Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52011PC0783

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende steun van de Unie aan de bijstandprogramma’s voor de ontmanteling van nucleaire installaties in Bulgarije, Litouwen en Slowakije

/* COM/2011/0783 definitief - 2011/0363 (NLE) */

52011PC0783




TOELICHTING

1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

In het kader van de onderhandelingen betreffende de toetreding tot de Europese Unie hebben Bulgarije, Litouwen en Slowakije zich ertoe verbonden respectievelijk eenheden 1 tot en met 4 van de kerncentrale van Kozloduy, eenheden 1 en 2 van de kerncentrale van Ignalina en eenheden 1 en 2 van de V1-kerncentrale van Bohunice te sluiten en vervolgens te ontmantelen tegen een gemeenschappelijk overeengekomen datum. Voor de lidstaten vormde deze vervroegde sluiting een uitzonderlijke financiële last die niet in verhouding stond tot de economische draagkracht van de betrokken landen. De Europese Unie erkende dit feit en verbond zich ertoe om uit solidariteit aanvullende financiële steun te verstrekken voor de ontmanteling van deze reactoren, respectievelijk het Kozloduy-, het Ignalina- en het Bohunice-programma. De door de drie lidstaten aangegane verbintenis tot sluiting en de verbintenis van de Europese Unie om financiële steun te verlenen, werden opgenomen in de bijbehorende toetredingsverdragen.

Tot einde 2013 bedraagt de financiële steun van de Europese Unie aan de drie lidstaten in het totaal 2 847,8 miljoen euro (1 367 miljoen euro voor Litouwen, 613 miljoen euro voor Slowakije en 867,8 miljoen euro voor Bulgarije).

De drie lidstaten zijn de in hun toetredingsverdrag vermelde verbintenis om hun reactoren tijdig te sluiten, nagekomen. Na de sluiting van alle betrokken kerncentrales, zijn alle begunstigde landen ertoe gehouden hun ontmantelingsplan uit te voeren en, waar dat technisch mogelijk was, vond de verwijdering van reactorbrandstof plaats als eerste belangrijke stap naar de onomkeerbare sluiting en ontmanteling van de kerncentrales. De nodige voorzieningen ter ondersteuning van het ontmantelingsproces worden momenteel geïnstalleerd. De vergunningsdocumenten worden momenteel opgesteld en de voorbereidende werkzaamheden voor de demontage, als integraal onderdeel van de ontmanteling, zijn aan de gang. Het wettelijke kader en de beheersstructuren van de landen worden momenteel aangepast om de overschakeling van een elektriciteitsopwekkende onderneming naar een organisatie voor veilige ontmanteling in aanmerking te nemen. De eerste demontagewerkzaamheden van niet langer actieve installaties zijn gestart. Waar nodig zijn belangrijke installaties voor de behandeling en opslag van radioactief afval en verbruikte splijtstof in opbouw.

De energiesector heeft kunnen profiteren van de financiering van maatregelen die volledig stroken met het energiebeleid van de Europese Unie. Energie-efficiëntieprojecten werden met succes afgerond, conventionele productiecapaciteit werd milieuvriendelijker gemaakt en er wordt nieuwe capaciteit ontwikkeld. Ook wordt de elektriciteitsnetwerkinfrastructuur momenteel aangepast. In geen van de drie lidstaten heeft de sluiting van de kernreactoreenheden geleid tot een tijdelijke onderbreking van de elektriciteitsvoorziening. Zelfs de ernstige aardgascrisis van begin 2009 heeft niet geleid tot de heropening van de gesloten reactoreenheden, ook al werd dat voornemen op het politieke niveau geuit.

De huidige financiële steun van de Europese Unie heeft de economische gevolgen van de vroegtijdige sluiting doeltreffend beperkt en heeft gezorgd voor een forse vooruitgang van de ontmanteling (infrastructuur voor afvalbehandeling, voorbereiding van de demontage). Bijgevolg wordt verdere steun van de Unie voor beperkende maatregelen niet langer overwogen. Het ontmantelingsproces in de drie lidstaten zal echter voortgezet worden na de huidige financiële vooruitzichten en er moeten nog belangrijke projecten in verband met de veiligheid worden uitgevoerd.

Om de ontmanteling veilig te laten verlopen, dienen er waar nodig passende financiële middelen beschikbaar te zijn[1]. De geactualiseerde ontmantelingsplanning en kostenramingen voor de ontmanteling die begin 2011 door de lidstaten zijn verstrekt, wijzen er duidelijk op dat er aanzienlijke bijkomende financiële middelen nodig zullen zijn om de ontmanteling van de kerncentrales van Kozloduy, Ignalina en Bohunice veilig te voltooien.

Om historische redenen beschikken de drie lidstaten niet over de vereiste financiële middelen. Rekening houdend met het feit dat de reactoren werden gesloten vóór de oorspronkelijk geplande sluitingsdatum en dat het ongeveer 25 jaar duurt (bijvoorbeeld wettelijke verplichting voor de verzameling van middelen in Duitsland) voordat er voldoende middelen voor ontmanteling bijeengebracht zijn, was het voor de drie landen niet mogelijk om voldoende middelen opzij te zetten. Vandaag zijn de beschikbare middelen nog altijd ontoereikend om de ontmantelingswerkzaamheden op een veilige en naadloze manier voort te zetten en te voltooien.

Het huidige voorstel voor een verordening van de Raad voorziet in een verlenging van de financiële steun van de Unie met als algemeen doel te komen tot een onomkeerbare toestand in het ontmantelingsproces van de eenheden 1 tot en met 4 van de kerncentrale van Kozloduy, de eenheden 1 en 2 van de kerncentrale van Ignalina en de eenheden 1 en 2 van de V1-kerncentrale van Bohunice, in overeenstemming met de respectieve ontmantelingsplannen ervan, terwijl het hoogste veiligheidsniveau wordt aangehouden.

De financiële steun van de Unie is een uitdrukking van Europese solidariteit met Bulgarije, Litouwen en Slowakije. De eindverantwoordelijkheid voor nucleaire veiligheid blijft echter berusten bij de betrokken lidstaten, wat ook impliceert dat zij de eindverantwoordelijkheid dragen voor de financiering ervan, met inbegrip van de financiering van de ontmanteling. Alle dergelijke financiering van de EU of van nationale bronnen die staatssteun vormt in de zin van artikel 107, lid 1, van het VWEU moet ten uitvoer worden gelegd met inachtneming van de desbetreffende EU-voorschriften inzake staatssteun.

Van de drie lidstaten wordt verwacht dat zij bereid zijn aanvullende financiering te verstrekken, die vereist is om de resterende financiële behoeften in te vullen, zodat de aanvullende steun van de Unie op een doeltreffende en effectieve wijze wordt gebruikt en zodat de overgang naar volledige financiering door de lidstaat voor de voltooiing van de veilige ontmanteling is verzekerd. Op basis van de huidige kostenramingen voor ontmanteling gaat het hier om ongeveer 668 miljoen euro voor Bulgarije, 1 140 miljoen euro voor Litouwen en 321 miljoen euro voor Slowakije. Nieuwe vastleggingskredieten zullen in de EU-begroting worden ingeschreven tot eind 2017 voor het Bohunice-programma en het Ignalina-programma en tot eind 2020 voor het Kozloduy-programma. Op basis van deze vastleggingskredieten zullen de betalingskredieten echter nog gedurende een aantal jaren blijven bestaan, waarschijnlijk tot 2021 voor Bohunice en Ignalina en tot 2024 voor Kozloduy. Deze kredieten worden eind 2015 opnieuw bekeken in het kader van een tussentijdse evaluatie.

2. RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

2.1 Raadpleging en advies van deskundigen

De voorgestelde verordening is mede geïnspireerd door de uitvoerige raadpleging van de belanghebbenden, de betrokken lidstaten Bulgarije, Litouwen en Slowakije en groepen ontmantelingsdeskundigen. De bevindingen uit het initiatiefverslag van het Europees Parlement van 2011 en de conclusie en aanbevelingen van de doelmatigheidscontrole van 2011 van de Europese Rekenkamer betreffende de ontmanteling werden meegenomen.

In de bijdragen van de belanghebbenden werden onder meer de volgende vraagstukken aan de orde gesteld:

Er bestaat een brede consensus over de erkenning van de behoefte aan voortgezette financiering van de ontmanteling van kernreactoreenheden. Ook wordt erkend dat de energiesector zich voor zijn behoeften dient te wenden tot meer specifieke financieringskanalen, zoals de structuurfondsen.

Deskundigen verlangden een degelijk, volledig en uitvoerig ontmantelingsplan als basis voor de tenuitvoerlegging van verdere steun van de Unie, met inbegrip van volledige kostenramingen tot aan de voltooiingsdatum van de ontmanteling. Ook dient de nationale medefinanciering duidelijk te worden vermeld en dient te worden aangegeven op welke manier deze nationale financiering op lange termijn kan worden veiliggesteld.

Belangrijke mijlpalen werden uitdrukkelijk ondersteund, evenals de toewijzing van de steun van de Unie aan het bereiken van concrete mijlpalen met een zo hoog mogelijke Europese toegevoegde waarde. Van meet af aan dient rekening te worden gehouden met nalevingsprocedures en nauwgezette kostenbewaking.

De aanbevelingen van de doelmatigheidscontrole van de Europese Rekenkamer betreffende de ontmanteling zijn behandeld in de voorbereiding van de voorgestelde verordening en zijn weergegeven in de bepalingen van het voorstel, onder meer: duidelijke einddata voor steun van de Unie; de compenserende financiering tot aan de voltooiing van de ontmanteling moet door de respectieve lidstaten worden verstrekt ( ex-ante voorwaarde); duidelijke definitie van doelstellingen en bijbehorende indicatoren om de voortgang naar het behalen van de doelstellingen te bewaken en te controleren; herziene leveringsmechanismen voor direct of indirect beheer. Verdere gegevens in verband met de opmerkingen en aanbevelingen van de Rekenkamer zijn te vinden in het bijgevoegde financieel memorandum.

2.2 Effectbeoordeling

De voorgestelde verordening werd onderworpen aan een effectbeoordeling van drie mogelijke beleidskeuzes:

- de referentiekeuze, die zou bestaan uit steun van de Unie tot en met 2013;

- de keuze met ongewijzigd beleid, d.w.z. steun van de Unie voor ontmanteling en maatregelen in de energiesector die voortvloeien uit de sluiting van kernreactoreenheden;

- voortgezette, maar lagere steun van de Unie, die uitsluitend voor de ontmanteling mag dienen.

Stopzetting van steun van de Unie volgens de referentiekeuze zou leiden tot de stopzetting van de ontmantelingsprogramma’s en daardoor de nucleaire veiligheid in het gedrang brengen. De keuze met ongewijzigd beleid zou veel hogere financiële steun van de Unie met lagere toegevoegde waarde tot gevolg hebben. Verdere steun aan projecten in de energiesector zou leiden tot concurrentieverstoring en het blijvend hoge niveau van financiële steun van de Unie zou voor de lidstaten geen toereikende stimulans zijn om de volledige financiële verantwoordelijkheid voor de voltooiing van de ontmanteling over te nemen.

De beoordeling van de effecten van de drie keuzes, met betrekking tot het behalen van de eerder vermelde algemene doelstelling, heeft geleid tot de conclusie dat alleen de derde keuze de naadloze voortzetting van de ontmanteling mogelijk zou maken, zodat een onomkeerbare toestand in het ontmantelingsproces kan worden bereikt en tegelijk de overgang naar volledige financiering van de veilige voltooiing van de ontmanteling door de lidstaat wordt ondersteund.

2.3 Toegevoegde waarde van de financiële steun van Unie

Optreden van de Unie is noodzakelijk omdat het onmogelijk is de passende financiering die nodig is voor verdere veilige ontmanteling tijdig beschikbaar te stellen via de respectieve nationale financiële middelen. Het is daarom in het belang van de Europese Unie om verdere financiële steun te verlenen voor de naadloze voortzetting van de ontmanteling om aldus een onomkeerbare toestand in het ontmantelingsproces van de betrokken kernreactoreenheden te bereiken, in overeenstemming met de respectieve ontmantelingsplannen ervan, en daarbij het hoogste veiligheidsniveau te behouden. Dit zal bijdragen tot aanzienlijke en duurzame ondersteuning van de gezondheid van de werknemers en de bevolking, doordat milieuschade wordt voorkomen en er echte vooruitgang op het vlak van nucleaire veiligheid en beveiliging wordt geboekt.

3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL

Wat Litouwen betreft, is in het toetredingsverdrag van 2003 uitdrukkelijk bepaald dat verdere financiering van de ontmanteling na 2006 mogelijk is. Wat Bulgarije betreft, verwijst artikel 30 van de toetredingsakte van 2005 alleen naar de periode 2007-2009. Voor Slowakije verwijst het toetredingsverdrag van 2003 alleen naar de periode 2004-2006. De akte en het verdrag voorzien voor Bulgarije en Slowakije niet in een specifieke rechtsgrond voor voortgezette steun na 2009/2006, wat wel het geval was voor Litouwen. Het toetredingsverdrag en artikel 30 van de toetredingsakte kunnen derhalve geen passende rechtsgrond zijn voor een verdere financiering na 2013.

De passende rechtsgrond is daarom artikel 203 van het Euratom-Verdrag. Het genoemde artikel luidt: "Indien een optreden van de Gemeenschap noodzakelijk blijkt ter verwezenlijking van een der doelstellingen van de Gemeenschap zonder dat dit Verdrag in de daartoe vereiste bevoegdheden voorziet, neemt de Raad met eenparigheid van stemmen op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement, de passende maatregelen".

Het huidige voorstel voorziet in enkele vereenvoudigingen: voor de financiële steun van de Unie aan Bulgarije, Litouwen en Slowakije in het kader van het meerjarig financieel kader voor 2014 – 2020 is één verordening van de Raad gepland in plaats van drie afzonderlijke, los van elkaar staande verordeningen, zoals vroeger het geval was. Deze verordening voorziet niet in uitzonderingen op het Financieel Reglement.

4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het programma bestrijkt de periode 2014-2020. Het begrote totaalbedrag is 552 947 000 euro in huidige prijzen. Dit bedrag stemt overeen met het voorstel van de Commissie voor het volgend meerjarig financieel kader voor de periode 2014-2020: ''Een begroting voor Europa 2020''[2]. Dat bedrag zal als volgt worden verdeeld over de programma’s van Kozloduy, Ignalina en Bohunice:

1. 208 503 000 euro voor het Kozloduy-programma voor de periode 2014 tot en met 2020;

2. 229 629 000 euro voor het Ignalina-programma voor de periode 2014 tot en met 2017;

3. 114 815 000 euro voor het Bohunice-programma voor de periode 2014 tot en met 2017.

De opsplitsing van het totaalbedrag tussen de drie afzonderlijke programma’s houdt rekening met het feit dat Bulgarije vier eenheden, Slowakije twee eenheden en Litouwen twee eenheden moet ontmantelen, waarvoor geen ontmantelingservaring beschikbaar is en dat het type en de hoeveelheid materialen die moeten worden beheerd van een andere orde van grootte zijn. De looptijd van de steun gaat uit van het beginsel van gelijke behandeling sinds de toetreding. Een grondige herziening in het kader van een tussentijdse evaluatie is gepland voor 2015.

Verdere gegevens in verband met de gevolgen voor de begroting zijn te vinden in het bijgevoegde financieel memorandum.

5 SAMENVATTING VAN DE INHOUD VAN DE VERORDENING

Om bovenvermelde algemene doelstelling te behalen, worden voor het Kolzoduy-, het Ignalina- en het Bohunice-programma specifieke doelstellingen met eigen indicatoren vastgesteld.

De voorgestelde verordening stelt ex-ante voorwaarden vast waaraan Bulgarije, Litouwen en Slowakije moeten voldoen voordat de middelen voor het programma worden uitbetaald:

4. naleving van het acquis van de Europese Unie; meer bepaald op het vlak van nucleaire veiligheid, de omzetting in nationale wetgeving van Richtlijn 2009/71/Euratom van de Raad inzake nucleaire veiligheid en Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad inzake het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval;

5. vaststelling van een nationaal rechtskader dat voorziet in passende bepalingen voor de tijdige inzameling van nationale financiële middelen ten behoeve van de veilige voltooiing van de ontmanteling;

6. voorlegging aan de Commissie van een herzien, gedetailleerd ontmantelingsplan.

De financiële steun van de Unie dient te worden gekoppeld aan het behalen van de verwachte resultaten en moet daarvan afhangen. Bijgevolg voorziet de voorgestelde verordening in de mogelijkheid om de omvang van de aan het programma toegewezen kredieten te herzien, evenals de verdeling onder de programma’s voor Kozloduy, Ignalina en Bohunice, in het licht van de resultaten van een evaluatie van de bij de ontmanteling geboekte vooruitgang.

De Commissie zal jaarlijkse financiële vastleggingen goedkeuren via één gezamenlijk jaarlijks werkprogramma voor het Kozloduy-, het Ignalina- en het Bohunice-programma. Een handeling die uitvoeringsprocedures vaststelt, dient meer operationele gegevens voor de tenuitvoerlegging van de financiële steun van de Unie te bepalen, onder meer uitvoerige vereisten voor de verslaglegging en monitoring. Deze handeling dient voorts de herziene ontmantelingsplannen voor de programma’s van Kozloduy, Ignalina en Bohunice te bevatten die zouden dienen als referentiesituatie voor de monitoring van de vooruitgang en het tijdig behalen van de verwachte resultaten. Dit zou het ook mogelijk maken om eventuele problemen die tijdens de uitvoering van het project ontstaan doeltreffender en effectiever aan te pakken.

2011/0363 (NLE)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

betreffende steun van de Unie aan de bijstandprogramma’s voor de ontmanteling van nucleaire installaties in Bulgarije, Litouwen en Slowakije

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 203,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie[3],

Gezien het advies van het Europees Parlement[4],

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Volgens artikel 30 van het Protocol betreffende de voorwaarden en regelingen voor toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie, verbond Bulgarije zich ertoe om de eenheden 1 en 2 en de eenheden 3 en 4 van de kerncentrale van Kozloduy tegen respectievelijk 31 december 2002 en 31 december 2006 te sluiten en deze eenheden vervolgens te ontmantelen. In overeenstemming met zijn verplichtingen heeft Bulgarije alle betrokken eenheden binnen de respectieve termijnen gesloten.

(2) Volgens Protocol nr. 4 bij de Akte betreffende de voorwaarden voor toetreding tot de Europese Unie van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije, waarbij in 2004 werd erkend dat de Unie bereid was adequate aanvullende bijstand van de Gemeenschap te verlenen voor de inspanningen van Litouwen voor de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalia en waarbij met nadruk op deze uitdrukking van solidariteit werd gewezen, verbond Litouwen zich ertoe om vóór 2005 eenheid 1 van de kerncentrale van Ignalina en uiterlijk tegen 31 december 2009 eenheid 2 van deze centrale te sluiten en deze eenheden vervolgens te ontmantelen. In overeenstemming met zijn verplichtingen heeft Litouwen alle betrokken eenheden binnen de respectieve termijnen gesloten.

(3) Volgens Protocol nr. 9 bij de Akte betreffende de voorwaarden voor toetreding tot de Europese Unie van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije met betrekking tot eenheid 1 en eenheid 2 van de V1-kerncentrale van Bohunice in Slowakije, verbond Slowakije zich ertoe om eenheid 1 en eenheid 2 van de V1-kerncentrale van Bohunice tegen respectievelijk 31 december 2006 en 31 december 2008 te sluiten en deze eenheden vervolgens te ontmantelen. In overeenstemming met zijn verplichtingen heeft Slowakije alle betrokken eenheden binnen de respectieve termijnen gesloten.

(4) In overeenstemming met de verplichtingen van het toetredingsverdrag en met de steun van communautaire bijstand hebben Bulgarije, Litouwen en Slowakije de kerncentrales gesloten en aanzienlijke vooruitgang geboekt in de ontmanteling ervan. Verdere werkzaamheden zijn noodzakelijk om de eigenlijke ontmanteling voort te zetten totdat een onomkeerbare toestand in het veilige ontmantelingsproces bereikt is, terwijl gegarandeerd is dat de hoogste veiligheidsnormen worden toegepast. Op basis van de beschikbare ramingen zal de voltooiing van de ontmantelingswerkzaamheden aanzienlijke bijkomende financiële middelen vergen.

(5) De Unie heeft toegezegd om Bulgarije, Litouwen en Slowakije bijstand te verlenen bij het dragen van de uitzonderlijke financiële last die het ontmantelingsproces met zich meebrengt, onverminderd het beginsel dat de eindverantwoordelijkheid van de ontmanteling bij de betrokken lidstaten berust. Sinds de pretoetredingsperiode hebben Bulgarije, Litouwen en Slowakije forse financiële steun ontvangen van de Europese Unie, meer bepaald via de programma's voor Kozloduy, Ignalina en Bohunice die voor de periode 2007 - 2013 werden vastgelegd. De financiële steun van de Unie in het kader van deze programma’s wordt in 2013 stopgezet.

(6) Na het verzoek van Bulgarije, Litouwen en Slowakije om verdere financiering werd in het voorstel van de Commissie voor het volgende meerjarig financieel kader voor de periode 2014-2020: ''Een begroting voor Europa 2020''[5] een bedrag van 700 miljoen euro uit de algemene begroting van de Europese Unie bestemd voor nucleaire veiligheid en ontmanteling. Van dit bedrag is 500 miljoen euro in prijzen van 2011, wat overeenkomt met ongeveer 553 miljoen euro in de huidige prijzen, uitgetrokken voor een nieuw programma voor verdere steun aan de ontmanteling van eenheden 1-2 van de V1-kerncentrale van Bohunice en eenheden 1-2 van de kerncentrale van Ignalina gedurende de periode van 2014 tot 2017 en eenheden 1-4 van de kerncentrale van Kozloduy gedurende de periode 2014 tot en met 2020. De financiering in het kader van dit nieuwe programma dient op een geleidelijk afnemende manier beschikbaar te worden gesteld.

(7) De steun die onder deze verordening valt, dient ervoor te zorgen dat de ontmanteling op naadloze wijze wordt voortgezet en dient gericht te zijn op maatregelen om een onomkeerbare toestand in het veilige ontmantelingsproces te bereiken, waardoor de hoogste toegevoegde waarde voor de Unie wordt gerealiseerd en tegelijkertijd de overgang naar de financiering van de voltooiing van de ontmanteling door de lidstaat zelf wordt gegarandeerd. De eindverantwoordelijkheid voor de nucleaire veiligheid blijft berusten bij de betrokken lidstaten, wat ook impliceert dat zij de eindverantwoordelijkheid dragen voor de financiering ervan, inclusief de financiering van de ontmanteling. Deze verordening laat het resultaat onverlet van eventuele toekomstige staatssteunprocedures die kunnen worden ingeleid overeenkomstig de artikelen 107 en 108 van het Verdrag.

(8) De bepalingen van deze verordening laten de rechten en plichten onverlet die voortvloeien uit de toetredingsverdragen, mete name de bepalingen van de in de overwegingen 1 tot en met 3 van de preambule vermelde protocollen.

(9) De ontmanteling van de kerncentrales die onder deze verordening vallen, dient te worden uitgevoerd met gebruik van de beste technische expertise die beschikbaar is, rekening houdend met de aard en de technische specificaties van de te sluiten reactoren, zodat de grootst mogelijke doeltreffendheid wordt bereikt.

(10) De activiteiten die onder deze verordening vallen en de concrete acties die zij ondersteunen moeten in overeenstemming zijn met de toepasselijke wetgeving van de Unie en de lidstaten die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houdt met de uitvoering van een concrete actie. De ontmanteling van de kerncentrales die onder deze verordening vallen, dient te worden uitgevoerd in overeenstemming met de wetgeving inzake nucleaire veiligheid[6] en afvalbeheer[7] en inzake het milieu[8].

(11) De Commissie zal zorgen voor een effectieve controle van de evolutie van het ontmantelingsproces om de hoogste toegevoegde waarde voor de Unie te verzekeren van de financiering die in het kader van deze verordening wordt toegewezen, ook al ligt de eindverantwoordelijkheid voor de ontmanteling bij de lidstaten. Dit omvat effectieve prestatiemetingen en de beoordeling van corrigerende maatregelen tijdens het programma.

(12) De financiële belangen van de Unie moeten gedurende de gehele uitgavencyclus worden beschermd door middel van evenredige maatregelen, waaronder de preventie, de opsporing en het onderzoek van onregelmatigheden, de terugvordering van verloren gegane, ten onrechte betaalde of slecht bestede middelen en, indien nodig, sancties.

(13) Aangezien de doelstellingen van de voorgestelde actie, en met name de bepalingen inzake passende financiële middelen voor de voortzetting van een veilige ontmanteling, onvoldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie maatregelen nemen overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(14) Met het oog op de uniforme uitvoering van deze richtlijn moet de Commissie uitvoeringsbevoegdheden krijgen met betrekking tot de goedkeuring van jaarlijkse werkprogramma’s en gedetailleerde uitvoeringsprocedures. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren[9].

(15) Verordening (EG) nr. 1990/2006 van de Raad van 21 december 2006 inzake de uitvoering van Protocol nr. 4 bij de Akte van toetreding tot de Europese Unie van Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië met betrekking tot de kerncentrale van Ignalina in Litouwen “Ignalina-programma”[10], Verordening (Euratom) nr. 549/2007 van de Raad van 14 mei 2007 inzake de tenuitvoerlegging van Protocol nr. 9 bij de Akte betreffende de voorwaarden voor toetreding tot de Europese Unie van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije met betrekking tot reactor 1 en reactor 2 van de V1-kerncentrale van Bohunice in Slowakije (“Bohunice-programma”)[11] en Verordening (Euratom) nr. 647/2010 van de Raad van 13 juli 2010 betreffende financiële bijstand van de Unie voor de ontmanteling van de eenheden 1 tot en met 4 van de kerncentrale van Kozloduy in Bulgarije (het Kozloduy-programma) [12] dienen dienovereenkomstig te worden ingetrokken,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1 Onderwerp

In deze verordening wordt een meerjarig bijstandsprogramma voor de ontmanteling van nucleaire installaties 2014 - 2020 (hierna "het programma" genoemd) vastgesteld waarin regels worden bepaald voor de tenuitvoerlegging van de financiële steun van de Unie voor maatregelen met betrekking tot de het voortzetten van de ontmanteling van de kerncentrale van Kozloduy (eenheden 1 tot en met 4; het Kozloduy-programma), de kerncentrale van Ignalina (eenheden 1 en 2; het Ignalina-programma) en de V1-kerncentrale van Bohunice (eenheden 1 en 2; het Bohunice-programma).

Artikel 2Doelstellingen

1. De algemene doelstelling van het programma is de betrokken lidstaten bijstand te verlenen om te komen tot een onomkeerbare toestand in het ontmantelingsproces van de eenheden 1 tot en met 4 van de kerncentrale van Kozloduy, de eenheden 1 en 2 van de kerncentrale van Ignalina en de eenheden 1 en 2 van de V1-kerncentrale van Bohunice, in overeenstemming met de respectieve ontmantelingsplannen daarvan, terwijl het hoogste veiligheidsniveau wordt aangehouden.

2. Binnen de financieringsperioden zijn de specifieke doelstellingen voor de afzonderlijke programma’s voor Kozloduy, Ignalina en Bohunice als volgt:

7. Kozloduy-programma:

(i) ontmanteling in de turbinezalen van eenheden 1 tot en met 4 en in bijgebouwen, te meten aan de hand van het aantal en het type ontmantelde systemen;

(ii) ontmanteling van grote onderdelen en installaties in de reactorgebouwen van eenheden 1 tot en met 4, te meten aan de hand van het aantal en het type ontmantelde systemen en installaties;

(iii) veilig beheer van het ontmantelingsafval in overeenstemming met een uitvoerig plan voor afvalbeheer, te meten aan de hand van de hoeveelheid en het type geconditioneerd afval;

8. Ignalina-programma:

(i) verwijdering van splijtstof uit de reactorkern van eenheid 2 en uit de splijtstofopslagbassins van eenheid 1 en eenheid 2 met opslag in de droge-opslaginstallatie voor verbruikte splijtstof, te meten aan de hand van het aantal verwijderde splijtstofpakketten;

(ii) veilig beheer van de reactoreenheden totdat alle reactorbrandstof verwijderd is, te meten aan de hand van het aantal geregistreerde incidenten;

(iii) ontmanteling van de turbinezaal en andere bijgebouwen en veilig beheer van het ontmantelingsafval in overeenstemming met een uitvoerig plan voor afvalbeheer, te meten aan de hand van het aantal en het type ontmantelde hulpsystemen en de hoeveelheid en het type geconditioneerd afval;

9. Bohunice-programma:

(i) ontmanteling van de turbinezaal en de bijgebouwen van reactor V1, te meten aan de hand van het aantal en het type ontmantelde systemen;

(ii) ontmanteling van grote onderdelen en installaties in de V1-reactorgebouwen, te meten aan de hand van het aantal en het type ontmantelde systemen en installaties;

(iii) veilig beheer van het ontmantelingsafval in overeenstemming met een uitvoerig plan voor afvalbeheer, te meten aan de hand van de hoeveelheid en het type geconditioneerd afval;

3. Mijlpalen en streefdatums worden bepaald in de handeling waarnaar wordt verwezen in artikel 6, lid 2.

Artikel 3Begroting

1. De financiële middelen voor de uitvoering van het programma voor de periode 2014 tot en met 2020 bedragen 552 947 000 euro in de huidige prijzen.

Dat bedrag zal als volgt worden verdeeld over de programma’s van Kozloduy, Ignalina en Bohunice:

10. 208 503 000 euro voor het Kozloduy-programma voor de periode 2014 tot en met 2020;

11. 229 629 000 euro voor het Ignalina-programma voor de periode 2014 tot en met 2017;

12. 114 815 000 euro voor het Bohunice-programma voor de periode 2014 tot en met 2017.

2. Tegen het einde van 2015 zal de Commissie de prestaties van het programma beoordelen en de voortgang van de programma’s voor Kozloduy, Ignalina en Bohunice vergelijken met de in artikel 2, lid 3 bedoelde mijlpalen en streefdatums in het kader van de in artikel 8 bedoelde tussentijdse evaluatie. Op grond van de resultaten van deze beoordeling is het mogelijk dat de Commissie de omvang van de aan het programma toegewezen kredieten zal herzien, evenals de programmaperiode en de verdeling ervan tussen de programma's voor Kozloduy, Ignalina en Bohunice.

3. De financiële middelen voor de programma’s van Kozloduy, Ignalina, en Bohunice kunnen ook worden aangewend voor uitgaven in verband met de voorbereidende werkzaamheden, monitoring, controle, doorlichting en evaluatie die vereist zijn voor het beheer van het programma en het behalen van de doelstellingen; met name studies, vergaderingen met deskundigen, informatie en communicatie, waaronder bedrijfscommunicatie over de beleidsprioriteiten van de Europese Unie voor zover zij betrekking hebben op de algemene doelstellingen van deze verordening, uitgaven in verband met IT-netwerken die bedoeld zijn voor de verwerking en uitwisseling van informatie, samen met alle andere kosten voor technische en administratieve bijstand die door de Commissie worden opgelopen voor het beheer van het programma.

De financiële middelen mogen ook worden aangewend om de kosten te dekken voor de technische en administratieve bijstand die nodig is om de overgang te verzekeren tussen het programma en de maatregelen die zijn goedgekeurd in het kader van Verordening (EG) nr. 1990/2006 van de Raad, Verordening (Euratom) nr. 549/2007 van de Raad en Verordening (Euratom) nr. 647/2010 van de Raad.

Artikel 4Ex-antevoorwaarden

1. Uiterlijk 1 januari 2014 dienen Bulgarije, Litouwen en Slowakije te voldoen aan de volgende ex-ante voorwaarden:

13. naleving van het acquis van de Unie; meer bepaald op het vlak van nucleaire veiligheid de omzetting in nationale wetgeving van Richtlijn 2009/71/Euratom6 van de Raad inzake nucleaire veiligheid en Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad inzake het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval7;

14. vaststelling van een nationaal rechtskader dat voorziet in passende bepalingen voor de tijdige inzameling van nationale financiële middelen ten behoeve van de veilige voltooiing van de ontmanteling overeenkomstig de toepasselijke voorschriften inzake staatssteun;

15. voorlegging aan de Commissie van een herzien, uitvoerig ontmantelingsplan.

2. De Commissie beoordeelt de verstrekte informatie betreffende de naleving van de ex-ante voorwaarden wanneer zij het in artikel 6, lid 1 bedoelde jaarlijkse werkprogramma voor 2014 opstelt. Bij de goedkeuring van het jaarlijkse werkprogramma kan zij beslissen de financiële bijstand van de Unie geheel of gedeeltelijk op te schorten in afwachting van de naar behoren afgeronde ex-ante voorwaarden.

Artikel 5Uitvoeringsvormen

1. Het programma wordt uitgevoerd volgens een of meer van de vormen waarin is voorzien door Verordening (EU) nr. XXX/2012 [nieuw Financieel Reglement], met name subsidies en aanbestedingen.

2. De Commissie kan de uitvoering van de financiële bijstand van de Unie in het kader van dit programma toevertrouwen aan de instanties als bedoeld in artikel 55, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. XXXX/2012 [nieuw Financieel Reglement].

Artikel 6Jaarlijkse werkprogramma’s en uitvoeringsprocedures

1. De Commissie stelt één gezamenlijk jaarlijks werkprogramma vast voor de programma’s voor Kozlodiu, Ignalina en Bohunice, met vermelding van de doelstellingen, de verwachte resultaten, gerelateerde indicatoren en het tijdschema voor het gebruik van middelen in het kader van elke jaarlijkse financiële vastlegging.

2. De Commissie stelt uiterlijk op 31 december 2014 gedetailleerde uitvoeringsprocedures vast voor de gehele duur van het programma. In het besluit waarbij de uitvoeringsprocedures worden vastgesteld, worden ook de verwachte resultaten, activiteiten en de bijbehorende prestatie-indicatoren voor de programma’s in verband met Kozloduy, Ignalina en Bohunice omschreven. Het besluit bevat de in artikel 4, lid 1, onder c), herziene ontmantelingsplannen die als uitgangspunt dienen voor de bewaking van de vooruitgang en het tijdig behalen van de verwachte resultaten.

3. De jaarlijkse werkprogramma's en de besluiten waarbij de in leden 1 en 2 bedoelde uitvoeringsprocedures worden vastgesteld, worden goedgekeurd in overeenstemming met de in artikel 9, lid 2, genoemde onderzoeksprocedure.

Artikel 7Bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie

1. De Commissie neemt passende maatregelen om ervoor te zorgen dat bij de uitvoering van uit hoofde van deze verordening gefinancierde acties, de financiële belangen van de Unie met de toepassing van preventieve maatregelen tegen fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten worden beschermd door middel van doeltreffende controles en, indien onregelmatigheden worden ontdekt, door middel van terugvordering van de ten onrechte betaalde bedragen en, voor zover van toepassing, door middel van doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties.

2. De Commissie of haar vertegenwoordigers en de Rekenkamer hebben de bevoegdheid om audits, op basis van documenten of ter plaatse, uit te voeren bij alle begunstigden, contractanten en subcontractanten die uit hoofde van deze verordening middelen van de Unie hebben ontvangen.

Het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) kan overeenkomstig de procedures van Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 controles en verificaties ter plaatse bij de direct of indirect bij de financiering betrokken economische subjecten uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten in verband met een subsidieovereenkomst of –besluit of een contract betreffende financiering door de Unie, waardoor de financiële belangen van de Unie zijn geschaad.

Onverminderd de eerste en de tweede alinea verlenen de uit deze verordening voortvloeiende samenwerkingsovereenkomsten met derde landen en internationale organisaties, subsidieovereenkomsten en –besluiten en contracten de Commissie, de Rekenkamer en OLAF uitdrukkelijk de bevoegdheid om dergelijke audits en controles en verificaties ter plaatse uit te voeren.

Artikel 8Evaluatie

1. De Commissie stelt uiterlijk einde 2015 een evaluatieverslag op betreffende het behalen van de doelstellingen van alle maatregelen, voor wat betreft resultaten en effecten, de doeltreffendheid van de aanwending van de middelen en de toegevoegde waarde voor de Unie, met het oog op een besluit om de maatregelen te wijzigen of op te schorten. De evaluatie heeft verder betrekking op de ruimte voor vereenvoudiging, de interne en externe samenhang en de blijvende relevantie van alle doelstellingen. Zij houdt rekening met evaluatieresultaten betreffende de langdurige effecten van de voorafgaande maatregelen.

2. De Commissie verricht in nauwe samenwerking met de lidstaten en de begunstigden een ex-postevaluatie. Bij de ex-postevaluatie zullen bovendien de effectiviteit en doeltreffendheid van het programma en de effecten ervan op de ontmanteling worden bekeken.

3. Bij de evaluaties wordt de vooruitgang beoordeeld aan de hand van de in artikel 2, lid 2 bedoelde prestatie-indicatoren.

4. De Commissie legt de conclusies van deze evaluaties voor aan het Europees Parlement en de Raad.

Artikel 9Comité

1. De Commissie krijgt bijstand van een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is de procedure van artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Wanneer het advies van het comité via een schriftelijke procedure dient te worden verkregen, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, de voorzitter van het comité daartoe besluit of een eenvoudige meerderheid van de leden van het comité daarom verzoekt.

Artikel 10Overgangsbepalingen

Deze verordening laat onverlet de voortzetting of wijziging, met inbegrip van de gehele of gedeeltelijke annulering, van de betrokken projecten, totdat zij voltooid zijn, of van de financiële bijstand die door de Commissie is toegekend op grond van Verordening (EG) nr. 1990/2006 van de Raad, Verordening (Euratom) nr. 549/2007 van de Raad en Verordening (Euratom) nr. 647/2010 van de Raad of andere wetgeving die op 31 december 2013 van toepassing is op die bijstand, die voor de betrokken acties geldig blijven totdat zij zijn afgerond.

Artikel 11Intrekking

Verordening (EG) nr. 1990/2006 van de Raad, Verordening (Euratom) nr. 549/2007 van de Raad en Verordening (Euratom) nr. 647/2010 van de Raad worden met ingang van 1 januari 2014 ingetrokken.

Artikel 12Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie .

Zij is van toepassing vanaf 1 januari 2014.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM VOOR VOORSTELLEN

1. KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1. Benaming van het voorstel/initiatief

1.2. Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur

1.3. Aard van het voorstel/initiatief

1.4. Doelstelling(en)

1.5. Motivering van het voorstel/initiatief

1.6. Duur en financiële gevolgen van de actie

1.7. Beoogde beheersvorm(en)

2. BEHEERSMAATREGELEN

2.1. Regels inzake de monitoring en de verslaglegging

2.2. Beheer- en controlesysteem

2.3. Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

3. GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1. Rubriek(en) van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) van de uitgaven

3.2. Geraamde gevolgen voor de uitgaven

3.2.1. Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

3.2.2. Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

3.2.3. Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

3.2.4. Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader

3.2.5. Bijdrage van derden aan de financiering

3.3. Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

FINANCIEEL MEMORANDUM

KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

Benaming van het voorstel/initiatief

Verordening betreffende steun van de Unie aan de bijstandprogramma’s voor de ontmanteling van nucleaire installaties in Bulgarije, Litouwen en Slowakije.

Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur[13]

32 Energie

Aard van het voorstel/initiatief

( Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie

( Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie na een proefproject/een voorbereidende actie[14]

x Het voorstel/initiatief betreft de verlenging van een bestaande actie

( Het voorstel/initiatief betreft een actie die wordt omgebogen naar een nieuwe actie

Doelstellingen

De met het voorstel/initiatief beoogde strategische meerjarendoelstelling(en) van de Commissie

Rubriek 1 Slimme en inclusieve groei

De algemene doelstelling van het programma is te komen tot een onomkeerbare toestand in het ontmantelingsproces van de eenheden 1 tot en met 4 van de kerncentrale van Kozloduy, de eenheden 1 en 2 van de kerncentrale van Ignalina en de eenheden 1 en 2 van de V1-kerncentrale van Bohunice, in overeenstemming met de respectieve ontmantelingsplannen ervan, terwijl het hoogste veiligheidsniveau wordt aangehouden.

Specifieke doelstelling(en) en betrokken ABM/ABB-activiteiten

De specifieke doelstellingen voor de afzonderlijke programma’s voor Kozloduy, Ignalina en Bohunice zijn als volgt:

Kozloduy-programma:

- ontmanteling in de turbinezalen van eenheden 1 tot en met 4 en in bijgebouwen;

- ontmanteling van grote onderdelen en installaties in de reactorgebouwen van eenheden 1 tot en met 4;

- veilig beheer van het ontmantelingsafval in overeenstemming met een uitvoerig plan voor afvalbeheer;

Ignalina-programma:

- verwijdering van brandstof uit de reactorkern van eenheid 2 en uit de splijtstofopslagbassins van eenheid 1 en eenheid 2 met opslag in de droge-opslaginstallatie voor verbruikte splijtstof;

- veilig beheer van de reactoreenheden totdat de verwijdering van de brandstof voltooid is;

- ontmanteling in de bijgebouwen en veilig beheer van het ontmantelingsafval in overeenstemming met een uitvoerig plan voor afvalbeheer;

Bohunice-programma:

- ontmanteling in de turbinezaal en de bijgebouwen van reactor V1;

- ontmanteling van grote onderdelen en installaties in de V1-reactorgebouwen;

- veilig beheer van het ontmantelingsafval in overeenstemming met een uitvoerig plan voor afvalbeheer;

Betrokken ABM/ABB-activiteit(en)

32 05

Verwachte resulta(a)t(en) en gevolg(en)

Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.

De succesvolle tenuitvoerlegging van de financiële bijstand van de Unie aan Bulgarije, Litouwen en Slowakije dient te leiden tot belangrijke vooruitgang in de ontmanteling van alle betrokken eenheden van de kerncentrales en het veilige beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval. Grote onderdelen en installaties in de bijgebouwen en de reactorgebouwen dienen te worden ontmanteld, wat zal bijdragen tot aanzienlijke en duurzame ondersteuning van de gezondheid van de werknemers en de bevolking, doordat milieuschade wordt voorkomen en echte vooruitgang in nucleaire veiligheid en beveiliging wordt geboekt.

Resultaat- en effectindicatoren

Vermeld de indicatoren aan de hand waarvan kan worden nagegaan in hoeverre het voorstel/initiatief is uitgevoerd.

ALGEMENE DOELSTELLING | Komen tot een onomkeerbare toestand in het ontmantelingsproces van de eenheden 1 tot en met 4 van de kerncentrale van Kozloduy, de eenheden 1 en 2 van de kerncentrale van Ignalina en de eenheden 1 en 2 van de V1-kerncentrale van Bohunice, in overeenstemming met de respectieve ontmantelingsplannen daarvan, terwijl het hoogste veiligheidsniveau wordt aangehouden. |

Impactindicator | Huidige situatie | Langetermijndoelstelling en mijlpaal* |

Aantal ontmantelde grote onderdelen en systemen in alle betrokken kernreactoren, in overeenstemming met de respectieve ontmantelingsplannen | De huidige voltooiingsdata voor de ontmanteling van: - eenheden 1 tot en met 4 in Kozloduy: 2030; - eenheden 1 en 2 in Ignalina: 2029; - V1-eenheden 1 en 2 in Bohunice: 2025; |

(*) Gegevens betreffende gedetailleerde doelstellingen en mijlpalen voor 2020 zijn nog niet beschikbaar. Deze zullen verder omschreven worden, op basis van herziene ontmantelingsplannen die door Bulgarije, Litouwen en Slowakije verstrekt moeten worden.

SPECIFIEKE DOELSTELLING | Kozloduy-programma |

Resultaatindicatoren | Laatst bekende resultaat | Doelstelling op middellange termijn (resultaat)* |

Aantal en type ontmantelde systemen in de turbinezaal en de bijgebouwen. | Ontmantelingswerkzaamheden in turbinezalen 1 en 2 zijn begonnen. | Ontmanteling van systemen in turbinezalen 1 tot en met 4 is voltooid in 2020; Ontmanteling in bijgebouwen in 2015. |

Aantal en type ontmantelde systemen en grote onderdelen in de reactorgebouwen. | Nog niet begonnen | Ontmanteling van installaties in 2015. Ontmanteling van grote onderdelen in 2016; |

Hoeveelheid en type geconditioneerd afval. | Voorzieningen voor de verwerking en conditionering van afval zijn in opbouw. | Verwijdering, verwerking en conditionering van bedrijfsafval voltooid in 2018; Verwerking en conditionering van ontmantelingsafval start in 2015; |

SPECIFIEKE DOELSTELLING | Ignalina-programma |

Resultaatindicatoren | Laatst bekende resultaat | Doelstelling op middellange termijn (resultaat)* |

Aantal uit eenheid 2 en de splijtstofopslagbassins verwijderde splijtstofpakketten. | Brandstof verwijderd uit reactorkern van eenheid 1, brandstof gedeeltelijk verwijderd uit reactorkern van eenheid 2 en in splijtstofopslagbassins gebracht; | Volledige verwijdering van brandstof en overbrenging van verbruikte splijtstofpakketten naar de droge-opslaginstallatie voor verbruikte splijtstof voltooid tegen einde 2016; |

Aantal geregistreerde incidenten. | Veilig beheer zonder incidenten; | Geen incidenten tot veilige verwijdering van brandstof uit eenheden 1 en 2. |

Type en aantal ontmantelde hulpsystemen en hoeveelheid en type geconditioneerd afval. | Noodkoelsysteem van de kern van eenheid 1 ontmanteld, start van ontmantelingswerkzaamheden in turbinezaal van eenheid 1; Voorzieningen voor afvalbeheer zijn in opbouw; | Ontmanteling turbinezaal eenheid 2: 2017; Ontmanteling gas- en verluchtingsgebouwen: 2014 – 2015; |

SPECIFIEKE DOELSTELLING | Bohunice-programma |

Resultaatindicatoren | Laatst bekende resultaat | Doelstelling op middellange termijn (resultaat)* |

Aantal en type ontmantelde systemen in de V1-turbinezaal en de bijgebouwen. | Ontmanteling van V1-turbinezaal gestart; Ontmanteling van externe gebouwen (fase 1) gestart; | Voltooiing van ontmanteling van V1-turbinezaal; Verwijdering van systemen in de bijgebouwen (fase 2): start 2014; |

Aantal en type ontmantelde systemen en grote onderdelen in de V1-reactorgebouwen. | Decontaminatie van V1-primaire koelkringen is gestart; | Begin van ontmanteling van grote onderdelen in het reactorgebouw: start 2015 |

Hoeveelheid en type geconditioneerd afval. | Fase 1 ontmantelingsafvalbeheer is gestart; | Fase 2 ontmantelingsafvalbeheer: einde 2013 – 2025; |

(*) De verstrekte gegevens zijn louter indicatief. Gedetailleerde doelstellingen voor de middellange termijn worden verder omschreven in de handeling vermeld in artikel 7, lid 2, van de verordening, op basis van herziene ontmantelingsplannen die door Bulgarije, Litouwen en Slowakije verstrekt dienen te worden.

Motivering van het voorstel

Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien

De uitvoeringsvoorschriften moeten uiterlijk op 31 december 2014 ingevoerd zijn, aangevuld met jaarlijkse werkprogramma's.

Tegen 2014 moeten Bulgarije, Litouwen en Slovakije voldoen aan de volgende ex-antevoorwaarden:

(a) Naleving van het acquis van de Unie, met name Richtlijn van de Raad 2009/71/Euratom inzake nucleaire veiligheid en Richtlijn van de Raad 2011/70/Euratom inzake het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval omzetten in nationaal recht.

(b) Een nationaal wettelijk kader scheppen dat toereikende bepalingen bevat voor het tijdig bijeenbrengen van nationale financiële middelen voor de veilige voltooiing van de ontmanteling.

(c) Een herzien gedetailleerd ontmantelingsplan indienen bij de Commissie.

De toegevoegde waarde van de deelname van de EU

De noodzaak van tussenkomst (subsidiariteit) is toe te schrijven aan het feit dat er momenteel door de respectieve nationale fondsen, om historische redenen, niet voldoende middelen voor het voortzetten van de veilige ontmanteling beschikbaar gesteld kunnen worden. Anders dan andere lidstaten die in een gelijkaardige situatie zaten maar die niet werden geconfronteerd met een vroege sluiting van hun centrales, was het voor Bulgarije, Litouwen en Slowakije niet mogelijk om voldoende middelen te vergaren uit de werking van de centrales.

Daarom is het in het belang van de Unie verder financiële steun te voorzien voor de naadloze voortzetting van de ontmanteling om een onomkeerbare staat in het ontmantelingsproces van de betrokken nucleaire reactoren te bereiken, in overeenstemming met de respectieve ontmantelingsplannen ervan, terwijl het hoogste veiligheidsniveau wordt aangehouden. Dit zal bijdragen tot aanzienlijke en duurzame ondersteuning van de gezondheid van de werknemers en de bevolking, doordat milieuschade wordt voorkomen en er echte vooruitgang op het vlak van nucleaire veiligheid en beveiliging wordt geboekt.

Belangrijkste uit soortgelijke activiteiten getrokken lering

De Europese Rekenkamer voerde een doelmatigheidscontrole uit in 2010/2011. Deze verordening houdt als volgt rekening met de bevindingen en aanbevelingen van de Rekenkamer:

Volledige financiering niet gegarandeerd en geen financieringsplafond vastgelegd:

- de verordening voorziet een voorwaarde voor EU-steun: de begunstigde lidstaten moeten een nationaal rechtskader opstellen dat voorziet in toereikende bepalingen voor het tijdig bijeenbrengen van nationale financiële middelen voor de veilige voltooiing van de ontmanteling;

- in de verordening worden duidelijke einddata voor EU-steun vastgelegd: 2017 voor Litouwen en Slowakije en 2020 voor Bulgarije;

Bepalen van doelstellingen en zinvolle prestatie-indicatoren voor het toezicht op en de verslaglegging over de tenuitvoerlegging van het programma;

- de verordening bevat veel gedetailleerdere algemene en specifieke doelstellingen en prestatie-indicatoren dan voorgaande verordeningen;

- de prestatie-indicatoren en duidelijke bepalingen voor toezicht en verslaglegging zullen verder worden uitgewerkt als bedoeld in artikel 6, lid 2;

Een behoefteanalyse uitvoeren inzake de tot nu toe geboekte vooruitgang, nog uit te voerenactiviteiten en het algemene financieringsplan met input van verschillende belanghebbenden

- deze aanbeveling is opgenomen in de effectbeoordeling;

- een gedetailleerde planning van nog uit te voeren activiteiten zal verder ontwikkeld worden in het besluit waarbij de bij artikel 6, lid 2 bedoelde uitvoeringsmaatregelen worden vastgesteld;

- voor elke van de betrokken kerncentrales moeten de respectieve lidstaten een gedetailleerd herzien ontmantelingsplan indienen bij de Commissie

Ex-antebeoordeling voor verdere EU-steun uit hoofde van het volgende MFK:

- de vereiste ex-antebeoordeling maakt deel uit van de effectbeoordeling. Zij levert de vereiste gegevens overeenkomstig het Financieel Reglement;

- het in artikel 6, lid 2, bedoelde besluit waarbij de uitvoeringsmaatregelen worden vastgesteld, zal nadere informatie bevatten.

Aantal beheersniveaus en gedeelde verantwoordelijkheden;

- over de keuze van de gepaste beheerswijze en de gedelegeerde instantie zal op een latere datum worden beslist, na een verdere beoordeling van de meest geschikte oplossingen;

- de rollen en verantwoordelijkheden zullen verder worden ontwikkeld in het in artikel 6, lid 2, bedoelde besluit waarbij de uitvoeringsmaatregelen worden vastgesteld als vervolg op het huidige procedurebesluit van de Commissie. In elk van de drie programma's heeft de begunstigde lidstaat een duidelijk omschreven rol als programmacoördinator;

De financiering via structuurfondsen beoordelen

- het gebruik van structuurfondsen werd besproken in de effectbeoordeling en werd uitgesloten als middel om de ontmantelingssteun van de EU uit te voeren;

De Commissie keurde in juli 2011 haar verslag aan het Europees Parlement en de Raad inzake de status van het gebruik van financiële EU-steun voor de drie lidstaten goed. Er werd ook rekening gehouden met de ervaring die in de 10 jaar van steun werd opgedaan om het voorstel voor EU-steun na 2013 voor te bereiden, om de doelstellingen en indicatoren opnieuw te definiëren en de uitvoeringsmaatregelen verder te verbeteren. De verdere keuze van een gepast middel voor de uitvoering en de bepalingen van artikel 3, lid 2 van de verordening zal de Europese Commissie in de gelegenheid stellen moeilijkheden die aan het licht komen bij de uitvoering van het project door de begunstigde lidstaten, efficiënter aan te pakken.

Coherentie en mogelijke synergieën met andere relevante instrumenten

Op grond van de voorstellen van de Commissie voor het volgende financieel kader zullen de drie betrokken lidstaten tegelijkertijd een belangrijke begunstigde blijven van de structuur- en cohesiefondsen, wat verdere steun om tegemoet te komen aan de economische en sociale gevolgen van ontmanteling mogelijk zal maken. Bovendien zal de door de Commissie voorgestelde financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen (Connecting Europe Facility) uitstekende mogelijkheden scheppen om haar energie-, transport- en telecommunicatie-infrastructuren op te waarderen en te moderniseren.

Duur en financiële gevolgen

X Voorstel/initiatief met een beperkte geldigheidsduur

- x Voorstel/initiatief van kracht vanaf 2014 tot en met 2020

- x Financiële gevolgen van 2014 tot 2025 (van 2021 tot 2025 enkel voor betalingskredieten)

♦ Voorstel/initiatief met een onbeperkte geldigheidsduur

- Uitvoering met een opstartperiode van JJJJ tot en met JJJJ,

- gevolgd door een volledige uitvoering.

Beoogde beheerswijze(n) [15]

x G ecentraliseerd rechtstreeks beheer door de Commissie

x Gecentraliseerd onrechtstreeks beheer met de delegatie van uitvoeringstaken naar:

- ♦ uitvoerende agentschappen

- ♦ door de Gemeenschappen opgerichte organen[16]

- x publiekrechtelijke organen of organen met een openbaredienstverleningstaak

- ♦ personen belast met de uitvoering van specifieke acties op grond van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie en geïdentificeerd in het relevante basisbesluit in de zin van artikel 49 van het Financieel Reglement.

♦ Gedeeld beheer met de lidstaten

♦ Gedecentraliseerd beheer met derde landen

x Gedeeld beheer met internationale organisaties

Als meer dan één beheerswijze is aangeduid, gelieve de details in het vak "Opmerkingen" op te geven.

Opmerkingen

De financiële hulp van de Unie uit hoofde van het programma kan rechtstreeks worden toegepast krachtens artikel 55, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. XXX/2012 [Nieuw Financieel Reglement], of onrechtstreeks door taken inzake de uitvoering van het budget te delegeren aan de in artikel 55, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. XXX/2012 [Nieuw Financieel Reglement] opgesomde entiteiten.

De keuze voor een beheerswijze en een gedelegeerd orgaan moet op een latere datum gemaakt worden.

BEHEERSMAATREGELEN

Monitoring- en verslagleggin gsvoorschriften

Vermeld frequentie en voorwaarden.

Twee keer per jaar zal een monitoringvergadering gehouden worden. De monitoringvergaderingen zullen als doel hebben de vooruitgang bij de ontmanteling te beoordelen, alsook monitoringverslagen die voor elke bijeenkomst opgesteld worden door de begunstigde van EU-steun en de gedelegeerde instanties, te herzien en goed te keuren.

De gedetailleerde voorschriften voor toezicht en verslaggeving zullen verder ontwikkeld worden in het besluit waarbij de gedetailleerde uitvoeringsprocedures worden vastgesteld.

Bezoeken ter plaatse en vergaderingen met andere betrokken belanghebbenden (bv. ministeries) zullen het toezicht op het project aanvullen.

De Commissie stelt niet later dan eind 2015 een beoordelingsverslag op over de verwezenlijking van de doelstellingen van alle maatregelen, zowel met betrekking tot de resultaten en als tot de effecten, het efficiënte gebruik van middelen en de toegevoegde waarde van de Unie, in het licht van een beslissing ter wijziging of opheffing van de maatregelen.

Er wordt een ex-postbeoordeling uitgevoerd in nauwe samenwerking met de lidstaten en de begunstigden. Bij de ex-postbeoordeling worden de doeltreffendheid en de efficiëntie van het programma en de gevolgen ervan voor de ontmanteling onderzocht.

Beheer- en controlesysteem

Mogelijke risico(s)

Vertragingen bij de uitvoering van het project

Eventueel wanbeheer van de financiële steun van de EU door begunstigden

Risico op dubbele financiering

Beoogde controlemethode(n)

De uitvoering van het programma zal nauwgezet worden opgevolgd om het risico op vertragingen voor het project te verkleinen.

Er is voorzien in beoordelingen van het programma zoals bedoeld in artikel 9 van de ontwerpverordening.

Er zal rekening worden gehouden met het risico op wanbeheer door het geschikte mechanisme voor de uitvoering te selecteren.

Het risico op dubbele financiering wordt erg klein geacht. Uit hoofde van deze verordening zal er geen verdere steun komen voor maatregelen in de energiesector, waar er een risico op dubbele financiering uit hoofde van andere financiële instrumenten van de Unie bestaat. Steun voor nucleaire projecten is uitgesloten van steun uit de structuurfondsen, zodat er geen overlapping kan bestaan. Voor elk specifiek programma (het Kozloduy-, het Ignalina- en het Bohunce-programma) wijst elke begunstigde lidstaat een nationale programmacoördinator aan die, onder andere, de verantwoordelijkheid heeft om dubbele financiering met nationale middelen voor ontmanteling uit te sluiten.

Wat de controlestrategie betreft, veronderstelt men dat het programma uit hoofde van deze verordening gelijkaardige risicokenmerken zal vertonen als de steun van de Unie voor de periode 2007 - 2013 en zal er een gelijkaardige controlestrategie worden toegepast. Het daartoe geraamde niveau van niet-naleving zal naar verwachting vergelijkbaar zijn met dat van het steunprogramma van de Unie van 2007 - 2013:

- Een follow-up financiële audit van het CPMA in de kerncentrale van Ignalina werd voltooid in 2010. Die bevestigde de in november en december 2008 uitgevoerde beoordeling van de instellingen, waarin geconcludeerd werd dat de volgende cruciale pijlers in voldoende mate ingevoerd en in werking getreden zijn: overheidsopdrachten, interne controlesystemen, boekhouding, externe audits, publieke toegang tot informatie en bekendmaking van begunstigden. Dit biedt de redelijke garantie dat het CPMA voldoet aan de vereisten van het Financieel Reglement.

- Wat de door de EBRD beheerde middelen betreft, heeft een externe financiële audit van het internationale steunfonds voor de ontmanteling van Bohunice een financiële fout aan het licht gebracht die ongeveer 0,3 % van de totale begroting van het fonds beslaat. Ervan uitgaande dat er een gelijkaardige foutenmarge geldt voor de andere twee ontmantelingsfondsen, kan er redelijke zekerheid geboden worden (de start van gelijkaardige controles is gepland voor eind 2011 voor de internationale steun voor de ontmanteling van Ignalina en Kozloduy).

De overeenkomsten en de besluiten ter uitvoering van de acties in het kader van dit programma zullen voorzien in toezicht en financiële controle door de Commissie of door een andere door de Commissie gemachtigde vertegenwoordiger, en in audits door de Rekenkamer en controles ter plaatse door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), in overeenstemming met de procedures van Verordening van de Raad (Euratom, EG) nr. 2185/96 van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden en Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en van de Raad van 25 mei 1999 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF).

Wat de uitvoering van financiële instrumenten betreft, zal elke overeenkomst met een entiteit waaraan taken werden toevertrouwd of met andere financiële instellingen uitdrukkelijk bepalen dat de Commissie en de Rekenkamer bevoegd zijn bij alle derde partijen die middelen van de Unie hebben ontvangen, controles op stukken, controles ter plaatse en controles op informatie, zelfs opgeslagen op elektronische media, uit te voeren.

Aard en intensiteit van controles

Overzicht van controles | Bedrag in MEUR | Aantal begunstigden: transacties (% van het totaal) | Grondigheid van controle (beoordeling 1-4) | Dekking (% van de waarde) |

Beheer van acties van beoordelingen tot ex-postbeoordelingen | 8,48** | 1) algemene monitoring van alle projecten: 100 % | 1 | 100 |

2) audit van geselecteerde projecten: 10 % | 4 | 20 |

** schatting gebaseerd op de volgende berekening

- 3 financiële audits: 3 x 0,1 MEUR (gebaseerd op de kosten van financiële audits in het kader van de financiële steun van de Unie van 2007 - 2013;

- 2015 en ex-postbeoordeling: 0,5 MEUR;

- DG ENER interne controle gewijd aan het programma: 0,18 MEUR (0,20 x 0,127 MEUR per jaar vermenigvuldigd met 7 jaar);

- kosten voor de administratie van het programma: 7,5 MEUR = 0,5 x (7+4+4) jaar (0,5 MEUR per jaar individueel voor het Kozloduy-, het Ignalina- en het Bohunice-programma, op basis van gemiddelde bedragen voor de uitvoering van de financiële steun van de Unie voor 2007 - 2013; 7+4+4 zijn voor respectievelijk het Kozloduy-, het Ignalina- en het Bohunice-programma de duur van verdere EU-steun in het kader van deze verordening).

Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

Vermeld bestaande of beoogde preventie- en beschermingsmaatregelen.

Bovenop de toepassing van alle bestuursrechtelijke controlemechanismen, zal DG ENER een fraudebestrijdingsstrategie en een actieplan ontwikkelen op DG-niveau in overeenstemming met de nieuwe fraudebestrijdingsstrategie van de Commissie (CAFS) die werd vastgesteld op 24 juni 2011 om er onder andere voor te zorgen dat haar interne controles met betrekking tot fraudebestrijding afgestemd zijn op het CAFS en dat de aanpak van het beheer van frauderisico’s gericht is op het identificeren van frauderisicogebieden en gepaste reacties. Waar nodig, zullen netwerkgroepen en gepaste IT-instrumenten voor het analyseren van aan het programma gerelateerde fraudegevallen ontwikkeld worden.

Gerichte opleidingen inzake fraudepreventie en –detectie bij het beheer van subsidies en overheidsopdrachten, alsook tijdens de levenscyclus van het project en de uitgaven, zullen georganiseerd worden voor bij het financieel beheer betrokken werknemers (met inbegrip van operationele verificatie en beheer van projecten en auditambtenaren).

Financiële instellingen die betrokken zijn bij de uitvoering van financiële verrichtingen in het kader van financieringsinstrumenten zijn gehouden tot naleving van de voorschriften inzake het voorkomen van het witwassen van geld en het bestrijden van terrorisme. Zij mogen niet gevestigd zijn in gebieden waarvan het gerecht niet samenwerkt met de Unie wat betreft de toepassing van internationaal aanvaarde belastingregels.

GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

Rubriek(en) van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) van de uitgaven

- Bestaande begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken en begrotingsonderdelen van het meerjarig financieel kader.

Rubriek van het meerjarig financieel kader | Begrotingsonderdeel | Soort krediet | Bijdrage |

Nummer [Omschrijving………………………...…….] | GK./NGK ([17]) | van EVA[18] -landen | van kandidaat-lidstaten[19] | van derde landen | in de zin van artikel 18, lid 1, onder a bis), van het Financieel Reglement |

Nr. 1 | 32 05 03 Nucleaire veiligheid – overgangsregelingen (ontmanteling) | GK | NEE | NEE | NEE | NEE |

Nr. 1 | 32 01 04 03 | NGK | NEE | NEE | NEE | NEE |

- Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken en begrotingsonderdelen van het meerjarig financieel kader.

Rubriek van het meerjarig financieel kader | Begrotingsonderdeel | Soort krediet | Bijdrage |

Nummer [Rubriek……………………………………..] | GK/NGK | van EVA-landen | van kandidaat-lidstaten | van derde landen | in de zin van artikel 18, lid 1, onder a bis), van het Financieel Reglement |

[XX.YY.YY.YY] | JA/NEE | JA/NEE | JA/NEE | JA/NEE |

Geraamde gevolgen voor de uitgaven

Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

in miljoenen euro's (tot op 3 decimalen)

Rubriek van het meerjarig financieel kader | 1 | Slimme en inclusieve groei |

in miljoenen euro's (tot op 3 decimalen)

? Personele middelen | 0,762 | 0,762 | 0,762 | 0,762 | 0,762 | 0,762 | 0,762 | 5,334 |

? Andere administratieve uitgaven | 0,080 | 0,080 | 0,080 | 0,080 | 0,080 | 0,080 | 0,080 | 0,560 |

TOTAAL DG ENER | Kredieten | 0,842 | 0,842 | 0,842 | 0,842 | 0,842 | 0,842 | 0,842 | 5,894 |

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader | (Totaal vastleggingen = Totaal betalingen) | 0,842 | 0,842 | 0,842 | 0,842 | 0,842 | 0,842 | 0,842 | 5,894 |

in miljoenen euro's (tot op 3 decimalen)

RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader |

Personele middelen | 0,762 | 0,762 | 0,762 | 0,762 | 0,762 | 0,762 | 0,762 | 5,334 |

Andere administratieve uitgaven | 0,080 | 0,080 | 0,080 | 0,080 | 0,080 | 0,080 | 0,080 | 0,560 |

Subtotaal RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader | 0,842 | 0,842 | 0,842 | 0,842 | 0,842 | 0,842 | 0,842 | 5,894 |

Buiten RUBRIEK 5[23] van het meerjarig financieel kader |

Personele middelen |

Andere administratieve uitgaven | 0 | 0,250 | 0 | 0 | 0,300 | 0 | 0,250 | 0,800 |

Subtotaal buiten RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader | 0 | 0,250 | 0 | 0 | 0,300 | 0 | 0,250 | 0,800 |

TOTAAL | 0,842 | 1,092 | 0,842 | 0,842 | 1,142 | 0,842 | 1,092 | 6,694 |

- De benodigde administratieve kredieten zullen gefinancierd worden uit de kredieten die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van bestaande budgettaire beperkingen aan het beherende DG toegewezen kunnen worden.

Geraamde personeelsbehoeften

- ♦ Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

- x Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Raming in voltijdequivalenten

2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 |

? Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen) |

XX 01 01 01 (hoofdzetel en vertegenwoordigingen van de Commissie) | 6 | 6 | 6 | 6 | 6 | 6 | 6 |

XX 01 01 02 (delegaties) |

XX 01 05 01 (onderzoek door derden) |

10 01 05 01 (eigen onderzoek) |

? Extern personeel (in voltijdequivalenten: VTE)[24] |

XX 01 02 01 (CA, INT, SNE van de "totale financiële middelen") |

XX 01 02 02 (CA, INT, JED, LA en SNE in de delegaties) |

XX 01 04 jj [25] | - in de zetel[26] |

- in de delegaties |

XX 01 05 02 (CA, INT, SNE - onderzoek door derden) |

10 01 05 02 (CA, INT, SNE - eigen onderzoek) |

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) |

TOTAAL | 6 | 6 | 6 | 6 | 6 | 6 | 6 |

XX is het betrokken beleidsterrein of de begrotingstitel.

De benodigde personele middelen zullen worden gefinancierd uit de middelen die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen de DG´s zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG toegewezen kunnen worden.

Beschrijving van de uit te voeren taken:

Ambtenaren en tijdelijke functionarissen | Uitvoering van de financiële steun aan de Kozloduy-, Ignalina- en Bohunice-programma's, programmering, monitoring, controle en verslaggeving. |

Extern personeel |

Verenigbaarheid met het huidig meerjarig financieel kader

- x Het voorstel/initiatief is verenigbaar met het meerjarig financieel kader voor 2014-2020 zoals vastgelegd in COM(2011) 500.

- ♦ Het voorstel/initiatief vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van het meerjarig financieel kader.

Licht toe welke herprogrammering nodig is, met vermelding van de betrokken begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.

-

- ♦ Het voorstel/initiatief vergt de toepassing van het flexibiliteitsinstrument of herziening van het meerjarig financieel kader[27].

Licht toe welke herprogrammering nodig is, met vermelding van de betrokken begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.

-

Bijdrage van derden aan de financiering (geen rechtstreekse bijdragen van derden aan het EU-steunprogramma).

- x Het voorstel/initiatief voorziet niet in medefinanciering door derden

Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

- x Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten.

- ♦ Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

- ♦ voor de eigen middelen

- ♦ voor de diverse ontvangsten

in miljoen euro (tot op 3 decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten: | Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten | Gevolgen van het voorstel/initiatief[28] |

Jaar N | Jaar N+1 | Jaar N+2 | Jaar N+3 | … vul zoveel kolommen als nodig in om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6) |

Artikel …………. |

Voor de diverse ontvangsten die worden toegewezen, vermeld het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.

-

Vermeld de wijze van berekening van de gevolgen voor de ontvangsten.

-

[1] Aanbeveling van de Commissie betreffende het beheer van de financiële middelen voor de ontmanteling van nucleaire installaties en de verwerking van verbruikte splijtstof en radioactief afval. PB L 330 van 28.11.2006, blz. 31.

[2] COM(2011) 500 definitief. Het overeenkomstige bedrag is 500 miljoen euro in prijzen van 2011.

[3] PB C van , blz. .

[4] PB C van , blz. .

[5] COM(2011) 500 definitief.

[6] PB L 172 van 2.7.2009, blz. 18; Richtlijn 2009/71/Euratom van de Raad van 25 juni 2009 tot vaststelling van een communautair kader voor de nucleaire veiligheid van kerninstallaties.

[7] PB L 199 van 2.8.2011, blz. 48; Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad van 19 juli 2011 tot vaststelling van een communautair kader voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval.

[8] Meer bepaald Richtlijn 85/337/EEG van de Raad van 27 juni 1985 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PB L 175 van 5.7.1985, blz. 40); Richtlijn 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 (PB L 140 van 5.6.2009, blz. 114).

[9] PB L 55 van 28.2.11, blz. 13.

[10] PB L 411 van 30.12.2006, blz. 10.

[11] PB L 131 van 23.5.2007, blz. 1.

[12] PB L 189 van 22.7.2010, blz. 9.

[13] ABM: Activity-Based Management (activiteitsgestuurd beheer) – ABB: Activity-Based Budgeting.

[14] In de zin van artikel 49, lid 6, onder a) of b), van het Financieel Reglement.

[15] Meer informatie over beheerswijzen en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn te vinden op de BudgWeb-site: http://www.cc.cec/budg/man/budgmanag/budgmanag_en.html

[16] Zoals bedoeld in artikel 185 van het Financieel Reglement.

[17] GK = gesplitste kredieten/NGK = niet-gesplitste kredieten.

[18] EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.

[19] Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, potentiële kandidaat-lidstaten van de Westelijke Balkan.

[20] Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.

[21] Outputs zijn de te verstrekken producten en diensten (bv. aantal gefinancierde studentenuitwisselingen, aantal km aangelegde wegen, enz.).

[22] Zoals beschreven in punt 1.4.2. "Specifieke doelstelling(en)…"

[23] Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.

[24] CA= Contract Agent (arbeidscontractant); INT= agency staff (uitzendkracht); JED= Jeune Expert en Délégation (jonge deskundige in delegaties); LA= Local Agent (plaatselijk functionaris); SNE= Seconded National Expert (gedetacheerd nationaal deskundige).

[25] Onder het maximum voor extern personeel uit beleidskredieten (vroegere "BA"-onderdelen).

[26] Vooral voor structuurfondsen, Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en Europees Visserijfonds (EVF).

[27] Zie de punten 19 en 24 van het Interinstitutioneel Akkoord.

[28] Voor traditionele eigen middelen (douanerechten, suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 25 % aan inningskosten.

Top