This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52011PC0897
Proposal for a DIRECTIVE OF THE EUROPEAN PARLIAMENT AND OF THE COUNCIL on the award of concession contracts
Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de gunning van concessieopdrachten
Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de gunning van concessieopdrachten
/* COM/2011/0897 definitief - 2011/0437 (COD) */
Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de gunning van concessieopdrachten /* COM/2011/0897 definitief - 2011/0437 (COD) */
TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL De Commissie heeft het voornemen om een
wetgevingsinitiatief inzake concessieovereenkomsten te nemen aangekondigd in
haar mededeling Single Market Act – Twaalf hefbomen om de groei aan te jagen
en het vertrouwen te versterken van 13 april 2011. Voor het gunnen van concessies voor werken gelden
momenteel enkele bepalingen van afgeleid recht, terwijl op concessies voor
diensten alleen de algemene bepalingen van het VWEU van toepassing zijn. Deze
lacune geeft aanleiding tot aanzienlijke verstoringen van de interne markt en
beperkt met name de toegang van Europese ondernemingen, in het bijzonder kleine
en middelgrote ondernemingen, tot de economische kansen die met
concessieopdrachten verband houden. Het gebrek aan rechtszekerheid resulteert
ook in inefficiëntie. Voorliggend initiatief strekt ertoe ten voordele
van de autoriteiten en ondernemers de rechtszekerheid rond de gunning van
concessieopdrachten te vergroten. Het EU-recht houdt geen beperking in van de
vrijheid van een aanbestedende dienst of aanbestedende entiteit om de binnen
hun opdracht vallende taken van algemeen belang te verrichten door hun eigen
middelen te gebruiken, maar wanneer een aanbestedende dienst besluit op een
externe entiteit een beroep te doen om dergelijke taken uit te voeren, moet
voor effectieve toegang tot de markt voor alle EU-ondernemers worden gezorgd. In de context van strenge begrotingsbeperkingen en
economische moeilijkheden in veel EU-lidstaten is de efficiënte toewijzing van
overheidsmiddelen een aandachtspunt. Een toereikend rechtskader voor de gunning
van concessieopdrachten dient gunstig te zijn voor publieke en private
investeringen in infrastructuur en strategische diensten met een optimale
kosten-batenverhouding. Het potentieel van een wetgevingsinitiatief met
betrekking tot concessieopdrachten voor het creëren van een ondersteunend
EU-kader voor PPP’s is benadrukt in de mededeling van de Commissie van 2009 De
mobilisering van particuliere en openbare investeringen voor herstel en
structurele verandering op lange termijn: de ontwikkeling van publiek-private
partnerschappen. Dit ontwerp wordt ingediend samen met de
herziening van de richtlijnen inzake overheidsaanbestedingen.[1] Het zal resulteren in de
vaststelling van een afzonderlijk rechtsinstrument dat de gunning van
concessies regelt dat, samen met de twee voorstellen betreffende de herziening
van de bestaande richtlijnen inzake overheidsopdrachten (2004/17/EG en 2004/18/EG),
ertoe strekt een modern wettelijk kader inzake overheidopdrachten te creëren. 2. RESULTATEN VAN DE
RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING Tussen 12 mei en 9 juli 2010 hebben de diensten
van de Commissie een openbare onlineraadpleging gehouden die tot het grote
publiek was gericht. Tussen 5 augustus en 30 september 2010 is nog een openbare
raadpleging gehouden die zich tot het bedrijfsleven, de sociale partners en de
aanbestedende entiteiten richtte. De raadplegingen bevestigden dat het gebrek
aan rechtszekerheid problemen veroorzaakte en maakten de hinderpalen zichtbaar
waarmee de ondernemingen ten aanzien van de toegang tot de markt geconfronteerd
worden. Voorgesteld werd ook passende EU-actie te ondernemen. De resultaten
zijn te vinden op http://ec.europa.eu/internal_market/consultations/2010/concessions_en.htm Deze conclusies zijn bevestigd door een aantal
bilaterale bijeenkomsten met vertegenwoordigers van de lidstaten, op het lokale
niveau, met ondernemingen die in de betrokken sectoren actief zijn en met
industriële verenigingen. De informatie die tijdens de raadplegingen is
verzameld, is in het verslag van de effectbeoordeling meegenomen, dat op 21
maart 2011 door de Effectbeoordelingsraad is onderzocht en aanvaard. De
Effectbeoordelingsraad heeft aanbevelingen gedaan betreffende met name het
leveren van additioneel bewijs over de omvang van de problemen, de gevolgen van
de vastgestelde verstoringen, de verschillen in behandeling tussen overheidsopdrachten
en concessies en betreffende versterking van de effectanalyse en de
vergelijking van opties. Met deze aanbevelingen is rekening gehouden in de
heringediende versie van de effectbeoordeling. De adviezen van de
Effectbeoordelingsraad over het verslag zijn samen met dit voorstel, het
definitieve effectbeoordelingsverslag en de samenvatting van het verslag
gepubliceerd. Het verslag bevestigde de noodzaak van nieuwe
wetgeving. Het kwam tot de bevinding dat ondernemers met ongelijke spelregels
worden geconfronteerd, hetgeen vaak tot gemiste zakelijke kansen leidt. Deze
situatie veroorzaakt kosten en blijkt nadelig voor concurrenten in andere
lidstaten, aanbestedende diensten en aanbestedende entiteiten en consumenten.
Bovendien blijven zowel de definitie van concessie als de precieze inhoud van
de uit het Verdrag voortvloeiende verplichtingen van transparantie en
niet-discriminatie onduidelijk. Het resulterende gebrek aan rechtszekerheid
vergroot het risico van opzegging of vroegtijdige beëindiging van onwettig
gegunde opdrachten en ontmoedigt autoriteiten uiteindelijk concessies te
gebruiken wanneer dit een goede oplossing zou kunnen zijn. Zelfs indien de lidstaten wetgeving zouden
vaststellen tot instelling van een rechtskader op basis van de beginselen van
het Verdrag, zou de rechtsonzekerheid in verband met de interpretaties van die
beginselen door de nationale wetgevers en de grote verschillen tussen de
wetgevingen in de verschillende lidstaten blijven bestaan. In sommige gevallen
de totale afwezigheid van nationale wetgeving als oorzaak genoemd van
rechtstreekse gunningen met de bijbehorende risico’s op wanbeheer of zelfs
corruptie. Vastgesteld werd dat de optimale oplossing erin
bestond wetgevende maatregelen te nemen op basis van de huidige bepalingen
inzake concessies voor openbare werken, op toereikende wijze aangepast en
aangevuld met bepaalde specifieke bepalingen. Een meer restrictieve aanpak zou
erin bestaan de bepalingen die voor overheidsopdrachten gelden tot concessies
uit te breiden. Deze aanpak is contraproductief geacht in zoverre aanbestedende
diensten zouden kunnen worden ontmoedigd concessies te gebruiken. 3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET
VOORSTEL ·
Rechtsgrondslag Het voorstel is gebaseerd op de artikelen 53,
lid 1, 62 en 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese
Unie (VWEU). ·
Subsidiariteitsbeginsel Het subsidiariteitsbeginsel is van toepassing voor
zover het voorstel geen gebieden bestrijkt die onder de exclusieve bevoegdheid
van de EU vallen. De doelstellingen van het voorstel kunnen om de
volgende reden niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt: De coördinatie van procedures voor
overheidsaanbestedingen boven bepaalde drempels is een belangrijk instrument
voor afronding van de interne markt op het gebied van overheidsaankopen door te
zorgen voor effectieve en gelijke toegang tot concessies voor ondernemers op
heel de eengemaakte markt. Europawijde aanbestedingsprocedures zorgen voor
transparantie en objectiviteit bij overheidsopdrachten resulterend in aanzienlijke
besparingen en verbeterde aanbestedingsresultaten die de autoriteiten van de
lidstaten en uiteindelijk de Europese belastingbetaler ten goede komen. Deze doelstelling kan niet voldoende worden
bereikt door optreden van de lidstaten, dat onvermijdelijk zou resulteren in
afwijkende vereisten en mogelijk conflicterende procedureregelingen met een
toenemende complexiteit in de regelgeving en ongerechtvaardigde obstakels voor
grensoverschrijdende activiteiten tot gevolg. Veel lidstaten hebben immers de desbetreffende
Verdragsbeginselen van transparantie en gelijke behandeling tot dusver niet
geïnterpreteerd, verduidelijkt of uitgevoerd op een wijze die ervoor zorgt dat
concessieopdrachten correct worden toegewezen. De daaruit voortvloeiende
rechtsonzekerheid en uitsluiting van markten zal waarschijnlijk niet worden
geëlimineerd zonder optreden op het passende niveau. EU-optreden is bijgevolg noodzakelijk om de
bestaande hinderpalen voor een EU-wijde concessiemarkt te overwinnen en voor
convergentie en gelijke spelregels in de EU te zorgen en uiteindelijk het vrij
verkeer van goederen en diensten in de 27 lidstaten te garanderen. Het voorstel is derhalve in overeenstemming met
het subsidiariteitsbeginsel. ·
Evenredigheidsbeginsel Het voorstel is in overeenstemming met het
evenredigheidsbeginsel aangezien het niet verder gaat dan nodig is om de
doelstelling van de goede werking van de interne markt te realiseren door het
vaststellen van beperkte regels betreffende de gunning van concessies. De effectbeoordeling maakte het mogelijk een
waaier van oplossingen vast te stellen. Die zijn dan geanalyseerd om na te gaan
of zij op toereikende wijze aan de doelstellingen van de wetgeving zouden
voldoen. Uit deze analyse is gebleken dat de doelstellingen niet kunnen worden
bereikt middels inbreukbeleid of andere niet-wetgevende instrumenten zoals
‘zachte wetgeving’. Ook het meest fundamentele geheel van de bepalingen die
momenteel van toepassing zijn op concessies voor openbare werken bleek niet
toereikend omdat dit niet voor voldoende rechtszekerheid en inachtneming van de
Verdragsbeginselen zorgt. Anderzijds werd geoordeeld dat de invoering van nadere
wetgeving vergelijkbaar met de bestaande regels voor de gunning van
overheidsopdrachten verder ging dan hetgeen noodzakelijk is om de
doelstellingen te bereiken. ·
Keuze van instrumenten Aangezien het voorstel gebaseerd is op de
artikelen 53, lid 1, 62 en 114 VWEU, is het gebruik van een verordening die
geldt voor de aanbesteding van zowel goederen als diensten niet toegestaan door
het Verdrag. Het voorgestelde instrument is derhalve een richtlijn. Niet-wetgevende opties zijn om in de
effectbeoordeling nader uiteengezette redenen ter zijde geschoven. 4. Gevolgen voor de begroting Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting. 5. Aanvullende informatie ·
Evaluatie-/herzienings-/vervalbepaling Het voorstel bevat een herzieningsclausule
betreffende de economische effecten op de interne markt als gevolg van de
toepassing van de in artikel 5 vastgestelde drempels. ·
Nadere uitleg van het voorstel De voorgestelde richtlijn zal naar verwachting de
transparantie, eerlijkheid en rechtszekerheid bij de gunning van
concessieopdrachten waarborgen en daardoor tot verbeterde investeringskansen en
uiteindelijk meer diensten en werken van een betere kwaliteit bijdragen. Zij
zal gelden voor concessies die na haar inwerkingtreding worden gegund. Zij is
in overeenstemming met de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de
Europese Unie betreffende wijziging van opdrachten (onverminderd tijdelijke
regelingen die strikt noodzakelijk kunnen blijken te zijn om voor continuïteit
van de dienstverrichting te zorgen in afwachting van de gunning van een nieuwe
concessie). De bovenvermelde voordelen zullen naar verwachting
worden behaald dank zij een aantal voor concessiegunningen geldende procedurele
eisen en verduidelijkingen waarbij twee belangrijke doelstellingen worden
nagestreefd: versterken van de rechtszekerheid en zorgen voor een betere
toegang tot de concessiemarkten voor alle Europese ondernemingen. Rechtszekerheid Hoofddoel van de richtlijn is te voorzien in
helderheid van het op de gunning van concessies toepasselijke rechtskader, maar
ook om het toepassingsgebied van dit kader duidelijk af te bakenen. De
specifieke verplichtingen op het gebied van concessies zullen de
rechtszekerheid vergroten door enerzijds de op de gunning van concessies
toepasselijke Verdragsbeginselen ten behoeve van de aanbestedende diensten en
aanbestedende entiteiten in duidelijke regels te vertalen en anderzijds de ondernemers
een aantal basiswaarborgen te bieden met betrekking tot de gunningsprocedure. Definitie: Het
onderhavige voorstel voor een richtlijn inzake de gunning van
concessieopdrachten voorziet in een preciezere definitie van
concessieopdrachten onder verwijzing naar het begrip operationeel risico. Het
verduidelijkt welke soorten risico als operationeel moeten worden beschouwd en
hoe significant risico moet worden gedefinieerd. De richtlijn spreekt ook over
de maximumduur van concessies. Integratie van Verdragsverplichtingen in afgeleid
recht: Het voorstel breidt de meeste momenteel voor het gunnen van concessies
voor openbare werken geldende verplichtingen tot alle concessies voor diensten
uit. Het stelt ook een aantal concrete en nauwkeurigere eisen vast die op basis
van de Verdragsbeginselen, zoals geïnterpreteerd in de rechtspraak van het Hof
van Justitie van de Europese Unie, van toepassing zijn in verschillende stadia
van het gunningsproces. Bovendien breidt het de toepassing van het afgeleid
recht tot de gunning van concessieopdrachten in de sector nutsbedrijven uit,
die momenteel van dergelijke wetgeving is vrijgesteld. Publiek-publieke samenwerking: Er is een zeer groot gebrek aan rechtszekerheid over de vraag in
hoeverre de aanbestedingsregels moeten worden toegepast op samenwerking tussen
overheidsdiensten. De desbetreffende rechtspraak van het Europees Hof van
Justitie wordt door de lidstaten en zelfs door de aanbestedende diensten op
uiteenlopende wijze geïnterpreteerd. Derhalve verduidelijkt onderhavig voorstel
in welke gevallen tussen aanbestedende diensten gesloten concessiecontracten
niet aan de toepassing van de regels inzake gunning van concessies onderworpen
zijn. Hierbij zijn de beginselen die in de desbetreffende jurisprudentie van
het Hof van Justitie worden beschreven richtinggevend. Wijzigingen: De
wijziging van concessies gedurende hun looptijd is voor praktijkmensen in
toenemende mate relevant en problematisch geworden. Een specifieke bepaling
betreffende wijziging van concessies neemt de basisoplossingen over die in de
rechtspraak zijn ontwikkeld en verschaft een pragmatische oplossing voor het
omgaan met onvoorziene omstandigheden die een aanpassing van een concessie
gedurende haar looptijd vereisen. Betere toegang tot de concessiemarkten Het voorstel voorziet in een fundamentele
verbetering van de toegang van ondernemers tot de concessiemarkten. De
bepalingen zijn in de eerste plaats bestemd om de transparantie en eerlijkheid
van gunningsprocedures te vergroten door met betrekking tot kwesties als
publicatie vooraf en achteraf, procedurele waarborgen selectie- en
gunningscriteria en de aan inschrijvers opgelegde termijnen willekeur van de
besluiten van aanbestedende diensten en aanbestedende entiteiten te beperken.
Voorts voorzien zij in een betere toegang tot de justitie om schendingen van
die bepalingen te voorkomen of aan te pakken. Bekendmaking in het Publicatieblad: Om te zorgen voor transparantie en gelijke behandeling voor alle
ondernemers voorziet onderhavig voorstel in verplichte publicatie van
concessieopdrachten met een waarde gelijk aan of groter dan 5 000 000
EUR. Deze drempel, die reeds op concessies voor werken van toepassing is, is
nu, rekening houdend met de publieke raadplegingen en studies die door de
Commissie zijn uitgevoerd ter voorbereiding van onderhavig voorstel, tot
concessies voor diensten uitgebreid. Doel ervan is addittonele administratieve
lasten en kosten evenredig te houden met de waarde van de opdracht en
opdrachten met een duidelijk grensoverschrijdend belang centraal te stellen. De
drempel is van toepassing op de waarde van die opdrachten, berekend ingevolge
een in het kader van de opdracht gespecificeerde methodologie. In geval van
diensten stemt deze waarde overeen met de geraamde totale waarde van alle door
de concessiehouder gedurende de hele looptijd van de concessie te verrichten
diensten. De nieuwe regels bepalen tevens welke
minimuminformatie aan de potentiële inschrijvers moet worden meegedeeld. Termijnen: Dit
voorstel stelt ook een minimumtermijn vast om zich aan te melden voor elke
concessiegunningsprocedure, die 52 dagen bedraagt, zoals dit momenteel met
concessies voor openbare werken het geval is. Aangezien concessieopdrachten
gewoonlijk complexer zijn, is besloten voor concessies in een langere termijn
te voorzien dan in geval van overheidsopdrachten. Selectie- en uitsluitingscriteria: Het voorstel voorziet in verplichtingen in verband met de door
aanbestedende diensten of aanbestedende entiteiten bij de gunning van
concessies toe te passen selectiecriteria. Deze regels zijn minder beperkend
dan soortgelijke bepalingen die momenteel op overheidsopdrachten van toepassing
zijn. Zij beperken echter de selectiecriteria tot die welke verband houden met
de economische, financiële en technische capaciteit van de inschrijver en
beperken het toepassingsgebied van de aanvaarbare uitsluitingscriteria. Gunningscriteria: Het
voorstel voorziet in een verplichting om objectieve criteria toe te passen die
verband houden met het voorwerp van de concessie, zorgen voor naleving van de
beginselen van transparantie, niet-discriminatie en gelijke behandeling en
waarborgen dat inschrijvingen beoordeeld worden onder voorwaarden van
effectieve mededinging waardoor een algeheel economisch voordeel voor de
aanbestedende dienst of de aanbestedende entiteit kan worden bepaald.
Dergelijke criteria zullen willekeurige besluiten van de aanbestedende diensten
en entiteiten tegengegaan en moeten vooraf worden gepubliceerd en in dalende
volgorde van belangrijkheid in een lijst worden opgenomen. De lidstaten of
aanbestedende diensten of aanbestedende entiteiten mogen voor de gunning van
concessies desgewenst ook in het criterium van de ‘economisch voordeligste
inschrijving’ voorzien of dit toepassen. Procedurele waarborgen:
De voorgestelde regels bevatten, anders dan de richtlijnen inzake
overheidsaanbestedingen, geen vaste lijst van gunningsprocedures. Daardoor
kunnen de aanbestedende diensten en aanbestedende entiteiten bij het gunnen van
concessies flexibelere procedures volgen die met name met de nationale
rechtstradities overeenstemmen en kan het gunningsproces op de meest efficiënte
manier worden georganiseerd. Het voorstel voert echter een aantal duidelijke
procedurele waarborgen in die met name tijdens de onderhandelingen voor de
gunning van concessie moeten gelden. Deze waarborgen zijn erop gericht ervoor
te zorgen dat het proces eerlijk en transparant is. Rechtsmiddelen: Dit
voorstel voorziet in een uitbreiding van het toepassingsgebied van de
richtlijnen inzake rechtsmiddelen (Richtlijnen 89/665/EEG en 92/13/EG, zoals
gewijzigd bij Richtlijn 2007/66/EG) tot alle concessieopdrachten die de drempel
overschrijden teneinde effectieve mogelijkheden om het gunningsbesluit in een
rechtbank aan te vechten te waarborgen en gerechtelijke minimumnormen vast te
stellen die door de aanbestedende diensten of entiteiten in acht moeten worden
genomen. 2011/0437 (COD) Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN
DE RAAD betreffende de gunning van
concessieopdrachten (Voor de EER relevante tekst) HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 53, lid 1, artikel 62 en
artikel 114, Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Na toezending van het ontwerp van
wetgevingshandeling aan de nationale parlementen, Gezien het advies van het Europees Economisch
en Sociaal Comité[2],
Gezien het advies van het Comité van de
Regio's[3],
Handelend volgens de gewone
wetgevingsprocedure, Overwegende hetgeen volgt: (1)
Het ontbreken van duidelijke regels op uniaal
niveau voor concessieopdrachten geeft aanleiding tot rechtsonzekerheid en tot
belemmeringen voor het vrij verrichten van diensten en veroorzaakt verstoringen
in de werking van de interne markt. Als gevolg daarvan wordt ondernemers, met
name kleine en middelgrote ondernemingen, momenteel hun rechten binnen de
interne markt ontzegd en lopen zij belangrijke zakelijke kansen mis, terwijl
autoriteiten mogelijk niet het beste gebruik van overheidsgeld vinden zodat de
EU-burgers van kwaliteitsdiensten tegen de beste prijs profiteren. Een
toereikend rechtskader voor de gunning van concessies zou voor effectieve en
niet discriminerende toegang tot de markt voor alle uniale ondernemers en
rechtszekerheid zorgen en overheidsinvesteringen in infrastructuur en
strategische diensten voor de burger bevorderen. (2)
Overheidsaanbesteding speelt een sleutelrol in de
Europa 2020-strategie[4]
als een van de te gebruiken marktgebaseerde instrumenten om slimme, duurzame en
inclusieve groei te bereiken en voor het meest efficiënte gebruik van
overheidsmiddelen te zorgen. De gunning van concessies voor werken is momenteel
onderworpen aan de basisregels van Richtlijn 2004/18 van het Europees Parlement
en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor
het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten,
terwijl de gunning van concessies voor diensten met een grensoverschrijdend
belang aan de beginselen van het Verdrag, en met name het vrij verkeer van
goederen, de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten alsmede
aan de daarvan afgeleide beginselen zoals gelijke behandeling,
niet-discriminatie, wederzijdse erkenning, evenredigheid en transparantie
onderworpen is. Er bestaat een risico van rechtsonzekerheid met betrekking tot
de uiteenlopende interpretaties van de Verdragsbeginselen door nationale
wetgevers en de grote verschillen tussen de wetgevingen van de verschillende
lidstaten. Dergelijk risico is bevestigd in de uitgebreide jurisprudentie van
het Hof van Justitie van de Europese Unie, die echter slechts gedeeltelijk
bepaalde aspecten van de gunning van concessieopdrachten heeft behandeld.
Bijgevolg is op uniaal niveau een uniforme concretisering van de Verdragsbeginselen
in alle lidstaten en de eliminatie van verschillen in de interpretatie ervan
die daaruit volgen noodzakelijk om aanhoudende verstoringen van de interne
markt te elimineren. (3)
Deze richtlijn mag op geen enkele wijze van invloed
zijn op de vrijheid van de lidstaten of autoriteiten om te beslissen over het
rechtstreeks verrichten van werken of diensten voor het publiek of over de
externalisering ervan aan derden. De lidstaten of autoriteiten moeten de
vrijheid behouden om de kenmerken van de te verrichten dienst, inclusief alle
voorwaarden betreffende de kwaliteit of de prijs van de diensten, te bepalen om
hun overheidsbeleidsdoelstellingen na te streven. (4)
Voor concessies boven een bepaalde waarde is het
passend te voorzien in een minimale coördinatie van de nationale procedures
voor de gunning van dergelijke opdrachten op basis van de beginselen van het
Verdrag, om te garanderen dat concessies aan concurrentie en toereikende
rechtszekerheid onderhevig zijn. Die coördinerende bepalingen mogen niet verder
gaan dan hetgeen nodig is om de voormelde doelstellingen te bereiken. De
lidstaten moeten echter worden toegestaan die bepalingen te completeren en
verder te ontwikkelen indien zij dit passend achten met name om beter voor de
naleving van de vorenstaande beginselen te zorgen. (5)
Ook voor de gunning van concessies voor werken en
diensten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten
moeten bepaalde coördinatiebepalingen worden ingevoerd, aangezien nationale
autoriteiten het gedrag kunnen beïnvloeden van entiteiten die in deze sectoren
werkzaam zijn en rekening houdend met het gesloten karakter van de markten
waarop zij werkzaam zijn als gevolg van het bestaan van door de lidstaten
verleende bijzondere of uitsluitende rechten voor de levering aan, het
aanbieden of het beheer van netten voor het verrichten van de betrokken
diensten. (6)
Concessies zijn overeenkomsten onder bezwarende
titel die tussen een of meer ondernemers en een of meer aanbestedende diensten
of entiteiten zijn gesloten en de verwerving van werken of diensten als
voorwerp hebben waarbij de tegenprestatie normaal bestaat in het recht om de
werken of diensten die het voorwerp zijn van de overeenkomst te exploiteren. De
uitvoering van deze werken of diensten zijn onderworpen aan specifieke door de
aanbestedende dienst of aanbestedende entiteit bepaalde bindende verplichtingen
die juridisch afdwingbaar zijn. Bepaalde staatshandelingen zoals machtigingen
of vergunningen waarbij de staat of een overheid de voorwaarden voor de
uitoefening van een economische activiteit vaststelt, mogen daarentegen niet
als concessies kwalificeren. Hetzelfde geldt voor bepaalde overeenkomsten die
tot voorwerp hebben het recht van een ondernemer om bepaalde publieke domeinen
of rijkdommen te exploiteren, zoals pachtcontracten waarbij de staat of de
aanbestedende dienst of aanbestedende entiteit enkel algemene voorwaarden voor
het gebruik ervan vaststelt zonder bepaalde werken of diensten te verwerven. (7)
Bij de interpretatie van de begrippen concessie en
overheidsopdracht gerezen moeilijkheden hebben aanleiding gegeven tot blijvende
rechtsonzekerheid bij de belanghebbenden en tot talrijke arresten van het Hof
van Justitie van de Europese Unie over dit onderwerp. De definitie van
concessie dient bijgevolg te worden verduidelijkt, met name door naar het
concept wezenlijk operationeel risico te verwijzen. Het hoofdkenmerk van een
concessie, het recht om de werken of diensten te exploiteren, impliceert altijd
de overdracht aan de concessiehouder van een economisch risico met de
mogelijkheid dat hij de gedane investeringen en de met het exploiteren van de
gegunde werken of diensten gepaard gaande kosten niet zal terugverdienen. De
toepassing van specifieke regels voor de gunning van concessies zou niet
gerechtvaardigd zijn indien de aanbestedende dienst of aanbestedende entiteit
de aannemer van elk potentieel verlies zou ontlasten door minimuminkomsten te
garanderen gelijk aan of hoger dan de kosten die de aannemer met betrekking tot
de uitvoering van de opdracht dient te maken. Tegelijk moet duidelijk worden
gemaakt dat bepaalde regelingen die door een aanbestedende dienst of een
aanbestedende entiteit volledig worden betaald als concessie moeten
kwalificeren wanneer het terugverdienen van de investeringen en de kosten die
door de exploitant voor de uitvoering van de werken of het verrichten van de
diensten zijn gemaakt, afhangt van de werkelijke vraag naar of de
beschikbaarheid van de dienst of het goed. (8)
Wanneer sectorspecifieke regelgeving voorziet in
een waarborg voor de concessiehouder betreffende de rendabiliteit van de
investeringen en de kosten die voor de exploitatie van de opdracht zijn
gemaakt, mag een dergelijke opdracht niet als een concessie in de zin van deze
richtlijn kwalificeren. (9)
Het begrip bijzondere of uitsluitende rechten staat
centraal in de omschrijving van het toepassingsgebied van deze richtlijn
aangezien entiteiten die geen aanbestedende entiteiten ingevolge artikel 4, lid
1, noch overheidsbedrijven zijn, alleen aan de bepalingen ervan zijn onderworpen
voor zover zij activiteiten op basis van dergelijke rechten uitoefenen.
Derhalve moet worden verduidelijkt dat rechten die zijn verleend door middel
van een procedure die gebaseerd was op objectieve criteria, met name uit hoofde
van EU-wetgeving, en waarvoor voor toereikende publiciteit is gezorgd, geen
bijzondere of uitsluitende rechten vormen in de zin van deze richtlijn. Tot
deze wetgeving behoren Richtlijn 98/30/EG van het Europees Parlement en de Raad
van 22 juni 1998 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt
voor aardgas[5],
Richtlijn 96/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 1996
betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit[6], Richtlijn 97/67/EG van het
Europees Parlement en de Raad van 15 december 1997 betreffende
gemeenschappelijke regels voor de ontwikkeling van de interne markt voor
postdiensten in de Gemeenschap en de verbetering van de kwaliteit van de dienst[7], Richtlijn 94/22/EG van het
Europees Parlement en de Raad van 20 mei 1994 betreffende de voorwaarden voor
het verlenen en het gebruik maken van vergunningen voor de prospectie, de
exploratie en de productie van koolwaterstoffen[8]
en Verordening (EG) nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23
oktober 2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg
en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 1191/69 van de Raad en Verordening
(EEG) nr. 1107/70 van de Raad[9].
Door de steeds diversere vormen die het overheidsoptreden aanneemt, is het noodzakelijk
het begrip aanbesteding zelf duidelijker te definiëren. De uniale regels inzake
concessies hebben betrekking op de verwerving van werken of diensten voor een
tegenprestatie die bestaat in de exploitatie van die werken of diensten.
“Verwerving” moet breed opgevat worden in de zin van het verkrijgen van de
voordelen van de betrokken werken of diensten die niet in alle gevallen een
overdracht van eigendom aan de aanbestedende diensten of aanbestedende
entiteiten vereisen. Voorts valt het louter financieren van een activiteit, dat
vaak gekoppeld is aan de verplichting om de ontvangen bedragen terug te betalen
wanneer zij niet voor de beoogde doeleinden worden gebruikt, gewoonlijk niet
onder deze richtlijn. (10)
Het is ook noodzakelijk gebleken te verduidelijken
wat verstaan dient te worden onder één aanbesteding, met als gevolg dat ten
aanzien van de drempels van deze richtlijn de gezamenlijke waarde van alle voor
deze aanbesteding gesloten concessies in aanmerking moet worden genomen en dat
aan de aanbesteding als geheel, mogelijk in percelen verdeeld, publiciteit moet
worden gegeven. Het concept één aanbesteding omvat alle leveringen, werken en
diensten die nodig zijn om een bepaald project uit te voeren. Aanwijzingen voor
het bestaan van één enkel project kunnen bijvoorbeeld bestaan in het algeheel
voorafgaandelijk plannen en ontwerpen door de aanbestedende dienst, het feit
dat de verschillende aangekochte onderdelen één economische en technische
functie vervullen of dat zij anderszins logisch met elkaar verbonden zijn. (11)
Om te zorgen voor een werkelijke openstelling van
de markt en voor een evenwichtige toepassing van de aanbestedingsregels in de
sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten, dienen de eraan
onderworpen entiteiten op een andere basis dan hun rechtsstatus te worden
geïdentificeerd. Derhalve moet ervoor worden gezorgd dat geen afbreuk wordt
gedaan aan de gelijke behandeling van de aanbestedende entiteiten in de
overheidssector en die uit de marktsector. Bovendien moet er overeenkomstig
artikel 345 van het Verdrag ook voor worden gezorgd dat de regeling van
het eigendomsrecht in de lidstaten onverlet wordt gelaten. (12)
Concessies mogen door aanbestedende entiteiten
worden gegund om te voldoen aan de vereisten van meerdere activiteiten waarvoor
verschillende wettelijke regelingen kunnen gelden. Verduidelijkt dient te
worden dat de wettelijke regeling die van toepassing is op één concessie die
verschillende activiteiten omvat, onderworpen moet zijn aan de regels die
gelden voor de activiteit waarvoor deze in hoofdzaak bestemd is. Voor welke
activiteit de concessie in hoofdzaak bestemd is, mag worden vastgesteld aan de
hand van een analyse van de vereisten waaraan de specifieke concessie moet voldoen,
uitgevoerd door de aanbestedende dienst met de bedoeling de waarde van de
concessie te ramen en de documenten voor de gunning van een concessie op te
stellen. In sommige gevallen kan het objectief gezien onmogelijk zijn te
bepalen voor welke activiteit de concessie hoofdzakelijk bestemd is. Er moet
worden aangegeven welke regels in dergelijke gevallen van toepassing zijn. (13)
Het is passend van het toepassingsgebied van deze
richtlijn bepaalde concessies uit te sluiten voor diensten die worden gegund
aan een ondernemer die zelf een aanbestedende dienst of een aanbestedende
entiteit is op basis van een uitsluitend recht dat die ondernemer krachtens
gepubliceerd nationaal recht of een bestuurshandeling geniet en dat is verleend
in overeenstemming met het Verdrag en uniale sectorale wetgeving betreffende
het beheer van netinfrastructuur in verband met de in bijlage III vastgestelde
activiteiten, aangezien dat uitsluitend recht het volgen van een
aanbestedingsprocedure voor de gunning onmogelijk maakt. In afwijking van en
onverminderd de wettelijke gevolgen van de algemene uitsluiting van het
toepassingsgebied van deze richtlijn, moeten concessies in de zin van artikel 8,
lid 1, onderworpen zijn aan de verplichting een aankondiging van gunning van
een concessie te publiceren om te zorgen voor fundamentele transparantie tenzij
de sectorale wetgeving in de voorwaarden van die transparantie voorziet. (14)
Sommige concessies voor diensten en werken, gegund
aan een met de aanbestedende entiteiten verbonden onderneming waarvan de
voornaamste activiteit erin bestaat deze diensten of werken te verrichten voor
de groep waarvan zij deel uitmaakt en niet op de markt te verhandelen, moeten
worden uitgesloten. Ook bepaalde concessies voor diensten en werken die een
aanbestedende entiteit gunt aan een gemeenschappelijke onderneming die uit
verschillende aanbestedende entiteiten bestaat, en waar deze zelf deel van
uitmaakt, dienen van deze richtlijn te worden uitgesloten voor de uitoefening
van onder deze richtlijn vallende activiteiten. Het is echter passend ervoor te
zorgen dat deze uitsluiting geen aanleiding geeft tot verstoringen van de
concurrentie ten gunste van de ondernemingen of gemeenschappelijke
ondernemingen die verbonden zijn met de aanbestedende entiteiten; het is
passend te voorzien in adequate regels, met name wat betreft de maximumgrenzen
waarbinnen ondernemingen een deel van hun omzet op de markt mogen behalen en
waarboven zij de mogelijkheid verliezen dat aan hen een concessie wordt gegund
zonder aanbestedingen, samenstelling van gemeenschappelijke ondernemingen en
stabiliteit van de betrekkingen tussen die gemeenschappelijke ondernemingen en
de aanbestedende entiteiten waaruit zij bestaan. (15)
Deze richtlijn dient niet van toepassing te zijn op
concessies die door aanbestedende entiteiten worden gegund en bestemd zijn om
de uitvoering mogelijk te maken van een activiteit als bedoeld in bijlage III
indien de activiteit in de lidstaat waarin deze wordt uitgevoerd rechtstreeks
blootstaat aan concurrentie op markten waartoe de toegang niet beperkt is, als
vastgesteld ingevolge een procedure waarin met het oog hierop overeenkomstig
artikel 27 en 28 van Richtlijn [momenteel 2004/17/EG] is voorzien. Deze
procedure moet voor de betrokken entiteiten in rechtszekerheid alsook in een
passend besluitvormingsproces voorzien, waardoor op korte termijn ervoor wordt
gezorgd dat het recht van de Unie op dit gebied op uniforme wijze wordt
toegepast. (16)
De richtlijn is niet van toepassing op de gunning
van concessies die door internationale organisaties in eigen naam en voor eigen
rekening worden uitgevoerd. Er bestaat echter behoefte aan verduidelijking in
welke mate het passend is deze richtlijn toe te passen op concessiegunning die
onder specifieke internationale regels valt. (17)
Er is veel rechtsonzekerheid over de vraag in
hoeverre de regels inzake gunning van concessies op de samenwerking tussen
autoriteiten van toepassing moeten zijn. De desbetreffende rechtspraak van het
Hof van Justitie van de Europese Unie wordt door lidstaten en zelfs door
aanbestedende diensten of bepaalde aanbestedende entiteiten op uiteenlopende
wijze geïnterpreteerd. Het is bijgevolg noodzakelijk te verduidelijken in welke
gevallen tussen dergelijke diensten gesloten concessies niet aan de toepassing
van de regels inzake gunning van concessies onderworpen zijn. Hierbij moeten de
beginselen die in de desbetreffende jurisprudentie van het Hof van Justitie
worden beschreven richtinggevend zijn. Het enkele feit dat beide partijen bij
een overeenkomst zelf aanbestedende diensten of aanbestedende entiteiten overeenkomstig
artikel 4, lid 1, onder 1), zijn, sluit als zodanig de toepassing van de regels
voor de gunning van concessies niet uit. De toepassing van de regels inzake
gunning van concessies mag echter niet interfereren met de vrijheid van
autoriteiten om te beslissen hoe de wijze te organiseren waarop zij hun
openbaredienstopdrachten uitvoeren. Aan gecontroleerde entiteiten gegunde
concessies of samenwerking voor de gezamenlijke uitvoering van
openbaredienstopdrachten van de deelnemende aanbestedende diensten of
entiteiten moeten bijgevolg van de toepassing van de regels vrijgesteld zijn
indien de in deze richtlijn vastgestelde voorwaarden zijn vervuld. Deze
richtlijn moet ertoe strekken ervoor te zorgen dat elke vrijgestelde
publieke-publieke samenwerking geen concurrentieverstoring veroorzaakt ten
aanzien van private ondernemers. De deelneming van een aanbestedende dienst als
inschrijver bij een procedure voor de gunning van een overheidsopdracht mag
evenmin concurrentieverstoring veroorzaken. (18)
Om te zorgen voor toereikende publiciteit voor
concessies voor werken en diensten boven een bepaalde waarde die door
aanbestedende entiteiten en door aanbestedende diensten worden gegund, moet de
gunning van dergelijke opdrachten worden voorafgegaan door de verplichte publicatie
van een aankondiging van een concessie in het Publicatieblad van de Europese
Unie. De drempels dienen het duidelijk grensoverschrijdende belang van
concessies voor in andere lidstaten gevestigde ondernemers weer te geven. Om de
waarde van een concessie voor diensten te berekenen, moet rekening worden
gehouden met de geraamde waarde van alle door de concessiehouder te verrichten
diensten vanuit het standpunt van de potentiële inschrijver. (19)
Gelet op de schadelijke gevolgen voor de
concurrentie dient gunning van concessies zonder voorafgaande publicatie alleen
in zeer uitzonderlijke omstandigheden te worden toegestaan. Deze uitzondering
moet zich beperken tot gevallen waarin van meet af aan duidelijk is dat
publicatie niet de aanleiding zal vormen voor meer concurrentie, met name omdat
er objectief gezien slecht één ondernemer is die de concessie kan uitvoeren.
Alleen situaties van objectieve exclusiviteit kunnen de gunning van een
concessie zonder publicatie aan een ondernemer rechtvaardigen, wanneer de
situatie van exclusiviteit niet door de aanbestedende dienst of aanbestedende
entiteit zelf met het oog op de toekomstige aanbestedingsprocedure is gecreëerd
en wanneer geen toereikende alternatieven beschikbaar zijn, hetgeen grondig
moet worden onderzocht. (20)
Uit een onderzoek naar zogenaamde prioritaire en
niet-prioritaire diensten (“A”- en “B”-diensten) van de Commissie is gebleken
dat het niet gerechtvaardigd is de volledige toepassing van de
aanbestedingswetgeving tot een gelimiteerde groep van diensten te beperken.
Bijgevolg moet deze richtlijn van toepassing zijn op een aantal diensten (zoals
catering- en watervoorzieningsdiensten), die beide potentieel voor
grensoverschrijdende handel vertoonden. (21)
In het licht van de resultaten van de evaluatie die
door de Commissie over de hervorming van de regels inzake overheidsopdrachten
is verricht, is het passend van de volledige toepassing van deze richtlijn
enkel die diensten uit te sluiten welke een beperkte grensoverschrijdende
dimensie hebben, namelijk de zogenaamde persoonsgebonden diensten, zoals
bepaalde diensten op sociaal, gezondheids- en onderwijsgebied. Deze diensten
worden verricht binnen een bijzondere context die als gevolg van verschillende
culturele tradities sterk verschilt per lidstaat. Bijgevolg moet een specifieke
regeling worden vastgesteld voor concessie van deze diensten die rekening houdt
met het feit dat deze recentelijk gereguleerd zijn. Het invoeren van een
verplichting tot publicatie van een vooraankondiging en een aankondiging van gunning
van een opdracht voor elke concessie met een waarde gelijk aan of groter dan de
in deze richtlijn vastgestelde drempels is een toereikende methode om
informatie te verstrekken over zakelijke kansen aan potentiële inschrijvers
alsook over het aantal en het soort gegunde opdrachten aan alle
belanghebbenden. Voorts moeten de lidstaten passende maatregelen invoeren met
betrekking tot de gunning van concessieopdrachten voor deze diensten die erop
gericht zijn te zorgen voor inachtneming van de beginselen van transparantie en
gelijke behandeling van ondernemers terwijl aanbestedende diensten en
aanbestedende entiteiten in staat worden gesteld rekening te houden met de
specificiteit van de betrokken diensten. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat
aanbestedende diensten en aanbestedende entiteiten rekening mogen houden met de
noodzaak te zorgen voor kwaliteit, continuïteit, toegankelijkheid,
beschikbaarheid en uitgebreidheid van de diensten, de specifieke behoeften van
verschillende categorieën gebruikers, de participatie en de empowerment van
gebruiker en innovatie. (22)
Wegens het belang van de culturele context en het
gevoelige karakter van deze diensten moeten de lidstaten een grote vrijheid
krijgen om de keuze van de dienstverrichters te organiseren zoals zij dat het
meest passend achten. De regels van deze richtlijn staan er niet aan in de weg
dat de lidstaten voor de keuze van de dienstverrichters specifieke
kwaliteitscriteria toepassen, zoals de criteria die zijn vastgesteld in het
facultatieve Europees kwaliteitskader voor sociale diensten van het Comité voor
sociale bescherming van de Europese Unie. Lidstaten en/of aanbestedende
diensten blijven vrij om deze diensten zelf te verrichten of om sociale
diensten zo te organiseren dat er geen sprake is van gunning van
overheidsopdrachten, bijvoorbeeld door deze diensten alleen te financieren of
door licenties of machtigingen te verlenen aan alle ondernemers die
beantwoorden aan de vooraf door de aanbestedende dienst of aanbestedende
entiteit vastgestelde voorwaarden, zonder beperkingen of quota, op voorwaarde
dat dit systeem voor voldoende publiciteit zorgt en aan de beginselen van
transparantie en non-discriminatie voldoet. (23)
Om het voor alle belangstellende ondernemers
mogelijk te maken aanvragen en inschrijvingen in te dienen, moeten
aanbestedende diensten worden verplicht een minimumperiode voor de ontvangst
van deze inschrijvingen in acht te nemen. (24)
De keuze en toepassing van evenredige,
niet-discriminerende en eerlijke selectiecriteria op ondernemers is van essentieel
belang voor hun daadwerkelijke toegang tot de economische kansen met betrekking
tot concessieovereenkomsten. De mogelijkheid voor een gegadigde om op de
capaciteit van andere diensten te steunen, kan met name een beslissende factor
vormen die de deelneming van kleine en middelgrote ondernemingen mogelijk
maakt. Het is derhalve passend erin te voorzien dat de selectiecriteria
uitsluitend betrekking moeten hebben op de technische, financiële en
economische capaciteit van ondernemers, in de concessieaankondiging moeten
worden bekendgemaakt en niet kunnen uitsluiten dat een ondernemer op de
capaciteit van andere entiteiten steunt, ongeacht de juridische aard van de
banden van de ondernemer met deze entiteiten, indien deze laatste ten genoegen
van de aanbestedende dienst of aanbestedende entiteit kan aantonen dat hij de
nodige middelen te zijner beschikking zal hebben. (25)
Om voor transparantie en gelijke behandeling te
zorgen, moeten criteria voor de gunning van concessies altijd aan een aantal
algemene normen voldoen. Deze criteria moeten vooraf aan alle potentiële
inschrijvers openbaar worden gemaakt, verband houden met het voorwerp van de
opdracht en de aanbestedende dienst of aanbestedende entiteit geen onbeperkte
keuzevrijheid laten. Zij moeten ervoor zorgen dat effectieve concurrentie
mogelijk blijft en gepaard gaan met eisen die het mogelijk maken de door de
inschrijvers verstrekte informatie effectief te controleren. Om aan deze normen
te voldoen en de rechtszekerheid te verbeteren, mogen de lidstaten voorzien in
het gebruik van het criterium van de economisch voordeligste inschrijving. (26)
Wanneer aanbestedende diensten en aanbestedende
entiteiten besluiten een concessie te gunnen aan de economisch voordeligste
inschrijving, moeten zij bepalen op basis van welke economische en
kwaliteitscriteria zij de inschrijvingen zullen beoordelen teneinde vast te
stellen welke inschrijving de beste prijs-kwaliteitverhouding heeft. Bij de
bepaling van deze criteria wordt rekening gehouden met het voorwerp van de
concessie, aangezien de criteria het mogelijk moeten maken het prestatieniveau
dat door iedere inschrijving wordt geboden ten aanzien van het in de technische
specificaties omschreven voorwerp van de concessie te beoordelen en de
prijs-kwaliteitverhouding van iedere inschrijving te bepalen. (27)
Concessieovereenkomsten zijn gewoonlijk complexe
langetermijnregelingen waarbij de aannemer verantwoordelijkheden en risico's op
zich neemt die traditioneel door de aanbestedende diensten en aanbestedende
entiteiten worden gedragen en binnen hun opdracht vallen. Om deze reden dienen
de aanbestedende diensten of aanbestedende entiteiten over een
flexibiliteitsmarge te beschikken bij het organiseren van het gunningsproces,
met de mogelijkheid ook over de inhoud van de overeenkomst met de gegadigden te
onderhandelen. Om voor gelijke behandeling en transparantie in de loop van de
gunningsprocedure te zorgen, dient te worden voorzien in bepaalde vereisten
zoals de structuur van het gunningsproces met inbegrip van onderhandelingen, de
verspreiding van informatie en de beschikbaarheid van schriftelijke
vastleggingen. Het is tevens noodzakelijk te bepalen dat er van de
oorspronkelijke voorwaarden van de concessieaankondiging niet mag worden
afgeweken, om oneerlijke behandeling van potentiële kandidaten te voorkomen. (28)
De door de aanbestedende diensten en aanbestedende
entiteiten opgestelde technische specificaties moeten de blootstelling van de
gunning van concessies aan concurrentie mogelijk maken. Daartoe moet het
mogelijk zijn inschrijvingen in te dienen die de diversiteit van de technische
oplossingen tot uiting brengen, zodat er een voldoende hoog niveau van
concurrentie tot stand komt. Bijgevolg moeten de technische specificaties
zodanig worden opgesteld dat wordt vermeden dat de concurrentie kunstmatig
wordt ingeperkt middels vereisten die een bepaalde ondernemer bevoordelen
doordat zij een afspiegeling zijn van de basiskenmerken van het gebruikelijke
aanbod van leveringen, diensten of werken van die ondernemer. Door de
technische specificaties in termen van functionele en prestatievereisten te
formuleren, kan deze doelstelling in het algemeen optimaal worden bereikt en
wordt innovatie bevorderd. Bij verwijzing naar een Europese norm, of bij
ontstentenis daarvan, naar een nationale norm, moeten door de aanbestedende
diensten of de aanbestedende entiteiten de inschrijvingen op basis van
gelijkwaardige regelingen worden bekeken. Om gelijkwaardigheid aan te tonen,
kunnen inschrijvers verplicht worden bewijs aan te voeren dat door derden gecontroleerd
is; Andere passende bewijsmiddelen zoals een technisch dossier van de fabrikant
moeten echter ook worden aanvaard wanneer de betrokken ondernemer geen toegang
heeft tot dergelijke certificaten of testverslagen, of deze niet binnen de
toepasselijke termijnen kan verkrijgen. (29)
De aanbestedende diensten en aanbestedende
entiteiten moet worden toegestaan in technische specificaties en in
gunningscriteria te verwijzen naar een specifiek productieproces, een
specifieke wijze van dienstverrichting of een specifiek proces voor enig ander
stadium van de levenscyclus van een product of dienst, mits deze verband houden
met het voorwerp van de concessie. Om sociale overwegingen beter in de gunning
van concessies te integreren, mag het aanbesteders ook worden toegestaan in de
gunningscriteria kenmerken met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden op te
nemen. Wanneer echter de aanbestedende diensten of aanbestedende entiteiten
gebruik maken van de economisch voordeligste inschrijving, mogen die criteria
enkel verband houden met de arbeidsvoorwaarden van de personen die rechtstreeks
aan het betrokken proces van productie of verrichting deelnemen. Die kenmerken
mogen enkel betrekking hebben op de bescherming van de gezondheid van het
personeel dat betrokken is bij het productieproces of de bevordering van
sociale integratie van kansarme personen of leden van kwetsbare groepen onder
de personen die zijn aangewezen om de opdracht uit te voeren, inclusief
toegankelijkheid voor personen met een handicap. In dit geval moeten alle
gunningscriteria die deze kenmerken omvatten in ieder geval beperkt blijven tot
kenmerken die rechtstreekse gevolgen hebben op personeelsleden in hun
arbeidsmilieu. Zij moeten worden toegepast in overeenstemming met Richtlijn 96/71/EG
van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de
terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van
diensten[10]
en op een wijze waarbij rechtstreeks of onrechtstreeks niet gediscrimineerd
wordt ten opzichte van ondernemers uit andere lidstaten of uit derde landen die
partij zijn bij de overeenkomst of bij de vrijhandelsovereenkomsten waarbij de
Unie partij is. Het moet aanbestedende diensten en aanbestedende entiteiten,
ook wanneer zij gebruik maken van het criterium van de economisch voordeligste
inschrijving, zijn toegestaan als gunningscriterium gebruik te maken van de
organisatie, kwalificatie en ervaring van het personeel dat is toegewezen aan
de uitvoering van de betrokken concessie, aangezien dit invloed kan hebben op
de kwaliteit van de uitvoering van de concessie en als gevolg daarvan op de
economische waarde van de inschrijving. (30)
Elektronische informatie- en communicatiemiddelen
kunnen in aanzienlijke mate de publicatie van opdrachten vereenvoudigen en de
efficiëntie en transparantie van de concessiegunningsprocessen verbeteren. Dit
moet bij procedures voor de gunning van concessies de standaardmethode van
communicatie en informatie-uitwisseling worden. Door het gebruik van
elektronische middelen wordt ook tijd bespaard. Bijgevolg dienen bij gebruik
van elektronische middelen de minimumtermijnen te worden verkort, op voorwaarde
echter dat deze met de op uniaal niveau beoogde wijze van overbrenging
verenigbaar zijn. Bovendien kunnen elektronische informatie- en communicatiemiddelen
inclusief toereikende functionaliteiten aanbestedende diensten en aanbestedende
entiteiten in staat stellen tijdens aanbestedingsprocedures optredende
vergissingen te voorkomen, op te sporen en te corrigeren. (31)
Aanbestedende diensten en aanbestedende entiteiten
van verschillende lidstaten kunnen belangstelling hebben om samen te werken en
gezamenlijk overheidsconcessies te gunnen om maximaal te profiteren van het
potentieel van de interne markt wat schaalvoordelen en het delen van risico's
en voordelen betreft, met name voor innovatieve projecten die een groter risico
meebrengen dan redelijkerwijs door één aanbestedende dienst of aanbestedende
entiteit kan worden gedragen. Bijgevolg dienen nieuwe regels inzake
grensoverschrijdende gezamenlijke gunning van concessies tot aanwijzing van het
toepasselijke recht te worden opgesteld om het opzetten van
grensoverschrijdende gezamenlijke gunning van overheidsconcessies te
vergemakkelijken. Bovendien mogen aanbestedende diensten en aanbestedende
entiteiten uit verschillende lidstaten gezamenlijke rechtsorganen oprichten die
krachtens nationaal of uniaal recht worden ingesteld. Voor die vorm van
gezamenlijke concessiegunning moeten specifieke regels worden ingesteld. (32)
Tijdens de uitvoering van een concessie moeten zowel
de nationale als de uniale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en
collectieve overeenkomsten die van kracht zijn op het gebied van
arbeidsvoorwaarden en veiligheid op het werk van toepassing zijn, op voorwaarde
dat die regels en de toepassing ervan in overeenstemming zijn met het uniale
recht. Voor grensoverschrijdende situaties, waarbij werknemers van de ene
lidstaat ter uitvoering van een concessie in een andere lidstaat diensten
verrichten, zijn in Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad
van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van
werknemers met het oog op het verlenen van diensten[11] de minimumvoorwaarden bepaald
waaraan het land van ontvangst ten aanzien van deze ter beschikking gestelde
werknemers moet voldoen. (33)
Concessies mogen niet worden gegund aan ondernemers
die hebben deelgenomen aan een criminele organisatie of schuldig zijn bevonden
aan corruptie, fraude ten nadele van de uniale financiële belangen of het
witwassen van geld. Ook moet niet-betaling van belastingen of
socialezekerheidsbijdragen worden bestraft met verplichte uitsluiting op het
niveau van de Unie. Voorts moet aan de aanbestedende diensten en aanbestedende
entiteiten de mogelijkheid verleend worden om gegadigden of inschrijvers uit te
sluiten wegens ernstige schendingen van uniaal of nationaal recht tot
bescherming van publieke belangen verenigbaar met het Verdrag of wanneer de
ondernemer blijk heeft gegeven van significante of aanhoudende tekortkomingen
bij de uitvoering van een eerdere soortgelijke concessie of eerdere
soortgelijke concessies met dezelfde aanbestedende dienst of aanbestedende
entiteit. (34)
Rekening houdend met de toepasselijke rechtspraak
van de Hof van Justitie van de Europese Unie moet duidelijkheid worden
verschaft over de vraag onder welke voorwaarden wijzigingen van een concessie
tijdens de uitvoering ervan een nieuwe gunningsprocedure vereisen. Een nieuwe
gunningsprocedure is vereist in geval van materiële wijzigingen van de
oorspronkelijke concessie, waaruit blijkt dat de partijen voornemens zijn over
essentiële voorwaarden van die concessie opnieuw te onderhandelen. Dit is met
name het geval indien de gewijzigde voorwaarden invloed zouden hebben gehad op
de afloop van de procedure, mochten zij van de oorspronkelijke procedure deel
hebben uitgemaakt. Een uitzonderlijke en tijdelijke verlenging van de termijn
van de concessie die strikt gericht is op het zorgen voor de continuïteit van
de verrichting van de dienst in afwachting van de gunning van een nieuwe
concessie moet normaliter niet als een materiële wijziging van de
oorspronkelijke concessie kwalificeren. (35)
Aanbestedende diensten en aanbestedende entiteiten
kunnen geconfronteerd worden met externe omstandigheden die zij bij de gunning
van de concessie niet konden voorzien. In dit geval is enige flexibiliteit
nodig om de concessie zonder een nieuwe gunningsprocedure aan deze
omstandigheden aan te passen. Het begrip omstandigheden die een zorgvuldige
aanbestedende dienst of aanbestedende entiteit niet kon voorzien, verwijst naar
die omstandigheden welke niet konden worden voorspeld ondanks een
redelijkerwijs zorgvuldige voorbereiding van de oorspronkelijke gunning door de
aanbestedende dienst of aanbestedende entiteit, rekening houdend met de
beschikbare middelen ervan, de aard en de kenmerken van het specifieke project,
de goede praktijk binnen het betrokken gebied en de noodzaak om te zorgen voor
een passende verhouding tussen de middelen die aan de voorbereiding van de
gunning zijn besteed en de voorzienbare waarde ervan. Dit is echter niet van
toepassing in gevallen waarin een wijziging resulteert in een verandering van
de aard van de algehele aanbesteding, bijvoorbeeld door de aan te besteden
werken, leveringen of diensten te vervangen door iets anders of door het soort aanbesteding
fundamenteel te veranderen, aangezien in een dergelijke situatie aangenomen mag
worden dat er sprake is van een hypothetische invloed op de afloop. (36)
Overeenkomstig de beginselen van gelijke
behandeling en transparantie mag de inschrijver aan wie de concessie is gegund
niet door een andere ondernemer worden vervangen zonder de concessie opnieuw
aan te besteden. Het is echter mogelijk dat de inschrijver aan wie de concessie
is gegund tijdens de uitvoering van de concessie bepaalde structurele veranderingen
ondergaat, zoals zuiver interne reorganisaties, fusies en overnames of
insolventie of wordt vervangen op basis van een contractclausule waarvan alle
inschrijvers kennis hebben en overeenkomstig de beginselen van gelijke
behandeling en transparantie. Dergelijke structurele veranderingen dienen niet
automatisch tot nieuwe gunningsprocedures voor alle door die onderneming
uitgevoerde concessies te noodzaken. (37)
Aanbestedende diensten of aanbestedende entiteiten
moeten de mogelijkheid hebben om in het concessiecontract zelf in wijzigingen
van een concessie te voorzien door middel van herzieningsclausules die hen
echter geen onbeperkte discretie geven. Deze richtlijn moet derhalve bepalen in
welke mate in de oorspronkelijke concessie in wijzigingen mag worden voorzien. (38)
Met het oog op aanpassing aan snelle technische en
economische ontwikkelingen dient de bevoegdheid om handelingen vast te stellen
overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag aan de Commissie te worden
gedelegeerd wat betreft een aantal niet-essentiële onderdelen van deze
richtlijn. De technische details en kenmerken
van de toestellen voor elektronische ontvangst moeten gelijke tred houden met
de technologische ontwikkelingen en de administratieve behoeften; de Commissie
moet eveneens de bevoegdheid krijgen om technische normen voor elektronische
communicatie verplicht te stellen teneinde, rekening houdend met technologische
ontwikkelingen en administratieve behoeften, voor de interoperabiliteit te
zorgen van technische formaten, processen en messaging bij procedures voor de
gunning van concessies die uitgevoerd worden met behulp van elektronische
communicatiemiddelen. Voorts moet de lijst van wetgevingshandelingen van de
Unie tot vaststelling van gemeenschappelijke methodologieën voor de berekening
van de levenscycluskosten snel worden aangepast om de op sectorale basis
vastgestelde maatregelen op te nemen. Om in deze behoeften te voorzien, moet de
Commissie bevoegdheid krijgen om de lijst van wetgevingshandelingen inclusief
de methodologieën voor de berekening van de levenscycluskosten actueel te
houden. (39)
Om voor een toereikende juridische bescherming van
gegadigden en inschrijvers tijdens de procedures voor de gunning van concessies
te zorgen alsook om de effectieve handhaving te verzekeren van de regels van
deze richtlijn en de beginselen van het Verdrag, dienen Richtlijn 89/665/EEG
van de Raad houdende de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke
bepalingen betreffende de toepassing van de beroepsprocedures inzake het
plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen en voor de uitvoering van
werken[12]
en Richtlijn 92/13/EEG van de Raad tot coördinatie van de wettelijke en
bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de communautaire
voorschriften inzake de procedures voor het plaatsen van opdrachten door
diensten die werkzaam zijn in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer
en telecommunicatie[13]
tevens van toepassing te zijn op concessies voor diensten en concessies voor
werken die zowel door aanbestedende diensten als door aanbestedende entiteiten
worden gegund. De richtlijnen 89/665/EEG en 92/13/EEG moeten derhalve
dienovereenkomstig worden gewijzigd. (40)
De verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig
deze richtlijn dient te worden geregeld door Richtlijn 95/46/EG van het
Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de
bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van
persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens[14]. (41)
Het recht van de Unie inzake overheidsaanbestedingen
vereist dat de lidstaten de uitvoering en de werking van die regels consistent
en systematisch monitoren om voor de efficiënte en uniforme toepassing van het
Uniale recht te zorgen. Derhalve mag, wanneer de lidstaten één nationale
autoriteit aanwijzen belast met de monitoring, de uitvoering en de controle van
overheidsaanbestedingen, die autoriteit dezelfde verantwoordelijkheden
betreffende concessies hebben. Eén instantie met overkoepelende taken moet
zorgen voor een overzicht van de voornaamste moeilijkheden bij de uitvoering en
passende remedies voor meer structurele problemen voorstellen. Die instantie
mag ook rechtstreekse feedback verstrekken over de werking van het beleid en
mogelijke zwakke plekken in nationale wetgeving en praktijk en aldus bijdragen
tot de snelle vaststelling van oplossingen en de verbetering van procedures
voor gunning van concessies. (42)
Het is van bijzonder belang dat de Commissie
tijdens haar voorbereidende werkzaamheden passende raadplegingen houdt, onder
meer op deskundigenniveau. De Commissie moet er bij de voorbereiding en
opstelling van gedelegeerde handelingen voor zorgen dat de desbetreffende
documenten gelijktijdig, tijdig en op passende wijze aan het Europees Parlement
en de Raad worden toegezonden. (43)
Om te zorgen voor eenvormige voorwaarden voor de
tenuitvoerlegging van deze richtlijn, de procedure voor de opstelling en
toezending van aankondigingen en voor de verzending en publicatie van gegevens
als bedoeld in de bijlagen IV tot en met VI moeten de uitvoeringsbevoegdheden
voor wijziging van de drempels aan de Commissie worden verleend. Deze
bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU)
nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011
tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing
zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de
uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren[15]. De raadplegingsprocedure moet
worden gebruikt voor het vaststellen van uitvoeringshandelingen, die zowel uit
financieel oogpunt als op de aard en het toepassingsgebied van verplichtingen
uit hoofde van deze richtlijn geen impact hebben. Deze handelingen worden
integendeel gekenmerkt door een zuiver administratieve doelstelling en dienen
om de toepassing van regels uit hoofde van deze richtlijn te vergemakkelijken. (44)
Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring
van de lidstaten en de Commissie over toelichtende stukken van [datum] hebben
de lidstaten zich ertoe verbonden om in gerechtvaardigde gevallen de
kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van één of
meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de
overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht.
Met betrekking tot deze richtlijn acht de wetgever de toezending van dergelijke
stukken gerechtvaardigd, HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN
VASTGESTELD: Richtlijn inzake
concessies Inhoudsopgave TITEL I: DEFINITIES, ALGEMENE BEGINSELEN
en toepassingsgebied HOOFDSTUK I: Definities, algemene
beginselen en toepassingsgebied AFDELING 1: Definities
en toepassingsgebied Artikel 1: Onderwerp en toepassingsgebied Artikel 2: Definities Artikel 3: Aanbestedende diensten Artikel 4: Aanbestedende entiteiten Artikel 5: Drempels Artikel 6: Methoden voor de berekening van de
geraamde waarde van concessies Artikel 7: Algemene beginselen AFDELING II: UITSLUITINGEN Artikel 8: Uitsluitingen die van toepassing zijn
op door aanbestedende diensten en aanbestedende entiteiten gegunde concessies Artikel 9: Specifieke uitsluitingen op het gebied
van telecommunicatie Artikel 10: Uitsluitingen die van toepassing zijn
op door aanbestedende entiteiten gegunde concessies Artikel 11: Aan een verbonden onderneming gegunde
concessies Artikel 12: Aan een gemeenschappelijke onderneming
of aan een aanbestedende entiteit die deel uitmaakt van een gemeenschappelijke
onderneming gegunde concessies Artikel 13: Informatieverstrekking Artikel 14: Uitsluiting van activiteiten die
rechtstreeks aan concurrentie blootstaan Artikel 15: Betrekkingen tussen autoriteiten AFDELING III: Algemene bepalingen Artikel 16: Duur van de concessie Artikel 17: Sociale diensten en andere specifieke
diensten Artikel 18: Gemengde concessies Artikel 19: Concessies betreffende meerdere
activiteiten AFDELING IV: Specifieke
situaties Artikel 20: Voorbehouden concessies Artikel 21: Diensten voor onderzoek en
ontwikkeling HOOFDSTUK II: Beginselen Artikel 22: Ondernemers Artikel 23: Nomenclaturen Artikel 24: Vertrouwelijkheid Artikel 25: Regels betreffende
communicatiemiddelen TITEL II: REGELS BETREFFENDE
CONCESSIES HOOFDSTUK I: Bekendmaking en transparantie Artikel 26: Concessieaankondigingen Artikel 27: Concessiegunningsaankondigingen Artikel 28: Opmaak en wijze van bekendmaking van
aankondigingen Artikel 29: Bekendmaking op nationaal niveau Artikel 30: Elektronische beschikbaarheid van
concessiedocumenten HOOFDSTUK II: Verloop van de procedure AFDELING 1: GEZAMENLIJKE CONCESSIES, TERMIJNEN EN
TECHNISCHE SPECIFICATIES Artikel 31: Gezamenlijke concessies tussen
aanbestedende diensten of aanbestedende entiteiten uit verschillende lidstaten Artikel 32: Technische specificaties Artikel 33: Testverslagen, certificatie en andere
bewijsmiddelen AFDELING II: KEUZE VAN DEELNEMERS EN GUNNING VAN
CONCESSIES Artikel 34: Algemene beginselen Artikel 35: Procedurele waarborgen Artikel 36: Selectie en kwalitatieve beoordeling
van gegadigden Artikel 37: Vaststelling van termijnen Artikel 38: Termijnen voor de indiening van
aanvragen voor de concessie Artikel 39: Criteria voor de gunning van
concessies Artikel 40: Levenscyclus en berekening van
levenscycluskosten TITEL III: REGELS INZAKE DE UITVOERING
VAN CONCESSIES Artikel 41: Onderaanneming Artikel 42: Wijzigingen van concessies gedurende
de looptijd ervan Artikel 43: Beëindiging van concessies TITEL IV: WIJZIGINGEN VAN DE RICHTLIJNEN
INZAKE RECHTSMIDDELEN OP HET GEBIED VAN OVERHEIDSOPDRACHTEN Artikel 44: Wijzigingen van Richtlijn 89/665/EEG Artikel 45: Wijzigingen van Richtlijn 92/13/EEG TITEL V: GEDELEGEERDE BEVOEGDHEDEN,
UITVOERINGSBEVOEGDHEDEN EN SLOTBEPALINGEN Artikel 46: Uitoefening van de delegatie van
bevoegdheden Artikel 47: Spoedprocedure Artikel 48: Comitéprocedure Artikel 49: Omzetting Artikel 50: Overgangsbepalingen Artikel 51: Toetsing Artikel 52: Inwerkingtreding Artikel 53: Adressaten BIJLAGEN BIJLAGE I:
LIJST VAN ACTIVITEITEN BEDOELD IN ARTIKEL 2, LID 5 BIJLAGE II: LIJST
VAN DE IN ARTIKEL 40, LID 4, BEDOELDE WETGEVING BIJLAGE III:
ACTIVITEITEN UITGEOEFEND DOOR AANBESTEDENDE ENTITEITEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 4 BIJLAGE IV:
INFORMATIE DIE IN CONCESSIEAANKONDIGINGEN MOET WORDEN OPGENOMEN BIJLAGE V:
INFORMATIE DIE IN AANKONDIGINGEN VAN DE GUNNING VAN CONCESSIES MOET WORDEN
OPGENOMEN BIJLAGE VI:
INFORMATIE DIE IN AANKONDIGINGEN VAN DE GUNNING VAN CONCESSIES BETREFFENDE
CONCESSIES VOOR SOCIALE EN ANDERE SPECIFIEKE DIENSTEN (ARTIKEL 27, LID 1) MOET
WORDEN OPGENOMEN BIJLAGE VII:
INFORMATIE DIE OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 42 IN AANKONDIGINGEN VAN WIJZIGINGEN VAN
EEN CONCESSIE GEDURENDE DE LOOPTIJD ERVAN MOET WORDEN OPGENOMEN BIJLAGE VIII:
DEFINITIE VAN ENKELE TECHNISCHE SPECIFICATIES BIJLAGE IX:
SPECIFICATIES BETREFFENDE DE BEKENDMAKING BIJLAGE X:
DIENSTEN IN DE ZIN VAN ARTIKEL 7 BIJLAGE XI: LIJST
VAN DE IN ARTIKEL 4, LID 2, BEDOELDE WETGEVING VAN DE EUROPESE UNIE BIJLAGE XII: EISEN
TEN AANZIEN VAN MIDDELEN VOOR DE ELEKTRONISCHE ONTVANGST VAN INSCHRIJVINGEN EN
AANVRAGEN BIJLAGE XIII:
INFORMATIE DIE IN VOORAANKONDIGINGEN BETREFFENDE CONCESSIES VOOR SOCIALE EN
ANDERE SPECIFIEKE DIENSTEN TITEL I
DEFINITIES, ALGEMENE BEGINSELEN en
toepassingsgebied HOOFDSTUK I
Definities, algemene beginselen en toepassingsgebied Afdeling I
Definities en toepassingsgebied Artikel 1
Onderwerp en toepassingsgebied 1.
Deze richtlijn stelt regels vast betreffende
procedures voor aanbesteding door aanbestedende diensten en aanbestedende
entiteiten met betrekking tot concessies waarvan de geraamde waarde niet minder
bedraagt dan de in de artikel 5 vastgestelde drempels. 2.
Deze richtlijn is van toepassing op de verwerving
van werken of diensten, inclusief leveringen die samenhangen met het voorwerp
van een concessie, van ondernemers die gekozen worden door: a) aanbestedende diensten, ongeacht of de
werken of diensten inclusief de ermee verband houdende leveringen een publiek
doel beogen, of; b) aanbestedende entiteiten, mits de werken
of diensten inclusief de ermee verband houdende leveringen bestemd zijn voor de
uitoefening van een van de activiteiten als bedoeld in bijlage III. Artikel 2
Definities 1.
In deze richtlijn gelden de volgende definities: (1)
‘Concessies’: concessies voor openbare werken,
concessies voor werken of concessies voor diensten. (2)
Een ‘concessie voor openbare werken’: een contract
onder bezwarende titel dat schriftelijk tussen een of meer ondernemers en een
of meer aanbestedende diensten wordt gesloten en de uitvoering van werken als
voorwerp heeft, waarbij de tegenprestatie voor de uit te voeren werken bestaat
hetzij uitsluitend in het recht het werk dat het voorwerp van het contract
vormt, te exploiteren, hetzij in dit recht, gepaard gaande met een prijs. (3)
‘Schriftelijk’: elk uit woorden of cijfers bestaand
geheel dat kan worden gelezen, gereproduceerd en vervolgens medegedeeld. Dit
geheel kan met elektronische middelen overgebrachte of opgeslagen informatie
bevatten. (4)
Een ‘concessie voor werken’: een contract onder
bezwarende titel dat schriftelijk tussen een of meer ondernemers en een of meer
aanbestedende entiteiten wordt gesloten en de uitvoering van werken als
voorwerp heeft, waarbij de tegenprestatie voor de uit te voeren werken bestaat
hetzij uitsluitend in het recht het werk dat het voorwerp van het contract
vormt, te exploiteren, hetzij in dit recht, gepaard gaande met een prijs. (5)
‘Uitvoering van werken’: de uitvoering of zowel het
ontwerp als de uitvoering van werken in het kader van een van de in bijlage I
bedoelde activiteiten of van een werk, dan wel het laten uitvoeren met welke
middelen dan ook van een werk dat aan de door de aanbestedende dienst
vastgestelde eisen voldoet die een beslissende invloed op het soort werk of op
het ontwerp van het werk uitoefenen. (6)
‘Werk’: het product van een geheel van bouw- of
civieltechnische werken dat ertoe bestemd is als zodanig een economische of
technische functie te vervullen. (7)
Een ‘concessie voor diensten’: een contract onder
bezwarende titel dat schriftelijk tussen een of meer ondernemers en een of meer
aanbestedende diensten of aanbestedende entiteiten wordt gesloten en de
verrichting van diensten met uitzondering van die als bedoeld in de punten 2 en
4 als voorwerp heeft, waarbij de tegenprestatie voor de te verrichten diensten
bestaat hetzij uitsluitend in het recht de diensten die het voorwerp van het
contract vormen, te exploiteren, hetzij in dit recht, gepaard gaande met een
prijs. (8)
‘Gegadigde’: een ondernemer die heeft verzocht om
een uitnodiging of uitgenodigd is tot deelneming aan een
concessiegunningsprocedure. (9)
‘Concessiehouder’: een ondernemer aan wie een
concessie is gegund. (10)
“Ondernemer”: elke natuurlijke of rechtspersoon of
publieke entiteit, of een combinatie van deze personen en/of entiteiten, die de
uitvoering van werken en/of een werk, leveringen of diensten op de markt
aanbiedt. (11)
‘Inschrijver’: een ondernemer die een inschrijving
heeft ingediend. (12)
‘Elektronisch middel’: een middel waarbij gebruik
wordt gemaakt van elektronische apparatuur voor gegevensverwerking (met
inbegrip van digitale compressie) en gegevensopslag, alsmede van verspreiding,
overbrenging en ontvangst door middel van draden, straalverbindingen, optische
middelen of andere elektromagnetische middelen. (13)
‘Concessiedocumenten’: alle documenten die zijn
vervaardigd door of waarnaar wordt verwezen door de aanbestedende dienst of
aanbestedende entiteit om elementen van de aanbesteding of de procedure te
beschrijven of te bepalen, inclusief de aankondiging van de opdracht, de
technische specificaties, voorgestelde voorwaarden van de opdracht, formaten
voor de presentatie van documenten door gegadigden en inschrijvers, informatie
over algemeen geldende verplichtingen en alle additionele documenten. (14)
‘Levenscyclus’: alle opeenvolgende en/of onderling
verbonden stadia, waaronder productie, vervoer, gebruik en onderhoud, van het
bestaan van een product, werk of verrichting van een dienst, van de verkrijging
van de grondstof of de opwekking van hulpbronnen tot de verwijdering, de
opruiming of de afwerking. 2.
Het recht de werken of diensten te exploiteren als
bedoeld in de punten 2, 4 en 7 van de eerste alinea houdt de overdracht aan de
concessiehouder in van het wezenlijk operationeel risico. De concessiehouder
wordt geacht het wezenlijk operationeel risico op zich te nemen wanneer er geen
garantie voorhanden is dat de gedane investeringen of de kosten die gemaakt
zijn bij het exploiteren van de werken of diensten die het voorwerp van de
concessie vormen, kunnen worden terugverdiend. Dat economische risico kan bestaan uit: a) het risico verbonden aan het gebruik van
de werken of de vraag naar de verrichting van de dienst; of b) het risico verbonden aan de
beschikbaarheid van de infrastructuur die door de concessiehouder wordt
aangeboden of wordt gebruikt voor de verrichting van diensten voor de
gebruikers. Artikel 3
Aanbestedende diensten 1.
Voor de toepassing van deze richtlijn wordt onder
"aanbestedende diensten" verstaan de staat, regionale of lokale
autoriteiten, publiekrechtelijke instellingen en verenigingen gevormd door een
of meer van deze autoriteiten of een of meer van deze publiekrechtelijke
instellingen, met uitzondering van die welke een concessie gunnen voor het
uitoefenen van een activiteit als bedoeld in bijlage III. 2.
‘Regionale autoriteiten’ omvatten alle autoriteiten
van de administratieve eenheden die onder NUTS 1 en 2 vallen, als bedoeld in
Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad[16]. 3.
‘Lokale autoriteiten’ omvatten alle autoriteiten
van de onder NUTS 3 vallende administratieve eenheden en kleinere
administratieve eenheden, als bedoeld in Verordening nr. 1059/2003. 4.
Onder ‘publiekrechtelijke instellingen’ wordt
verstaan instellingen die alle volgende kenmerken vertonen: a) zij zijn opgericht voor, of hebben het
specifieke doel te voorzien in andere behoeften van algemeen belang dan die van
industriële of commerciële aard; b) zij bezitten rechtspersoonlijkheid; (c) zij worden in hoofdzaak door de staat,
regionale of lokale autoriteiten of andere publiekrechtelijke instellingen
gefinancierd of zijn voor hun beheer onderworpen aan toezicht door deze laatste
of de leden van het bestuurs-, het leidinggevende of toezichthoudende orgaan
ervan worden voor meer dan de helft aangesteld door de staat, regionale of
lokale autoriteiten of door andere publiekrechtelijke instellingen. Voor de toepassing van punt a) van de eerste
alinea heeft een instelling die in normale marktomstandigheden werkzaam is,
winst nastreeft en de met de uitoefening van haar activiteit verbonden
verliezen draagt, niet tot doel te voorzien in andere behoeften van algemeen
belang dan die van industriële of commerciële aard. Artikel 4
Aanbestedende entiteiten 1.
Voor de toepassing van deze richtlijn wordt
verstaan onder ‘aanbestedende entiteiten’: (1)
de staat, regionale of lokale autoriteiten,
publiekrechtelijke instellingen en verenigingen gevormd door een of meer van
deze autoriteiten of een of meer van deze publiekrechtelijke instellingen als
gedefinieerd in de leden 2-4 van artikel 3; of (2)
overheidsbedrijven als gedefinieerd in lid 2 van
dit artikel; of (3)
entiteiten die geen aanbestedende diensten of
overheidsbedrijven zijn en actief zijn op basis van door een bevoegde
autoriteit van een lidstaat verleende bijzondere of uitsluitende rechten; wanneer zij een concessie gunnen voor de
uitoefening van een van de activiteiten als bedoeld in bijlage III. 2.
Een “overheidsbedrijf” is een bedrijf waarop
aanbestedende diensten rechtstreeks of onrechtstreeks een overheersende invloed
kunnen uitoefenen uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of de op het
bedrijf van toepassing zijnde voorschriften. Een overheersende invloed wordt vermoed aanwezig
te zijn, wanneer de aanbestedende diensten, al dan niet rechtstreeks, ten
aanzien van een bedrijf: a) de meerderheid van het geplaatste
kapitaal van de onderneming bezitten, of b) over de meerderheid van de stemmen
beschikken die aan de door de onderneming uitgegeven aandelen zijn verbonden,
of (c) meer dan de helft van de leden van het
bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de onderneming kan
aanwijzen. 3.
Onder ‘bijzondere of uitsluitende rechten’ wordt
verstaan rechten die door een bevoegde autoriteit van een lidstaat zijn
verleend middels enige wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling die tot
gevolg heeft dat de uitoefening van in bijlage III omschreven activiteiten tot
een of meer entiteiten beperkt blijft en het vermogen van andere entiteiten om
die activiteit uit te oefenen substantieel wordt beïnvloed. Rechten die zijn verleend door middel van een
procedure waarbij voor toereikende publiciteit is gezorgd en waarbij de
verlening van die rechten gebaseerd was op objectieve criteria, vormen geen
"bijzondere of uitsluitende rechten" in de zin van deze richtlijn.
Deze procedure omvat: a) aanbestedingsprocedures met voorafgaande
uitnodiging tot inschrijving overeenkomstig Richtlijn [2004/18/EG of 2004/17/EG]
of deze richtlijn b) procedures uit hoofde van andere
wetgevingshandelingen van de Unie, opgenomen in de lijst van bijlage XI, die
zorgen voor toereikende voorafgaande transparantie voor het verlenen van
vergunningen op basis van objectieve criteria. De Commissie is bevoegd gedelegeerde handelingen
overeenkomstig artikel 46 vast te stellen om de lijst van de uniale
wetgevingshandelingen in bijlage XI te wijzigen wanneer wegens de vaststelling
van nieuwe uniale wetgeving of de intrekking van uniale wetgeving deze
wijziging noodzakelijk blijkt. Artikel 5
Drempels 1.
Deze richtlijn is van toepassing op de volgende
concessies waarvan de waarde 5 000 000 EUR of meer bedraagt.: a) concessies die door aanbestedende
entiteiten worden gesloten voor de uitoefening van een van de activiteiten als
bedoeld in bijlage III; b) door aanbestedende diensten gesloten
concessies. 2.
Concessies voor diensten waarvan de waarde 2 500 000 EUR
of meer, maar minder dan 5 000 000 EUR bedraagt, met uitzondering van
sociale diensten en andere specifieke diensten, zijn onderworpen aan de
verplichting een aankondiging van de gunning van een concessie in
overeenstemming met de artikelen 27 en 28 te publiceren. Artikel 6
Methoden voor de berekening van de geraamde waarde van concessies 1.
De berekening van de geraamde waarde van een
concessie is gebaseerd op het totale bedrag, exclusief btw, zoals geraamd door
de aanbestedende dienst of de aanbestedende entiteit, met inbegrip van de
eventuele opties en eventuele verlengingen van de concessie. 2.
De geraamde waarde van een concessie wordt berekend
als de waarde van een geheel van werken of diensten, zelfs indien deze middels
verschillende opdrachten worden aangekocht, wanneer de opdrachten deel uitmaken
van één project. Aanwijzingen voor het bestaan van één enkel project bestaan in
het algeheel voorafgaand plannen en ontwerpen door de aanbestedende dienst of
aanbestedende entiteit, het feit dat de verschillende aangekochte onderdelen
één economische en technische functie vervullen of dat zij anderszins logisch
met elkaar verbonden zijn. Wanneer de aanbestedende dienst of de
aanbestedende entiteit voorziet in prijzengeld of betalingen aan gegadigden of
inschrijvers, berekent hij deze door in de geraamde waarde van de concessie. 3.
De wijze waarop de geraamde waarde van een
concessie wordt berekend, mag niet bedoeld zijn om de concessie aan de
toepassing van de richtlijn te onttrekken. Een project voor werken of een
geheel van diensten mag niet zodanig worden onderverdeeld dat de opdracht hierdoor
niet binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn valt, tenzij objectieve
redenen dit rechtvaardigen. 4.
Deze raming is geldig op het ogenblik waarop de
concessieaankondiging wordt gezonden of, in gevallen waarin deze aankondiging
niet is gepland, op het ogenblik waarop de aanbestedende dienst of de
aanbestedende entiteit de concessiegunningsprocedure aanvangt, in het bijzonder
door omschrijving van de voornaamste kenmerken van de voorgenomen concessie. 5.
Met betrekking tot concessies voor openbare werken en
concessies voor werken wordt bij de bepaling van de geraamde waarde rekening
gehouden met de kosten van de werken en met de totale geraamde waarde van de
leveringen en diensten die door de aanbestedende diensten of entiteiten ter
beschikking van de aannemer worden gesteld, op voorwaarde dat zij noodzakelijk
zijn voor de uitvoering van de werken. 6.
Wanneer een voorgenomen werk of een voorgenomen
aankoop van diensten aanleiding kan geven tot concessies die gelijktijdig in
afzonderlijke percelen worden gegund, moet de geraamde totale waarde van al
deze percelen als grondslag worden genomen. 7.
Wanneer de samengetelde waarde van de percelen
gelijk is aan of groter is dan het in artikel 5 bepaalde drempelbedrag, is
deze richtlijn van toepassing op de gunning van elk perceel 8.
Aanbestedende diensten of aanbestedende entiteiten
kunnen concessies voor individuele percelen gunnen zonder toepassing van de in
deze richtlijn bedoelde gunningsbepalingen, op voorwaarde dat de geraamde
waarde, exclusief btw, van het betrokken perceel kleiner is dan 1 miljoen EUR.
De samengetelde waarde van de aldus zonder toepassing van deze richtlijn
gegunde percelen mag echter niet meer bedragen dan 20% van de samengetelde
waarde van alle percelen waarin het voorgenomen werk of de voorgenomen aankoop
van diensten is onderverdeeld. 9.
De waarde van de concessies voor diensten is de
geraamde totale waarde van de door de concessiehouder te verrichten diensten
tijdens de gehele duur van de concessie, berekend overeenkomstig een objectieve
methodologie die in de concessieaankondiging of in de concessiedocumenten wordt
gespecificeerd. De geraamde waarde van de concessie wordt in
voorkomend geval op de volgende grondslag berekend: a) voor verzekeringsdiensten: de te betalen
premie en andere vormen van beloning; b) voor bankdiensten en andere financiële
diensten: honoraria, provisies en rente, alsmede andere vormen van beloning; (c) voor ontwerpdiensten: te betalen
honoraria, provisies en andere vormen van beloning; 10.
De waarde van de concessies omvat zowel de van
derden te ontvangen geraamde inkomsten als de door de aanbestedende dienst of
de aanbestedende entiteit te betalen bedragen. Artikel 7
Algemene beginselen Aanbestedende diensten en aanbestedende
entiteiten behandelen ondernemers op gelijke basis en handelen op transparante
en evenredige wijze. Procedures voor de gunning van concessies mogen niet
zodanig worden opgesteld dat zij daardoor buiten het toepassingsgebied van de
richtlijn vallen of de concurrentie daardoor kunstmatig wordt beperkt. Afdeling II
Uitsluitingen Artikel 8
Uitsluitingen die van toepassing zijn op door aanbestedende diensten en
aanbestedende entiteiten gegunde concessies 1.
Deze richtlijn is niet van toepassing op concessies
voor diensten die door een aanbestedende dienst of door een aanbestedende
entiteit worden gegund aan een ondernemer die een aanbestedende entiteit of een
vereniging daarvan is, op basis van een uitsluitend recht dat die ondernemer
ingevolge geldende en gepubliceerde nationale wettelijke of bestuursrechtelijke
bepalingen geniet en dat is verleend in overeenstemming met het Verdrag en
uniale sectorale wetgeving betreffende het beheer van netwerkinfrastructuur in
verband met de in bijlage III vastgestelde activiteiten. 2.
In afwijking van lid 1 van dit artikel zijn, wanneer
in lid 1 van dit artikel bedoelde sectorale wetgeving niet in sectorspecifieke
transparantieverplichtingen voorziet, de vereisten van artikel 27, leden 1 en 3,
van toepassing. 3.
Deze richtlijn is niet van toepassing op concessies
die de aanbestedende dienst of een aanbestedende entiteit dient te gunnen of te
organiseren overeenkomstig aanbestedingsprocedures die zijn vastgesteld in: a) een tussen een lidstaat en een of meer
derde landen overeenkomstig het Verdrag gesloten internationale overeenkomst
betreffende werken, leveringen of diensten die bestemd zijn voor de
gezamenlijke uitvoering of exploitatie van een project door de ondertekenende
staten; b) een gesloten internationale overeenkomst
in verband met de stationering van troepen en betreffende ondernemingen van een
lidstaat of een derde land; c) de specifieke procedure van een
internationale organisatie; d) wanneer de concessies volledig door een
internationale organisatie of een internationale financiële instelling worden
gefinancierd. Elke overeenkomst als bedoeld in de eerste alinea,
onder a), wordt ter kennis van de Commissie gebracht, die het in artikel 48
bedoelde Raadgevend Comité inzake overheidsopdrachten kan raadplegen. Voor de toepassing van punt d) van de eerste
alinea beslissen, in het geval van concessies die in aanzienlijke mate
medegefinancierd worden door een internationale organisatie of internationale
financiële instelling, de partijen over de toepasselijke procedures voor de
gunning van concessies, die in overeenstemming moeten zijn met het Verdrag
betreffende de werking van de Europese Unie. 4.
Behoudens artikel 346 van het Verdrag is deze
richtlijn niet van toepassing op de gunning van concessies op het gebied van
defensie en veiligheid voor zover de bescherming van de essentiële veiligheidsbelangen
van een lidstaat door de in deze richtlijn gegeven regels niet kan worden
gewaarborgd. 5.
Deze richtlijn is niet van toepassing op concessies
voor diensten betreffende: a) de verwerving of huur, ongeacht de
financiële modaliteiten ervan, van grond, bestaande gebouwen of andere
onroerende zaken of betreffende de rechten hierop; concessies betreffende
financiële diensten die voorafgaand aan, gelijktijdig met of als vervolg op het
koop- of huurcontract worden gegund, zijn echter, ongeacht hun vorm, aan deze
richtlijn onderworpen; b) de aankoop, de ontwikkeling, de productie
of de coproductie van programmamateriaal bestemd voor uitzendingen, waaronder
wordt verstaan het uitzenden en verspreiden via enig elektronisch netwerk, die
worden gegund door radio-omroeporganisaties, of concessies betreffende zendtijd
die worden gegund aan radio-omroeporganisaties; c) arbitrage- en bemiddelingsdiensten; d) financiële diensten betreffende de
uitgifte, de aankoop, de verkoop of de overdracht van effecten of andere
financiële instrumenten, in de zin van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees
Parlement en de Raad, door de centrale banken verleende diensten en operaties
die met de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit worden uitgevoerd; e) arbeidsovereenkomsten; f) luchtvervoersdiensten op basis van de
verlening van een exploitatievergunning in de zin van Verordening (EG) 1008/2008[17] van het Europees Parlement en
de Raad[18]; g) openbaar personenvervoer in de zin van
Verordening (EG) 1370/2007 van het Europees Parlement en van de Raad[19]. De in de eerste alinea, onder b) bedoelde
uitzendingen omvatten alle transmissie en distributie met gebruik van
elektronische netwerk in welke vorm dan ook. Artikel 9
Specifieke uitsluitingen op het gebied van elektronische communicatie Deze richtlijn
is niet van toepassing op concessies die in hoofdzaak tot doel hebben de
aanbestedende diensten toe te staan openbare communicatienetten aan te bieden
of te exploiteren of aan het publiek een of meer telecommunicatiediensten aan
te bieden. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan
onder: (a)
‘openbaar communicatienetwerk’: een
elektronischecommunicatienetwerk dat geheel of hoofdzakelijk wordt gebruikt om
voor het publiek beschikbare elektronischecommunicatiediensten aan te bieden
ter ondersteuning van de overdracht van informatie tussen
netwerkaansluitpunten; (b)
‘elektronischecommunicatienetwerk’: de
transmissiesystemen en in voorkomend geval de schakel- of routeringsapparatuur
en andere middelen, waaronder netwerkelementen die niet actief zijn, die het
mogelijk maken signalen over te brengen via draad, radiogolven, optische of
andere elektromagnetische middelen waaronder satellietnetwerken, vaste
(circuit- en pakketgeschakelde, met inbegrip van internet) en mobiele
terrestrische netwerken, elektriciteitsnetten, voor zover deze voor overdracht
van signalen worden gebruikt, netwerken voor radio- en televisieomroep en
kabeltelevisienetwerken, ongeacht de aard van de overgebrachte informatie; (c)
‘netwerkaansluitpunt’ (NAP): het fysieke punt
waarop een abonnee de toegang tot een openbaar communicatienetwerk wordt
geboden; in het geval van netwerken met schakelings- of routeringsfuncties
wordt het NAP bepaald door middel van een specifiek netwerkadres, dat met een
abonneenummer of -naam kan zijn verbonden; (d)
‘elektronischecommunicatiedienst’: een gewoonlijk
tegen vergoeding aangeboden dienst die geheel of hoofdzakelijk bestaat in het
overbrengen van signalen via elektronischecommunicatienetwerken, waaronder
telecommunicatiediensten en transmissiediensten op netwerken die voor omroep
worden gebruikt, maar niet de dienst waarbij met behulp van
elektronischecommunicatienetwerken en -diensten overgebrachte inhoud wordt
geleverd of redactioneel wordt gecontroleerd; daartoe behoren niet de diensten
van de informatiemaatschappij zoals omschreven in artikel 1 van Richtlijn 98/34/EG,
die niet geheel of hoofdzakelijk bestaan uit het overbrengen van signalen via
elektronischecommunicatienetwerken. Artikel 10
Uitsluitingen die van toepassing zijn op door aanbestedende entiteiten gegunde
concessies 1.
Deze richtlijn is niet van toepassing op concessies
die de aanbestedende entiteiten gunnen voor andere doeleinden dan de
uitoefening van hun in bijlage III bedoelde activiteiten of voor de uitoefening
van deze activiteiten in een derde land, in omstandigheden waarbij er geen
fysieke exploitatie is van een net of van een geografisch gebied binnen de
Unie. 2.
De aanbestedende entiteiten doen de Commissie of de
nationale toezichthoudende instantie op hun verzoek mededeling van elke
activiteit die zij uitgesloten achten. De Commissie kan in het Publicatieblad
van de Europese Unie periodiek lijsten ter informatie bekend maken van de
categorieën producten en activiteiten die volgens haar onder deze uitsluiting
vallen. Daarbij houdt de Commissie met alle gevoelige commerciële aspecten
rekening waarop de aanbestedende diensten bij de verstrekking van de informatie
wijzen. Artikel 11
Aan een verbonden onderneming gegunde concessies 1.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder
"verbonden onderneming" verstaan, elke onderneming waarvan de
jaarrekening is geconsolideerd met die van de aanbestedende entiteit
overeenkomstig de eisen van Zevende Richtlijn 83/349/EEG[20] van de Raad. 2.
In geval van entiteiten die niet onder die
richtlijn vallen, wordt onder een "verbonden onderneming" verstaan
elke onderneming die: a) rechtstreeks of onrechtstreeks
onderworpen kan zijn aan een overheersende invloed van de aanbestedende
entiteit in de zin van de tweede alinea van artikel 4 van deze richtlijn; b) een overheersende invloed op de
aanbestedende entiteit kan uitoefenen; c) gezamenlijk met de aanbestedende
entiteit aan de overheersende invloed van een andere onderneming is onderworpen
uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of de op de onderneming van
toepassing zijnde voorschriften. 3.
Niettegenstaande artikel 15 en mits aan de
voorwaarden van lid 4 is voldaan, is deze richtlijn niet van toepassing op de
volgende concessies: a) concessies die een aanbestedende
entiteit aan een verbonden onderneming gunt; b) concessies die een gemeenschappelijke
onderneming, uitsluitend bestaande uit een aantal aanbestedende entiteiten,
voor de uitoefening van de in bijlage III beschreven activiteiten aan een met
een van deze aanbestedende entiteiten verbonden onderneming gunt. 4.
Lid 3 is van toepassing: a) op concessies voor diensten mits ten
minste 80% van de gemiddelde totale omzet die de verbonden onderneming de
laatste drie jaar op het gebied van het verrichten van diensten in het algemeen
heeft behaald, afkomstig is van de verrichting van diensten aan de
ondernemingen waarmee zij verbonden is; b) op concessies voor werken mits ten minste
80% van de gemiddelde totale omzet die de verbonden onderneming de laatste drie
jaar op het gebied van werken in het algemeen heeft behaald, afkomstig is van
de verrichting van werken aan de ondernemingen waarmee zij verbonden is. 5.
Wanneer in verband met de datum van oprichting of
aanvang van de bedrijfsactiviteiten van de verbonden onderneming de omzet over
de afgelopen drie jaar niet beschikbaar is, kan deze onderneming ermee volstaan
onder andere door het extrapoleren van activiteiten aan te tonen dat de in de
punten a) of b) van lid 4, bedoelde omzet aannemelijk is. 6.
Wanneer dezelfde of soortgelijke diensten,
leveringen of werken door meer dan één met de aanbestedende entiteit verbonden
ondernemingen worden verricht, wordt bij de berekening van de percentages als
bedoeld in lid 4 rekening gehouden met de totale omzet die voortvloeit uit het
verrichten van respectievelijk diensten, leveringen of werken door deze
verbonden ondernemingen. Artikel 12
Aan een gemeenschappelijke onderneming of aan een aanbestedende entiteit die
deel uitmaakt van een gemeenschappelijke onderneming gegunde concessies Niettegenstaande artikel 15 en mits die
gemeenschappelijke onderneming is opgericht om de betrokken activiteit
gedurende een periode van ten minste drie jaar uit te oefenen en het instrument
tot oprichting van die gemeenschappelijke onderneming bepaalt dat de
aanbestedende entiteiten waaruit zij bestaat, daar deel van uitmaken voor ten
minste dezelfde termijn, is deze richtlijn niet van toepassing op concessies
die: a) door een gemeenschappelijke onderneming,
uitsluitend bestaande uit een aantal aanbestedende entiteiten voor de
uitoefening van in bijlage III bedoelde activiteiten, zijn gegund aan een van
deze aanbestedende entiteiten, of b) door een aanbestedende entiteit worden
gegund aan een dergelijke gemeenschappelijke onderneming waarvan zij deel
uitmaakt . Artikel 13
Kennisgeving van informatie door aanbestedende entiteiten Aanbestedende entiteiten verstrekken de
Commissie of de nationale toezichthoudende instantie desgevraagd de volgende
informatie betreffende de toepassing van de leden 2 en 3 van artikel 11 en
artikel 12. a) de namen van de betrokken ondernemingen
of gemeenschappelijke ondernemingen, b) de aard en de waarde van de
desbetreffende concessies, c) de gegevens die de Commissie of de
nationale toezichthoudende instantie noodzakelijk acht voor het bewijs dat de
betrekkingen tussen de aanbestedende entiteit en de onderneming of de
gemeenschappelijke onderneming waaraan de concessies worden gegund, voldoen aan
de vereisten van artikel 11 of 12. Artikel 14
Uitsluiting van activiteiten die rechtstreeks aan concurrentie blootstaan Deze richtlijn is niet van toepassing op door
aanbestedende entiteiten gegunde concessies wanneer, in de lidstaat waarin
dergelijke concessies worden uitgevoerd, de activiteit rechtstreeks blootstaat
aan concurrentie overeenkomstig artikel 27 en 28 van Richtlijn [die Richtlijn 2004/17/EG
vervangt]. Artikel 15
Betrekkingen tussen autoriteiten 1.
Een concessie die door een aanbestedende dienst of
een aanbestedende entiteit als bedoeld in lid 1, eerste alinea, van artikel 4
is gegund aan een andere rechtspersoon valt buiten het toepassingsgebied van
deze richtlijn wanneer aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan: a) de aanbestedende dienst of aanbestedende
entiteit oefent op de betrokken rechtspersoon toezicht uit zoals op zijn eigen
diensten; b) ten minste 90% van de activiteiten van de
rechtspersoon wordt verricht voor de controlerende aanbestedende dienst of
aanbestedende entiteit of voor andere rechtspersonen die door deze
aanbestedende dienst of aanbestedende entiteit worden gecontroleerd; c) er is geen privé-deelneming in de
gecontroleerde rechtspersoon. Een aanbestedende dienst of een aanbestedende
entiteit als bedoeld in lid 1, eerste alinea, van artikel 4 wordt geacht op een
rechtspersoon toezicht zoals op zijn eigen diensten uit te oefenen in de zin van
punt a) van de eerste alinea wanneer hij zowel op strategische doelstellingen
als significante beslissingen van de gecontroleerde rechtspersoon een
beslissende invloed uitoefent. 2.
Lid 1 is eveneens van toepassing wanneer een
gecontroleerde entiteit die een aanbestedende dienst of een aanbestedende
entiteit is als bedoeld in lid 1, eerste alinea, van artikel 4, een concessie
gunt aan haar controlerende entiteit of aan een andere rechtspersoon die door
dezelfde aanbestedende dienst wordt gecontroleerd, mits er geen
privé-deelneming is in de rechtspersoon aan wie de overheidsconcessie wordt
gegund. 3.
Een aanbestedende dienst of een aanbestedende
entiteit als bedoeld in lid 1, eerste alinea, van artikel 4, die geen toezicht
over een rechtspersoon uitoefent in de zin van lid 1, kan niettemin zonder
toepassing van de bepalingen van deze richtlijn een concessie gunnen aan een
rechtspersoon die hij gezamenlijk met andere aanbestedende diensten of
entiteiten controleert, wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan: a) de aanbestedende diensten of entiteiten
als bedoeld in lid 1, eerste alinea, van artikel 4 oefenen over de
rechtspersoon gezamenlijk toezicht uit zoals op hun eigen diensten. b) ten minste 90% van de activiteiten van
die rechtspersoon worden verricht voor de controlerende aanbestedende diensten
of entiteiten als bedoeld in lid 1, eerste alinea, van artikel 4 of andere
rechtspersonen die door dezelfde aanbestedende dienst of aanbestedende entiteit
worden gecontroleerd; c) er is geen privé-deelneming in de
gecontroleerde rechtspersoon. Voor de toepassing van punt a) worden
aanbestedende diensten of entiteiten als bedoeld in lid 1, eerste alinea, van
artikel 4 geacht gezamenlijk toezicht over een rechtspersoon uit te oefenen
wanneer aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan: a) de besluitvormingsorganen van de
gecontroleerde rechtspersonen zijn samengesteld uit vertegenwoordigers van alle
deelnemende aanbestedende diensten of aanbestedende entiteiten als bedoeld in
lid 1, eerste alinea, van artikel 4; b) deze aanbestedende diensten of
aanbestedende entiteiten als bedoeld in lid 1, eerste alinea, van artikel 4
zijn in staat gezamenlijk beslissende invloed uit te oefenen over de
strategische doelstellingen en significante beslissingen van de gecontroleerde
rechtspersoon; c) de gecontroleerde rechtspersoon streeft
geen andere belangen na dan die van de met hem verbonden autoriteiten; d) de gecontroleerde rechtspersoon haalt uit
de overheidsopdrachten met de aanbestedende diensten geen andere winst dan een
vergoeding van de reële kosten. 4.
Een overeenkomst tussen twee of meer aanbestedende
diensten of aanbestedende entiteiten als bedoeld in lid 1, eerste alinea, van
artikel 4 wordt niet geacht een concessie te zijn in de zin van punt 1 van lid 1
van artikel 2 van deze richtlijn wanneer aan de volgende cumulatieve
voorwaarden is voldaan: a) de overeenkomst voorziet in een echte
samenwerking tussen de deelnemende aanbestedende diensten of entiteiten met de
bedoeling hun openbaredienstopdrachten gezamenlijk uit te oefenen, met
wederzijdse rechten en verplichtingen voor de partijen; b) de overeenkomst berust alleen op
overwegingen die verband houden met het openbaar belang; c) de deelnemende aanbestedende diensten of
entiteiten verrichten op de open markt niet meer dan 10% van de activiteiten,
in omzet uitgedrukt, die relevant zijn in het kader van de overeenkomst; d) de overeenkomst houdt geen andere
financiële overdrachten tussen de deelnemende aanbestedende diensten of
entiteiten in dat die welke overeenstemmen met een vergoeding voor de reële
kosten van werken, leveringen of diensten; e) er is geen privé-deelneming in een van
de betrokken aanbestedende diensten of entiteiten. 5.
De in de leden 1 tot en met 4 bedoelde afwezigheid
van privé-deelneming wordt gecontroleerd bij de gunning van de concessie of de
sluiting van de overeenkomst. De uitzonderingen waarin dit artikel voorziet,
zijn niet langer van toepassing zodra een privé-deelneming plaatsvindt, hetgeen
tot gevolg heeft dat de lopende concessies voor concurrentie moeten worden
opengesteld door middel van gewone procedures voor de gunning van concessies. Afdeling III
Algemene bepalingen Artikel 16
Duur van de concessie De duur van de concessie is beperkt tot de
termijn die naar schatting noodzakelijk is voor de concessiehouder om de gedane
investeringen in verband met het exploiteren van de werken of diensten met een
redelijk rendement op het geïnvesteerde kapitaal terug te verdienen. Artikel 17
Sociale diensten en andere specifieke diensten Concessies voor sociale en andere specifieke
diensten die voorkomen op de lijst van bijlage X en binnen het
toepassingsgebied van deze richtlijn vallen, zijn onderworpen aan de
verplichting van lid 3 van artikel 26 en van lid 1 van artikel 27. Artikel 18
Gemengde concessies 1.
Opdrachten waarvan zowel diensten als leveringen
het voorwerp uitmaken, worden in overeenstemming met deze richtlijn gegund
wanneer het hoofdvoorwerp van de betrokken opdracht diensten zijn en wanneer
zij concessies zijn in de zin van punt 1) van de eerste alinea van artikel 2. 2.
Concessies waarvan zowel diensten in de zin van
artikel 17 als andere diensten het voorwerp uitmaken, worden gegund in
overeenstemming met de bepalingen die van toepassing zijn op het soort diensten
dat het hoofdvoorwerp van de betrokken opdracht kenmerkt. 3.
In geval van gemengde opdrachten als bedoeld in de
leden 1 en 2 wordt het hoofdvoorwerp bepaald door een vergelijking van de
waarde van de betrokken diensten of leveringen. 4.
Wanneer concessies die onder deze richtlijn vallen
alsook aanbesteding of andere elementen die niet onder deze richtlijn of onder
de Richtlijnen [die Richtlijn 2004/17/EG en Richtlijn 2004/18/EG vervangen] of
Richtlijn 2009/81/EG vallen het voorwerp van opdrachten uitmaken, wordt het
deel van de opdracht dat een concessie vormt die onder deze richtlijn valt in
overeenstemming met deze richtlijn gegund. Wanneer echter de verschillende
onderdelen van de opdracht objectief niet scheidbaar zijn, wordt de toepassing
van deze richtlijn bepaald op basis van het hoofdvoorwerp van die opdracht. 5.
In geval van concessies die aan deze richtlijn
onderworpen zijn en opdrachten die aan [Richtlijn 2004/18/EG of Richtlijn 2004/17/EG]
of Richtlijn 2009/81/EG[21]
onderworpen zijn, wordt het deel van de opdracht dat een concessie vormt die
onder deze richtlijn valt, gegund in overeenstemming met de bepalingen ervan. Wanneer de verschillende onderdelen van die
opdrachten objectief niet scheidbaar zijn, wordt de toepassing van deze
richtlijn bepaald op basis van het hoofdvoorwerp van die opdracht. Artikel 19
Concessies betreffende meerdere activiteiten 1.
Een concessie die bestemd is om op meerdere
activiteiten betrekking te hebben, is onderworpen aan de regels die van
toepassing zijn op de activiteit waarvoor de concessie hoofdzakelijk bestemd
is. De keuze tussen gunning van één concessie en
gunning van een aantal afzonderlijke concessies mag evenwel niet worden gedaan
met het doel deze van het toepassingsgebied van deze richtlijn uit te sluiten. 2.
Wanneer een van de activiteiten waarvoor de aan de
bepalingen van deze richtlijn onderworpen concessie bestemd is, opgenomen is in
de lijst van bijlage III en de andere daarin niet is opgenomen en wanneer het
objectief onmogelijk is te bepalen voor welke activiteit de concessie
hoofdzakelijk bestemd is, wordt de concessie gegund in overeenstemming met de
bepalingen die van toepassing zijn op concessies die door aanbestedende
diensten worden gegund. 3.
Indien een van de activiteiten waarvoor de opdracht
of de concessie bestemd is aan deze richtlijn is onderworpen en de andere niet
aan deze richtlijn of [Richtlijn 2004/18/EG of Richtlijn 2004/17/EG]
of Richtlijn 2009/81/EG[22]
is onderworpen en indien het objectief onmogelijk is vast te stellen voor welke
activiteit de opdracht of de concessie hoofdzakelijk bestemd is, wordt de
opdracht of de concessie overeenkomstig deze richtlijn gegund. Afdeling IV
Specifieke situaties Artikel 20
Voorbehouden concessies De lidstaten mogen het recht om deel te nemen
aan procedures voor de gunning van concessies voorbehouden aan beschermde
werkplaatsen en ondernemers waarvan het hoofddoel de sociale en professionele
integratie van gehandicapte en kansarme werknemers is of erin voorzien dat die
concessies worden uitgevoerd in de context van programma’s voor beschermde arbeid
mits meer dan 30% van de werknemers van die werkplaatsen, ondernemers of programma’s
gehandicapte of kansarme werknemers zijn. De concessieaankondiging moet deze
bepaling vermelden. Artikel 21
Diensten voor onderzoek en ontwikkeling 1.
Deze richtlijn is van toepassing op concessies voor
diensten van onderzoek en ontwikkeling met CPV-referentienummers 73000000-2 tot
en met 73436000-7, uitgezonderd 73200000-4, 73210000-7 of 73220000-0, mits aan
de volgende voorwaarden is voldaan: a) de winsten komen in hun geheel toe aan
de aanbestedende dienst of aanbestedende entiteit voor gebruik ervan bij de
uitoefening van de eigen werkzaamheden ervan, b) de dienstverlening wordt volledig door de
aanbestedende dienst of de aanbestedende entiteit betaald. 2.
Deze richtlijn is niet van toepassing op concessies
voor openbare diensten voor onderzoek en ontwikkeling met CPV-referentienummers
73000000-2 tot en met 73436000-7, uitgezonderd 73200000-4, 73210000-7 of 73220000-0,
indien niet is voldaan aan een van de bovengenoemde voorwaarden. 3.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig
artikel 46 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de
referentienummers van dit artikel, wanneer veranderingen in de CPV-nomenclatuur
in deze richtlijn moeten worden weergegeven en dit geen wijziging van het
toepassingsgebied van deze richtlijn inhoudt. HOOFDSTUK II
Beginselen Artikel 22
Ondernemers 1.
Ondernemers die volgens de wetgeving van de
lidstaat waarin zij zijn gevestigd gerechtigd zijn de betrokken dienst te
verrichten, mogen niet worden afgewezen louter op grond van het feit dat zij
volgens de wetgeving van de lidstaat waarin de concessie wordt gegund, hetzij
een natuurlijke persoon, hetzij een rechtspersoon moeten zijn. 2.
Van rechtspersonen kan evenwel worden verlangd dat
zij in de inschrijving of in de aanvraag de namen en de ter zake dienende
beroepskwalificaties vermelden van het personeel dat met het verrichten van de
betrokken concessie wordt belast. 3.
Combinaties van ondernemers mogen inschrijvingen
indienen of zich als gegadigde opgeven. 4.
Aanbestedende diensten of aanbestedende entiteiten
mogen voor deelneming aan dergelijke combinaties ten aanzien van procedures
voor de gunning van concessies geen specifieke voorwaarden stellen die niet aan
individuele gegadigden worden gesteld. Voor de indiening van een aanvraag of
een inschrijving kunnen aanbestedende diensten of aanbestedende entiteiten van
combinaties van ondernemers niet verlangen dat zij een bepaalde rechtsvorm
aannemen. Aanbestedende diensten en aanbestedende entiteiten
kunnen specifieke voorwaarden bepalen voor de uitvoering van de concessie door
een combinatie, mits deze voorwaarden door objectieve redenen worden
gerechtvaardigd en evenredig zijn. In deze voorwaarden kan van een combinatie
worden vereist dat zij een bepaalde rechtsvorm aanneemt, wanneer haar de
opdracht is gegund, in zoverre dit voor de bevredigende uitvoering van de
concessie noodzakelijk is. Artikel 23
Nomenclaturen 1.
Bij elke verwijzing naar nomenclaturen in verband
met de gunning van concessies wordt gebruik gemaakt van de ‘Gemeenschappelijke
woordenlijst overheidsopdrachten’ (CPV) als vastgesteld bij Verordening (EG)
nr. 2195/2002[23]. 2.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig
artikel 46 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanpassing van de
in bijlagen I en X gebruikte referentienummers, telkens wanneer wijzigingen van
de CPV-nomenclatuur in deze richtlijn moeten worden aangebracht en deze geen
wijziging van het toepassingsgebied van deze richtlijn inhouden. Artikel 24
Vertrouwelijkheid 1.
Tenzij anders is bepaald in deze richtlijn of in
nationale wetgeving betreffende toegang tot informatie en onverminderd de
verplichtingen inzake bekendmaking van gegunde opdrachten en
informatieverstrekking aan gegadigden en inschrijvers zoals bedoeld in de
artikelen 27 en 35 van deze richtlijn, maakt een aanbestedende dienst de
informatie die hem door een ondernemer als vertrouwelijk is verstrekt, niet
bekend; hieronder vallen met name, zonder daartoe beperkt te blijven, fabrieks-
of bedrijfsgeheimen en de vertrouwelijke aspecten van de inschrijvingen. 2.
Aanbestedende diensten of aanbestedende entiteiten
kunnen aan ondernemers eisen stellen ter bescherming van het vertrouwelijke
karakter van de informatie die zij in de loop van de concessiegunningsprocedure
ter beschikking stellen. Artikel 25
Regels betreffende communicatiemiddelen 1.
Uitgezonderd wanneer het gebruik van elektronische
middelen overeenkomstig artikel 28, lid 2, en artikel 30 van deze richtlijn
verplicht is, kunnen aanbestedende diensten en aanbestedende entiteiten voor
elke mededeling en uitwisseling van informatie kiezen tussen de volgende
communicatiemiddelen: a) elektronische middelen overeenkomstig de
leden 3, 4 en 5; b) brief of fax; c) telefoon in de gevallen en onder de
omstandigheden genoemd in lid 6, of d) een combinatie van deze middelen. Lidstaten kunnen voor concessies het gebruik van
elektronische communicatiemiddelen verplicht stellen en verder gaan dan de in
artikel 28, lid 2, en artikel 30 van deze richtlijn gestelde verplichtingen. 2.
De gekozen communicatiemiddelen moeten algemeen
beschikbaar zijn en mogen de toegang van de ondernemers tot de
concessiegunningsprocedure niet beperken. Bij alle mededelingen, uitwisseling en opslag van
informatie zorgen de aanbestedende diensten en aanbestedende entiteiten ervoor
dat de integriteit van de gegevens en de vertrouwelijkheid van de
inschrijvingen en aanvragen gewaarborgd zijn. Zij nemen pas bij het verstrijken
van de termijn voor de indiening kennis van de inhoud van inschrijvingen en
aanvragen. 3.
De voor communicatie met behulp van elektronische
middelen te gebruiken instrumenten en de technische kenmerken daarvan moeten
niet-discriminerend en algemeen beschikbaar zijn alsmede interoperabel met
algemeen gebruikte informatie- en communicatietechnologieën en mogen de toegang
van ondernemers tot de concessiegunningsprocedure niet beperken. De technische
details en kenmerken van de middelen voor elektronische ontvangst die geacht
worden in overeenstemming te zijn met de eerste alinea van dit lid, zijn vastgesteld
in bijlage XII. De Commissie is bevoegd overeenkomstig
artikel 46 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging, ten
gevolge van technische ontwikkelingen of om administratieve redenen, van de in
bijlage XII vastgestelde technische details en kenmerken. Om te zorgen voor de interoperabiliteit van
technische formaten alsmede van normen voor processen en messaging, met name in
een grensoverschrijdende context, is de Commissie bevoegd overeenkomstig
artikel 46 gedelegeerde handelingen vast te stellen om het gebruik van
specifieke technische normen verplicht te stellen, ten minste met betrekking
tot het gebruik van e-indiening, elektronische catalogen en middelen voor
elektronische authenticatie. 4.
Aanbestedende diensten en aanbestedende entiteiten
kunnen, wanneer noodzakelijk, het gebruik van niet algemeen beschikbare
instrumenten vereisen, op voorwaarde dat zij alternatieve toegangsmiddelen
aanbieden. Aanbestedende diensten en aanbestedende entiteiten
worden geacht passende alternatieve toegangsmiddelen aan te bieden in een van
de volgende situaties: (a)
zij bieden onbeperkte en volledige rechtstreekse
toegang met elektronische middelen tot deze instrumenten vanaf de datum van
bekendmaking van de aankondiging in overeenstemming met bijlage IX of vanaf de
datum van verzending van de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling. De
tekst van de aankondiging of van de uitnodiging tot bevestiging van
belangstelling vermeldt het internetadres waar deze instrumenten toegankelijk
zijn; (b)
zij zorgen ervoor dat inschrijvers die in een
andere lidstaat dan die van de aanbestedende diensten gevestigd zijn, tot de
concessiegunningsprocedure toegang krijgen door gebruik van voorlopige tokens
die zonder extra kosten online beschikbaar worden gesteld, of (c)
zij ondersteunen een alternatief kanaal voor
elektronische indiening van inschrijvingen. 5.
De volgende regels zijn van toepassing op middelen
voor elektronische verzending en ontvangst van inschrijvingen en voor
elektronische verzending en ontvangst van aanvragen: a) de informatie betreffende de
specificaties voor de elektronische indiening van inschrijvingen en aanvragen
tot deelneming, inclusief encryptie en tijdstempeldiensten, moet voor de
belanghebbende partijen beschikbaar zijn; b) de middelen, methoden voor authenticatie
en elektronische handtekeningen voldoen aan de vereisten van bijlage XII; c) de aanbestedende diensten en
aanbestedende entiteiten bepalen het vereiste veiligheidsniveau voor de
elektronische communicatiemiddelen die in de verschillende fasen van de
gevolgde concessiegunningsprocedure moeten worden gebruikt. Dit niveau is
evenredig met de daaraan verbonden risico's. d) wanneer geavanceerde elektronische
handtekeningen als bepaald in Richtlijn 1999/93/EG[24] van het Europees Parlement en
de Raad worden vereist, moeten de aanbestedende diensten en aanbestedende
entiteiten handtekeningen aanvaarden die ondersteund worden door een
gekwalificeerd elektronisch certificaat, zoals bedoeld in de vertrouwenslijst
waarin Beschikking 2009/767/EG[25]
van de Europese Commissie voorziet, al dan niet aangemaakt met een veilig
middel voor het maken van handtekeningen, behoudens naleving van de volgende
voorwaarden: i) zij stellen op basis van de in Besluit 2011/130/EU[26] van de Commissie vastgestelde
formaten het vereiste geavanceerde handtekeningformaat vast en voeren de
noodzakelijke maatregelen in om deze formaten technisch te kunnen verwerken; ii) wanneer een inschrijving wordt
ondertekend met ondersteuning van een gekwalificeerd certificaat dat in de
vertrouwenslijst is opgenomen, mogen zij geen bijkomende eisen stellen die het
gebruik van die handtekeningen door inschrijvers kunnen belemmeren. 6.
De volgende regels zijn van toepassing op de
verzending van aanvragen: (a)
aanvragen tot deelneming aan een procedure voor de
gunning van een concessie kunnen schriftelijk of telefonisch worden gedaan; in
het laatste geval moet een geschreven bevestiging worden gezonden voordat de
voor ontvangst ervan gestelde termijn is verstreken; (b)
de aanbestedende diensten of aanbestedende entiteiten
kunnen eisen dat per fax ingediende aanvragen per post of langs elektronische
weg worden bevestigd, wanneer dat nodig is om over een wettig bewijs te
beschikken. Voor de toepassing van b) vermeldt de
aanbestedende dienst of aanbestedende entiteit in de concessieaankondiging of
in de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling dat hij als vereiste stelt
dat aanvragen tot deelneming per fax worden ingediend en per post of met
elektronische middelen wordt bevestigd, en vermeldt hij de termijn voor verzending
van deze bevestiging. 7.
Lidstaten zorgen ervoor dat uiterlijk 5 jaar na de
in artikel 49, lid 1, bepaalde datum alle procedures voor de gunning van
concessies uit hoofde van deze richtlijn worden verricht met gebruik van
elektronische communicatiemiddelen, met name e-indiening overeenkomstig de
vereisten van dit artikel. Deze verplichting is niet van toepassing wanneer
het gebruik van elektronische middelen gespecialiseerde instrumenten of
bestandsformaten zou vereisen die niet algemeen beschikbaar zijn in alle
lidstaten in de zin van lid 3. Het staat aan de aanbestedende diensten of
aanbestedende entiteiten die andere communicatiemiddelen voor de indiening van
inschrijvingen gebruiken, in de concessiestukken aan te tonen dat het gebruik
van elektronische middelen wegens de bijzondere aard van de met de ondernemers
uit te wisselen informatie gespecialiseerde instrumenten of bestandsformaten
vereist die niet algemeen beschikbaar zijn in alle lidstaten. Aanbestedende diensten en aanbestedende entiteiten
worden geacht gewettigde redenen te hebben om in het indieningsprocedure geen
elektronische communicatiemiddelen te eisen in de volgende situaties: (a)
de omschrijving van de technische specificaties kan
wegens de gespecialiseerde aard van de gunning van concessies niet worden
weergegeven door middel van bestandsformaten die door algemeen gebruikte
toepassingen worden ondersteund; (b)
de toepassingen voor ondersteuning van de
bestandsformaten die geschikt zijn voor de omschrijving van de technische
specificaties vallen onder een eigendomsrechtelijk beschermde licentieregeling
en kunnen niet beschikbaar worden gesteld voor downloading of gebruik op
afstand door de aanbestedende dienst; (c)
de toepassingen voor ondersteuning van de
bestandsformaten die geschikt zijn voor de omschrijving van de technische
specificaties, gebruiken bestandsformaten die niet kunnen worden verwerkt door
andere open of downloadbare toepassingen. 8.
Aanbestedende diensten mogen gebruik maken van
gegevens die elektronisch zijn verwerkt voor procedures inzake
overheidsopdrachten om vergissingen die zich in elk stadium voordoen te
voorkomen, op te sporen en te corrigeren door de ontwikkeling van passende
instrumenten. TITEL II
REGELS INZAKE DE GUNNING VAN CONCESSIES HOOFDSTUK I
Bekendmaking en transparantie Artikel 26
Concessieaankondigingen 1.
Aanbestedende diensten en aanbestedende entiteiten
die een concessie wensen te gunnen, geven hun voornemen hiertoe te kennen
middels een concessieaankondiging. 2.
De concessieaankondigingen bevatten de in een deel
van bijlage IV genoemde inlichtingen en in voorkomend geval ook alle door de
aanbestedende dienst of aanbestedende entiteit nuttig geachte inlichtingen,
overeenkomstig de vorm van de standaardformulieren. 3.
Aanbestedende diensten en aanbestedende entiteiten
die een concessie voor sociale en andere specifieke diensten wensen te gunnen,
maken zo spoedig mogelijk na het begin van het begrotingsjaar hun voornemen om
de concessie te gunnen bekend middels de publicatie van een vooraankondiging.
Deze aankondigingen bevatten de in bijlage XIII vastgestelde informatie. 4.
De Commissie stelt deze standaardformulieren op.
Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 48
bedoelde raadplegingsprocedure. 5.
In afwijking van lid 1 dienen de aanbestedende
diensten en entiteiten geen concessieaankondiging te publiceren in een van de
volgende gevallen: a) wanneer in het kader van een
concessieprocedure geen of geen geschikte inschrijvingen of geen aanvragen zijn
ingediend, mits de oorspronkelijke voorwaarden van de concessieopdracht niet
wezenlijk zijn gewijzigd en mits een verslag wordt gezonden aan de Commissie of
aan de ingevolge artikel 84 van Richtlijn [tot vervanging van Richtlijn 2004/18/EG]
aangewezen nationale toezichtsinstantie wanneer deze daarom verzoeken; b) wanneer de werken of diensten alleen
kunnen worden verricht door een bepaalde ondernemer wegens de afwezigheid van
concurrentie om technische redenen, de bescherming van octrooien,
auteursrechten of andere intellectuele eigendomsrechten en wanneer er geen
redelijk alternatief of substituut bestaat en het ontbreken van concurrentie
niet het gevolg is van een kunstmatige beperking van de parameters van de
concessiegunning; c) in geval van nieuwe werken of diensten,
bestaande uit de herhaling van soortgelijke werken of diensten die aan de
ondernemer worden toevertrouwd aan wie dezelfde aanbestedende diensten of
aanbestedende entiteiten een oorspronkelijke concessie hebben gegund behoudens
de verplichting als bedoeld in lid 1, mits deze werken of deze diensten
overeenstemmen met een basisproject waarvoor de oorspronkelijke concessie is
gegund. Het basisproject vermeldt de omvang van mogelijke additionele werken of
diensten en de voorwaarden waaronder deze worden gegund. Bij de aanbesteding van het eerste project nemen
de aanbestedende diensten of aanbestedende entiteiten voor de toepassing van
artikel 5 de totale geraamde kosten van de latere werken of diensten in
aanmerking. 6.
Voor de toepassing van punt a) van de eerste alinea
wordt een inschrijving geacht niet geschikt te zijn wanneer: - zij onregelmatig of onaanvaardbaar is, en - zij volledig niet ter zake doet ten aanzien van
de concessie en niet tegemoet komt aan de behoeften van de aanbestedende dienst
of aanbestedende entiteit zoals aangegeven in de concessiedocumenten. Inschrijvingen worden geacht onregelmatig te zijn,
wanneer zij niet voldoen aan de concessiedocumenten of wanneer de aangeboden
prijzen afgeschermd zijn van de normale marktwerking. Inschrijvingen worden geacht onaanvaardbaar te
zijn in een van de volgende gevallen: a) wanneer zij te laat zijn ontvangen; b) wanneer zij zijn ingediend door
inschrijvers die niet over de vereiste kwalificaties beschikken; c) wanneer de prijs het budget van de
aanbestedende dienst of aanbestedende entiteit zoals voor de aanvang van de
concessiegunningsprocedure vastgesteld en schriftelijk gedocumenteerd
overschrijdt; d) wanneer zij abnormaal laag zijn bevonden. Artikel 27
Concessiegunningsaankondigingen 1.
Aanbestedende diensten en aanbestedende entiteiten
zenden uiterlijk 48 dagen na de gunning van een concessie een aankondiging van
de gunning van een concessie betreffende de resultaten van de
concessiegunningsprocedure. 2.
De in lid 1 bedoelde verplichting is ook van
toepassing op de concessies voor diensten waarvan de geraamde waarde, als
berekend overeenkomstig de in artikel 6, lid 5, bedoelde methode, 2 500 000
EUR of meer bedraagt, met als enige uitzondering sociale diensten en andere
specifieke diensten als bedoeld in artikel 17. 3.
Deze aankondiging bevat de in bijlage V
vastgestelde informatie of, in verband met concessies voor sociale diensten en
andere specifieke diensten, de in bijlage VI vastgestelde informatie, en wordt
bekendgemaakt overeenkomstig artikel 28. Artikel 28
Opmaak en wijze van bekendmaking van aankondigingen 1.
De in de artikelen 26 en 27 en de tweede alinea van
artikel 43, lid 6, bedoelde aankondigingen bevatten de in de bijlagen IV tot en
met VI bedoelde informatie in de vorm van standaardformulieren, met inbegrip
van standaardformulieren voor corrigenda. De Commissie stelt deze standaardformulieren vast
bij uitvoeringshandelingen die worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 48
bedoelde adviesprocedure. 2.
De aankondigingen worden opgesteld, langs
elektronische weg naar de Commissie verzonden en bekendgemaakt overeenkomstig
bijlage IX. Aankondigingen worden uiterlijk vijf dagen na verzending
bekendgemaakt. De kosten voor de bekendmaking van de aankondigingen door de
Commissie worden gedragen door de Unie. 3.
De aankondigingen in de zin van artikel 26 worden
onverkort bekendgemaakt in een officiële taal van de Unie zoals gekozen door de
aanbestedende dienst of de aanbestedende entiteit. Alleen de tekst in die
taalversie is authentiek. In de andere officiële talen wordt een samenvatting
met de belangrijke gegevens van elke aankondiging bekendgemaakt. 4.
De aanbestedende diensten en aanbestedende
entiteiten moeten de verzenddatum van de aankondigingen kunnen aantonen. De Commissie verstrekt de aanbestedende dienst of
aanbestedende entiteit een bevestiging van de ontvangst van de aankondiging en
van de bekendmaking van de verzonden informatie, met vermelding van de datum
van bekendmaking. Deze bevestiging vormt het bewijs van de bekendmaking. 5.
Aanbestedende diensten en aanbestedende entiteiten
kunnen concessieaankondigingen bekendmaken die niet onder de in deze richtlijn
voorgeschreven bekendmakingsregels vallen, mits deze aankondigingen aan de
Commissie in elektronische vorm worden gezonden in het formaat en op de wijze
als beschreven in bijlage IX. Artikel 29
Bekendmaking op nationaal niveau
1.
De in de artikelen 26 en 27 bedoelde aankondigingen
en de inhoud daarvan worden op nationaal niveau niet bekendgemaakt voordat zij
overeenkomstig artikel 28 zijn bekendgemaakt. 2.
Aankondigingen die op nationaal niveau worden
bekendgemaakt, mogen geen andere informatie bevatten dan de informatie in de
aankondigingen die aan de Commissie zijn toegezonden en vermelden de datum van
toezending van de aankondiging aan de Commissie. Artikel 30
Elektronische beschikbaarheid van concessiedocumenten 1.
Aanbestedende diensten en aanbestedende entiteiten
bieden met elektronische middelen vrije, rechtstreekse en volledige toegang tot
de concessiedocumenten, vanaf de datum van bekendmaking van de aankondiging in
overeenstemming met artikel 28 of vanaf de datum waarop de uitnodiging tot
indiening van inschrijvingen is verzonden. De tekst van de aankondiging of van
deze uitnodigingen vermeldt het internetadres waar deze documenten toegankelijk
zijn. 2.
De aanbestedende diensten en aanbestedende
entiteiten of de bevoegde diensten verstrekken nadere inlichtingen over de
concessiedocumenten, mits dit tijdig is aangevraagd, uiterlijk zes dagen vóór
de uiterste datum van ontvangst van de inschrijvingen. HOOFDSTUK II
Verloop van de procedure Afdeling I
Gezamenlijke concessies, termijnen en technische specificaties Artikel 31
Gezamenlijke concessies tussen aanbestedende diensten of aanbestedende
entiteiten uit verschillende lidstaten 1.
Onverminderd artikel 15 kunnen aanbestedende
diensten of aanbestedende entiteiten uit verschillende lidstaten gezamenlijk
openbare concessies gunnen door gebruik van de in dit artikel beschreven
middelen. 2.
Meerdere aanbestedende diensten of aanbestedende
entiteiten uit verschillende lidstaten kunnen gezamenlijk een concessie gunnen.
In dat geval sluiten de deelnemende aanbestedende diensten of aanbestedende
entiteiten een overeenkomst tot regeling van: a) de nationale bepalingen die van
toepassing zijn op de concessiegunningsprocedure; b) de interne organisatie van de
concessiegunningsprocedure, met inbegrip van het beheer van de procedure, het
delen van verantwoordelijkheden, de verdeling van de te gunnen werken,
leveringen of diensten en de sluiting van concessies. Bij het vaststellen van de toepasselijke nationale
wetgeving overeenkomstig punt a) kunnen de aanbestedende diensten of
aanbestedende entiteiten de nationale bepalingen kiezen van elke lidstaat
waarin ten minste één van de deelnemende diensten is gevestigd. 3.
Wanneer meerdere aanbestedende diensten of meerdere
aanbestedende entiteiten uit verschillende lidstaten een gezamenlijke
rechtspersoon hebben opgericht, inclusief de Europese groeperingen voor
territoriale samenwerking krachtens Verordening (EG) nr. 1082/2006 van het
Europees Parlement en de Raad[27],
komen de deelnemende aanbestedende diensten of aanbestedende entiteiten bij
besluit van een bevoegd orgaan van de gezamenlijke rechtspersoon overeen welke
regels voor de gunning van concessies van een de volgende lidstaten van
toepassing zijn: a) de nationale bepalingen van de lidstaat
waar de rechtspersoon zijn statutaire zetel heeft; b) de nationale bepalingen van de lidstaat
waar de rechtspersoon zijn activiteiten uitoefent; Deze overeenkomst kan gelden voor onbepaalde tijd,
indien daarin is voorzien in de oprichtingsakte van de gezamenlijke
rechtspersoon, of kan worden beperkt tot een bepaalde periode of tot een aantal
soorten concessies of tot een of meer individuele gunningen van concessies. 4.
Bij gebreke van een overeenkomst tot vaststelling
van de toepasselijke concessieregels wordt de nationale wetgeving die de
concessie regelt, vastgesteld volgens de volgende regels: a) wanneer de procedure door één
deelnemende aanbestedende dienst of deelnemende aanbestedende entiteit in naam
van de andere wordt gevoerd of beheerd, zijn de nationale bepalingen van de
lidstaat van die aanbestedende dienst of aanbestedende entiteit van toepassing; b) wanneer de procedure niet door één
deelnemende aanbestedende dienst of deelnemende aanbestedende entiteit in naam
van de andere wordt gevoerd of beheerd, en i) betrekking heeft op een concessie voor
openbare werken of werken, passen de aanbestedende diensten of entiteiten de
nationale bepalingen toe van de lidstaat waar de meeste werken plaatsvinden; ii) betrekking heeft op een concessie voor
diensten, passen de aanbestedende diensten of entiteiten de nationale
bepalingen toe van de lidstaat waar het merendeel van de diensten verricht
wordt; c) wanneer het niet mogelijk is de
toepasselijke nationale wet overeenkomstig de punten a) of b) vast te stellen,
passen de aanbestedende diensten of entiteiten de nationale bepalingen toe van
de lidstaat van de aanbestedende dienst die het grootste deel van de kosten
draagt. 5.
Bij gebreke van een overeenkomst tot vaststelling
van de toepasselijke concessiegunningswetgeving overeenkomstig lid 3 wordt de
nationale wetgeving tot regeling van concessiegunningsprocedures die worden
gevoerd door gezamenlijke rechtspersonen welke door verschillende aanbestedende
diensten of aanbestedende entiteiten uit verschillende lidstaten zijn
opgericht, vastgesteld volgens de volgende regels: a) wanneer de procedure door het bevoegde
orgaan van de gezamenlijke rechtspersoon wordt gevoerd of beheerd, zijn de
nationale bepalingen van toepassing van de lidstaat waar de rechtspersoon zijn
statutaire zetel heeft; b) wanneer de procedure wordt gevoerd of
beheerd door een lid van de rechtspersoon namens die rechtspersoon, zijn de
regels bedoeld in de punten a) en b) van lid 4 van toepassing; c) wanneer het niet mogelijk is de
toepasselijke nationale wetgeving overeenkomstig lid 4, punten a) en b),
vast te stellen, passen de aanbestedende diensten of aanbestedende entiteiten
de nationale bepalingen toe van de lidstaat waar de rechtspersoon zijn
statutaire zetel heeft. 6.
Een of meer aanbestedende diensten of een of meer
aanbestedende entiteiten kunnen individuele concessies gunnen ingevolge een
raamovereenkomst die gesloten is door of samen met een in een andere lidstaat
gevestigde aanbestedende dienst, mits de raamovereenkomst specifieke bepalingen
bevat volgens welke de betrokken aanbestedende dienst of diensten de
individuele concessies kunnen gunnen. 7.
Besluiten met betrekking tot de gunning van
concessies bij grensoverschrijdende gunning van concessies vallen onder de
gewone beroepsprocedures die beschikbaar zijn volgens het toepasselijke
nationale recht. 8.
Om de effectieve werking van beroepsmechanismen
mogelijk te maken, staan de lidstaten toe dat beslissingen van
beroepsinstanties in de zin van Richtlijn 89/665/EEG[28] van de Raad en Richtlijn 92/13/EEG
van de Raad die in andere lidstaten gevestigd zijn, volledig ten uitvoer worden
gelegd in hun interne rechtsorde, wanneer deze beslissingen betrekking hebben
op op hun grondgebied gevestigde aanbestedende diensten of aanbestedende
entiteiten die deelnemen aan de betrokken grensoverschrijdende
concessiegunningsprocedure. Artikel 32
Technische specificaties 1.
De technische specificaties zoals omschreven in
punt 1 van bijlage VIII zijn opgenomen in de concessiedocumenten. Zij
omschrijven de vereiste kenmerken van een werk, dienst of levering. Die kenmerken kunnen ook betrekking hebben op het
specifieke proces van productie of verrichting van de gevraagde werken,
leveringen of diensten of van enig ander stadium van de levenscyclus ervan als
bedoeld in punt 14 van artikel 2. In de technische specificaties wordt tevens
aangegeven of de overdracht van intellectuele eigendomsrechten vereist zal
zijn. Voor alle gunningen van concessies die het gebruik
door personen, hetzij het grote publiek hetzij het personeel van de
aanbestedende dienst of de aanbestedende entiteit, tot doel hebben, moeten die
technische specificaties, uitgezonderd in naar behoren gemotiveerde gevallen,
zodanig worden opgesteld dat rekening wordt gehouden met criteria inzake
toegankelijkheid voor personen met een handicap of de geschiktheid van het
ontwerp voor alle gebruikers. Wanneer bij wetgevende handeling van de Unie
verplichte normen inzake toegankelijkheid worden vastgesteld, moet bij de
bepaling van technische specificaties wat toegankelijkheidscriteria betreft
daarnaar worden verwezen. 2.
De technische specificaties moeten de ondernemers
gelijke toegang tot de procedures voor de gunning van concessies waarborgen en
mogen niet tot gevolg hebben dat ongerechtvaardigde belemmeringen voor de
openstelling voor concurrentie van de gunning van concessies worden geschapen. 3.
Onverminderd verplichte nationale technische
regels, voor zover zij verenigbaar zijn met het recht van de Unie, worden de
technische specificaties geformuleerd op een van de volgende wijzen: a) in termen van prestatie- of functionele
eisen, inclusief milieukenmerken, mits de parameters voldoende nauwkeurig zijn
opdat inschrijvers het voorwerp van de opdracht kunnen bepalen en de
aanbestedende diensten of entiteiten de opdracht kunnen gunnen; b) door verwijzing naar de technische
specificaties van bijlage VIII en - in volgorde van voorkeur - de nationale
normen waarin Europese normen zijn omgezet, de Europese technische
goedkeuringen, de gemeenschappelijke technische specificaties, internationale
normen, andere door de Europese normalisatie-instellingen ingestelde technische
referentiesystemen of, bij ontstentenis daarvan, de nationale normen, de
nationale technische goedkeuringen dan wel de nationale technische
specificaties inzake het ontwerpen, het berekenen en het uitvoeren van werken
en het gebruik van leveringen; elke verwijzing gaat vergezeld van de woorden
‘of gelijkwaardig’; c) in termen van de onder a) bedoelde
prestatie- of functionele eisen, waarbij onder vermoeden van overeenstemming
met deze prestaties en functionele eisen wordt verwezen naar de onder b)
bedoelde technische specificaties; d) door verwijzing naar de onder b)
bedoelde technische specificaties voor bepaalde kenmerken, en naar de
onder a) bedoelde prestatie-eisen en functionele eisen voor andere
kenmerken. 4.
Behalve indien dit door het voorwerp van de
opdracht gerechtvaardigd is, mag in de technische specificaties geen melding
worden gemaakt van een bepaald fabricaat of een bepaalde herkomst of van een
bijzonder werkwijze, en mogen deze evenmin een verwijzing bevatten naar een
merk, een octrooi of een type, een bepaalde oorsprong of een bepaalde
productie, waardoor bepaalde ondernemingen of bepaalde producten worden
bevoordeeld of geëlimineerd. Deze vermelding of verwijzing is bij wijze van
uitzondering toegestaan wanneer een voldoende nauwkeurige en begrijpelijke
beschrijving van het voorwerp van de opdracht niet mogelijk is ingevolge lid 3;
een dergelijke vermelding of verwijzing gaat vergezeld van de woorden "of
gelijkwaardig". 5.
Wanneer een aanbestedende dienst gebruik maakt van
de mogelijkheid te verwijzen naar de in lid 3, onder b), genoemde
specificaties, wijst hij een inschrijving niet af op grond van het feit dat de
aangeboden werken, producten en diensten niet beantwoorden aan de betrokken
specificaties, wanneer de inschrijver in zijn inschrijving met elk passend
middel, inclusief de in artikel 33 bedoelde bewijsmiddelen, aantoont dat de
door hem voorgestelde oplossingen op gelijkwaardige wijze voldoen aan de in de
technische specificaties gestelde eisen. 6.
Wanneer een aanbestedende dienst gebruik maakt van
de in lid 3, onder a), geboden mogelijkheid de technische specificaties in
termen van prestatie- of functionele eisen vast te stellen, wijst hij een
inschrijving voor leveringen, diensten of werken niet af die voldoet aan een
nationale norm waarin een Europese norm is omgezet, een Europese technische
goedkeuring, een gemeenschappelijke technische specificatie, een internationale
norm, een door een Europees normalisatieorgaan ingesteld technisch
referentiesysteem, wanneer deze specificaties betrekking hebben op de door de
aanbestedende dienst vastgestelde prestatie- of functionele eisen. De inschrijver bewijst in zijn inschrijving met
elk passend middel, waaronder de in artikel 33 bedoelde bewijsmiddelen, dat de
leveringen, de dienst of het werk in overeenstemming is met de norm en voldoet
aan de prestatie- of functionele eisen van de aanbestedende dienst. Artikel 33
Testverslagen, certificatie en andere bewijsmiddelen 1.
De aanbestedende diensten kunnen vereisen dat
ondernemers een testverslag van een erkende instantie of een door deze
instantie afgegeven certificaat verstrekken als bewijs van conformiteit met de
technische specificaties. Wanneer aanbestedende diensten vereisen dat hun
certificaten van erkende organisaties worden overgelegd waaruit conformiteit
met een bijzondere technische specificatie blijkt, kunnen ook certificaten van
andere gelijkwaardige erkende organisaties worden aanvaard. 2.
De aanbestedende diensten aanvaarden eveneens
andere passende bewijsmiddelen zoals een technisch dossier van de fabrikant,
wanneer de ondernemer geen toegang heeft tot de in lid 1 bedoelde
certificaten of testverslagen, of deze niet binnen de desbetreffende termijnen
kan verkrijgen. 3.
"Erkende organisaties" in de zin van dit
artikel zijn testlaboratoria, ijklaboratoria en inspectie- en
certificatieorganisaties die geaccrediteerd zijn overeenkomstig Verordening
(EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad[29]. 4.
De lidstaten verstrekken andere lidstaten op hun
verzoek alle informatie met betrekking tot de middelen en documenten die zijn
overgelegd ten bewijze van de naleving van de in de artikel 32 en 33 en dit
artikel bedoelde technische voorschriften. De bevoegde autoriteiten van de
lidstaat van vestiging verstrekken deze informatie overeenkomstig de bepalingen
betreffende bestuur als bedoeld in artikel 88 van Richtlijn (tot vervanging van
Richtlijn 2004/18/EG). Afdeling II
Keuze van deelnemers en gunning van opdrachten Artikel 34
Algemene beginselen Concessies worden gegund op basis van de door
de aanbestedende autoriteit of aanbestedende entiteit vastgestelde criteria in
overeenstemming met artikel 39 mits de volgende cumulatieve voorwaarden zijn
vervuld: a) de inschrijving voldoet aan de eisen,
voorwaarden en criteria in de concessieaankondiging of in de uitnodiging tot
bevestiging van belangstelling en in de documenten inzake de gunning van
concessies; b) de inschrijving is afkomstig van een
inschrijver die i) niet is uitgesloten van deelneming aan
de gunningsprocedure in overeenstemming met de leden 4 tot en met 8 van artikel
36 en ii) voldoet aan de selectiecriteria die
door de aanbestedende dienst of de aanbestedende entiteit zijn vastgesteld in
overeenstemming met de leden 1 tot en met 3 van artikel 36. Artikel 35
Procedurele waarborgen 1.
Aanbestedende diensten en aanbestedende entiteiten
nemen in de aankondiging van de opdracht, in de uitnodiging tot het indienen
van inschrijvingen of in de concessiedocumenten een beschrijving op van de
concessie, de gunningscriteria en de te vervullen minimumeisen. Deze informatie
moet het mogelijk maken de aard en het toepassingsgebied van de concessie te
bepalen en ondernemers in de mogelijkheid stellen te besluiten of zij verzoeken
aan de concessiegunningsprocedure deel te nemen. De beschrijving, de
gunningscriteria en de minimumeisen mogen in de loop van de onderhandelingen
niet worden gewijzigd. 2.
Tijdens de gunning van de concessie waarborgen de aanbestedende
diensten en aanbestedende entiteiten de gelijke behandeling van alle
inschrijvers. Met name verstrekken zij geen — discriminerende — informatie die
sommige inschrijvers kan bevoordelen boven andere. 3.
Telkens wanneer de aanbestedende dienst of de
aanbestedende entiteit het aantal aanvragers tot een passend niveau beperkt,
gebeurt dit op transparante wijze en op basis van objectieve criteria die ter
beschikking staan van alle belangstellende ondernemers. 4.
De regels betreffende de organisatie van de
procedure voor de gunning van een concessie, met inbegrip van de regels
betreffende communicatie, de procedurefasen en het tijdschema, worden vooraf
vastgelegd en aan alle deelnemers meegedeeld. 5.
Wanneer de gunning van concessies onderhandeling
inhoudt, voldoen de aanbestedende diensten of entiteiten aan de volgende
regels: a) wanneer de onderhandelingen plaatsvinden na de
indiening van inschrijvingen onderhandelen zij met de inschrijvers over de door
hen ingediende inschrijvingen om deze aan te passen aan de in overeenstemming
met lid 1 vermelde criteria en eisen; b) zij maken de voorgestelde oplossingen of andere
door een aan de onderhandelingen deelnemende gegadigde verstrekte
vertrouwelijke informatie niet aan de andere deelnemers bekend zonder instemming
van eerstgenoemde deelnemer. Deze instemming mag niet de vorm van een algemene
afstand aannemen, maar moet worden verleend onder verwijzing naar de
voorgenomen mededeling van specifieke oplossingen of andere vertrouwelijke
informatie; c) zij mogen de onderhandelingen in opeenvolgende
fasen voeren om het aantal inschrijvingen te verminderen waarover wordt
onderhandeld door toepassing van de gunningscriteria in de aankondiging van de
opdracht, in de uitnodiging tot het indienen van inschrijvingen of in de
concessiedocumenten. In de aankondiging van de opdracht, in de uitnodiging tot
het indienen van inschrijvingen of in de concessiedocumenten vermeldt de
aanbestedende dienst of hij tot deze optie is overgegaan; d) zij beoordelen de inschrijvingen zoals daarover
is onderhandeld op basis van de aanvankelijk vermelde gunningscriteria; e) zij leggen de formele onderhandelingen en alle
andere maatregelen en gebeurtenissen die voor de concessiegunningsprocedure van
belang zijn schriftelijk vast. De aanbestedende diensten of aanbestedende
entiteiten zorgen met name met alle dienstige middelen voor de traceerbaarheid
van de onderhandelingen. 6.
De aanbestedende diensten en aanbestedende
entiteiten informeren zo spoedig mogelijk elke gegadigde en inschrijver over
besluiten die zijn bereikt betreffende de gunning van een concessie inclusief
de gronden voor enig besluit geen opdracht te gunnen waarvoor publicatie van
een concessieaankondiging heeft plaatsgevonden of de procedure te herbeginnen. 7.
Op verzoek van de betrokken partij geeft de
aanbestedende dienst zo spoedig mogelijk en in elk geval binnen 15 dagen na de
ontvangst van een schriftelijk verzoek kennis: a) aan iedere afgewezen gegadigde van de
redenen voor de afwijzing van zijn verzoek; b) aan iedere afgewezen inschrijver van de
redenen voor de afwijzing van zijn inschrijving voor de in artikel 32, leden 5
en 6, bedoelde gevallen, de redenen voor het besluit inzake
niet-gelijkwaardigheid of het besluit dat de werken, leveringen of diensten
niet aan de prestatie- en functionele eisen voldoen, c) aan iedere inschrijver die een geldige
inschrijving heeft ingediend, van de kenmerken en relatieve voordelen van de
gekozen inschrijving, alsmede van de naam van de begunstigde inschrijver of van
de partijen bij de raamovereenkomst, d) aan iedere inschrijver die een geldige
inschrijving heeft ingediend, van de voering en de voortgang van de
onderhandelingen en de dialoog met de inschrijvers. 8.
De aanbestedende diensten kunnen evenwel besluiten
bepaalde, in lid 6 bedoelde informatie betreffende de opdracht niet mee te
delen indien openbaarmaking van die informatie de toepassing van de wet in de
weg zou staan, op een andere wijze met het openbaar belang in strijd zou zijn,
de rechtmatige commerciële belangen van publieke of particuliere ondernemers
zou kunnen schaden, of afbreuk aan de eerlijke concurrentie tussen hen zou
kunnen doen. Artikel 36
Selectie en kwalitatieve beoordeling van gegadigden 1.
De aanbestedende diensten specificeren in de
concessieaankondiging de deelnemingsvoorwaarden betreffende: (a)
geschiktheid om de beroepsactiviteit uit te
oefenen; (b)
economische en financiële positie; (c)
technische en beroepsbekwaamheid. De aanbestedende diensten beperken alle
voorwaarden voor deelneming tot die welke geschikt zijn ervoor te zorgen dat
een gegadigde of inschrijver over de juridische, financiële, commerciële en
technische capaciteit beschikt om de te gunnen concessie uit te voeren. Alle
eisen houden verband en zijn strikt evenredig met het voorwerp van de opdracht,
rekening houdend met de noodzaak om voor echte concurrentie te zorgen. De aanbestedende diensten en aanbestedende
entiteiten vermelden tevens in de concessieaankondiging de in te dienen
referentie(s) als bewijs van de economische capaciteit van de ondernemer. De
vereisten met betrekking tot deze referenties zijn niet-discriminerend en zijn
evenredig met het voorwerp van de concessie. 2.
Met betrekking tot de criteria als bedoeld in lid 1
kan een ondernemer in voorkomend geval en voor een bepaalde concessie steunen
op de capaciteit van andere entiteiten, ongeacht de juridische aard van zijn
banden met die entiteiten. In dat geval toont hij ten genoegen van de
aanbestedende dienst of aanbestedende entiteit aan dat hij in de loop van de
concessie kan beschikken over de noodzakelijke middelen, bijvoorbeeld door
overlegging van een verbintenis in dat verband van die entiteiten. Ten aanzien
van de economische en financiële positie kunnen aanbestedende diensten en
entiteiten vereisen dat de ondernemer en die entiteiten gezamenlijk instaan
voor de uitvoering van de opdracht. 3.
Onder dezelfde voorwaarden kan een combinatie van
ondernemers zoals bedoeld in artikel 22 gebruik maken van de capaciteit
van de deelnemers aan de combinatie of van andere diensten. 4.
De lidstaten stellen ter bestrijding van
favoritisme en corruptie en ter voorkoming van belangenconflicten regels vast
die erop gericht zijn te zorgen voor de transparantie van de gunningsprocedure
en de gelijke behandeling van alle inschrijvers. Met betrekking tot belangenconflicten mogen de
vastgestelde maatregelen niet verder gaan dan hetgeen strikt noodzakelijk is om
het vastgestelde conflict te voorkomen of te elimineren. Met name maken zij de
uitsluiting van een inschrijver of gegadigde van de procedure enkel mogelijk
wanneer het belangenconflict niet effectief met andere middelen kan worden
verholpen. 5.
Van deelneming aan een concessie wordt uitgesloten,
iedere gegadigde of inschrijver tegen wie bij onherroepelijke beslissing een
veroordeling om een van de in de onderstaande lijst opgenomen redenen is
uitgesproken: a) deelneming aan een criminele organisatie
in de zin van artikel 2, lid 1, van Kaderbesluit 2008/841/JBZ[30] van de Raad; b) corruptie in de zin van artikel 3 van de
Overeenkomst ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese
Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn en
artikel 2 van aderbesluit 2003/568/JBZ[31]
alsook corruptie in de zin van het nationale recht van de aanbestedende dienst
of de ondernemer; (c) fraude in de zin van artikel 1 van
de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de
Europese Gemeenschappen[32]; d) terroristisch misdrijf of strafbaar feit
in verband met terroristische activiteiten in de zin van respectievelijk de
artikelen 1 en 3 van Kaderbesluit 2002/475/JBZ[33], dan wel uitlokking van,
medeplichtigheid aan of poging tot het plegen van een dergelijk misdrijf of
strafbaar feit als bedoeld in artikel 4 van genoemd kaderbesluit; e) witwassen van geld in de zin van artikel
1 van Richtlijn 91/308/EEG van de Raad[34]. De verplichting om een gegadigde of een
inschrijver van deelneming aan een concessie uit te sluiten, is tevens van
toepassing wanneer tegen bedrijfsleiders of enig andere persoon die ten aanzien
van de gegadigde of de inschrijver vertegenwoordigings-, beslissings- of
controlebevoegdheid bezit bij onherroepelijke beslissing een veroordeling is
uitgesproken. 6.
Elke ondernemer wordt uitgesloten van deelneming
aan een concessie wanneer de aanbestedende dienst of aanbestedende entiteit
kennis heeft van een in kracht van gewijsde gegane beslissing waaruit blijkt
dat hij niet aan de verplichtingen heeft voldaan ten aanzien van de betaling
van belastingen of socialezekerheidsbijdragen overeenkomstig de wettelijke
bepalingen van het land waar hij is gevestigd of de wettelijke bepalingen van
de lidstaat van de aanbestedende dienst of aanbestedende entiteit. 7.
De lidstaten mogen erin voorzien dat aanbestedende
diensten of aanbestedende entiteiten elke ondernemer van deelneming aan de
gunning van een concessie uitsluiten indien een van de volgende voorwaarden is
vervuld: a) wanneer deze kennis heeft van enige
andere ernstige schending van bepalingen van de Europese Unie of van nationaal
recht gericht op de bescherming van publieke belangen verenigbaar met het
Verdrag; b) wanneer de ondernemer onderworpen is aan
insolventie- of liquidatieprocedures, wanneer zijn activa door een vereffenaar
of door de rechtbank worden beheerd, wanneer hij een akkoord met crediteuren
heeft gesloten, wanneer hij zijn bedrijfsactiviteiten heeft gestaakt of in een
andere vergelijkbare toestand verkeert als gevolg van een soortgelijke
procedure ingevolge nationale wet- of regelgeving; c) wanneer de ondernemer blijk heeft
gegeven van significante of aanhoudende tekortkomingen bij de uitvoering van
enige substantiële eis ingevolge een eerdere soortgelijke concessie of
concessies met dezelfde aanbestedende dienst of aanbestedende entiteit. Om de uitsluitingsgrond als bedoeld in punt c) van
de eerste alinea toe te passen, stellen de aanbestedende diensten en
aanbestedende entiteiten een methode vast voor de beoordeling van de
contractuele prestaties die op objectieve en meetbare criteria gebaseerd is en
op systematische, consistente en transparante wijze wordt toegepast. Van elke
beoordeling van de prestaties moet aan de betrokken ondernemer mededeling
worden gedaan, die de gelegenheid moet krijgen bezwaar te maken tegen de
bevindingen en gerechtelijke bescherming te verkrijgen. 8.
Elke gegadigde of inschrijver die zich in een van
de situaties bevindt als bedoeld in de leden 5 tot en met 7 mag de
aanbestedende dienst of de aanbestedende entiteit bewijs verstrekken van zijn
betrouwbaarheid ondanks het bestaan van de toepasselijke uitsluitingsgrond. 9.
De lidstaten specificeren de uitvoeringsvoorwaarden
voor dit artikel. Op verzoek stellen zij voor andere lidstaten alle informatie
beschikbaar in verband met de uitsluitinggronden die in de lijst in dit artikel
zijn opgenomen. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van vestiging
verstrekken deze informatie overeenkomstig artikel 88 van Richtlijn [tot
vervanging van Richtlijn 2004/18/EG] . Artikel 37
Vaststelling van termijnen 1.
Bij de vaststelling van de termijnen voor de
indiening van aanvragen voor de concessie en de indiening van inschrijvingen,
houden de aanbestedende diensten of entiteiten in het bijzonder rekening met de
complexiteit van de concessie en de voor de opstelling van de inschrijvingen
vereiste tijd, onverminderd de in artikel 37 vastgestelde minimumtermijnen. 2.
Wanneer aanvragen of inschrijvingen pas kunnen
worden opgesteld na een bezoek van de locatie of na een onderzoek ter plaatse
van de documenten die tot staving dienen van de documenten voor de gunning van
de concessie, worden de termijnen voor de indiening van aanvragen voor de
concessie verlengd zodat alle betrokken ondernemers kennis kunnen hebben van
alle informatie die nodig is om aanvragen of inschrijvingen op te stellen. Artikel 38
Termijnen voor de indiening van aanvragen voor de concessie 1.
Wanneer aanbestedende diensten en aanbestedende
entiteiten gebruik willen maken van een concessie, stellen zij voor de
indiening van de aanvragen voor de concessie een termijn vast van ten minste 52 dagen,
te rekenen vanaf de verzenddatum van de concessieaankondiging. 2.
De termijn voor ontvangst van inschrijvingen kan
met vijf dagen worden verkort wanneer de aanbestedende entiteit aanvaardt dat
inschrijvingen krachtens artikel 25 met elektronische middelen kunnen worden
ingediend. Artikel 39
Criteria voor de gunning van concessies 1.
Concessies worden gegund op basis van objectieve
criteria die ervoor zorgen dat de beginselen van transparantie,
niet-discriminatie en gelijke behandeling in acht worden genomen en
inschrijvingen onder voorwaarden van daadwerkelijke mededinging worden beoordeeld
waardoor een algeheel economisch voordeel voor de aanbestedende dienst of de
aanbestedende entiteit kan worden vastgesteld. 2.
De gunningscriteria houden verband met het voorwerp
van de concessie en verschaffen de aanbestedende dienst of aanbestedende entiteit
geen onbeperkte keuzevrijheid. Die criteria zorgen voor effectieve mededinging en
gaan van eisen vergezeld die het mogelijk maken de door de inschrijvers
verstrekte informatie daadwerkelijk te controleren. De aanbestedende diensten
en aanbestedende entiteiten controleren op basis van door de inschrijvers
verstrekte informatie en bewijs daadwerkelijk of de inschrijvingen voldoen aan
de gunningscriteria. 3.
De aanbestedende dienst of aanbestedende entiteit
geeft in de concessieaankondiging of de concessiedocumenten het relatieve
gewicht aan dat hij toekent aan elk van de in lid 1 beschreven criteria of somt
deze criteria op in dalende volgorde van belangrijkheid. 4.
De lidstaten mogen erin voorzien dat aanbestedende
diensten en aanbestedende entiteiten de gunning van concessies baseren op het
criterium van de economisch voordeligste inschrijving, met inachtneming van lid
2. Deze criteria mogen naast prijs of kosten elk van de volgende criteria
omvatten: a) kwaliteit, waaronder technische
verdienste, esthetische en functionele kenmerken, toegankelijkheid,
geschiktheid van het ontwerp voor alle gebruikers, milieukenmerken en
innovatief karakter; b) voor concessies voor diensten en
concessies die betrekking hebben op het ontwerpen van bouwwerken, kunnen de
organisatie, kwalificatie en ervaring van het personeel dat is toegewezen aan
de uitvoering van de betrokken concessie in aanmerking worden genomen, met als
gevolg dat dit personeel na de gunning van de concessie alleen mag worden
vervangen met instemming van de aanbestedende dienst of de aanbestedende
entiteit, die moet nagaan of met deze vervangingen voor een evenwaardige
organisatie en kwaliteit wordt gezorgd; (c) klantenservice en technische bijstand,
leveringsdatum en leveringstermijn of termijn voor voltooiing; d) het specifieke proces van productie of
verrichting van de gevraagde werken, leveringen of diensten of van elk ander
stadium van de levenscyclus ervan, zoals bedoeld in artikel 2, lid 1, punt 14,
voor zover die criteria op factoren die met deze processen rechtstreeks verband
houden betrekking hebben en kenmerkend zijn voor het specifieke proces van
productie of verrichting van de gevraagde werken, leveringen of diensten. 5.
In het in lid 4 bedoelde geval specificeert de
aanbestedende dienst of entiteit in de aankondiging van de opdracht, in de
uitnodiging tot het indienen van inschrijvingen, of in de concessiedocumenten
het relatieve gewicht dat hij toekent aan elk van de gekozen criteria voor de
bepaling van de economisch voordeligste inschrijving. Dit relatieve gewicht kan worden uitgedrukt in een
marge met een passend verschil tussen minimum en maximum. Wanneer weging om objectieve redenen niet mogelijk
is, vermeldt de aanbestedende dienst of entiteit de criteria in dalende graad
van belangrijkheid. Artikel 40
Berekening van levenscycluskosten 1.
De berekening van de levenscycluskosten heeft voor
zover relevant betrekking op alle volgende kosten tijdens de levenscyclus van
een product, dienst of werk, zoals gedefinieerd in punt 14 van lid 1 van
artikel 2: (a)
interne kosten, met inbegrip van kosten met
betrekking tot de aankoop (zoals productiekosten), gebruik (zoals
energieverbruik, onderhoudskosten) en levenseinde (zoals kosten voor ophaling
en recycling) (b)
externe milieukosten die rechtstreeks verband
houden met de levenscyclus, mits de waarde in geld kan worden vastgesteld en
gecontroleerd, die betrekking kunnen hebben op kosten voor de emissie van
broeikasgassen of andere vervuilende emissie en andere kosten voor bestrijding
van klimaatverandering. 2.
Wanneer aanbestedende diensten de kosten op basis
van de levenscyclus berekenen, vermelden zij in de documenten inzake de gunning
van de concessie welke methodologie wordt gebruikt voor de berekening van de
levenscycluskosten. De gebruikte methodologie moet aan alle volgende
voorwaarden voldoen: (a)
zij is opgesteld op basis van wetenschappelijke
informatie of is gebaseerd op andere objectief controleerbare en niet
discriminerende criteria; (b)
zij is opgezet voor herhaalde of voortdurende
toepassing; (c)
zij is toegankelijk voor alle betrokken partijen. Aanbestedende diensten en aanbestedende entiteiten
staan ondernemers toe een andere methodologie toe te passen voor het
vaststellen van de levenscycluskosten van hun inschrijving, mits zij aantonen
dat deze methodologie voldoet aan de in de punten a, b en c vastgestelde eisen
en gelijkwaardig is aan de door de aanbestedende dienst of aanbestedende
entiteit vermelde methodologie. 3.
Telkens wanneer een gemeenschappelijke methodologie
voor de berekening van levenscycluskosten wordt vastgesteld in het kader van
een wetgevingshandeling van de Unie, inclusief bij gedelegeerde handelingen
ingevolge sectorspecifieke wetgeving, is deze van toepassing wanneer berekening
van de levenscycluskosten deel uitmaakt van de in artikel 39, lid 4, bedoelde
gunningscriteria. Een lijst van die wetgevings- en gedelegeerde
handelingen is vastgesteld in bijlage II. De Commissie is bevoegd
overeenkomstig artikel 46 gedelegeerde handelingen vast te stellen met
betrekking tot de actualisering van deze lijst wanneer die wijzigingen op basis
van de vaststelling van nieuwe wetgeving, intrekking of wijziging van die
wetgeving noodzakelijk zijn. TITEL III
Regels inzake de uitvoering van concessies Artikel 41
Onderaanneming 1.
In de concessiedocumenten kan de aanbestedende
dienst of entiteit de inschrijver verzoeken (of kan hij daartoe door een
lidstaat worden verplicht ) in zijn inschrijving aan te geven welk gedeelte van
de opdracht hij eventueel voornemens is aan derden in onderaanneming te geven
en welke onderaannemers hij voorstelt. 2.
Lid 1 laat de aansprakelijkheid van de
hoofdondernemer onverlet. Artikel 42
Wijzigingen van concessies gedurende de looptijd ervan 1.
Een wezenlijke wijziging van de bepalingen van een
concessie tijdens de looptijd ervan wordt voor de toepassing van deze richtlijn
beschouwd als een nieuwe gunning en vereist een nieuwe
concessiegunningsprocedure overeenkomstig deze richtlijn. 2.
Een wijziging van een concessie tijdens de looptijd
ervan wordt wezenlijk geacht in de zin van lid 1 wanneer de concessie
hierdoor wezenlijk verschilt van de aanvankelijk gesloten concessie.
Onverminderd de leden 3 en 4 wordt een wijziging geacht wezenlijk te zijn
wanneer aan een van de volgende voorwaarden is voldaan: (a)
de wijziging voorziet in voorwaarden die, hadden
zij deel uitgemaakt van de oorspronkelijke concessiegunningsprocedure, de
selectie van andere dan de aanvankelijk geselecteerde aanvragers of de gunning
van de concessie aan een andere aanvrager of inschrijver mogelijk zouden hebben
gemaakt; (b)
de wijziging verandert het economische evenwicht
van de concessie ten gunste van de concessiehouder; (c)
de wijziging verruimt het toepassingsgebied van de
concessie in aanzienlijke mate tot werken, leveringen of diensten die daar
aanvankelijk niet onder vielen. 3.
De vervanging van de concessiehouder wordt geacht
een wezenlijke wijziging te zijn in de zin van lid 1. De eerste alinea geldt echter niet in geval van
rechtsopvolging onder algemene of gedeeltelijke titel in de positie van de
oorspronkelijke ondernemer, na herstructurering van het bedrijf, insolventie of
op basis van een contractclausule van een andere ondernemer die voldoet aan de
aanvankelijk vastgestelde criteria voor kwalitatieve selectie, op voorwaarde
dat dit geen andere wezenlijke wijzigingen in de concessie meebrengt en niet is
bedoeld om de toepassing van deze richtlijn te omzeilen. 4.
Wanneer de waarde van een wijziging in geld kan
worden uitgedrukt, wordt de wijziging niet geacht wezenlijk te zijn in de zin
van lid 1 wanneer de waarde ervan de in artikel 5 vastgestelde drempels
niet overschrijdt en wanneer deze minder dan 5 % van de prijs van de
oorspronkelijke opdracht bedraagt, mits de wijziging de algehele aard van de
opdracht niet verandert. Wanneer een aantal opeenvolgende wijzigingen
plaatsvinden, wordt de waarde beoordeeld aan de hand van de cumulatieve waarde
van de opeenvolgende wijzigingen. 5.
Wijzigingen van de concessie worden niet geacht
wezenlijk te zijn in de zin van lid 1 wanneer in de concessiedocumenten daarin
is voorzien in duidelijke, precieze en ondubbelzinnige herzieningsclausules of
opties. Deze clausules omschrijven het toepassingsgebied en de aard van
mogelijke wijzigingen of opties alsmede de voorwaarden waaronder deze kunnen
worden gebruikt. Zij voorzien niet in wijzigingen of opties die de algehele
aard van de concessie zouden veranderen. 6.
In afwijking van lid 1 vereist een wezenlijke
wijziging geen nieuwe concessiegunningsprocedure wanneer aan de volgende
cumulatieve voorwaarden is voldaan: (a)
de behoefte aan wijziging is het gevolg van omstandigheden
die een zorgvuldige aanbestedende dienst of entiteit niet kon voorzien; (b)
de wijziging verandert de algehele aard van de
concessie niet; (c)
in geval van concessies die worden gegund door
aanbestedende diensten waarbij enige prijsverhoging niet groter is dan 50% van
de waarde van de oorspronkelijke concessie. Aanbestedende diensten of aanbestedend entiteiten
kondigen deze wijzigingen aan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze aankondigingen bevatten de in bijlage VII beschreven informatie en worden
bekendgemaakt overeenkomstig artikel 28. 7.
Aanbestedende diensten en aanbestedende entiteiten
mogen niet overgaan tot wijziging van de concessie in de volgende gevallen: (a)
wanneer de wijziging ertoe zou strekken
tekortkomingen bij de uitvoering van de concessiehouder of de gevolgen ervan te
verhelpen die middels de handhaving van contractuele verplichtingen kunnen
worden verholpen; (b)
wanneer de wijziging ertoe zou strekken risico’s op
prijsverhogingen te compenseren die het gevolg zijn van prijsschommelingen die
een substantiële impact zouden kunnen hebben op de uitvoering van een opdracht
en waarvoor de concessiehouder zich heeft ingedekt. Artikel 43
Beëindiging van concessies De lidstaten zorgen ervoor dat aanbestedende
diensten en entiteiten onder de bij het toepasselijke nationale contractenrecht
bepaalde voorwaarden een concessie gedurende de looptijd ervan kunnen verbreken
wanneer aan een van de volgende voorwaarden is voldaan: (a)
de in artikel 15 bepaalde uitzonderingen zijn niet
langer van toepassing ten gevolge van een privé-deelneming in de rechtspersoon
aan wie de opdracht is gegund overeenkomstig artikel 15, lid 4; (b)
een wijziging van de concessie vormt een nieuwe
gunning in de zin van artikel 42; (c)
het Hof van Justitie van de Europese Unie stelt vast
in een procedure overeenkomstig artikel 258 van het Verdrag dat een lidstaat
zijn verplichtingen krachtens de Verdragen niet is nagekomen wegens het feit
dat een tot die lidstaat behorende aanbestedende dienst of entiteit de
betrokken concessie heeft gegund zonder te voldoen aan zijn verplichtingen
krachtens de Verdragen en deze richtlijn. TITEL V
WIJZIGINGEN VAN RICHTLIJNEN 89/665/EEG EN 92/13/EEG Artikel 44
Wijzigingen van Richtlijn 89/665/EEG Richtlijn 89/665/EG wordt als volgt gewijzigd: 1.
Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt: a) lid 1 wordt vervangen door: ‘1. Deze richtlijn is van toepassing op opdrachten
als bedoeld in Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31
maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van
overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten, tenzij deze opdrachten
overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 18 van die richtlijn worden
uitgesloten. Deze richtlijn is eveneens van toepassing op
concessies die worden gegund door aanbestedende diensten, als bedoeld in
Richtlijn [betreffende de gunning van concessies] tenzij die concessies zijn
uitgesloten overeenkomstig de artikelen 8, 9, 15 en 21 van die richtlijn. Tot de opdrachten in de zin van deze richtlijn
behoren overheidsopdrachten, raamovereenkomsten, concessies voor openbare
werken, concessies voor diensten en dynamische aankoopsystemen.’ b) Artikel 1, lid 1, derde alinea, wordt
vervangen door: “De lidstaten nemen met betrekking tot opdrachten
die binnen de werkingssfeer van Richtlijn 2004/18/EG of Richtlijn [betreffende
concessies] vallen, de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat tegen door de
aanbestedende diensten genomen besluiten op doeltreffende wijze en vooral zo
snel mogelijk beroep kan worden ingesteld overeenkomstig de artikelen 2 tot en
met 2 septies van deze richtlijn, op grond van het feit dat door die besluiten
het Gemeenschapsrecht inzake overheidsopdrachten of de nationale voorschriften
waarin dat Gemeenschapsrecht is omgezet, geschonden zijn”. 2.
Artikel 2 bis, lid 2, wordt gewijzigd als volgt: a) de eerste alinea wordt vervangen door: ‘Het sluiten van de overeenkomst volgende op het
besluit tot gunning van een onder Richtlijn 2004/18/EG of Richtlijn
[betreffende concessies] vallende opdracht kan niet geschieden vóór het
verstrijken van een termijn van ten minste 10 kalenderdagen, ingaande op de dag
na de datum waarop het besluit tot gunning van de opdracht per faxbericht of
langs elektronische weg aan de betrokken inschrijvers en gegadigden is gezonden
of, indien andere communicatiemiddelen worden gebruikt, vóór het verstrijken
van een termijn van hetzij ten minste 15 kalenderdagen, ingaande op de dag na
de datum waarop het besluit tot gunning van de opdracht aan de betrokken
inschrijvers en gegadigden is gezonden, of, hetzij van ten minste 10
kalenderdagen, ingaande op de dag na de datum waarop het besluit tot gunning
van de opdracht is ontvangen.’; b) in de vierde alinea wordt het eerste
streepje vervangen door: ‘– een samenvattende beschrijving van de relevante
redenen uiteengezet in artikel 41, lid 2, van Richtlijn 2004/18/EG, onder
voorbehoud van de bepalingen van artikel 35, lid 8, van die richtlijn, en’. 3.
In artikel 2 ter wordt punt a) vervangen
door: ‘a) wanneer Richtlijn 2004/18/EG of Richtlijn
[betreffende concessies] geen voorafgaande bekendmaking van de aankondiging van
de opdracht in het Publicatieblad van de Europese Unie vereist;’. 4.
Artikel 2 quinquies wordt gewijzigd als volgt: a) in lid 1 wordt punt a) vervangen door: ‘a) indien de aanbestedende dienst een
opdracht heeft gegund zonder voorafgaande bekendmaking van een aankondiging van
de opdracht in het Publicatieblad van de Europese Unie, zonder dat dit
op grond van Richtlijn 2004/18/EG of Richtlijn [betreffende concessies] is
toegestaan’; b) in lid 4 wordt het eerste streepje
vervangen door: ‘- de aanbestedende dienst van mening is dat de
gunning van een opdracht zonder voorafgaande bekendmaking van een aankondiging
van de opdracht in het Publicatieblad van de Europese Unie op grond van
Richtlijn 2004/18/EG of Richtlijn [betreffende concessies] is toegestaan’. 5.
Artikel 2 septies, lid 1, punt a, wordt gewijzigd
als volgt: a) het eerste streepje wordt vervangen door: ‘ - de aanbestedende dienst de aankondiging van de
gegunde opdracht bekendmaakte overeenkomstig artikel 35, lid 4, en artikelen 36
en 37 van Richtlijn 2004/18/EG of de artikelen 26 en 27 van richtlijn
[betreffende concessies], op voorwaarde dat deze aankondiging ook de
rechtvaardiging bevat van de beslissing van de aanbestedende dienst om de
opdracht te gunnen zonder voorafgaande bekendmaking van een aankondiging van de
opdracht in het Publicatieblad van de Europese Unie; of’; b) na het eerste streepje wordt het volgende
streepje ingevoegd: ‘- de aanbestedende dienst de betrokken inschrijvers
en gegadigden in kennis stelde van de sluiting van de overeenkomst, op
voorwaarde dat die kennisgeving vergezeld gaat van een samenvattende
beschrijving van de relevante redenen beschreven in artikel 41, lid 2, van
Richtlijn 2004/18/EG, onder voorbehoud van artikel 41, lid 3, van die richtlijn
of in artikel 35, lid 7, van Richtlijn [betreffende concessies], behoudens de
bepalingen van artikel 35, lid 8, van die richtlijn. Deze optie is ook van
toepassing op de in artikel 2 ter, onder c), bedoelde gevallen;’. 6.
Artikel 3, lid 1, wordt vervangen door: ‘1. De Commissie kan de procedure van de
leden 2 tot en met 5 hanteren, wanneer zij, vóór de sluiting van een
overeenkomst, van oordeel is dat er een ernstige inbreuk op de communautaire
wetgeving inzake overheidsopdrachten is gepleegd tijdens een gunningsprocedure
die binnen de werkingssfeer van Richtlijn 2004/18/EG of richtlijn [betreffende
concessies] valt.’. Artikel 45
Wijzigingen van Richtlijn 92/13/EEG Richtlijn 92/13/EG wordt als volgt gewijzigd: 1.
Artikel 1, lid 1, wordt gewijzigd als volgt: a) de eerste en tweede alinea worden
vervangen door: ‘Deze richtlijn is van toepassing op opdrachten
als bedoeld in Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad
van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van
opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en
postdiensten, tenzij deze opdrachten overeenkomstig artikel 5, lid 2,
artikelen 19 tot en met 26, artikelen 29 en 30, of artikel 62 van die
richtlijn zijn uitgesloten. Deze richtlijn is eveneens van toepassing op
concessies die worden gegund door aanbestedende entiteiten, als bedoeld in
Richtlijn [betreffende concessies] tenzij die opdrachten zijn uitgesloten
overeenkomstig de artikelen 8, 12, 10, 11, 14, 15 en 21 van die richtlijn.’ ; b) de derde alinea wordt vervangen door: ‘De lidstaten nemen met betrekking tot opdrachten
die binnen de werkingssfeer van Richtlijn 2004/17/EG of Richtlijn [betreffende
concessies] vallen, de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat tegen door de
aanbestedende entiteiten genomen besluiten op doeltreffende wijze en vooral zo
snel mogelijk beroep kan worden ingesteld overeenkomstig de artikelen 2 tot en
met 2 septies van deze richtlijn, op grond van het feit dat door die besluiten
het Gemeenschapsrecht inzake overheidsopdrachten of de nationale voorschriften
waarin dat Gemeenschapsrecht is omgezet, geschonden zijn.’. 2.
Artikel 2 bis, lid 2, wordt gewijzigd als volgt: a) de eerste alinea wordt vervangen door: ‘Het sluiten van de overeenkomst volgende op het
besluit tot gunning van een onder Richtlijn 2004/17/EG of Richtlijn
[betreffende concessies] vallende opdracht kan niet geschieden vóór het
verstrijken van een termijn van ten minste 10 kalenderdagen, ingaande op de dag
na de datum waarop het besluit tot gunning van de opdracht per faxbericht of
langs elektronische weg aan de betrokken inschrijvers en gegadigden is gezonden
of, indien andere communicatiemiddelen worden gebruikt, vóór het verstrijken
van een termijn van hetzij ten minste 15 kalenderdagen, ingaande op de dag na
de datum waarop het besluit tot gunning van de opdracht aan de betrokken
inschrijvers en gegadigden is gezonden, of, hetzij van ten minste 10
kalenderdagen, ingaande op de dag na de datum waarop het besluit tot gunning
van de opdracht is ontvangen.’; b) in de vierde alinea wordt het eerste
streepje vervangen door: ‘— een samenvattende beschrijving van de relevante
redenen als bedoeld in artikel 49, lid 2, van Richtlijn 2004/17/EG of in
artikel 35, lid 7, van Richtlijn [betreffende concessies], onder voorbehoud van
de bepalingen van artikel 35, lid 8, van die richtlijn, en’. 3.
In artikel 2 ter wordt punt a) vervangen
door: ‘a) wanneer Richtlijn 2004/17/EG of Richtlijn
[betreffende concessies] geen voorafgaande bekendmaking van een aankondiging in
het Publicatieblad van de Europese Unie vereist; ‘ 4.
Artikel 2 quater wordt vervangen door: ‘Artikel 2 quater “Wanneer een lidstaat bepaalt dat beroep tegen een
besluit van een aanbestedende entiteit dat is genomen in het kader van of met
betrekking tot een onder Richtlijn 2004/17/EG of Richtlijn [betreffende
concessies] vallende gunningsprocedure, binnen een bepaalde termijn moet worden
ingesteld, bedraagt deze termijn ten minste 10 kalenderdagen, ingaande op de
dag na de datum waarop het besluit van de aanbestedende entiteit per faxbericht
of langs elektronische weg aan de inschrijver of gegadigde is gezonden of,
indien van andere communicatiemiddelen gebruik wordt gemaakt, bedraagt deze
termijn, hetzij ten minste 15 kalenderdagen, ingaande op de dag na de datum
waarop het besluit van de aanbestedende entiteit aan de inschrijver of
gegadigde is gezonden, hetzij ten minste 10 kalenderdagen, ingaande op de dag
na de datum waarop het besluit tot gunning van de opdracht is ontvangen. De
kennisgeving van dat besluit van de aanbestedende entiteit aan iedere
inschrijver of gegadigde gaat vergezeld van een samenvattende beschrijving van
de relevante redenen. In het geval dat beroep wordt ingesteld tegen besluiten,
bedoeld in artikel 2, lid 1, onder b), van deze richtlijn waarvoor geen
specifieke kennisgeving is gegeven, bedraagt de termijn ten minste 10
kalenderdagen, ingaande vanaf de datum van bekendmaking van het betreffende
besluit.’. 5.
Artikel 2 quinquies wordt gewijzigd als volgt: a) lid 1, punt a), wordt vervangen door: ‘a) indien de aanbestedende entiteit een
opdracht heeft gegund zonder voorafgaande bekendmaking van een aankondiging in
het Publicatieblad van de Europese Unie, zonder dat dit op grond van
Richtlijn 2004/17/EG of Richtlijn [betreffende concessies] is toegestaan’; b) in lid 4 wordt het eerste streepje
vervangen door: ‘— de aanbestedende entiteit van mening is dat de
gunning van een opdracht zonder voorafgaande bekendmaking van een aankondiging
in het Publicatieblad van de Europese Unie op grond van Richtlijn 2004/17/EG
of Richtlijn [betreffende concessies] is toegestaan;’. 6.
In artikel 2 septies, lid 1, wordt
punt a) vervangen door: ‘— de aanbestedende entiteit de aankondiging van
de gegunde opdracht bekendmaakte overeenkomstig de artikelen 43 en 44 van
Richtlijn 2004/17/EG of de artikelen 26 en 27 van Richtlijn [betreffende
concessies], op voorwaarde dat deze aankondiging ook de rechtvaardiging bevat
van de beslissing van de aanbestedende entiteit om de opdracht te gunnen zonder
voorafgaande bekendmaking van een aankondiging in het Publicatieblad van de
Europese Unie; of — de aanbestedende entiteit de betrokken
inschrijvers en gegadigden in kennis stelde van de sluiting van de
overeenkomst, op voorwaarde dat die kennisgeving vergezeld gaat van een
samenvattende beschrijving van de relevante redenen beschreven in artikel 49,
lid 2, van Richtlijn 2004/17/EG of in artikel 35, lid 7, van Richtlijn
[betreffende concessies], behoudens de bepalingen van artikel 35, lid 8, van
die richtlijn. Deze optie is ook van toepassing op de in artikel 2 ter, onder
c), bedoelde gevallen;’. 7.
In artikel 8 wordt lid 1 vervangen door: ‘1. De Commissie kan de procedure van de
leden 2 tot en met 5 hanteren wanneer zij, vóór de sluiting van een
overeenkomst, van oordeel is dat er een ernstige inbreuk op de communautaire
wetgeving inzake overheidsopdrachten is gepleegd tijdens een gunningsprocedure
die binnen de werkingssfeer van Richtlijn 2004/17/EG of Richtlijn [betreffende
concessies] valt, dan wel met betrekking tot artikel 27, onder a), van
Richtlijn 2004/17/EG voor de aanbestedende entiteiten waarop die bepaling van
toepassing is’. TITEL VI
GEDELEGEERDE BEVOEGDHEDEN, UITVOERINGSBEVOEGDHEDEN EN SLOTBEPALINGEN Artikel 46
Uitoefening van de delegatie van bevoegdheden 1.
De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te
stellen wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde
voorwaarden. 2.
De in de artikelen 4, lid 3, 21, lid 3, 23, lid 2, 25,
lid 3, 40, lid 3, en 52, lid 2, bedoelde delegatie van bevoegdheden aan de
Commissie geldt voor een onbepaalde periode vanaf [de datum van
inwerkingtreding van deze richtlijn]. 3.
De in de artikelen 4, lid 3, 21, lid 3, 23, lid 2, 25,
lid 3, 40, lid 3, en 52, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan op elk
moment door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Het besluit
tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde
bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in
het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere
datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde
handelingen onverlet. 4.
Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft
vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees
Parlement en de Raad. 5.
Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde
gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement
of de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de
handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen geen bezwaar heeft
gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het
verstrijken van de termijn van twee maanden de Commissie hebben medegedeeld dat
zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van
het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd. Artikel 47
Spoedprocedure 1.
Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde
gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang
geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de
gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om
welke redenen gebruik wordt gemaakt van de spoedprocedure. 2.
Het Europees Parlement of de Raad kan
overeenkomstig de in artikel 46, lid 5, bedoelde procedure bezwaar maken tegen
een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling
onverwijld in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement
of de Raad bezwaar maakt. Artikel 48
Comitéprocedure 1.
De Commissie wordt bijgestaan door het Raadgevend
Comité inzake overheidsopdrachten, dat is ingesteld bij Besluit 71/306/EEG van
de Raad[35].
Dit comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011. 2.
Wanneer naar dit artikel wordt verwezen, is
artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing. Artikel 49
Omzetting 1.
De lidstaten doen de nodige wettelijke en
bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 30 juni 2014
aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die
bepalingen onverwijld mede. Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen,
wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze
richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten. 2.
De lidstaten delen de Commissie de tekst van de
belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze
richtlijn vallende gebied vaststellen. Artikel 50
Overgangsbepalingen Verwijzingen naar de leden 3, onder a) en b),
van artikel 1 van Richtlijn 2004/17/EG en de leden 3 en 4 van artikel 1 en
titel III van Richtlijn 2004/18/EG worden als verwijzingen naar deze richtlijn
geïnterpreteerd. Artikel 51
Toetsing De Commissie evalueert de economische gevolgen
voor de interne markt die voortvloeien uit de toepassing van de in artikel 5
vastgestelde drempelwaarden en brengt daarover uiterlijk op 30 juni 2016
verslag uit aan de Raad. Artikel 52
Inwerkingtreding Deze richtlijn treedt in werking op de
twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de
Europese Unie. Artikel 53
Adressaten Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten. Gedaan te Brussel, Voor het Europees Parlement Voor
de Raad De voorzitter De
voorzitter BIJLAGE I
LIJST VAN DE IN DE PUNT 5) VAN DE EERSTE ALINEA VAN ARTIKEL 2 BEDOELDE
ACTIVITEITEN[36] NACE Rev.1(1): || CPV-code SECTIE F || BOUWNIJVERHEID Afdeling || Groep || Klasse || Omschrijving || Opmerkingen 45 || || || Bouwnijverheid || Deze afdeling omvat: nieuwbouw, restauratiewerk en gewone reparaties. || 45000000 || 45.1 || || Het bouwrijp maken van terreinen || || 45100000 || || 45.11 || Slopen van gebouwen; grondverzet || Deze klasse omvat: —het slopen van gebouwen en andere bouwwerken; — het ruimen van bouwterreinen, —grondverzet: graven, ophogen, egaliseren en nivelleren van bouwterreinen, graven van sleuven en geulen, verwijderen van rotsen, grondverzet met behulp van explosieven enz. —het geschikt maken van terreinen voor mijnbouw: — —verwijderen van deklagen en overige werkzaamheden in verband met de ontsluiting van delfstoffen en de voorbereiding van de ontginning. Deze klasse omvat voorts: —de drainage van bouwterreinen. —de drainage van land- en bosbouwgrond. || 45110000 || || 45.12 || Proefboren en boren || Deze klasse omvat: — het proefboren en het nemen van bodemmonsters ten behoeve van de bouw of voor geofysische, geologische of dergelijke doeleinden. Deze klasse omvat niet: — het boren van putten voor de aardolie- of aardgaswinning, zie 11.20, —het boren van waterputten, zie 45.25, —het delven van mijnschachten, zie 45.25, —de aardolie- en aardgasexploratie en geofysisch, geologisch en seismisch onderzoek, zie 74.20. || 45120000 || 45.2 || || Burgerlijke en utiliteitsbouw; weg- en waterbouw || || 45200000 || || 45.21 || Algemene bouwkundige en civieltechnische werken || Deze klasse omvat: —de bouw van alle soorten gebouwen; de uitvoering van civieltechnische werken, bruggen, inclusief die voor verhoogde wegen, viaducten, tunnels en ondergrondse doorgangen, —pijpleidingen, kabels en hoogspanningsleidingen over lange afstand, —pijpleidingen, kabels en hoogspanningsleidingen in de bebouwde kom, — bijkomende werken; — het monteren en optrekken van geprefabriceerde constructies ter plaatse. Deze klasse omvat niet: —diensten in verband met aardolie- en de aardgaswinning, zie 11.20, —het optrekken van volledige geprefabriceerde constructies van zelfvervaardigde onderdelen, niet van beton, zie 20, 26, 28, —bouwwerkzaamheden aan of in stadions, zwembaden, sporthallen, tennisbanen, golfterreinen en andere sportaccommodaties, andere dan het optrekken van gebouwen, zie 45.23; —installatiewerkzaamheden, zie 45.3; —de afwerking van gebouwen, zie 45.4; —architecten en ingenieurs, zie 74.20; — projectbeheer voor de bouw, zie 74.20. || 45210000 Met uitzondering van: -45213316 45220000 45231000 45232000 || || 45.22 || Dakbedekking en bouw van dakconstructies || Deze klasse omvat: — de bouw van daken, — dakbedekking, — het waterdicht maken. || 45261000 || || 45.23 || Bouw van autowegen en andere wegen, vliegvelden en sportfaciliteiten || Deze klasse omvat: —de bouw van autowegen, straten en andere wegen en paden voor voertuigen en voetgangers, — de bouw van spoorwegen, — de bouw van start- en landingsbanen, — bouwwerkzaamheden aan of in stadions, zwembaden, sporthallen, tennisbanen, golfterreinen en andere sportaccommodaties, andere dan het optrekken van gebouwen, —het schilderen van markeringen op wegen en parkeerplaatsen. Deze klasse omvat niet: —voorafgaand grondverzet, zie 45.11. || 45212212 en DA03 45230000 met uitzondering van: -45231000 -45232000 -45234115 || || 45.24 || Waterbouw || Deze klasse omvat: — de aanleg van: — —waterwegen, haven- en rivierwerken, jachthavens, sluizen enz., — dammen en dijken, — baggerwerk, — werkzaamheden onder water. || 45240000 || || 45.25 || Overige gespecialiseerde werkzaamheden in de bouw || Deze klasse omvat: —gespecialiseerde bouwwerkzaamheden ten behoeve van diverse bouwwerken, waarvoor specifieke ervaring of een speciale uitrusting nodig is, — bouw van funderingen, inclusief heien, — boren en aanleggen van waterputten, delven van mijnschachten, — opbouw van niet zelf vervaardigde elementen van staal,; — buigen van staal, — metselen, inclusief zetten van natuursteen, — optrekken en afbreken van steigers en werkplatforms, inclusief verhuur van steigers en werkplatforms, — bouw van schoorstenen en industriële ovens. Deze klasse omvat niet: — de verhuur van steigers zonder optrekken en afbreken, zie 71.32. || 45250000 45262000 || 45.3 || || Installatiewerkzaamheden || || 45300000 || || 45.31 || Elektrische installatie || Deze klasse omvat: de installatie in gebouwen en andere bouwwerken van: — elektrische bedrading en toebehoren, — telecommunicatiesystemen, —elektrische verwarmingssystemen, — antennes, — brandalarmsystemen, — inbraakalarmsystemen, — liften en roltrappen, — bliksemafleiders, enz. || 45213316 45310000 Met uitzondering van: -45316000 || || 45.32 || Isolatie || Deze klasse omvat: —het aanbrengen in gebouwen en andere bouwwerken van isolatiemateriaal (warmte, geluid, trillingen). Deze klasse omvat niet: —het waterdicht maken, zie 45.22. || 45320000 || || 45.33 || Loodgieterswerk || Deze klasse omvat: — de installatie in gebouwen en andere bouwwerken van: — —waterleidingen en artikelen voor sanitair gebruik, — gasaansluitingen, — apparatuur en leidingen voor verwarming, ventilatie, koeling en klimaatregeling, — sprinklerinstallaties. Deze klasse omvat niet: — de installatie en reparatie van elektrische verwarmingsinstallaties, zie 45.31. || 45330000 || || 45.34 || Overige bouwinstallatie || Deze klasse omvat: —de installatie van verlichtings- en signaleringssystemen voor wegen, spoorwegen, luchthavens en havens, — de installatie in en aan gebouwen en andere bouwwerken van toebehoren, niet elders geklasseerd. || 45234115 45316000 45340000 || 45.4 || || Afwerking van gebouwen || || 45400000 || || 45.41 || Stukadoorswerk || Deze klasse omvat: — het aanbrengen van pleister- en stukadoorswerk (inclusief het aanbrengen van een hechtgrond) aan de binnen- of buitenzijde van gebouwen en andere bouwwerken. || 45410000 || || 45.42 || Schrijnwerk || Deze klasse omvat: — het plaatsen van niet zelf vervaardigde deuren, vensters, kozijnen, inbouwkeukens, trappen, winkelinrichtingen en dergelijke, van hout of van ander materiaal, — de binnenafwerking, zoals plafonds, wandbekleding van hout, verplaatsbare tussenwanden enz. Deze klasse omvat niet: — het leggen van parket of andere houten vloerbedekking, zie 45.43. || 45420000 || || 45.43 || Vloer- en wandafwerking || Deze klasse omvat: — het aanbrengen in gebouwen en andere bouwwerken van: — — vloer- of wandtegels van keramische stoffen, beton of gehouwen steen, — parket of andere houten vloerbedekking, tapijt en vloerbedekking van linoleum, rubber of kunststof, —vloerbedekking en wandbekleding van terrazzo, marmer, graniet of lei, —behang. || 45430000 || || 45.44 || Schilderen en glaszetten || Deze klasse omvat: — het schilderen van het binnen- en buitenwerk van gebouwen, — het schilderen van wegen- en waterbouwkundige werken, — het aanbrengen van glas, spiegels enz. Deze klasse omvat niet: — de installatie van vensters, zie 45.42. || 45440000 || || 45.45 || Overige werkzaamheden in verband met de afwerking van gebouwen || Deze klasse omvat: —de installatie van particuliere zwembaden, —gevelreiniging met behulp van stoom, door middel van zandstralen enz., —overige werkzaamheden in verband met de afwerking van gebouwen, n.e.g. Deze klasse omvat niet: —het reinigen van het interieur van gebouwen en andere bouwwerken, zie 74.70. || 45212212 en DA04 45450000 || 45.5 || || Verhuur van bouw- of sloopmachines met bedieningspersoneel || || 45500000 || || 45.50 || Verhuur van bouw- of sloopmachines met bedieningspersoneel || Deze klasse omvat niet: — de verhuur van bouw- en sloopmachines zonder bedieningspersoneel, zie 71.32. || 45500000 (1) Verordening (EEG) nr. 3037/90 van de Raad van 9 oktober 1990 betreffende de statistische nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap (PB L 293 van 24.10.1990, blz. 1), verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 761/93 van de Commissie (PB L 83 van 3.4.1993, blz. 1). BIJLAGE II
LIJST VAN DE IN ARTIKEL 40, LID 3, BEDOELDE EU-WETGEVING 1.
Richtlijn 2009/33/EG[37]. BIJLAGE III
ACTIVITEITEN UITGEOEFEND DOOR AANBESTEDENDE ENTITEITEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 4 De bepalingen van deze richtlijn betreffende
door aanbestedende entiteiten gegunde concessies zijn van toepassing op de
volgende activiteiten: 1.
Wat gas en warmte betreft: (a)
de beschikbaarstelling of exploitatie van vaste
netten bestemd voor openbare dienstverlening op het gebied van de productie,
het vervoer of de distributie van gas of warmte; (b)
de gas- of warmtetoevoer aan deze netten. De toevoer van gas of warmte aan netten bestemd
voor openbare dienstverlening door een aanbestedende entiteit als bedoeld in
lid 1, tweede en derde alinea, van artikel 4, wordt niet als een in lid 1
bedoelde activiteit beschouwd, wanneer alle volgende voorwaarden zijn vervuld: (c)
de productie van gas of warmte door de betrokken
entiteit is het onvermijdelijke resultaat van de uitoefening van een andere
activiteit dan de in dit lid of in de leden 2 tot en met 4 van deze bijlage
bedoelde activiteiten; (d)
de toevoer aan het openbare net heeft uitsluitend
tot doel deze productie op economisch verantwoorde wijze te exploiteren en
stemt overeen met ten hoogste 20% van de omzet van de entiteit berekend als het
gemiddelde over de laatste drie jaren, met inbegrip van het lopende jaar. 2.
Wat elektriciteit betreft: (a)
de beschikbaarstelling of exploitatie van vaste
netten bestemd voor openbare dienstverlening op het gebied van de productie,
het vervoer of de distributie van elektriciteit; (b)
de elektriciteitstoevoer aan deze netten. Voor de toepassing van deze richtlijn omvat
elektriciteitstoevoer opwekking (productie) en groothandel in elektriciteit. De toevoer van elektriciteit aan netten bestemd
voor openbare dienstverlening door een aanbestedende entiteit als bedoeld in
lid 1, tweede en derde alinea, van artikel 4, wordt niet als een in lid 1
bedoelde activiteit beschouwd, wanneer alle volgende voorwaarden zijn vervuld: a) de elektriciteitsproductie door de
betrokken entiteit vindt plaats omdat het verbruik ervan noodzakelijk is voor
de uitoefening van een andere activiteit dan de in de leden 1, 3 en 4 van
deze bijlage bedoelde activiteiten; b) de toevoer aan het openbare net hangt
slechts van het eigen verbruik van de entiteit af en heeft niet meer bedragen
dan 30% van de totale energieproductie van de entiteit berekend als het
gemiddelde over de laatste drie jaren, met inbegrip van het lopende jaar. 3.
Wat water betreft: (a)
de beschikbaarstelling of exploitatie van vaste
netten bestemd voor openbare dienstverlening op het gebied van de productie,
het vervoer of de distributie van drinkwater; (b)
de drinkwatertoevoer aan deze netten. Deze richtlijn is eveneens van toepassing op
concessies die door entiteiten welke een activiteit waarvan hiervoor sprake
uitoefenen, gegund of georganiseerd worden en verband houden met een van de
volgende punten: (a)
waterbouwtechnische projecten, bevloeiing of
drainage voor zover de voor drinkwatervoorziening bestemde hoeveelheid water
groter is dan 20% van de totale hoeveelheid water die door middel van deze
projecten of deze bevloeiings- of drainage-installaties ter beschikking wordt
gesteld, of (b)
de afvoer of behandeling van afvalwater. De toevoer van drinkwater aan netten bestemd voor
openbare dienstverlening door een aanbestedende entiteit als bedoeld in lid 1,
eerste alinea en lid 2 van artikel 4 wordt niet als een in alinea 1
bedoelde activiteit beschouwd, wanneer alle volgende voorwaarden zijn vervuld: (a)
de productie van drinkwater door de betrokken
entiteit geschiedt omdat het verbruik ervan noodzakelijk is voor de uitoefening
van een andere dan de in de leden 1 tot en met 4 van deze bijlage
bedoelde activiteit; (b)
de toevoer aan het openbare net hangt uitsluitend
af van het eigen verbruik van de entiteit en heeft niet meer bedragen dan 30 %
van de totale drinkwaterproductie van de entiteit berekend als het gemiddelde
over de laatste drie jaren, met inbegrip van het lopende jaar. 4.
Activiteiten die het ter beschikking stellen
of exploiteren van netten bestemd voor openbare dienstverlening op het
gebied van vervoer per trein, automatische systemen, tram, trolleybus of
autobus of kabel beogen. Ten aanzien van vervoerdiensten wordt een net
geacht te bestaan indien de dienst wordt verricht onder door een bevoegde
instantie van een lidstaat gestelde operationele voorwaarden, zoals de te
volgen routes, de beschikbaar te stellen capaciteit of de frequentie van de
dienst. 5.
Activiteiten die de exploitatie van een geografisch
gebied beogen met het oog op de terbeschikkingstelling aan lucht-, zee- of
riviervervoerders van luchthaven-, zeehaven-, binnenhaven- of andere
aanlandingsfaciliteiten. 6.
Activiteiten betreffende de verrichting van: (a)
postdiensten; op de voorwaarden in punt c), (b)
andere diensten dan postdiensten, op voorwaarde dat
deze diensten worden aangeboden door een entiteit die ook postdiensten in de
zin van lid 2, onder b), aanbiedt, en dat met betrekking tot de onder lid 2,
onder b), vallende diensten niet is voldaan aan de in artikel 27,
lid 1, van Richtlijn [die Richtlijn 2004/17/EG vervangt] genoemde
voorwaarden. Voor de toepassing van deze richtlijn en
onverminderd Richtlijn 97/67/EG wordt verstaan onder: "postzending": geadresseerde zending in
de definitieve vorm waarin zij moet worden verstuurd, ongeacht het gewicht. Naast
brievenpost worden bijvoorbeeld als postzending aangemerkt: boeken, catalogi,
kranten, tijdschriften en postpakketten die goederen met of zonder
handelswaarde bevatten, ongeacht het gewicht; (a)
"postdiensten": diensten welke bestaan in
het ophalen, sorteren, vervoeren en bestellen van postzendingen. Deze diensten
omvatten zowel diensten die binnen als diensten die buiten het
toepassingsgebied van de overeenkomstig Richtlijn 97/67/EG ingestelde
universele dienst vallen; (b)
"andere diensten dan postdiensten":
diensten die op de volgende gebieden worden geleverd: (1)
beheer van postdiensten (diensten die zowel voor
als na de zending worden geleverd, inclusief "mailroom management
services"), (2)
diensten met een meerwaarde die verband houden met
elektronische post en die volledig langs elektronische weg plaatsvinden (met
inbegrip van de beveiligde doorgifte van gecodeerde documenten langs
elektronische weg, adresbeheersdiensten en doorzenden van geregistreerde
elektronische post), (3)
diensten die geen betrekking hebben op onder a)
vallende postdiensten, zoals niet-geadresseerde direct mail; (4)
financiële diensten als gedefinieerd in de CPV
onder referentienummers 66100000-1 tot en met 66720000-3 en in artikel 8, lid 5,
onder d), met inbegrip van met name postwissels en girale overschrijvingen, (5)
filateliediensten, (6)
logistieke diensten (diensten waarbij fysieke
levering en/of opslag gecombineerd worden met niet-postale diensten), 7.
Activiteiten die de exploitatie van een geografisch
gebied beogen met het oog op: (a)
de winning van olie of gas, (b)
de prospectie of winning van steenkool of andere
vaste brandstoffen. BIJLAGE IV
INFORMATIE DIE IN CONCESSIEAANKONDIGINGEN MOET WORDEN OPGENOMEN 1.
Naam, identificatienummer (wanneer de nationale
wetgeving daarin voorziet), adres inclusief NUTS-code, telefoon, faxnummer,
e-mail- en internetadres van de aanbestedende dienst of entiteit en, wanneer
verschillend, van de dienst waar aanvullende informatie te verkrijgen is. 2.
Soort aanbestedende dienst of entiteit en
uitgeoefende hoofdactiviteit. 3.
Indien de aanvragen inschrijvingen moeten bevatten,
e-mail- of internetadres waar de specificaties en alle bewijsstukken onbeperkt,
volledig, rechtstreeks en kosteloos toegankelijk zijn. 4.
Beschrijving van de aanbesteding: aard en omvang
van de werken, aard en hoeveelheid of waarde van de leveringen, aard en omvang
van de diensten. Wanneer de concessie in percelen is verdeeld, wordt deze
informatie voor elk perceel verstrekt. In voorkomend geval beschrijving van
elke optie. 5.
Referentienummer(s) van de CPV-nomenclatuur. Wanneer
de concessie in percelen is verdeeld, wordt deze informatie voor elk perceel
verstrekt. 6.
NUTS-code voor de hoofdplaats van uitvoering van de
werken in geval van concessies voor werken of NUTS-code voor de hoofdplaats van
uitvoering van concessies voor diensten; wanneer de concessie in percelen is
verdeeld, wordt deze informatie voor elk perceel verstrekt. 7.
Geraamde totale waarde van de concessie(s); wanneer
de concessie in percelen is verdeeld, wordt deze informatie voor elk perceel
verstrekt samen met een gedetailleerde beschrijving van de methode voor de
berekening van de geraamde totale waarde van de concessie, in overeenstemming
met artikel 6. 8.
Wanneer de concessie in percelen moet worden
onderverdeeld, vermelding van de mogelijkheid voor de ondernemers om voor één,
voor meerdere of voor alle percelen in te schrijven; vermelding van elke
mogelijke beperking van het aantal percelen dat aan één inschrijver kan worden
gegund. 9.
Termijn voor de verrichting van de leveringen,
werken of diensten en, voor zover mogelijk, duur van de concessie. 10.
Deelnemingsvoorwaarden, inclusief: a) in voorkomend geval, vermelding of de
concessie is voorbehouden aan sociale werkplaatsen dan wel of de uitvoering
ervan is voorbehouden in het kader van programma’s voor beschermde arbeid; b) in voorkomend geval, vermelding of het
verrichten van de dienst ingevolge wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen
aan een bepaalde beroepscategorie is voorbehouden; verwijzing naar de
desbetreffende wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen; c) een lijst en korte beschrijving van de
selectiecriteria; eventueel vereiste specifieke minimumeisen ten aanzien van de
bekwaamheid; vermelding van vereiste informatie (eigen verklaringen,
documentatie). 11.
Beschrijving van de gebruikte gunningsprocedure;
indien de procedure in fasen uitgevoerd wordt, het aantal gegadigden dat tot
een bepaalde fase wordt toegelaten of dat wordt uitgenodigd om inschrijvingen
in te dienen en de objectieve criteria die worden gebruikt om de gegadigden in
kwestie te kiezen. a) Termijn voor de indiening van aanvragen b) Adres waaraan zij moeten worden gezonden c) Taal of talen waarin zij moeten worden
gesteld 12.
De criteria die bij de gunning van de concessie
zullen worden toegepast. 13.
Datum van verzending van de aankondiging 14.
Naam en adres van de instantie die bevoegd is voor
beroepsprocedures en, in voorkomend geval, bemiddelingsprocedures.
Preciseringen betreffende de termijnen voor het starten van beroepsprocedures
of, in voorkomend geval, naam, adres, telefoonnummer, faxnummer en e-mailadres
van de dienst waar deze inlichtingen kunnen worden verkregen. 15.
Indien van toepassing, de bijzondere voorwaarden
voor de uitvoering van de concessie. 16.
Adres waaraan aanvragen of inschrijvingen worden
gezonden. 17.
In geval van procedures in één fase: a) termijn voor de ontvangst van
inschrijvingen, indien verschillend van de termijn voor de indiening van
aanvragen b) termijn gedurende welke de inschrijver
zijn inschrijving gestand moet doen, c) datum, tijdstip en plaats voor de opening
van de inschrijvingen, d) personen die bij de opening van de
inschrijvingen aanwezig mogen zijn; 18.
In voorkomend geval, vermelding van de eisen en
voorwaarden met betrekking tot het gebruik van elektronische
communicatiemiddelen. 19.
Vermelding of de concessie betrekking heeft op een
project en/of programma gefinancierd met EU-middelen. BIJLAGE V
INFORMATIE DIE IN AANKONDIGINGEN VAN DE GUNNING VAN CONCESSIES MOET WORDEN
OPGENOMEN I INFORMATIE DIE IN
OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 27, LID 1, GEPUBLICEERDE AANKONDIGINGEN VAN DE GUNNING
VAN CONCESSIES MOET WORDEN OPGENOMEN 1.
Naam, identificatienummer (wanneer de nationale
wetgeving daarin voorziet), adres inclusief NUTS-code, telefoon, faxnummer,
e-mail- en internetadres van de aanbestedende dienst of entiteit en, wanneer
verschillend, van de dienst waar aanvullende informatie te verkrijgen is. 2.
Soort aanbestedende dienst of entiteit en
uitgeoefende hoofdactiviteit. 3.
Referentienummer(s) van de CPV-nomenclatuur. 4.
NUTS-code voor de hoofdlocatie van de werken in
geval van concessies voor werken of NUTS-code voor de hoofdplaats van
uitvoering in geval van concessies voor diensten; 5.
Beschrijving van de aanbesteding: aard en omvang
van de werken, aard en hoeveelheid of waarde van de leveringen, aard en omvang
van de diensten. Wanneer de concessie in percelen is verdeeld, wordt deze
informatie voor elk perceel verstrekt. In voorkomend geval beschrijving van
elke optie. 6.
Beschrijving van de gebruikte gunningsprocedure, in
geval van gunning zonder voorafgaande publicatie, motivering. 7.
De criteria als bedoeld in artikel 39 die zijn
gebruikt voor de gunning van de concessie of de concessies. 8.
Datum van het besluit of de besluiten tot gunning
van de concessie. 9.
Het aantal met betrekking tot elke gunning
ontvangen inschrijvingen, inclusief: a) het aantal van kleine en middelgrote
ondernemingen ontvangen inschrijvingen b) het aantal uit het buitenland ontvangen
inschrijvingen c) het aantal elektronisch ontvangen
inschrijvingen. 10.
Voor elke gunning, naam, adres inclusief NUTS-code,
telefoon, faxnummer, e-mailadres en internetadres van de inschrijver(s) aan wie
de concessie is gegund inclusief a) informatie of de inschrijver aan wie de
concessie is gegund een kleine en middelgrote onderneming is; b) informatie of de concessie aan een
consortium is gegund. 11.
Waarde en belangrijkste financiële voorwaarden van
de gegunde concessie, met inbegrip van vergoedingen en prijzen. 12.
In voorkomend geval, voor elke gunning, gedeelte
van de concessie dat waarschijnlijk aan derden in onderaanbesteding zal worden
gegeven en de waarde daarvan. 13.
Vermelding of de concessie betrekking heeft op een
project en/of programma gefinancierd met EU-middelen. 14.
Naam en adres van de toezichtsinstantie en van de
instantie die bevoegd is voor beroepsprocedures en eventueel
bemiddelingsprocedures. Preciseringen betreffende de termijnen voor
beroepsprocedures of, in voorkomend geval, naam, adres, telefoon-, faxnummer en
e-mailadres van de dienst waar deze informatie kan worden verkregen. 15.
Datum(s) en referentie(s) van vroegere
bekendmakingen in het Publicatieblad van de Europese Unie betreffende de in
deze aankondiging gepubliceerde concessie(s). 16.
Datum van verzending van de aankondiging. 17.
Nadere berekeningsmethode voor de geraamde totale
waarde van de concessie, in overeenstemming met artikel 6. 18.
Alle andere relevante informatie. II. INFORMATIE DIE IN
OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 27, LID 2, GEPUBLICEERDE AANKONDIGINGEN VAN DE GUNNING
VAN CONCESSIES MOET WORDEN OPGENOMEN 1.
Naam, identificatienummer (wanneer de nationale
wetgeving daarin voorziet), adres inclusief NUTS-code, telefoon, faxnummer,
e-mail- en internetadres van de aanbestedende dienst of entiteit en, wanneer
verschillend, van de dienst waar aanvullende informatie te verkrijgen is. 2.
Beschrijving van de aanbesteding: aard en omvang
van de werken, aard en hoeveelheid of waarde van de leveringen, aard en omvang
van de diensten. Wanneer de concessie in percelen is verdeeld, wordt deze
informatie voor elk perceel verstrekt. In voorkomend geval beschrijving van
elke optie. 3.
Referentienummer(s) van de CPV-nomenclatuur. 4.
Soort aanbestedende dienst of entiteit en
uitgeoefende hoofdactiviteit. 5.
Datum van het besluit of de besluiten tot gunning
van de concessie. 6.
Voor elke gunning, naam, adres inclusief NUTS-code,
telefoon, faxnummer, e-mailadres en internetadres van de ondernemers aan wie de
concessie is gegund. 7.
Waarde en belangrijkste financiële voorwaarden van
de gunning, met inbegrip van vergoedingen en prijzen. 8.
Nadere berekeningsmethode voor de geraamde totale
waarde van de concessie, in overeenstemming met artikel 6. BIJLAGE VI
INFORMATIE DIE IN AANKONDIGINGEN VAN DE GUNNING VAN CONCESSIES BETREFFENDE
CONCESSIES VOOR SOCIALE EN ANDERE SPECIFIEKE DIENSTEN (ARTIKEL 27, LID 1) MOET
WORDEN OPGENOMEN 1.
Naam, identificatienummer (wanneer de nationale
wetgeving daarin voorziet), adres inclusief NUTS-code, telefoon, faxnummer,
e-mail- en internetadres van de aanbestedende dienst of entiteit en, wanneer
verschillend, van de dienst waar aanvullende informatie te verkrijgen is. 2.
Soort aanbestedende dienst of entiteit en
uitgeoefende hoofdactiviteit. 3.
Referentienummer(s) van de CPV-nomenclatuur.
wanneer de opdracht in percelen is verdeeld, wordt deze informatie voor elk
perceel verstrekt. 4.
Ten minste een beknopte beschrijving van de aard en
hoeveelheid van de diensten en, indien van toepassing, de verrichte werken en
leveringen. 5.
Aantal ontvangen inschrijvingen. 6.
Waarde en belangrijkste financiële voorwaarden van
de gunning, met inbegrip van vergoedingen en prijzen. 7.
Naam en adres inclusief NUTS-code, telefoon,
faxnummer, e-mailadres en internetadres van de ondernemer(s) aan wie de
concessie is gegund. 8.
Alle andere relevante informatie. BIJLAGE VII
INFORMATIE DIE OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 42 IN AANKONDIGINGEN VAN WIJZIGINGEN VAN
EEN CONCESSIE GEDURENDE DE LOOPTIJD ERVAN MOET WORDEN OPGENOMEN 1.
Naam, identificatienummer (wanneer de nationale
wetgeving daarin voorziet), adres inclusief NUTS-code, telefoon, faxnummer,
e-mail- en internetadres van de aanbestedende dienst of entiteit en, wanneer
verschillend, van de dienst waar aanvullende informatie te verkrijgen is. 2.
Referentienummer(s) van de CPV-nomenclatuur. 3.
NUTS-code voor de hoofdlocatie van de werken in
geval van concessies voor openbare werken of concessies voor werken of
NUTS-code voor de hoofdplaats van levering of uitvoering in geval van concessies
voor diensten. 4.
Beschrijving van de concessie vóór en na de
wijziging: aard en omvang van de werken, aard en hoeveelheid of waarde van de
leveringen, aard en omvang van de diensten. 5.
In voorkomend geval, wijziging van de financiële
voorwaarden van de concessie, inclusief verhoging van prijzen of vergoedingen
als gevolg van de wijziging. 6.
Omschrijving van de omstandigheden die de wijziging
noodzakelijk hebben gemaakt. 7.
Datum van het besluit tot gunning van de concessie. 8.
Indien van toepassing, naam, adres en NUTS-code,
telefoon- en faxnummer, e-mail- en internetadres van de nieuwe ondernemer(s). 9.
Vermelding of de concessie betrekking heeft op een
project en/of programma gefinancierd met EU-middelen. 10.
Naam en adres van de toezichtsinstantie en van de
instantie die bevoegd is voor beroepsprocedures en eventueel
bemiddelingsprocedures. Preciseringen betreffende de termijnen voor
beroepsprocedures of, in voorkomend geval, naam, adres, telefoon-, faxnummer en
e-mailadres van de dienst waar deze inlichtingen kunnen worden verkregen. 11.
Datum(s) en referentie(s) van vroegere
bekendmakingen in het Publicatieblad van de Europese Unie die relevant zijn
voor de opdracht(en) waarop deze aankondiging betrekking heeft. 12.
Datum van verzending van de aankondiging. 13.
Alle andere relevante informatie. BIJLAGE VIII
DEFINITIE VAN ENKELE TECHNISCHE SPECIFICATIES Voor de toepassing van deze richtlijn 1. heeft "technische
specificatie" een van de volgende betekenissen: a) in geval van concessies voor openbare
werken of concessies voor werken, de totaliteit van de technische voorschriften
in met name de concessiegunningsdocumenten waarin de kenmerken worden bepaald
waaraan een materiaal, product of levering dient te voldoen om door de
aanbestedende dienst of entiteit voor de beoogde doeleinden te kunnen worden
gebruikt. Tot deze kenmerken behoren ook de prestaties op het gebied van het
milieu en het klimaat, de geschiktheid van een ontwerp voor alle behoeften (met
inbegrip van de toegankelijkheid voor gehandicapten) en de conformiteitsbeoordeling,
de prestaties, veiligheid of afmetingen, met inbegrip van
kwaliteitsborgingsprocedures, terminologie, symbolen, proefnemingen en
proefnemingsmethoden, verpakking, markering en etikettering,
gebruiksaanwijzingen en productieprocessen en –methoden in elk stadium van de
levenscyclus van de werken; deze kenmerken omvatten eveneens voorschriften voor
ontwerpen en kostenberekening, de voorwaarden voor proefnemingen, controle en
oplevering van de werken, alsmede de bouwtechnieken of bouwwijzen en alle andere
technische voorwaarden die de aanbestedende dienst of entiteit bij algemene dan
wel bijzondere maatregel kan voorschrijven met betrekking tot de voltooide
werken en tot de materialen of bestanddelen waaruit deze werken zijn
samengesteld; b) in het geval van concessies voor
diensten, een specificatie die voorkomt in een document ter omschrijving van de
vereiste kenmerken van een product of een dienst, zoals het kwaliteitsniveau,
prestaties op het gebied van milieu en klimaat, geschiktheid van het ontwerp voor
alle behoeften (met inbegrip van de toegankelijkheid voor gehandicapten) en
conformiteitsbeoordeling, prestaties, gebruik, veiligheid of afmetingen van het
product, met inbegrip van de voor het product geldende voorschriften inzake
handelsbenaming, terminologie, symbolen, proefnemingen en proefnemingsmethoden,
verpakking, markering en etikettering, gebruiksaanwijzingen, productieprocédés
en -methoden in elk stadium van de levenscyclus van de levering of dienst, en
conformiteitsprocedures; 2. "norm": een technische
specificatie die door een erkende normalisatie-instelling voor herhaalde of
voortdurende toepassing is goedgekeurd, waarvan de inachtneming niet verplicht
is en die tot een van de volgende categorieën behoort: a) internationale norm: een norm die door
een internationale normalisatie-instelling wordt aangenomen en ter beschikking
van het publiek wordt gesteld; b) Europese norm: een norm die door een
Europese normalisatie-instelling wordt aangenomen en ter beschikking van het
publiek wordt gesteld; c) nationale norm: een norm die door een
nationale normalisatie-instelling is aangenomen en ter beschikking van het
publiek wordt gesteld; 3. “Europese technische goedkeuring”:
op de bevinding dat aan de essentiële eisen wordt voldaan gebaseerde, gunstig uitgevallen
technische beoordeling waarbij een product, gezien zijn intrinsieke
eigenschappen en de voor de toepassing en het gebruik ervan vastgestelde
voorwaarden, geschikt wordt verklaard voor het gebruik voor bouwdoeleinden. De
Europese technische goedkeuring wordt afgegeven door een instelling die daartoe
door de lidstaat is aangewezen; 4. “Gemeenschappelijke technische
specificaties”: technische specificaties die zijn opgesteld volgens een door de
lidstaten erkende procedure die in het Publicatieblad van de Europese
Gemeenschappen wordt bekendgemaakt; 5. "Technisch
referentiekader" is ieder ander document dan de Europese normen, dat door
Europese normalisatie-instellingen is opgesteld volgens procedures die aan de
ontwikkeling van de markt zijn aangepast. BIJLAGE IX
SPECIFICATIES BETREFFENDE DE BEKENDMAKING 1.
Bekendmaking van aankondigingen De in de artikelen 26 en 27 bedoelde
aankondigingen moeten door de aanbestedende diensten of entiteiten naar het
Bureau voor publicaties van de Europese Unie worden gezonden en bekend worden
gemaakt volgens onderstaande regels: De in de artikelen 26 en 27 bedoelde
aankondigingen worden bekendgemaakt door het Bureau voor publicaties van de
Europese Unie Het Bureau voor publicaties van de Europese Unie
zendt de aanbestedende dienst of entiteit de bevestiging van de bekendmaking
zoals bedoeld in artikel 28, lid 5. 2.
Bekendmaking van aanvullende of additionele
informatie De aanbestedende diensten en aanbestedende
entiteiten maken de specificaties en de additionele documentatie volledig op
het internet bekend. 3.
Formaat en procedures voor de elektronische
verzending van aankondigingen Het formaat en de procedure voor de elektronische
verzending van aankondigingen als door de Commissie vastgesteld zijn
toegankelijk gesteld op het internetadres ‘http://simap.europa.eu’. BIJLAGE X
DIENSTEN IN DE ZIN VAN ARTIKEL 17 CPV-Code || Beschrijving 7511000-4 en van 85000000-9 tot en met 85323000-9 (met uitzondering van 85321000-5 en 85322000-2) || Gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening 75121000-0, 75122000-7, 75124000-1 || Administratieve diensten, onderwijs, gezondheidszorg en culturele diensten 75300000-9 || Diensten voor verplichte sociale verzekering 75310000-2, 75311000-9, 75312000-6, 75313000-3, 75313100-4, 75314000-0, 75320000-5, 75330000-8, 75340000-1 || Uitkeringsdiensten 98000000-3 || Overige gemeenschaps-, sociale en persoonlijke diensten 98120000-0 || Diensten verleend door vakbonden 98131000-0 || Religieuze diensten BIJLAGE XI
LIJST VAN DE IN ARTIKEL 4, LID 3, ONDER B), BEDOELDE WETGEVING VAN DE EUROPESE
UNIE Rechten die zijn verleend door middel van een
procedure waarbij voor toereikende publiciteit is gezorgd en waarbij de
verlening van die rechten gebaseerd was op objectieve criteria, vormen geen
"bijzondere of uitsluitende rechten" in de zin van deze richtlijn.
Hieronder volgt een lijst van procedures, die voor toereikende voorafgaande
transparantie zorgen, voor het verlenen van vergunningen op basis van andere
wetgevingshandelingen van de Europese Unie die geen "bijzondere of uitsluitende
rechten" in de zin van deze richtlijn vormen: (a)
het verlenen van een vergunning om
aardgasinstallaties te exploiteren in overeenstemming met de procedures
vastgesteld in artikel 4 van Richtlijn 98/30/EG; (b)
een vergunning of uitnodiging tot inschrijving voor
de bouw van nieuwe installaties voor elektriciteitsproductie in overeenstemming
met de bepalingen van Richtlijn 96/92/EG; (c)
het verlenen van vergunningen met betrekking tot
een postdienst die niet is voorbehouden en niet zal worden voorbehouden, in overeenstemming
met de procedures vastgesteld in artikel 9 van Richtlijn 97/67/EG; (d)
een procedure voor het verlenen van een vergunning
voor activiteiten die de exploitatie van koolwaterstoffen inhouden, in
overeenstemming met Richtlijn 94/22/EG; (e)
openbaredienstcontracten in de zin van Verordening
(EG) nr. 1370/2007 die in overeenstemming met artikel 5, lid 3, daarvan op
basis van een aanbestedingsprocedure zijn gegund. BIJLAGE XII
EISEN TEN AANZIEN VAN MIDDELEN VOOR DE ELEKTRONISCHE ONTVANGST VAN INSCHRIJVINGEN
EN AANVRAGEN 1.
De middelen voor de elektronische ontvangst van
inschrijvingen en aanvragen moeten met behulp van technische voorzieningen en
passende procedures tenminste de waarborg bieden dat: (a)
het exacte tijdstip en de exacte datum van
ontvangst van de inschrijvingen en aanvragen nauwkeurig kunnen worden
vastgesteld; (b)
er redelijkerwijs voor kan worden gezorgd dat
niemand vóór het verstrijken van de vastgestelde termijnen toegang krijgt tot
op grond van de onderhavige voorschriften verstrekte gegevens; (c)
in geval van een inbreuk op dit toegangsverbod
redelijkerwijs kan worden verzekerd dat de inbreuk gemakkelijk kan worden
opgespoord; (d)
alleen gemachtigde personen de data voor
openbaarmaking van de ontvangen informatie kunnen vaststellen of wijzigen; (e)
tijdens de verschillende fasen van de
concessiegunningsprocedure alleen een gelijktijdig optreden van de daartoe
gemachtigde personen toegang kan geven tot het geheel of een gedeelte van de
verstrekte informatie; (f)
door het gelijktijdige optreden van de gemachtigde
personen eerst na de opgegeven datum toegang tot de verstrekte informatie kan
worden verleend; (g)
de met toepassing van de onderhavige voorschriften
ontvangen en openbaar gemaakte informatie slechts toegankelijk blijft voor de
tot inzage gemachtigde personen, en (h)
de authenticatie van inschrijvingen geschiedt
overeenkomstig de in deze richtlijn vastgestelde voorschriften. BIJLAGE XIII
INFORMATIE DIE IN VOORAANKONDIGINGEN BETREFFENDE CONCESSIES VOOR SOCIALE EN
ANDERE SPECIFIEKE DIENSTEN (ARTIKEL 27, LID 1) MOET WORDEN OPGENOMEN
(als bedoeld in artikel 26, lid 3) 1.
Naam, identificatienummer (wanneer de nationale
wetgeving daarin voorziet), adres inclusief NUTS-code, telefoon, faxnummer,
e-mail- en internetadres van de aanbestedende dienst of aanbestedende entiteit
en, wanneer verschillend, van de dienst waar aanvullende informatie te
verkrijgen is. 2.
In voorkomend geval, e-mail- of internetadres waar
de specificaties en alle bewijsstukken beschikbaar zijn. 3.
Soort aanbestedende dienst of aanbestedende
entiteit en uitgeoefende hoofdactiviteit. 4.
Referentienummer(s) van de CPV-nomenclatuur.
wanneer de opdracht in percelen is verdeeld, wordt deze informatie voor elk
perceel verstrekt. 5.
NUTS-code voor de hoofdplaats van levering of
uitvoering van concessies voor diensten 6.
Beschrijving van de diensten en, in voorkomend
geval, bijkomende werken en leveringen die moeten worden aanbesteed. 7.
Geraamde totale waarde van de concessie(s); wanneer
de concessie in percelen is verdeeld, wordt deze informatie voor elk perceel
verstrekt. 8.
Deelnemingsvoorwaarden. 9.
In voorkomend geval, termijn(en) voor het
contacteren van de aanbestedende dienst of aanbestedende entiteit met het oog
op deelname. 10.
In voorkomend geval, korte beschrijving van de
hoofdkenmerken van de gunningsprocedure die zal worden toegepast. 11.
Alle andere relevante informatie. [1] COM(2010) 608 definitief, punt 1.4, voorstel nr. 17. [2] PB C […] van [...], blz. […]. [3] PB C […] van [...], blz. […]. [4] COM(2010) 2020 definitief, van 3.3.2010. [5] PB L 204 van 21.7.1998, blz. 1. [6] PB L 27 van 30.1.1997, blz. 20. [7] PB L 15 van 21.1.1998, blz. 14. [8] PB L 164 van 30.6.1994, blz. 3. [9] PB L 315 van 3.12.2007, blz. 1. [10] PB L 18 van 21.1.1997, blz. 1. [11] PB L 18 van 21.1.1997, blz. 1. [12] PB L 395 van 30.12.1989, blz. 33. [13] PB L 76 van 23.3.1992, blz. 14. [14] PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31. [15] PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13. [16] PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1. [17] Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 24
september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van
luchtdiensten in de Gemeenschap. [18] PB
L 293 van 31.10.2008, blz. 3. [19] PB L 315 van 3.12.2007, blz. 1. [20] PB L 193 van 18.7.1983, blz. 1. Richtlijn laatstelijk
gewijzigd bij Richtlijn 2001/65/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 283
van 27.10.2001, blz. 28). [21] PB L 217 van 20.8.2009, blz. 76. [22] PB L 217 van 20.8.2009, blz. 76. [23] PB L 340 van 16.12.2002, blz. 1. [24] PB L 13 van 19.1.2000, blz. 12. [25] PB L 274 van 20.10.2009, blz. 36. [26] PB L 53 van 26.2.2011, blz. 66. [27] PB L 210 van 31.7.2006, blz. 19. [28] PB L 395 van 30.12.1989, blz. 33. [29] PB L 218 van 13.8.2008, blz. 30. [30] PB
L 300 van 11.11.2008, blz. 12. [31] PB L 192 van 31.7.2003, blz. 54. [32] PB C 316 van 27.11.1995, blz. 48. [33] PB L 164 van 22.6.2002, blz. 3. [34] PB L 166 van 28.6.1991, blz. 77. [35] PB L 185 van 16.8.1971, blz. 15. [36] Bij verschillen tussen CPV en NACE, is de CPV-nomenclatuur
van toepassing. [37] PB
L 120 van 15.5.2009, blz. 5.