Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52024PC0531

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende een met het Informatiesysteem interne markt verbonden openbare interface voor de verklaring van de detachering van werknemers en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012

COM/2024/531 final

Brussel, 13.11.2024

COM(2024) 531 final

2024/0301(COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende een met het Informatiesysteem interne markt verbonden openbare interface voor de verklaring van de detachering van werknemers en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012

{SWD(2024) 258 final}


TOELICHTING

ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Het vrij verrichten van diensten geeft in een lidstaat gevestigde dienstverrichters onder meer het recht om in een andere lidstaat diensten te verrichten en daarheen tijdelijk eigen werknemers te detacheren voor het aldaar verrichten van die diensten. Wanneer de dienstverrichter zijn werknemers detacheert, moet hij duidelijk omschreven arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden in acht nemen, zoals vastgesteld in Richtlijn 96/71/EG 1 , in de lidstaat waar de detachering plaatsvindt. Dit moet een minimale bescherming van de betrokken ter beschikking gestelde werknemers waarborgen. De lidstaten moeten nauw samenwerken en elkaar wederzijdse bijstand verlenen om het toezicht op de naleving van deze arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden te vergemakkelijken. Het vermijden van onnodige administratieve lasten voor dienstverrichters, het beschermen van ter beschikking gestelde werknemers en het waarborgen van doeltreffend toezicht moeten daarbij hand in hand gaan en bijdragen tot de goede werking van de interne markt.

Zoals bepaald in artikel 9, lid 1, van Richtlijn 2014/67/EU 2 mogen de lidstaten alleen administratieve eisen en controlemaatregelen opleggen die noodzakelijk zijn om te zorgen voor een doeltreffend toezicht op de naleving van de verplichtingen in die richtlijn en in Richtlijn 96/71/EG, op voorwaarde dat de eisen en maatregelen gerechtvaardigd en evenredig zijn overeenkomstig het recht van de Unie. In dit verband kunnen de lidstaten overeenkomstig artikel 9, lid 1, punt a), van Richtlijn 2014/67/EU de verplichting opleggen dat een in een andere lidstaat gevestigde dienstverrichter een eenvoudige verklaring aan de verantwoordelijke nationale bevoegde autoriteiten doet toekomen met de voor het uitvoeren van daadwerkelijke controles op de werkplek noodzakelijke informatie.

De Commissie heeft in de actualisering van de nieuwe industriestrategie van 2020 3 aangekondigd met de lidstaten te zullen samenwerken om een gemeenschappelijk elektronisch formulier voor de verklaring van de detachering van werknemers op te stellen. Deze werkzaamheden mogen geen afbreuk doen aan het bestaande EU-rechtskader voor de detachering van werknemers en de bescherming van werknemers die daarmee wordt gewaarborgd. Deelname is vrijwillig.

In haar mededeling van maart 2024 getiteld “Tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden in de EU: een actieplan” 4 kondigde de Commissie aan dat zij de wijdverbreide invoering van een gemeenschappelijk elektronisch formulier voor verklaringen van de detachering van werknemers zal bevorderen, aangevuld met de ontwikkeling van een digitaal meertalig portaal waar bedrijven detacheringsverklaringen kunnen indienen voor alle lidstaten die besluiten gebruik te maken van dit instrument. Dit zal de administratieve lasten helpen verminderen.

De aankondiging volgde op de punten van zorg die tijdens de evaluatie van de uitvoering van Richtlijn 2014/67/EU werden gemeld. In het verslag over de uitvoering van Richtlijn 2014/67/EU 5 concludeerde de Commissie dat er mogelijke verbeterpunten zijn die door verschillende belanghebbenden onder haar aandacht waren gebracht. Het gaat hierbij onder meer om het vereenvoudigen van de systemen voor administratieve controle, bijvoorbeeld door het invoeren van een enkel aangiftesysteem voor de hele EU.

Dit voorstel heeft tot doel de administratieve lasten voor bedrijven en nationale bevoegde autoriteiten te verminderen door het vergemakkelijken van enerzijds het indienen van detacheringsverklaringen, indien vereist, op een gebruikersvriendelijke manier, op afstand en langs elektronische weg, en anderzijds de administratieve samenwerking tussen de lidstaten en het doeltreffende toezicht op de naleving van de verplichting uit hoofde van de Richtlijnen 2014/67/EU en 96/71/EG.

Het voorstel zal het voor de lidstaten gemakkelijker maken om op hun grondgebied doeltreffende en adequate inspecties uit te voeren, wat bijdraagt tot de bescherming van gedetacheerde werknemers.

Sinds januari 2023 adviseren de lidstaten de Commissie in de deskundigengroep inzake een gemeenschappelijk elektronisch formulier voor de verklaring van de detachering van werknemers, vooral met betrekking tot de relevante informatie die nodig is om daadwerkelijke controles op de werkplek mogelijk te maken. Met het advies van de deskundigen van de lidstaten is een mogelijke gemeenschappelijke lijst van informatievereisten voor de verklaring van de detachering van werknemers opgesteld. Een eerste groep van negen lidstaten heeft intussen verklaard zich ertoe te verbinden de informatie die zij verlangen van dienstverrichters die werknemers ter beschikking stellen op hun grondgebied, aan te passen aan de informatievereisten die in de gemeenschappelijke lijst van informatievereisten zijn opgenomen 6 .

Een met het Informatiesysteem interne markt (“IMI”) verbonden openbare interface

Het voorstel voorziet in een meertalige elektronische openbare interface (d.w.z. een beveiligd webportaal voor het gebruik van een gemeenschappelijk elektronisch formaat en dat de automatische doorgifte van gegevens mogelijk maakt) die verbonden is met het Informatiesysteem interne markt (“IMI”), dat is ingesteld bij Verordening (EU) nr. 1024/2012 van het Europees Parlement en de Raad 7 (“de openbare interface”), voor vrijwillig gebruik door de lidstaten die gedetacheerde werknemers ontvangen (de “lidstaat van ontvangst”). Deze lidstaten van ontvangst kunnen ervoor kiezen van in andere lidstaten gevestigde dienstverrichters te verlangen dat zij deze interface gebruiken om een eenvoudige verklaring van de detachering van werknemers (een “detacheringsverklaring”) aan hun verantwoordelijke nationale bevoegde autoriteiten te doen toekomen om daadwerkelijke controles op de werkplek mogelijk te maken. Het IMI is een meertalig elektrisch instrument waarmee nationale, regionale en plaatselijke autoriteiten snel en gemakkelijk met hun collega’s in de EU kunnen communiceren. Een register in het IMI zal de nationale bevoegde autoriteiten in staat stellen de gegevens van door dienstverrichters ingediende detacheringsverklaringen te controleren. Het gebruik van het IMI zal het mogelijk maken bestaande IT-oplossingen te hergebruiken en zo de eenmalige kosten van IT-ontwikkeling te helpen verlagen.

Dienstverrichters zullen de openbare interface gebruiken om een detacheringsverklaring in te dienen bij de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaat van ontvangst. Hiertoe zal de interface voorzien in een standaardformulier. Dit standaardformulier bevat de relevante informatie die nodig kan zijn om daadwerkelijke controles op de werkplek mogelijk te maken, overeenkomstig artikel 9, lid 1, punt a), van Richtlijn 2014/67/EU. Het standaardformulier bevat informatie over de dienstverrichter, de gedetacheerde werknemer, de detacheringsopdracht, de contactpersoon voor de bevoegde autoriteiten en de afnemer van de dienst. De specifieke inhoud van het standaardformulier zal in een uitvoeringshandeling worden vastgesteld. Er zal rekening worden gehouden met het advies van de deskundigengroep van de lidstaten over de relevante informatie die in een dergelijk formulier moet worden opgenomen.

De Commissie moet uitvoeringsbevoegdheden krijgen om het standaardformulier vast te stellen en daarin latere wijzigingen aan te brengen. Indien de lidstaten van mening zijn dat relevante informatie moet worden toegevoegd aan of dat niet-relevante informatie moet worden geschrapt uit het standaardformulier of in of voor het gebruik van de openbare interface, kunnen zij bij de Commissie voorstellen indienen tot wijziging van het standaardformulier en tot opneming van informatievereisten die zij noodzakelijk achten, mits deze gerechtvaardigd en evenredig zijn, om doeltreffende controles op de werkplek uit te voeren.

De lidstaten kunnen besluiten dat bepaalde elementen in het standaardformulier die zij niet relevant achten in het licht van hun nationale context en de wijze waarop zij de daadwerkelijke controles op de werkplek organiseren, niet verplicht zijn voor dienstverrichters die werknemers ter beschikking stellen op hun grondgebied en die het formulier invullen op de openbare interface. In dat geval moeten zij de Commissie daarvan in kennis stellen. In het geval van elementen die voortvloeien uit latere wijzigingen van het standaardformulier, zouden die lidstaten hun nationale wetgeving dan ook niet hoeven aan te passen om dergelijke elementen erin op te nemen.

Het opzetten van de openbare interface met een meertalig standaardformulier voor de verklaring van de detachering van werknemers en het ter beschikking stellen van deze interface door de Europese Commissie aan de nationale bevoegde autoriteiten doet geen afbreuk aan de verantwoordelijkheid van de Europese Commissie voor het toezicht op de correcte uitvoering en toepassing van het Unierecht door de lidstaten, overeenkomstig artikel 17, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, en aan haar bevoegdheden uit hoofde van artikel 258 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, noch aan de verplichting van de lidstaten om het recht van de Unie na te leven.

Vermindering van de administratieve lasten voor dienstverrichters

Belanghebbenden hebben consequent benadrukt dat de verplichting en de vereisten voor het indienen van een detacheringsverklaring een belangrijke rapportagevereiste vormen voor bedrijven op de eengemaakte markt. Dit wordt beschouwd als een van de grootste administratieve belemmeringen voor grensoverschrijdende dienstverlening op de interne markt.

Het stroomlijnen van de rapportageverplichtingen en de procedure voor het indienen van detacheringsverklaringen zal de administratieve lasten voor bedrijven, met inbegrip van kmo’s, aanzienlijk verminderen en zal het voor de lidstaten gemakkelijker maken om doeltreffende en adequate inspecties uit te voeren.

Dankzij een meertalige openbare interface met een standaardformulier kunnen detacherende ondernemingen hun detacheringsverklaringen op één plaats en met dezelfde reeks gevraagde informatie indienen in alle deelnemende lidstaten, d.w.z. de lidstaten die gebruikmaken van de openbare interface, waar zij werknemers ter beschikking stellen. Zij zullen de detacheringsverklaring in hun eigen taal kunnen opstellen en zo de taalbarrière wegnemen waarmee detacherende ondernemingen (dienstverrichters) regelmatig te maken krijgen wanneer zij detacheringen melden in het meldsysteem van de lidstaat waar zij werknemers ter beschikking stellen.

Het voorstel levert een bijdrage aan de toezegging van de Commissie om de uit de EU-wetgeving voortvloeiende rapportagevereisten te beperken. In haar mededeling “Concurrentievermogen van de EU op lange termijn: blik op de periode na 2030 8 heeft de Commissie gewezen op het belang van een regelgevingssysteem dat ervoor zorgt dat doelstellingen tegen zo gering mogelijke kosten worden bereikt. Daarom wil zij een nieuwe impuls geven aan het rationaliseren en vereenvoudigen van rapportagevereisten, met als uiteindelijk doel dat de daarmee verband houdende administratieve lasten met 25 % worden teruggedrongen zonder dat dit ten koste gaat van de daarmee samenhangende beleidsdoelstellingen. In het steunpakket voor kleine en middelgrote ondernemingen 9 is deze actie verder uitgewerkt en is de aandacht gevestigd op de invoering van een elektronisch formaat voor de verklaring van detachering van werknemers als voorbeeld voor het gebruik van digitale technologieën om de lasten te verminderen en de veerkracht te verbeteren.

Bescherming van de rechten van werknemers

Het indienen van detacheringsverklaringen via de openbare interface zal ook een betere en meer uniforme toepassing van Richtlijn 96/71/EG mogelijk maken. Het vergemakkelijken van het melden en beschermen van gedetacheerde werknemers is een ander element in de EU-wetgeving dat eerlijke mobiliteit waarborgt.

Aangezien dienstverrichters niet langer hoeven te voldoen aan de verschillende nationale eisen die zijn opgenomen in de nationale interfaces en de formulieren voor detacheringsverklaringen in de deelnemende lidstaten, zal de openbare interface met behulp van een standaardformulier de gevallen van niet-naleving van de detacheringsregels helpen verminderen. Dit zal ook leiden tot meer transparantie bij detachering.

In dit verband maakt het initiatief het voor de lidstaten gemakkelijker om doeltreffende, adequate en gerichte inspecties uit te voeren, hetgeen bijdraagt tot de bescherming van de rechten van gedetacheerde werknemers en tot eerlijke mobiliteit als geheel.

Bovendien zal de mogelijkheid om een kopie van de verklaring aan de gedetacheerde werknemer toe te zenden, de gedetacheerde werknemers informeren tijdens de procedure en hen helpen hun rechten uit te oefenen. Deze mogelijkheid bestaat momenteel niet in de nationale meldsystemen.

Vermindering van de administratieve lasten voor de autoriteiten van de lidstaten en vergemakkelijking van de administratieve samenwerking

Bij Richtlijn 2014/67/EU zijn regels ingevoerd voor de administratieve samenwerking tussen de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de naleving van de regels inzake de terbeschikkingstelling van werknemers. Deze administratieve samenwerking vindt plaats via het IMI. Het IMI speelt derhalve een belangrijke rol bij de ondersteuning van de versterkte administratieve samenwerking die ten grondslag ligt aan de richtlijn.

De module Informatieverzoeken voor de detachering voor werknemers is de belangrijkste module in het IMI voor administratieve samenwerking in het kader van Richtlijn 2014/67/EU en Richtlijn 96/71/EG. De module ondersteunt wederzijdse bijstand door een instantie in een lidstaat in staat te stellen om informatie of bijstand te vragen aan een instantie in een andere lidstaat.

Vandaag de dag hebben nationale bevoegde autoriteiten die om wederzijdse bijstand van andere lidstaten verzoeken, te kampen met aanzienlijke administratieve lasten bij het indienen van een verzoek om informatie in het IMI. Momenteel moet informatie over een specifieke detachering die aanleiding geeft tot een verzoek om wederzijdse bijstand in het IMI, door de bevoegde autoriteiten in de lidstaten handmatig in het IMI worden ingevoerd voordat het verzoek om bijstand kan worden ingediend. De reden hiervoor is dat de verklaringen worden ontvangen in systemen van lidstaten die niet met het IMI zijn verbonden. Om de administratieve samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten te vergemakkelijken en verzoeken om wederzijdse bijstand te vereenvoudigen, moet de informatie die in detacheringsverklaringen wordt verstrekt, rechtstreeks in het IMI beschikbaar worden gesteld. Dit is momenteel het geval voor de wegvervoersector, waar de Commissie bij Richtlijn (EU) 2020/1057 van het Europees Parlement en de Raad 10 is opgedragen een meertalige openbare interface voor ondernemers te ontwikkelen, waarmee zij informatie over detachering kunnen opnemen en bijwerken, en indien nodig andere relevante documenten in het IMI kunnen uploaden. De lidstaten moeten dan gegevens en informatie uitwisselen, administratieve samenwerking aangaan en wederzijdse bijstand verlenen via het IMI.

Het afstemmen van de administratieve procedure voor het melden van gedetacheerde werknemers in andere sectoren, voor gevallen waarin een dergelijke meldplicht gerechtvaardigd en evenredig zou zijn, op de procedure voor de detachering van bestuurders in de wegvervoersector zou de administratieve lasten voor overheidsdiensten verminderen. Momenteel moeten de bevoegde autoriteiten twee verschillende systemen voor hun toezichthoudende taken beheren en exploiteren, waarbij het IMI wordt gebruikt voor de verklaring van de detachering van bestuurders in de wegvervoersector en nationale meldsystemen worden gebruikt voor detachering in andere sectoren. Door de twee systemen op elkaar af te stemmen, kan het gebruik van databanken en interne administratieve procedures voor de nationale bevoegde autoriteiten worden gestroomlijnd en kan worden voorzien in een efficiënter mechanisme voor de nationale bevoegde autoriteiten om de naleving van de toepasselijke detacheringsregels te monitoren en te controleren.

Deelnemende lidstaten profiteren van tijds- en kostenbesparingen. Door gebruik te maken van het IMI-systeem, kunnen de lidstaten desgewenst hun op zichzelf staande nationale meldsystemen stopzetten, waardoor zij de kosten voor de exploitatie en het onderhoud van deze systemen besparen. Enkele lidstaten die nog geen digitale oplossingen gebruiken voor hun meldplichten, kunnen het IMI-systeem gebruiken zonder tijd en middelen te hoeven investeren in de ontwikkeling van een elektronisch nationaal meldsysteem. De lidstaten die hun nationale databanken behouden, zouden de mogelijkheid krijgen om deze met de openbare interface te verbinden.

Het IMI-systeem maakt het ook mogelijk statistieken te genereren, de nationale beleidsvorming te ondersteunen en een solide basis te bieden voor de werkzaamheden van de arbeidsinspectiediensten, onder meer voor hun risicoanalyse.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Het vrij verrichten van diensten is een in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) neergelegd grondbeginsel van de interne markt van de Europese Unie.

Richtlijn 96/71/EG geeft uitvoering aan dit beginsel inzake de terbeschikkingstelling van werknemers met als doel een gelijk speelveld voor bedrijven en de eerbiediging van de rechten van werknemers te waarborgen. Artikel 3 van Richtlijn 96/71/EG bevat een kern van duidelijk omschreven arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden die de dienstverrichter in de lidstaat waar de detachering plaatsvindt, in acht moet nemen om de minimale bescherming van de betrokken gedetacheerde werknemers te waarborgen.

Richtlijn 2014/67/EU heeft tot doel het vrij verrichten van diensten en de werking van de interne markt te vergemakkelijken en de eerbiediging te waarborgen van een passend niveau van bescherming van de rechten van gedetacheerde werknemers voor het grensoverschrijdend verrichten van diensten, met name wat betreft de handhaving van de kernarbeidsvoorwaarden en -omstandigheden die van toepassing zijn in de lidstaat waar de dienst moet worden verricht overeenkomstig artikel 3 van Richtlijn 96/71/EG. In dit verband wordt in Richtlijn 2014/67/EU een gemeenschappelijk kader vastgesteld voor een reeks passende bepalingen, maatregelen en controlemechanismen voor een betere en meer uniforme implementatie, toepassing en handhaving van Richtlijn 96/71/EG in de praktijk.

Om een juiste toepassing van en toezicht op de naleving van de materiële regels inzake de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden voor gedetacheerde werknemers mogelijk te maken, voorziet Richtlijn 2014/67/EU in de mogelijkheid voor de lidstaten om bepaalde administratieve formaliteiten en controlemaatregelen op te leggen aan dienstverrichters die werknemers detacheren om diensten te verrichten, op voorwaarde dat de formaliteiten en maatregelen gerechtvaardigd en evenredig zijn overeenkomstig het recht van de Unie. In dit verband staat artikel 9, lid 1, punt a), van Richtlijn 2014/67/EU de lidstaten toe de verplichting op te leggen dat een in een andere lidstaat gevestigde dienstverrichter een eenvoudige verklaring aan de verantwoordelijke nationale bevoegde autoriteiten doet toekomen met de voor het uitvoeren van daadwerkelijke controles op de werkplek noodzakelijke informatie.

Het voorstel is in overeenstemming met deze bepalingen, aangezien het wettelijke kader voor de detachering van werknemers, zoals vastgesteld bij de Richtlijnen 2014/67/EU en 96/71/EG, niet wordt gewijzigd en het daarmee gepaard gaande niveau van bescherming van werknemers niet in gevaar wordt gebracht. Het voorstel vergemakkelijkt het indienen van detacheringsverklaringen, indien vereist, overeenkomstig artikel 9, lid 1, punt a), van Richtlijn 2014/67/EU en de procedure van artikel 9, lid 4, van die richtlijn, alsook de administratieve samenwerking tussen de lidstaten en een doeltreffend toezicht op de naleving van de verplichtingen van Richtlijn 2014/67/EU en Richtlijn 96/71/EG.

Het voorstel vormt een aanvulling op de regels inzake de detachering van bestuurders in de wegvervoersector. De nieuwe regels inzake de detachering van bestuurders in het wegvervoer, zoals vastgesteld bij Richtlijn (EU) 2020/1057, zijn in juli 2021 vastgesteld in het kader van het mobiliteitspakket en zijn sinds 2 februari 2022 van toepassing. De Commissie beheert een meertalig portaal dat is verbonden met het IMI voor wegvervoerondernemers, die deze nieuwe regels moeten naleven. Het portaal biedt wegvervoerondernemers de mogelijkheid om via het IMI detacheringsverklaringen toe doen toekomen aan de lidstaten waar hun bestuurders zullen worden gedetacheerd. In het voorstel wordt de administratieve procedure voor het melden van gedetacheerde werknemers in andere sectoren gespiegeld aan de procedure voor de detachering van bestuurders in de wegvervoersector.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Het voorstel draagt bij tot twee van de prioriteiten van deze Commissie, namelijk het tot stand brengen van “een diepere, billijkere interne markt” en het stimuleren van werkgelegenheid en investeringen door het regelgevingskader te vereenvoudigen en de rapportagevereisten te rationaliseren.

Het voorstel vormt een aanvulling op de inspanningen van de taskforce voor de handhaving van de eengemaakte markt om de administratieve lasten voor het detacheren van werknemers te verminderen. De Commissie en de lidstaten werken samen in de taskforce voor de handhaving van de eengemaakte markt om de administratieve vereisten inzake de detachering van werknemers te vergemakkelijken, ook met betrekking tot de meldplichten. Bij de ontwikkeling van de openbare interface zal rekening worden gehouden met de beste praktijken die in de taskforce voor de handhaving van de eengemaakte markt zijn vastgesteld.

In oktober 2023 riep de Europese Raad alle betrokken instellingen op zich te blijven inspannen voor het vereenvoudigen van de regelgeving en het verminderen van de onnodige administratieve lasten 11 . In april 2024 verzocht de Europese Raad de Commissie ook om de administratieve lasten en de regeldruk voor bedrijven en nationale autoriteiten aanzienlijk te verminderen in het kader van een beter en slimmer regelgevingskader 12 .

In zijn resolutie van 17 februari 2022 over het aanpakken van niet-tarifaire en niet-fiscale belemmeringen op de eengemaakte markt 13 drong het Europees Parlement er bij de Commissie op aan een digitaal formulier in te voeren voor de verklaring van de detachering van werknemers, en daarbij een eenvoudig, gebruiksvriendelijk en interoperabel digitaal formulier vast te stellen dat aansluit bij de behoeften van Europese bedrijven, met name kmo’s.

Het voorstel beantwoordt bovendien aan de doelstelling van de verordening Interoperabel Europa, die tot doel heeft de grensoverschrijdende interoperabiliteit en samenwerking in de overheidssector in de hele EU te versterken. Om grensoverschrijdende interoperabiliteit mogelijk te maken, worden de technische specificaties en eisen van de openbare interface onderworpen aan een interoperabiliteitsbeoordeling en wordt het hergebruik van gemeenschappelijke interoperabiliteitsoplossingen overwogen.

Tot slot zijn het initiatief en de uitvoering van het digitale formulier voor de verklaring van de detachering van werknemers in de EU in overeenstemming met de lopende ontwikkelingen op het gebied van het Europees kader voor digitale identiteit en de Europese portemonnee voor digitale identiteit 14 . Dienstverrichters zouden bijvoorbeeld gebruik kunnen maken van de Europese portemonnee voor digitale identiteit, zodra deze beschikbaar is, als een middel om zichzelf te identificeren, en gedetacheerde werknemers zouden een kopie van een detacheringsverklaring in hun portemonnee kunnen ontvangen.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag voor het voorstel is, net als voor de IMI-verordening, artikel 114 VWEU. Het voorstel heeft tot doel de werking van de interne markt te ondersteunen (artikel 26 VWEU). Hoewel de lidstaten niet verplicht zijn te voorzien in het gebruik van de bij het voorstel opgezette openbare interface, zal de door de lidstaten beoogde toepassing ertoe bijdragen dat de procedure en de vereisten voor de verklaring van de detachering van werknemers nader tot elkaar worden gebracht in de deelnemende lidstaten. Wanneer de lidstaten besluiten gebruik te maken van de openbare interface, moeten zij er bovendien voor zorgen dat dienstverrichters hun verplichting om een detacheringsverklaring af te leggen, kunnen nakomen door gebruik te maken van die gemeenschappelijke interface. De openbare interface als het centrale meldportaal en het standaardformulier creëren soortgelijke voorwaarden voor detacheringsverklaringen in de lidstaten die ervoor kiezen de openbare interface te gebruiken.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Het voorstel is in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel van artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. De doelstelling van deze verordening, namelijk het instellen van een meertalige elektronische met het IMI verbonden openbare interface om de administratieve lasten te verminderen voor dienstverrichters die werknemers detacheren naar een deelnemende lidstaat, en tegelijkertijd een betere en meer uniforme toepassing en handhaving van Richtlijn 96/71/EG bevorderen, kan niet voldoende door de lidstaten alleen worden verwezenlijkt en kan vanwege de omvang en de gevolgen ervan daarom beter op het niveau van de Unie worden verwezenlijkt.

Evenredigheid

Het voorstel heeft tot doel bij te dragen tot de goede werking van de interne markt door het verminderen van de administratieve belemmeringen voor het vrij verrichten van diensten, het vergemakkelijken van het doeltreffende toezicht door de lidstaten op de naleving van de EU-wetgeving die voorziet in de bescherming van gedetacheerde werknemers, en het ondersteunen van de daarmee verband houdende administratieve samenwerking tussen de nationale bevoegde autoriteiten in de lidstaten.

De voorgestelde actie is een geschikte manier om de doelstelling te verwezenlijken. Het vaststellen van soortgelijke procedures voor detacheringsverklaringen in de lidstaten die ervoor kiezen gebruik te maken van de openbare interface, vermindert de administratieve lasten, vergemakkelijkt doeltreffend toezicht en ondersteunt de daarmee verband houdende administratieve samenwerking. Hoewel de openbare interface vrijwillig door de lidstaten kan worden gebruikt, moet de doelstelling ervan worden bereikt door de beoogde toepassing door de lidstaten, waaruit blijkt dat het realiseren van de voordelen van de eengemaakte markt een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de Commissie en de lidstaten is.

Tegelijkertijd gaat het voorstel, gezien het vrijwillige karakter ervan, niet verder dan wat nodig is om de doelstelling te verwezenlijken en doet het geen afbreuk aan de bevoegdheden van de lidstaten op het gebied van de detachering van werknemers. De lidstaten kunnen van dienstverrichters verlangen dat zij deze interface gebruiken om een eenvoudige verklaring van de detachering van werknemers aan de bevoegde autoriteiten te doen toekomen.

Aangezien het voorstel een afspiegeling zou zijn van de reeds vastgestelde administratieve en technische procedure voor de detachering van bestuurders in de wegvervoersector, zijn de financiële en administratieve kosten voor de Unie beperkt en evenredig met het doel van het initiatief.

Keuze van het instrument

Het voorstel omvat een wijziging van de bijlage bij de IMI-verordening. Derhalve is het meest geschikte instrument een verordening. De indiening, bewaring en verwerking van de verklaring in de openbare interface door de Commissie en de informatie-uitwisseling in het kader van een doeltreffende administratieve samenwerking en wederzijdse bijstand tussen de lidstaten moeten in overeenstemming zijn met de regels inzake de bescherming van persoonsgegevens, die zijn vervat in de Verordeningen (EU) 2016/679 en (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad, en worden neergelegd in het recht van de Unie.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

In het verslag over de toepassing van Richtlijn 2014/67/EU concludeerde de Commissie dat verschillende belanghebbenden een aantal gebieden met verbeterpunten onder de aandacht van de Commissie hebben gebracht. Het gaat hierbij onder meer om de vereenvoudiging van de administratieve-controlesystemen door, bijvoorbeeld, het invoeren van een enkel EU-breed meldsysteem.

Raadpleging van belanghebbenden

Er zijn raadplegingen van belanghebbenden gehouden bij de voorbereiding van een gemeenschappelijk formulier, in elektronische vorm, voor de verklaring van de detachering van werknemers.

De volgende relevante groepen belanghebbenden hebben aan de raadpleging meegewerkt: nationale autoriteiten, handhavingsautoriteiten, bedrijfsverenigingen. Met name de Europese sociale partners zijn geraadpleegd. In het kader van een externe studie werden verschillende open en gerichte raadplegingsmethoden en -instrumenten gebruikt, die onder meer gericht waren op: het vaststellen van de mogelijke reikwijdte, de vorm, de structuur en de uitvoeringsopties voor de elektronische verklaring en het raadplegen van de lidstaten en relevante belanghebbenden over het concept (d.w.z. de reikwijdte, de vorm en de structuur) en de uitvoeringsopties:

een webinar in samenwerking met de Europese Arbeidsautoriteit (ELA) op 17 februari 2022 om de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en de sociale partners over het project te informeren en hun feedback te verzamelen;

vergaderingen en interviews met de autoriteiten van belangstellende lidstaten en relevante belanghebbenden tussen februari en april 2022;

een workshop over gebruikerservaringen op 27 april 2022 met dienstverrichters die door de sociale partners zijn aangewezen om informatie te verzamelen over de administratieve ervaring met het detacheren van werknemers;

een technische workshop met relevante vertegenwoordigers van de autoriteiten van de lidstaten op 28 april 2022 om de uitvoeringsopties te bespreken;

bijeenkomsten met de sociale partners op 30 november 2021, 8 december 2021, 8 februari 2022, 2 juni 2022 en 11 mei 2023;

een technisch onderzoek voor de lidstaten tussen 9 juni en 6 juli 2022;

een onlinehoorzitting met de sociale partners op 29 april 2024 over de elektronische verklaring van de detachering van werknemers.

Het project betreffende een elektronische verklaring van de detachering van werknemers is ook besproken met de lidstaten en de sociale partners tijdens het ELA-forum over de detachering van werknemers op 13 maart 2023 en 11 april 2024.

Bijeenbrengen en gebruik van expertise

Dit voorstel is tot stand gekomen na een interne doorlichting van bestaande rapportageverplichtingen en op basis van de ervaring die is opgedaan met de uitvoering van de desbetreffende wetgeving. Het gaat om een stap in het proces van permanente toetsing van rapportagevereisten die voortvloeien uit EU-wetgeving. De doorlichting van dergelijke lasten en van de gevolgen ervan voor belanghebbenden loopt na deze stap dus gewoon door.

De Commissie heeft input ontvangen van de deskundigengroep inzake een gemeenschappelijk elektronisch formulier voor de verklaring van de detachering van werknemers, waarin de Commissie wordt geadviseerd over de gezamenlijke ontwikkeling en uitvoering van een gemeenschappelijk elektronisch formulier voor de verklaring van de detachering van werknemers. De werkzaamheden van de groep worden uitgevoerd met volledige inachtneming van Richtlijn 96/71/EG en Richtlijn 2014/67/EU.

Effectbeoordeling — lastenvermindering

De Commissie heeft voor dit gerichte initiatief geen effectbeoordeling uitgevoerd. De Commissie heeft echter wel een analyse uitgevoerd om het bestaande niveau van administratieve lasten voor het melden van gedetacheerde werknemers in de 27 EU-lidstaten te meten, wat heeft geleid tot een gedetailleerde kostenmodellering van de verschillende meldprocedures. In de analyse, zoals uiteengezet in het werkdocument van de diensten van de Commissie, werd ook gekeken naar de potentiële besparingen op het gebied van tijd en middelen als gevolg van de invoering van een standaardformulier voor de verklaring van werknemers die in het kader van verschillende uitvoeringsopties moeten worden gedetacheerd, waaronder een meertalige elektronische met het IMI verbonden interface, rekening houdend met de verschillende maten van deelname door de lidstaten. Op het niveau van de EU blijkt uit de analyse dat het effect van een gemeenschappelijk systeem voor het melden van gedetacheerde werknemers wordt beïnvloed door het ontwerp van het gemeenschappelijke systeem en door het aantal detacheringsverklaringen dat onder het nieuwe systeem zal vallen.

De gemiddelde verkorting van de tijd die nodig is voor het invullen van een detacheringsverklaring met gebruikmaking van het standaardformulier, wordt geschat op ongeveer 73 % ten opzichte van de gemiddelde tijd die momenteel in de hele EU nodig is. De lastenvermindering varieert naargelang de toepassing van het standaardformulier door de lidstaten.

De gemiddelde lastenvermindering (totale kosten) voor dienstverrichters die werknemers op hun grondgebied detacheren, wordt geraamd op 58 % ten opzichte van de huidige situatie, met deelname van de eerste groep van negen lidstaten die zich tot dusver bereid hebben verklaard. Indien alle 27 lidstaten zouden besluiten zich bij dit initiatief aan te sluiten, zou de lastenvermindering op EU-niveau verder toenemen tot 81 % ten opzichte van het huidige referentiescenario.

Het voorstel heeft betrekking op beperkte en gerichte wijzigingen van de bestaande administratieve praktijk, voor lidstaten die er vrijwillig voor kiezen, en van de bestaande wetgeving, namelijk Verordening (EU) nr. 1024/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Informatiesysteem interne markt (“IMI”). Het voorstel heeft tot doel te voorzien in een meertalige elektronische, met het IMI verbonden openbare interface voor het melden van gedetacheerde werknemers, zoals reeds is gedaan in de wegvervoersector, voor andere economische sectoren, teneinde de uitvoering te vergemakkelijken van Richtlijn 96/71/EG en Richtlijn 2014/67/EU, die ongewijzigd blijven.

De voorgestelde wijzigingen hebben geen gevolgen voor het EU-beleid, maar rechtvaardigen slechts de ontwikkeling van een vrijwillige technische oplossing (openbare interface) voor het indienen van verklaringen van de detachering van werknemers, met gebruikmaking van een standaardformulier, en het vergemakkelijken van de uitwisseling van gegevens tussen nationale overheden. Bij de opstelling van dit voorstel is rekening gehouden met de door de deskundigengroep inzake een gemeenschappelijk elektronisch formulier voor de verklaring van de detachering van werknemers verzamelde uitwisselingen en bewijzen. Het voorstel zal helpen de administratieve lasten voor de bevoegde nationale autoriteiten en bedrijven te verminderen door de toegankelijkheid en uitwisseling van gegevens over gedetacheerde werknemers te verbeteren.

Concluderend was er geen effectbeoordeling nodig, aangezien de wijziging een beperkte reikwijdte heeft, gericht is en technische wijzigingen van de bestaande wetgeving behelst.

Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

Dit is een Refit-voorstel om de lasten voor de overheidsdiensten en het bedrijfsleven van de lidstaten te verminderen.

De rapportagevereisten voor de detachering van werknemers hebben betrekking op een groot aantal bedrijven. Uit de gegevens van 2022 van de instrumenten voor voorafgaande melding, de meest recente beschikbare gegevens, blijkt dat er in de EU ongeveer 1,9 miljoen gedetacheerde werknemers, 2,3 miljoen detacheringsverklaringen en 4,7 miljoen detacheringen waren. Wat de ontwikkeling van het aantal detacheringen en gedetacheerde werknemers betreft, met uitzondering van het goederenvervoer over de weg, waarvoor verklaringen nu moeten worden ingediend via een centraal EU-portaal voor wegvervoerondernemers, wijzen de beschikbare gegevens op een groei van 14 % ten opzichte van het aantal tussen 2021 en 2022 gemelde detacheringen 15 .

Alle 27 lidstaten hebben een instrument voor voorafgaande melding ingevoerd voor dienstverrichters die werknemers detacheren naar een andere lidstaat. De systemen van de lidstaten verschillen echter wat het ontwerp en de vereisten betreft en zijn niet met elkaar verbonden. De naleving van de vereiste administratieve meldprocedures brengt derhalve aanzienlijke administratieve lasten met zich mee voor de ter beschikking stellende ondernemingen. De daaruit voortvloeiende stijging van de transactiekosten kan, onder bepaalde voorwaarden, de grensoverschrijdende verrichting van diensten aanzienlijk belemmeren of beperken, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s).

Uit een conjunctuurenquête over de toestand van de eengemaakte markt in 2024 bleek dat 46,1 % van de meer dan 1 000 ondervraagde bedrijven van mening was dat de problemen/onzekerheden bij het tijdelijk detacheren van werknemers naar een ander land aanzienlijk waren 16 . De geschatte tijd die nodig is om een detachering te registreren, varieert van 21 minuten in Estland en Slowakije tot 87 minuten in Griekenland. Voor Italië bedraagt de benodigde tijd 61 minuten. In een recent onderzoek naar de invloed van administratieve lasten op de grensoverschrijdende detachering van werknemers door kmo’s in grensregio’s, noemden alle respondenten het gebrek aan rationalisering van de nationale detacheringsprocedures in de EU als een van de grootste lasten 17 .

Rapportagevereisten zijn van essentieel belang voor een correcte handhaving en goede monitoring van wetgeving. Rapportagevereisten kunnen echter ook onevenredige lasten betekenen voor belanghebbenden, en met name kmo’s en micro-ondernemingen treffen. De cumulatie ervan in de loop van de tijd kan leiden tot overbodige of overlappende verplichtingen of ontoereikende verzamelmethoden.

Daarom geniet het stroomlijnen van rapportageverplichtingen en het terugdringen van administratieve lasten prioriteit. Met het voorstel zullen de rapportageverplichtingen worden gerationaliseerd aan de hand van een combinatie van maatregelen:

consolidatie van de rapportage die momenteel in verschillende systemen en met uiteenlopende vereisten wordt uitgevoerd;

digitalisering van de uitwisseling van informatie.

Grondrechten

De voorgestelde verordening heeft betrekking op de verwerking van persoonsgegevens. Voor de verwerking van persoonsgegevens moet volledige naleving worden gewaarborgd van de grondrechten die zijn verankerd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met name het recht op de bescherming van persoonsgegevens in artikel 8 van het Handvest van de grondrechten. Dit voorstel houdt ten volle rekening met deze wettelijke vereisten.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het voorstel heeft beperkte gevolgen voor de begroting van de Commissie. Gezien de aanvankelijke periode van vijf jaar van volledige uitvoering en onderhoud van de openbare interface, zijn de gevolgen voor de begroting voornamelijk het gevolg van de volgende werkzaamheden:

ontwikkeling van de oplossing, 1,3 miljoen EUR;

onderhoud van de oplossing, 0,7 miljoen EUR;

ondersteuning, 0,7 miljoen EUR;

opleiding, 0,2 miljoen EUR;

infrastructuur, 0,1 miljoen EUR;

in totaal ongeveer 3 miljoen EUR voor vijf jaar. De exploitatiekosten na volledige uitvoering worden geraamd op 0,5 miljoen EUR per jaar.

Wat de personeelsbehoeften betreft, zullen voor de volledige uitvoering van de openbare interface 1,5 voltijdequivalenten en voor permanent onderhoud 0,5 voltijdequivalenten nodig zijn.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en verslaglegging

n.v.t.

Toelichtende stukken (bij richtlijnen)

n.v.t.

Artikelsgewijze toelichting van het voorstel

Artikel 1 — Met het Informatiesysteem interne markt verbonden openbare interface

Het artikel voorziet in de opzet van een meertalige met het IMI verbonden openbare interface voor de verklaring van de detachering van werknemers (“de openbare interface”).

De openbare interface is voornamelijk bedoeld om de administratieve lasten voor de autoriteiten van de lidstaten en voor bedrijven te verminderen door nationale wetten en procedures op elkaar af te stemmen, en om de samenwerking tussen de lidstaten te versterken bij het toezicht op de naleving van bepaalde administratieve vereisten voor de detachering van werknemers via het IMI.

De openbare interface stelt dienstverrichters in staat te voldoen aan gerechtvaardigde en evenredige verplichtingen om de detachering van werknemers te melden, overeenkomstig artikel 9, leden 1 en 2, van Richtlijn 2014/67/EU, wanneer de lidstaten ervoor hebben gekozen gebruik te maken van deze openbare interface.

Artikel 2 — Functionaliteiten van de openbare interface

In het artikel worden de belangrijkste functionaliteiten van de openbare interface opgesomd.

Artikel 3 — Gebruik van de openbare interface

Het artikel bevat de procedure voor de lidstaten om gebruik te maken van de openbare interface.

Artikel 4 — Standaardformulier

Het artikel bevat de belangrijkste elementen van de relevante informatie in het standaardformulier dat dienstverrichters zullen gebruiken om via de openbare interface een detacheringsverklaring in te dienen bij de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaat van ontvangst. Het verleent de Commissie uitvoeringsbevoegdheden om het standaardformulier vast te stellen en voorziet in een procedure voor mogelijke wijzigingen van het standaardformulier.

Artikel 5 — Verwerking en bewaring van persoonsgegevens

In het artikel wordt het doel van de verwerking van persoonsgegevens omschreven, alsmede de gegevenscategorieën en betrokkenen. Voorts worden de verantwoordelijkheden verduidelijkt voor de verwerking van persoonsgegevens die via de openbare interface worden ingediend.

Artikel 6 — Verwerking van ingediende informatie via het IMI

In dit artikel wordt beschreven hoe de administratieve samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten kan worden vergemakkelijkt en hoe verzoeken om wederzijdse bijstand kunnen worden vereenvoudigd, en dat de informatie die in detacheringsverklaringen wordt verstrekt, rechtstreeks in het IMI beschikbaar moet worden gesteld voor de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten van ontvangst.

Artikel 7 — Wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012

Het artikel bevat een lijst van de handelingen van de Unie die het gebruik van het IMI omvatten voor administratieve samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, zoals vermeld in de bijlage bij de IMI-verordening, overeenkomstig artikel 3, lid 1, van de IMI-verordening.

Artikel 8 — Comitéprocedure

In dit artikel wordt de comitéprocedure vastgesteld die moet worden gevolgd voor het opstellen van het standaardformulier.

Artikel 9 — Evaluatie

In dit artikel wordt de Commissie opgedragen de verordening vijf jaar na de inwerkingtreding ervan te evalueren en verslag uit te brengen over de ervaring die is opgedaan met de toepassing ervan en over de verwezenlijking van de doelstellingen ervan.

2024/0301 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende een met het Informatiesysteem interne markt verbonden openbare interface voor de verklaring van de detachering van werknemers en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 18 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Het bij Verordening (EU) nr. 1024/2012 van het Europees Parlement en de Raad 19 ingestelde Informatiesysteem interne markt (“IMI”) moet zoveel mogelijk worden gebruikt voor de administratieve samenwerking en wederzijdse bijstand, ook tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten als bedoeld in de Richtlijnen 2014/67/EU 20 en 96/71/EG 21 van het Europees Parlement en de Raad, met betrekking tot de detachering van werknemers in het kader van het verrichten van diensten. Overeenkomstig Richtlijn 2014/67/EU, met name artikel 6, moeten de lidstaten nauw samenwerken en elkaar onverwijld wederzijdse bijstand verlenen om de uitvoering, de toepassing en de handhaving van die richtlijn en Richtlijn 96/71/EG te vergemakkelijken.

(2)Richtlijn 2014/67/EU heeft tot doel het vrij verrichten van diensten en de werking van de interne markt te vergemakkelijken en de eerbiediging te waarborgen van een passend niveau van bescherming van de rechten van gedetacheerde werknemers voor het grensoverschrijdend verrichten van diensten, met name wat betreft de handhaving van de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden die van toepassing zijn in de lidstaat waar de dienst moet worden verricht overeenkomstig artikel 3 van Richtlijn 96/71/EG. Overeenkomstig artikel 9, lid 1, van Richtlijn 2014/67/EU mogen de lidstaten alleen administratieve eisen en controlemaatregelen opleggen voor zover die noodzakelijk zijn om te zorgen voor een doeltreffend toezicht op de naleving van de bij die richtlijn en bij Richtlijn 96/71/EG opgelegde verplichtingen, en op voorwaarde dat de eisen en maatregelen gerechtvaardigd en evenredig zijn overeenkomstig het recht van de Unie. Indien dit het geval is, biedt artikel 9, lid 1, punt a), van Richtlijn 2014/67/EU de lidstaten de mogelijkheid om de verplichting op te leggen dat een in een andere lidstaat gevestigde dienstverrichter een eenvoudige verklaring aan de verantwoordelijke nationale bevoegde autoriteiten doet toekomen teneinde daadwerkelijke controles op de werkplek mogelijk te maken. Het blijft de verantwoordelijkheid van de lidstaten om, binnen de grenzen van rechtvaardiging en evenredigheid, te beslissen in welke gevallen een detacheringsverklaring moet worden verlangd en welke informatie deze verklaring moet bevatten.

(3)Alle lidstaten hebben gebruikgemaakt van de mogelijkheid om een meldplicht op te leggen aan dienstverrichters die werknemers naar hun lidstaat detacheren, waarbij de nationale systemen aanzienlijk verschillen wat betreft ontwerp, vereisten en functionaliteit. De naleving van de regels van deze uiteenlopende systemen brengt aanzienlijke administratieve lasten met zich mee voor de dienstverrichters die werknemers detacheren. Belanghebbenden hebben consequent benadrukt dat de verklaring van de detachering van werknemers een belangrijke meldplicht inhoudt en een van de belangrijkste administratieve belemmeringen vormt voor de grensoverschrijdende verrichting van diensten op de interne markt.

(4)Rapportagevereisten zijn van essentieel belang voor een goede monitoring en correcte handhaving van wetgeving. Het is echter belangrijk om die vereisten te stroomlijnen, om ervoor te zorgen dat zij het beoogde doel dienen en om de administratieve lasten te verlichten. De rapportageverplichtingen en -vereisten bij de indiening van detacheringsverklaringen bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst, die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 9, lid 1, van Richtlijn 2014/67/EU, moeten daarom worden vereenvoudigd, in overeenstemming met de mededeling van de Commissie “Concurrentievermogen van de EU op lange termijn: blik op de periode na 2030 22 , om de administratieve lasten aanzienlijk te verminderen voor in andere lidstaten gevestigde dienstverrichters die werknemers detacheren naar de lidstaten van ontvangst en voor de nationale bevoegde autoriteiten.

(5)De administratieve lasten voor dienstverrichters en nationale bevoegde autoriteiten moeten worden verminderd met inachtneming van passende arbeidsvoorwaarden en sociale bescherming voor gedetacheerde werknemers. Door doeltreffende toezicht op de naleving door de lidstaten te vergemakkelijken en de wederzijdse administratieve samenwerking te versterken, worden de rechten van werknemers beter beschermd.

(6)Overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EU) nr. 1024/2012 kunnen technische middelen beschikbaar worden gesteld opdat externe actoren kunnen interageren met het IMI. Een dergelijke interactie moet worden vergemakkelijkt door middel van een meertalige elektronische met het IMI verbonden openbare interface (“de openbare interface”), waarmee dienstverrichters detacheringsverklaringen moeten doen toekomen aan de lidstaten die gebruikmaken van de openbare interface (“deelnemende lidstaten”). Deze lidstaten moeten dan, indien nodig, de via het IMI ontvangen informatie gebruiken om met redenen omklede verzoeken in de IMI-detacheringsmodules in te dienen overeenkomstig de verplichting tot wederzijdse administratieve samenwerking en bijstand als bedoeld in de artikelen 6 en 7 van Richtlijn 2014/67/EU.

(7)Een vereenvoudiging van het proces van het verzenden en bijwerken van detacheringsverklaringen als gevolg van de totstandbrenging van een dergelijke openbare interface moet de administratieve belemmeringen voor het vrij verrichten van diensten verminderen, met inbegrip van het recht van ondernemingen om in een andere lidstaat diensten te verrichten met hun eigen werknemers.

(8)De vereenvoudiging van het proces van het verzenden en bijwerken van detacheringsverklaringen moet een betere en meer uniforme toepassing van Richtlijn 96/71/EG bevorderen en de handhaving ervan in de praktijk vergemakkelijken, waardoor het aantal gevallen van niet-naleving van de detacheringsregels als gevolg van de verschillende procedures voor het indienen van de detacheringsverklaringen wordt verminderd. Hierdoor zal de uitvoering van doeltreffende en adequate inspecties door de lidstaten worden vergemakkelijkt, hetgeen bijdraagt tot de bescherming van de rechten van gedetacheerde werknemers.

(9)Een vereenvoudiging van het proces van het verzenden en bijwerken van detacheringsverklaringen moet de administratieve lasten verminderen van nationale bevoegde autoriteiten die om wederzijdse bijstand van andere lidstaten verzoeken. Om ervoor te zorgen dat de verantwoordelijke nationale bevoegde autoriteiten elkaar onverwijld wederzijdse bijstand kunnen verlenen en om verzoeken om wederzijdse bijstand te vereenvoudigen, moet de in detacheringsverklaringen verstrekte informatie rechtstreeks in het IMI beschikbaar worden gesteld, waardoor de toepassing van Richtlijn 2014/67/EU en Richtlijn 96/71/EG in de praktijk wordt vergemakkelijkt en de daarmee verband houdende administratieve samenwerking tussen de nationale bevoegde autoriteiten in de lidstaten wordt ondersteund, hetgeen bijdraagt tot de goede werking van de interne markt.

(10)De Commissie moet een openbare interface opzetten die op vrijwillige basis door de lidstaten kan worden gebruikt. De lidstaten kunnen ervoor kiezen dienstverrichters te verplichten gebruik te maken van de elektronische openbare interface om een detacheringsverklaring te doen toekomen aan hun verantwoordelijke nationale bevoegde autoriteiten, teneinde te voldoen aan gerechtvaardigde en evenredige verplichtingen die door deze lidstaten worden opgelegd om de detachering van werknemers te melden. Deze openbare interface moet de lidstaten ondersteunen bij hun taak om ervoor te zorgen dat de procedures en formaliteiten met betrekking tot de detachering van werknemers op een gebruikersvriendelijke manier, op afstand en langs elektronische weg, door ondernemingen kunnen worden afgewikkeld, zodat de indiening van detacheringsverklaringen waar nodig wordt vergemakkelijkt.

(11)Er moet gebruik worden gemaakt van interoperabele en herbruikbare oplossingen, zoals die waarin Verordening (EU) nr. 910/2014 wat betreft de vaststelling van het Europees kader voor digitale identiteit 23 voorziet, aangezien zij de manier waarop dienstverrichters zich identificeren, kunnen vergemakkelijken. Werknemers moeten kennisgevingen over detacheringsverklaringen die op hen betrekking hebben, zodra deze beschikbaar zijn, kunnen ontvangen via de Europese portemonnee voor digitale identiteit 24 .

(12)De met het IMI verbonden openbare interface is een technisch middel dat door de Europese Commissie ter beschikking wordt gesteld voor vrijwillig gebruik door de lidstaten. Alvorens dienstverrichters te verplichten de relevante informatie via die interface aan te geven, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat het nationale recht in een dergelijke eis voorziet, in overeenstemming met het recht van de Unie. Om ervoor te zorgen dat de openbare interface soepel kan worden gebruikt, moeten de lidstaten hun belangstelling om gebruik te maken van de meertalige elektronische openbare interface op enig tijdstip vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening aan de Commissie kenbaar maken.

(13)De Commissie moet, in overeenstemming met het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap waarbij de Unie en alle lidstaten partijen zijn, de toegang tot de openbare interface en de inhoud ervan waarborgen voor personen met een handicap, voor zover relevant rekening houdend met de toegankelijkheidsvoorschriften van bijlage I bij Richtlijn (EU) 2019/882 25 .

(14)Dienstverrichters moeten een detacheringsverklaring kunnen indienen bij de nationale bevoegde autoriteiten van een deelnemende lidstaat waarnaar een werknemer wordt gedetacheerd, d.w.z. de lidstaat van ontvangst, met behulp van een meertalig standaardformulier van die openbare interface.

(15)De Commissie heeft van de deskundigengroep inzake een gemeenschappelijk elektronisch formulier voor de verklaring van de detachering van werknemers input ontvangen over de nationale meldingseisen en -systemen en over de relevante informatie die nodig is om daadwerkelijke controles op de werkplek mogelijk te maken. De Commissie heeft van de deskundigengroep advies ontvangen over de informatievereisten die zij passend zou achten om in een gemeenschappelijk formulier voor de verklaring van de detachering van werknemers op te nemen. Rekening houdend met dit advies en om de informatie te kunnen verstrekken die nodig kan zijn om daadwerkelijke controles op de werkplek mogelijk te maken, moet het door de elektronische openbare interface gebruikte standaardformulier informatie bevatten over de dienstverrichter, de gedetacheerde werknemer, de detacheringsopdracht, de contactpersoon voor de bevoegde autoriteiten en de afnemer van de dienst. Het standaardformulier moet in alle EU-talen beschikbaar zijn. De lidstaten kunnen besluiten dat bepaalde elementen in het standaardformulier, die zij niet relevant achten in het licht van hun nationale context en de wijze waarop zij de daadwerkelijke controles op de werkplek organiseren, niet verplicht zijn voor dienstverrichters die werknemers ter beschikking stellen op hun grondgebied en die het formulier invullen op de elektronische openbare interface.

(16)Om het standaardformulier vast te stellen en daarna eventueel te wijzigen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgevoerd overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad 26 . Lidstaten die van mening zijn dat bepaalde informatie moet worden toegevoegd aan of geschrapt uit het standaardformulier, of dat het standaardformulier anderszins moet worden gewijzigd, moeten de mogelijkheid krijgen de Commissie te verzoeken het standaardformulier dienovereenkomstig te wijzigen.

(17)Het gebruik van de openbare interface, samen met het standaardformulier, dat bestaat uit een gemeenschappelijke en uitputtende reeks relevante informatie die nodig kan zijn voor daadwerkelijke controles op de werkplek, zal de verschillen in de toepasselijke regels en voorschriften van de lidstaten verminderen. Het moet voldoende zijn dat dienstverrichters voldoen aan de meldplichten in de lidstaten die gebruikmaken van de openbare interface. Er mogen in deze lidstaten geen aanvullende informatievereisten op nationaal niveau worden opgelegd. Het opzetten van de met het IMI verbonden openbare interface met het bijbehorende standaardformulier en het ter beschikking stellen van deze interface aan de nationale bevoegde autoriteiten is instrumenteel en bevorderlijk voor de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten, en zorgt ervoor dat de werking van de interne markt wordt gewaarborgd.

(18)De instelling van een openbare interface biedt een gestroomlijnd kader voor detacheringsverklaringen dat de lidstaten sterk stimuleert om deel te nemen. De interface sluit aan bij het eigen belang van de lidstaten om de administratieve samenwerking te verbeteren, de administratieve procedures te vereenvoudigen en de rechten van werknemers te beschermen. Wanneer de openbare interface zal worden ingesteld en het nut en de voordelen ervan duidelijk zullen worden, moeten alle lidstaten overwegen om van de openbare interface gebruik te maken. Hoe meer lidstaten gebruikmaken van de openbare interface, des te meer de administratieve lasten voor dienstverrichters en nationale bevoegde instanties zullen worden verminderd en des te groter de mogelijkheden voor doeltreffende administratieve samenwerking ter bescherming van de rechten van werknemers zullen zijn.

(19)Om daadwerkelijke controles op de werkplek mogelijk te maken, kan de relevante informatie die in de detacheringsverklaring moet worden verstrekt, bepaalde persoonsgegevens omvatten als onderdeel van de informatievereisten die zijn vastgesteld in het kader van artikel 9, lid 1, punt a), van Richtlijn 2014/67/EU. Persoonsgegevens moeten worden verwerkt overeenkomstig het Unierecht betreffende de bescherming van persoonsgegevens zoals neergelegd in de Verordeningen (EU) 2016/679 27 en (EU) 2018/1725 28 van het Europees Parlement en de Raad. Om de verantwoordelijkheid voor de verwerking van via de openbare interface ingediende persoonsgegevens te verduidelijken, moet in deze verordening worden aangegeven wie als de verwerkingsverantwoordelijke voor de persoonsgegevens moet worden beschouwd. Verordening (EU) nr. 1024/2012 is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens van de bevoegde autoriteiten in het IMI.

(20)De informatie uit de detacheringsverklaringen moet met het oog op hergebruik in latere detacheringsverklaringen in de openbare interface worden bewaard gedurende een maximumperiode van 36 maanden na de einddatum van de detacheringsperiode.

(21)Overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 is de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming geraadpleegd, en op 5 september 2024 heeft hij een advies uitgebracht.

(22)Wanneer de sociale partners een rol spelen in het toezicht op de naleving van de detacheringsregels, moet het de bevoegde autoriteiten zijn toegestaan de nationale sociale partners de relevante informatie te verstrekken die via het IMI wordt gedeeld, met als enig doel de naleving van de detacheringsregels met inachtneming van Verordening (EU) 2016/679 te controleren. De relevante informatie moet aan de sociale partners op andere wijze dan door middel van het IMI worden verstrekt.

(23)De Europese Arbeidsautoriteit (“ELA”) moet de nationale bevoegde autoriteiten van de lidstaten en dienstverrichters ondersteunen bij de uitvoering en het gebruik van de openbare interface overeenkomstig haar mandaat uit hoofde van Verordening (EU) 2019/1149 29 .

(24)Deze verordening mag geen afbreuk doen aan Richtlijn 2014/67/EU en Richtlijn 96/71/EG,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1
Met het Informatiesysteem interne markt verbonden openbare interface

1.Om bij te dragen tot de goede werking van de interne markt door administratieve belemmeringen voor het vrij verrichten van diensten te verminderen en tegelijkertijd het doeltreffende toezicht door de lidstaten op de naleving van de EU-wetgeving ter bescherming van de rechten van gedetacheerde werknemers te vergemakkelijken en de daarmee verband houdende administratieve samenwerking tussen de nationale bevoegde autoriteiten in de lidstaten te ondersteunen, zet de Commissie een meertalige openbare interface op die is verbonden met het bij Verordening (EU) nr. 1024/2012 ingestelde Informatiesysteem interne markt (“IMI”) voor de verklaring van de detachering van werknemers (“de openbare interface”).

2.De lidstaten kunnen ervoor kiezen gebruik te maken van deze openbare interface.

3.De wetgeving van een lidstaat kan bepalen dat dienstverrichters melding moeten maken van de detachering van werknemers, overeenkomstig artikel 9, lid 1, van Richtlijn 2014/67/EU, door een verklaring in te dienen op basis van een meertalig standaardformulier via de openbare interface. Wanneer een lidstaat voorziet in het gebruik van de openbare interface, vervangt die verklaring alle reeds bestaande verklaringen die krachtens het nationale recht zijn vereist.

Artikel 2
Functionaliteiten van de openbare interface

1.De openbare interface biedt functionaliteit voor:

a)het aanmaken van een account voor beveiligde toegang tot de voor de dienstverrichter gereserveerde ruimte;

b)het waarborgen van een passende registratie van gebruikersactiviteiten;

c)het opstellen, indienen en beheren van verklaringen van de detachering van werknemers;

d)het toezenden van een kopie van de detacheringsverklaring aan de gedetacheerde werknemer;

e)het in het IMI ter beschikking stellen van ingediende informatie aan de verantwoordelijke nationale bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst voor administratieve samenwerking overeenkomstig de punten 6 en 7 van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 1024/2012;

f)het mogelijk maken dat een of meer nationale autoriteiten van de lidstaat van ontvangst die bevoegde instanties zijn in de zin van artikel 3 van Richtlijn 2014/67/EU, op verzoek van die lidstaat ook rechtstreeks detacheringsverklaringen ontvangen in het nationale back-endsysteem.

2.De Commissie is verantwoordelijk voor de ontwikkeling, het onderhoud en de werking van de openbare interface.

3.De Commissie waarborgt de toegang tot de openbare interface en de inhoud ervan voor personen met een handicap.

Artikel 3
Gebruik van de openbare interface door de lidstaten

1.Een lidstaat die ervoor kiest gebruik te maken van de openbare interface, stelt de Commissie daar zes maanden vóór de datum met ingang waarvan hij voornemens is de openbare interface te gebruiken, van in kennis.

2.Een lidstaat die ervoor kiest gebruik te maken van de openbare interface, stelt de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast die nodig zijn om te voorzien in het gebruik van de openbare interface door dienstverrichters die werknemers detacheren naar die lidstaat en om vóór dat gebruik tijdig te voldoen aan de vereisten van de openbare interface en van het standaardformulier van de verklaring van de detachering van werknemers.

3.De lidstaten die gebruikmaken van de openbare interface leggen geen aanvullende verklaringen of informatievereisten op aan dienstverrichters die de detacheringsverklaring via de openbare interface indienen.

4.De lijst van lidstaten die gebruikmaken van de in lid 3 bedoelde openbare interface, wordt door de Commissie openbaar gemaakt op de openbare interface.

5.Een lidstaat kan het gebruik van de openbare interface stopzetten. Die lidstaat stelt de Commissie daar zes maanden vóór de geplande einddatum van het gebruik van de openbare interface van in kennis.

Artikel 4
Standaardformulier

1.Onverminderd lid 5 bevat het standaardformulier informatie over:

a)de dienstverrichter;

b)de gedetacheerde werknemer;

c)de detacheringsopdracht;

d)de contactpersoon voor de contacten met de bevoegde autoriteiten;

e)de afnemer van de dienst.

2.De Commissie stelt het in lid 1 van dit artikel bedoelde standaardformulier vast door middel van uitvoeringshandelingen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 8, lid 2, bedoelde procedure.

3.Een lidstaat die ervoor kiest gebruik te maken van de openbare interface, kan besluiten om niet om alle informatie in het standaardformulier te verzoeken en stelt de Commissie daarvan in kennis.

4.De lidstaten kunnen bij de Commissie voorstellen tot wijziging(en) van het standaardformulier indienen. De Commissie onderzoekt deze voorstellen met het oog op het wijzigen, in voorkomend geval, van het standaardformulier.

5.De Commissie kan, op voorstel van een lidstaat of op eigen initiatief, volgens de in lid 2 van dit artikel bedoelde procedure een wijziging van het standaardformulier voorstellen.

Artikel 5
Verwerking en bewaring van persoonsgegevens

1.Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 1 mogen door de openbare interface de in de leden 2 en 3 bedoelde persoonsgegevens worden verwerkt.

2.De Commissie moet worden beschouwd als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 3, punt 8, van Verordening (EU) 2018/1725 met betrekking tot:

a)het waarborgen van de veiligheid en beschikbaarheid van de openbare interface;

b)het verwerken van de identificatie en contactgegevens van de persoon die de verklaring van de detachering van werknemers indient.

3.De dienstverrichter moet worden beschouwd als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, punt 7, van Verordening (EU) 2016/679 voor de verwerking van:

a)de identiteit en contactgegevens van de dienstverrichter;

b)de identiteit van een gedetacheerde werknemer;

c)een elektronisch adres van kennisgeving, zoals een e-mailadres, van een gedetacheerde werknemer om de gedetacheerde werknemer ervan in kennis te stellen dat voor die werknemer een verklaring is ingediend;

d)het adres van de werkplek van de gedetacheerde werknemer;

e)de identiteit en contactgegevens van de contactpersoon van de dienstverrichter.

4.Wanneer een lidstaat ook via de openbare interface detacheringsverklaringen ontvangt in zijn nationale back-endsysteem, wordt de bevoegde nationale autoriteit beschouwd als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, punt 7, van Verordening (EU) 2016/679 met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens in deze detacheringsverklaringen.

5.De openbare interface zorgt ervoor dat de informatie met betrekking tot een detachering die via die openbare interface is ingediend, 36 maanden na de einddatum van de detacheringsperiode automatisch wordt verwijderd.

6.De openbare interface maakt het mogelijk alle in de interface en in de accounts van de dienstverrichters opgeslagen persoonsgegevens te verwijderen wanneer die gegevens niet langer nodig zijn voor de doeleinden waarvoor zij zijn verzameld en verwerkt.

7. De openbare interface biedt de mogelijkheid de dienstverrichter een herinnering te sturen om persoonsgegevens te controleren en indien nodig te verwijderen overeenkomstig lid 6.

8.Een lidstaat kan de bevoegde nationale autoriteit toestaan om nationale sociale partners op andere wijze dan door middel van IMI relevante informatie uit het IMI te verstrekken voor zover dit nodig is en uitsluitend om te controleren of de detacheringsregels worden nageleefd en in overeenstemming zijn met de nationale wetgeving en praktijken, op voorwaarde dat de informatie verband houdt met de detachering op het grondgebied van de betrokken lidstaat.

Artikel 6
Verwerking van ingediende informatie via het IMI

Via de openbare interface ingediende informatie wordt in het IMI ter beschikking van de verantwoordelijke bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst gesteld om de doelstellingen van artikel 1 te verwezenlijken.

Artikel 7
Wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012

In de bijlage bij Verordening (EU) nr. 1024/2012 wordt het volgende nieuwe punt 17 toegevoegd:

“17. Verordening (EU) …/… van het Europees Parlement en de Raad van … betreffende een met het Informatiesysteem interne markt verbonden openbare interface voor de verklaring van de detachering van werknemers en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012.”.

Artikel 8
Comitéprocedure

1.De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 9
Evaluatie

De Commissie brengt uiterlijk op [vijf jaar na de inwerkingtreding van de verordening] verslag uit over de bij de toepassing van deze verordening opgedane ervaring. In het verslag wordt met name onderzocht in hoeverre deze verordening heeft bewerkstelligd dat de administratieve belemmeringen voor het vrij verrichten van diensten zijn verminderd, het doeltreffende toezicht door de lidstaten op de naleving van de EU-wetgeving die voorziet in de bescherming van gedetacheerde werknemers is vergemakkelijkt, en de daarmee verband houdende administratieve samenwerking tussen de nationale bevoegde autoriteiten in de lidstaten is ondersteund.

Artikel 10
Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking drie maanden na de datum van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een met het Informatiesysteem interne markt verbonden openbare interface voor de verklaring van de detachering van werknemers.

1.2.Betrokken beleidsterrein(en)

Interne markt, vrij verkeer van diensten, concurrentievermogen, kleine en middelgrote ondernemingen, werkgelegenheid, sociale bescherming

1.3.Het voorstel/initiatief betreft:

 een nieuwe actie

 een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie 30

 de verlenging van een bestaande actie

 de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie

1.4.Doelstelling(en)

1.4.1.Algemene doelstelling(en)

Uitbreiding van het succesvolle gebruik van een met het IMI verbonden openbare interface voor het melden van de detachering van werknemers in het wegvervoer naar andere economische sectoren

1.4.2.Specifieke doelstelling(en)

Specifieke doelstelling nr.

De administratieve lasten voor dienstverrichters voor het melden van de detachering van werknemers verminderen door de gemiddelde nalevingskosten voor ondernemingen die werknemers detacheren naar lidstaten die vrijwillig gebruikmaken van de met het IMI verbonden openbare interface, uiterlijk eind 2026 met ten minste 50 % te verlagen.

De administratieve samenwerking vergemakkelijken tussen de lidstaten die verklaringen van de detachering van werknemers vereisen, door het mogelijk te maken dat detacheringsverklaringen uiterlijk eind 2025 via de openbare interface bij de deelnemende lidstaten worden ingediend en dat administratieve gegevens over gedetacheerde werknemers automatisch in het IMI worden ingevoerd.

De lidstaten in staat stellen kostenbesparingen te realiseren voor de ontwikkeling en exploitatie van nationale meldportalen, door belangstellende lidstaten uiterlijk eind 2026 vrijwillig gebruik te laten maken van de met het IMI verbonden openbare interface.

1.4.3.Verwacht(e) resulta(a)t(en) en gevolg(en)

Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.

Voor overheidsdiensten en arbeidsinspectiediensten in deelnemende lidstaten:

Verlagen van de kosten voor het gebruik van het IMI, aangezien het handmatig invoeren van gegevens over detacheringen niet langer nodig is.

Verlagen van de kosten voor permanent onderhoud, aangezien het niet langer nodig is om nationale IT-componenten met dezelfde functionaliteit als de met het IMI verbonden openbare interface te onderhouden.

Realiseren van een betere naleving, d.w.z. meer volledige en nauwkeurige informatie over detacheringen, die doeltreffend toezicht en controle mogelijk maakt.

Voor dienstverrichters:

Verlagen van de nalevingskosten door een gemeenschappelijk portaal en een gemeenschappelijke procedure voor verklaringen aan de deelnemende lidstaten op te zetten, door de verschillen te verkleinen tussen de vereiste informatievelden bij detachering van werknemers naar verschillende deelnemende lidstaten, door de vertaalkosten te verlagen door het gebruik van een meertalige met het IMI verbonden openbare interface.

1.4.4.Prestatie-indicatoren

Vermeld de indicatoren voor de monitoring van de voortgang en de beoordeling van de resultaten.

Uiterlijk eind 2025 wordt een met het IMI verbonden openbare interface in gebruik genomen.

Ten minste negen lidstaten, die als landen van ontvangst ten minste een derde van alle gedetacheerde werknemers in de EU voor hun rekening nemen, besluiten om uiterlijk eind 2026 vrijwillig gebruik te maken van de met het IMI verbonden openbare interface.

Ten minste een derde van de detacheringsverklaringen in de EU wordt ingediend via de met het IMI verbonden openbare interface en de nalevingskosten voor verklaringen die via de met het IMI verbonden openbare interface worden ingediend, worden met ten minste 50 % verlaagd.

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief

1.5.1.Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief

Uiterlijk in het najaar van 2025: de Commissie stelt een uitvoeringshandeling vast om het standaardformulier vast te stellen voor de met het IMI verbonden openbare interface.

Uiterlijk eind 2025: de Commissie stelt de met het IMI verbonden openbare interface online beschikbaar.

Uiterlijk medio 2026: een eerste groep lidstaten besluit vrijwillig gebruik te maken van de met het IMI verbonden openbare interface en past hun meldsystemen en nationale wetgeving waar nodig dienovereenkomstig aan.

Vanaf 2026: de Commissie onderhoudt en verbetert voortdurend de met het IMI verbonden openbare interface.

1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de Unie (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van de deelname van de Unie” verstaan de waarde die een optreden van de Unie oplevert bovenop de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.

Redenen voor maatregelen op EU-niveau (ex ante):

Coördinatie van de administratieve samenwerking tussen de lidstaten

Efficiëntiewinsten bij de invoering op EU-niveau van een met het IMI verbonden openbare interface, in plaats van de ontwikkeling en exploitatie van afzonderlijke nationale IT-componenten met dezelfde functionaliteit

Gebruik van een gemeenschappelijk formulier door de deelnemende lidstaten via coördinatie op EU-niveau

Verwachte gegenereerde toegevoegde waarde van de Unie (ex post)

Doeltreffendere bescherming van de rechten van werknemers dankzij efficiënte samenwerking tussen de lidstaten via het IMI

Kostenbesparingen voor de lidstaten

Lagere nalevingskosten voor bedrijven, waardoor belemmeringen op de eengemaakte markt voor diensten worden weggenomen

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

Lessen die zijn getrokken uit de ervaring met de met het IMI verbonden openbare interface voor het melden van de detachering van werknemers in het wegvervoer:

De haalbaarheid is aangetoond van een met het IMI verbonden openbare interface voor het opstellen, indienen en beheren van verklaringen van de detachering van werknemers.

Aangetoonde vergemakkelijking van het doen toekomen van detacheringsinformatie aan de nationale bevoegde autoriteiten, en potentieel voor vermindering van de administratieve lasten.

Voorziet in een blauwdruk voor de uitvoering van projecten en in een herbruikbare technische oplossing.

Aangetoond potentieel voor een betere naleving van de verplichtingen inzake detacheringsverklaringen.

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten

Het initiatief wordt gefinancierd via het programma voor de interne markt, dat begint in het kader van het huidige MFK.

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking

De financiering van het initiatief was reeds gepland, zoals aangekondigd in de actualisering van de industriestrategie van 2020, en versterkt in de mededeling “30 jaar eengemaakte markt”. Daarom is in het kader van het programma voor de interne markt reeds financiering gepland voor 2024 en 2025.

Er is geen behoefte aan extra middelen via herschikking.

1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief

beperkte geldigheidsduur

   van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ

   financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor vastleggingskredieten en vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor betalingskredieten.

onbeperkte geldigheidsduur

Uitvoering met een opstartperiode vanaf 2024 tot en met 2025,

gevolgd door een volledige uitvoering.

1.7.Wijze(n) van uitvoering van de begroting 31

 Direct beheer door de Commissie

door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie;

   door de uitvoerende agentschappen

 Gedeeld beheer met de lidstaten

 Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken toe te vertrouwen aan:

derde landen of de door hen aangewezen organen;

internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke);

de EIB en het Europees Investeringsfonds;

de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen;

publiekrechtelijke organen;

privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties;

privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties;

organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het GBVB in het kader van titel V van het VEU is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling.

Verstrek, indien meer dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder “Opmerkingen”.

Opmerkingen

2.BEHEERSMAATREGELEN

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen

Vermeld frequentie en voorwaarden.

Het project zal een op maat gesneden versie van de PM²-methode volgen. Een projectstuurgroep, met inbegrip van de leidende DG’s van het project, zal toezicht houden op de uitvoering. De deskundigengroep van de Commissie inzake een gemeenschappelijk elektronisch formulier voor de verklaring van de detachering van werknemers zal op de hoogte worden gehouden en de Commissie tijdens de uitvoering van advies voorzien.

2.2.Beheers- en controlesyste(e)m(en)

2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde beheersvorm(en), uitvoeringsmechanisme(n) voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie

Om de volgende redenen is voor de uitvoering van de begroting gekozen voor direct beheer en is voor de uitvoering van het project gekozen voor de PM²-methode:

voor het project moeten bestaande, intern ontwikkelde IT-systemen van de Commissie worden ontwikkeld, hergebruikt en aangepast/geconfigureerd;

het gebruik van de PM²-methode is in overeenstemming met het ondernemingsbeleid inzake de uitvoering van IT-projecten en is een solide keuze voor projecten met deze mate van complexiteit.

2.2.2.Informatie over de geïdentificeerde risico’s en het (de) systeem (systemen) voor interne controle dat is (die zijn) opgezet om die risico’s te beperken

Belangrijkste vastgestelde risico’s en controlesystemen om deze te beperken:

Risico: Wijzigingen in de vereisten die laat in het project worden doorgevoerd, kunnen de uitvoering van het project vertragen en de kosten verhogen.
Mitigatie: De workflow voor wijzigingsverzoeken invoeren met het oog op beoordeling en goedkeuring door het bedrijfsleven; uitvoering van de oplossing volgens een gefaseerde aanpak, gevolgd door constante verbetering.

Risico: Weinig lidstaten nemen deel aan het project, waardoor de verwachte voordelen afnemen.
Mitigatie: Cocreatie met de lidstaten en voortdurende raadpleging van de deskundigengroep van de Commissie inzake een gemeenschappelijk elektronisch formulier voor de verklaring van de detachering van werknemers om ervoor te zorgen dat de projectresultaten aan de verwachtingen van veel lidstaten voldoen.

2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding van de controlekosten tot de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).

n.v.t.

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden 

Vermeld de bestaande en geplande preventie- en beschermingsmaatregelen, bijvoorbeeld in het kader van de fraudebestrijdingsstrategie.

Standaardmaatregelen voor fraudepreventie die door de Commissie in direct beheer worden toegepast.

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 

3.1.Rubriek(en) van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven 

·Bestaande begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort
uitgave

Bijdrage

Nummer

GK/NGK 32

van EVA-landen 33

van kandidaat-lidstaten en aspirant-kandidaten 34

van andere derde landen

andere bestemmingsontvangsten

Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid

03.02.01.01

GK

JA

JA

NEE

NEE

·Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort
uitgave

Bijdrage

Nummer

GK/NGK

van EVA-landen

van kandidaat-lidstaten en aspirant-kandidaten

van andere derde landen

andere bestemmingsontvangsten

n.v.t.

3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarig
financieel kader

Nummer

Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid

DG: GROW

Jaar
2024 35

Jaar
N+1

Jaar
N+2

Jaar
N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

□ Beleidskredieten

03.02.01.01 36

Vastleggingen

(1a)

1,000

0,500

0,500

0,500

0,500

3,000

Betalingen

(2a)

-

1,500

0,500

0,500

0,500

3,000

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

-

-

-

-

-

Betalingen

(2b)

-

-

-

-

-

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 37  

Begrotingsonderdeel

(3)

-

-

-

-

-

TOTAAL kredieten
voor DG GROW

Vastleggingen

=1a+1b +3

1,000

0,500

0,500

0,500

0,500

3,000

Betalingen

=2a+2b

+3

-

1,500

0,500

0,500

0,500

3,000





TOTAAL beleidskredieten

Vastleggingen

(4)

1,000

0,500

0,500

0,500

0,500

3,000

Betalingen

(5)

-

1,500

0,500

0,500

0,500

3,000

□ TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

(6)

-

-

-

-

-

TOTAAL kredieten
onder RUBRIEK Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid
van het meerjarig financieel kader

Vastleggingen

=4+ 6

1,000

0,500

0,500

0,500

0,500

3,000

Betalingen

=5+ 6

-

1,500

0,500

0,500

0,500

3,000



3.2.2.Geraamde output, gefinancierd met beleidskredieten

Vastleggingskredieten, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Vermeld doelstellingen en outputs

Jaar
2024

Jaar
N+1

Jaar
N+2

Jaar
N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

OUTPUTS

Soort 38

Gem. kosten

Nee

Kosten

Nee

Kosten

Nee

Kosten

Nee

Kosten

Nee

Kosten

Nee

Kosten

Nee

Kosten

Totaal aantal

Totale kosten

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1 39 : Vermindering van de administratieve lasten voor dienstverrichters voor detacheringsverklaringen

IT-ontwikkeling van de openbare interface

IT Dev

0,800

0,200

1,000

IT-ondersteuning en -onderhoud (openbare interface)

IT S&M

0,100

0,300

0,300

0,300

1,000

IT-infrastructuur (hosting, enz.)

IT Infrastr

0,015

0,015

0,015

0,015

0,060

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2: Administratieve samenwerking tussen de lidstaten vergemakkelijken

IT-ontwikkeling van interfaces met de lidstaten

IT Dev

0,200

0,100

0,300

IT-ondersteuning voor onderhoud (interfaces met lidstaten)

IT S&M

0,025

0,125

0,125

0,125

0,400

IT-infrastructuur (hosting enz.)

IT Infrastr

0,010

0,010

0,010

0,010

0,040

Opleiding voor de lidstaten

Opleiding

0,050

0,050

0,050

0,050

0,200

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 3: Lidstaten die kostenbesparingen realiseren door gebruik te maken van de openbare met de IMI verbonden interface in plaats van hun eigen meldportaal

n.v.t.

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 3

0

0

0

0

0

TOTAAL

1,000

0,500

0,500

0,500

0,500

3,000

3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

   Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar
2024

Jaar
N+1

Jaar
N+2

Jaar
N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

RUBRIEK 7
van het meerjarig financieel kader

Personele middelen

0,267 MILJOEN EUR

0,267 MILJOEN EUR

0,089 MILJOEN EUR

0,089 MILJOEN EUR

0,089 MILJOEN EUR

0,801 MILJOEN EUR

Andere administratieve uitgaven

0

0

0

0

0

0

Subtotaal RUBRIEK 7
van het meerjarig financieel kader

0,267 MILJOEN EUR

0,267 MILJOEN EUR

0,089 MILJOEN EUR

0,089 MILJOEN EUR

0,089 MILJOEN EUR

0,801 MILJOEN EUR

Buiten RUBRIEK 7 40
van het meerjarig financieel kader

Personele middelen

0

0

0

0

0

0

Andere administratieve
uitgaven

0

0

0

0

0

0

Subtotaal
buiten RUBRIEK 7
van het meerjarig financieel kader

0

0

0

0

0

0

TOTAAL

0,267 MILJOEN EUR

0,267 MILJOEN EUR

0,089 MILJOEN EUR

0,089 MILJOEN EUR

0,089 MILJOEN EUR

0,801 MILJOEN EUR

De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

3.2.3.1.Geraamde personeelsbehoeften

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig.

   Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Raming in voltijdequivalenten

Jaar
2024

Jaar
N+1

Jaar N+2

Jaar N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

□ Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)

1,5

1,5

0,5

0,5

0,5

20 01 02 03 (delegaties)

-

-

-

-

-

01 01 01 01 (onderzoek onder contract)

-

-

-

-

-

01 01 01 11 (eigen onderzoek)

-

-

-

-

-

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden)

-

-

-

-

-

Extern personeel (in voltijdequivalent: vte) 41

20 02 01 (AC, END, INT van de “totale financiële middelen”)

-

-

-

-

-

20 02 03 (AC, AL, END, INT en JPD in de delegaties)

-

-

-

-

-

XX 01 xx yy zz   42

- centrale diensten

-

-

-

-

-

- delegaties

-

-

-

-

-

01 01 01 02 (AC, END, INT — onderzoek onder contract)

-

-

-

-

-

01 01 01 12 (AC, END, INT — eigen onderzoek)

-

-

-

-

-

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden)

-

-

-

-

-

TOTAAL

1,5

1,5

0,5

0,5

0,5

XX is het beleidsterrein of de begrotingstitel.

Voor de benodigde personele middelen zal een beroep worden gedaan op het personeel van het DG dat reeds voor het beheer van deze actie is toegewezen en/of binnen het DG is herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

Beschrijving van de uit te voeren taken:

Ambtenaren en tijdelijk personeel

-De uitvoering van de met het IMI verbonden openbare interface beheren en overzien

-Samenwerken met de deskundigengroep van de Commissie inzake een gemeenschappelijk elektronisch formulier voor de verklaring van de detachering van werknemers

-Communicatie en voorlichting

-Betrekkingen met belanghebbenden beheren

-Beheer van de rechtshandeling

Extern personeel

-

3.2.4.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader

Het voorstel/initiatief:

   kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK).

De financiering voor de uitvoering van het gemeenschappelijk elektronisch formulier voor verklaringen van de detachering werknemers is reeds geprogrammeerd vanwege de toezegging van de Commissie in de actualisering van de industriestrategie van 2020.

   hiervoor moet een beroep worden gedaan op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening.

-

   hiervoor is een herziening van het MFK nodig.

-

3.2.5.Bijdragen van derden

Het voorstel/initiatief:

   voorziet niet in medefinanciering door derden

   voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar
N 43

Jaar
N+1

Jaar
N+2

Jaar
N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

Totaal

Medefinancieringsbron

TOTAAL medegefinancierde kredieten



3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

   Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten.

   Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

   voor de eigen middelen

   voor overige ontvangsten

geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven    

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:

Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten

Gevolgen van het voorstel/initiatief 44

Jaar
N

Jaar
N+1

Jaar
N+2

Jaar
N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

Artikel ………….

Vermeld voor de toegewezen ontvangsten het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.

Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).

(1)    Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten (PB 18 van 21.1.1997, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1996/71/oj).
(2)    Richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving van Richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt (“de IMI-verordening”) (PB 159 van 28.5.2014, blz. 11, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2014/67/oj).
(3)    COM(2021350 final.
(4)    COM(2024131 final.
(5)    COM(2019426 final.
(6)    De verklaring is ingediend tijdens de Raad Concurrentievermogen van 24 mei 2024 (https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-10061-2024-INIT/en/pdf).
(7)    Verordening (EU) nr. 1024/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt en tot intrekking van Beschikking 2008/49/EG van de Commissie (“de IMI-verordening”) (PB 316 van 14.11.2012, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2012/1024/oj).
(8)    COM(2023168 final.
(9)    COM(2023535 final.
(10)    Richtlijn (EU) 2020/1057 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2020 tot vaststelling van specifieke regels met betrekking tot Richtlijn 96/71/EG en Richtlijn 2014/67/EU wat betreft de detachering van bestuurders in de wegvervoersector en tot wijziging van Richtlijn 2006/22/EG wat betreft de handhavingsvoorschriften en Verordening (EU) nr. 1024/2012 (PB 249 van 31.7.2020, blz. 49, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2020/1057/oj).
(11)    EUCO 14/23.
(12)    EUCO 12/24.
(13)    2021/2043(INI).
(14)    Verordening (EU) nr. 910/2014 wat betreft de vaststelling van het Europees kader voor digitale identiteit (PB L, 2024/1183, 30.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1183/oj).
(15)    De Wispelaere, F., De Smedt L., & Pacolet, J. (2023), Posting of workers: Collection of data from the prior declaration tools - Reference year 2022, Network Statistics FMSSFE, namens de Europese Commissie. 24 lidstaten hebben (gedeeltelijke) gegevens over inkomende ter beschikking stellende ondernemingen en gedetacheerde werknemers verstrekt voor het verzamelen van deze gegevens; voor één andere lidstaat zijn openbaar beschikbare gegevens gebruikt.
(16)    2024 Single Market Survey: overcoming obstacles, developing solutions, Eurochambres, 2024.
(17)    Influence of administrative burdens on the cross-border posting of employees by SMEs in border regions, Michael Holz, Annette Icks, IfM-Materialien nr. 299, 2023.
(18)    PB C , , blz.
(19)    Verordening (EU) nr. 1024/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt en tot intrekking van Beschikking 2008/49/EG van de Commissie (“de IMI-verordening”) (PB 316 van 14.11.2012, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2012/1024/oj).
(20)    Richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving van Richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt (“de IMI-verordening”) (PB 159 van 28.5.2014, blz. 11, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2014/67/oj).
(21)    Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten (PB 18 van 21.1.1997, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1996/71/oj).
(22)    COM(2023168 final.
(23)    Verordening (EU) nr. 910/2014 wat betreft de vaststelling van het Europees kader voor digitale identiteit (PB L, 2024/1183, 30.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1183/oj).
(24)    Verordening (EU) nr. 910/2014 wat betreft de vaststelling van het Europees kader voor digitale identiteit (PB L, 2024/1183, 30.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1183/oj).
(25)    Richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten (PB 151 van 7.6.2019, blz. 70, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2019/882/oj).
(26)    Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB 55 van 28.2.2011, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/182/oj).
(27)    Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB 119 van 4.5.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/679/oj).
(28)    Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB 295 van 21.11.2018, blz. 39, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1725/oj).
(29)    Verordening (EU) 2019/1149 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot oprichting van een Europese Arbeidsautoriteit, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 883/2004, (EU) nr. 492/2011 en (EU) 2016/589, en tot intrekking van Besluit (EU) 2016/344 (Voor de EER en Zwitserland relevante tekst) (PB 186 van 11.7.2019, blz. 21, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/1149/oj).
(30)    Als bedoeld in artikel 58, lid 2, punt a) of b), van het Financieel Reglement.
(31)    Nadere gegevens over de wijzen van uitvoering van de begroting en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BUDGpedia: https://myintracomm.ec.europa.eu/corp/budget/financial-rules/budget-implementation/Pages/implementation-methods.aspx .
(32)    GK = gesplitste kredieten/NGK = niet-gesplitste kredieten.
(33)    EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.
(34)    Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, aspirant-kandidaten van de Westelijke Balkan.
(35)    Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen. Vervang “N” door het verwachte eerste jaar van uitvoering (bijvoorbeeld: 2021). Hetzelfde voor de volgende jaren.
(36)    Volgens de officiële begrotingsnomenclatuur.
(37)    Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma’s en/of acties van de EU (vroegere “BA”-onderdelen), onderzoek onder contract, eigen onderzoek.
(38)    Outputs zijn de te verstrekken producten en diensten (bv. aantal gefinancierde studentenuitwisselingen, aantal km aangelegde wegen enz.).
(39)    Zoals beschreven in punt 1.4.2. “Specifieke doelstelling(en)…”.
(40)    Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma’s en/of acties van de EU (vroegere “BA”-onderdelen), onderzoek onder contract, eigen onderzoek.
(41)    AC = Agent Contractuel (arbeidscontractant); AL = Agent Local (plaatselijk functionaris); END = Expert National Détaché (gedetacheerd nationaal deskundige); INT = Intérimaire (uitzendkracht); JPD = Junior Professionals in Delegations (jonge deskundige in delegaties).
(42)    Subplafond voor extern personeel uit beleidskredieten (vroegere “BA”-onderdelen).
(43)    Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen. Vervang “N” door het verwachte eerste jaar van uitvoering (bijvoorbeeld: 2021). Hetzelfde voor de volgende jaren.
(44)    Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 20 % aan inningskosten.
Top