EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 6.2.2024
COM(2024) 53 final
BIJLAGEN
bij
Voorstel voor een
BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
betreffende de gelijkwaardigheid van in derde landen verrichte veldkeuringen van gewassen voor de teelt van zaaizaad en de gelijkwaardigheid van in derde landen voortgebracht zaaizaad (codificatie)
🡻 2012/1105 Art. 1, punt 4 en bijlage (aangepast)
🡺1 2018/1674 Art. 1, punt 4 en bijlage, punt 1, b)
🡺2 2018/1674 Art. 1, punt 4 en bijlage, punt 1, a)
🡺3 2020/1544 Art. 1, punt b)
🡺4 2020/1544 Art. 1, punt a)
🡺5 2021/537 Art. 1, punt 1 en bijlage, punt 1, 2)
🡺6 2021/537 Art. 1, punt 1 en bijlage, punt 1, 1)
🡺7 2022/871 Art. 1, lid 2, punt b)
🡺8 2022/871 Art. 1, lid 2, punt a)
BIJLAGE I
|
⌦ DERDE ⌫LANDEN, AUTORITEITEN EN SOORTEN
|
|
⌦ Derde ⌫land
|
Autoriteit
|
In de onderstaande richtlijnen bedoelde soorten
|
|
1
|
2
|
3
|
|
AR
|
Instituto Nacional de Semillas (INASE)
Av. Paseo Colón 922, 3 Piso
1063 BUENOS AIRES
|
66/401/EEG
66/402/EEG
2002/57/EG
|
|
AU
|
Australian Seeds Authority LTD.
P.O. BOX 187
LINDFIELD, NSW 2070
|
66/401/EEG
66/402/EEG
2002/57/EG
|
|
🡺8 BO 🡸
|
🡺8 Ministry of Rural Development and Land
Av. Camacho entre calles Loaya y Bueno N°1471, LA PAZ 🡸
|
🡺8 66/402/EEG — uitsluitend ten aanzien van Zea mays en Sorghum spp.
2002/57/EG — uitsluitend ten aanzien van Helianthus annuus 🡸
|
|
🡺2 BR 🡸
|
🡺2 Ministry of Agriculture, Livestock and Food Supply
Esplanada dos Ministérios, bloco D
70.043-900 Brasilia-DF 🡸
|
🡺2 66/401/EEG
66/402/EEG 🡸
|
|
CA
|
Canadian Food Inspection Agency, Seed Section, Plant Health & Biosecurity Directorate
59 Camelot Drive, Room 250, OTTAWA, ON K1A 0Y9
|
66/401/EEG
66/402/EEG
2002/57/EG
|
|
CL
|
Ministerio de Agricultura
Servicio Agricola y Ganadero, División de Semillas
Casilla 1167, Paseo Bulnes 140 — SANTIAGO DE CHILE
|
2002/54/EG
66/401/EEG
66/402/EEG
2002/57/EG
|
|
🡺6 GB 🡸
|
🡺6 Department for Environment, Food and Rural Affairs (DEFRA)
Eastbrook
Shaftesbury Road
Cambridge
CB2 8DU 🡸
|
🡺6 66/401/EEG
66/402/EEG
2002/54/EG
2002/57/EG 🡸
|
|
IL
|
Ministry of Agriculture & Rural Development
Plant Protection and Inspection Services
P.O. BOX 78, BEIT-DAGAN 50250
|
66/401/EEG
66/402/EEG
2002/57/EG
|
|
MA
|
D.P.V.C.T.R.F.
Service de Contrôle des Semences et Plants,
B.P. 1308 RABAT
|
66/401/EEG
66/402/EEG
2002/57/EG
|
|
🡺2 MD 🡸
|
🡺2 National Agency for Food Safety (ANSA)
str. Mihail Kogălniceanu 63,
MD-2009, Chișinau 🡸
|
🡺2 66/402/EEG
2002/55/EG
2002/57/EG 🡸
|
|
NZ
|
Ministry for Primary Industries,
25 „THE TERRACE”
P.O. BOX 2526
6140 WELLINGTON
|
2002/54/EG
66/401/EEG
66/402/EEG
2002/57/EG
|
|
RS
|
Ministry of Agriculture, Forestry and Water Management Plant Protection Directorate
Omladinskih brigada 1, 11070 NOVI BEOGRAD
Het Ministerie van Landbouw heeft aan de volgende instellingen machtiging verleend om OESO-certificaten af te leveren:
National Laboratory for Seed Testing
Maksima Gorkog 30 — 21000 NOVI SAD
Maize Research Institute „ZEMUN POLJE”
Slobodana Bajica 1
11080 ZEMUN, BEOGRAD
|
2002/54/EG
66/401/EEG
66/402/EEG
2002/57/EG
|
|
TR
|
Ministry of Agriculture and Rural Affairs,
Variety Registration and Seed Certification Centre
Gayret mah. Fatih Sultan Mehmet Bulvari No:62
P.O. BOX: 30,
06172 Yenimahalle/ANKARA
|
2002/54/EG
66/401/EEG
66/402/EEG
2002/57/EG
|
|
🡺4 UA 🡸
|
🡺4 Ministry of Agrarian Policy and Food of Ukraine
Khreshchatyk str., 24, 01001, KYIV 🡸
|
🡺4 66/402/EEG 🡸
|
|
US
|
USDA — Agricultural Marketing Service
Seed Regulatory & Testing Branch
801 Summit Crossing, Suite C, GASTONIA NC 28054
|
2002/54/EG
66/401/EEG
66/402/EEG
2002/57/EG
|
|
UY
|
Instituto Nacional de Semillas (INASE)
Cno. Bertolotti s/n y Ruta 8 km 29
91001 PANDO — CANELONES
|
66/401/EEG
66/402/EEG
2002/57/EG
|
|
ZA
|
National Department of Agriculture,
C/O S.A.N.S.O.R.
Lynnwood Ridge, P.O. BOX 72981, 0040 PRETORIA
|
66/401/EEG
66/402/EEG — uitsluitend ten aanzien van Zea mays en Sorghum spp.
2002/57/EG
|
_____________
🡻 2003/17/EG
BIJLAGE II
A.Voorwaarden waaraan in derde landen verrichte veldkeuringen van gewassen voor de teelt van zaaizaad moeten voldoen
1.De veldkeuringen moeten als volgt worden verricht overeenkomstig de nationale voorschriften voor de toepassing van de OESO-programma's voor de certificering van rassen van zaaizaad in het internationale handelsverkeer:
–voor suiker- en voederbieten, voor zover het zaaizaad van de in Richtlijn 2002/54/EG bedoelde soort Beta vulgaris betreft;
–voor grassen en leguminosen, voor zover het zaaizaad van de in Richtlijn 66/401/EEG bedoelde soorten betreft;
–voor cruciferen en andere oliehoudende planten en vezelgewassen, voor zover het zaaizaad van de in de Richtlijnen 66/401/EEG en 2002/57/EG bedoelde soorten betreft;
–zaaigranen, voor zover het andere in Richtlijn 66/402/EEG bedoelde soorten dan Zea mays en Sorghum spp. betreft;
–maïs en sorgho, voor zover het zaaizaad van de in Richtlijn 66/402/EEG bedoelde soorten Zea mays en Sorghum spp. Betreft,
🡻 2018/1674 Art. 1, punt 4 en bijlage, punt 2, a)
–groentezaad, voor zover het zaaizaad van de in Richtlijn 2002/55/EG bedoelde soorten betreft.
🡻 2003/17/EG (aangepast)
2.Niet definitief gecertificeerd zaaizaad moet worden verpakt in een officieel gesloten verpakking, voorzien van een speciaal etiket dat hiervoor door de OESO is voorgeschreven.
3.Niet definitief gecertificeerd zaaizaad moet, behalve van het door ⌦ OESO-programma's voor de certificering van rassen van zaaizaad in het internationale handelsverkeer ⌫ voorgeschreven certificaat, ook vergezeld gaan van een officieel certificaat met de volgende gegevens:
–referentienummer van het zaad dat is gebruikt om het veld in te zaaien, en naam van de lidstaat of het derde land dat het zaad heeft goedgekeurd,
–beteelde oppervlakte,
–hoeveelheid zaaizaad,
–de verklaring dat het gewas waarvan het zaad afkomstig is, voldeed aan de voorwaarden waaraan het moest voldoen.
B.Voorwaarden waaraan in derde landen voortgebracht zaaizaad moet voldoen
1.Zaaizaad wordt officieel gecertificeerd en de verpakkingen ervan worden officieel gesloten en gemerkt overeenkomstig de nationale voorschriften voor de toepassing van de OESO-programma's voor de certificering van rassen van zaaizaad in het internationale handelsverkeer; de partijen zaaizaad gaan vergezeld van op grond van die OESO-programma's vereiste certificaten:
–suiker- en voederbieten, voor zover het zaaizaad van de in Richtlijn 2002/54/EG bedoelde soort Beta vulgaris betreft;
–grassen en leguminosen, voor zover het zaaizaad van de in Richtlijn 66/401/EEG bedoelde soorten betreft;
–cruciferen en andere oliehoudende planten of vezelgewassen, voor zover het zaaizaad van de in de Richtlijnen 66/401/EEG en 2002/57/EG bedoelde soorten betreft;
–granen, voor zover het andere in Richtlijn 66/402/EEG bedoelde soorten dan Zea mays en Sorghum spp. betreft;
–maïs en sorgho, voor zover het zaaizaad van de in Richtlijn 66/402/EEG bedoelde soorten Zea mays en Sorghum spp. Betreft;
🡻 2018/1674 Art. 1, punt 4 en bijlage, punt 2, b), i)
–groentezaad, voor zover het zaaizaad van de in Richtlijn 2002/55/EG bedoelde soorten betreft.
🡻 2003/17/EG (aangepast)
Daarnaast moet het zaad voldoen aan andere voorwaarden van de ⌦ Unieregelgeving ⌫ dan die welke betrekking hebben op rasechtheid en raszuiverheid.
2.Het zaaizaad moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
2.1.De voorwaarden waaraan het zaad moet voldoen op grond van het bepaalde in punt 1, tweede zin, zijn vastgesteld in de onderstaande richtlijnen:
–Richtlijn 66/401/EEG, bijlage II,
–Richtlijn 66/402/EEG, bijlage II,
–Richtlijn 2002/54/EG, bijlage I, deel B,
🡻 2018/1674 Art. 1, punt 4 en bijlage, punt 2, b), ii)
–Richtlijn 2002/55/EG, bijlage II,
🡻 2003/17/EG
–Richtlijn 2002/57/EG, bijlage II.
🡻 2018/1674 Art. 1, punt 4 en bijlage, punt 2, b), iii) (aangepast)
2.2.Met het oog op het onderzoek om na te gaan of aan de in punt 2.1 bedoelde voorwaarden is voldaan, moeten overeenkomstig de voorschriften ⌦ van de International Seed Testing Association (ISTA) ⌫ officieel ⌦ , of onder official toezicht ,⌫ monsters worden genomen waarvan het gewicht in overeenstemming is met het voor de betrokken methoden vastgestelde gewicht, rekening houdend met het gewicht dat is vastgesteld in:
–Richtlijn 66/401/EEG, bijlage III, kolommen 3 en 4,
–Richtlijn 66/402/EEG, bijlage III, kolommen 3 en 4,
–Richtlijn 2002/54/EG, bijlage II, tweede regel,
–Richtlijn 2002/55/EG, bijlage III,
–Richtlijn 2002/57/EG, bijlage III, kolommen 3 en 4.
🡻 2018/1674 Art. 1.4 en bijlage, punt 2, b), iv) (aangepast)
2.3.Het onderzoek moet officieel⌦ , of onder officieel toezicht, ⌫ worden uitgevoerd overeenkomstig de ISTA-voorschriften.
🡻 2003/17/EG (aangepast)
3.Verpakkingen met zaad moeten wat de aanduiding van gegevens betreft aan de volgende aanvullende voorwaarden voldoen:
3.1.Te vermelden officiële gegevens:
–de vermelding dat het zaad voldoet aan andere voorwaarden van de ⌦ Unieregelgeving ⌫ dan die welke betrekking hebben of rasechtheid en raszuiverheid: „⌦ EU ⌫-voorschriften en -normen”,
🡻 2018/1674 Art. 1, punt 4 en bijlage, punt 2, b), vi) (aangepast)
–de vermelding dat het zaad is bemonsterd en onderzocht overeenkomstig internationaal gangbare methoden, luidende als volgt: „Door … (naam of ⌦ ledencode ⌫ van het door de ISTA erkende proefstation voor zaadcontrole) bemonsterd en onderzocht overeenkomstig de ⌦ International Rules for Seed Testing van de ISTA wat betreft Orange International Seed Lot Certificates ⌫”,
🡻 2003/17/EG (aangepast)
–de datum van officiële sluiting,
–indien partijen zaad „relabelled and refastened” zijn (opnieuw van etiketten voorzien en opnieuw verpakt) als bedoeld in de OESO-programma's ⌦ voor de certificering van rassen van zaaizaad in het internationale handelsverkeer ⌫, de vermelding dat dit is gebeurd, met opgave van de meest recente datum van nieuwe sluiting en van de daarvoor verantwoordelijke autoriteiten,
–het land van productie,
–het opgegeven netto- of brutogewicht of het opgegeven aantal zuivere zaden of, voor bietenzaad, het opgegeven aantal kluwens, en
–wanneer het gewicht wordt vermeld en er korrelvormige bestrijdingsmiddelen, omhullingen of andere toevoegingsmiddelen in vaste staat worden gebruikt, de aard van het toevoegingsmiddel en ook, bij benadering, de verhouding tussen het gewicht van de zuivere zaden en het totale gewicht.
Die gegevens mogen worden verstrekt op het OESO-etiket of op een officieel extra etiket met daarop de naam van de dienst en van het land. Eventuele etiketten van de leverancier moeten zodanig zijn opgesteld dat zij niet kunnen worden verward met het bijkomende officiële etiket.
3.2.Voor zaaizaad van een ras dat genetisch gemodificeerd is, moet op elk officieel dan wel ander etiket of document dat op de partij is aangebracht of dat deze partij vergezelt, duidelijk zijn vermeld dat het ras genetisch gemodificeerd is, en moeten alle andere gegevens worden vermeld als dit in het kader van de overeenkomstig ⌦ Unierecht ⌫ toegepaste machtigingsprocedure vereist is.
3.3.Binnenin de verpakking dient zich een officieel certificaat te bevinden waarop ten minste het referentienummer van de partij, de soort en het ras zijn vermeld; voor bietenzaad moet, indien nodig, ook worden aangegeven of het eenkiemig zaad dan wel precisiezaad betreft.
Dit certificaat is niet vereist wanneer de minimaal te vermelden gegevens onuitwisbaar op de verpakking worden aangebracht, het etiket op de verpakking wordt geplakt of een etiket van scheurvrij materiaal wordt gebruikt.
3.4.Eventuele chemische behandelingen van het zaad en de daarbij gebruikte actieve stof moeten worden vermeld op het officiële etiket of op een speciaal etiket, alsmede op of in de verpakking.
3.5.Alle op het officiële etiket, het officiële certificaat en de verpakking te vermelden gegevens moeten in ten minste één van de officiële talen van de ⌦ Unie ⌫ worden gesteld.
🡻 2018/1674 Art. 1, punt 4 en bijlage, punt 2, b), vii) (aangepast)
4.Partijen zaad moeten vergezeld gaan van een ⌦ Orange International Seed Lot Certificate ⌫ met de gegevens over de in punt 2 bedoelde voorwaarden.
🡻 2003/17/EG (aangepast)
5.Wat betreft basiszaad van rassen waarvan de instandhouding uitsluitend in de ⌦ Unie ⌫ plaatsvindt, moet het zaad van de voorgaande generaties in de ⌦ Unie ⌫ zijn voortgebracht.
Wat betreft basiszaad van andere rassen, dient het zaad van de voorgaande generaties, onder de verantwoordelijkheid van de voor de instandhouding verantwoordelijke personen als bedoeld in de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen te zijn voortgebracht in de ⌦ Unie ⌫ of in een derde land waarvoor krachtens Beschikking 2005/834/EG van de Raad gelijkwaardigheid van in derde landen verrichte controles op de instandhouding geldt.
6.Voor gecertificeerd zaad van om het even welke generatie geldt dat het zaad van de vorige generaties moet zijn voortgebracht en officieel moet zijn gecontroleerd en gecertificeerd:
–hetzij in de ⌦ Unie ⌫,
–hetzij in een derde land waaraan ingevolge deze beschikking gelijkwaardigheid is verleend voor de productie van basiszaad van de betrokken soort, voor zover het is voortgebracht uit zaad dat overeenkomstig punt 5 is voortgebracht.
7.Wat Canada en de Verenigde Staten betreft, mogen in afwijking van:
–de punten 2.2 en 2.3,
–punt 3.1, tweede streepje, en
–punt 4,
de bemonstering, het onderzoek en de afgifte van certificaten inzake zaadonderzoek worden verricht door officieel voor zaadtests erkende laboratoria overeenkomstig de regels van de ⌦ Association of Official Seed Analysts ⌫ (AOSA). In dat geval:
–luidt de in punt 3.1 bedoelde vermelding als volgt: „Bemonsterd en onderzocht overeenkomstig de AOSA-regels door… (naam of initialen van het officiële voor zaadtests erkende laboratorium)”, en
–worden de op grond van punt 4 vereiste certificaten afgegeven door het officiële voor zaadtests erkende laboratorium onder de bevoegdheid van de in bijlage I bij deze beschikking vermelde autoriteiten.
_____________
🡹
BIJLAGE III
Ingetrokken besluit met een lijst van de opeenvolgende wijzigingen ervan
|
Besluit 2003/17/EG van de Raad
(PB L 8 van 14.1.2003, blz. 10,
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2003/17(1)/oj)
|
|
|
Besluit 2003/403/EG van de Raad
(PB L 141 van 7.6.2003, blz. 23,
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2003/403/oj)
|
|
|
Verordening (EG) nr. 885/2004 van de Raad
(PB L 168 van 1.5.2004, p. 1,
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2004/885/oj)
|
Alleen punt III van de bijlage
|
|
Besluit 2005/834/EG van de Raad
(PB L 312 van 29.11.2005, blz. 51,
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2005/834/oj)
|
Alleen artikel 4
|
|
Besluit (EU) 1105/2012/EG van
het Europees Parlement en de Raad
(PB L 328 van 28.11.2012, blz. 4,
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2012/1105/oj)
|
|
|
Verordening (EG) nr. 517/2013 van de Raad (PB L 158 van 10.6.2013, blz. 1,
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/517/oj)
|
Aleen artikel 1, lid 2, punt a), eerste streepje, en punt 6.C.1 van de bijlage
|
|
Besluit (EU) 2018/1674 van
het Europees Parlement en de Raad
(PB L 284 van 12.11.2018, blz. 31,
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2018/1674/oj)
|
|
|
Besluit (EU) 2020/1544 van
het Europees Parlement en de Raad
(PB L 356 van 26.10.2020, blz. 5,
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2020/1544/oj)
|
|
|
Besluit (EU) 2021/537 van
het Europees Parlement en de Raad
(PB L 108 van 29.3.2021, blz. 4,
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2021/537/oj)
|
Aleen artikel 1, lid 1, en punt 1 van de bijlage
|
|
Besluit (EU) 2022/871 van
het Europees Parlement en de Raad
(PB L 152 van 3.6.2022, blz. 109,
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2022/871/oj)
|
|
_____________
BIJLAGE IV
CONCORDANTIETABEL
|
Besluit 2003/17/EG
|
Dit besluit
|
|
Artikelen 1, 2 en 3
|
Artikelen 1, 2 en 3
|
|
–
|
Artikel 4
|
|
Artikel 6
|
Artikel 5
|
|
Artikel 7
|
Artikel 6
|
|
Bijlage I
|
Bijlage I
|
|
Bijlage II
|
Bijlage II
|
|
–
|
Bijlage III
|
|
–
|
Bijlage IV
|
_____________