Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52012PC0766

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD waarbij het Koninkrijk der Nederlanden wordt gemachtigd een maatregel toe te passen die afwijkt van artikel 193 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde

/* COM/2012/0766 final - 2012/0355 (NLE) */

52012PC0766

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD waarbij het Koninkrijk der Nederlanden wordt gemachtigd een maatregel toe te passen die afwijkt van artikel 193 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde /* COM/2012/0766 final - 2012/0355 (NLE) */


TOELICHTING

1.           ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Overeenkomstig artikel 395, lid 1, van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (hierna "de btw-richtlijn" genoemd) kan de Raad op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen elke lidstaat machtigen bijzondere, van de bepalingen van deze richtlijn afwijkende maatregelen te treffen, teneinde de belastinginning te vereenvoudigen of bepaalde vormen van belastingfraude of -ontwijking te voorkomen.

Bij brief, ingekomen bij de Commissie op 12 juli 2012 en op 4 oktober 2012, heeft het Koninkrijk der Nederlanden (hierna "Nederland" genoemd) verzocht om een maatregel te mogen toepassen die afwijkt van artikel 193 van de btw-richtlijn. Overeenkomstig artikel 395, lid 2, van de btw-richtlijn heeft de Commissie de overige lidstaten bij brief van 17 oktober 2012 van het verzoek van Nederland in kennis gesteld. Bij brief van 19 oktober 2012 heeft de Commissie Nederland meegedeeld dat zij over alle gegevens beschikte die zij nodig achtte voor de beoordeling van het verzoek.

Algemene context

Krachtens artikel 193 van de btw-richtlijn wordt de btw in de regel verschuldigd door de belastingplichtige die de goederen levert. De door Nederland gevraagde derogatie strekt er evenwel toe de belastingplichtige afnemer van de goederen tot voldoening van de btw te verplichten, zij het slechts onder bepaalde voorwaarden en uitsluitend voor leveringen van specifieke producten, namelijk mobiele telefoons en geïntegreerde schakelingen (processoren), spelconsoles en pc's voor mobiel gebruik.

Nederland schrijft dat een aantal bedrijven in deze sectoren de belastingen ontduikt door na de verkoop geen btw aan de belastingdienst af te dragen. Hun afnemers (voor zover zij belastingplichtigen met recht op aftrek zijn), die in het bezit zijn van een geldige factuur, behouden evenwel het recht op aftrek van voorbelasting. Bij de meest agressieve variant van deze ontduiking worden dezelfde goederen via een carrouselconstructie verschillende keren geleverd zonder dat er btw wordt voldaan. Door in die gevallen de afnemer van de goederen aan te wijzen als degene die de btw moet voldoen, zou de derogatie aan deze mogelijkheid tot belastingontduiking een einde maken.

Het derogatieverzoek is, wat de mobiele telefoons en geïntegreerde schakelingen betreft, sterk vergelijkbaar met de derogatie die aan Oostenrijk, Duitsland, Italië en het VK werd verleend bij Uitvoeringsbesluit 2010/710/EU van de Raad van 22 november 2010. Op basis van controles van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) heeft Nederland ook geconstateerd dat de fraude is verschoven naar spelconsoles, laptops en tablets en daarom vraagt het ook om machtiging voor deze producten. Een voldoende hoge drempel van EUR 10 000 zou moeten voorkomen dat de fraude naar de detailhandel verschuift.

Nederland erkent evenwel ook dat afzonderlijke derogaties, met een steeds ruimer toepassingsgebied, op de lange termijn geen afdoend antwoord kunnen bieden op EU-brede fraude. Daarom heeft het aanvaard dat de derogatie slechts van korte duur zou zijn en op hetzelfde tijdstip als de hierboven genoemde derogatie, namelijk 31 december 2013, zou aflopen, zodat in de toekomst een ander en geharmoniseerder btw-fraudebestrijdingsbeleid kan worden ontwikkeld.

In dit verband dient te worden verwezen naar het voorstel van de Commissie (COM(2009) 511) tot wijziging van de btw-richtlijn, dat alle geïnteresseerde lidstaten de mogelijkheid zou bieden een doelgerichte verleggingsregeling toe te passen voor bepaalde fraudegevoelige goederen en diensten zonder daarvoor om een derogatie te moeten vragen. Dit voorstel werd aangenomen bij Richtlijn 2010/23/EU van de Raad van 16 maart 2010, maar slechts ten dele, aangezien de goedkeuring voor de verleggingsregeling beperkt blijft tot broeikasgasemissierechten. In een verklaring voor de Raadsnotulen heeft de Raad toegezegd de andere punten van het voorstel verder te bespreken.

De Commissie is van mening dat de enige mogelijkheid om op dit gebied op EU-niveau efficiënt op te treden, erin bestaat dat voorstel goed te keuren in plaats van een versnipperde aanpak te volgen met afzonderlijke derogaties, die een grote impact kunnen hebben op andere lidstaten. De Commissie roept de Raad daarom op de onderhandelingen snel te hervatten.

In combinatie met het voorstel betreffende het snellereactiemechanisme (COM(2012) 428) zou de btw-ploffraude dan op de korte en de langere termijn worden aangepakt.

2.           RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELINGEN

Raadpleging van belanghebbende partijen

Niet van toepassing.

Effectbeoordeling

Het voorstel voor een besluit strekt ertoe btw-ontduiking te bestrijden en kan derhalve een positief effect op de btw-inkomsten hebben.

De maatregel zal niettemin gevolgen voor het bedrijfsleven hebben voor zover de regeling verschilt van die welke normaal van toepassing is bij leveringen van goederen. Dit zal de administratievoering compliceren voor bedrijven die niet uitsluitend handelen in de goederen die onder de derogatie vallen. Ook de voorgenomen controlemechanismen zullen extra verplichtingen inhouden voor de betrokken branche. Het is derhalve duidelijk dat deze derogatie de toets van de vereenvoudiging waarin artikel 395 voorziet, niet doorstaat en slechts voldoet aan de eis dat ontduiking wordt voorkomen.

3.           JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL

Samenvatting van de voorgestelde maatregel

Machtiging van Nederland tot toepassing van een maatregel die afwijkt van artikel 193 van de btw-richtlijn en met name voorziet in het gebruik van een verleggings­regeling voor binnenlandse leveringen van bepaalde goederen.

4.           GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het voorstel heeft geen negatieve gevolgen voor de begroting van de Unie.

5.           AANVULLENDE INFORMATIE

Het voorstel bevat een vervalbepaling.

2012/0355 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

waarbij het Koninkrijk der Nederlanden wordt gemachtigd een maatregel toe te passen die afwijkt van artikel 193 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde[1], en met name artikel 395, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)       Bij brieven, ingekomen bij de Commissie op 12 juli 2012 en 4 oktober 2012, heeft Nederland verzocht om machtiging tot toepassing van een bijzondere maatregel die afwijkt van artikel 193 van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de tot voldoening van de btw gehouden persoon.

(2)       Overeenkomstig artikel 395, lid 2, van Richtlijn 2006/112/EG heeft de Commissie de overige lidstaten bij brief van 17 oktober 2012 van het verzoek van Nederland in kennis gesteld. Bij brief van 19 oktober 2012 heeft de Commissie Nederland meegedeeld dat zij over alle gegevens beschikte die zij nodig achtte voor de beoordeling van het verzoek.

(3)       Krachtens artikel 193 van Richtlijn 2006/112/EG is de belastingplichtige die goederen levert of diensten verricht, in de regel ook de persoon die tot voldoening van de btw is gehouden. De door Nederland gevraagde derogatie strekt er evenwel toe de afnemer van de goederen, onder bepaalde voorwaarden, tot voldoening van de btw te verplichten in het geval van leveringen van specifieke producten, namelijk mobiele telefoons, geïntegreerde schakelingen, spelconsoles en pc's voor mobiel gebruik.

(4)       Volgens Nederland houdt een aantal bedrijven in deze sectoren zich bezig met frauduleuze activiteiten door na de verkoop van deze producten geen btw te voldoen. Hun afnemers hebben evenwel recht op aftrek van de voorbelasting omdat zij in het bezit zijn van een geldige factuur. Bij de meest agressieve variant worden de goederen via een carrouselconstructie verschillende keren geleverd zonder dat er btw wordt voldaan. In deze context heeft de Nederlandse inlichtingendienst een verschuiving van de fraude geconstateerd van mobiele telefoons en geïntegreerde schakelingen naar spelconsoles en pc's voor mobiel gebruik. Door in dergelijke gevallen de afnemer van de goederen aan te wijzen als degene die tot voldoening van de btw is gehouden, zou de derogatie een einde maken aan die mogelijkheid tot belastingontduiking.

(5)       Teneinde een doeltreffende werking van de derogatie te garanderen en een verschuiving van de belastingontduiking naar de detailhandel of naar andere goederen te voorkomen, zal Nederland passende controle- en rapportageverplichtingen invoeren. Daarnaast dient een minimumdrempel het risico dat de fraude naar de detailhandel verschuift, te beperken.

(6)       De machtiging dient slechts voor een zeer korte periode te gelden, omdat met name niet duidelijk is welk effect de verleggingsregeling mogelijkerwijs heeft op de werking van de btw-stelsels in de lidstaten die deze regeling toepassen, of in andere lidstaten. Zij verstrijkt op dezelfde datum als soortgelijke derogaties die zijn toegestaan voor mobiele telefoons en geïntegreerde schakelingen, zodat in de toekomst een omstandiger en geharmoniseerder fraudebestrijdingsbeleid kan worden opgezet.

(7)       De derogatiemaatregel heeft geen negatieve gevolgen voor de eigen middelen van de Unie uit de btw,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In afwijking van artikel 193 van Richtlijn 2006/112/EG wordt Nederland gemachtigd om de belastingplichtige afnemer van de navolgende goederen aan te wijzen als de tot voldoening van de btw gehouden persoon:

a).......... mobiele telefoons, dat wil zeggen toestellen die zijn vervaardigd of aangepast voor gebruik in een netwerk waarvoor een vergunning is afgegeven en die op gespecificeerde frequenties werken, ongeacht of zij nog een ander gebruik hebben;

b).......... geïntegreerde schakelingen zoals microprocessoren en centrale verwerkingseenheden, vóórdat deze in een eindproduct zijn ingebouwd;

c).......... spelconsoles, dat wil zeggen consoles waarvan de objectieve kenmerken en voornaamste functies van dien aard zijn dat zij bedoeld zijn voor het spelen van videogames of andere computerspellen, ongeacht of zij nog een ander gebruik hebben;

d).......... laptops en tablet-pc's.

De derogatie is van toepassing op leveringen van goederen waarvoor de maatstaf van heffing niet minder dan EUR 10 000 bedraagt.

Artikel 2

De in artikel 1 vervatte derogatie is slechts van toepassing als Nederland passende en effectieve controle- en rapportageverplichtingen invoert voor de belastingplichtigen die goederen leveren waarvoor de btw-plicht overeenkomstig dit besluit wordt verlegd.

Artikel 3

Dit besluit wordt van kracht op de dag van kennisgeving ervan.

Dit besluit vervalt op de datum van inwerkingtreding van de EU-regels krachtens welke alle lidstaten dergelijke maatregelen die afwijken van artikel 193 van Richtlijn 2006/112/EG, mogen aannemen, doch uiterlijk op 31 december 2013.

Artikel 4

Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk der Nederlanden.

Gedaan te Brussel,

                                                                       Voor de Raad

                                                                       De voorzitter

[1]               PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1.

Top