Vijfde voortgangsverslag over de totstandbrenging van een doeltreffende en echte Veiligheidsunie
I.
INLEIDING
Dit is het vijfde maandelijkse verslag over de vorderingen die zijn gemaakt bij de totstandbrenging van een echte en doeltreffende Veiligheidsunie. Het heeft betrekking op de ontwikkelingen in verband met twee belangrijke pijlers: de bestrijding van terrorisme, georganiseerde criminaliteit en cybercriminaliteit en van de middelen ter ondersteuning daarvan, en de versterking van onze weerbaarheid en veerkracht tegenover dergelijke dreigingen.
Om een echte en doeltreffende Veiligheidsunie tot stand te brengen moet er eerst voor worden gezorgd dat er tijdig EU-wetgeving wordt vastgesteld en dat deze volledig en doeltreffend ten uitvoer gelegd wordt.
In de gezamenlijke verklaring van 13 december 2016 van de voorzitters van het Parlement, de Raad en de Commissie is overeenstemming bereikt over 58 wetgevingsprioriteiten voor 2017. Het gaat onder meer om voorstellen die reeds in behandeling zijn en die cruciaal zijn voor de verwezenlijking van de Veiligheidsunie, zoals: de terrorismerichtlijn, de vuurwapenrichtlijn, het EU-inreis/uitreissysteem (EES), het Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie (Etias), de richtlijn inzake witwassen van geld en terrorismefinanciering, het Europees strafregisterinformatiesysteem (Ecris) en de verordening betreffende privacy en elektronische communicatie (e-privacverordening). Het is absoluut noodzakelijk over deze voorstellen snel overeenstemming te bereiken en in dit verslag zal de huidige stand van zaken van elk voorstel worden bekeken.
Ook voor de bestaande wetgeving, met inbegrip van instrumenten die zich nog in de omzettingsfase bevinden, ligt de nadruk op uitvoering. Dit verslag beschrijft ook de actuele stand van zaken met betrekking tot de belangrijkste dossiers in deze categorie, zoals de dossiers betreffende precursoren voor explosieven, persoonsgegevens van passagiers (PNR), de Prüm-besluiten inzake het delen van gegevens tussen de lidstaten over voertuigen, vingerafdrukken en DNA-gegevens, en de omzetting van de richtlijn inzake netwerk- en informatiebeveiliging (NIB).
Dit verslag besteedt niet alleen aandacht aan de vorderingen inzake wetgevingsdossiers, maar ook aan de uitvoering van een aantal essentiële niet-wetgevingsdossiers inzake de veiligheidsunie die de veerkracht van de EU moeten vergroten, zoals de werkzaamheden van de Commissie met betrekking tot de bestrijding van radicalisering via het netwerk voor voorlichting over radicalisering, de bescherming van zachte doelwitten en de luchtvaartbeveiliging in derde landen.
Het volgende maandelijkse verslag verschijnt in april en zal in het teken staan van op georganiseerde criminaliteit en de prioriteiten in het kader van de “beleidscyclus” 2017 van de EU, die een strategisch kader biedt voor een doeltreffendere samenwerking tussen nationale rechtshandhavingsinstanties, EU-agentschappen en EU-instellingen op dit gebied. Daarnaast zal in het volgende verslag worden ingegaan op operationele politiële en rechterlijke samenwerking, waarbij het ook om de gemeenschappelijke onderzoeksteams gaat.
II. UITVOERING VAN WETGEVINGSPRIORITEITEN VOOR EEN BETERE BESCHERMING VAN DE VEILIGHEID VAN BURGERS
Vorige maand heeft het Europees Parlement het voorstel van de Commissie voor een richtlijn betreffende terrorismebestrijding goedgekeurd. De EU heeft daarmee een belangrijke stap gezet in de strijd tegen terrorisme. De Raad moet het voorstel nu begin maart goedkeuren. Eenmaal uitgevoerd, zal de nieuwe richtlijn handhavingsinstanties en officieren van justitie belangrijke instrumenten bieden voor de bestrijding van de toenemende terroristische dreiging, zoals de strafbaarstelling van gedragingen in verband met buitenlandse terroristische strijders, terroristische training en de financiering van terrorisme. De richtlijn zal ook de bestaande regels inzake de uitwisseling van informatie over terroristische misdrijven verbeteren en het mogelijk maken terroristische inhoud van het internet te verwijderen, wat helpt om de EU veiliger te maken, met inachtneming van de grondrechten. Tot slot zal de richtlijn de status en de rechten van slachtoffers van terrorisme verbeteren en ervoor zorgen dat zij hulp kunnen krijgen, direct na een aanslag en zolang als daarna noodzakelijk is. Nadat de medewetgevers in november 2016 politieke overeenstemming bereikten, heeft de plenaire vergadering van het Europees Parlement op 16 februari voor het voorstel gestemd en de Raad zal nu begin maart overgaan tot de formele vaststelling. De lidstaten hebben 18 maanden de tijd om de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving. De Commissie zal de snelle en correcte omzetting in de lidstaten bevorderen door een reeks workshops, die vóór de zomer 2017 zullen beginnen. Met de richtlijn zet de EU het Aanvullend Protocol bij het Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme van 2015 om. Veel lidstaten hebben al de noodzakelijke stappen genomen om hun wetgeving in overeenstemming met het protocol te brengen.
Nadat de medewetgevers op 20 december 2016 overeenstemming bereikten over een herziening van de vuurwapenrichtlijn waardoor het toezicht en het verbod op de meest gevaarlijke wapens worden aangescherpt, moet het Europees Parlement daarover op 14 maart stemmen. Het voorstel breidt de lijst van wapens die onder het strengste verbod van de categorie A vallen, onder meer uit met tot semi-automatische wapens omgebouwde automatische wapens en militaire semi-automatische wapens met magazijnen met grote capaciteit. Wanneer de richtlijn eenmaal is omgezet, zal alleen een zeer strikt gedefinieerde groep vergunninghouders, zoals musea of sportschutters, waarvoor strenge veiligheids- en controlevereisten zullen gelden, die wapens nog kunnen kopen of verhandelen. Het voorstel betekent een aanzienlijke versterking van de controles inzake traceerbaarheid, markering en het onbruikbaar maken van wapens. Daarnaast heeft de Commissie verder samengewerkt met deskundigen van de lidstaten in het technisch comité op het gebied van normen inzake het onbruikbaar maken. Op 8 februari werd overeenstemming bereikt over herziene, strengere technische criteria, die vóór de formele vaststelling ervan nu eerst zullen worden getest om na te gaan of zij daadwerkelijk tot onomkeerbare onbruikbaarmaking leiden. Daarnaast voert de Commissie haar strijd op tegen de illegale handel in wapens, samen met belangrijke derde landen, zoals de landen in de Westelijke Balkan De strijd tegen illegale vuurwapens zou ook een prioriteit dienen te zijn in de volgende beleidscyclus zware en georganiseerde criminaliteit voor de periode 2017-2021.
In het Europees Parlement en de Raad wordt momenteel gediscussieerd over de voorstellen van de Commissie voor de invoering van een EU-inreis-/uitreissysteem om het grensbeheer te verbeteren, irreguliere migratie te bestrijden en de interne veiligheid te verbeteren door registratie van de overschrijding door onderdanen van derde landen van de buitengrenzen van de Schengenruimte. Ook bespreken de medewetgevers het Commissievoorstel voor een Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie (Etias), waardoor niet-visumplichtige reizigers vooraf kunnen worden gecontroleerd in verband met veiligheids- en migratierisico’s. De Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken van het Europees Parlement (LIBE) heeft op 27 februari 2017 haar onderhandelingsmandaat inzake het inreis-uitreissysteem van de EU goedgekeurd. De Commissie spoort beide medewetgevers aan om snel vooruitgang te boeken bij de nu volgende onderhandelingen en daarbij de door de Europese Raad in december 2016 vastgestelde streefdatum van juni 2017 in het oog te houden.
Het voorstel van de Commissie inzake Etias wordt door de deskundigen van de lidstaten binnen de werkgroep van de Raad besproken en de LIBE-commissie van het Europees Parlement heeft voor het dossier een rapporteur benoemd.
Wat betreft het voorstel van de Commissie om het Europees systeem voor de uitwisseling van gegevens over strafrechtelijke veroordelingen (Ecris) uit te breiden tot onderdanen van derde landen, onderzoekt de Commissie technische oplossingen voor een gecentraliseerde infrastructuur ter ondersteuning van de uitwisseling van dergelijke informatie. Rekening houdend met de in april 2017 te presenteren aanbevelingen van de deskundigengroep op hoog niveau inzake informatiesystemen en interoperabiliteit zal de Commissie in juni 2017 met een gewijzigd wetgevingsvoorstel komen.
Het voorstel van de Commissie voor specifieke wijzigingen in de 4e antiwitwasrichtlijn werd op 5 juli 2016 door het college aangenomen. Na het voorstel te hebben onderzocht, kwam de Raad op 20 december 2016 tot een onderhandelingsmandaat. Het voorstel werd zo opgesteld dat het nieuwe manieren van financiering van terrorisme bestrijkt, zoals virtuele valuta’s en prepaidkaarten, en de transparantie ten behoeve van de strijd tegen het witwassen van geld vergroot. Het verslag van het Europees Parlement werd op 28 februari 2017 aangenomen. De Commissie verzoekt de medewetgevers om de onderhandelingen over dit belangrijke voorstel, dat helpt de middelen van terroristen verder te beperken, zo snel mogelijk af te ronden.
In zowel het Europees Parlement als de Raad is een begin gemaakt met het wetgevingsproces inzake een verordening betreffende privacy en elektronische communicatie (e-privacy). Het is de bedoeling een gelijk speelveld tot stand te brengen voor aanbieders van elektronische communicatie en daarbij zowel consumenten een hoog beschermingsniveau te bieden als voor ondernemingen innovatie mogelijk te maken. In het Europees Parlement zal de LIBE-commissie het voortouw nemen door binnenkort een rapporteur te benoemen; de commissies ITRE, JURI en IMCO zullen bij het proces betrokken worden. Ook binnen de werkgroep van de Raad zijn de werkzaamheden begonnen. Aangezien het voor de drie instellingen om een prioritair dossier gaat, zal er naar verwachting spoedig resultaat worden geboekt, zodat de verordening uiterlijk op 24 mei 2018 van kracht kan worden, tegelijk met de inwerkingtreding van de algemene verordening gegevensbescherming.
III. UITVOERING VAN ANDERE WETGEVINGSINITIATIEVEN
Er zij op gewezen dat het Europees Parlement en de Raad zich momenteel niet alleen over de in de gezamenlijke verklaring genoemde voorstellen buigen, maar ook over het voorstel van de Commissie voor een versterking van het Schengeninformatiesysteem (SIS) ter verbetering van het grensbeheer en de bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit. Het voorstel wordt door de deskundigen van de lidstaten besproken binnen de werkgroep van de Raad. De commissie LIBE van het Europees Parlement is nu bezig een rapporteur te benoemen. De voorgestelde maatregelen zullen het delen van informatie en de samenwerking tussen de lidstaten aanmerkelijk verbeteren, met name via de verplichting om tot een SIS-signalering over te gaan wanneer er sprake van een terroristisch misdrijf is, de invoering van een nieuwe signaleringscategorie inzake “onbekende gezochte personen”, de invoering van automatische controles van EU-burgers aan de hand van het SIS aan de buitengrenzen en de invoering van volledige toegangsrechten voor Europol. De voorgestelde veranderingen zullen ook bijdragen tot de daadwerkelijke handhaving van inreisverboden voor onderdanen van derde landen aan de buitengrenzen, door de verplichting deze verboden in het SIS in te voeren. De invoering van een nieuwe signaleringscategorie voor terugkeerbesluiten jegens irregulier verblijvende onderdanen van derde landen, zal de handhaving van deze besluiten ten goede komen. De Commissie dringt er bij de medewetgevers op aan het werk inzake dit belangrijke dossier te bespoedigen.
Op 21 december 2016 heeft de Commissie een nieuwe richtlijn voorgesteld om het witwassen van geld strafbaar te stellen. Met deze richtlijn zouden er voor de bevoegde autoriteiten passende strafrechtelijke bepalingen komen voor de vervolging van criminelen en terroristen. Wanneer de voorgestelde maatregelen zouden worden goedgekeurd, zouden er minimumvoorschriften zijn voor de definitie van strafbare feiten en sancties op het gebied van het witwassen van geld, zouden de lacunes worden opgevuld die er nu als gevolg van de verschillen tussen de nationale regels bestaan en waarvan criminelen kunnen profiteren, zouden belemmeringen voor de grensoverschrijdende justitiële en politiële samenwerking worden weggenomen doordat er gezamenlijke bepalingen worden vastgesteld op grond waarvan strafbare feiten in verband met witwassen beter kunnen worden onderzocht, en zouden de EU-normen in overeenstemming worden gebracht met de internationale verplichtingen op dit vlak, zoals bedoeld in het Verdrag van Warschau van de Raad van Europa en de aanbevelingen van de Financial Action Task Force. Inmiddels zijn de besprekingen binnen de werkgroep van de Raad begonnen en het streven is vóór de zomer tot een algemene aanpak te komen. Naar verwachting zullen binnenkort de besprekingen in het Europees Parlement van start gaan. De Commissie is verheugd over deze positieve ontwikkelingen en zou graag zien dat de medewetgevers aan dit dossier prioriteit geven.
Op het gebied van luchtvaartbeveiliging bestaat er EU-wetgeving met technische specificaties en prestatievereisten voor apparatuur die voor beveiligingscontroles in EU-luchthavens wordt gebruikt. Deze wetgeving bevat echter geen juridisch bindend conformiteitsbeoordelingssysteem dat voor de hele EU geldt en ervoor zorgt dat alle EU-luchthavens aan de vereiste normen voldoen. Daardoor kan apparatuur die in één EU-lidstaat is gecertificeerd, niet zonder meer in andere lidstaten op de markt worden gebracht. De Commissie heeft daarom in september 2016 een voorstel gedaan voor de invoering van één EU-certificeringssysteem dat is gebaseerd op een gemeenschappelijke testmethode en de afgifte van conformiteitscertificaten door fabrikanten. Deze certificaten zouden dan in alle EU-lidstaten geldig zijn, overeenkomstig het beginsel van wederzijdse erkenning. De invoering van een dergelijk systeem zal een einde aan de versnippering van de markt helpen maken, het concurrentievermogen van de veiligheidsindustrie van de EU versterken, de werkgelegenheid in de sector een impuls geven en uiteindelijk een bijdrage leveren aan de verbetering van de luchtvaartbeveiliging in heel Europa. De medewetgevers bespreken het voorstel thans op werkgroepniveau.
De Commissie is zich blijven inspannen om ervoor te zorgen dat de EU-regels op het gebied van de illegale vervaardiging van zelfgemaakte explosieven worden aangepast aan de nieuwe bedreigingen. In november 2016 werden de regels inzake het op de markt brengen en het gebruik van stoffen die als precursor van explosieven fungeren en kunnen worden aangewend voor de illegale vervaardiging van zelfgemaakte explosieven versterkt door drie stoffen toe te voegen aan de lijst van stoffen waarvoor de strikte verplichting tot rapportage over verdachte transacties, verdwijningen en diefstallen geldt. Daarnaast is de Commissie met het oog op een versterking van de bestaande beperkingen en controles van plan om in 2017 te gaan evalueren hoe doeltreffend Verordening (EU) nr. 98/2013 is.
De Commissie heeft ook maatregelen genomen tegen de lidstaten die nog steeds niet alle bepalingen hebben omgezet van Verordening (EU) nr. 98/2013 over het op de markt brengen en het gebruik van precursoren van explosieven. In vervolg op de eerste stappen van de inbreukprocedures in mei en september 2016 is de Commissie op 15 februari overgegaan tot de tweede stap door een met redenen omklede advies te richten tot Cyprus, Frankrijk en Roemenië. Deze lidstaten hebben nog niet de vereiste regels vastgesteld inzake de straffen voor inbreuken op de beperkingen en controles die van toepassing zijn voor gevaarlijke chemische stoffen die door terroristen zouden kunnen worden gebruikt om zelf explosieven te vervaardigen.
De Commissie blijft de lidstaten steunen bij de snelle uitvoering van de EU-richtlijn betreffende persoonsgegevens van passagiers (PNR) en de oprichting van passagiersinformatie-eenheden in elke lidstaat. In december 2016 organiseerde de Commissie een derde bijeenkomst met de deskundigen van de lidstaten om ervaringen en beste praktijken uit te wisselen. Voor het toezicht op de uitvoering van de richtlijn wordt gebruikgemaakt van de indicatieve mijlpalen voor de oprichting van de passagiersinformatie-eenheden. Deze mijlpalen zijn opgenomen in het uitvoeringsplan van de Commissie van november 2016. Ten opzichte van de stand van zaken zoals weergegeven in het uitvoeringsplan is er vooruitgang geboekt. Zes lidstaten kunnen nu tot de categorie gerekend worden van lidstaten die zowel over functionele of zo goed als functionele PNR-systemen beschikken als over een specifieke rechtsgrondslag voor het verzamelen of verwerken van PNR-gegevens. De Commissie ontvangt regelmatig informatie uit alle lidstaten over de voortgang van de uitvoering. In 2017 is in het kader van het Fonds voor interne veiligheid 70 miljoen euro geprogrammeerd voor de uitvoering van de PNR-richtlijn en de Commissie overlegt met de lidstaten over de herziening van hun nationale programma’s in het kader van het Fonds met het oog op de toekenning van aanvullende financiering.
Bij de Prüm-besluiten
van 2008 zijn procedures voor snelle en efficiënte uitwisseling van gegevens tussen lidstaten ingevoerd door bepalingen vast te stellen en een kader te bieden op grond waarvan de lidstaten toegang hebben tot elkaars DNA-analysebestanden, dactyloscopische identificatiesystemen en kentekenregisters. Prüm was een nuttig instrument voor Franse rechercheurs na de terroristische aanslagen in Parijs in november 2015. De afgelopen maanden is aanzienlijke vooruitgang geboekt met de uitvoering van Prüm; er worden steeds meer gegevens uitgewisseld. Bijna tien jaar later heeft een aantal lidstaten de besluiten echter nog steeds niet uitgevoerd. De Commissie heeft daarom gebruikgemaakt van de handhavingsbevoegdheden die haar krachtens het Verdrag van Lissabon op het gebied van justitie en binnenlandse zaken
zijn verleend, en inbreukprocedures ingeleid jegens Kroatië, Griekenland, Ierland, Italië en Portugal wegens het niet-naleven van de Prüm-besluiten.
Het vierde voortgangsverslag over de Veiligheidsunie
bevatte een overzicht van de activiteiten die al op diverse terreinen worden ondernomen om cyberdreigingen aan te pakken en benadrukte de centrale rol van de richtlijn netwerk- en informatiebeveiliging (NIB), die de basis vormt voor betere samenwerking op EU-niveau en cyberweerbaarheid. In februari vond de eerste formele bijeenkomst plaats van de bij de richtlijn ingestelde NIS-samenwerkingsgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten, de Commissie en het EU-agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa). De groep besprak belangrijke kwesties op het gebied van omzetting en kwam overeen een aantal aspecten verder te gaan uitwerken in deskundigengroepen. Daarbij gaat het onder meer om de criteria voor het vaststellen van het kritieke karakter van een aanbieder, het raadplegingsproces in gevallen waarin een aanbieder grensoverschrijdend relevantie heeft en de procedure voor de verplichte uitwisseling van informatie tussen de betrokken lidstaten. Ter ondersteuning van de uitvoering van het acquis op het gebied van cybercriminaliteit heeft de Commissie in december 2016 met redenen omklede adviezen gericht aan Bulgarije, België en Ierland. Deze landen hebben nog niet meegedeeld Richtlijn 2013/40/EU over aanvallen op informatiesystemen volledig in hun nationale wetgeving te hebben omgezet. Op 16 december heeft de Commissie ook twee verslagen vastgesteld over de uitvoering van Richtlijn 2011/93/EU ter bestrijding van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie. Een daarvan was speciaal gewijd aan maatregelen van de lidstaten tegen websites die kinderpornografie bevatten of verspreiden.
IV. UITVOERING VAN NIET-WETGEVINGSMAATREGELEN
De Commissie vervult een belangrijke rol bij het stimuleren, faciliteren, financieren en coördineren van werkzaamheden op een aantal niet-wetgevingsterreinen die van vitaal belang zijn voor de strijd tegen terrorisme en georganiseerde misdaad, zoals radicalisering, bescherming van zachte doelwitten, beveiliging van vervoer, cyberbeveiliging en hybride bedreigingen. Om de dreiging die uitgaat van terugkerende buitenlandse terroristische strijders en de online radicalisering tegen te gaan, moet continu worden geprobeerd om vast te stellen wie er vatbaar zijn voor radicalisering en om deze personen te steunen en in de gaten te houden. Tegelijkertijd is het zaak de terroristische propaganda online tegen te gaan en een geloofwaardig tegengeluid te laten horen. De aanslag in Berlijn in december 2016 liet eens te meer duidelijk zien hoe belangrijk de bescherming van zachte doelwitten is.
De Commissie en het kenniscentrum van het netwerk voor voorlichting over radicalisering (RAN) voeren hun werkzaamheden op om zowel mensen uit de praktijk als beleidsmakers te voorzien van concrete richtsnoeren en aanbevelingen om bestaande en rijzende problemen op het gebied van radicalisering effectiever te voorkomen en het hoofd te bieden. In februari 2017 heeft de Commissie een nieuw netwerk van nationale beleidsmakers op het gebied van preventie in het leven geroepen. Dit nieuwe beleidsnetwerk streeft twee hoofddoelstellingen na: het versterken en institutionaliseren van de uitwisseling van deskundigheid en ervaringen inzake de aanpak van preventie en preventiebeleid tussen lidstaten, en het zorgen voor een nauwere betrokkenheid van de lidstaten bij de activiteiten van het RAN. Het zal het bestaande RAN, waarin eerstelijnswerkers met elkaar in contact worden gebracht, aanvullen met een meer beleidsgericht netwerk en ertoe bijdragen dat goede praktijken onderdeel gaan uitmaken van nieuwe beleidsinitiatieven.
Het RAN-kenniscentrum is ook begonnen met het samenstellen van een handboek inzake de omgang met terugkeerders, dat degenen die in Europa in de praktijk werkzaam zijn, de vaardigheden, de kennis en het vertrouwen moet bieden die de meest passende en doeltreffende interventie garanderen. Aangezien sommigen van hen zullen terugkeren met zeer jonge kinderen, heeft de Commissie het RAN opgedragen om richtsnoeren op te stellen over de wijze waarop kinderen moeten worden beschermd en ondersteund die zijn geboren of opgevoed in door terroristen beheerst gebied of die binnen de EU in een geradicaliseerd milieu zijn opgevoed.
Daarnaast zal het RAN in 2017 een handboek opstellen met specifieke richtsnoeren ter voorkoming van polarisatie en voor de aanpak van radicalisering. Het RAN-kenniscentrum zal twee toolkits samenstellen, een over opleiding inzake herkenning van radicalisering voor eerstelijnswerkers en een over lokale strategieën en benaderingen ter ondersteuning van degenen die radicalisering aan de basis bestrijden.
De maatregelen tegen online radicalisering die tijdens de bijeenkomst van het EU-Internetforum in december 2016 zijn overeengekomen met internetbedrijven, worden thans ten uitvoer gelegd. De “hashtag-databank”, een door de internetsector in nauwe samenwerking met de Commissie ontwikkeld platform waar terroristische online-inhoud kan worden gemarkeerd teneinde ervoor te zorgen dat deze definitief wordt verwijderd, zal naar verwachting deze maand van start gaan. Op 15 maart 2017 zal de Commissie ook het startsein geven voor haar programma tot versterking van het maatschappelijk middenveld. Voor dit programma is 15 miljoen euro uitgetrokken. Het is de bedoeling het tegengeluid online krachtiger te doen klinken.
Wil radicalisering worden voorkomen, dan moeten ook de onderliggende oorzaken ervan worden aangepakt, waaronder de stigmatisering van gemeenschappen, intolerantie en racisme. De Commissie bevordert door middel van EU-financiering onderwijs, de interculturele dialoog, inclusie en maatregelen tegen discriminatie. In januari 2017 ontving de Commissie in het kader van het programma "Rechten, gelijkheid en burgerschap" projectaanvragen die onder meer gericht zijn op de voorkoming en bestrijding van antisemitisme, islamofobie en onverdraagzaamheid en op het kweken van meer begrip tussen de verschillende gemeenschappen, onder meer door middel van interreligieuze en interculturele activiteiten. Er worden ook maatregelen genomen om instrumenten en praktijken te ontwikkelen ter voorkoming en bestrijding van racistische en xenofobe haatzaaiende uitingen op internet.
Zoals aangekondigd in het vierde voortgangsverslag inzake de Veiligheidsunie hield de Commissie in februari de eerste workshop over de bescherming van zachte doelwitten. Deskundigen uit de lidstaten in diverse disciplines (terrorismebestrijding, rechtshandhaving, beveiliging van vervoer en onderzoek) kwamen bijeen om te bespreken hoe zachte doelwitten (vervoer, sportevenementen, winkelcentra, scholen, etc.) beter kunnen worden beschermd. De workshop is de eerste stap in de ontwikkeling van een EU-platform waar lidstaten ervaringen kunnen uitwisselen om hun weerbaarheid te vergroten en zich in de toekomst beter te kunnen beschermen tegen aanslagen op zachte doelwitten. Er werd vastgesteld dat op de volgende punten meer uitwisseling nodig is: de integratie van methoden voor risicobeoordeling in de planning van publieke evenementen of de bescherming van plaatsen waar zich veel mensen bevinden, de aanpak van het probleem van dreigingen van binnenuit, door het opnieuw onderzoeken van doorlichtingsprocedures, de verbetering van de vroegtijdige opsporing van wapens en explosieven door innovatieve detectieapparatuur te testen en te gebruiken en door de mogelijkheid van gemeenschappelijke normen voor andere doeleinden dan luchtvaart te onderzoeken, voorlichting van het publiek, optreden bij aanslagen en nauwere samenwerking tussen overheden en particuliere belanghebbenden. Een andere terrein dat als prioriteit werd aangemerkt, is de gezamenlijke samenwerking op het gebied van “bescherming door middel van stedenbouwkundige planning” bij nieuwbouw en inrichting van openbare ruimtes.
Op het gebied van hybride bedreigingen zullen de Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger in juli 2017 aan de Raad verslag uitbrengen over de uitvoering van de 22 maatregelen uit het gezamenlijk kader ter bestrijding van hybride bedreigingen van 2016, dat met name ziet op de bescherming van kritieke infrastructuur (bijvoorbeeld op het gebied van energie- en vervoersinfrastructuur en -systemen). Dit gezamenlijk kader is ontworpen om de weerbaarheid van de EU, haar lidstaten en haar partners te bevorderen en om de samenwerking met de NAVO bij de bestrijding van dergelijke bedreigingen te verbeteren.
Op het gebied van de beveiliging van het vervoer heeft de EU een robuust luchtvaartbeveiligingskader ontwikkeld. Vluchten vanuit derde landen naar de EU kunnen echter kwetsbaar zijn. Deze potentiële lacune in de beveiliging moet worden gedicht door internationale samenwerking via de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) alsook via bilaterale capaciteitsopbouw overeenkomstig Resolutie 2309 van de VN-Veiligheidsraad. In januari 2017 is de Commissie samen met de lidstaten en de Europese dienst voor extern optreden begonnen met de ontwikkeling van een matrix waarin risicobeoordeling en gedetailleerde informatie over kwetsbaarheid worden gecombineerd om een basis te bieden voor de prioritering en coördinatie van de inspanningen op het gebied van externe capaciteitsopbouw. Tegelijkertijd zet de Commissie vaart achter de vaststelling van een gemeenschappelijke benadering van de beveiliging van het vervoer over zee en over land, die risicogebaseerd, evenredig en duurzaam moet zijn.
Naar aanleiding van de resultaten van de besprekingen tijdens de bijeenkomst van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van 8 en 9 december hebben de lidstaten opgeroepen om na te denken over de wijze waarop moet worden omgegaan met encryptie in het kader van strafrechtelijke onderzoeken. De Commissie is de werkzaamheden via twee parallelle sporen begonnen: juridisch en technisch. Via die twee sporen wordt informatie verzameld en onderzocht hoe belemmeringen inzake encryptie kunnen worden weggenomen wanneer dat nodig is voor onderzoeken naar zware criminaliteit en zonder het vertrouwen en de veiligheid in de digitale wereld te schaden.
Wat de externe dimensie van terrorismebestrijding betreft, ligt de uitvoering van de conclusies van de Raad van februari 2015 op schema. Het aantal projecten met derde landen op het gebied van terrorismebestrijding is met 60 % toegenomen en vertegenwoordigt een bedrag van 225 miljoen EUR. De nadruk ligt op de ontwikkeling van de capaciteiten van de partners. Met Tunesië vonden op 19 januari 2017 besprekingen plaats in het kader van de tweede politieke dialoog op hoog niveau over veiligheid en terrorismebestrijding . Het ging daarbij om een actieplan inzake de wapenhandel, gezamenlijke maatregelen op het gebied van de financiering van terrorisme, versterking van de grensbeheerscapaciteit en verdere samenwerking bij het voorkomen van radicalisering. Het is de bedoeling uiteindelijk tot overeenstemming tussen de EU en Tunesië te komen over een gezamenlijk werkplan 2017 inzake terrorismebestrijding. Sinds het begin van dit jaar heeft de EU ook specifieke gesprekken over terrorismebestrijding gevoerd met een aantal derde landen, waaronder Saudi-Arabië, Rusland en Australië. Ook ontving zij een delegatie van de Liga van Arabische Staten.
V. CONCLUSIE
De opbouw van een effectieve en duurzame Veiligheidsunie vergt nauwe samenwerking tussen de Commissie, het Europees Parlement en de lidstaten, zodat zowel de wetgevings- als de niet-wetgevingscomponenten voorhanden zijn die samen de veiligheid van onze burgers versterken. De voor de Veiligheidsunie relevante wetgevingsprioriteiten uit de gezamenlijke verklaring zijn centrale bouwstenen en om in dat opzicht snelle en volledige resultaten te bereiken zal teamwerk nodig zijn. Willen deze maatregelen effectief zijn, dan moeten zij nu snel en effectief worden uitgevoerd. De Commissie zal haar volle verantwoordelijkheid blijven nemen om ervoor te zorgen dat dit ook daadwerkelijk gebeurt.