Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52012AP0495

P7_TA(2012)0495 Toewijzing van slots op luchthavens in de Europese Unie ***I Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 12 december 2012 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van slots op luchthavens in de Europese Unie (herschikking) (COM(2011)0827 — C7-0458/2011 — 2011/0391(COD)) P7_TC1-COD(2011)0391 Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 12 december 2012 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) nr. …/2013 van het Europees Parlement en de Raad betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van slots op luchthavens in de Europese UnieVoor de EER relevante tekst

PB C 434 van 23.12.2015, pp. 217–244 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

23.12.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 434/217


P7_TA(2012)0495

Toewijzing van slots op luchthavens in de Europese Unie ***I

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 12 december 2012 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van slots op luchthavens in de Europese Unie (herschikking) (COM(2011)0827 — C7-0458/2011 — 2011/0391(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure — herschikking)

(2015/C 434/43)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Commissie aan het Parlement en de Raad (COM(2011)0827),

gezien artikel 294, lid 2, en artikel 100, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-0458/2011),

gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 28 maart 2012 (1),

gezien het advies van het Comité van de Regio's van 18 juli 2012 (2),

gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten (3),

gezien de brief d.d. 9 mei 2012 van de Commissie juridische zaken aan de Commissie vervoer en toerisme, overeenkomstig artikel 87, lid 3, van zijn Reglement,

gezien de artikelen 87 en 55 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme (A7-0379/2012),

A.

overwegende dat het betreffende voorstel volgens de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig in het voorstel worden vermeld en dat met betrekking tot de codificatie van de ongewijzigde bepalingen van de eerdere besluiten met die wijzigingen kan worden geconstateerd dat het voorstel een eenvoudige codificatie van de bestaande besluiten behelst, zonder inhoudelijke wijzigingen;

1.

stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast, rekening houdend met de aanbevelingen van de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie;

2.

verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.


(1)  PB C 181 van 21.6.2012, blz. 173.

(2)  PB C 277 van 13.9.2012, blz. 110.

(3)  PB C 77 van 28.3.2002, blz. 1.


P7_TC1-COD(2011)0391

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 12 december 2012 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) nr. …/2013 van het Europees Parlement en de Raad betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van slots op luchthavens in de Europese Unie

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 100, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Gezien het advies van het Comité van de regio's (2),

Volgens de gewone wetgevingsprocedure (3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EEG) nr. 95/93 van de Raad van 18 januari 1993 betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van „slots” op communautaire luchthavens (4) is meermaals grondig gewijzigd (5). Nu opnieuw wijzigingen moeten worden aangebracht, is het om duidelijkheidsredenen aangewezen deze verordening te herschikken.

(2)

Door de toegang tot overbelaste luchthavens in de Unie te garanderen volgens onpartijdige, transparantie en niet-discriminerende regels, heeft Verordening (EEG) nr. 95/93 een belangrijke bijdrage geleverd tot de totstandbrenging van de interne luchtvaartmarkt en tot de ontwikkeling van betrekkingen tussen de Europese Unie, haar lidstaten en derde landen.

(3)

Er bestaat een toenemend gebrek aan evenwicht tussen het zich uitbreidende luchtverkeer in Europa en de capaciteit van bepaalde luchthavensinfrastructuur om aan deze vraag te voldoen. Een groeiend aantal luchthavens in de Gemeenschap heeft dan ook met overbelasting te kampen.

(4)

Het in 1993 vastgestelde systeem voor de toekenning van slots garandeert niet dat de slots optimaal worden toegekend en gebruikt, en dus ook niet dat de luchthavencapaciteit optimaal wordt gebruikt. Nu de congestie op luchthavens steeds groter wordt en de ontwikkeling van nieuwe grote luchthaveninfrastructuur beperkt blijft, zijn slots een schaarse hulpbron. De toegang tot slots is dan ook van cruciaal belang om luchtvervoersdiensten te kunnen leveren en om effectieve concurrentie in stand te houden. De toekenning en het gebruik van slots kunnen efficiënter worden gemaakt door marktmechanismen mechanismen voor uitwisseling van slots in te voeren, door ervoor te zorgen dat niet-gebruikte slots zo snel mogelijk en op transparante wijze ter beschikking worden gesteld van geïnteresseerde luchtvaartmaatschappijen en door de basisbeginselen van het systeem te versterken, zowel wat de toekenning, het beheer als het gebruik van de slots betreft. Historische slots zorgen voor stabiliteit van de uurregelingen van luchtvaartmaatschappijen, maar bij de toekomstige beoordeling van deze verordening kan worden besloten om geleidelijk andere marktmechanismen in te voeren, zoals de intrekking en veiling van historische slot. Bovendien is het belangrijk dat de toegang tot hubluchthavens vanuit regionale luchthavens behouden blijft waar dergelijke routes essentieel zijn voor de economie van de regio in kwestie. Derhalve moet de bezorgdheid om de efficiënte toekenning van slots worden afgewogen tegen de noodzaak om de externe voordelen van luchtdiensten en met name de waarde die ze opleveren voor de Europese regio's, te beschermen . [Am. 1]

(5)

Het is derhalve nodig om het systeem voor de toekenning van slots op luchthavens in de Unie te wijzigen.

(5 bis)

De desbetreffende rechtsleer en jurisprudentie hebben vooralsnog geen uitputtende juridische definitie van de term 'slots op luchthavens' gegeven. Het is zinvol vanaf nu uit te gaan van de veronderstelling dat het gebruik van slots in het algemeen belang — dus geen publiek goed in de strikte zin van het woord — kan dienen als richtsnoer voor een toekomstige juridische definitie van de term. Het is derhalve passend een definitie van 'slots' te formuleren die de mogelijkheid schept dat aan slots rechten verbonden kunnen zijn, en die hun toekenning regelt. [Am. 79]

(6)

De toewijzing van „slots” op overbelaste luchthavens moet dient gebaseerd te zijn op onpartijdige, doorzichtige en niet-discriminerende regels. [Am. 2]

(7)

Het huidige systeem voor de toekenning van slots moet worden aangepast aan de ontwikkeling van de marktmechanismen die op bepaalde luchthavens worden gebruikt om slots over te dragen of uit te wisselen. In haar Mededeling van de Commissie van 30 april 2008 over de toepassing van Verordening (EEG) nr. 95/93 betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van „slots” op communautaire luchthavens, heeft de Commissie zich ertoe verbonden om voorstellen tot wijziging van de geldende wetgeving in te dienen indien die nodig is om redenen die verband houden met de mededinging of om andere redenen.

(8)

Uit ervaring is gebleken dat er voor de secundaire handel in slots, d.w.z. de uitwisseling van slots tegen betaling of andere vergoedingen, geen uniform en coherent wetgevingskader bestaat dat de transparantie garandeert en en de concurrentie waarborgt. Het is dus noodzakelijk een kader op te stellen voor de secundaire handel in slots in de Europese Unie.

(9)

De doorzichtigheid van informatie is een essentiële voorwaarde voor een objectieve procedure voor de toewijzing van „slots”. Het is noodzakelijk deze doorzichtigheid te versterken en rekening te houden met de technologische vooruitgang.

(10)

Er moeten bepalingen worden vastgesteld om nieuwe gegadigden toegang tot de markt van de Unie te bieden. Uit ervaring blijkt dat de huidige definitie van de term 'nieuwe gegadigde' de concurrentie niet heeft bevordert en derhalve moet worden gewijzigd. Anderzijds moet misbruik worden bestreden door de mogelijkheden voor een luchtvaartmaatschappij om aanspraak te maken op de status van nieuwe gegadigde te beperken als zij, samen met haar moederbedrijf, haar eigen filialen of de filialen van haar moederbedrijf, meer dan 10 % van het totale aantal slots in handen heeft die op de dag in kwestie op een bepaalde luchthaven worden toegekend. Op gelijke wijze mag een luchtvaartmaatschappij ook niet als een nieuwe gegadigde worden beschouwd als zij de slots die zij als nieuwe gegadigde heeft gekregen, heeft doorgegeven om opnieuw deze status te verkrijgen.

(11)

De prioriteit die wordt gegeven aan een luchtvaartmaatschappij die een reeks slots vraagt op een luchthaven voor een regelmatige rechtstreekse passagiersdienst tussen deze luchthaven en een regionale luchthaven, moet worden geschrapt omdat deze situatie al onder de prioriteit valt die wordt gegeven aan luchtvaartmaatschappijen die een reeks slots vragen voor een regelmatige passagiersdienst, zonder tussenstop, tussen luchthavens in de Unie. [Am. 3]

(12)

Het is tevens noodzakelijk om moeten situaties te vermijden waarin door een gebrek aan beschikbare „slots” de voordelen van liberalisatie ongelijk zijn verdeeld en de mededinging wordt geschaad. [Am. 4]

(12 bis)

Niet-geregelde luchtdiensten dragen bij tot de regionale samenhang en mededinging. Wanneer luchtvaartmaatschappijen regelmatig slots hebben gebruikt voor dergelijk vervoer op een luchthaven die binnen het toepassingsgebied van deze verordening valt, zelfs indien die slots niet steeds dezelfde routes betreffen, moet prioriteit gegeven worden aan aanvragen voor het voortgezet gebruik van dergelijke slots. [Am. 5]

(13)

De voortgang die geboekt wordt bij de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim heeft belangrijke gevolgen voor het proces van de toekenning van slots. Door verplichte prestatieregelingen, waarbij de luchthavens, verleners van luchtvaartnavigatiediensten en gebruikers van het luchtruim worden onderworpen aan regels inzake toezicht op en verbetering van de prestaties, en door de functie van netwerkbeheerder, die gebaseerd is op de oprichting van een Europees routenetwerk en op het centrale beheer van het luchtverkeer, is het noodzakelijk de regels voor de toekenning van slots te actualiseren. Daarom moet een kader worden vastgesteld dat het mogelijk maakt de netwerkbeheerder, het prestatiebeoordelingsorgaan en de nationale toezichthouddende autoriteiten te betrekken bij de procedure voor het vaststellen van de luchthavencapaciteit en de coördinatieparameters. Er moet ook een nieuwe categorie luchthavens die van belang zijn voor dit netwerk worden vastgesteld, zodat het netwerk beter kan reageren op crisissituaties. [Am. 80]

(14)

Om de beschikbare luchthavencapaciteit te optimaliseren moeten procedures worden vastgesteld om vluchtplannen en slots moeten beter op elkaar worden afgestemd af te stemmen , zodat de luchthavencapaciteit beter kan worden benut en de stiptheid van de vluchten kan worden verbeterd. [Am. 7]

(15)

De lidstaat die verantwoordelijk is voor de luchthaven met bemiddeling inzake de dienstregelingen of de gecoördineerde luchtaven moet een coördinator aanstellen wiens onpartijdigheid boven alle twijfel verheven is. Daarom moet de rol van de coördinatoren en de bemiddelaars inzake de dienstregelingen worden versterkt. De coördinator moet derhalve juridisch, organisatorisch, financieel en wat de besluitvorming betreft onafhankelijk zijn van alle belanghebbende partijen, lidstaten en organen die afhankelijk zijn van deze staten. Om situaties te voorkomen waarin de activiteiten van de coördinator en de bemiddelaar inzake de dienstregelingen lijden onder een gebrek aan deskundigheid of menselijke, technische of financiële middelen, moet de lidstaat ervoor zorgen dat de coördinator over alle middelen beschikt die hem in staat stellen zijn taken goed uit te voeren. [Am. 8]

(16)

Er moeten aanvullende verplichtingen voor luchtvaartmaatschappijen worden vastgesteld voor wat de indienen van informatie bij de coördinator en de bemiddelaar inzake de dienstregelingen betreft. Bovendien moeten aanvullende sancties worden opgelegd indien informatie wordt weggelaten of indien valse of bedrieglijke informatie wordt ingediend. Voor de luchthavens die deel uitmaken van het netwerk andere luchthavens , zonder bijzondere status, zijn de luchtvaartmaatschappijen verplicht om hun vliegplannen of andere relevante informatie mee te delen als de coördinator of de bemiddelaar inzake de dienstregelingen daarom vraagt. [Am. 9]

(17)

De Unie moet zorgen voor vlotte samenwerking tussen de coördinatoren en de bemiddelaars inzake de dienstregelingen, zodat ze goede praktijken kunnen uitwisselen met het oog op de oprichting op termijn van een een enkele Europese coördinator op Europees niveau, rekening houdend met de voortgang die geboekt wordt bij de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim . [Am. 10]

(18)

Een luchthaven kan als gecoördineerd worden bestempeld mits aan de beginselen van doorzichtigheid, onpartijdigheid en niet-discriminatie wordt voldaan en onder de in deze verordening uiteengezette voorwaarden.

(19)

Het besluit om een luchthaven te coördineren moet door de voor die luchthaven verantwoordelijke lidstaat wordt genomen op grond van objectieve criteria. Gezien de vooruitgang die geboekt is bij de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim , functionele luchtruimblokken en de functie van netwerkbeheerder, is het nuttig de methoden voor de beoordeling van de luchthavencapaciteit op elkaar af te stemmen om een betere werking van het Europees netwerk voor luchtverkeersbeheer te garanderen. [Am. 11]

(20)

Er moet een procedure worden opgesteld die een lidstaat moet volgen wanneer zij besluit de kwalificatie van een gecoördineerde luchthaven of een luchthaven met bemiddeling inzake de dienstregelingen te wijzigen in, respectievelijk, luchthaven met bemiddeling inzake de dienstregelingen of luchthaven zonder status.

(21)

De geldigheidsduur van een reeks slots moet worden beperkt tot de dienstregelingsperiode waarvoor de reeks wordt toegekend. De prioriteit voor de toekenning van een reeks slots, zelfs historische, moet exclusief gebaseerd zijn op de toekenning of bevestiging door de coördinator. De coördinator moet toestaan dat voorrang wordt gegeven aan de toewijzing van een reeks historische slots op basis van correct gebruik ervan in het verleden. [Am. 81]

(22)

Onder welbepaalde voorwaarden is het nodig te voorzien in bijzondere bepalingen voor de handhaving van adequate binnenlandse luchtdiensten naar regio's van de desbetreffende lidstaat of lidstaten wanneer een openbaredienstverplichting is opgelegd.

(22 bis)

De inwerkingtreding van deze verordening mag geen afbreuk doen aan de verbindingen tussen regionale luchthavens en grote hubs. Het zou derhalve nuttig zijn passende maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat luchthavens in perifere, ultraperifere en eilandregio’s verbonden zijn met de grote Europese hubs en daarmee met het wereldwijde luchtverkeersnet. [Am. 13]

(23)

Uit ervaring is gebleken dat lokale regels geen nut hebben; met milieuaspecten kan immers rekening worden gehouden in de coördinatieparameters en de bediening van regio's kan volledig worden gegarandeerd door middel van openbaredienstverplichtingen. Bovendien kan niet worden uitgesloten dat dergelijke regels leiden tot discriminatie bij de toekenning van slots. Daarom moet de mogelijkheid om gebruik te maken van lokale regels worden beperkt. Alle technische, operationele, prestatie- en milieuaspecten waarmee de coördinatoren of bemiddelaars rekening moeten houden, moeten in de coördinatieparameters worden gedefinieerd. Lokale regels blijven aldus beperkt tot het toezicht op het gebruik van slots en op de mogelijkheid om de lengte van een reeks slots te beperken in de gevallen waarin de onderhavige verordening voorziet. Om een betere benutting van de luchthavencapaciteit te bevorderen, moeten twee basisbeginselen voor de toekenning van slots worden versterkt, namelijk de definitie van een reeks slots en de berekening van historische slots. Tegelijk moet de flexibiliteit die aan luchtvaartmaatschappijen wordt toegestaan, beter worden omkaderd teneinde verstoringen van de toepassing van deze verordening in de verschillende lidstaten te vermijden. Een betere benutting van de luchthavencapaciteit moet dus worden aangemoedigd. Tevens moet steun worden gegeven aan verbindingen tussen stations en luchthavens, en aan de integratie van trein- en vliegtickets. [Am. 91]

(24)

Om luchtvaartmaatschappijen de kans te geven zich aan te passen aan dwingende noodsituaties die gevolgen hebben voor een groot gedeelte van de dienstregelingsperiode, zoals een sterke terugval van het verkeer of een economische crisis die ernstige gevolgen heeft voor de activiteiten van luchtvaartmaatschappijen, moet de Commissie de toestemming krijgen om noodmaatregelen vast te stellen teneinde ce coherentie te garanderen van de maatregelen die op gecoördineerde luchthavens dienen te worden genomen. In het kader van deze maatregelen kunnen luchtvaartmaatschappijen hun prioriteit behouden bij de toekenning van dezelfde reeksen voor de volgende dienstregelingsperiode, zelfs als ze het minimumgebruik van 85 80 % niet hebben gehaald. [Am. 14]

(24 bis)

Deze verordening moet ruimte laten voor de eisen inzake flexibiliteit die nodig zijn voor de zakelijke luchtvaart en chartervluchten om niet-regelmatige vluchten te kunnen uitvoeren, vooral omdat dergelijke operatoren geen portefeuille aan slots kunnen opbouwen op basis van historische rechten. [Am. 15]

(25)

De rol van het coördinatiecomité moet op twee gebieden worden versterkt. Enerzijds moeten de netwerkbeheerder, het prestatiebeoordelingsorgaan en de nationale toezichtsautoriteit worden uitgenodigd om de vergaderingen van het comité bij te wonen. Anderzijds kan het coördinatiecomité voorstellen doen om advies geven aan de coördinator en/of de lidstaat over alle kwesties op het gebied van luchthavencapaciteit, met name die welke verband houden met de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim en de werking van het Europees netwerk voor luchtverkeersbeheer. Het comité moet ook advies kunnen verstrekken aan het prestatiebeoordelingsorgaan en de nationale toezichthoudende autoriteit over het verband tussen de coördinatieparameters en de prestatiekernindicatoren die worden voorgesteld aan de verleners van luchtvaartnavigatiediensten. [Am. 16]

(26)

Uit ervaring blijkt dat een groot aantal slots te laat opnieuw in de pool worden gestopt om opnieuw nuttig te kunnen worden toegekend. Luchthavenbeheerders moeten derhalve worden aangespoord om gebruik te maken van het systeem van luchthavenheffingen om een ontradend effect te hebben op dit soort gedrag financiële heffingsregelingen en om het thans van kracht zijnde sanctiestelsel aanzienlijk te verscherpen om de luchtvaartmaatschappijen ervan te weerhouden dergelijke praktijken te hanteren . Ofschoon zij de mogelijkheid hebben om van dit systeem mag deze mechanismen gebruik te maken , mogen luchthavenbeheerders evenwel niet luchtvaartmaatschappijen ontmoedigen om zich op de markt te begeven of diensten te ontwikkelen. [Am. 17]

(26 bis)

Met het oog op verbetering van de luchthavencapaciteit is het raadzaam in de verordening op te nemen dat de lidstaten de inkomsten uit verkoop van slots op de secundaire markt mogen gebruiken om het luchtverkeer en de ontwikkeling van nieuwe infrastructuur te optimaliseren. [Am. 18]

(27)

Het is wenselijk dat derde landen de maatschappijen van de Unie een gelijkwaardige behandeling geven.

(28)

De toepassing van deze verordening mag geen afbreuk doen aan de mededingingsregels van het Verdrag, inzonderheid de artikelen 101, 102 en 106. [Am. 19]

(29)

De ministeriële verklaring over de luchthaven van Gibraltar waarover op 18 september 2006 te Cordoba een akkoord is bereikt tijdens de eerste ministeriële bijeenkomst van het Forum voor dialoog over Gibraltar, vervangt de op 2 december 1987 te Londen afgelegde gemeenschappelijke verklaring over de luchthaven van Gibraltar, en de volledige naleving ervan wordt als de naleving van de verklaring van 1987 beschouwd.

(30)

Aan de Commissie moet de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen, teneinde de methoden voor het opstellen van een studie over de capaciteit en de vraag te verduidelijken. Het is van bijzonder belang dat de Commissie gedurende haar voorbereidende werkzaamheden adequaat overleg voert, onder meer op deskundigenniveau. [Am. 20]

(31)

De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen zorgen voor gelijktijdige, snelle en adequate toezending van de vereiste documenten aan het Europees Parlement en de Raad.

(32)

Om eenvormige voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van deze verordening te waarborgen, dienen uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie te worden toegekend. Deze uitvoeringsbevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (6).

(33)

Voor de vaststelling van uitvoeringshandelingen betreffende de oprichting van een Europese coördinator, het model voor het jaarlijkse activiteitenverslag van de coördinator en de bemiddelaar inzake de dienstregelingen en het besluit dat een of meerdere lidstaten maatregelen moeten nemen om een einde te stellen aan de discriminerende houding van een derde land tegenover luchtvaartmaatschappijen uit de Unie, moet de onderzoeksprocedure worden toegepast. [Am. 82]

(34)

In gerechtvaardigde gevallen die te maken hebben met de noodzaak om historische slots voort te zetten, moet de Commissie overeenkomstig de onderzoeksprocedure onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen vaststellen wanneer dit om dwingende noodredenen vereist is.

(35)

Deze verordening moet na een bepaalde toepassingsperiode opnieuw worden bezien om de werking ervan te beoordelen,

(35 bis)

Na overleg, onder meer op deskundigenniveau, dient de Commissie vervolgens een studie op te stellen over de capaciteit en de vraag, die uiterlijk een jaar na de inwerkingtreding van deze verordening aan het Europees Parlement en de Raad moet worden voorgelegd. [Am. 21]

(36)

Aangezien de doelstellingen van de maatregel, namelijk een homogenere toepassing van de EU-wetgeving inzake slots, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en, gezien de grensoverschrijdende dimensie van het luchtvervoer, beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie maatregelen nemen overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

Artikel 1

Toepassingsgebied

1.   Deze verordening is van toepassing op EU- luchthavens.

2.   De toepassing van deze verordening op de luchthaven van Gibraltar laat de respectieve rechtsopvattingen van het Koninkrijk Spanje en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreffende het geschil inzake de soevereiniteit over het grondgebied waarop de luchthaven is gelegen, onverlet.

Artikel 2

Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

1)

„slot”: door een coördinator overeenkomstig deze verordening aan een luchtvaartmaatschappij gegeven toestemming om op een welbepaalde datum data en tijd welbepaalde tijden de gehele voor de uitvoering van een luchtdienst noodzakelijke luchthaveninfrastructuur op een gecoördineerde luchthaven te gebruiken om te landen of op te stijgen, zoals toegewezen door een coördinator overeenkomstig deze verordening; [Am. 22]

2)

„nieuwe gegadigde”: een luchtvaartmaatschappij die, als onderdeel van een reeks slots, voor een bepaalde dag om een slot op een luchthaven verzoekt, als deze luchtvaartmaatschappij, als haar verzoek zou worden aanvaard, op die luchthaven op die dag minder dan vijf slots ter beschikking zou hebben.

b)

een luchtvaartmaatschappij die om een reeks slots verzoekt voor een rechtstreekse geregelde passagiersdienst tussen twee EU- luchthavens waar ten hoogste twee andere luchtvaartmaatschappijen op die dag dezelfde rechtstreekse geregelde dienst onderhouden tussen die luchthavens, als deze luchtvaartmaatschappij, als haar verzoek zou worden aanvaard, voor die rechtstreekse dienst op die luchthaven op die dag desondanks minder dan negen slots ter beschikking zou hebben. [Am. 23]

Een luchtvaartmaatschappij die, samen met haar moederonderneming, haar eigen filialen of de filialen van haar moederonderneming, meer dan 10 % van alle toegekende slots op de betrokken dag op een bepaalde luchthaven bezit, wordt op die luchthaven niet als nieuwe gegadigde beschouwd.

Een luchtvaartmaatschappij die, in de zin van artikel 13, slots die zij als nieuwe gegadigde heeft verkregen, heeft overgedragen aan een andere luchtvaartmaatschappij op dezelfde luchthaven teneinde opnieuw de status van nieuwe gegadigde op de luchthaven te verkrijgen, wordt geacht die status niet te hebben op die luchthaven;

3)

„dienstregelingsperiode”: het zomer- of het winterseizoen volgens de in de dienstregelingen van luchtvaartmaatschappijen gebezigde indeling, overeenkomstig de regels en richtsnoeren die op mondiale schaal door de luchtvervoerssector zijn vastgesteld;

4)

„EU- luchtvaartmaatschappij”: een luchtvaartmaatschappij met een geldige exploitatievergunning die door een lidstaat is afgegeven overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap (7);

5)

„luchtvaartmaatschappij”: een luchtvervoersonderneming die uiterlijk op 31 januari een geldige exploitatievergunning of gelijkwaardige vergunning voor het volgende zomerseizoen of uiterlijk op 31 augustus een geldige exploitatievergunning of gelijkwaardige vergunning voor het volgende winterseizoen bezit. Voor de toepassing van de artikelen 5, 9, 10, 11 en 13, omvat de definitie van luchtvaartmaatschappij ook maatschappijen uit de zakelijke luchtvaart. Voor de toepassing van de artikelen 7, 17 en 18 omvat de definitie van luchtvaartmaatschappij ook alle burgerluchtvaartmaatschappijen;

6)

„groep luchtvaartmaatschappijen”: twee of meer luchtvaartmaatschappijen die samen gezamenlijke diensten of diensten op basis van een franchiseregeling of codesharing verrichten , of in het geval van chartermaatschappijen een consortium, om een bepaalde luchtdienst uit te voeren slot te gebruiken ; [Am. 24]

7)

„verlener van luchtvaartnavigatiediensten”: elke verlener van luchtvaartnavigatiediensten in de zin van artikel 2, lid 5, van Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 tot vaststelling van het kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijke Europese luchtruim (de Kaderrichtlijn) (8);

8)

„verlener van grondafhandelingsdiensten”: elke verlener van grondafhandelingsdiensten in de zin van artikel […] van Verordening (EU) nr. […] (inzake grondafhandelingsdiensten), of elke luchthavengebruiker in de zin van artikel […] van Verordening (EU) nr. […] (inzake grondafhandelingsdiensten) die aan zelfafhandeling doet in de zin van artikel […] van Verordening (EU) nr. […] (inzake grondafhandelingsdiensten);

9)

„luchthaven die deel uitmaakt van hetnetwerk”: een luchthaven die niet wordt geconfronteerd met problemen van overbelasting maar die, in geval van plotse en aanzienlijke toename van eht verkeer of in geval van plotse en aanzienlijke afname van haar capaciteit, een invloed kan hebben op de werking van het Europees netwerk voor luchtverkeersbeheer (hierna „het netwerk” genoemd) overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EG) nr. 551/2004 van het Europees Parlement en de Raad  (9) ; [Am. 25]

10)

„luchthaven met bemiddeling inzake de dienstregelingen”: een luchthaven waar op sommige periodes van de dag, de week of het jaar congestie kan ontstaan die waarschijnlijk kan worden opgelost door vrijwillige samenwerking tussen luchtvaartmaatschappijen en waar een bemiddelaar inzake de dienstregelingen is aangesteld om de diensten van luchtvaartmaatschappijen die op die luchthaven vluchten uitvoeren of willen uitvoeren, te vergemakkelijken;

11)

„gecoördineerde luchthaven”: elke luchthaven waarop een luchtvaartmaatschappij of andere exploitant van vliegtuigen, om te kunnen landen of opstijgen, moet beschikken over een door een coördinator toegewezen slot, met uitzondering van overheidsvluchten, noodlandingen en humanitaire vluchten;

12)

„luchthavenbeheerder”: de entiteit die, al dan niet naast andere activiteiten, krachtens de nationale wet- of regelgeving verantwoordelijk is voor de administratie en het beheer van de luchthavenfaciliteiten en de coördinatie en controle van de activiteiten van de verschillende ondernemingen op die luchthaven;

13)

„reeks slots”: ten minste 15 slots die voor een zomer dienstregelingsperiode en 10 vijf slots die voor een winterdienstregelingsperiode op regelmatig voor hetzelfde tijdstip en op dezelfde dag van de week voor opeenvolgende weken in dezelfde dienstregelingsperiode zijn aangevraagd en op deze basis door de coördinator zijn toegewezen, of, wanneer dat niet mogelijk is, op ongeveer hetzelfde tijdstip zijn toegewezen , tenzij anders is overeengekomen in een lokale regel onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 9, lid 8 ; [Am. 26]

14)

„zakelijke luchtvaart”: die sector van de algemene luchtvaart die betrekking heeft op de exploitatie of het gebruik van vliegtuigen door ondernemingen voor het vervoer van passagiers of goederen als onderdeel van hun bedrijfsvoering; de vluchten zijn over het algemeen niet toegankelijk voor het publiek en de piloten hebben minimaal een geldig bewijs van bevoegdheid als beroepsvlieger met kwalificatie voor het vliegen op instrumenten;

15)

„coördinatieparameters”: de beschrijving in operationele termen van alle capaciteit die gedurende elke dienstregelings periode op een luchthaven voor de toewijzing van slots beschikbaar is en de operationele regels inzake het gebruik van de capaciteit, waarin alle technische, operationele en milieufactoren tot uiting komen die de prestaties van de luchthaveninfrastructuur en de verschillende subsystemen beïnvloeden;

16)

„vluchtplan”: specifieke informatie die aan de eenheden van de luchtverkeersdienst wordt verstrekt over een geplande vlucht of een gepland vluchtgedeelte van een luchtvaartuig;

17)

„regelmatige luchtdienst”: een reeks vluchten met de kenmerken die gedefinieerd zijn in artikel 2, punt 16, van Verordening (EG) nr. 1008/2008;

18)

geprogrammeerde niet-regelmatige luchtdienst”: een reeks vluchten vlucht die niet voldoet aan alle voorwaarden van artikel 2, punt 16, van Verordening (EG) nr. 1008/2008, maar die worden uitgevoerd met een dusdanige regelmaat of frequentie dat ze duidelijk deel uitmaken van een systematische reeks; [Am. 75]

19)

„netwerkbeheerder”: het krachtens artikel 6 van Verordening (EG) nr. 551/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de organisatie en het gebruik van het gemeenschappelijk Europees luchtruim (de Luchtruimverordening) (10) opgerichte orgaan voor luchtverkeersbeheer dat optimale benutting van het luchtruim mogelijk moet maken, dat moet garanderen dat luchtruimgebruikers geprefereerde trajecten kunnen exploiteren en dat moet voorzien in maximale toegang tot het luchtruim en tot luchtvaartnavigatiediensten ; [Am. 28]

20)

„prestatiebeoordelingsorgaan”: het orgaan dat krachtens artikel 11 van Verordening (EG) nr. 549/2004 is opgericht;

21)

„nationale toezichthoudende autoriteit”: het orgaan dat door de lidstaten is aangewezen of opgericht om dienst te doen als nationale autoriteit overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 549/2004.

AANWIJZING VAN LUCHTHAVENS

Artikel 3

Voorwaarden voor luchthavencoördinatie of bemiddeling inzake de dienstregelingen op een luchthaven

1.   De lidstaten zijn niet verplicht een luchthaven als luchthaven met bemiddeling inzake de dienstregelingen of als gecoördineerde luchthaven aan te wijzen, behoudens overeenkomstig het bepaalde in dit artikel.

De lidstaten wijzen een luchthaven uitsluitend als gecoördineerde luchthaven aan overeenkomstig het bepaalde in lid 3.

2.   Een lidstaat mag evenwel een luchthaven als luchthaven met bemiddeling inzake de dienstregelingen laten aanwijzen op voorwaarde dat is voldaan aan de beginselen van doorzichtigheid, onpartijdigheid en niet-discriminatie.

3.   De verantwoordelijke lidstaat zorgt ervoor dat een grondige analyse van de capaciteit en de vraag wordt uitgevoerd op een luchthaven die niet is aangewezen, een luchthaven die deel uitmaakt van het Europees netwerk voor luchtverkeersbeheer (hierna „het netwerk” genoemd) of een luchthaven die deel uitmaakt van het Europees netwerk voor luchtverkeersbeheer (hierna „het netwerk” genoemd) of een luchthaven met bemiddeling inzake de dienstregelingen door de luchthavenbeheerder van die luchthaven of door een andere bevoegde instantie, wanneer die lidstaat dat noodzakelijk acht, dan wel binnen zes maanden:

i)

na een schriftelijk verzoek van luchtvaartmaatschappijen die meer dan de helft van de diensten op een luchthaven voor hun rekening nemen of van de luchthavenbeheerder, wanneer zij van oordeel zijn dat de capaciteit voor de bestaande of geplande diensten tijdens sommige perioden ontoereikend is; of

ii)

op verzoek van de Commissie, met name wanneer nieuwe gegadigden ernstige problemen ondervinden bij het verwerven van aankomst- en vertrekmogelijkheden op de betrokken luchthaven of wanneer de netwerkbeheerder dit nodig acht om de samenhang tussen het operationeel plan van de luchthaven en het operationeel plan van het netwerk te garanderen, overeenkomstig artikel 6, lid 7, van Verordening (EU) nr. 677/2011 van de Commissie van 7 juli 2011 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van de netwerkfuncties voor luchtverkeersbeheer (11).

In deze analyse , die op algemeen aanvaarde en erkende methoden gebaseerd is, worden, rekening houdende met de op die luchthaven geldende milieueisen, de capaciteitstekorten bepaald. Hierbij worden de mogelijkheden onderzocht om deze tekorten te verhelpen door nieuwe of gewijzigde infrastructuur, exploitatiewijzigingen of eventuele andere wijzigingen en wordt de voor het oplossen van de problemen benodigde termijn vastgesteld.

De analyse wordt gebaseerd op methoden die de Commissie bij gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, overeenkomstig artikel 15 van deze verordening. Deze methoden nemen de eisen van het operationeel netwerkplan in acht, zoals vereist bij bijlage V van Verordening (EU) nr. 677/2011.

De analyse wordt bijgewerkt wanneer een beroep is gedaan op lid 6, wanneer er op de luchthaven veranderingen met ingrijpende gevolgen voor de capaciteit en het gebruik daarvan plaatsvinden of op verzoek van het coördinatiecomité, de lidstaat of de Commissie. Zowel de analyse als de gevolgde methode worden ter beschikking gesteld van de partijen die om de analyse hebben verzocht en, op verzoek, van andere belanghebbenden. De analyse wordt tegelijkertijd aan de Commissie meegedeeld.

4.   Aan de hand van de analyse pleegt de lidstaat overleg over de capaciteitssituatie op de luchthaven met de luchthavenbeheerder, de luchtvaartmaatschappijen die regelmatig van de luchthaven gebruik maken, hun representatieve organisaties, vertegenwoordigers van de algemene luchtvaart die regelmatig van de luchthaven gebruik maken en de luchtverkeersleidingsautoriteiten.

5.   De Commissie kan de netwerkbeheerder verzoeken advies uit te brengen over de wijze waarop de capaciteit wordt vastgesteld in verhouding tot de werkingsbehoeften van het netwerk. De Commissie kan aanbevelingen opstellen. Als de lidstaten deze aanbevelingen niet volgen, moeten zij dit motiveren. De beslissing wordt meegedeeld aan de Commissie.

6.   Indien zich tijdens ten minste één dienstregelingsperiode capaciteitsproblemen voordoen, zorgt de lidstaat ervoor dat de luchthaven voor de relevante periodes alleen als gecoördineerd wordt aangewezen wanneer

a)

de tekorten van dien aard zijn dat ernstige vertragingen op de luchthaven niet kunnen worden vermeden, en

b)

er geen mogelijkheden zijn om deze problemen op korte termijn op te lossen.

7.   In afwijking van lid 6, onder b), mogen de lidstaten in uitzonderlijke omstandigheden de getroffen luchthavens voor de passende periode, die korter kan zijn dan een dienstregelingsperiode, aanwijzen als gecoördineerd.

Bij wijze van uitzondering op leden 3, 4, 5 en 6 mogen de lidstaten, in noodsituaties, de getroffen luchthavens voor de desbetreffende periode als gecoördineerd aanwijzen.

8.   Als uit de geactualiseerde studie van de capaciteit en de vraag op een gecoördineerde luchthaven of een luchthaven met bemiddeling inzake de dienstregelingen blijkt dat de desbetreffende luchthaven voldoende capaciteit heeft om tegemoet te komen aan de effectieve of verwachte bewegingen op die luchthaven, wijzigt de lidstaat, na overleg met de in lid 4 vermelde entiteiten, de status van de luchthaven respectievelijk in luchthaven met bemiddeling inzake de dienstregelingen of in luchthaven zonder status.

9.   Op verzoek van de Commissie, die op eigen initiatief of op initiatief van de netwerkbeheerder kan optreden, en na raadplegen van de in lid 4 vermelde entiteiten, ziet de lidstaat erop toe dat een luchthaven zonder status wordt aangewezen als luchthaven die deel uitmaakt van het netwerk. De beslissing wordt meegedeeld aan de Commissie. Als de Commissie van mening is dat de luchthaven niet meer belangrijk is voor het netwerk, wijzigt de lidstaat, na raadpleging van de in lid 4 vermelde entiteiten, haar wijziging van de luchthaven in luchthaven zonder status.

10.   Wanneer een beslissing wordt genomen uit hoofde van lid 6, of 8 of 9, wordt zij uiterlijk op 1 april voor de winterdienstregelingsperiode en uiterlijk op 1 september voor de zomerdienstregelingsperiode door de lidstaat meegedeeld aan de in lid 4 vermelde entiteiten. [Am. 29]

Artikel 4

Coördinatieparameters

1.   Op een gecoördineerde luchthaven of een luchthaven met bemiddeling inzake de dienstregeling draagt de verantwoordelijke lidstaat er zorg voor dat de coördinatie parameters tweemaal per jaar worden vastgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met alle relevante technische, operationele, prestatie-, en milieubeperkingen en de eventuele veranderingen die hierin zijn opgetreden Deze beperkingen moeten aan de Commissie worden meegedeeld. De Commissie, voor zover nodig met de steun van de netwerkbeheerder, onderzoekt de beperkingen en stelt aanbevelingen op waarmee de lidstaat rekening moet houden alvorens de coördinatieparameters vast te stellen. [Am. 30]

Hierbij wordt uitgegaan van een objectieve analyse van de mogelijkheden om het luchtverkeer te verwerken, rekening houdend met de verschillende types verkeer op de luchthaven, de congestie van het luchtruim die tijdens de coördinatieperiode waarschijnlijk zal optreden en de capaciteitssituatie.

2.   De bepaling van de parameters en de gevolgde methode alsmede eventuele veranderingen daarin worden in het coördinatiecomité uitgebreid besproken teneinde de capaciteit en het aantal voor toewijzing beschikbare slots te verhogen, voordat een definitief besluit over de coördinatie parameters wordt genomen. Alle relevante documenten worden desgevraagd ter beschikking van belanghebbenden gesteld.

3.   De vaststelling van de coördinatieparameters mag het onpartijdige en niet-discriminerende karakter van de slottoekenning niet in het gedrang brengen. [Am. 31]

4.   De parameters worden tijdig vóór de eerste toekenning van slots ter voorbereiding van de planningsconferenties meegedeeld aan de luchthavencoördinator.

5.   Ten behoeve van de in lid 1 genoemde taak stelt de coördinator, indien de lidstaat dit niet doet, na raadpleging van het coördinatiecomité in overeenstemming met de vastgestelde capaciteit passende coördinatie-intervallen vast.

ORGANISATIE VAN DE ACTIVITEITEN VOOR DE COÖRDINATIE, DE BEMIDDELING INZAKE DE DIENSTREGELINGEN EN DE GEGEVENSVERZAMELING

Artikel 5

De bemiddelaar inzake de dienstregelingen en de coördinator

1.   De lidstaat die verantwoordelijk is voor een van het netwerk deel uitmakende luchthaven met bemiddeling inzake de dienstregelingen of een gecoördineerde luchthaven, benoemt, na raadpleging van de luchtvaartmaatschappijen die regelmatig gebruik maken van de luchthaven, hun vertegenwoordigende organisaties, de luchthavenbeheerder en het coördinatiecomité, voor zover dit bestaat, een gekwalificeerde natuurlijke of rechtspersoon als bemiddelaar inzake de dienstregelingen respectievelijk luchthavencoördinator. Dezelfde bemiddelaar inzake de dienstregelingen of coördinator mag voor meer dan een luchthaven worden benoemd. [Am. 32]

2.   De lidstaten stimuleren de nauwe samenwerking tussen de coördinatoren en de bemiddelaars inzake de dienstregelingen, teneinde gemeenschappelijke projecten op Europees niveau te ontwikkelen. Afhankelijk Om het systeem van toekenning van slots op de Europese luchthavens verder te verbeteren en afhankelijk van de voortgang van deze de gemeenschappelijke projecten, de voortgang bij de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim en de resultaten van het in artikel 21 vermelde beoordelingsverslag, stelt de Commissie uitvoeringsmaatregelen gedelegeerde handelingen vast met betrekking tot de oprichting instelling van de functie van een Europese Europees coördinator. Deze uitvoeringsmaatregelen De gedelegeerde handelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 16, lid 2, artikel 15 bedoelde onderzoeksprocedure procedure . De in lid 3 van dit artikel bedoelde beginselen inzake de onafhankelijkheid van de coördinator , waaronder die op het vlak van de financiële voorwaarden, van de essentiële functies en van organisatie en besluitvorming, zijn mutatis mutandis van toepassing op de Europese coördinator. De Commissie benoemt de Europese coördinator volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. [Am. 86]

3.   De lidstaat die verantwoordelijk is voor een luchthaven met bemiddeling inzake de dienstregelingen of een gecoördineerde luchthaven, zorgt ervoor dat:

a)

op een luchthaven met bemiddeling inzake de dienstregelingen de bemiddelaar inzake de dienstregelingen zijn taken in overeenstemming met deze verordening op onafhankelijke, onpartijdige, niet-discriminerende en transparante wijze vervult;

b)

de coördinator op een gecoördineerde luchthaven op juridisch en organisatorisch vlak en op het vlak van de besluitvorming onafhankelijk is van elke belanghebbende partij van de lidstaat en de organen die afhankelijk zijn van deze staat; dit betekent dat:

i)

op juridisch vlak de essentiële functies van de coördinator, die eruit bestaan de slots op billijke en niet-discriminerende toe te kennen, worden toevertrouwd aan een natuurlijke of rechtspersoon die zelf geen dienstverlener op de luchthaven, geen luchtvaartmaatschappij die verbindingen exploiteert vanaf de luchthaven of geen beheerder van de luchthaven in kwestie is; om aan te tonen dat hij geen gemeenschappelijke belangen met deze entiteiten heeft, legt de coördinator of de bemiddelaar inzake de dienstregelingen jaarlijks een verklaring over zijn financiële belangen af; [Am. 33]

ii)

op het vlak van organisatie en besluitvorming de coördinator autonoom optreedt tegenover de lidstaat, de luchthavenbeheerder, de dienstverleners en de luchtvaartmaatschappijen de verbindingen exploiteren vanaf de de luchthaven in kwestie, geen orders van hen ontvangt en geen verslagen bij hen moet indienen, behalve bij de lidstaat, geen deel uitmaakt van de structuren die direct of indirect belast zijn met hun dagelijks beheer en over effectieve beslissingsmacht beschikt voor wat betreft de elementen van de activa de nodig zijn voor zijn functioneren. De lidstaten zien erop toe dat zodanig rekening wordt gehouden met de professionele belangen van de coördinator dat hij in alle onafhankelijkheid kan handelen;

ii bis)

de samenstelling van de raad van bestuur of het toezichthoudend orgaan van de coördinator ook onafhankelijk is van de directe belangen van de luchthavenbeheerder, de luchtvaartmaatschappijen die van die luchthaven gebruikmaken en elke andere entiteit die een gebruiker of dienstverlener vertegenwoordigt. Dit sluit echter niet uit dat vertegenwoordigers van dergelijke entiteiten lid van een raad van bestuur of toezichthoudend orgaan kunnen zijn, op voorwaarde dat er een evenwicht is in de stemrechten. [Am. 34]

ii ter)

met het oog daarop de coördinator of de bemiddelaar inzake de dienstregelingen een natuurlijke of rechtspersoon is die gedurende de twee aan zijn benoeming voorafgaande jaren en gedurende de twee op de beëindiging van zijn taak als coördinator of bemiddelaar inzake de dienstregelingen volgende jaren niet in dienst mag zijn geweest dan wel regelmatig hebben samengewerkt met de luchthavenbeheerder of een dienstverlener of een vanaf de luchthaven in kwestie opererende luchtvaartmaatschappij; [Am. 35]

c)

het systeem voor de financiering van de activiteiten van de coördinator en van de bemiddelaar inzake de dienstregelingen zodanig is dat de onafhankelijke status van de coördinator wordt gewaarborgd; [Am. 36]

d)

de coördinator zijn taken in overeenstemming met deze verordening op onpartijdige, niet-discriminerende en transparante wijze verricht.

De bij punt c) voorziene financiering wordt gewaarborgd door de alle luchtvervoerders die actief zijn op de gecoördineerde luchthavens en de luchthavens met bemiddeling inzake de dienstregelingen en door deze luchthavens de luchthaven, zodat de financiële last evenredig wordt verdeeld over alle belanghebbende partijen en vermeden wordt dat de financiering hoofdzakelijk afhankelijk is van één belanghebbende partij. Een procedure voor inspraak van de belanghebbenden, met inbegrip van de mogelijkheid van beroep, wordt door de lidstaten ingesteld om een transparante, niet-discriminerende en gecorreleerde tarifering te waarborgen voor de door de coördinator of bemiddelaar inzake de dienstregelingen verleende dienst. De inning van de bijdragen van de luchtvaartmaatschappijen is de taak van de betrokken luchthavens, die de bedragen aan de coördinator of bemiddelaar inzake de dienstregelingen overmaken. De lidstaten zien erop toe dat de coördinator permanent beschikt en de bemiddelaar inzake de dienstregelingen kunnen beschikken over de nodige financiële, personele, technische en materiële middelen en over de deskundigheid , zodat zij te allen tijde in staat zijn om zijn hun activiteiten uit te voeren. [Am. 37]

4.   De bemiddelaar inzake de dienstregelingen en de coördinator nemen deel aan alle planningsconferenties van luchtvaartmaatschappijen op internationaal niveau, overeenkomstig het recht van de Unie.

5.   De bemiddelaar inzake de dienstregelingen adviseert luchtvaartmaatschappijen en doet aanbevelingen inzake alternatieve aankomst- en/of vertrektijden wanneer het waarschijnlijk is dat er congestie zal optreden.

6.   De coördinator is als enige verantwoordelijk voor de toewijzing van slots. Hij wijst de slots in overeenstemming met de bepalingen van deze verordening toe en treft de nodige voorzieningen om slots in dringende gevallen buiten de kantooruren te kunnen toewijzen.

7.   De bemiddelaar inzake de dienstregelingen ziet erop toe dat de exploitatie van de luchtvaartmaatschappijen overeenstemt met de hun aanbevolen dienstregelingen.

De coördinator ziet erop toe dat de exploitatie van de luchtvaartmaatschappijen overeenstemt met de hun toegewezen slots. Deze overeenstemmingscontroles worden uitgevoerd in samenwerking met de luchthavenbeheerder, en de luchtverkeersleidingsautoriteiten en de netwerkbeheerder , waarbij rekening wordt gehouden met de tijd en andere voor de betrokken luchthaven relevante parameters. [Am. 38]

Alle bemiddelaars inzake de dienstregelingen en coördinatoren werken samen om tegenstrijdigheden in de dienstregelingen aan het licht te brengen en sporen de luchtvaartmaatschappijen aan om deze op te lossen.

Artikel 6

Transparantie van de activiteiten voor coördinatie en bemiddeling inzake de dienstregelingen

1.   Aan het einde van elke dientregelingsperiode De coördinator of de bemiddelaar inzake de dienstregelingen dient jaarlijks bij de betrokken lidstaten, en, de Commissie en alle bij hun financiering betrokken partijen op hun verzoek, een verslag van de werkzaamheden in waarin de algemene situatie met betrekking tot de toekenning van slots en/of de bemiddeling inzake de dienstregelingen wordt uiteengezet. In dit verslag wordt met name de toepassing van artikel 9, lid 5, en de artikelen 13 en 18 onderzocht, alsook eventuele klachten over de toepassing van de artikelen 9 en 10 die bij het coördinatiecomité zijn ingediend en de initiatieven die zijn genomen om hiervoor een oplossing te vinden. Het verslag bevat bovendien geaggregeerde en individuele gegevens over de financiële vergoedingen voor de verkoop van slots als bedoeld in artikel 13 en verslag bevat ook de resultaten van een enquête onder de belanghebbende partijen over de kwaliteit van de door de coördinator en de bemiddelaar inzake de dienstregelingen verleende diensten.

De coördinator en de bemiddelaar inzake de dienstregelingen dienen bovendien bij de Commissie, de lidstaten en alle bij hun financiering betrokken partijen jaarlijks een afzonderlijk financieel verslag in, waarin de ontvangsten en uitgaven in verband met hun werkzaamheden gedetailleerd vermeld worde.

2.   De Commissie kan een model vaststellen voor het in lid 1 bedoelde activiteitenverslag. Dit uitvoeringsbesluit wordt vastgesteld overeenkomstig de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

3.   De coördinator houdt , voor elke luchthaven waarvoor hij verantwoordelijk is gesteld, een elektronische en voor alle geïnteresseerden, waaronder het Europees Parlement, op verzoek gratis toegankelijke gegevensbank bij met de volgende informatie:

a)

de historische „slots” per luchtvaartmaatschappij in chronologische volgorde voor alle luchtvaartmaatschappijen die van de luchthaven gebruik maken;

b)

de aangevraagde „slots” per luchtvaartmaatschappij en in chronologische volgorde voor alle luchtvaartmaatschappijen;

c)

alle toegewezen „slots” en nog niet afgehandelde aanvragen voor „slots” per luchtvaartmaatschappij in chronologische volgorde voor alle luchtvaartmaatschappijen;

d)

de nog beschikbare slots in verhouding tot elk type beperking waarmee rekening is gehouden in de coördinatieparameters. De gegevensbank moet de luchtvaartmaatschappijen en de luchthavens in staat stellen na te gaan of er nog slots ze beschikbaar zijn die overeenstemmen met hun behoeften;

e)

de overgedragen of uitgewisselde slots, waarbij de identiteit van de betrokken luchtvaartmaatschappijen is vermeld en is aangegeven of de overdracht of uitwisseling tegen een financiële of ander vergoeding heeft plaatsgevonden. Elk jaar worden geaggregeerde gegevens over de financiële vergoedingen gepubliceerd;

f)

alle details over de coördinatieparameters.

Deze gegevens worden permanent geactualiseerd. Aan het einde van elk seizoen De coördinator zorgt voor de jaarlijkse publicatie van het in lid 1 vermelde activiteitenverslag;

4.   De coördinator zorgt ervoor dat de gegevens worden bijgehouden en toegankelijk zijn gedurende minstens vijf opeenvolgende dienstregelingsperioden.

5.   Wanneer er relevante, algemeen aanvaarde normen voor het formaat van de informatie over de dienstregelingen beschikbaar zijn, passen de bemiddelaar inzake de dienstregelingen, de coördinator en de luchtvaartmaatschappijen deze toe, op voorwaarde dat deze in overeenstemming zijn met het — recht van de Unie. [Am. 39]

Artikel 7

Informatie van de bemiddelaar inzake de dienstregelingen en de coördinator

1.   Luchtvaartmaatschappijen die op een luchthaven die deel uitmaakt van het netwerk, een luchthaven met bemiddeling inzake de dienstregelingen of een volledig gecoördineerde luchthaven diensten exploiteren of voornemens zijn dat te doen, verstrekken de bemiddelaar inzake de dienstregelingen respectievelijk de coördinator alle door hem gevraagde relevante informatie. Wanneer een wijziging optreedt in deze informatie, stellen de luchtvaartmaatschappijen de bemiddelaar inzake de dienstregelingen en de coördinator hier zo snel mogelijk van hiervan bij de eerste hiervoor in aanmerking komende gelegenheid in kennis. Alle relevante informatie wordt verstrekt in de vorm en binnen de termijn die door de bemiddelaar inzake de dienstregelingen of de coördinator zijn opgegeven. Met name deelt een luchtvaartmaatschappij de coördinator op het tijdstip van het verzoek om toewijzing mee of zij wat de gevraagde slots betreft overeenkomstig artikel 2, punt 2, in aanmerking komt voor de status van nieuwe gegadigde en of zij aangesloten is bij andere maatschappijen die op dezelfde luchthaven opereren, om te voorkomen dat zij deze status op ongerechtvaardigde wijze verkrijgt . [Am. 40]

Voor alle andere luchthavens die niet speciaal zijn aangewezen, verstrekken de luchtvaartmaatschappijen die diensten op de luchthaven exploiteren of voornemen zijn te exploiteren, verstrekt de luchthavenbeheerder, de verleners van grondafhandelingsdiensten en de verleners van luchtvaartnavigatiediensten op verzoek van een coördinator of een bemiddelaar inzake de dienstregelingen binnen redelijke termijn alle informatie over geplande diensten van luchtvaartmaatschappijen waarover zij hij beschikkent. [Am. 41]

Op verzoek van de netwerkbeheerder verstrekken de bemiddelaar inzake de dienstregelingen of de coördinator hem alle in de vorige alinea bedoelde informatie.

2.   Als een luchtvaartmaatschappij de in lid 1 bedoelde informatie niet verstrekt, neemt de coördinator de slotaanvraag of -aanvragen, waarop de ontbrekende, onjuiste of misleidende informatie betrekking heeft, van die luchtvaartmaatschappij niet in overweging, tenzij de maatschappij op overtuigende wijze kan aantonen dat er verzachtende omstandigheden zijn, of zij onjuiste of misleidende informatie verstrekt. Hij trekt de slot of de reeds toegekende reeksen slots in en/of beveelt het bevoegde orgaan aan om overeenkomstig het nationale recht sancties toe te passen. De coördinator stelt biedt de betrokken luchtvaartmaatschappij in staat de gelegenheid haar opmerkingen te maken. [Am. 42]

3.   De bemiddelaar inzake de dienstregelingen of coördinator, de luchthavenbeheerder, en de luchtverkeersleidingsautoriteiten en de netwerkbeheerder wisselen alle voor de uitvoering van hun onderscheiden taken vereiste informatie uit, waaronder vluchtgegevens en slots, met name om de toepassing van artikel 17 te garanderen. [Am. 43]

3 bis.     De vorm en het bereik van de in dit artikel bedoelde informatie worden vastgelegd in een wereldwijd door de sector overeengekomen norm. De verstrekte informatie moet louter voor de toepassing van deze verordening worden gebruikt. [Am. 44]

Artikel 8

Coördinatiecomité

1.   Op een gecoördineerde luchthaven zorgt de verantwoordelijke lidstaat ervoor dat er een coördinatiecomité wordt ingesteld. Hetzelfde coördinatiecomité mag voor meer dan een luchthaven worden aangewezen. Het lidmaatschap van dit comité staat op zijn minst open voor de luchtvaartmaatschappijen die regelmatig tijdens de huidige dienstregelingsperiode veelvuldig van de luchthaven(s) gebruikmaken en die er tijdens de vorige dienstregelingsperiode gebruik van hebben gemaakt, en hun vertegenwoordigende organisaties, de betrokken luchthavenbeheerder, en de betrokken luchtverkeersleidingsautoriteiten en vertegenwoordigers van de algemene luchtvaart die regelmatig gebruikmaken van de luchthaven, Naast deze leden mogen ook vertegenwoordigers van de netwerkbeheerder, het prestatiebeoordelingsorgaan en de nationale toezichthoudende autoriteit van de betrokken desbetreffende lidstaat uitsluitend als waarnemer zonder stemrecht vergaderingen van het coördinatiecomité bijwonen . Het coördinatiecomité kan andere instanties die direct of indirect bij de toekenning van slots betrokken zijn, uitnodigen om een vergadering als waarnemer bij te wonen. Willen deze instanties een vergadering bijwonen, dan moeten hun geloofsbrieven ten minste zeven werkdagen voor de vergadering aan het coördinatiecomité worden voorgelegd .

De taken van het coördinatiecomité zijn:

a)

de coördinator en/of de lidstaat voorstellen te doen of te adviseren inzake:

i)

mogelijkheden om de capaciteit van de luchthaven, welke overeenkomstig artikel 3 is bepaald, te vergroten of beter te gebruiken;

ii)

overeenkomstig artikel 4 te bepalen coördinatieparameters;

iii)

methoden om het gebruik van de toegewezen slots te controleren;

iv)

lokale richtsnoeren zoals bepaald in artikel 9, lid 8;

v)

de factoren die van invloed zijn op de verkeerssituatie op de betrokken luchthaven;

vi)

ernstige problemen die nieuwe gegadigden ondervinden als bedoeld in artikel 9, lid 6;

vii)

alle kwesties die te maken hebben met de capaciteit van de luchthaven, met name kwesties die verband houden met de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim en de werking van het netwerk;

vii bis)

aanbevelingen inzake efficiëntie, kosten en effectiviteit van het coördinatieproces;

b)

het prestatiebeoordelingsorgaan en de nationale toezichthoudende autoriteit advies te verstrekken over het verband tussen de coördinatieparameters en de prestatiekernindicatoren die worden voorgesteld aan de verleners van luchtvaartnavigatiediensten, zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 691/2010 van de Commissie van 29 juli 2010 tot vaststelling van een prestatieregeling voor luchtvaartnavigatiediensten en netwerkfuncties (12);

c)

tussen alle betrokkenen te bemiddelen inzake klachten over de toewijzing van slots als bedoeld in artikel 19.

2.   Op de vergaderingen van het coördinatiecomité worden vertegenwoordigers van de lidstaat en de coördinator als waarnemers uitgenodigd. De Commissie mag op verzoek deelnemen aan deze vergaderingen.

3.   Het coördinatiecomité stelt een schriftelijk reglement van orde vast met regels voor onder meer deelname, verkiezingen en besluitvorming , regelmaat van de vergaderingen en gebruikte taal c.q. talen.

Elk lid van het coördinatiecomité kan lokale richtsnoeren als bedoeld in artikel 9, lid 8 voorstellen. Op verzoek van de coördinator bespreekt het coördinatiecomité Het coördinatiecomité bespreekt de voorstellen voor lokale richtsnoeren. Aan de betrokken lidstaat wordt een verslag van de discussies in het coördinatiecomité voorgelegd met een indicatie van de onderscheiden standpunten binnen het comité. Dit verslag wordt ook meegedeeld aan het prestatiebeoordelingsorgaan en de netwerkbeheerder. [Ams 45 en 87]

TOEKENNING VAN SLOTS

Artikel 9

Slotpool

1.   De coördinator vormt een pool die alle slots omvat die niet volgens artikel 10, leden 2 en 3, zijn toegewezen . Alle nieuwe slotcapaciteit die overeenkomstig artikel 3, lid 3, is bepaald, wordt in de pool geplaatst. Deze procedure laat de verbindingen tussen regionale luchthavens en hubluchthavens onverlet. Indien een dergelijke verbinding ondermijnd wordt, mogen de lidstaten tussenbeide komen. [Am. 46]

2.   Onverminderd artikel 10, leden 2 en 3, van deze verordening en onverminderd artikel 19, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1008/2008, worden in de pool opgenomen slots verdeeld over de luchtvaartmaatschappijen die een aanvraag hebben ingediend. 50 % van deze slots wordt eerst toegewezen aan nieuwe gegadigden, tenzij hun aanvragen minder dan 50 % bedragen. De voorrang voor nieuwe gegadigden wordt gedurende de hele dienstregelingsperiode gerespecteerd. De coördinator behandelt de verzoeken van nieuwe gegadigden en andere luchtvaartmaatschappijen op een billijke wijze, overeenkomstig de coördinatieperiodes van iedere dienstregelingsdag. [Am. 47]

Aanvragen van nieuwe gegadigden die op grond van artikel 2, punt 2), onder b), in aanmerking komen voor de status van nieuwe gegadigde, hebben voorrang.

3.   Wanneer niet tot tevredenheid van de betrokken luchtvaartmaatschappijen aan alle aanvragen voor slots kan worden voldaan, wordt onverminderd artikel 10, lid 2, voorrang verleend aan alle soorten commerciële luchtdiensten, inzonderheid aan geregelde lucht diensten en geplande niet-geregelde lucht diensten. In geval van concurrerende aanvragen binnen dezelfde dienstencategorie wordt prioriteit gegeven aan diensten die gedurende het hele jaar worden uitgevoerd. [Am. 48]

4.   Wanneer een nieuwe gegadigde een hem binnen één uur vóór of na de gewenste tijd aangeboden reeks slots niet heeft aanvaard, verliest hij de status van nieuwe gegadigde voor deze reeks tijdens de duur van die dienstregelingsperiode.

5.   In geval van diensten die worden geëxploiteerd door een groep luchtvaartmaatschappijen kan slechts één van de deelnemende luchtvaartmaatschappijen een aanvraag voor de benodigde slots indienen. De luchtvaartmaatschappij die een dergelijke dienst exploiteert neemt de verantwoordelijkheid op zich om te voldoen aan de in artikel 10, lid 2, genoemde exploitatiecriteria om prioriteit te genieten de historische rechten te behouden . [Am. 49]

Slots die aan één van de deelnemende luchtvaartmaatschappijen zijn toegewezen, kunnen door één of meer andere luchtvaartmaatschappijen die deel uitmaken van een groep luchtvaartmaatschappijen worden gebruikt, op voorwaarde dat de identificatiecode van de luchtvaartmaatschappij waaraan de slots zijn toegewezen voor coördinatie- en monitoringdoeleinden voor de gezamenlijke vlucht gehandhaafd blijft. Wanneer dergelijke vluchten worden stopgezet, blijven de daarvoor gebruikte slots bij de luchtvaartmaatschappij waaraan zij oorspronkelijk waren toegewezen. Deze activiteiten worden door de luchtvaartmaatschappijen die deel uitmaken van de groep meegedeeld aan de coördinator en kunnen pas van start gaan na uitdrukkelijke bevestiging van de coördinator.

Wanneer een reeks slots die aan een luchtvaartmaatschappij is toegekend, door een andere luchtvaartmaatschappij wordt gebruikt zonder aan de in dit lid neergelegde voorwaarden te voldoen, trekt de coördinator de reeks in en stopt hij ze weer in de pool, na de betrokken luchtvaartmaatschappijen te hebben gehoord.

6.   Indien er voor nieuwe gegadigden ernstige problemen blijven bestaan, zorgt de lidstaat ervoor dat er een vergadering van het coördinatiecomité wordt belegd om te onderzoeken hoe deze problemen kunnen worden verholpen. De Commissie wordt op deze vergadering uitgenodigd.

7.   Indien niet aan een aanvraag voor een slot kan worden voldaan, geeft de coördinator de betrokken luchtvaartmaatschappij hiervan de redenen op en deelt hij tevens het beste alternatieve beschikbare slot mee.

8.   De coördinator neemt tevens de aanvullende richtsnoeren in acht, die door de luchtvaartsector wereldwijd of Uniebreed zijn vastgesteld, als ook de door het coördinatiecomité voorgestelde lokale richtsnoeren die door de voor de luchthaven in kwestie verantwoordelijke lidstaat of een andere bevoegde instantie zijn goedgekeurd, mits deze richtsnoeren geen afbreuk doen aan de onafhankelijkheid van de coördinator, stroken met het recht van de Unie, tot doel hebben de luchthavencapaciteit efficiënter te benutten en vooraf aan de Commissie zijn meegedeeld en door haar zijn goedgekeurd. Lokale richtsnoeren mogen alleen betrekking hebben op het toezicht op het gebruik van slots of op wijzigingen van de definitie van de reeks slots teneinde de duur ervan te beperken tot minder dan 10 slots voor de winterdienstregelingsperiode of minder dan 15 slots voor de zomerdienstregelingsperiode, maar in geen geval tot minder dan 5 slots. De beperking van de lengte van de reeks slots is alleen van toepassing op luchthavens met grote seizoensschommelingen in de vraag naar luchtdiensten.

Lokale regels hebben betrekking op de toewijzing van slots en het toezicht op het gebruik ervan. Deze regels kunnen enkel worden toegepast wanneer kan worden aangetoond dat een luchthaven een verontrustende mate van congestie heeft bereikt en de productiviteit of verwerkingscapaciteit aan de hand van lokaal toegepaste regels verbeterd kan worden. Dergelijke regels zijn transparant en niet-discriminerend, en worden goedgekeurd door het in artikel 8, lid 3, bedoelde coördinatiecomité.[Am. 88]

9.   Naast de geplande toewijzing van slots voor de dienstregelingsperiode poogt de coördinator te voldoen aan afzonderlijke slotaanvragen die op korte termijn worden ingediend voor elk soort luchtvaart, inclusief de algemene luchtvaart. Hiertoe kan gebruik worden gemaakt van de na de verdeling onder de gegadigde maatschappijen resterende slots in de pool en van op korte termijn beschikbaar komende slots.

Artikel 10

Historische slots

-1.     Slots op luchthavens zijn immateriële goederen van openbaar nut, en voor het gebruik ervan gelden de voorwaarden van deze verordening. Daarom worden ze met het oog op maximale transparantie toegekend door luchthavencoördinatoren, in het belang van de lidstaten, de passagiers, de luchthavenbeheerders en de luchtvaartmaatschappijen. [Am. 89]

1.   Reeksen slots worden door de coördinator met maximale transparantie en billijkheid uit de slotpool aan luchtvaartmaatschappijen die een aanvraag hebben ingediend, toegewezen als toestemming om de luchthaveninfrastructuur te gebruiken om te landen of op te stijgen gedurende de dienstregelingsperiode waarvoor zij zijn aangevraagd. Na afloop van deze dienstregelingsperiode worden zij teruggegeven aan de krachtens artikel 9 gevormde slotpool. [Am. 51]

2.   Onverminderd de artikelen 7, en 12, 13 en 17, wordt worden voor de toekenning van dezelfde reeks tijdens de volgende dienstregelingsperiode historische rechten prioriteit verleend aan de betrokken luchtvervoerder als hij daartoe een aanvraag indient binnen de in artikel 7, lid 1, vermelde termijn, waar aan de volgende voorwaarden is voldaan: [Am. 52]

a)

een reeks slots door deze luchtvaartmaatschappij is gebruikt voor de uitvoering van geregelde en geplande niet-geregelde luchtdiensten, en [Am. 53]

b)

de luchtvaartmaatschappij tot tevredenheid van de coördinator kan aantonen dat zij de door de coördinator toegewezen slots in kwestie voor ten minste 85 80 % van de tijd heeft geëxploiteerd in de dienstregelingsperiode waarvoor zij zijn toegewezen. [Am. 54]

2 bis.     Niet-geregeld luchtvervoer draagt bij tot regionale samenhang en mededinging. Wanneer luchtvaartmaatschappijen regelmatig slots hebben gebruikt voor dergelijk vervoer op een luchthaven die binnen het toepassingsgebied van deze verordening valt, zelfs indien deze slots niet steeds dezelfde routes betreffen, moet prioriteit gegeven worden aan aanvragen voor het voortgezet gebruik van dergelijke slots. [Am. 55]

3.   Wijziging van de tijden van reeksen slots voordat de resterende slots uit de slotpool als bedoeld in artikel 9 worden toegewezen aan andere luchtvaartmaatschappijen die een aanvraag hebben ingediend, wordt alleen toegestaan om operationele redenen, zoals bijvoorbeeld wijzigingen van het gebruikte type luchtvaartuig of van de door de luchtvaartmaatschappij geëxploiteerde verbinding  of, in geval van reeksen slots toegekend aan nieuwe gegadigden zoals gedefinieerd in artikel 2, indien het tijdstip van de slots van die luchtvaartmaatschappijen beter is dan het oorspronkelijk aangevraagde tijdstip . Dergelijke wijziging treedt pas in werking na uitdrukkelijke bevestiging door de coördinator. [Am. 56]

4.   Slots die vóór 31 januari aan een luchtvaartmaatschappij zijn toegewezen voor het volgende zomerseizoen of vóór 31 augustus voor het volgende winterseizoen, maar die vóór die data aan de coördinator worden teruggegeven om opnieuw te worden toegewezen, tellen niet mee voor de berekening van het gebruik voor zover de slots die toegekend blijven een reeks in de zin van artikel 2, punt 13, vormen.

Slots die samenvallen met feestdagen worden in de reeks voor het volgende seizoen opgenomen zonder dat het niet-gebruik ervan hoeft te worden gerechtvaardigd. [Am. 57]

5.   Indien niet kan worden aangetoond dat de reeks slots voor 85  80 % is gebruikt, wordt worden de in lid 2 vermelde prioriteit historische rechten niet toegekend, tenzij voor de niet-benutting een van de volgende redenen kan worden aangevoerd: [Am. 58]

a)

niet te voorziene en onvermijdelijke gevallen die de luchtvaartmaatschappij niet in de hand heeft en die leiden tot:

i)

het aan de grond houden van het type vliegtuig dat meestal voor de betrokken dienst wordt gebruikt;

ii)

de volledige of gedeeltelijke sluiting van een luchthaven of luchtruim;

iii)

een ernstige verstoring van de vluchten op de desbetreffende luchthavens, waaronder de reeksen slots op andere luchthavens van de Unie die gerelateerd zijn aan routes welke getroffen worden door een dergelijke verstoring, gedurende een aanzienlijk deel van de desbetreffende dienstregelingsperiode; [Am. 59]

b)

een onderbreking van luchtdiensten ten gevolge van acties die erop gericht zijn deze diensten te verstoren, zoals stakingen, waardoor het voor de luchtvaartmaatschappij praktisch en/of technisch onmogelijk wordt om de geplande exploitatie voort te zetten;

c)

ernstige financiële nadelen voor de een betrokken luchtvaartmaatschappij van de Unie, met als gevolg de afgifte van een tijdelijke vergunning door de vergunningverlenende autoriteiten in afwachting van een financiële reorganisatie van de luchtvaartmaatschappijovereenkomstig artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1008/2008; [Am. 60]

d)

juridische procedures over de toepassing van artikel 12 van deze Verordening op routes waaraan openbaredienstverplichtingen zijn opgelegd overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EG) nr. 1008/2008, hetgeen heeft geleid tot de tijdelijke schorsing van de exploitatie van deze routes.

Indien overeenkomstig Verordening (EG) nr. 474/2006 van de Commissie van 22 maart 2006 tot opstelling van de in hoofdstuk II van Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Gemeenschap (13) een exploitatieverbod in de Unie wordt opgelegd aan een luchtvaartmaatschappij, wordt dit niet aanvaard als rechtvaardiging voor het niet-gebruik van een reeks slots in de zin van deze alinea.

6.   Op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief onderzoekt de Commissie de toepassing van lid 5 door de coördinator van een luchthaven die onder het toepassingsgebied van deze verordening valt.

Zij neemt een beslissing binnen twee maanden na ontvangst van een verzoek, overeenkomstig de procedure van artikel 16, lid 2.

7.   Wanneer de in lid 2, onder a) en b), vermelde voorwaarden niet zijn vervuld, kan de Commissie , in overleg met de verschillende partners, toch beslissen aan de luchtvaartmaatschappijen prioriteit toe te kennen de historische rechten te handhaven voor dezelfde reeks tijdens de volgende dienstregelingsperiode indien dit gerechtvaardigd is om dwingende noodredenen die verband houden met buitengewone omstandigheden welke de toepassing van coherente maatregelen op die luchthavens vergen. De Commissie stelt binnen één maand na de aanvraag van de betrokken lidstaat of luchthaven de nodige maatregelen vast, die niet langer van kracht zijn dan de duur van een dienstregelingsperiode. Zij stelt deze onmiddellijk toepasselijke uitvoeringsbesluiten vast overeenkomstig de in artikel 16, lid 3, bedoelde procedure. De door de Commissie vastgestelde maatregelen kunnen verschillen per lidstaat, luchthaven of soort luchtdienst waarop de buitengewone omstandigheden van invloed zijn. [Am. 61]

8.   In verband met de eventuele beperking of beëindiging van de prioriteit voor reeksen slots als bedoeld in lid 2 van dit artikel, uit hoofde van het EU- recht, met name de toepassing van de Verdrags regels inzake luchtvervoer, kunnen geen schadeclaims worden ingediend.

Artikel 11

Reservering van slots

1.   Het beheersorgaan van een gecoördineerde luchthaven kan beslissen het systeem van luchthavengelden te gebruiken om luchtvaartmaatschappijen te ontmoedigen slots laattijdig opnieuw in de in artikel 9 bedoelde pool te stoppen, en om hen te wijzen op hun verantwoordelijkheid als zij luchthaveninfrastructuur reserveren maar er geen gebruik van maken. De volgende beginselen moeten worden nageleefd:

a)

alvorens een dergelijke beslissing te nemen, moet de procedure van artikel 6 van Richtlijn 2009/12/EG van het Europees Parlement en de Raad  (14) worden nageleefd. De coördinator wordt eveneens geraadpleegd. Voor gecoördineerde luchthavens die niet onder artikel 1, lid 2, van Richtlijn 2009/12/EG vallen, raadpleegt het beheersorgaan de luchthavens het coördinatiecomité en de coördinator;

b)

deze beslissing heeft geen invloed op het niet-discriminerende en transparante karakter van de slottoewijzing en van het systeem van luchthavenheffingen;

c)

deze beslissing mag luchtvaartmaatschappijen er niet van weerhouden actief te worden op een markt of diensten te ontwikkelen; luchthavens mogen met een dergelijke beslissing alleen de kosten dekken voor de reservatie van luchthavencapaciteit (slots) die niet zijn gebruikt;

d)

de verantwoordelijkheid voor de reservatie van luchthaveninfrastructuur zonder er gebruik van te maken, geldt niet voor slots die zijn toegewezen maar die opnieuw in de pool zijn gestopt vóór 31 januari voor de volgende zomerdienstregelingsperiode, of vóór 31 augustus voor de volgeden winterdienstregelingsperiode, voor slots die samenvallen met feestdagen en die voor die dagen opnieuw in de pool zijn gestopt, en voor slots waarvoor het niet-gebruik kan worden gerechtvaardigd op basis van artikel 10, lid 5;

e)

deze beslissing wordt minstens zes maanden vóór het begin van de desbetreffende dienstregelingsperiode meegedeeld aan de coördinator, de belanghebbende partijen en de Commissie.

2.   De coördinator deelt alle informatie die het mogelijk maakt de in lid vermelde beslissing ten uitvoer te leggen, mee aan het beheersorgaan van de luchthaven. [Am. 62]

Artikel 12

Openbaredienstverplichtingen

1.   Als op een route overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EG) nr. 1008/2008 openbaredienstverplichtingen zijn opgelegd, kan reserveert een lidstaat op een gecoördineerde luchthaven de voor de voorgenomen diensten op die route vereiste slots reserveren. Indien de gereserveerde slots op de betrokken route niet worden gebruikt, worden deze slots met inachtneming van lid 2 ter beschikking gesteld van elke andere luchtvaartmaatschappij die belangstelling heeft om de route te exploiteren overeenkomstig de openbaredienstverplichtingen. Indien andere luchtvaartmaatschappijen geen belangstelling hebben om de route te exploiteren en de betrokken lidstaat geen aanbesteding organiseert overeenkomstig artikel 16, lid 10, artikel 17, leden 3 en 7, en artikel 18, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1008/2008, worden de slots gereserveerd voor een andere route waarvoor openbaredienstverplichtingen gelden of worden zij teruggegeven aan de pool. Slots vloeien na een periode van ten hoogste 6 maanden terug in de pool wanneer ze niet gebruikt worden. Wanneer een route niet langer voldoet aan het vereiste voor slotreservering in het kader van een openbaredienstverplichting, worden de slots gereserveerd voor een andere route die onder de openbaredienstverplichting valt, ofwel ze blijven bij de luchtvaartmaatschappij die ze gebruikte indien voor de betrokken reeks wordt voldaan aan het vereiste van artikel 10, lid 2 van deze verordening . [Am. 63]

2.   De aanbestedingsprocedure van artikel 16, lid 10, artikel 17, leden 3 tot en met 7, en artikel 18, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1008/2008 wordt gevolgd voor het gebruik van de in lid 1 van dit artikel bedoelde slots, wanneer meer dan één EU- luchtvaartmaatschappij belangstelling heeft om de route te exploiteren en niet in staat is geweest binnen één uur vóór of na de van de coördinator gevraagde tijden slots te verkrijgen

MOBILITEIT VAN SLOTS

Artikel 13

Overdrachten en uitwisselingen van slots

1.   Slots mogen:

a)

door een luchtvaartmaatschappij of tussen luchtvaartmaatschappijen in een consortium worden overgedragen tussen routes of soorten diensten van dezelfde luchtvaartmaatschappij;

b)

worden overgedragen tussen twee luchtvaartmaatschappijen, met of zonder financiële of andere vergoeding

c)

tussen luchtvaartmaatschappijen worden uitgewisseld op basis van een slot voor een slot, met of zonder financiële of andere vergoeding. Nieuw toegewezen slots voor een dienstregelingsperiode mogen door de luchtvaartmaatschappij niet worden overgedragen of geruild tegen een vergoeding of betaling totdat er ten minste één dergelijke dienstregelingsperiode is verstreken.

2.   De lidstaat coördinator stelt een permanent kader op dat contacten mogelijk maakt tussen luchtvaartmaatschappijen die belang stellen in de overdracht of uitwisseling van slots, met inachtneming van het recht van de Unie.

De in lid 1 bedoelde overdrachten of uitwisselingen worden ter kennis van de coördinator gebracht en treden niet in werking voordat zij uitdrukkelijk door de coördinator zijn bevestigd. De coördinator bevestigt de overdrachtenof uitwisselingen niet, wanneer zij niet aan de voorwaarden van deze verordening voldoen en hij er niet van overtuigd is dat:

a)

de luchthavenexploitatie niet wordt geschaad, rekening houdend met alle technische, operationele, prestatie- en milieubeperkingen;

a bis)

aan de verbindingen tussen regionale luchthavens en hubluchthavens en aan de toegang tot niet-gecoördineerde luchthavens geen afbreuk wordt gedaan;

b)

de overeenkomstig artikel 12 opgelegde beperkingen worden nageleefd;

c)

lid 3 van dit artikel niet van toepassing is op een slotoverdracht.

Voor de in lid 1, onder b) en c), bedoelde overdrachten of uitwisselingen delen de luchtvaartmaatschappijen de bijzonderheden van de eventuele financiële of andere vergoeding mee aan de coördinator. De bijzonderheden van de vergoeding voor de overdracht of uitwisseling zijn vertrouwelijk worden vermeld in het in artikel 6, lid 1, bedoelde activiteitenverslag en de coördinator deelt ze alleen mee aan de lidstaat waar de luchthaven zich bevindt, aan de Commissie, indien zij daarom verzoeken. en aan alle bij de financiering van de coördinator betrokken partijen. Er mogen geen beperkende voorwaarden voor overdrachten of uitwisselingen worden gesteld die tot doel hebben de mogelijkheid te beperken voor de luchtvaartmaatschappij die slots wil verkrijgen om de concurrentie aan te gaan met de luchtvaartmaatschappij die de slots overdraagt of uitwisselt.

3.   Slots die worden toegewezen aan een nieuwe gegadigde als gedefinieerd in artikel 2, punt 2, kunnen mogen gedurende twee overeenkomstige dienstregelingsperiodes niet overeenkomstig lid 1, onder b) worden overgedragen, behalve in het geval van een wettelijk toegestane overname van de activiteiten van een failliete onderneming.

Slots die worden toegewezen aan een nieuwe gegadigde als gedefinieerd in artikel 2, punt 2, onder b), kunnen mogen gedurende twee overeenkomstige dienstregelingsperiodes niet overeenkomstig lid 1, onder a), worden overgedragen op een andere route, tenzij de nieuwe gegadigde op de nieuwe route met dezelfde voorrang zou zijn behandeld als op de aanvankelijke route.

Slots die worden toegewezen aan een nieuwe gegadigde als gedefinieerd in artikel 2, onder 2, kunnen gedurende twee overeenkomstige dienstregelingsperiodes niet overeenkomstig lid 1, onder c), worden uitgewisseld, behalve om de slottijden voor deze diensten dichter bij de oorspronkelijk gevraagde te brengen.

De lidstaten kunnen maatregelen vaststellen om een gedeelte van de uit de handel in slots voortvloeiende opbrengsten in een fonds te storten om de kosten voor de ontwikkeling van de luchthaveninfrastructuur en de optimalisering van de bijbehorende diensten te dekken. Omwille van volkomen transparantie geschiedt de vaststelling en goedkeuring van dit fonds door de onafhankelijke toezichthoudende autoriteit als bedoeld in Richtlijn 2009/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 inzake luchthavengelden  (15) . Bij het beheer van het fonds moeten te allen tijde de beginselen inzake scheiding van boekhoudingen worden geëerbiedigd, zodat kan worden nagegaan welke bedragen uit het fonds aan elk van de luchthavens moeten worden toegekend. De opbrengst van de handel in slots voor een luchthaven komt aan diezelfde luchthaven ten goede. [Am. 64]

Artikel 14

Bepalingen betreffende het mededingingsrecht

Deze verordening doet geen afbreuk aan de bevoegdheden van overheidsinstanties om de overdracht van slots tussen luchtvaartmaatschappijen goed te keuren en de toewijzing ervan te reguleren op grond van de nationale mededingingswet of de artikelen 101, 102 of 106 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (de EG-Concentratieverordening) (16).

GEDELEGEERDE HANDELINGEN EN COMITÉ

Artikel 15

Delegatie

1.   De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.   De in aritkel 3, lid 3, en artikel 5, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie verleend voor onbepaalde duur toegekend voor een termijn van vijf jaar , met ingang van de inwerkingtreding van de onderhavige verordening. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. [Am. 65]

3.   Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 3, lid 3, en artikel 5, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.   Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5.   Een overeenkomstig artikel 3, lid 3, of artikel 5, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad binnen twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Parlement als de Raad de Commissie voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 16

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepasing.

Wanneer het advies van het comité via een schriftelijke procedure moet worden verkregen, wordt deze procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, door de voorzitter van het comité wordt besloten of door een tweederdemeerderheid van de leden van het comité daarom wordt verzocht.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel 5 daarvan, van toepassing.

4.   Voorts kan het comité door de Commissie worden geraadpleegd over elke andere kwestie in verband met de toepassing van deze verordening.

HANDHAVINGSMAATREGELEN

Artikel 17

Concordantie tussen slots en vluchtplannen

1.   Als een luchtvaartmaatschappij een vluchtplan indient, moet dit plan een vewijzign naar het toegekende slot bevatten. De netwerkbeheerder verwerpt kan, na de betrokken luchtvaartmaatschappij en de luchtverkeersleiding te hebben gehoord, het vluchtplan van een luchtvaartmaatschappij verwerpen wanneer de luchtvaartmaatschappij van plan is op een gecoördineerde luchthaven te landen of op te stijgen tijdens de periodes waarin de luchthaven gecoördineerd is, zonder dat de coördinator daarvoor een slot heeft toegewezen. Exploitanten van vluchten in het kader van de zakelijke luchtvaart worden geacht niet over een slot te beschikken als zij een vlucht uitvoeren nadat de in het slot voorzien tijdspanne is verstreken en als de vertraging niet te wijten is aan de luchtvaartnavigatiediensten. [Ams 66, 77 en 90/rev]

2.   De desbetreffende lidstaat stelt de nodige maatregelen vast voor de uitwisseling van informatie tussen de coördinator, de netwerkbeheerder, de verlener van luchtvaartnavigatiediensten en de luchthavenbeheersentiteit.

Artikel 18

Tenuitvoerlegging

1.   De coördinator trekt de reeks slots die is toegewezen aan een luchtvaartmaatschappij in oprichting in en plaatst deze in de pool op 31 januari voor het volgende zomerseizoen of op 31 augustus voor het volgende winterseizoen, als de onderneming op die datum niet in het bezit is van een exploitatievergunning of gelijkwaardige vergunning of indien de bevoegde autoriteit die de vergunningen afgeeft niet heeft gezegd dat er vóór aanvang van de dienstregelingsperiode in kwestie waarschijnlijk een exploitatievergunning of gelijkwaardige vergunning zal worden afgegeven. De voor de afgifte van vergunningen bevoegde autoriteiten delen regelmatig geactualiseerde informatie mee aan de coördinator en beantwoorden zijn vragen binnen een redelijke termijn.

2.   Luchtvaartmaatschappijen die herhaaldelijk of en opzettelijk, of algemene luchtvaart/zakelijke luchtvaart bedrijvende maatschappijen die opzettelijk luchtdiensten uitvoeren op een tijdstip dat aanzienlijk verschilt van de als onderdeel van een reeks slots toegewezen slot of slots op aanzienlijk andere wijze gebruiken dan zij aangaven te zullen doen ten tijde van de toewijzing van de slots en de luchthavenexploitatie of het luchtverkeer daardoor schade toebrengen , verliezen prioriteit  hun historische rechten als bedoeld in artikel 10, lid 2 . Nadat hij de betrokken luchtvaartmaatschappij heeft gehoord en één waarschuwing heeft uitgegeven, kan de coördinator besluiten de desbetreffende reeks slots van die luchtvaartmaatschappij voor het resterende deel van de dienstregelingsperiode in te trekken en weer in de pool op te nemen. Als de luchtvervoerder dan gelijkwaardige slots vraagt, is de coördinator niet verplicht deze toe te kennen. [Am. 67]

De desbetreffende lidstaat ziet erop toe dat de coördinator een efficiënt systeem opzet voor toezicht op de toepassing van dit lid.

3.   De lidstaten zorgen ervoor dat er voeren een stelsel van doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties in bestaan en worden toegepast

waarmee kan worden opgetreden tegen het herhaaldelijk of opzettelijk uitvoeren van luchtdiensten tegen luchtvaartmaatschappijen of algemene luchtvaart/zakelijke luchtvaart bedrijvende maatschappijen die opzettelijk luchtdiensten uitvoeren zonder overeenkomstig slot of op tijden die wezenlijk verschillen van de toegewezen slots;

of tegen het gebruik van slots op wezenlijk andere wijze dan was aangegeven ten tijde van de toekenning van de slots;

wanneer de slots worden teruggegeven na 31 januari voor het volgende zomerseizoen of na 31 augustus voor het volgende winterseizoen, of wanneer niet-gebruikte slots worden bijgehouden, waarbij eventueel gebruik kan worden gemaakt van het in artikel 11 vastgestelde sanctiemechanisme;

in geval van weigering om de bij de artikelen 7 en 13 voorziene informatie aan de coördinator of bemiddelaar inzake de dienstregelingen mee te delen of in geval van mededeling van valse of bedrieglijke informatie.

De coördinator wordt in kennis gesteld van de toepassing van deze sancties. De lidstaten stellen uit hoofde van dit lid de Commissie in kennis van het ingevoerde stelsel van sancties . [Am. 68]

3 bis.     De lidstaten zorgen ervoor dat het beheersorgaan van een gecoördineerde luchthaven doeltreffende, evenredige en afschrikkende financiële sancties vaststelt en toepast wanneer slots na de overeengekomen „Historics Baseline Date” voor de volgende winter- c.q. zomerdienstregelingsperiode worden teruggegeven of wanneer niet-gebruikte slots worden bijgehouden, teneinde luchtvaartmaatschappijen ervan te weerhouden slots laattijdig aan de in artikel 9 bedoelde pool terug te geven, en om ze aansprakelijk te stellen voor het bezet houden van luchthaveninfrastructuur zonder er gebruik van te maken. De volgende beginselen worden hierbij nageleefd:

a)

alvorens de in dit lid voorziene sancties op te leggen wordt de procedure van artikel 6 van Richtlijn 2009/12/EG toegepast. De coördinator wordt eveneens geraadpleegd. Voor gecoördineerde luchthavens die niet onder artikel 1, lid 2, van Richtlijn 2009/12/EG vallen, raadpleegt de luchthavenbeheerder het coördinatiecomité en de coördinator;

b)

deze sancties hebben geen invloed op het niet-discriminerende en transparante karakter van de slottoewijzing en van het systeem van luchthavenheffingen;

c)

deze sancties mogen luchtvaartmaatschappijen er niet van weerhouden actief te worden op een markt of diensten te ontwikkelen;

d)

de aansprakelijkheid voor het reserveren van luchthaveninfrastructuur zonder er gebruik van te maken geldt niet:

voor slots die aan de pool zijn teruggeven vóór 31 januari voor de volgende zomerdienstregelingsperiode of vóór 31 augustus voor de volgende winterdienstregelingsperiode;

voor slots op feestdagen die aan de pool zijn teruggeven vóór 31 januari voor de volgende zomerdienstregelingsperiode of vóór 31 augustus voor de volgende winterdienstregelingsperiode; en

voor slots die niet gebruikt zijn om een van de in artikel 10, lid 5, genoemde redenen;

e)

deze sancties worden minstens zes maanden vóór het begin van de desbetreffende dienstregelingsperiode medegedeeld aan de coördinator, de belanghebbende partijen en de Commissie;

f)

het sanctiestelsel moet voor de luchthavenbeheerder ontvangstenneutraal zijn en heeft als enig doel een efficiënter beheer van de slots.

De coördinator deelt alle voor de toepassing van dit lid benodigde informatie aan de luchthavenbeheerder mede.

De lidstaten voeren deze sancties niet later dan één jaar na de vaststelling van deze verordening in. Zij stellen de Commissie ervan in kennis. De Commissie toetst de doeltreffendheid van de sancties. Wanneer een mogelijke overtreding van lid 2 of lid 3 is vastgesteld via het toezicht op slots of op een andere manier, wordt schriftelijk contact opgenomen met de betrokken luchtvaartmaatschappij, waarbij nadere bijzonderheden over de vermoedelijke overtreding worden verschaft en informatie over de luchtdienst of slot in kwestie wordt gevraagd. Wanneer een financiële sanctie nodig is, is zij van toepassing op ieder afzonderlijk verzuim van een luchtvaartmaatschappij om aan lid 2 of lid 3 te voldoen en heeft zij een vooraf door de lidstaat vastgestelde minimumhoogte. Meervoudige overtredingen kunnen aanleiding geven tot het opleggen van een reeks financiële sancties en kunnen bijvoorbeeld leiden tot een verdubbeling van de geldboete voor elke volgende overtreding. De coördinator wordt in kennis gesteld als er sancties worden opgelegd. Beslissingen om financiële sancties op te leggen worden door de coördinator openbaar gemaakt. [Am. 69]

4.   Onverminderd artikel 10, lid 5, kan een coördinator, wanneer een luchtvaartmaatschappij er niet in slaagt het in artikel 10, lid 2, vermelde gebruikspercentage van 85 80 % te bereiken, besluiten die reeks slots van die luchtvaartmaatschappij voor de resterende duur van de dienstregelingsperiode in te trekken en weer in de pool op te nemen, nadat hij de betrokken luchtvaartmaatschappij heeft gehoord. [Am. 70]

Onverminderd artikel 10, lid 5, neemt de coördinator, nadat hij de betrokken luchtvaartmaatschappij heeft gehoord, een reeks slots weer op in de pool, wanneer er geen slots van die reeks zijn gebruikt nadat 15 20 % van de geldigheidsduur van de reeks is verstreken. De coördinator kan beslissen de reeks slots in te trekken vóór het einde van een periode die overeenstemt met 15 20 % van de geldigheidsperiode van de reeks als de luchtvaartmaatschappij niet aantoont voornemens te zijn ze te gebruiken. [Am. 71]

Artikel 19

Klachten en recht van beroep

1.   Onverminderd de rechten van beroep krachtens de nationale wetgeving, worden klachten in verband met de toepassing van artikel 7, lid 2, de artikelen 9, 10, 13 en 17, en artikel 18, leden 1, 2 , 3 en 4, voorgelegd aan het coördinatiecomité. Het coördinatiecomité neemt de kwestie binnen één maand nadat de klacht is ingediend, in behandeling en doet zo mogelijk voorstellen aan de coördinator om de problemen op te lossen. Als de problemen niet kunnen worden opgelost, kan de betrokken lidstaatbinnen de daaropvolgende twee maanden voorzien in bemiddeling door een representatieve organisatie van luchtvaartmaatschappijen of luchthavens of een andere derde partij. [Am. 72]

2.   De lidstaten nemen overeenkomstig het nationale recht passende maatregelen om coördinatoren te beschermen tegen schadeclaims inzake hun functies krachtens dezeverordening, behoudens in gevallen van grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag.

Artikel 20

Betrekkingen met derde landen

1.   De Commissie kan, volgens de procedure van artikel 16, lid 2, besluiten dat een of meer lidstaten maatregelen maatregelen moeten treffen, inclusief de intrekking van slots, ten aanzien van een of meer luchtvaartmaatschappijen uit een derde land, teneinde het discriminerende gedrag van dat derde land te beëindigen wanneer, wat de toewijzing en het gebruik van slots op zijn luchthavens betreft, blijkt dat dat derde land:

a)

luchtvaartmaatschappijen uit de Unie geen behandeling toekent die vergelijkbaar is met de behandeling die door deze verordening aan luchtvaartmaatschappijen uit dat land wordt toegekend, of

b)

luchtvaartmaatschappijen uit de Unie niet de facto een nationale behandeling toekent, of

c)

aan luchtvaartmaatschappijen uit andere derde landen een gunstiger behandeling toekent dan aan luchtvaartmaatschappijen uit de Unie.

2.   De lidstaten stellen de Commissie op de hoogte van alle ernstige juridische of feitelijke moeilijkheden die luchtvaartmaatschappijen uit de Unie ondervinden bij het verwerven van „slots” op luchthavens in derde landen.

SLOTBEPALINGEN

Artikel 21

Rapportage en samenwerking

1.   De Commissie dient uiterlijk vier jaar drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening een verslag over de uitvoering hiervan in bij het Europees Parlement en de Raad. In het verslag wordt met name ingegaan op de toepassing van de artikelen 9, 10 11 en 13. [Am. 73]

1 bis.     De Commissie houdt toezicht op de secundaire markten voor slots aan de hand van de gegevens die ze van de coördinatoren ontvangt en brengt in haar Annual Analysis of Air Transport Markets verslag uit over relevante tendensen, met inbegrip van die welke betrekking hebben op regionale verbindingen en verbindingen binnen de Unie. [Am. 74]

2.   De lidstaten en de Commissie werken samen bij de uitvoering van deze verordening, met name voor het verzamelen van de informatie voor het in lid 1 bedoelde verslag.

Artikel 22

Intrekking

Verordening (EEG) nr. 95/93 wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordening worden verstaan als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage II.

Artikel 23

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de tweede dienstregelingsperiode die begint na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

Voor de Raad

De voorzitter


(1)  PB C 181 van 21.6.2012, blz. blz. 173.

(2)  PB C 277 van 13.9.2012, blz. blz. 110.

(3)  Standpunt van het Europees Parlement van 12 december 2012.

(4)  PB L 14 van 22.1.1993, blz. 1.

(5)  Zie bijlage I.

(6)  PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.

(7)  PB L 293 van 31.10.2008, blz. 3.

(8)  PB L 96 van 31.3.2004, blz. 1.

(9)   PB L 96 van 31.3.2004, blz. 20.

(10)  PB L 96 van 31.3.2004, blz. 20.

(11)  PB L 185 van 15.7.2011, blz. 1.

(12)  PB L 201 van 3.8.2010, blz. 1.

(13)  PB L 84 van 23.3.2006, blz. 14.

(14)   PB L 70 van 14.3.2009, blz. 11.

(15)   PB L 70 van 14.3.2009, blz. 11.

(16)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.

BIJLAGE I

Ingetrokken verordening met lijst van opeenvolgende wijzigingen

Verordening (EEG) nr. 95/93 van de Raad

(PB L 14 van 22.1.1993, blz. 1)

Verordening (EG) nr. 894/2002 van het Europees Parlement en de Raad

(PB L 142 van 31.5.2002, blz. 3)

Verordening (EG) nr. 1554/2003 van het Europees Parlement en de Raad

(PB L 221 van 4.9.2003, blz. 1)

Verordening (EG) nr. 793/2004 van het Europees Parlement en de Raad

(PB L 138 van 30.4.2004, blz. 50)

Verordening (EG) nr. 545/2009 van het Europees Parlement en de Raad

(PB L 167 van 29.6.2009, blz. 24)

BIJLAGE II

CONCORDANTIETABEL

Verordening (EEG) nr. 95/93

Onderhavige verordening

Artikel 1, leden 1 en 2

Artikel 1, leden 1 en 2

Artikel 1, lid 3

Artikel 2, onder a)

Artikel 2, punt 1)

Artikel 2, onder b)

Artikel 2, punt 2)

Artikel 2, onder c)

Artikel 2, onder d)

Artikel 2, punt 3)

Artikel 2, onder e)

Artikel 2, punt 4)

Artikel 2, onder f), punt i)

Artikel 2, punt 5)

Artikel 2, onder f), punt ii)

Artikel 2, punt 6)

Artikel 2, punt 7)

Artikel 2, punt 8)

Artikel 2, onder g)

Artikel 2, punt 11)

Artikel 2, onder h)

Artikel 2, onder i)

Artikel 2, punt 10)

Artikel 2, onder j)

Artikel 2, punt 12)

Artikel 2, onder k)

Artikel 2, punt 13)

Artikel 2, onder l)

Artikel 2, punt 14)

Artikel 2, onder m)

Artikel 2, punt 15)

Artikel 2, punt 16)

Artikel 2, punt 17)

Artikel 2, punt 18)

Artikel 2, punt 19)

Artikel 2, punt 20)

Artikel 2, punt 21)

Artikel 3, lid 1

Artikel 3, lid 1

Artikel 3, lid 2

Artikel 3, lid 2

Artikel 3, lid 3

Artikel 3, lid 3

Artikel 3, lid 4

Artikel 3, lid 4

Artikel 3, lid 5

Artikel 3, lid 5

Artikel 3, lid 6

Artikel 3, lid 6

Artikel 3, lid 7

Artikel 3, lid 7

Artikel 3, lid 8

Artikel 3, lid 9

Artikel 3, lid 10

Artikel 4, lid 1

Artikel 5, lid 1

Artikel 5, lid 2

Artikel 4, lid 2, onder a)

Artikel 5, lid 3, onder a)

Artikel 4, lid 2, onder b), eerste zin

Artikel 5, lid 3, onder b)

Artikel 5, lid 3, onder b), punt i)

Artikel 5, lid 3, onder b), punt ii)

Artikel 5, lid 3, onder b), punt ii bis) en punt ii ter)

Artikel 4, lid 2, onder b), tweede zin

Artikel 5, lid 3, onder c)

Artikel 4, lid 2, onder c)

Artikel 5, lid 3, onder d)

Artikel 5, lid 3, tweede alinea

Artikel 4, lid 3

Artikel 5, lid 4

Artikel 4, lid 4

Artikel 5, lid 5

Artikel 4, lid 5

Artikel 5, lid 6

Artikel 4, lid 6

Artikel 5, lid 7

Artikel 4, lid 7

Artikel 5, lid 7, en artikel 6, lid 1

artikel 6, lid 1, tweede alinea

Artikel 6, lid 2

Artikel 4, lid 8

Artikel 6, lid 3

Artikel 6, lid 4

Artikel 4, lid 9

Artikel 4, lid 10

Artikel 6, lid 5

Artikel 5, lid 1, eerste alinea

Artikel 8, lid 1, eerste alinea

Artikel 5, lid 1, tweede alinea, onder a)

Artikel 8, lid 1, tweede alinea, onder a), punten i) tot en met vii)

Artikel 8, lid 1, tweede alinea, onder a), punten vii bis)

Artikel 8, lid 1, tweede alinea, onder b)

Artikel 5, lid 1, tweede alinea, onder b)

Artikel 8, lid 1, tweede alinea, onder c)

Artikel 5, lid 2

Artikel 8, lid 2

Artikel 5, lid 3

Artikel 8, lid 3

Artikel 6, lid 1, eerste en tweede alinea

Artikel 4, lid 1

Artikel 6, lid 2

Artikel 4, lid 5

Artikel 6, lid 3

Artikel 4, lid 2

 

Artikel 6, lid 1, derde alinea

Artikel 4, lid 4

Artikel 7, leden 1 tot en met 3

Artikel 7

Artikel 7, lid 3 bis

Artikel 8, lid 1

Artikel 10, lid 1

Artikel 8, lid 2, eerste alinea, inleidende zin

Artikel 10, lid 2, inleidende zin

Artikel 8, lid 2, eerste alinea, eerste en tweede streepje

Artikel 10, lid 2, onder a) en b)

Artikel 8, lid 2, tweede alinea

Artikel 8, lid 3

Artikel 9, lid 3

Artikel 8, lid 4

Artikel 10, lid 5

Artikel 8, lid 5

Artikel 9, lid 8, eerste alinea

Artikel 9, lid 8, tweede alinea

Artikel 8, lid 6

Artikel 9, lid 7

Artikel 8, lid 7

Artikel 9, lid 9

Artikel 10, lid - 1

Artikel 10, lid 2 bis

Artikel 11

 

 

Artikel 8 bis, lid 1

Artikel 13, lid 1

Artikel 13, lid 2, eerste alinea

Artikel 8 bis, lid 2

Artikel 13, lid 2, tweede alinea

Artikel 13, lid 2, derde alinea

Artikel 8 bis, lid 3

Artikel 13, lid 3, eerste tot en met de derde alinea

Artikel 13, lid 3, vierde alinea

Artikel 8 ter, eerste zin

Artikel 10, lid 7

Artikel 8 ter, tweede zin

Artikel 14

Artikel 8 ter, derde zin

Artikel 9

Artikel 12

Artikel 10, lid 1

Artikel 9, lid 1

Artikel 10, lid 2

Artikel 10, lid 3

Artikel 10, lid 4

Artikel 10, lid 4, inleidende zin en onder a), eerste, tweede en derde streepje

Artikel 10, lid 5, eerste alinea, onder a), punten i), ii) en iii)

Artikel 10, lid 4, onder b), c) en d)

Artikel 10, lid 5, eerste alinea, onder b), c) en d)

Artikel 10, lid 5, tweede alinea

Artikel 10, lid 5

Artikel 10, lid 7

Artikel 10, lid 6

Artikel 10, lid 6

Artikel 9, lid 3

Artikel 10, lid 7

Artikel 9, lid 4

Artikel 10, lid 8

Artikel 9, lid 5

Artikel 10, lid 9

Artikel 9, lid 6

Artikel 10 bis

Artikel 11

Artikel 19

Artikel 12

Artikel 20

Artikel 13, leden 1 en 2

Artikel 16, leden 1 en 2

Artikel 16, lid 3

Artikel 13, lid 3

Artikel 16, lid 4

Artikel 13, lid 4

Artikel 15

Artikel 14, lid 1

Artikel 17, lid 1

Artikel 17, lid 2

Artikel 14, lid 2

Artikel 18, lid 1

Artikel 14, lid 3

Artikel 14, lid 4

Artikel 18, lid 2

Artikel 14, lid 5

Artikel 18, lid 3

Artikel 18, lid 3 bis

Artikel 14, lid 6, onder a) en b)

Artikel 18, lid 4, eerste en tweede alinea

Artikel 14 bis, lid 1

Artikel 21

Artikel 21, lid 1 bis

Artikel 14 bis, lid 2

Artikel 21, lid 2

Artikel 22

Artikel 15

Artikel 23

Bijlage I

Bijlage II


Top