Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52021PC0267

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie over het standpunt van de Raad over de aanneming van een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa als wereldspeler voor de periode 2021-2027

COM/2021/267 final

Brussel, 27.5.2021

COM(2021) 267 final

2018/0243(COD)

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT

overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

over het

standpunt van de Raad over de aanneming van een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa als wereldspeler voor de periode 2021-2027

(Voor de EER relevante tekst)


2018/0243 (COD)

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT

overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie


over het

standpunt van de Raad over de aanneming van een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa als wereldspeler voor de periode 2021-2027

(Voor de EER relevante tekst)

1.Chronologisch overzicht

Indiening van het voorstel bij het Europees Parlement en de Raad (document COM(2018) 460 final – 2018/0243 COD)

14 juni 2018

Overeenstemming in het Comité van permanente vertegenwoordigers over een partieel onderhandelingsmandaat

12 juni 2019

Overeenstemming in het Comité van permanente vertegenwoordigers over een aanvullend partieel onderhandelingsmandaat

25 september 2019

Trialoog 1

23 oktober 2019

Overeenstemming in het Comité van permanente vertegenwoordigers over een aanvullend gedeeltelijk onderhandelingsmandaat

27 november 2019

Standpunt van het Europees Parlement (verslag)

27 maart 2019

Trialoog 2

5 december 2019

Trialoog 3

20 februari 2020

Trialoog 4

11 juni 2020

Overeenstemming in het Comité van permanente vertegenwoordigers over een aanvullend gedeeltelijk onderhandelingsmandaat

18 september 2020

Trialoog 5

2 oktober 2020

Trialoog 6

20 november 2020

Trialoog 7 (laatste)

15 december 2020

Politiek akkoord in het Comité van permanente vertegenwoordigers

17 maart 2021

Bekrachtiging van het compromisakkoord in de commissies AFET en DEVE van het Europees Parlement

19 maart 2021

Goedkeuring van het standpunt van de Raad in eerste lezing

26 mei 2021

2.Doel van het voorstel van de Commissie

Het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI) – Europa als wereldspeler is de hoeksteen van het instrumentarium van de Unie voor samenwerking met haar directe buurlanden en de rest van de wereld binnen het meerjarig financieel kader (MFK) voor 2021-2027.

Het voorstel betreft een financieringsinstrument om de waarden en belangen van de Unie wereldwijd hoog te houden en uit te dragen met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen en beginselen van het externe optreden van de Unie, zoals verankerd in artikel 3, lid 5, en de artikelen 8 en 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

De NDICI-verordening omvat maatregelen die voorheen onder 11 verschillende verordeningen vielen 1 en zorgt dus voor meer samenhang en consistentie in het externe optreden van de Unie. Het instrument valt onder de EU-begroting en de afstemming op het Financieel Reglement zal zorgen voor een gelijk speelveld doordat de voorschriften voor iedereen dezelfde zijn en de regels voor EU-fondsen eenvoudiger, transparanter en flexibeler worden gemaakt. Het zal bijdragen tot de terugdringing en, op lange termijn, uitbanning van armoede, tot consolidering, ondersteuning en bevordering van de democratie, de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten, duurzame ontwikkeling en de strijd tegen de klimaatverandering en tot de aanpak van irreguliere migratie en gedwongen ontheemding, met inbegrip van de dieperliggende oorzaken daarvan. Het zal ook bijdragen tot de bevordering van multilateralisme, de verwezenlijking van de internationale verbintenissen en doelstellingen die de Unie is overeengekomen, met name de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s), de Agenda 2030 en de Overeenkomst van Parijs. Het instrument bevordert sterkere partnerschappen met derde landen, onder andere met het Europees nabuurschap, op basis van wederzijdse belangen en eigen verantwoordelijkheid, met het oog op het bevorderen van stabilisatie, goed bestuur en het opbouwen van veerkracht.

De specifieke doelstellingen van de verordening zijn:

a) de ondersteuning en bevordering van de dialoog en samenwerking met derde landen en regio’s in de nabuurschapsregio, in sub-Saharaans Afrika, in Azië en de Stille Oceaan, en in Amerika en het Caribisch gebied;

b) de ontwikkeling van bijzondere versterkte partnerschappen en nauwere politieke samenwerking met het Europees nabuurschap, op basis van samenwerking, vrede en stabiliteit en een gezamenlijke inzet voor de universele waarden van democratie, de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten, en gericht op een krachtige en duurzame democratie en geleidelijke sociaal-economische integratie, alsmede op interpersoonlijke contacten;

c) op mondiaal niveau:

–de bescherming, bevordering en versterking van de mensenrechten, met inbegrip van gendergelijkheid en de bescherming van mensenrechtenverdedigers, ook in bijzonder lastige omstandigheden en noodsituaties, en van de democratie en de rechtsstaat, met inbegrip van verantwoordingsmechanismen;

–de ondersteuning van maatschappelijke organisaties;

–de bevordering van stabiliteit en vrede en de voorkoming van conflicten, en aldus bijdragen tot de bescherming van burgers;

–de aanpak van andere mondiale uitdagingen zoals de klimaatverandering, de bescherming van de biodiversiteit en het milieu, en migratie en mobiliteit;

d) snel kunnen inspelen op onstabiele, crisis- en conflictsituaties, zoals situaties die kunnen voortvloeien uit migratiestromen en gedwongen ontheemding, en hybride dreigingen; uitdagingen op het gebied van weerbaarheid, onder meer ten aanzien van door de natuur of de mens veroorzaakte rampen, en de koppeling van humanitaire hulp en ontwikkelingsmaatregelen; en de behoeften en prioriteiten op het gebied van het buitenlands beleid van de Unie.

De overeengekomen totale financiële middelen bedragen 79 462 000 000 EUR (in lopende prijzen).

3.Opmerkingen over het standpunt van de Raad

Het standpunt van de Raad weerspiegelt het in de trialogen bereikte akkoord volledig. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het voorstel van de Commissie zijn:

–Budget:

–wijziging van het budget voor het instrument en de onderdelen ervan, overeenkomstig de conclusies van de Raad van de Europese Unie van juli 2020 en met een pro-rata-aanpassing voor de bedragen die niet expliciet in die conclusies zijn uitgesplitst;

–een maximum van 270 000 000 EUR voor capaciteitsopbouw van militaire actoren ter ondersteuning van ontwikkeling en veiligheid voor ontwikkeling;

–een indicatief bedrag van 1 800 000 000 EUR voor Erasmus;

–de mogelijkheid om tot 25 % van het thematische programma voor mensenrechten en democratie te bestemmen voor verkiezingswaarnemingsmissies;

–een indicatief bedrag van ten minste 500 000 000 EUR voor de Stille Oceaan en ten minste 800 000 000 EUR voor het Caribisch gebied binnen de overeenkomstige geografische portefeuilles;

–een indicatief bedrag van ten minste 500 000 000 EUR voor lokale overheden in het kader van de geografische programma’s;

–gegarandeerde aanvullende middelen uit de buffer voor nieuwe uitdagingen en prioriteiten voor de thematische programma’s inzake mensenrechten en democratie (200 000 000 EUR), maatschappelijke organisaties (200 000 000 EUR) en mondiale uitdagingen (600 000 000 EUR).

–Governance:

–aanvullende gedelegeerde handelingen tot wijziging van het voorzieningsbedrag en het plafond voor de garantie voor extern optreden en tot wijziging van het maximum voor capaciteitsopbouw voor ontwikkeling en veiligheid voor ontwikkeling;

–een aanvullende gedelegeerde handeling voor het opzetten van geografische programma’s die in 2021 moet worden vastgesteld en die betrekking heeft op:

–specifieke doelstellingen en prioritaire samenwerkingsgebieden die worden vastgesteld op basis van gemeenschappelijke samenwerkingsgebieden, met inbegrip van een prioriteitstelling per subregio, in bijlage II;

–de subregio’s zijn: het zuidelijk nabuurschap, het oostelijk nabuurschap, West-Afrika, Oost- en Centraal-Afrika, zuidelijk Afrika en Indische Oceaan, Midden-Oosten, Centraal-Azië, Zuid-Azië, Noord- en Zuidoost-Azië, de Stille Oceaan, Amerika, het Caribisch gebied;

–thematische doelstellingen voor de geografische pijler, zoals in bijlage IV, punt 1, b), van het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking (DCI);

–financiële toewijzingen voor West-Afrika, Oost- en Centraal-Afrika en zuidelijk Afrika en de Indische Oceaan;

–een verplichte tussentijdse evaluatie van de gedelegeerde handeling voor het opzetten van geografische programma’s;

–een overweging over de opschorting van de bijstand in geval van achteruitgang van de democratie en de rechtsstaat;

–een verwijzing naar de naleving van verdragen inzake nucleaire veiligheidsnormen als programmeringsbeginsel;

–een verplichte tussentijdse evaluatie van de programmeringsdocumenten;

–een verwijzing naar de mogelijkheid om een pan-Afrikaans programma en een programma voor Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan op te zetten.

–Migratie:

–uitgavendoelstelling van “indicatief 10 %”;

–een verwijzing naar het feit dat migratiegerelateerde maatregelen moeten bijdragen tot de doeltreffende uitvoering van EU-overeenkomsten en migratiedialogen met derde landen door samenwerking aan te moedigen die uitgaat van een flexibele, stimulerende aanpak met ondersteuning van een coördinatiemechanisme.

–Nabuurschap:

–behoud van de bestaande formulering van het Europees nabuurschapsinstrument over de op prikkels gebaseerde aanpak;

–beperking van het aandeel van de financiële portefeuille voor het nabuurschap dat indicatief kan worden toegewezen aan grensoverschrijdende samenwerking tot “maximaal 5 %”.

–Andere dan de bovengenoemde uitgavendoelstellingen:

–verhoging van de uitgavendoelstelling voor officiële ontwikkelingshulp tot ten minste 93 %;

–verhoging van de uitgavendoelstelling voor klimaatactie tot 30 %;

–invoeging van “ten minste” vóór de uitgavendoelstelling van 20 % voor de officiële ontwikkelingshulp voor menselijke ontwikkeling en sociale inclusie;

–toevoeging van een verwijzing naar de bijdrage aan de MFK-uitgavendoelstelling van 10 % voor biodiversiteitsdoelstellingen;

–vaststelling van een aanvullend streefcijfer van “ten minste 85 %” voor maatregelen waarbij gendergelijkheid (een van) de belangrijkste doelstelling(en) is, waarbij ten minste 5 % van de maatregelen gendergelijkheid en de rechten van vrouwen en meisjes als hoofddoelstelling moeten hebben.

–EFDO+/garantie voor extern optreden:

–verlaging van het maximumbedrag van de garantie voor extern optreden tot 53 449 000 000 EUR en invoering van een maximumbedrag van 10 000 000 000 EUR voor de garantievoorziening. Deze bedragen kunnen worden gewijzigd door middel van een gedelegeerde handeling;

–versterking van de artikelen over het doel, de governance, de subsidiabiliteit van concrete acties en de verslaglegging met betrekking tot het EFDO+, alsmede van de bijlage over prioritaire gebieden van EFDO+-operaties. De tekst over governance is niet langer opgenomen in een bijlage, die zou kunnen worden gewijzigd door middel van een gedelegeerde handeling, maar in de artikelen in het dispositief van de verordening;

–specificering van de rol van de EIB in het EFDO+, met name door de instelling van een exclusief, apart investeringsonderdeel voor statelijke en niet-commerciële substatelijke verrichtingen, en eventueel de instelling via de desbetreffende standaardprocedure van twee specifieke investeringsonderdelen voor commerciële substatelijke verrichtingen en verrichtingen van de particuliere sector, voor een totaal indicatief bedrag van 26 725 000 000 EUR;

–invoeging van definities met betrekking tot het EFDO+, met name wat betreft additionaliteit;

–invoeging van een artikel over een klachten- en verhaalmechanisme en over de bescherming van de financiële belangen van de EU.

–Naam van het instrument:

–toevoeging van “Europa als wereldspeler” aan de naam, die dus zal luiden “Instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI) – Europa als wereldspeler”.

Het akkoord behoudt de doelstellingen en het ambitieniveau van het oorspronkelijke Commissievoorstel en biedt voldoende flexibiliteit bij de uitvoering van de nieuwe regels. De Commissie steunde derhalve de hierboven beschreven wijzigingen.

4. Conclusie

De Commissie staat achter de resultaten van de interinstitutionele onderhandelingen en aanvaardt bijgevolg het standpunt van de Raad.

5. Verklaringen van de Commissie

De Commissie heeft twee unilaterale verklaringen afgelegd, die als aanhangsel zijn opgenomen.



AANHANGSEL

Verklaringen van de Commissie

Verklaring van de Commissie over een geopolitieke dialoog met het Europees Parlement over het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI) – Europa als wereldspeler:

“De Europese Commissie, indachtig de politieke controletaken van het Europees Parlement zoals vastgelegd in artikel 14 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, verbindt zich ertoe met het Parlement een geopolitieke dialoog op hoog niveau te voeren over de uitvoering van Verordening (EU) XXX/XXX van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI) – Europa als wereldspeler. Deze dialoog moet het mogelijk maken van gedachten te wisselen met het Europees Parlement, met wiens standpunten over de uitvoering van het NDICI ten volle rekening zal worden gehouden.

In het kader van de geopolitieke dialoog zullen algemene richtsnoeren voor de uitvoering van het NDICI aan bod komen, onder andere wat betreft de programmering vóór de vaststelling van programmeringsdocumenten, en specifieke onderwerpen zoals het gebruik van de buffer of de toepassing van hefboomwerking die zou kunnen leiden tot wijziging van de middelen voor migratie, of de opschorting van bijstand aan een partnerland wanneer dit land de beginselen van de democratie, de rechtsstaat, goed bestuur, eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden aanhoudend schendt.

De geopolitieke dialoog zal als volgt worden gestructureerd:

i)een dialoog op hoog niveau tussen de hoge vertegenwoordiger/vicevoorzitter, de commissaris die belast is met Internationale Partnerschappen, de commissaris die belast is met Nabuurschap en Uitbreiding, en het Europees Parlement;

ii)een permanente dialoog op het niveau van hoge ambtenaren met de werkgroepen AFET en DEVE om te zorgen voor adequate voorbereiding en follow-up van de dialoog op hoog niveau.

De dialoog op hoog niveau vindt ten minste tweemaal per jaar plaats. Een van deze bijeenkomsten kan samenvallen met de presentatie door de Commissie van het ontwerp van de jaarlijkse begroting.”

Verklaring van de Commissie over de overwegingen 50 en 51 en artikel 8, lid 10:

“Programma’s ter ondersteuning van regionale migratie zullen ondersteuning bieden voor brede, evenwichtige en op maat gesneden partnerschappen met landen van herkomst of doorreis en gastlanden, op basis van een flexibele, stimulerende aanpak en met ondersteuning van een coördinatiemechanisme in het kader van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI) – Europa als wereldspeler. Waar nodig worden deze aangevuld met acties in het kader van de landenprogramma’s.

Om ervoor te zorgen dat deze middelen zo efficiënt en doeltreffend mogelijk worden gebruikt, overeenkomstig de beleidsprioriteiten van de Unie en de partnerlanden, zal de Europese Commissie deze prioriteiten actief implementeren, met gebruikmaking van alle relevante instrumenten, en zal zij deelnemen aan gesynchroniseerde en efficiënte coördinatie met de lidstaten. Zij zal het Europees Parlement en de Raad nauwgezet en regelmatig informeren, zodat van gedachten kan worden gewisseld.”

(1)    Verordeningen (EU) nr. 230/2014, (EU) nr. 232/2014, (EU) nr. 233/2014, (EU) nr. 234/2014, (EU) nr. 235/2014, (EU) nr. 236/2014 en (EU) 2017/1601 van het Europees Parlement en de Raad, Besluit nr. 466/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG, Euratom) nr. 480/2009, (Euratom) nr. 237/2014 en (EU) 2015/322 van de Raad en het Intern Akkoord inzake het 11e Europees Ontwikkelingsfonds (EOF).
Top