Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52015DC0149

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD over de uitoefening van de overeenkomstig Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG aan de Commissie verleende bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen

/* COM/2015/0149 final */

52015DC0149

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD over de uitoefening van de overeenkomstig Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG aan de Commissie verleende bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen /* COM/2015/0149 final */


1. Inleiding

In de in november 2003 vastgestelde Prospectusrichtlijn[1] zijn gemeenschappelijke voorschriften vastgelegd betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of op een gereglementeerde EU-markt tot de handel worden toegelaten. Een toetsingsproces heeft ertoe geleid dat de Prospectusrichtlijn in november 2010 is gewijzigd bij Richtlijn 2010/73/EU (de "Prospectusrichtlijn II", van toepassing vanaf juli 2012). De richtlijn is laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2014/51/EU (de "Omnibus II"-richtlijn).

In artikel 4 van de Prospectusrichtlijn II is een toetsingsclausule opgenomen, waarin is bepaald dat de Commissie uiterlijk op 1 januari 2016 de toepassing van de Prospectusrichtlijn, zoals gewijzigd bij de Prospectusrichtlijn II, moet evalueren. Dit verslag moet aan het Europees Parlement en de Raad worden voorgelegd, indien nodig vergezeld van voorstellen tot wijziging van de Prospectusrichtlijn.

2. Rechtsgrondslag

Dit verslag moet worden opgesteld op grond van artikel 24 bis van de Prospectusrichtlijn. Overeenkomstig dit artikel wordt aan de Commissie voor een periode van vier jaar na 31 december 2010 de bevoegdheid toegekend om de in artikel 1, lid 4, artikel 2, lid 4, artikel 3, lid 4, artikel 4, lid 1, vijfde alinea, artikel 5, lid 5, artikel 7, lid 1, artikel 8, lid 4, artikel 11, lid 3, artikel 13, lid 7, artikel 14, lid 8, artikel 15, lid 7, en artikel 20, lid 3, eerste alinea, bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen. De Commissie moet uiterlijk zes maanden voor het einde van de periode van vier jaar een verslag over de bevoegdheidsdelegatie opstellen. De bevoegdheidsdelegatie wordt automatisch met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij deze door het Europees Parlement of de Raad overeenkomstig artikel 24 ter van de Prospectusrichtlijn wordt ingetrokken.

3. Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

Artikel 1, lid 4, van de Prospectusrichtlijn

Tot dusver heeft de Commissie de in artikel 1, lid 4, van de Prospectusrichtlijn bedoelde grensbedragen nog niet gewijzigd. De grensbedragen zullen tegen 1 januari 2016 worden beoordeeld in het kader van de toetsing waarin artikel 4 van de Prospectusrichtlijn II voorziet.

Artikel 2, lid 4, van de Prospectusrichtlijn

Tot dusver heeft de Commissie de in artikel 2, lid 4, van de Prospectusrichtlijn bedoelde definities en drempels nog niet gewijzigd. De definities en drempels zullen tegen 1 januari 2016 worden beoordeeld in het kader van de toetsing waarin artikel 4 van de Prospectusrichtlijn II voorziet.

Artikel 3, lid 4, van de Prospectusrichtlijn

Tot dusver heeft de Commissie de in artikel 3, lid 4, van de Prospectusrichtlijn bedoelde drempelwaarden nog niet gewijzigd. De drempelwaarden zullen tegen 1 januari 2016 worden beoordeeld in het kader van de toetsing waarin artikel 4 van de Prospectusrichtlijn II voorziet.

Artikel 4, lid 1, vijfde alinea, van de Prospectusrichtlijn

Tot dusver zijn nog geen verzoeken om gelijkwaardigheidsbeoordelingen ontvangen en zijn de criteria die bij de gelijkwaardigheidsbeoordeling van juridische en toezichtskaders van derde landen moeten worden toegepast, nog niet gespecificeerd. Bovendien kan de gelijkwaardigheidsbeoordeling direct worden uitgevoerd (dus zonder dat criteria moeten worden gespecificeerd of verdere criteria moeten worden toegevoegd), rekening houdend met de desbetreffende bepalingen van de MiFID (Richtlijn 2004/39/EG betreffende markten voor financiële instrumenten), van de Transparantierichtlijn (Richtlijn 2004/109/EG), van de Richtlijn marktmisbruik (Richtlijn 2003/6/EG) en van de algemene criteria beschreven in alinea 4, lid 1, onder e), van de Prospectusrichtlijn. Alle bepalingen inzake de gelijkwaardigheid van derde landen zullen tegen 1 januari 2016 worden beoordeeld in het kader van de toetsing waarin artikel 4 van de Prospectusrichtlijn II voorziet.

Artikel 5, lid 5, en artikel 7, lid 1, van de Prospectusrichtlijn

Van deze bevoegdheidsdelegaties is gebruikgemaakt om de volgende gedelegeerde verordeningen van de Commissie vast te stellen:

- Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 486/2012 van de Commissie van 30 maart 2012 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 809/2004 wat de vormgeving en de inhoud van het prospectus, het basisprospectus, de samenvatting en de definitieve voorwaarden betreft en wat de informatievereisten betreft;

- Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 862/2012 van de Commissie van 4 juni 2012 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 809/2004 wat de informatie over de toestemming tot het gebruik van het prospectus, de informatie over onderliggende indexen en het vereiste van een door onafhankelijke accountants opgesteld verslag betreft;

- Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 759/2013 van de Commissie van 30 april 2013 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 809/2004 ten aanzien van de openbaarmakingsvereisten voor converteerbare en omwisselbare obligaties.

Artikel 8, lid 4, van de Prospectusrichtlijn

Van deze bevoegdheidsdelegatie is geen gebruik gemaakt omdat uit gesprekken met de Europese Autoriteit voor effecten en markten (European Securities and Markets Authority, ESMA) en met de nationale bevoegde autoriteiten is gebleken dat er geen verdere bijzonderheden betreffende de weglating van informatie uit het prospectus hoeven te worden gespecificeerd.

Artikel 11, lid 3, van de Prospectusrichtlijn

De in de Prospectusrichtlijn vastgelegde bevoegdheidsdelegatie is gewijzigd bij de "Omnibus II"-richtlijn om rekening te houden met de oprichting van de ESMA binnen het Europees Systeem voor financieel toezicht. Vóór de vaststelling van de "Omnibus II"-richtlijn was de Commissie bevoegd om gedelegeerde handelingen vast te stellen. Met de aanneming van de "Omnibus II"-richtlijn is de bevoegdheidsdelegatie zodanig gewijzigd dat voortaan aan de ESMA de bevoegdheid is verleend om ontwerpen van technische reguleringsnormen uit te werken tot nadere invulling van de door middel van verwijzing op te nemen informatie. De ESMA moet die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 1 juli 2015 voorleggen aan de Commissie, waaraan de bevoegdheid is toegekend de technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen. De ESMA heeft een openbare raadpleging over de ontwerpen van technische reguleringsnormen georganiseerd, die op 19 december 2014 is afgesloten.

Artikel 13, lid 7, van de Prospectusrichtlijn

De in de Prospectusrichtlijn vastgelegde bevoegdheidsdelegatie is gewijzigd bij de "Omnibus II"-richtlijn. Op grond van de gewijzigde bevoegdheidsdelegatie is de ESMA voortaan bevoegd om ontwerpen van technische reguleringsnormen uit te werken tot nadere invulling van de procedures voor de goedkeuring van het prospectus en van de voorwaarden voor het aanpassen van tijdslimieten. De ESMA moet die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 1 juli 2015 aan de Commissie voorleggen. De ESMA heeft een openbare raadpleging over de ontwerpen van technische reguleringsnormen georganiseerd, die op 19 december 2014 is afgesloten.

Artikel 14, lid 8, van de Prospectusrichtlijn

De in de Prospectusrichtlijn vastgelegde bevoegdheidsdelegatie is gewijzigd bij de "Omnibus II"-richtlijn. Op grond van de gewijzigde bevoegdheidsdelegatie is de ESMA voortaan bevoegd om ontwerpen van technische reguleringsnormen uit te werken tot nadere invulling van de bepalingen van de leden 1 tot en met 4 van artikel 14 betreffende de publicatie van het prospectus. De ESMA moet die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 1 juli 2015 aan de Commissie voorleggen. De ESMA heeft een openbare raadpleging over de ontwerpen van technische reguleringsnormen georganiseerd, die op 19 december 2014 is afgesloten.

Artikel 15, lid 7, van de Prospectusrichtlijn

De in de Prospectusrichtlijn vastgelegde bevoegdheidsdelegatie is gewijzigd bij de "Omnibus II"-richtlijn. Op grond van de gewijzigde bevoegdheidsdelegatie is de ESMA voortaan bevoegd om ontwerpen van technische reguleringsnormen uit te werken om nadere invulling te geven aan de bepalingen met betrekking tot de verspreiding van advertenties waarin het voornemen om effecten aan het publiek aan te bieden of de toelating van effecten tot de handel wordt aangekondigd, met name voordat het prospectus aan het publiek beschikbaar wordt gesteld of de inschrijving wordt geopend, alsook om nadere invulling te geven aan de bepalingen van artikel 15, lid 4. De ESMA moet die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 1 juli 2015 aan de Commissie voorleggen. De ESMA heeft een openbare raadpleging over de ontwerpen van technische reguleringsnormen georganiseerd, die op 19 december 2014 is afgesloten.

Artikel 20, lid 3, eerste alinea, van de Prospectusrichtlijn

Tot dusver heeft de Commissie nog geen gebruik gemaakt van de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen voor de vastlegging van algemene gelijkwaardigheidscriteria voor prospectussen uit derde landen. Intussen heeft de ESMA ter zake een niet-bindend kader uitgewerkt: "Framework for third country prospectuses under Article 20 of the Prospectus Directive" (zie Public statement ESMA/2011/36). De kwestie van de algemene gelijkwaardigheidscriteria voor prospectussen van derde landen zal tegen 1 januari 2016 worden beoordeeld in het kader van de toetsing waarin artikel 4 van de Prospectusrichtlijn II voorziet.

4. Conclusie

De Commissie heeft sommige van haar gedelegeerde bevoegdheden uitgeoefend. De in artikel 11, lid 3, artikel 13, lid 7, artikel 14, lid 8, en artikel 15, lid 7, van de Prospectusrichtlijn neergelegde bevoegdheidsdelegaties zijn gewijzigd bij de "Omnibus II"-richtlijn en de ESMA is momenteel bezig met het opstellen van de respectieve technische reguleringsnormen, die overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 door de Commissie zullen worden vastgesteld. Hoewel de Commissie van oordeel is dat de delegatie van bevoegdheden aan haar van cruciaal belang is geweest voor de verdere ontwikkeling van het ene "rulebook" en aldus voor de vaststelling van meer geharmoniseerde voorschriften van hoge kwaliteit, heeft zij van sommige van deze bevoegdheden tot dusver nog geen gebruik gemaakt. De desbetreffende bepalingen zullen eveneens tegen 1 januari 2016 worden onderzocht in het kader van de toetsing waarin artikel 4 van de Prospectusrichtlijn II voorziet. De Commissie vindt dat het Europees Parlement en de Raad deze bevoegdheidsdelegaties niet mogen intrekken in overeenstemming met artikel 24 ter van de Prospectusrichtlijn, omdat zij deze bevoegdheden in de toekomst eventueel nodig kan hebben om bepaalde gedelegeerde handelingen vast te stellen in het licht van de ontwikkelingen op de financiële markten. De Commissie verzoekt het Europees Parlement en de Raad nota te nemen van dit verslag.

[1] Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG

Top