EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 5.10.2017
COM(2017) 565 final
2017/0247(COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1303/2013 wat betreft de wijzigingen in de middelen voor economische, sociale en territoriale cohesie en in de middelen voor de doelstelling "investeren in groei en werkgelegenheid" en de doelstelling "Europese territoriale samenwerking"
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
Het doel van het voorstel is de aanpassing van de middelen voor de doelstelling "investeren in groei en werkgelegenheid" en de doelstelling "Europese territoriale samenwerking", zoals omschreven in artikel 91, lid 1, en artikel 92, leden 1 en 5, van Verordening (EU) nr. 1303/2013, alsmede de jaarlijkse verdeling van de vastgelegde kredieten uit bijlage VI aan de besluiten die sinds de goedkeuring van die verordening zijn goedgekeurd. Allereerst moeten de bedragen worden aangepast aan het resultaat van de technische aanpassing overeenkomstig artikel 92, lid 3, van die verordening; in de tweede plaats moet rekening worden gehouden met de verschillende overdrachten op grond van de artikelen 25, 93 en 94 van die verordening, die invloed hebben op de totaalbedragen per jaar; ten derde moet rekening worden gehouden met de verhoging van het Jongerenwerkgelegenheidsinitiatief (Youth Employment Initiative – YEI) tot en met 2020 met een totaalbedrag van 1,2 miljard EUR in lopende prijzen voor de specifieke toewijzing voor het YEI, die met ten minste 1,2 miljard EUR uit gerichte ESF-investeringen moet worden aangevuld; en in de vierde plaats moet de overdracht van bepaalde vastleggingskredieten van 2014 naar daaropvolgende jaren als gevolg van de vaststelling van nieuwe programma’s na 1 januari 2015 tot uiting komen. De resultaten van de technische aanpassing en de overdrachten waartoe op grond van de artikelen 25, 93 en 94 van die verordening is besloten, zijn al besproken in Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1941 van de Commissie.
Het voorstel weerspiegelt ook het feit dat Cyprus voor het eerst in aanmerking zou komen voor steun uit het Cohesiefonds en met ingang van 1 januari 2017 niet langer bij wijze van bijzondere overgangsmaatregel steun uit het Cohesiefonds zou ontvangen. Dit was reeds aan de orde gesteld in Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1916 van de Commissie.
De technische aanpassing vindt haar oorsprong in artikel 7 van Verordening (EU) nr. 1311/2013 van de Raad en is bedoeld om rekening te houden met de bijzonder moeilijke situatie van lidstaten die onder de crisis te lijden hebben en om in 2016 de totale toewijzing voor de doelstelling "investeren in groei en werkgelegenheid" opnieuw te bezien.
Artikel 25 beschrijft een mechanisme voor het beheer van technische bijstand voor lidstaten met tijdelijke begrotingsproblemen, d.w.z. de overdracht van een deel van die technische bijstand naar de technische bijstand op initiatief van de Commissie.
Onder bepaalde voorwaarden staat artikel 93 de overdracht van middelen tussen regiocategorieën en artikel 94 de overdracht van middelen tussen doelen toe.
•Samenhang met de huidige bepalingen op dit beleidsgebied
Dit voorstel vloeit voort uit de bepalingen van artikel 92, lid 3, die betrekking hebben op de herziening van de toewijzingen in het kader van het cohesiebeleid voor de jaren 2017-2020, de besluiten tot overdracht van middelen tussen categorieën en doelstellingen op grond van de artikelen 93 en 94, het besluit om het YEI te verlengen tot de jaren 2017 tot en met 2020 en het besluit om bepaalde vastleggingskredieten van 2014 over te dragen naar daaropvolgende jaren.
•Samenhang met andere beleidsterreinen van de Unie
Het voorstel is in overeenstemming met andere voorstellen en initiatieven die de Commissie als reactie op de financiële crisis heeft vastgesteld.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
Artikel 92, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 bepaalt dat de Commissie in 2016 in haar technische aanpassing voor het jaar 2017, overeenkomstig de artikelen 4 en 5 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013, een herziening moet uitvoeren van de totale toewijzingen die elke lidstaat in het kader van de doelstelling "investeren in groei en werkgelegenheid" voor 2017-2020 heeft verricht, waarbij de toewijzingsmethode als beschreven in de punten 1 tot en met 16 van bijlage VII moet worden gevolgd en de meest recente statistieken moeten worden gebruikt.
Deze herziening van de totale toewijzingen weerspiegelt ook de resultaten van een aantal overdrachten:
Artikel 25 beschrijft een mechanisme voor het beheer van technische bijstand voor lidstaten met tijdelijke begrotingsproblemen, d.w.z. de overdracht van een deel van die technische bijstand naar de technische bijstand op initiatief van de Commissie.
Onder bepaalde voorwaarden staat artikel 93 de overdracht van middelen tussen regiocategorieën en artikel 94 de overdracht van middelen tussen doelen toe.
De herziening van de totale toewijzingen weerspiegelt ook de verlenging van het YEI tot 2017-2020.
Tot slot wordt bij de herziene jaarlijkse verdeling van bijlage VI rekening gehouden met de wijziging van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad, namelijk om bepaalde vastleggingskredieten van 2014 over te dragen naar daaropvolgende jaren.
•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
Het voorstel is in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel aangezien het gaat om een technisch resultaat van de uitvoering van de bepalingen van artikel 92, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1303/2013, van de toepassing van de artikelen 93 en 94 en van het besluit om het YEI te verlengen tot de periode 2017-2020.
•Evenredigheid
Het voorstel is beperkt tot de technische aanpassingen die nodig zijn.
•Keuze van het instrument
Voorgesteld instrument: wijziging van de huidige verordening.
De Commissie heeft onderzocht welke speelruimte het rechtskader biedt en acht het nodig om wijzigingen van Verordening (EU) nr. 1303/2013 voor te stellen.
3.RESULTATEN VAN EX-POSTEVALUATIES, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Ex-postevaluaties/geschiktheidscontroles van bestaande wetgeving
De bestaande wetgeving is niet aan een ex-postevaluatie of geschiktheidscontrole onderworpen.
•Raadpleging van belanghebbenden
Er zijn geen externe belanghebbenden geraadpleegd.
•Bijeenbrengen en gebruik van expertise
Er hoefde geen beroep te worden gedaan op externe deskundigheid.
•Effectbeoordeling
•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging
Dit initiatief ressorteert niet onder het programma voor gezonde regelgeving (Refit).
•Grondrechten
Het voorstel heeft geen gevolgen voor de bescherming van de grondrechten.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
Er zijn gevolgen voor de vastleggingskredieten die voortvloeien uit het positieve netto-effect dat gelijk is aan 4 miljard EUR (in prijzen van 2011) van de technische aanpassing als bedoeld in artikel 92, lid 3, en in het besluit tot verlenging van het YEI voor de jaren 2017 tot en met 2020 met een totaalbedrag van 1,2 miljard EUR in lopende prijzen voor de specifieke toewijzing voor het YEI, die met ten minste 1,2 miljard EUR uit gerichte het ESF-investeringen moet worden aangevuld. Als gevolg van deze extra middelen zal ook behoefte aan extra betalingskredieten voor de jaren 2018 tot en met 2020 ontstaan.
De maxima voor vastleggingskredieten en betalingskredieten voor rubriek 1B worden daarom verhoogd, zoals wordt uitgelegd in de mededeling aan de Raad en het Europees Parlement [COM(2016) 311 final] betreffende de technische aanpassing van het financieel kader voor 2017 in overeenstemming met de ontwikkeling van het bni en aanpassing van de middelen voor het cohesiebeleid. Aangezien de meeste betalingen in verband met deze verhoging van de vastleggingen waarschijnlijk na 2020 zullen plaatsvinden, blijft de verhoging van de betalingsmaxima beperkt.
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage
•Toelichtende stukken (bij richtlijnen)
Niet van toepassing.
•Toelichting bij de specifieke bepalingen van het voorstel
Volgens artikel 7 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 moest de Commissie in 2016 een herziening uitvoeren van de totale toewijzingen die alle lidstaten in het kader van de doelstelling "investeren in groei en werkgelegenheid" van het cohesiebeleid voor de periode 2017-2020 heeft verricht. Zij moest zij de toewijzingsmethode uit de desbetreffende basishandeling (bijlage VII bij Verordening (EU) nr. 1303/2013) volgen en gebruikmaken van de meest recente statistieken en van de vergelijking – voor de lidstaten waarvoor een aftopping geldt – tussen het voor de periode 2014-2015 geconstateerde gecumuleerd nationaal bbp en het in 2012 geraamde gecumuleerd nationaal bbp. De toewijzingen werden aangepast bij elke gecumuleerde afwijking van meer dan +/– 5 %. Bovendien werd tegelijkertijd de mogelijkheid om een beroep te doen op het Cohesiefonds beoordeeld en wanneer een lidstaat voor het eerst in aanmerking komt voor het Cohesiefonds, zouden deze bedragen worden opgeteld bij de voor de jaren 2017 tot en met 2020 aan de betrokken lidstaat toegewezen middelen.
De herziening heeft betrekking op de volgende punten:
a)
Voor elke lidstaat, een herziening van de toewijzingen voor 2017-2020 gebaseerd op de jongste beschikbare statistieken en op grond van dezelfde methode als voor de vaststelling van de oorspronkelijke toewijzingen zoals beschreven in de punten 1 tot en met 16 van bijlage VII bij Verordening (EU) nr. 1303/2013;
b)
Voor de lidstaten waarvoor een aftopping geldt (Bulgarije, Estland, Kroatië, Letland, Litouwen, Polen, Roemenië en Slowakije), een vergelijking van het waargenomen bbp van 2014 en 2015 met de in 2012 gemaakte prognoses voor dezelfde twee jaren;
c)
Een beoordeling van het in aanmerking komen voor het Cohesiefonds op basis van het bni per hoofd van de bevolking voor de periode 2012-2014 ten opzichte van het gemiddelde van de EU-27.
Hieruit kwam een gecumuleerde afwijking naar voren van meer dan +/– 5 % tussen de totale en de herziene toewijzingen in België, Tsjechië, Denemarken, Estland, Ierland, Griekenland, Spanje, Kroatië, Italië, Cyprus, Nederland, Slovenië, Slowakije, Finland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. De aanpassing van de respectieve middelen werd bekendgemaakt in de mededeling aan de Raad en het Europees Parlement [COM(2016) 311 final] betreffende de technische aanpassing van het financieel kader voor 2017 in overeenstemming met de ontwikkeling van het bni en aanpassing van de middelen voor het cohesiebeleid.
De beoordeling van het in aanmerking komen voor het Cohesiefonds leidt in één geval tot een verandering: Cyprus komt volledig in aanmerking voor steun uit het Cohesiefonds in de periode 2017-2020, wat resulteert in een bijkomend bedrag van 19,4 miljoen EUR.
Overeenkomstig artikel 94, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 heeft de Commissie een door Denemarken ingediend voorstel aanvaard om een deel van zijn kredieten voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" over te dragen naar de doelstelling "investeren in groei en werkgelegenheid".
Ten slotte heeft de Raad op 20 juni 2017 besloten het YEI te verlengen tot en met 2020, waarbij een bedrag van 1,2 miljard EUR in lopende prijzen voor de specifieke toewijzing voor het YEI als volgt wordt verdeeld: 500 miljoen EUR in 2017 en vervolgens 233,3 miljoen EUR per jaar voor de periode 2018-2020.
2017/0247 (COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1303/2013 wat betreft de wijzigingen in de middelen voor economische, sociale en territoriale cohesie en in de middelen voor de doelstelling "investeren in groei en werkgelegenheid" en de doelstelling "Europese territoriale samenwerking"
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 177,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité,
Na raadpleging van het Comité van de Regio's,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad voorziet in de gemeenschappelijke en algemene regels die van toepassing zijn op de Europese structuur- en investeringsfondsen.
(2)Overeenkomstig artikel 7, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad en artikel 92, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 heeft de Commissie in 2016 een herziening uitgevoerd van de totale toewijzingen van alle lidstaten voor de doelstelling "investeren in groei en werkgelegenheid" in het kader van het cohesiebeleid 2017-2020.
(3)Overeenkomstig artikel 7, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 en artikel 92, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 heeft de Commissie de resultaten van de herziening voorgelegd aan de Raad en het Europees Parlement. In de mededeling wordt opgemerkt dat er op basis van de recentste statistische gegevens een gecumuleerde afwijking is van meer dan +/– 5 % tussen de totale en de herziene toewijzingen in België, Tsjechië, Denemarken, Estland, Ierland, Griekenland, Spanje, Kroatië, Italië, Cyprus, Nederland, Slovenië, Slowakije, Finland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. Daarnaast wordt opgemerkt dat Cyprus, op basis van zijn bruto nationaal inkomen (bni) per hoofd van de bevolking voor de periode 2012-2014, vanaf 1 januari 2017 volledig in aanmerking zal komen voor steun uit het Cohesiefonds.
(4)Overeenkomstig artikel 7, leden 4 en 5, van Verordening (EU) nr. 1311/2013 en artikel 92, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 moeten de toewijzingen van die lidstaten dienovereenkomstig worden aangepast, op voorwaarde dat het totale netto-effect van die aanpassingen niet meer bedraagt dan 4 miljard EUR.
(5)Voor zover de herziening gevolgen had voor de jaarlijkse verdeling van de toewijzingen voor de totale middelen per lidstaat in het kader van de doelstelling "investeren in groei en werkgelegenheid" en in het kader van de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" alsmede voor het Jongerenwerkgelegenheidsinitiatief (Youth Employment Initiative – hierna "YEI"), werd zij uitgevoerd bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1941 van de Commissie.
(6)Het totale netto-effect van die aanpassingen is een verhoging van de middelen voor economische, sociale en territoriale cohesie met 4 miljard EUR. Deze verhoging moet tot uitdrukking komen in artikel 91, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1303/2013, dat daarom dienovereenkomstig moet worden aangepast.
(7)De middelen voor de doelstelling "investeren in groei en werkgelegenheid" en de toewijzing daarvan aan de minder ontwikkelde regio's, de overgangsregio's, de meer ontwikkelde regio's, de door het Cohesiefonds ondersteunde lidstaten en de ultraperifere gebieden zoals vermeld in artikel 92, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 moeten dienovereenkomstig worden aangepast.
(8)Overeenkomstig artikel 14, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 moeten marges die beschikbaar blijven onder de maxima voor vastleggingskredieten van het meerjarig financieel kader (hierna "MFK"), de overkoepelende MFK-marge voor vastleggingen vormen, die beschikbaar worden gesteld boven de maxima die in het MFK zijn vastgesteld voor de jaren 2016 tot en met 2020 voor beleidsdoelstellingen met betrekking tot groei en werkgelegenheid, in het bijzonder voor jongeren. Bij Verordening (EU, Euratom) nr. 2017/1123 werd de beperking van de marges die beschikbaar blijven onder de MFK-maxima voor vastleggingskredieten voor de jaren 2014 tot en met 2017 geschrapt, zodat het YEI kon worden verlengd tot en met 2020 en de specifieke toewijzing voor het YEI kon worden verhoogd met een bedrag van 1,2 miljard EUR in lopende prijzen voor de periode 2017-2020. De specifieke toewijzing voor het YEI als bedoeld in artikel 91, lid 1, en artikel 92, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 moet daarom dienovereenkomstig worden aangepast.
(9)Overeenkomstig artikel 94, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 heeft de Commissie een door Denemarken ingediend voorstel aanvaard om een deel van zijn kredieten voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" over te dragen naar de doelstelling "investeren in groei en werkgelegenheid". Als gevolg van deze overdrachten moeten de totale middelen voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" in artikel 92, lid 9, van die verordening worden gewijzigd.
(10)Overeenkomstig de procedure van artikel 19, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad werd bij Verordening (EU, Euratom) 2015/623 van de Raad een bedrag van 11 216 187 326 EUR in lopende prijzen van de toewijzing voor de structuurfondsen en het Cohesiefonds overgedragen naar daaropvolgende jaren. Een bedrag van 9 446 050 652 EUR in lopende prijzen van de toewijzing voor het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, dat niet kon worden vastgelegd in 2014 of kon worden overgedragen naar 2015, werd overgedragen naar daaropvolgende jaren. Deze overdracht moet zijn weerslag vinden in bijlage VI van Verordening (EU) nr. 1303/2013 met de totale jaarlijkse verdeling van de vastleggingskredieten voor de periode 2014-2020.
(11)Aangezien de programma's ter ondersteuning van het YEI dringend moeten worden uitgebreid, moet dit besluit in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
(12)Verordening (EU) nr. 1303/2013 moet derhalve worden gewijzigd,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EU) nr. 1303/2013 wordt als volgt gewijzigd:
1.Artikel 91, lid 1, wordt vervangen door:
"1. De middelen voor economische, sociale en territoriale samenhang die voor de periode 2014-2020 voor vastlegging in de begroting beschikbaar zijn, bedragen EUR 329 978 401 458 EUR in prijzen van 2011, jaarlijks verdeeld zoals weergegeven in bijlage VI, waarvan 325 938 694 233 EUR de globale toewijzing voor het EFRO, het ESF en het Cohesiefonds vormt en 4 039 707 225 EUR een specifieke toewijzing voor het YEI. Ten behoeve van de programmering en vervolgens de opneming in de begroting van de Unie worden de middelen voor economische, sociale en territoriale samenhang geïndexeerd met 2 % per jaar.";
2.Artikel 92 wordt als volgt gewijzigd:
a)lid 1 wordt vervangen door:
"1. De middelen voor de doelstelling "investeren in groei en werkgelegenheid" bedragen 96,09 % van de totale middelen (d.w.z. in totaal 317 103 114 309 EUR) en worden als volgt toegewezen:
a) 48,64 % (d.w.z. in totaal 160 498 028 177 EUR) voor de minder ontwikkelde regio's;
b) 10,19 % (d.w.z. in totaal 33 621 675 154 EUR) voor de overgangsregio's;
c) 15,43 % (d.w.z. in totaal 50 914 723 304 EUR) voor de meer ontwikkelde regio's;
d) 20,01 % (d.w.z. in totaal 66 029 882 135 EUR) voor de door het Cohesiefonds ondersteunde lidstaten;
e) 0,42 % (d.w.z. in totaal 1 378 882 914 EUR) als aanvullende financiering voor de in artikel 349 VWEU bedoelde ultraperifere gebieden en de regio's van NUTS-niveau 2 die aan de criteria in artikel 2 van Protocol nr. 6 bij de Toetredingsakte van 1994 voldoen.";
b)lid 5 wordt vervangen door:
"5. De middelen voor het YEI bedragen 4 039 707 225 EUR uit de specifieke toewijzing voor het YEI en ten minste 4 039 707 225 EUR uit de geoormerkte investeringen van het ESF.";
c)lid 9 wordt vervangen door:
"9. De middelen voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" bedragen 2,69 % van de totale middelen die beschikbaar zijn voor vastleggingen uit de Fondsen voor de periode 2014-2020 (d.w.z. in totaal 8 865 148 841 EUR).";
3.Bijlage VI wordt vervangen door de tekst van de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,
Voor het Europees Parlement
Voor de Raad
De voorzitter
De voorzitter
FINANCIEEL MEMORANDUM
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief
1.2.Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur
1.3.Aard van het voorstel/initiatief
1.4.Doelstelling(en)
1.5.Motivering van het voorstel/initiatief
1.6.Duur en financiële gevolgen
1.7.Beheersvorm(en)
2.BEHEERSMAATREGELEN
2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen
2.2.Beheers- en controlesysteem
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
3.1.Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven
3.2.Geraamde gevolgen voor de uitgaven
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven
3.2.2.Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten
3.2.3.Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten
3.2.4.Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader
3.2.5.Bijdragen van derden
3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten
FINANCIEEL MEMORANDUM
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1303/2013 wat betreft de wijzigingen in de middelen voor economische, sociale en territoriale cohesie en in de middelen voor de doelstelling "investeren in groei en werkgelegenheid" en de doelstelling "Europese territoriale samenwerking"
1.2.Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur
4 Werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie
04 02 60 – Europees Sociaal Fonds – Minder ontwikkelde regio's – Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
04 02 61 – Europees Sociaal Fonds – Overgangsregio's – Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
04 02 62 – Europees Sociaal Fonds – Meer ontwikkelde regio's – Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
04 02 64 – Jongerenwerkgelegenheidsinitiatief (Youth Employment Initiative – YEI)
13 Regionaal Beleid en Stadsontwikkeling
13 03 60 – Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) – Minder ontwikkelde regio's – Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
13 03 61 – Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) – Overgangsregio's – Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
13 03 62 – Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) – Meer ontwikkelde regio's – Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
13 03 63 – Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) – Extra toewijzingen voor ultraperifere gebieden en dun bevolkte regio's – Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
13 03 64 01 – Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) – Europese territoriale samenwerking
13 04 60 – Cohesiefonds – Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
1.3.Aard van het voorstel/initiatief
◻ Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie
◻ Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie na een proefproject/een voorbereidende actie
⌧ Het voorstel/initiatief betreft de verlenging van een bestaande actie
◻ Het voorstel/initiatief betreft een actie die wordt omgebogen naar een nieuwe actie
1.4.Doelstelling(en)
1.4.1.De met het voorstel/initiatief beoogde strategische meerjarendoelstelling(en) van de Commissie
1.4.2.Specifieke doelstelling(en) en betrokken ABM/ABB-activiteiten
Specifieke doelstelling nr.
n.v.t.
Betrokken ABM/ABB-activiteit(en)
n.v.t.
1.4.3.Verwacht(e) resulta(a)t(en) en gevolg(en)
Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.
1.4.4.Resultaat- en effectindicatoren
Vermeld de indicatoren aan de hand waarvan kan worden nagegaan in hoeverre het voorstel/initiatief is uitgevoerd.
1.5.Motivering van het voorstel/initiatief
1.5.1.Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien
1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU
1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan
1.5.4.Samenhang en eventuele synergie met andere relevante instrumenten
1.6.Duur en financiële gevolgen
◻ Voorstel/initiatief met een beperkte geldigheidsduur
–⌧ Voorstel/initiatief is van kracht vanaf 01/01/2017 tot en met 31/12/2023
–⌧ Financiële gevolgen vanaf 2017 tot en met 2020
◻ Voorstel/initiatief met een onbeperkte geldigheidsduur
–Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,
–gevolgd door een volledige uitvoering.
1.7.Beheersvorm(en)
◻Direct beheer door de Commissie
–◻ door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie;
–◻ door de uitvoerende agentschappen
⌧Gedeeld beheer met lidstaten
◻ Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken te delegeren aan:
–◻ derde landen of de door hen aangewezen organen;
–◻ internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke);
–◻ de EIB en het Europees Investeringsfonds;
–◻ de in de artikelen 208 en 209 van het Financieel Reglement bedoelde organen;
–◻ publiekrechtelijke organen;
–◻ privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij voldoende financiële garanties bieden;
–◻ privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die voldoende financiële garanties bieden;
–◻ personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het GBVB in het kader van titel V van het VEU is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling.
–Verstrek, indien meer dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder "Opmerkingen".
Opmerkingen
2.BEHEERSMAATREGELEN
2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen
Vermeld frequentie en voorwaarden.
2.2.Beheers- en controlesysteem
2.2.1.Mogelijke risico's
2.2.2.Informatie over het opgezette interne controlesysteem
2.2.3.Raming van de kosten en baten van de controles en beoordeling van het verwachte foutenrisico
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden
Vermeld de bestaande en geplande preventie- en beschermingsmaatregelen.
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
3.1.Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven
·Bestaande begrotingsonderdelen
In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen.
|
Rubriek van het meerjarige financiële kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort
krediet
|
Bijdrage
|
|
|
Nummer
[Omschrijving………………………...……………]
|
GK/ NGK
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten
|
van derde landen
|
in de zin van artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement
|
|
1 Slimme en inclusieve groei
|
04 02 60 – Europees Sociaal Fonds – Minder ontwikkelde regio's – Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
04 02 61 – Europees Sociaal Fonds – Overgangsregio's – Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
04 02 62 – Europees Sociaal Fonds – Meer ontwikkelde regio's – Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
04 02 64 – Jongerenwerkgelegenheidsinitiatief (Youth Employment Initiative – YEI)
13 03 60 – Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) – Minder ontwikkelde regio's – Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
13 03 61 – Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) – Overgangsregio's – Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
13 03 62 – Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) – Meer ontwikkelde regio's – Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
13 03 63 – Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) – Extra toewijzingen voor ultraperifere gebieden en dun bevolkte regio's – Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
13 03 64 01 – Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) – Europese territoriale samenwerking
13 04 60 – Cohesiefonds – Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
|
Gespl.
|
NEE
|
NEE
|
NEE
|
NEE
|
·Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen
In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen.
|
Rubriek van het meerjarige financiële kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort
krediet
|
Bijdrage
|
|
|
Nummer
[Omschrijving………………………………………]
|
GK/ NGK
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten
|
van derde landen
|
in de zin van artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
3.2.Geraamde gevolgen voor de uitgaven
Voor zowel vastleggings- als betalingskredieten houdt de voorgestelde wijziging in dat de titel economische, sociale en territoriale samenhang van het meerjarig financieel kader (MFK) 2014-2020 moet worden veranderd.
In de eerste plaats zullen, wat de vastleggingskredieten betreft, de middelen voor economische, sociale en territoriale samenhang die voor de periode 2017-2020 voor vastlegging in de begroting beschikbaar zijn, met 5 841 600 033 EUR in lopende prijzen worden verhoogd. Van het totaal vertegenwoordigt 14 200 000 000 EUR de specifieke toewijzing voor het YEI.
In de tweede plaats zijn, wat de betalingskredieten betreft, de extra behoeften berekend op basis van de volgende veronderstellingen:
·Aangezien de vaststelling van de gewijzigde operationele programma’s pas in de tweede helft van 2017 zal zijn afgerond, zijn de behoeften aan jaarlijkse voorfinanciering opgenomen in de periode 2018-2020.
·Tussentijdse betalingen in verband met de extra middelen van de overeenkomstig artikel 7 vastgestelde technische aanpassingen zullen naar verwachting het patroon volgen dat aan het begin van deze programmeringsperiode werd waargenomen.
·Tussentijdse betalingen in verband met de specifieke toewijzing voor de verlenging van het YEI zullen naar verwachting een sneller profiel volgen nu alle administratieve knelpunten zijn weggenomen en de uitvoering op het terrein sneller verloopt dan voor andere Europese structuur- en investeringsfondsen.
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven
in miljoenen euro's in lopende prijzen (tot op drie decimalen)
|
Rubriek van het meerjarige financiële
kader
|
Nummer
1
|
Slimme en inclusieve groei
|
|
DG: EMPL, REGIO
|
|
|
2014
|
2015
|
2016
|
2017
|
2018
|
2019
|
2020
|
TOTAAL
|
|
•Beleidskredieten
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1b: Economische, sociale en territoriale samenhang
Het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds
|
Vastleggingen
04 02 60 – Europees Sociaal Fonds – Minder ontwikkelde regio's – Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
04 02 61 – Europees Sociaal Fonds – Overgangsregio's – Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
04 02 62 – Europees Sociaal Fonds – Meer ontwikkelde regio's – Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
04 02 64 – Jongerenwerkgelegenheidsinitiatief (Youth Employment Initiative – YEI)
13 03 60 – Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) – Minder ontwikkelde regio's – Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
13 03 61 – Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) – Overgangsregio's – Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
13 03 62 – Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) – Meer ontwikkelde regio's – Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
13 04 60 – Cohesiefonds – Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
|
1)
|
|
|
|
237 320 881
251 466 089
87 329 881
500 000 000
237 320 880
251 466 089
87 329 881
-26 071 285
|
242 067 299
256 495 412
89 076 479
233 333 333
242 067 299
256 495 411
89 076 479
-26 592 711
|
246 908 645
261 625 320
90 858 008
233 333 333
246 908 645
261 625 320
90 858 009
-27 124 565
|
251 846 817
266 857 826
92 675 169
233 333 333
251 846 645
266 857 826
92 675 168
-27 667 056
|
978 143 642
1 036 444 647
359 939 537
1 200 000 000
978 143 642
1 036 444 646
359 939 537
-107 455 617
|
|
Betalingen
04 02 60 – Europees Sociaal Fonds – Minder ontwikkelde regio's – Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
04 02 61 – Europees Sociaal Fonds – Overgangsregio's – Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
04 02 62 – Europees Sociaal Fonds – Meer ontwikkelde regio's – Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
04 02 64 – Jongerenwerkgelegenheidsinitiatief (Youth Employment Initiative – YEI)
13 03 60 – Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) – Minder ontwikkelde regio's – Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
13 03 61 – Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) – Overgangsregio's – Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
13 03 62 – Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) – Meer ontwikkelde regio's – Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
13 03 63 – Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) – Extra toewijzingen voor ultraperifere gebieden en dun bevolkte regio's – Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
13 03 64 01 – Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) – Europese territoriale samenwerking
13 04 60 – Cohesiefonds – Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
|
2)
|
|
|
|
85 000 000
|
25 285 013
26 792 094
9 304 437
220 000 000
25 285 013
26 792 094
9 304 437
-2 777 728
|
50 887 923
53 921 033
18 725 854
231 000 000
50 887 923
53 921 033
18 725 854
-5 590 378
|
108 495 693
114 962 440
39 924 494
349 000 000
108 495 693
114 962 440
39 924 493
-11 918 977
|
184 668 629
195 675 567
67 954 785
885 000 000
184 668 629
195 675 567
67 954 785
-20 287 083
|
|
Uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
n.v.t.
|
|
3)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG EMPL, REGIO
|
Vastleggingen
|
=1+1a +3
|
|
|
|
1 626 162 416
|
1 382 019 001
|
1 404 992 715
|
1 428 425 901
|
5 841 600 033
|
|
|
Betalingen
|
=2+2a
+3
|
|
|
|
85 000 000
|
339 985 361
|
472 479 242
|
863 846 276
|
1 761 310 878
|
•TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
4)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
|
Betalingen
|
5)
|
0
|
|
|
|
|
|
|
|
|
•TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten
|
6)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
TOTAAL kredieten
onder RUBRIEK 1
van het meerjarige financiële kader
|
Vastleggingen
|
=4+ 6
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
|
Betalingen
|
=5+ 6
|
0
|
|
|
|
|
|
|
0
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Wanneer het voorstel/initiatief gevolgen heeft voor meerdere rubrieken:
|
•TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
4)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Betalingen
|
5)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
•TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten
|
6)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL kredieten
onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 4
van het meerjarige financiële kader
(referentiebedrag)
|
Vastleggingen
|
=4+ 6
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Betalingen
|
=5+ 6
|
0
|
|
|
|
|
|
|
0
|
Rubriek van het meerjarige financiële
kader
|
5
|
"Administratieve uitgaven"
|
in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)
|
|
|
|
Jaar
N
|
Jaar
N+1
|
Jaar
N+2
|
Jaar
N+3
|
… invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)
|
TOTAAL
|
|
DG: <…….>
|
|
•Personele middelen
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
•Andere administratieve uitgaven
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL DG <…….>
|
Kredieten
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL kredieten
voor RUBRIEK 5
van het meerjarige financiële kader
|
(totaal vastleggingen = totaal betalingen)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)
|
|
|
|
Jaar
N
|
Jaar
N+1
|
Jaar
N+2
|
Jaar
N+3
|
… invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)
|
TOTAAL
|
|
TOTAAL kredieten
onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 5
van het meerjarige financiële kader
|
Vastleggingen
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Betalingen
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3.2.2.Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten
–◻ Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig
–⌧ Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:
Vastleggingskredieten, in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)
|
Vermeld doelstellingen en outputs
⇩
|
|
|
Jaar
N
|
Jaar
N+1
|
Jaar
N+2
|
Jaar
N+3
|
… invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)
|
TOTAAL
|
|
|
OUTPUTS
|
|
|
Soort
|
Gem. kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Totaal aantal
|
Totale kosten
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1…
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2…
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTALE KOSTEN
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3.2.3.Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten
3.2.3.1.Samenvatting
–⌧ Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig
–◻ Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:
in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
N
|
Jaar
N+1
|
Jaar
N+2
|
Jaar
N+3
|
… invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)
|
TOTAAL
|
|
RUBRIEK 5
van het meerjarige financiële kader
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Personele middelen
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal RUBRIEK 5
van het meerjarige financiële kader
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Buiten RUBRIEK 5
van het meerjarige financiële kader
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Personele middelen
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Overige uitgaven
van administratieve aard
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal
buiten RUBRIEK 5
van het meerjarige financiële kader
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.
3.2.3.2.Geraamde personeelsbehoeften
–⌧ Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig
–◻ Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:
Raming in voltijdequivalenten
|
|
Jaar
N
|
Jaar
N+1
|
Jaar N+2
|
Jaar N+3
|
… invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)
|
|
• Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
|
|
|
|
XX 01 01 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
XX 01 01 02 (delegaties)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
XX 01 05 01 (onderzoek door derden)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
10 01 05 01 (eigen onderzoek)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
•Extern personeel (in voltijdequivalenten VTE)
|
|
XX 01 02 01 (AC, END en INT van de "totale financiële middelen")
|
|
|
|
|
|
|
|
|
XX 01 02 02 (AC, AL, END, INT en JED in de delegaties)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
XX 01 04 jj
|
- zetel
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- delegaties
|
|
|
|
|
|
|
|
|
XX 01 05 02 (AC, END, INT – onderzoek door derden)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
10 01 05 02 (AC, END, SNE – eigen onderzoek)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Ander begrotingsonderdeel (te vermelden)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL
|
|
|
|
|
|
|
|
XX is het beleidsterrein of de begrotingstitel.
Voor de benodigde personele middelen zal een beroep worden gedaan op het personeel van het DG dat reeds voor het beheer van deze actie is toegewezen en/of binnen het DG is herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.
Beschrijving van de uit te voeren taken:
|
Ambtenaren en tijdelijk personeel
|
|
|
Extern personeel
|
|
3.2.4.Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader
–⌧ Het voorstel/initiatief is verenigbaar met het huidige meerjarige financiële kader
–◻ Het voorstel/initiatief vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van het meerjarige financiële kader
Zet uiteen welke herprogrammering nodig is, onder vermelding van de betrokken begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.
–◻ Het voorstel/initiatief vergt toepassing van het flexibiliteitsinstrument of herziening van het meerjarige financiële kader
Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.
3.2.5.Bijdragen van derden
–Het voorstel/initiatief voorziet niet in medefinanciering door derden
–Het voorstel/initiatief voorziet in medefinanciering, zoals hieronder wordt geraamd:
Kredieten in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
N
|
Jaar
N+1
|
Jaar
N+2
|
Jaar
N+3
|
… invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)
|
Totaal
|
|
Medefinancieringsbron
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL medegefinancierde kredieten
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten
–⌧ Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten
–◻ Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:
voor de eigen middelen
voor de diverse ontvangsten
in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)
|
Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:
|
Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten
|
Gevolgen van het voorstel/initiatief
|
|
|
|
Jaar
N
|
Jaar
N+1
|
Jaar
N+2
|
Jaar
N+3
|
… invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)
|
|
Artikel ………….
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Voor de diverse ontvangsten die worden "toegewezen", vermeld het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.
Vermeld de wijze van berekening van de gevolgen voor de ontvangsten.