Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52016AP0079

P8_TA(2016)0079 Procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure ***I Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 9 maart 2016 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure (COM(2013)0822 — C7-0428/2013 — 2013/0408(COD)) P8_TC1-COD(2013)0408 Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 9 maart 2016 met het oog op de vaststelling van Richtlijn (EU) 2016/… van het Europees Parlement en de Raad betreffende procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure

PB C 50 van 9.2.2018, p. 156–156 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

9.2.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 50/156


P8_TA(2016)0079

Procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure ***I

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 9 maart 2016 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure (COM(2013)0822 — C7-0428/2013 — 2013/0408(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

(2018/C 050/23)

Het Europees Parlement,

—

gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2013)0822),

—

gezien artikel 294, lid 2, en artikel 82, lid 2, onder b), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-0428/2013),

—

gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

—

gezien het gemotiveerde advies dat in het kader van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid is uitgebracht door de Nederlandse Tweede Kamer, en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,

—

gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 25 maart 2014 (1),

—

gezien de schriftelijke toezegging van de vertegenwoordiger van de Raad van 16 december 2015 om het standpunt van het Europees Parlement goed te keuren, overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

—

gezien artikel 59 van zijn Reglement,

—

gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0020/2015),

1.

stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.

verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.


(1)  PB C 226 van 16.7.2014, blz. 63.


P8_TC1-COD(2013)0408

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 9 maart 2016 met het oog op de vaststelling van Richtlijn (EU) 2016/… van het Europees Parlement en de Raad betreffende procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure

(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Richtlijn (EU) 2016/800.)


Top