet voorzien in preventie en herhuisvesting door mensen in precaire huisvestingssituaties te beschermen tegen uitzetting, door vroegtijdig in te grijpen bij huurachterstand — onder meer door middel van financiële en schuldhulpverlening — en door te zorgen voor toegankelijke en toereikende maatschappelijke, arbeids-, gezondheids- en zorgdiensten.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
Met het voorstel wordt bijgedragen aan de uitvoering van beginsel 19 van de Europese pijler van sociale rechten inzake huisvesting en bijstand voor thuislozen. Dit beginsel houdt in dat mensen in nood toegang moeten hebben tot sociale huisvesting of hoogwaardige bijstand op het gebied van huisvesting, dat kwetsbare mensen recht hebben op bescherming tegen gedwongen uitzetting en dat aan thuislozen adequate huisvesting en diensten beschikbaar worden gesteld.
In de conclusies van het voorzitterschap van 1 december 2025 over het toekomstige Europees plan voor betaalbaar wonen wordt opgeroepen tot nauwere samenwerking op EU-niveau, waarbij wordt voortgebouwd op het werk van het Europees platform voor de bestrijding van thuisloosheid en op huisvesting gerichte beleidsmaatregelen zoals het beginsel “eerst huisvesting”, en waarbij deze verder worden versterkt. Het voorzitterschap verzoekt de Commissie tevens na te gaan of een aanbeveling van de Raad hiertoe kan bijdragen. In december 2025 heeft de Europese Commissie het Europees plan voor betaalbaar wonen gelanceerd, het eerste kader op EU-niveau dat tot doel heeft de huisvestingscrisis aan te pakken. Het plan is gebaseerd op vier pijlers: i) uitbreiden van het woningaanbod; ii) mobiliseren van investeringen; iii) beschikbaar stellen van onmiddellijke ondersteuning en stimuleren van hervormingen; en iv) bescherming van hen die het zwaarst worden getroffen door uitsluiting van huisvesting. Maatregel 10 van het plan, die is gericht op het aanpakken van thuisloosheid en het ondersteunen van huurders en huishoudens in kwetsbare situaties, bevat een voorstel voor een aanbeveling van de Raad over de bestrijding van uitsluiting van huisvesting om kwetsbare mensen in precaire huisvestingssituaties te ondersteunen en thuisloosheid te voorkomen en aan te pakken.
Bij de Verklaring van Lissabon over het Europees platform voor de bestrijding van thuisloosheid werd het Europees platform ter bestrijding van thuisloosheid (het platform) opgericht om te komen tot i) vergelijkbare en betrouwbare gegevens en monitoring; ii) kennisuitwisseling; en iii) beter toegankelijke financiering, alsmede iv) het mainstreamen van thuisloosheid en uitsluiting van huisvesting in alle beleid van de Unie dat hieraan raakt. Met dit voorstel wordt voortgebouwd op het werk dat tot op heden is verricht en op de via het platform geleerde lessen.
De Commissie heeft haar inzet op het gebied van huisvestingsbeleid fors opgevoerd, waarbij zij de bevoegdheden van de lidstaten op dit terrein onverkort eerbiedigt. Hoewel de meeste bevoegdheden op het gebied van huisvesting bij nationale, regionale en lokale overheden liggen, is de situatie uitgegroeid van een lokale vastgoedkwestie tot een structurele huisvestingscrisis. In de aanbeveling van de Raad uit 2023 over een toereikend minimuminkomen met het oog op actieve inclusie wordt toegang tot huisvesting aangemerkt als een van de ondersteunende diensten die personen zonder voldoende middelen kunnen helpen bij hun integratie in de maatschappij en, in voorkomend geval, op de arbeidsmarkt, en om toegang te krijgen tot andere ondersteunende diensten en inkomenssteun.
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
De in 2021 vastgestelde Europese kindergarantie heeft tot doel sociale uitsluiting te voorkomen en te bestrijden door de lidstaten aan te bevelen ervoor te zorgen dat kinderen in nood doeltreffend toegang hebben tot een reeks essentiële diensten, waaronder adequate huisvesting. In de aanbeveling wordt de lidstaten aanbevolen om rekening te houden met de specifieke nadelen waarmee thuisloze kinderen of kinderen die worden getroffen door ernstige woningnood te maken hebben, en om ervoor te zorgen dat zij, samen met het gezin waarvan zij deel uitmaken, toegang hebben tot “adequate huisvesting” en tot relevante sociale diensten en begeleiding.
In de aanbeveling van de Raad over toegang tot betaalbare hoogwaardige langdurige zorg worden de lidstaten opgeroepen om het aanbod van formele langdurige zorg uit te breiden, met name thuiszorg en zorg in gemeenschapsverband. Woningen die zijn aangepast aan de veranderende zorgbehoeften van mensen vormen een essentiële voorwaarde om thuis te kunnen blijven wonen, waardoor thuiszorg mogelijk wordt.
Het actieplan voor de sociale economie uit 2021 en de daarmee verband houdende aanbeveling van de Raad uit 2023 over de ontwikkeling van randvoorwaarden voor de sociale economie hebben tot doel de randvoorwaarden voor organisaties van de sociale economie in heel Europa te verbeteren. Veel organisaties van de sociale economie zetten zich in voor de sociale inclusie van gemarginaliseerde en kansarme mensen, onder meer door middel van arbeidsintegratie en het aanbieden van betaalbare en inclusieve huisvesting en andere relevante sociale diensten (zoals juridische en praktische ondersteuning voor huurders).
In de strategie voor intergenerationele rechtvaardigheid wordt gesteld dat toegang tot betaalbare en duurzame huisvesting, hoogwaardige openbare diensten — waaronder sociale diensten en zorgdiensten —, vervoer, digitale connectiviteit, sociale infrastructuur en recreatievoorzieningen van cruciaal belang zijn om te bepalen of mensen in hun gemeenschap kunnen blijven wonen, ernaar kunnen terugkeren of er een toekomst kunnen opbouwen.
In de mededeling van de Commissie uit 2023 betreffende een alomvattende aanpak van geestelijke gezondheid wordt opgemerkt dat thuislozen een kwetsbare groep vormen voor wie gerichte ondersteuning vereist is. In de mededeling wordt ook onderkend dat uitsluiting van huisvesting leidt tot meer handicapgerelateerde en geestelijke gezondheidsproblemen.
Het Actieplan voor integratie en inclusie 2021-2027 biedt een alomvattend kader om zowel migranten als EU-burgers met een migratieachtergrond te ondersteunen. Vanuit het beginsel “inclusie voor iedereen” worden hierin maatregelen geschetst om de inzet te versterken en actoren op alle niveaus samen te brengen om integratie en inclusie te bevorderen, en daarmee op vier gebieden bij te dragen aan sociale cohesie: werkgelegenheid, onderwijs, gezondheidszorg en huisvesting.
De langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU 6 biedt een alomvattend kader voor sterkere, beter verbonden, veerkrachtige en welvarende plattelandsgebieden, welk doel in 2040 moet zijn behaald. Het waarborgen van toegang tot basisdiensten, waaronder huisvesting op het platteland, is een van de doelstellingen van deze langetermijnvisie. Het is de bedoeling dat er in het in 2026 te publiceren geactualiseerde actieplan voor het platteland één maatregel met betrekking tot huisvesting op het platteland wordt opgenomen.
In de in januari 2026 vastgestelde EU-strategie tegen racisme 2026-2030 wordt onderkend dat mensen uit raciale en etnische minderheden te maken hebben met discriminatie en belemmeringen op het gebied van huisvesting. Vanwege hun etniciteit gediscrimineerde gemeenschappen, waaronder Roma, hebben te maken met ongelijke voorwaarden bij de toegang tot huisvesting en lopen een onevenredig grote kans te maken te krijgen met overbewoning, slechte leefomstandigheden, thuisloosheid en segregatie.
In de in maart 2026 vastgestelde strategie voor gendergelijkheid 2026-2030 kondigde de Commissie, in overeenstemming met het Europees plan voor betaalbaar wonen, haar voornemen aan om uitsluiting van huisvesting aan te pakken door een aanbeveling van de Raad voor te stellen.
De in 2021 vastgestelde strategie inzake de rechten van personen met een handicap 2021-2030 heeft tot doel de lidstaten te helpen bij het bevorderen van zelfstandig wonen en de-institutionalisering door ervoor te zorgen dat personen met een handicap begeleid kunnen wonen in toegankelijke huisvesting. Hiermee wordt inclusie in de gemeenschap als beter alternatief voor aparte instellingen bevorderd en wordt het risico van thuisloosheid voor mensen die zonder passende ondersteuning in een overgangsfase zitten, verkleind.
In de in oktober 2025 vastgestelde strategie voor gelijkheid van lhbtiq+’ers 2026-2030 wordt benadrukt dat discriminatie en een gebrek aan maatschappelijke acceptatie leiden tot hoge armoede- en thuisloosheidscijfers onder lhbtiq+’ers. Blijkens de derde door het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten gehouden enquête onder lhbtiq+’ers heeft 38 % van de lhbtiq+-respondenten moeite om rond te komen, tegenover 22 % van de algemene bevolking, terwijl 13 % tijdelijk bij vrienden of familie inwoont.
Met de richtlijn van de Raad houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming van juni 2000 wordt invulling gegeven aan het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming, onder meer door het verbod op discriminatie bij de toegang tot huisvesting.
In de in oktober 2020 vastgestelde mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad “Een Unie van gelijkheid: strategisch kader van de EU voor gelijkheid, inclusie en participatie van de Roma” worden de hardnekkige problemen waarmee Roma te maken hebben op het gebied van huisvesting, waaronder ontoereikende en gesegregeerde huisvesting, benadrukt. Hiermee wordt beoogd om te zorgen dat uiterlijk in 2030 sprake is van gelijke toegang tot adequate, niet-gesegregeerde huisvesting en essentiële diensten te waarborgen en om lidstaten ertoe op te roepen nationale strategieën vast te stellen voor de sociaal-economische integratie van gemarginaliseerde Roma, met de nadruk op onderwijs, werkgelegenheid, gezondheidszorg en huisvesting. In de aanbeveling van de Raad van 2021 inzake gelijkheid, inclusie en participatie van Roma worden de lidstaten ertoe opgeroepen ervoor te zorgen dat Roma gelijk worden behandeld wat betreft de toegang tot onder meer adequate, niet-gesegregeerde huisvesting en essentiële diensten.
De EU voorziet in verschillende financieringsmechanismen die kunnen worden ingezet om thuisloosheid en uitsluiting van huisvesting te bestrijden. In 2024 heeft de Europese Commissie “Social housing and beyond – Operational toolkit on the use of EU funds for investments in social housing and associated services” (Sociale huisvesting en meer — Operationele gereedschapskist voor het gebruik van EU-middelen voor investeringen in sociale huisvesting en aanverwante diensten) gelanceerd. Met deze gereedschapskist kunnen beleidsmakers optimaal gebruikmaken van EU-middelen — het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+), het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) en de herstel- en veerkrachtfaciliteit (RRF) — voor investeringen in sociale huisvesting en aanverwante diensten. Hiermee wordt aan de hand van 20 casusstudies gepresenteerd hoe met deze fondsen de toegang tot adequate huisvesting wordt verbeterd en oplossingen op maat worden geboden voor kwetsbare groepen.
In het kader van het cohesiebeleid worden, voornamelijk via het ESF+ en het EFRO, initiatieven gefinancierd die gericht zijn op het verbeteren van sociale inclusie en de huisvestingsomstandigheden, zoals sociale diensten voor thuislozen, de bouw en renovatie van betaalbare huisvesting en de verbouwing van leegstaande gebouwen tot betaalbare en sociale woningen. Via het ESF+ kunnen diensten zoals maatschappelijk werk, gezondheidszorg en arbeidsbegeleiding worden gefinancierd, terwijl via het EFRO nieuwe sociale woningen, renovaties en de infrastructuur voor dienstverleningscentra die in het teken staan van het beginsel “eerst huisvesting” kunnen worden gefinancierd. Bij de tussentijdse evaluatie (Verordening (EU) 2025/1914) zijn de financieringsmogelijkheden voor betaalbare en sociale huisvesting uitgebreid en zijn hogere EU-cofinancieringspercentages ingevoerd. De lidstaten kunnen gebruikmaken van instrumenten zoals geïntegreerde territoriale investeringen en vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling om financiering uit verschillende beleidsdoelstellingen te combineren.
In het kader van het Stedelijk Europa-initiatief wordt rechtstreekse financiering aan steden voor “gedurfde, nog niet beproefde ideeën” verstrekt om stedelijke uitdagingen aan te pakken, evenals voor innovatieve manieren om huisvestingsoplossingen te vinden, onder meer voor thuislozen.
Lidstaten maken inmiddels gebruik van de herstel- en veerkrachtfaciliteit om te investeren in sociale infrastructuur, waaronder huisvesting. Sommige lidstaten hebben in hun herstel- en veerkrachtplannen aandacht besteed aan thuisloosheid en in het kader daarvan op huisvesting gerichte oplossingen voorgesteld. Andere lidstaten kozen met hun plannen voor bredere investeringen op het gebied van huisvesting (bv. energiebesparende renovaties van woningen en projecten voor betaalbare huisvesting). Een deel van de in de herstel- en veerkrachtplannen als “sociale uitgaven” aangemerkte middelen wordt besteed aan sociale huisvesting en de bijbehorende sociale infrastructuur. Nationale plannen omvatten veelal opleidingen, gezondheidszorg, diensten voor kwetsbare personen en maatregelen op het gebied van huisvesting die het risico van thuisloosheid kunnen verminderen.
Het Sociaal Klimaatfonds voorziet in ondersteuning van kwetsbare huishoudens door de sociale impact van het emissiehandelssysteem te beperken. Lidstaten kunnen in hun sociaal klimaatplan maatregelen en investeringen opnemen die een blijvend effect hebben en die de toegang tot betaalbare, energiezuinige woningen, waaronder sociale woningen, bevorderen.
Met het beleidsterrein sociale investeringen en vaardigheden van InvestEU wordt bijgedragen aan het vergroten van de toegang tot sociale en betaalbare huisvesting, het tegengaan van sociale uitsluiting en het terugdringen van armoede. Hierdoor worden de risico’s die betaalbare sociale huisvesting met zich meebrengt, beperkt en kan uitsluiting van huisvesting worden tegengegaan door gericht advies te verlenen en de uitrol van financiële instrumenten te ondersteunen. Dit omvat het bieden van zekerheden voor projecten door uitvoerende partners zoals de Europese Investeringsbank, de Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa en nationale stimuleringsbanken.
Het Nieuw Europees Bauhaus (NEB) werd in 2021 door de Europese Commissie gelanceerd als een verbindend initiatief op het snijvlak van duurzaamheid, esthetiek en sociale integratie. Het doel is om de bebouwde omgeving en het leven van mensen te transformeren om ze duurzamer, inclusiever, fraaier en meer op de mens gericht te maken. De bedoeling van het NEB is om mensen bij hun eigen buurt te betrekken, hulpmiddelen en begeleiding aan te reiken, verschillende gemeenschappen maatwerkoplossingen te bieden en bij het ontwerp en de uitvoering ervan rekening te houden met de standpunten van belanghebbenden. In het NEB wordt prioriteit gegeven aan mensen en sociale inclusie, maar er is ook oog voor de economie om het concurrentievermogen en de strategische autonomie van de Unie te stimuleren.
In het kader van de NEB-faciliteit wordt financiering verstrekt voor projecten die erop zijn gericht om buurten nieuw leven in te blazen, sociale inclusie te stimuleren en toegang tot betaalbare huisvesting mogelijk te maken door middel van innovatief, circulair en mensgericht ontwerp — waarbij het aanbod van huisvesting wordt gekoppeld aan bredere maatschappelijke en milieudoelstellingen. In het kader van de onderzoeks- en innovatiecomponent van de NEB-faciliteit worden verschillende projecten op het gebied van huisvesting en thuisloosheid, waaronder sociale infrastructuur en diensten, ondersteund.
Het initiatief voor betaalbare huisvesting, dat deel uitmaakt van de renovatiegolfstrategie van de EU en een vlaggenschip is van het Nieuw Europees Bauhaus, is gericht op het bouwen of vernieuwen van sociale en betaalbare wijken. Via dit programma wordt door middel van begeleiding op maat, waaronder financieel advies, mentorschap en capaciteitsopbouw, energiearmoede aangepakt, inclusie bevorderd, betaalbaarheid gewaarborgd en uitstoot verminderd. Dit kan bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit en toegankelijkheid van huisvesting voor huishoudens met lagere inkomens.
Een van de doelstellingen van het voorstel van de Commissie voor de volgende langetermijnbegroting van de EU voor 2028-2034 (bekend als het meerjarig financieel kader of MFK) is mensen en sociale inclusie te ondersteunen, onder andere door de bestrijding van armoede en thuisloosheid. In het kader van de nieuwe geïntegreerde aanpak van het MFK-voorstel kunnen lidstaten betaalbare en sociale huisvesting financieren en de bestrijding van thuisloosheid combineren met noodzakelijke hervormingen.
2. RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
De voorgestelde aanbeveling is gebaseerd op artikel 292 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) als procedurele rechtsgrondslag in combinatie met artikel 153, lid 1, punt j), VWEU als materiële rechtsgrondslag.
Artikel 153, lid 1, punt j), biedt de Unie de mogelijkheid het optreden van de lidstaten bij de bestrijding van sociale uitsluiting te ondersteunen en aan te vullen. Thuisloosheid en uitsluiting van huisvesting worden onderkend als de ernstigste vormen van sociale uitsluiting in de EU. Met het voorstel wordt een bijdrage geleverd aan deze doelstelling door thuisloosheid en uitsluiting van huisvesting te bestrijden en tegelijkertijd te zorgen voor doeltreffende toegang tot ondersteunende en essentiële diensten en maatregelen zodat mensen een waardig leven kunnen leiden.
Artikel 153, lid 1, punt j), wordt begrensd door artikel 153, lid 2, punt a), dat alleen maatregelen toestaat die erop zijn gericht om de samenwerking tussen de lidstaten aan te moedigen, maar harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen uitsluit.
Bovendien bepaalt artikel 153, lid 4, dat de uit hoofde van artikel 153 vastgestelde bepalingen, zoals de voorgestelde aanbeveling: i) het recht van de lidstaten om de fundamentele beginselen van hun socialebeschermingsstelsels vast te stellen, onverlet moet laten, en ii) er geen aanmerkelijke gevolgen mogen zijn voor het financiële evenwicht van die stelsels.
• Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
Hoewel de verantwoordelijkheid voor het huisvestingsbeleid in de eerste plaats bij de lidstaten ligt, zijn thuisloosheid en uitsluiting van huisvesting gemeenschappelijke uitdagingen waarmee de hele Unie te maken heeft en die voortkomen uit gemeenschappelijke structurele ontwikkelingen die baat hebben bij een gecoördineerde, sectoroverschrijdende respons en uitwisseling van beste praktijken. Deze houden nauw verband met de doelstellingen van de Unie op het gebied van sociale inclusie, werkgelegenheid, gezondheid, gelijkheid, economische ontwikkeling en territoriale cohesie.
De groeiende kloof tussen huisvestingskosten en inkomen ondergraaft de onderwijs- en arbeidsmobiliteit, beperkt de toegang tot gebieden met een hoge productiviteit en leidt tot een tekort aan arbeidskrachten in essentiële, laagbetaalde dienstensectoren. Wanneer de huisvestingskosten hoger zijn dan de lonen worden werknemers gedwongen om te bezuinigen, langer te pendelen of te verhuizen, wat allemaal ten koste gaat van de algemene economische doelmatigheid en productiviteit. Ongelijke toegang tot adequate huisvesting verdiept bestaande kansenongelijkheid en voedt sociale uitsluiting.
De lidstaten zelf zijn het beste in staat om op hun nationale omstandigheden afgestemd beleid op te stellen en uit te voeren. Maatregelen op het niveau van de Unie voegen echter waarde toe doordat hiermee beleidsrichtsnoeren en beste praktijken worden aangereikt, wederzijds leren wordt gefaciliteerd, empirisch onderbouwde benaderingen worden bevorderd, de vergelijkbaarheid van gegevens wordt ondersteund en de toegang tot financiering wordt verbeterd. Met dergelijke maatregelen wordt de politieke toezegging van de Unie om gelijke kansen en een waardig leven voor iedereen te waarborgen in stand gehouden en wordt de opwaartse sociale convergentie van de lidstaten ondersteund.
Een einde maken aan uitsluiting van huisvesting en aan thuisloosheid draagt bij tot het behalen van de duurzameontwikkelingsdoelen (SDG’s) van de VN, die deel uitmaken van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling, in het bijzonder SDG 11.1 over toegang tot adequate, veilige en betaalbare huisvesting en basisdiensten voor iedereen. Hiermee wordt ook de uitvoering van de beginselen van de Europese pijler van sociale rechten en de doelstellingen van de Verklaring van Lissabon over het Europees platform ter bestrijding van thuisloosheid bevorderd. Het beleid en de maatregelen in de voorgestelde aanbeveling zal ook een aanvulling zijn op en ondersteuning zijn voor de doeltreffende uitvoering van het Europees plan voor betaalbaar wonen, waarbij de nadruk ligt op de bescherming van degenen die het zwaarst worden getroffen door de huisvestingscrisis. De voorgestelde aanbeveling van de Raad biedt de lidstaten een alomvattend referentiekader dat als leidraad kan dienen om de bovengenoemde doelstellingen te bereiken.
•Evenredigheid
De in deze aanbeveling voorgestelde maatregelen staan in verhouding tot de nagestreefde doelstellingen. Met de aanbeveling worden geen bindende verplichtingen opgelegd en wordt geen nationale wetgeving geharmoniseerd. Wel biedt de aanbeveling flexibele begeleiding, worden er doeltreffende praktijken in vermeld en bevat ze een aansporing tot geleidelijke afstemming op overeengekomen beginselen. Daarom blijft de aanbeveling wat betreft reikwijdte beperkt tot wat nodig is om de doelstellingen te bereiken en staat het in verhouding tot de uitdagingen die worden aangepakt.
Met het voorstel worden de verdere ontwikkeling van het huisvestingsbeleid voor mensen in een precaire huisvestingssituatie, de toegang tot zorg en andere bestaande diensten en sociale vangnetten in de lidstaten ondersteund en worden de inspanningen van de lidstaten om sociale uitsluiting van kansarmen te bestrijden, aangevuld. In de aanbeveling worden de praktijken van de lidstaten en de diversiteit van hun socialebeschermingsstelsels geëerbiedigd. Tevens wordt in de aanbeveling onderkend dat verschillende nationale, regionale of lokale situaties kunnen leiden tot verschillen in de wijze waarop de aanbeveling wordt uitgevoerd; derhalve worden de lidstaten in staat gesteld om de aanbeveling te gebruiken in overeenstemming met hun eigen specifieke context. Evenredigheid heeft ook een belangrijke rol gespeeld bij de keuze van het instrument.
•Keuze van het instrument
Het instrument is een voorstel voor een aanbeveling van de Raad waarin het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel worden gerespecteerd. Het bouwt voort op de bestaande wetgeving van de Unie en is in overeenstemming met het soort instrumenten die beschikbaar zijn voor maatregelen van de Unie op het gebied van sociaal beleid. Als rechtsinstrument geeft het voorstel uiting aan de toezegging van de lidstaten om de maatregelen in deze aanbeveling uit te voeren en biedt het een stevige politieke basis voor samenwerking op het niveau van de Unie op dit gebied, waarbij de bevoegdheden van de lidstaten onverkort worden geëerbiedigd.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan
n.v.t.
•Raadpleging van belanghebbenden
Voor dit soort initiatieven is geen openbare raadpleging nodig.
Er is een verzoek om input gepubliceerd, waarop tussen 12 maart 2026 en 9 april 2026 kon worden gereageerd. Uit de reacties blijkt dat het tekort aan betaalbare en sociale huisvesting een horizontaal probleem is; de respondenten dringen aan op aanhoudende overheidsinvesteringen, uitbreiding van huisvesting zonder winstoogmerk en coöperatieve huisvesting en een krachtiger gebruik van EU-middelen. In de bijdragen klinkt sterke steun door voor huisvestingsgerichte benaderingen als het empirisch onderbouwde voorkeursmodel, en wordt opgeroepen om dit model op nationaal niveau systematisch op te schalen. Respondenten benadrukken de behoefte aan geïntegreerde benaderingen waarin de mens centraal staat en waarin huisvesting wordt gekoppeld aan gezondheids-, sociale, werkgelegenheids- en onderwijsvoorzieningen. Ten aanzien van preventie, door middel van systemen voor vroegtijdige signalering, bescherming tegen huisuitzetting, huurbemiddeling en schuldhulpverlening, wordt melding gemaakt van onderfinanciering en onderontwikkeling. In de bijdragen wordt ook gepleit voor een geharmoniseerde gegevensverzameling aan de hand van de Ethos-classificatie en een sterkere monitoring op EU-niveau, onder andere via het Europees Semester. Er wordt ook gewezen op de onevenredige gevolgen voor kwetsbare groepen — Roma, personen met een handicap, lhbtiq+’ers, vrouwen en alleenstaande moeders, kinderen, jongeren die een zorginstelling verlaten, migranten en grote gezinnen.
Tussen 25 juli en 24 oktober 2025 heeft de Commissie een openbare raadpleging gehouden over de EU-strategie tegen armoede; deze raadpleging heeft bijgedragen aan de inhoud van dit voorstel. Dit voorstel maakt deel uit van het pakket van de EU-strategie tegen armoede. In september en oktober 2025 vonden in het kader van de ontwikkeling van de EU-strategie tegen armoede gerichte raadplegingen plaats met mensen die in armoede leven.
Dit voorstel bouwt ook voort op de resultaten van de openbare raadpleging in het kader van de ontwikkeling van het Europees plan voor betaalbaar wonen die de Commissie tussen 11 juli en 17 oktober 2025 heeft gehouden. Via deze raadpleging werd deelnemers gevraagd naar hun standpunten betreffende betaalbare en toegankelijke huisvesting voor mensen in kwetsbare situaties, mensen die met discriminatie worden bedreigd of thuislozen. Deze raadpleging maakte deel uit van de dialoog over betaalbare huisvesting, die door de Commissie ter voorbereiding van het plan was gelanceerd, en leverde meer dan 13 000 reacties op.
Het Europees Platform voor de bestrijding van thuisloosheid werd in januari 2026 via een schriftelijke raadpleging over de inhoud van dit voorstel geraadpleegd. Alle relevante belanghebbenden die verantwoordelijk zijn voor de bestrijding van thuisloosheid — de Europese Commissie, het Europees Parlement, de lidstaten, het Comité van de Regio’s, het Europees Economisch en Sociaal Comité, de sociale partners en betrokken Europese organisaties — maken deel uit van het platform.
•Bijeenbrengen en gebruik van expertise
Het bewijs waarop dit initiatief steunt, is gebaseerd op de activiteiten die sinds 2021 in het kader van het Europees Platform voor de bestrijding van thuisloosheid worden uitgevoerd.
In het kader van het onderdeel “wederzijds leren” van het platform is opdracht gegeven tot een aantal studies 7 om lidstaten voor te lichten en te ondersteunen bij hun inspanningen om nationale strategieën ter bestrijding van thuisloosheid en uitsluiting van huisvesting te ontwikkelen en uit te voeren. Uit deze onderzoeken lijkt naar voren te komen dat de aanpak van thuisloosheid een verschuiving van noodmaatregelen naar op huisvesting gerichte oplossingen vereist, waarbij wordt voorzien in onmiddellijke, stabiele huisvesting met ondersteuning op maat. Met deze aanpak wordt de kostbare cyclus van tijdelijke onderkomens doorbroken en wordt betaalbare huisvesting als belangrijke preventieve maatregel benadrukt.
De OESO-toolkit voor de bestrijding van thuisloosheid 8 biedt strategieën om thuisloosheid terug te dringen door middel van preventieve en reactieve maatregelen en om doeltreffende langetermijnoplossingen te ontwikkelen en is met name gericht op gegevensgestuurd beleid, geïntegreerde ondersteuning, stabiliteit van huisvesting, benaderingen op maat en sectoroverschrijdende samenwerking. Het monitoringkader van de OESO 9 heeft als doel het inzicht in en de meting van thuisloosheid te verbeteren door uniforme internationale normen voor gegevensverzameling en analyse vast te stellen. Het benadrukt het belang van het gebruik van uitgebreide, vergelijkbare statistieken die de veelzijdige aard van thuisloosheid weerspiegelen.
In het kader van het proefproject “European Homelessness Count” 10 is een vergelijkbare methode voor het tellen, in kaart brengen en typeren van thuisloosheid in de hele EU ontwikkeld en getest. Voor het project wordt een op de definitie van Ethos Light 11 gebaseerde geharmoniseerde aanpak gebruikt.
Voor een uitgebreide analyse van het verband tussen armoede en uitsluiting van huisvesting biedt het rapport van het European Social Policy Analysis Network 12 een vergelijkende analyse van het raakvlak tussen beleid inzake thuisloosheid en armoedebestrijdingsbeleid in de hele EU.
•Effectbeoordeling
Er is geen effectbeoordeling gepland, aangezien het gekozen instrument — een aanbeveling van de Raad — niet bindend is en de keuze van de uitvoering bij de lidstaten ligt. Het voorstel voor een aanbeveling van de Raad gaat vergezeld van een werkdocument van de diensten van de Commissie bij de strategie tegen armoede.
Het effect van de aanbeveling zal niet alleen afhangen van de manier waarop de lidstaten de maatregelen uitvoeren. Landspecifieke omstandigheden, zoals de macro-economische situatie, de structuur van de socialebeschermingsstelsels en sociale diensten en de werking van de huisvestingsstelsels zijn ook belangrijk en maken het lastig om de specifieke effecten van het voorstel los te koppelen van andere factoren.
•Grondrechten
Het voorstel zal het recht op menselijke waardigheid (artikel 1 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het “Handvest”), op socialezekerheidsvoorzieningen en sociale diensten, op sociale bijstand en op bijstand voor huisvesting en op een waardig bestaan voor eenieder die niet over voldoende middelen beschikt (artikel 34 van het Handvest), helpen vrijwaren.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
De aanbeveling heeft geen rechtstreekse gevolgen voor de begroting van de Unie. Hiermee worden de lidstaten aangemoedigd om doeltreffend gebruik te maken van bestaande nationale middelen en toepasselijke financieringsinstrumenten van de Unie, waaronder het ESF+, het EFRO, Erasmus+, InvestEU en de herstel- en veerkrachtfaciliteit in overeenstemming met de bijbehorende regels en instrumenten in het kader van het volgende MFK.
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage
Op de voortgang bij de uitvoering van deze aanbeveling zal worden toegezien via de volgende bestaande kaders op EU-niveau:
–het Europees Platform voor de bestrijding van thuisloosheid zal inbreng leveren vanuit de bredere gemeenschap van deskundigen en belanghebbenden, waaronder belangenorganisaties voor thuislozen;
–het Comité voor sociale bescherming zal zorgen voor de benodigde beleidsrichtsnoeren en de inbreng van de lidstaten;
–het Europees Semester zal analyses en beoordelingen van sociaal en economisch beleid met betrekking tot thuisloosheid en uitsluiting van huisvesting omvatten.
De voortgang zal worden beoordeeld aan de hand van de beschikbare officiële statistieken van Eurostat en de verbeterde, uitgebreide en vergelijkbare gegevens die met de voorgestelde aanbeveling worden beoogd. De lidstaten wordt aanbevolen om aan de Commissie om de vijf jaar verslag uit te brengen over de resultaten van hun nationale monitoringactiviteiten en over de voortgang bij de uitvoering van deze aanbeveling.
•Toelichtende stukken (bij richtlijnen)
n.v.t.
•Artikelsgewijze toelichting
In punt 1 worden de doelstellingen van deze aanbeveling vermeld.
Punt 2 bevat definities die voor deze aanbeveling moeten worden gebruikt.
Het gedeelte over horizontale aanbevelingen vormt de kern van de aanbeveling; hierin wordt lidstaten aanbevolen om nationale kaders te herzien of vast te stellen om uitsluiting van huisvesting te bestrijden door middel van beleid dat berust op een op huisvesting gerichte benadering waarin de mens centraal staat. Verder wordt aanbevolen om duidelijke termijngebonden doelstellingen vast te stellen om eenieder die op straat slaapt noodopvang te kunnen bieden, en om mensen in tijdelijke huisvesting snel te kunnen voorzien van zekere, langdurige huisvesting.
In het gedeelte over de identificatie van personen die met uitsluiting van huisvesting worden bedreigd, wordt ingegaan op het verzamelen van gegevens, het opstellen van criteria om in aanmerking te komen voor alle relevante diensten, systemen voor vroegtijdige signalering om risicohuishoudens te identificeren en het gericht en proactief benaderen van groepen die vaak over het hoofd worden gezien.
Het gedeelte over het voorkómen van uitsluiting van huisvesting behandelt de instandhouding van adequate huisvesting, toegang tot informatie, beoordeling van een toereikend inkomen, bescherming tegen uitzetting, kinderbescherming, personen die een zorginstelling verlaten, vroegtijdige interventie voor kinderen en jongeren, ouderen en overplaatsingen van de ene instelling naar een andere.
Het gedeelte over ondersteuning van thuislozen behandelt systemen en diensten voor ondersteuning, behoud van de eenheid van het gezin, coördinatie tussen diensten, activering voor de arbeidsmarkt, financiële inclusie, toegang tot huisvesting, voldoende opvangcapaciteit om in de behoefte te voorzien, ondersteuning door lotgenoten en bestrijding van discriminatie.
Het gedeelte over toegang tot adequate en zekere huisvestingsoplossingen heeft betrekking op op huisvesting gerichte benaderingen, persoonsgerichte ondersteunende diensten, het voorzien in sociale en betaalbare huisvesting, financiële steun en stimulansen voor toegang tot huisvesting, ondersteuning van jongeren (ook studenten), en ondersteuning van plaatsgebonden beleid en woningaanpassingen.
In het gedeelte over monitoring, evaluatie en governance wordt de lidstaten aanbevolen mechanismen voor monitoring en evaluatie in te voeren om een doeltreffende beleidsrespons te waarborgen. Ook wordt de lidstaten aanbevolen een degelijk governancekader op te zetten waarbij alle belanghebbenden betrokken zijn, gebruik te maken van EU-financiering en het Europees platform voor de bestrijding van thuisloosheid te ondersteunen.
2026/0105 (NLE)
Voorstel voor een
AANBEVELING VAN DE RAAD
over de bestrijding van uitsluiting van huisvesting
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 292, in samenhang met artikel 153, lid 1, punt j),
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Op grond van artikel 3, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie bestrijdt de Unie sociale uitsluiting en discriminatie en bevordert zij sociale rechtvaardigheid en bescherming. Overeenkomstig artikel 151 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) stellen de Unie en de lidstaten zich ten doel de bevordering van de werkgelegenheid, de gestage verbetering van de levensomstandigheden en de arbeidsvoorwaarden, een passende sociale bescherming en de bestrijding van uitsluiting.
(2)In artikel 34 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie wordt het recht op sociale bijstand en op bijstand voor huisvesting erkend en geëerbiedigd, teneinde eenieder die niet over voldoende middelen beschikt, van een waardig bestaan te verzekeren, overeenkomstig de voorschriften van het recht van de Unie en het nationale recht en de nationale praktijken van de afzonderlijke lidstaten.
(3)Artikel 31 van het herziene Europees Sociaal Handvest 13 bevestigt de toezegging van alle partijen om toegang tot adequate huisvesting te bevorderen, om thuisloosheid te voorkomen, c.q. terug te dringen met het oog op de geleidelijke uitbanning ervan en om woningen betaalbaar te maken voor mensen die over onvoldoende inkomsten beschikken.
(4)In november 2017 hebben het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Commissie de Europese pijler van sociale rechten afgekondigd 14 . Beginsel 19 bepaalt het recht op toegang tot sociale huisvesting, hoogwaardige bijstand bij huisvesting en bescherming tegen gedwongen uitzetting voor mensen in nood. Daarnaast wordt hierin gesteld dat er moet worden gezorgd voor adequaat onderdak en toereikende diensten voor thuislozen om hun sociale inclusie te bevorderen.
(5)De lidstaten worden er bij Aanbeveling (EU) 2021/1004 van de Raad tot instelling van een Europese kindergarantie 15 toe opgeroepen om, onder andere, te zorgen voor doeltreffende toegang voor kinderen in nood tot adequate huisvesting, waarbij specifiek aandacht is voor het voorkómen en aanpakken van thuisloosheid van kinderen en gezinnen. In Aanbeveling 2023/C41/01 van de Raad over een toereikend minimuminkomen met het oog op actieve inclusie 16 wordt opgeroepen tot omvattende strategieën waarin toereikende inkomenssteun, inclusieve arbeidsmarkten en toegang tot ondersteunende en essentiële diensten, waaronder huisvesting, worden gecombineerd. In de Aanbeveling van de Raad (C/2023/1344) over de ontwikkeling van voorwaarden voor een kader voor de sociale economie 17 wordt de lidstaten aanbevolen de rol van de sociale economie bij het aanbieden van toegankelijke en hoogwaardige sociale en zorgdiensten en huisvesting te erkennen en te ondersteunen, waarbij, in nauwe samenwerking met openbare sociale diensten, ook rekening wordt gehouden met kansarme groepen.
(6)In Aanbeveling 2021/C 93/01 van de Raad inzake gelijkheid, inclusie en participatie van Roma 18 worden de lidstaten ertoe opgeroepen ervoor te zorgen dat Roma gelijk worden behandeld wat betreft de toegang tot onder meer adequate, niet-gesegregeerde huisvesting en essentiële diensten 19 . In de strategie voor gelijkheid van lhbtiq’+ers 2026-2030 wordt benadrukt dat discriminatie en een gebrek aan sociale acceptatie bijdragen tot een hoog niveau van armoede en thuisloosheid onder lhbtiq+’ers. In de mededeling “Versterking van de strategie inzake de rechten van personen met een handicap tot 2030” roept de Commissie ertoe op om te zorgen voor toegang tot betaalbare en toegankelijke huisvesting voor personen met een handicap.
(7)In Aanbeveling 2022/C 476/01 van de Raad over toegang tot betaalbare hoogwaardige langdurige zorg 20 worden de lidstaten ertoe opgeroepen om het aanbod van formele langdurige zorg uit te breiden, met name thuiszorg en zorg in gemeenschapsverband. Woningen die zijn aangepast aan de veranderende zorgbehoeften van mensen vormen een essentiële voorwaarde om thuis te kunnen blijven wonen, waardoor thuiszorg mogelijk wordt en verblijf in een zorginstelling niet meer nodig is.
(8)In artikel 16, lid 2, van Richtlijn 2014/92/EU van het Europees Parlement en de Raad betreffende de vergelijkbaarheid van de in verband met betaalrekeningen aangerekende vergoedingen, het overstappen naar een andere betaalrekening en de toegang tot betaalrekeningen met basisfuncties 21 (de richtlijn betaalrekeningen) wordt bepaald dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat consumenten die legaal in de Unie verblijven, met inbegrip van consumenten zonder vast adres, het recht hebben om bij kredietinstellingen op hun grondgebied een betaalrekening met basisfuncties te openen en te gebruiken. Dit recht is van toepassing ongeacht de verblijfplaats van de consument.
(9)De Verklaring van Lissabon inzake het Europees platform voor de bestrijding van thuisloosheid 22 is op 21 juni 2021 aangenomen door de EU-instellingen, de lidstaten, de sociale partners en maatschappelijke organisaties. Hierbij verbinden alle ondertekenaars zich ertoe om uiterlijk in 2030 een einde te hebben gemaakt aan thuisloosheid in de Europese Unie en om een Europees platform ter bestrijding van thuisloosheid te lanceren om het ontwerp en de uitvoering van op huisvesting gerichte, geïntegreerde benaderingen waarin de mens centraal staat, te bevorderen.
(10)In de verklaring van Terhulpen 23 , die op 16 april 2024 tijdens de conferentie op hoog niveau over de Europese pijler van sociale rechten is aangenomen, wordt geconstateerd dat thuisloosheid in veel lidstaten nog steeds een probleem is. In de verklaring wordt opgeroepen tot verdere maatregelen op het gebied van toegankelijke, doelmatige, groene en betaalbare sociale huisvesting om tegemoet te komen aan de huisvestingsbehoeften van iedereen, thuisloosheid uit te bannen en een aanpak te bevorderen waarbij het beginsel “eerst huisvesting” centraal staat. Ook wordt in de verklaring het belang van het Europees platform voor de bestrijding van thuisloosheid erkend.
(11)In de op 24 november 2020 aangenomen resolutie van het Europees Parlement 24 werd benadrukt dat huisvesting een fundamenteel mensenrecht is en werden de Commissie en de lidstaten ertoe opgeroepen krachtiger maatregelen te nemen om te zorgen dat thuisloosheid in de EU uiterlijk in 2030 is uitgebannen. In de op 10 maart 2026 aangenomen resolutie van het Europees Parlement 25 werd de noodzaak van een Europese aanpak en Europese oplossingen om de beschikbaarheid van fatsoenlijke en betaalbare huisvesting te waarborgen, onderstreept en werden de lidstaten ertoe opgeroepen om met het oog op de bestrijding van thuisloosheid huisvestingsstrategieën te ontwikkelen en uit te voeren. In de resolutie wordt de Commissie er ook toe opgeroepen beleidsondersteuning te bieden om thuisloosheid aan te pakken en de vorderingen op dit gebied te monitoren.
(12)In Uitvoeringsverordening (EU) 2017/543 van de Commissie van 22 maart 2017 26 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 763/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende volks- en woningtellingen, wat de technische specificaties voor de thema’s en voor de uitsplitsingen daarvan betreft, staan de statistische definities inzake thuisloosheid vermeld.
(13)Het Europees Comité van de Regio’s toonde zich in zijn op 2 december 2021 vastgestelde advies over het uitbannen van thuisloosheid in de Europese Unie 27 ingenomen met de lancering van het platform en benadrukte de vier belangrijke actielijnen voor het platform, namelijk wederzijds leren, bevordering van de toegang tot financiering, gegevensverzameling en monitoring van beleid en opsporing en opschaling van veelbelovende innovaties.
(14)Het Europees Economisch en Sociaal Comité heeft in zijn op 13 december 2023 vastgestelde advies over een EU-kader voor nationale daklozenstrategieën op basis van het beginsel “eerst huisvesting” 28 opgeroepen tot de ontwikkeling van een EU-strategie tegen thuisloosheid zodat nationaal beleid ter bestrijding daarvan in het Europees Semester kan worden opgenomen. Ook werd voorgesteld om deze strategie te onderbouwen met een aanbeveling van de Raad over thuisloosheid.
(15)In het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid van 2026 29 wordt opgemerkt dat de lidstaten maatregelen moeten nemen om de toegang tot hoogwaardige en betaalbare huisvesting, sociale huisvesting of, waar nodig, bijstand bij huisvesting te ondersteunen, thuisloosheid — de meest extreme vorm van armoede — te voorkomen en te bestrijden, sociale uitsluiting tegen te gaan door middel van geïntegreerde, op huisvesting gerichte strategische benaderingen waarin de mens centraal staat en de renovatie van woningen en sociale huisvesting te bevorderen.
(16)In het op 16 december 2025 vastgestelde Europees plan voor betaalbaar wonen 30 wordt erkend dat sommige sociale groepen onevenredig zwaar worden getroffen door de stijgende woonlasten en de beperkte toegang tot sociale en betaalbare woningen, en dat thuisloosheid een hardnekkig en complex probleem is dat moet worden aangepakt door middel van op huisvesting gerichte oplossingen, zoals de aanpak op basis van het beginsel “eerst huisvesting”, in combinatie met een geïntegreerde aanpak ter bestrijding van armoede en uitsluiting.
(17)Thuisloosheid blijft de meest extreme en zichtbare vorm van armoede en sociale uitsluiting in de Europese Unie. In alle lidstaten worden personen en gezinnen erdoor getroffen en de beginselen van waardigheid, gelijkheid en sociale rechtvaardigheid waarop de Unie is gebaseerd, worden erdoor ondergraven. Ondanks de tot op heden geleverde inspanningen neemt het aantal thuislozen in verschillende lidstaten toe; naar schatting zijn er meer dan één miljoen mensen door thuisloosheid getroffen 31 .
(18)Uitsluiting van huisvesting wil zeggen dat het voor een persoon of huishouden niet mogelijk is om toegang te krijgen tot, of te kunnen blijven wonen in fatsoenlijke, stabiele huisvesting die bovendien voldoet aan de basisnormen op het gebied van veiligheid, rechtszekerheid en betaalbaarheid. Thuisloosheid is de meest zichtbare en extreme vorm en heeft onder meer betrekking op personen die op straat slapen en die in nood- en tijdelijke onderkomens voor thuislozen verblijven. Uitsluiting van huisvesting is echter breder en betreft ook diegenen die weliswaar een dak boven hun hoofd hebben, maar niettemin te maken hebben met ontoereikende en/of onzekere woonomstandigheden. Van onzekere huisvesting is sprake wanneer mensen te maken krijgen met dreigende uitzetting, huiselijk geweld of onzekere huurovereenkomsten. Er is sprake van ontoereikende huisvesting wanneer mensen zijn gehuisvest in woningen die niet aan de minimumeisen voldoen en waar basisvoorzieningen ontbreken (zoals een spoeltoilet binnenshuis of een wasgelegenheid). Het kan gaan om woningen die in zeer slechte staat verkeren, waar sprake is van ernstige overbewoning of die niet zijn aangepast aan mensen met speciale behoeften, zoals ouderen, personen met een handicap en mensen die langdurige zorg nodig hebben.
(19)Huisvesting is een doorslaggevende sociale factor voor de gezondheid en voor sociale inclusie, en het gebrek aan huisvesting of ondermaatse huisvesting kan schadelijk zijn voor de gezondheid, het welzijn, werk- en onderwijskansen van personen en gemeenschappen.
(20)Thuisloosheid en uitsluiting van huisvesting worden veroorzaakt door een complexe wisselwerking van structurele, institutionele en persoonlijke factoren. Dit zijn onder andere armoede, werkloosheid, een gebrek aan sociale en betaalbare huisvesting, discriminatie, een slechte mentale en lichamelijke gezondheid, drugsgebruik en huiselijk geweld.
(21)In 2024 gaf bijna 6 % van de mensen van 16 jaar of ouder in de Unie die de afgelopen 5 jaar op zoek waren naar een woning aan dat ze zich minstens één keer gediscrimineerd hadden gevoeld. Het percentage mensen die zich gediscrimineerd voelden, was twee keer zo hoog voor mensen die met armoede of sociale uitsluiting werden bedreigd (10 %) ten opzichte van mensen voor wie dat niet het geval was (5 %). Ongeveer 17 % van de bevolking van de Unie woonde in 2024 in een situatie van overbewoning.
(22)Het gebrek aan sociale en betaalbare huisvesting is een belangrijke belemmering in de strijd tegen uitsluiting van huisvesting en thuisloosheid. In de periode 2013-2024 zijn de nominale huizenprijzen in de Unie met meer dan 60 % gestegen en zijn daarmee sneller toegenomen dan het inkomen van huishoudens; in een aantal lidstaten was zelfs sprake van een gemiddelde stijging van de nominale huizenprijzen van ruim 220 %. Tegelijkertijd zijn de gemiddelde huurprijzen met ongeveer 20 % gestegen, terwijl nieuwe huurcontracten — vooral ook in stedelijke en toeristische gebieden — over het algemeen fors duurder zijn dan oudere. De huisvestingskosten, met inbegrip van water, elektriciteit, gas en andere brandstoffen, zijn in 17 lidstaten ten opzichte van het EU-gemiddelde gestegen, waarbij de stijging in sommige lidstaten tot meer dan 80 % boven het EU-gemiddelde lag, terwijl de huisvestingskosten in 10 andere lidstaten daalden.
(23)Investeringen in het woningaanbod zijn het laatste decennium opvallend gedaald. Hoge bouwkosten, de innovatiekloof, tekorten aan geschoolde arbeidskrachten en overdreven bureaucratie hebben ertoe geleid dat de woningvoorraad geen gelijke tred heeft gehouden met de stijgende vraag. Met name de bouwprijzen zijn in de Unie tussen 2010 en 2024 met 56 % gestegen, waarbij er in sommige lidstaten zelfs sprake was van een stijging van meer dan 170 %. Het aantal bouwvergunningen voor woningen (aantal woningen) is tussen 2021 en 2024 met 22 % gedaald terwijl de bestaande woningvoorraad niet ten volle wordt benut: ongeveer 20 % van de woningen in de EU staat leeg of wordt onderbewoond (inclusief seizoens- of tweede woningen en wooneenheden die als belegging zijn gekocht en niet als primaire woning worden gebruikt).
(24)In dit verband is het van cruciaal belang om het aanbod van sociale en betaalbare huisvesting te verruimen om uitsluiting van huisvesting tegen te gaan. Er zijn met name nieuwe investeringen nodig ter ondersteuning van de bouw van nieuwe woningen, renovatie en, indien mogelijk, een doelmatiger gebruik van de bestaande onderbezette en leegstaande woningen (20 %), onder andere door het stimuleren van de verhuur van particuliere eigendommen en het herbestemmen van bestaande bouw, zoals kantoorgebouwen. De herziening van de regels voor staatssteun voor diensten van algemeen economisch belang als onderdeel van het Europees plan voor betaalbaar wonen en de tussentijdse verordening voor de herziening van de EU-fondsen in het kader van het cohesiebeleid 32 dragen bij tot de ontwikkeling van een kader dat investeringen in sociale en betaalbare huisvesting mogelijk maakt (tegen maart 2026 hebben de lidstaten en regio’s in het kader van de tussentijdse herziening ten minste ongeveer 3,3 miljard EUR toegewezen aan betaalbare en duurzame huisvesting). De flexibiliteit in de regelgeving voor de middellange termijn en de mogelijkheid van een hoger percentage cofinanciering van de Unie voor investeringen in huisvesting blijven tot 2029-2030 beschikbaar om verdere herprogrammering te ondersteunen.
(25)In overeenstemming met de beginselen van het Nieuw Europees Bauhaus moet toegang tot adequate, duurzame, betaalbare en hoogwaardige huisvesting worden beschouwd als onderdeel van een breder sociaal en territoriaal ecosysteem dat inclusie, gemeenschapsleven, arbeidsmobiliteit, toegang tot onderwijs en opleiding, gezondheid, langdurige zorg, zelfstandig wonen en sociale cohesie ondersteunt. Huisvestingsbeleid is doeltreffender en schept een sociale meerwaarde in combinatie met plaatsgebonden maatregelen, gemeenschapsinfrastructuur en -diensten en is erop gericht inclusieve en duurzame buurten die voorzien in de behoeften van de bewoners te bevorderen.
(26)Om het aanbod en de betaalbaarheid uit te breiden, kunnen lidstaten gebruikmaken van verschillende huisvestingsmodellen, waaronder sociale en volkshuisvesting, huisvesting met op werkelijke kosten gebaseerde huurprijs (“cost-rental”) en huisvesting met beperkt winstoogmerk, huisvestingscoöperaties, kantoren voor sociale verhuur en andere modellen voor huisvesting zonder winstoogmerk of voor volkshuisvesting. Met deze modellen, die veelal worden aangeboden door organisaties van de sociale economie, kan worden bijgedragen aan de betaalbaarheid voor de lange termijn, de blootstelling aan speculatie verminderen en helpen om bestaande woningen, grond en investeringen te mobiliseren. Ook innovatieve samenlevingsconcepten, zoals intergenerationeel wonen, co-huisvesting en gedeelde ruimten, kunnen helpen om sociaal isolement, onderbewoning van gebouwen en lokaal woningtekort aan te pakken. Wederzijds leren kan helpen om te bepalen welke succesvolle modellen reeds in andere lidstaten worden gebruikt.
(27)Opschaling van het aanbod van sociale en betaalbare huisvesting vereist stabiele governance- en investeringskaders, waaronder publiek-private partnerschappen en samenwerking tussen overheden, organisaties van de sociale economie, aanbieders van sociale en betaalbare huisvesting, onderwijsinstellingen, werkgevers, financiële instellingen en andere belanghebbenden. Gemengde financiering, revolverende fondsen, overheidsgaranties, erfpacht en andere financieringsmechanismen van openbaar belang kunnen helpen om geduldkapitaal te mobiliseren en betaalbaarheid voor de lange termijn te ondersteunen. Daarnaast kunnen lidstaten ook innovatieve en inclusieve huisvestingsprojecten van onderop bevorderen en ondersteunen, waarbij toekomstige bewoners hun huisvestingsproject collectief plannen en financieren.
(28)Thuisloosheid en uitsluiting van huisvesting kunnen bepaalde bevolkingsgroepen onevenredig treffen, waarbij de omvang en samenstelling van de getroffenen aanzienlijk kan variëren afhankelijk van nationale en/of regionale omstandigheden. Bepaalde mensen en groepen kunnen specifieke nadelen ondervinden bij de toegang tot huisvesting en lopen een groter risico op uitsluiting van huisvesting of thuisloosheid. Dit zijn onder andere jongeren (zoals studenten die zich geen studentenhuisvesting kunnen veroorloven of er geen toegang toe hebben; of personen die een zorginstelling of alternatieve zorgvorm verlaten), werklozen, kwetsbare gezinnen (waaronder alleenstaande ouders) met kinderen, slachtoffers en overlevenden van gendergerelateerd geweld, personen met een handicap of die langdurige zorg nodig hebben, ouderen in een precaire huisvestingssituatie, Roma, migranten, personen die tot een raciale of etnische minderheid behoren en lhbtiq+-personen.
(29)Het voorkómen van uitsluiting van huisvesting en thuisloosheid, in combinatie met toegang tot adequate en zekere huisvesting en uitgebreide diensten voor persoonsgerichte ondersteuning is de doeltreffendste aanpak om een einde te maken aan thuisloosheid. Daarom moet de lidstaten worden verzocht te komen tot een doeltreffend preventiebeleid dat universele preventiemaatregelen, voorafgaande interventies die specifiek zijn gericht op bevolkingsgroepen die een hoog risico lopen, crisispreventie voor personen en huishoudens die op het punt staan thuisloos te worden en interventies in noodsituaties om te zorgen voor toegang tot urgente tijdelijke huisvesting.
(30)Instrumenten voor vroegtijdige interventie zoals bemiddeling bij huurachterstand en hypotheken, schuldadvies, juridische bijstand inzake de rechten van huurders en verhuurders, systemen voor vroegtijdige signalering en kortlopende financiële steun zijn niet altijd in alle lidstaten in dezelfde mate beschikbaar en het versterken van deze mechanismen is essentieel om uitsluiting van huisvesting doeltreffend te voorkomen.
(31)Het voorkómen van gedwongen en willekeurige uitzettingen en hulp bij verhuizing vereist een eerlijk rechtskader voor de zekerheid voor huurders en de rechten van verhuurders. Samenwerking met lokale overheden, sociale diensten en bemiddelingsinstanties, waaronder kantoren voor sociale verhuur, kan de onzekerheid op het vlak van huisvesting verminderen en de overgang naar een nieuwe huisvestingssituatie vergemakkelijken.
(32)Op huisvesting gebaseerde benaderingen, waaronder het model volgens het beginsel “eerst huisvesting”, waarin toegang tot permanente huisvesting op de korte termijn wordt gecombineerd met gepersonaliseerde en geïntegreerde ondersteunende diensten, hebben duurzame positieve resultaten laten zien wat betreft het voorkómen en terugdringen van thuisloosheid en uitsluiting van huisvesting en het bevorderen van maatschappelijke en economische integratie.
(33)Administratieve vereisten voor toegang tot bijstand, inclusief de verplichting om een bewijs van vaste verblijfplaats over te leggen, kunnen voor mensen die thuisloos zijn of worden uitgesloten van huisvesting een belemmering vormen. Het schrappen of aanpassen van dergelijke vereisten kan waar nodig het gebruik van de beschikbare ondersteuning verbeteren en helpen om de onderliggende oorzaken van uitsluiting van huisvesting aan te pakken.
(34)Stijgende woonlasten en beperkte toegang tot sociale en betaalbare huisvesting belemmeren de mobiliteit op de arbeidsmarkt doordat mensen mogelijk niet kunnen verhuizen naar gebieden met werkgelegenheid. Dit kan een nadelige invloed hebben op het concurrentievermogen en de economische groei. Werken aan de betaalbaarheid en beschikbaarheid van huisvesting is cruciaal om de arbeidsmarktparticipatie te ondersteunen en te zorgen voor een doelmatige werking van arbeidsmarkten.
(35)Verschillen in definities, monitoringsystemen en methoden voor gegevensverzameling tussen de lidstaten beperken de beschikbaarheid van vergelijkbare gegevens over thuisloosheid op het niveau van de Unie.
(36)Betrouwbare, omvattende en regelmatig verzamelde gegevens en statistisch bewijs inzake thuisloosheid en uitsluiting van huisvesting zijn van cruciaal belang voor doeltreffendheid wat betreft beleidsontwerp, monitoring en evaluatie, aan de hand waarvan de voortgang kan worden beoordeeld zonder dat de administratieve belasting toeneemt.
(37)Het aanpakken van uitsluiting op het gebied van huisvesting en thuisloosheid vereist sectoroverschrijdende coördinatie en governance op meerdere niveaus, waarbij niet alleen de Europese Unie en nationale, regionale en lokale autoriteiten maar ook maatschappelijke organisaties, organisaties van de sociale economie, huisvestingsaanbieders en mensen die zelf thuisloosheid hebben meegemaakt, betrokken zijn.
(38)Samenwerkingsverbanden met organisaties die ondersteuning bieden aan thuislozen en mensen die te maken hebben met uitsluiting van huisvesting in het algemeen kunnen overheden helpen om diensten aan te bieden die sociale inclusie bevorderen en betrouwbare huisvestingsoplossingen voor specifieke doelgroepen scheppen. Door aanvullende diensten aan te bieden, zoals arbeidsintegratie, kunnen organisaties van de sociale economie helpen bij de overgang naar een stabiele levenssituatie.
(39)Doeltreffende maatregelen om uitsluiting van huisvesting te voorkomen en te beperken vereisen toereikende en stabiele financiering en doelmatigheid wat betreft gebruik en coördinatie van de op het niveau van de Unie en op nationaal, regionaal en lokaal niveau beschikbare financiële middelen, in overeenstemming met de bevoegdheden en begrotingskaders van de lidstaten.
(40)Het Europees Platform voor de bestrijding van thuisloosheid is het bestaand samenwerkingskader van de EU op het gebied van thuisloosheid en uitsluiting van huisvesting. Het biedt een samenwerkingsforum voor kennisopbouw, wederzijds leren en samenwerking tussen lidstaten en belanghebbenden en draagt aldus bij aan empirisch onderbouwde beleidsvorming en een sterkere uitvoeringscapaciteit. Het is het EU-governancekader op het gebied van thuisloosheid en uitsluiting van huisvesting.
(41)De ondertekenaars van de Verklaring van Lissabon over het Europees platform voor de bestrijding van thuisloosheid hebben toegezegd zich ervoor in te zetten om uiterlijk in 2030 thuisloosheid te hebben uitgebannen, zodat:
i)niemand op straat leeft bij gebrek aan toegankelijke, veilige en geschikte noodhuisvesting;
ii)niemand langer in nood- of tijdelijke huisvesting woont dan nodig is om te kunnen doorstromen naar permanente huisvesting;
iii)niemand uit een instelling (bv. gevangenis, ziekenhuis, zorginstelling) wordt ontslagen zonder dat hij of zij passende huisvesting krijgt aangeboden;
iv)uitzettingen zoveel mogelijk worden voorkomen en niemand wordt uitgezet zonder eventueel benodigde ondersteuning bij het vinden van passende huisvesting;
v)niemand wordt gediscrimineerd op grond van thuisloosheid.
(42)Ethos, de Europese typologie van thuisloosheid en uitsluiting van huisvesting, is ontwikkeld als een kader om het begrip en de meting van thuisloosheid in Europa te verbeteren en om een gemeenschappelijke “taal” te bieden voor transnationale uitwisselingen over thuisloosheid. De indeling van Ethos omvat alle leefsituaties die neerkomen op vormen van thuisloosheid en uitsluiting van huisvesting, namelijk:
–dakloos (zonder enige vorm van onderdak, op straat slapen);
–woningloos (met een slaapplaats maar tijdelijk in instellingen of opvang);
–in onzekere woonomstandigheden (risico van ernstige uitsluiting als gevolg van onzekere huurovereenkomsten, uitzetting of huiselijk geweld, of tijdelijk inwonend bij familie of vrienden);
–in ontoereikende woonomstandigheden (in tijdelijke of niet-conventionele gebouwen, in ongeschikte woningen, in situaties van extreme overbewoning).
HEEFT DE VOLGENDE AANBEVELING VASTGESTELD:
VOORWERP
1)Deze aanbeveling biedt richtsnoeren voor de bestrijding van sociale uitsluiting, en met name:
a)inzake de ondersteuning van lidstaten bij het voorkomen en bestrijden van uitsluiting van huisvesting ten aanzien van kwetsbare personen die in een precaire huisvestingssituatie verkeren of het risico daarop lopen, en van thuislozen;
b) inzake het bevorderen van het ontwerpen, uitvoeren en verbeteren van nationale, regionale en/of lokale strategische kaders op basis van op huisvesting gericht geïntegreerd beleid waarin de mens centraal staat.
DEFINITIES
2)Voor de toepassing van deze aanbeveling wordt verstaan onder:
a)“uitsluiting van huisvesting”: situaties waarin personen of huishoudens geen toegang hebben tot adequate en/of zekere huisvesting. Het gaat met name om thuislozen (d.w.z. dak- of woninglozen) en mensen die tegen hun wil in precaire huisvestingssituaties, zoals in ontoereikende of onzekere woonomstandigheden, verkeren;
b)“noodopvang”: onderkomen, zoals nachtopvangvoorzieningen, dat in de eerste plaats is bedoeld om te voorzien in een urgente behoefte aan onderdak en toegang tot basisvoorzieningen;
c)“tijdelijke huisvesting”: huisvesting voor een beperkte periode die wordt aangeboden terwijl er wordt gezocht naar een permanente huisvestingsoplossing;
d)“op huisvesting gerichte benaderingen”: beleids- en dienstverleningsmodellen waarin de prioriteit ligt bij het op korte termijn voorzien in toegang tot adequate, betaalbare en permanente huisvesting, waar nodig aangevuld met geïntegreerde, persoonsgerichte ondersteunende diensten ter bevordering van stabiele huisvesting en sociale inclusie, zoals “eerst huisvesting”.
HORIZONTALE AANBEVELINGEN
3)De lidstaten wordt aanbevolen om:
a)strategische kaders voor de bestrijding van thuisloosheid en uitsluiting van huisvesting vast te stellen of te herzien door middel van op huisvesting gericht geïntegreerd beleid waarin de mens centraal staat in overeenstemming met deze aanbeveling, teneinde de inspanningen om thuisloosheid in de Europese Unie uit te bannen, te versterken. Dit vereist de medewerking van en samenwerking met regionale en lokale overheden met inachtneming van de bevoegdheidsverdeling in de lidstaten;
b)per lidstaat vast te stellen wat onder precaire huisvestingssituaties wordt verstaan, waarbij met name rekening wordt gehouden met het risico van armoede of sociale uitsluiting;
c)maatregelen op maat te ontwikkelen om thuisloosheid en uitsluiting van huisvesting te bestrijden en een persoonsgerichte aanpak te hanteren, waarbij eventueel wordt voortgebouwd op de beginselen van het Nieuw Europees Bauhaus, waaronder participatief, plaatsgebonden en inclusief ontwerp, in combinatie met geïntegreerde dienstverlening zoals sociale bijstand, gezondheidszorg, langdurige zorg en activering voor de arbeidsmarkt, in combinatie met bijstand op het gebied van huisvesting;
d)relevante, aan een termijn gebonden, haalbare en meetbare doelstellingen te stellen, waaronder de volgende:
i) eenieder die op straat slaapt (“primaire thuisloosheid” 33 ; men slaapt op straat zonder onderdak in een woonverblijf te hebben) krijgt noodopvang aangeboden;
ii) personen die in een noodopvang of in tijdelijke huisvesting verblijven (zogenaamde “secundaire thuislozen”) krijgen zo snel mogelijk doeltreffende ondersteuning om toegang te krijgen tot langdurige en zekere huisvesting.
IDENTIFICATIE VAN PERSONEN DIE TE MAKEN HEBBEN MET UITSLUITING VAN HUISVESTING OF DAARMEE WORDEN BEDREIGD
4)De lidstaten wordt aanbevolen om:
a)de gegevensverzameling over moeilijk bereikbare groepen, waaronder thuislozen, te verbeteren en, zonder buitensporige administratieve belasting, regelmatige, uitgebreide, vergelijkbare en uitgesplitste statistieken over thuisloosheid en uitsluiting van huisvesting op nationaal en lokaal niveau op te stellen;
b)de criteria voor de identificatie van personen die te maken hebben met uitsluiting van huisvesting of daarmee worden bedreigd, onderling tussen de betrokken diensten, zoals sociale diensten, arbeidsvoorziening, onderwijs, rechtspraak en kinderbescherming af te stemmen en te zorgen voor een snelle, doeltreffende en tijdige uitwisseling van informatie tussen deze diensten;
c)op basis van de verzamelde gegevens en de met elkaar in overeenstemming gebrachte criteria voor de identificatie van uitsluiting van huisvesting, systemen voor vroegtijdige signalering op te zetten met het oog op de identificatie van huishoudens die met uitsluiting van huisvesting worden bedreigd zodat deze huishoudens tijdig kunnen worden benaderd en preventieve ondersteuning krijgen aangeboden; de huisvestingsbehoeften van thuislozen en personen in precaire huisvestingssituaties te kwantificeren en te beoordelen; identificatiestrategieën op maat te ontwikkelen voor personen die vaak over het hoofd worden gezien of buiten beeld blijven.
VOORKÓMEN VAN UITSLUITING VAN HUISVESTING
5)De lidstaten wordt aanbevolen om:
a)in hun strategische kaders personen die met uitsluiting van huisvesting worden bedreigd, te ondersteunen door middel van gerichte maatregelen, waaronder schuld- en woonbegeleiding, systemen voor vroegtijdige signalering, noodhulp bij de huurbetaling, bemiddeling en andere risicobeperkende maatregelen; ervoor te zorgen dat er aangepaste woningen beschikbaar zijn voor personen met een handicap of die langdurige zorg nodig hebben, zonder dat dit onevenredige lasten met zich meebrengt vanwege bouw- en renovatiewerkzaamheden;
b)te zorgen voor tijdige en doeltreffende toegang tot informatie over beschikbare maatregelen rond huisvesting, sociale voorzieningen en inkomenssteun en personen gericht te benaderen om het aantal gevallen waarin rechten onbenut worden gelaten, terug te dringen;
c)regelmatig te beoordelen of de inkomenssteun, waaronder huisvestingsgerelateerde toeslagen, het minimuminkomen en kinderbijslag, toereikend is in verhouding tot de huisvestingskosten, waarbij wordt gebruikgemaakt van mechanismen om aanpassing aan de kostenontwikkelingen mogelijk te maken. Deze beoordeling moet ook dienen als onderbouwing om te voorkomen dat er armoedevallen ontstaan en sociale ondersteuning een prikkel is om niet te gaan werken;
d)de preventie van en bescherming tegen gedwongen en willekeurige uitzettingen versterken, met name voor gezinnen met kinderen, waarbij speciale aandacht is voor eenoudergezinnen. De lidstaten moeten zorgen voor transparante en tijdige procedures waarbij het evenredigheidsbeginsel, een eerlijke rechtsgang, doeltreffende rechtsmiddelen en ook de rechten van verhuurders in acht worden genomen;
e)ervoor te zorgen dat geen enkel kind in ontoereikende woonomstandigheden verkeert, door waar nodig tijdig te voorzien in passende alternatieve huisvesting, waarbij de eenheid van het gezin in het belang van het kind bewaard blijft;
f)ervoor te zorgen dat geen enkele minderjarige of jongvolwassene een instelling of pleeggezin verlaat zonder adequate huisvesting en ondersteunende diensten. Voor personen die geen borgsteller hebben of niet over de nodige middelen beschikken om een borgsom te betalen, moet de toegang tot financiële steun of stimulansen worden vergemakkelijkt, bijvoorbeeld via organisaties van de sociale economie die toegang tot microfinanciering faciliteren;
g)in onderwijsinstellingen, op het werk of in jeugdinstellingen begeleiding in het kader van vroegtijdige preventie in te voeren om noodsituaties te signaleren, passende doorverwijzingen naar de bevoegde diensten te vergemakkelijken en uitsluiting van huisvesting onder kinderen en jongeren te voorkomen;
h)aan ouderen in precaire huisvestingssituaties begeleiding en sociale ondersteuning te bieden om uitsluiting van huisvesting te voorkomen;
i)ervoor te zorgen dat personen die met discriminatie worden bedreigd, gelijk worden behandeld bij de toegang tot adequate huisvesting en essentiële diensten;
j)tijdige en gepersonaliseerde ondersteuning te bieden aan personen die instellingen zoals een gevangenis, ziekenhuis of zorginstelling verlaten om hen te helpen aan langdurige huisvesting.
ONDERSTEUNING VAN THUISLOZEN
6)Om de periode waarin mensen thuisloos zijn of zijn aangewezen op noodopvang of tijdelijke huisvesting te verkorten, wordt de lidstaten aanbevolen om persoonsgerichte, geïntegreerde en toegankelijke ondersteuning te bieden door middel van:
a)toegankelijke en inclusieve ondersteunende systemen, waaronder bijvoorbeeld de individuele beoordeling van de behoeften, ondersteuningsplannen op maat en, voor de meest complexe gevallen, casemanagement, door middel van het gericht en proactief benaderen van personen en via multidisciplinaire teams van gezondheids- en zorg- en maatschappelijk werkers uit de gemeenschap;
b)normen die zorgen voor constante, hoogwaardige ondersteunende diensten, waaronder kindspecifieke ondersteuning;
c)één aanspreekpunt voor tijdige, eenvoudige doorverwijzingen naar de juiste instanties voor sociale zekerheid, sociale bijstand en laagdrempelige sociale en gezondheidsdiensten;
d)ondersteunende systemen die in het belang van het kind helpen voorkomen dat gezinnen onnodig uit elkaar worden gehaald en waarmee ervoor wordt gezorgd dat geen enkel kind in een situatie van dakloosheid, in een noodopvang of tijdelijke huisvesting terechtkomt of anderszins woningloos is;
e)actieve arbeidsondersteuning, onder meer door de inschrijving bij de diensten voor arbeidsvoorziening te vergemakkelijken en door het opstellen van gepersonaliseerde trajecten naar werk, sociale ondersteuning en ondersteuning om werk te behouden, en ondersteuning voor werkgevers;
f)voorlichting aan thuislozen over hun rechten op grond van de Uniewetgeving 34 om bij kredietinstellingen in de lidstaat waar zij zich bevinden een betaalrekening met basisfuncties te openen en te gebruiken, ongeacht of zij een vast adres hebben;
g)het vergroten van de toegang tot stabiele huisvestingsoplossingen voor thuislozen, met name gezinnen met kinderen, door middel van samenwerking met aanbieders van huisvesting, kantoren voor sociale verhuur en inclusieve toewijzingsmechanismen en via coöperatieve en gemeenschapsgerichte modellen, aangevuld met passende ondersteunende diensten;
h) het waarborgen dat noodopvang en tijdelijke huisvesting, met inbegrip van naar geslacht gescheiden huisvesting, beschikbaar, veilig en toegankelijk is om in voldoende mate te voorzien in de behoeften van alle thuislozen, met inbegrip van slachtoffers van huiselijk en seksueel geweld, en tegelijkertijd het ondersteunen van hun overgang naar stabiele huisvesting;
i) het erkennen en ondersteunen van de rol van mensen die zelf thuisloosheid hebben meegemaakt bij het vergroten van het vertrouwen in en de toegankelijkheid en doeltreffendheid van ondersteunende maatregelen die de toegang tot sociale inclusie en huisvesting bevorderen;
j)maatregelen om stigmatisering en discriminerende praktijken bij de toegang tot huisvesting te voorkomen en aan te pakken, zoals transparante criteria voor wachtlijsten voor sociale huisvesting, trainingen tegen vooroordelen voor professionals in de huisvestingssector en ondersteunende diensten voor huurders die met discriminatie te maken hebben.
TOEGANG TOT PASSENDE EN ZEKERE HUISVESTINGSOPLOSSINGEN
7)De lidstaten wordt aanbevolen het aanbod van sociale en betaalbare huisvesting te vergroten, om tegemoet te komen aan demografische behoeften, lokale tekorten en regionale ongelijkheden, met name door:
a)het bevorderen van de voorwaarden voor langetermijnverhuur voor particuliere verhuurders en huurders door:
–te voorzien in een wettelijk kader waardoor langlopende huurovereenkomsten op grote schaal kunnen worden toegepast,
–gericht gebruik van evenredige fiscale en financiële stimulansen voor verhuurders toe te staan om langdurige huisvestingsoplossingen aan te bieden, met name voor gezinnen en jongeren,
–de rechtsonzekerheid en de duur van uitzettingsprocedures te beperken en
–de voor langetermijnverhuur bestemde woningvoorraad die voor kortetermijnverhuur wordt gebruikt, in evenwicht te brengen wanneer dit op grond van de huisvestingscrisis naar behoren wordt gerechtvaardigd;
b)het stimuleren van zowel publieke als particuliere investeringen in nieuwbouw, renovatie of herbestemming van bestaande gebouwen om het aanbod van sociale en betaalbare huisvesting uit te breiden;
c)het faciliteren en ondersteunen van op betaalbaarheid gerichte huisvestingsmodellen, waaronder sociale huisvesting en volkshuisvesting, woningbouwcoöperaties, woningbouwverenigingen met beperkt winstoogmerk, “community land trusts”, evenals andere kantoren voor sociale verhuur en andere modellen met beperkt winstoogmerk of zonder winstoogmerk;
d)het bevorderen en opschalen van innovatieve concepten voor woningdelen, zoals gedeelde woonruimten, clusterwoningen, centraal wonen (co-housing) en intergenerationele woonvormen, waar nodig met gedeelde voorzieningen en ondersteunende diensten; en het faciliteren van tijdelijke en overgangswoonvormen voor studenten en jongeren, bijvoorbeeld door studenten te koppelen aan bewoners van onderbenutte woningen;
e)het stroomlijnen van nationale, regionale en lokale plannings- en vergunningsprocedures om de woningbouw te versnellen, waarbij sociale inclusie en ruimtelijke samenhang worden nagestreefd en administratieve belemmeringen voor aanbieders van diensten in verband met de bouw worden weggenomen; het waar nodig tijdig realiseren van nieuwe sociale en betaalbare huisvesting, onder meer door het gebruik en de beschikbaarstelling van grond in openbare eigendom, waarbij ervoor wordt gezorgd dat deze goed is aangesloten op essentiële sociaal-economische diensten en activiteiten;
f)het verhogen van het doelmatige gebruik van de bestaande woningvoorraad, met name door herbestemming, renovatie en hergebruik van bestaande gebouwen te vergemakkelijken en door leegstaande woningen en openbare panden te mobiliseren, waarbij onnodige sloop zoveel mogelijk wordt beperkt;
g)het verbeteren van de beschikbaarheid van en de toegang tot opvang en overgangshuisvesting, totdat er permanente huisvestingsoplossingen beschikbaar zijn;
h)het reserveren van een op de lokale huisvestingsbehoeften afgestemd vast percentage van nieuwe woningbouw voor sociale en betaalbare huisvesting.
8)Als aanvulling op de inspanningen om het huisvestingsaanbod te vergroten, wordt de lidstaten aanbevolen om in hun nationale strategieën te voorzien in kaders voor toereikende, voorspelbare en duurzame financiering en investeringen. De lidstaten wordt ook aanbevolen om gebruik te maken van alle beschikbare EU-financiering en -instrumenten, waaronder het in het Europees plan voor betaalbaar wonen 35 aangekondigde pan-Europese investeringsplatform voor betaalbare en duurzame huisvesting. Deze maatregelen kunnen helpen om het gebruik van nationale en EU-middelen te optimaliseren en duurzame, inclusieve en betaalbare huisvestingsoplossingen op grotere schaal te realiseren, onder meer door:
a)middelen op het gebied van huisvesting, sociale inclusie, werkgelegenheid, onderwijs, gezondheidszorg, langdurige zorg en stadsvernieuwingsbeleid op elkaar af te stemmen en te coördineren, om de samenhang en doeltreffendheid van het beleid te vergroten;
b)erop toe te zien dat bij door de overheid gesteunde maatregelen, waar nodig, duidelijke voorwaarden worden gesteld met betrekking tot betaalbaarheid, toegankelijkheid, duurzaamheid en een inclusieve toewijzing van huisvesting en koppelingen met gemeenschapsgerichte diensten;
c)innovatieve financieringsmodellen, zoals revolverende fondsen, gemengde financiering en overheidsgaranties in te voeren om de betaalbaarheid van het huisvestingsaanbod op lange termijn te waarborgen en zowel publiek als particulier kapitaal aan te trekken voor betaalbare en sociale huisvesting;
d)speculatief gedrag op de woningmarkt te ontmoedigen, onder meer door middel van een doeltreffend fiscaal beleid en een grotere transparantie van de markt;
e)projectontwikkeling en technische bijstand voor lokale en regionale overheden, organisaties van de sociale economie en woningbouwverenigingen of organisaties zonder winstoogmerk op het gebied van huisvesting te ondersteunen;
f)publiek-private partnerschappen, onder meer met lokale overheden, instellingen voor hoger onderwijs, werkgevers, woningbouwverenigingen en organisaties van de sociale economie te bevorderen om sociale en betaalbare woningen te realiseren, waaronder woonprojecten voor studenten, stagiairs en gemengd gebruik;
g)investeringen ter ondersteuning van de bouw en renovatie van betaalbare en sociale huisvesting opvoeren, onder meer door middel van financiële instrumenten en gemengde financiering in het kader van het huidige cohesiebeleid, en tegelijkertijd gebruik te maken van de flexibiliteit die de tussentijdse evaluatie 36 biedt om EU-middelen te herbestemmen voor betaalbare huisvesting; en gebruik te maken van de herziene regels voor staatssteun inzake diensten van algemeen economisch belang 37 , die specifieke categorieën voor zowel sociale als betaalbare huisvesting bevatten.
9)De lidstaten wordt aanbevolen om mensen die te maken hebben met uitsluiting van huisvesting te helpen bij het vinden en behouden van stabiele huisvesting door middel van:
a)het bevorderen van de toegang tot permanente huisvesting, in overeenstemming met een op huisvesting gerichte aanpak, langdurige financiering en een sectoroverschrijdende coördinatie van maatregelen, waaronder toegang tot de arbeidsmarkt en andere diensten;
b)het opzetten van toereikende en passende geïntegreerde ondersteunende diensten die niet alleen zijn gericht op de overgang naar, maar ook op het behoud van adequate en zekere huisvesting. Dit omvat onder meer hulp bij het zoeken naar huisvesting, om- en bijscholing en ondersteuning bij het vinden en behouden van werk, financiële en juridische bijstand, training in levensvaardigheden en nazorg om te voorkomen dat mensen opnieuw met uitsluiting van huisvesting te maken krijgen;
c)het vergroten van het aanbod van adequate huisvestingsoplossingen voor mensen die te maken hebben met uitsluiting van huisvesting, met name ouders met kinderen, en ervoor zorgen dat er in de mechanismen voor het toewijzen van sociale huisvesting rekening met hen wordt gehouden en zij voorrang krijgen;
d)het bieden van toereikende financiële ondersteuning, zoals huurwaarborgen, leningen tegen een lage rente en huursubsidie, in combinatie met toegankelijke begeleiding over hoe dergelijke ondersteuning kan worden verkregen en het bijbrengen van de nodige vaardigheden om met geld om te gaan.
10)De lidstaten wordt aanbevolen gerichte maatregelen te nemen ter ondersteuning van jongeren met een laag inkomen, waaronder studenten, die te maken hebben met uitsluiting van huisvesting, wat een belemmering kan vormen voor de toegang tot en het afronden van hoger onderwijs, beroepsonderwijs en -opleiding, stages of leerlingprogramma’s. Die maatregelen kunnen het volgende omvatten:
a)het opzetten en benutten van doeltreffende netwerken tussen jeugdzorgdiensten en algemene sociale dienstverlening om jongeren te helpen bij het vinden van adequate huisvestingsoplossingen die aansluiten bij hun behoeften op het gebied van gezin, onderwijs en werk;
b)uitbreiding van het aanbod van betaalbare studentenhuisvesting nabij instellingen voor onderwijs en opleiding, ook voor studenten die deelnemen aan uitwisselingsprogramma’s of een stage in het buitenland volgen;
c)het bieden van toegankelijke begeleiding en praktische ondersteuning om personen te adviseren en bij te staan op het gebied van huurrechten en administratieve procedures, onder meer via adviescentra in onderwijsinstellingen;
d)het bieden van fiscale stimulansen of leningen tegen een lage rente om studenten en jongeren met beperkte financiële middelen te helpen bij het vinden van huisvesting.
11)De lidstaten wordt aanbevolen om in hun nationale strategische kaders beleidsmaatregelen waarin de mens centraal staat, te combineren met plaatsgebonden maatregelen (zoals stadsplanning en stadsvernieuwing, lokale economische ontwikkeling en vervoersbeleid), teneinde een discrepantie tussen werkgelegenheidskansen en betaalbare huisvesting te voorkomen, met name in gebieden waar vacatures onvervuld blijven.
12)De lidstaten wordt aanbevolen maatregelen te nemen ter ondersteuning van woningaanpassingen voor personen met een handicap en/of ouderen die langdurige zorg nodig hebben, met name degenen die met armoede worden bedreigd. Dit zou hen in staat moeten stellen zo lang mogelijk in hun eigen huis te blijven wonen en uitsluiting van huisvesting te voorkomen. Deze maatregelen moeten zo worden opgezet dat dit niet leidt tot onevenredige lasten voor bouw- en renovatiewerkzaamheden.
MONITORING, EVALUATIE EN GOVERNANCE
13)De lidstaten wordt aanbevolen om:
a)doelgerichte monitoring- en evaluatiemechanismen in te voeren, gebaseerd op uitkomstindicatoren, om de doeltreffendheid van hun strategieën ter bestrijding van thuisloosheid en uitsluiting van huisvesting te evalueren en waar nodig beleidsaanpassingen door te voeren zonder de administratieve belasting te vergroten;
b)aan de Commissie om de vijf jaar verslag uit te brengen over de resultaten van hun nationale monitoringactiviteiten en over de voortgang bij de uitvoering van deze aanbeveling;
c)te zorgen voor doeltreffende governance op meerdere niveaus en coördinatie tussen nationale, regionale en lokale autoriteiten, alsook samenwerking met belanghebbenden, waaronder universiteiten, aanbieders van beroepsonderwijs en -opleiding, lokale werkgevers, maatschappelijke organisaties, organisaties van de sociale economie en aanbieders van huisvesting;
d)wettelijke en administratieve kaders te vereenvoudigen om de administratieve belasting te verminderen en te zorgen voor tijdige en eenvoudige toegang tot huisvesting en aanverwante sociale, gezondheids-, onderwijs-, werkgelegenheids- en gemeenschapsondersteunende diensten;
e)de capaciteit en kwaliteit van diensten die zijn bedoeld ter ondersteuning van mensen die te maken hebben met uitsluiting van huisvesting te versterken, onder meer door opleiding, een duidelijke toewijzing van verantwoordelijkheden en toereikende middelen voor personeel dat deze diensten verleent;
f)bij het ontwerp, de uitvoering en de evaluatie van beleidsmaatregelen ter voorkoming en beperking van thuisloosheid en uitsluiting van huisvesting te zorgen voor een zinvolle betrokkenheid van personen die zelf thuisloosheid en uitsluiting van huisvesting hebben meegemaakt, maatschappelijke organisaties, met name op lokaal niveau, en organisaties van de sociale economie, met inbegrip van voedselbanken;
g)actief bij te dragen aan het Europees Platform voor de bestrijding van thuisloosheid, als belangrijk forum voor coördinatie, uitwisseling en samenwerking tussen belanghebbenden, met name door het uitwisselen van kennis, het verzamelen van feitenmateriaal en het faciliteren van toegang tot financiering, in nauwe synergie met de werkstromen van de Europese huisvestingsalliantie;
h)te blijven samenwerken met andere lidstaten en particuliere en publieke belanghebbenden op verschillende regionale niveaus om kennisuitwisseling te ondersteunen, wederzijds leren te bevorderen, een consistente dienstverlening te garanderen, beste praktijken uit te wisselen en doeltreffend beleid te ontwikkelen en uit te voeren op het gebied van uitsluiting van huisvesting;
i)de samenwerking met de adviesorganen van de EU (het Comité van de Regio’s en het Europees Economisch en Sociaal Comité) te versterken om wederzijds leren, intercollegiale toetsing en beleidssynergieën in verband met uitsluiting van huisvesting te verbeteren;
j)de betrokkenheid van sociale partners en maatschappelijke organisaties die een sleutelrol spelen in de strijd tegen uitsluiting van huisvesting te bevorderen om ervoor te zorgen dat het EU-beleid de realiteit in de praktijk weerspiegelt, onder meer door de betrokkenheid van mensen die zelf uitsluiting van huisvesting hebben meegemaakt.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter
Deze categorieën zijn ontleend aan “Ethos”, de Europese typologie van thuisloosheid en uitsluiting van huisvesting. Ethos is ontwikkeld als een kader om het begrip en de meting van thuisloosheid in Europa te verbeteren en om een gemeenschappelijke “taal” te bieden voor transnationale uitwisselingen over thuisloosheid. De indeling van Ethos omvat alle leefsituaties die neerkomen op vormen van thuisloosheid en uitsluiting van huisvesting.