Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52010PC0222

Voorstel voor een verordening van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht op natriumcyclamaat van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Indonesië naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van een maatregel op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad

/* COM/2010/0222 def. - NLE 2010/0120 */

52010PC0222

Voorstel voor een verordening van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht op natriumcyclamaat van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Indonesië naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van een maatregel op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad /* COM/2010/0222 def. - NLE 2010/0120 */


Brussel, 6.5.2010

COM(2010)222 definitief

2010/0120 (NLE)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot instelling van een definitief antidumpingrecht op natriumcyclamaat van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Indonesië naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van een maatregel op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad

TOELICHTING

ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL |

Motivering en doel van het voorstel Dit voorstel betreft de toepassing van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad[1] van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap ("de basisverordening"), in het kader van de procedure betreffende de invoer van natriumcyclamaat van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Indonesië. |

Algemene context Dit voorstel wordt gedaan in het kader van de tenuitvoerlegging van de basisverordening en is het resultaat van een onderzoek dat is uitgevoerd overeenkomstig de materiële en procedurele eisen van de basisverordening. |

Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied Verordening (EG) nr. 435/2004 van de Raad van 8 maart 2004 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige antidumpingrecht op natriumcyclamaat uit de Volksrepubliek China en Indonesië. |

Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de Unie Niet van toepassing. |

RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING |

Raadpleging van belanghebbende partijen |

Partijen die belang hebben bij de procedure werden overeenkomstig de bepalingen van de basisverordening in de loop van het onderzoek in de gelegenheid gesteld hun belangen te verdedigen. |

Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid |

Er hoefde geen beroep te worden gedaan op externe deskundigheid. |

Effectbeoordeling Dit voorstel vloeit voort uit de tenuitvoerlegging van de basisverordening. De basisverordening voorziet niet in een algemene effectbeoordeling, maar bevat wel een uitputtende lijst van factoren die moeten worden beoordeeld. |

JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL |

Samenvatting van de voorgestelde maatregel Het verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van een maatregel werd op 11 december 2008 ingediend door Productos Aditivos S.A., die als enige producent in de EU de volledige productie van het betrokken product in de Unie voor zijn rekening neemt. Nadat de Commissie had vastgesteld dat er voldoende bewijsmateriaal was, heeft zij op 10 maart 2009 het nieuwe onderzoek geopend[2]. Omdat uit het onderzoek bleek dat de invoer met dumping en de schade waarschijnlijk zullen voortduren of opnieuw zullen optreden, wordt voorgesteld voor nog eens vijf jaar antidumpingmaatregelen in te stellen. De Raad wordt verzocht het bijgevoegde voorstel voor een verordening, die zo spoedig mogelijk in het Publicatieblad van de Europese Unie moet worden bekendgemaakt, goed te keuren. |

Rechtsgrondslag Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap, en met name artikel 9, lid 4, en artikel 11, lid 2. |

Subsidiariteitsbeginsel Het voorstel betreft een gebied dat onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie valt. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing. |

Evenredigheidsbeginsel Het voorstel is om de volgende reden in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel: |

de vorm van de maatregel wordt voorgeschreven in de basisverordening en laat geen ruimte voor nationale besluitvorming. |

Beschrijving van de wijze waarop de financiële en administratieve lasten voor de Unie, de nationale, regionale en plaatselijke overheden, bedrijven en burgers zoveel mogelijk worden beperkt en hoe zij in verhouding staan tot het doel van het voorstel: niet van toepassing. |

Keuze van instrumenten |

Voorgesteld instrument: verordening van de Raad. |

Andere instrumenten zijn niet geschikt omdat de basisverordening niet in andere mogelijkheden voorziet. |

GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING |

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Unie. |

2010/0120 (NLE)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot instelling van een definitief antidumpingrecht op natriumcyclamaat van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Indonesië naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van een maatregel op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap[3] ("de basisverordening"), en met name op artikel 9 en artikel 11, lid 2,

Gezien het voorstel dat de Commissie na raadpleging van het Raadgevend Comité heeft ingediend,

Overwegende hetgeen volgt:

A. PROCEDURE

1. Geldende maatregelen

2. Bij Verordening (EG) nr. 435/2004[4] van 8 maart 2004 heeft de Raad na een antidumpingonderzoek ("het oorspronkelijke onderzoek") een definitief antidumpingrecht ingesteld op natriumcyclamaat van oorsprong uit de Volksrepubliek China ("China") en Indonesië ("de betrokken landen").

3. Onderhavig onderzoek

4. Verzoek om een nieuw onderzoek

5. Op 11 december 2008 heeft Productos Aditivos S.A., de enige producent van natriumcyclamaat in de Unie, een verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van een maatregel ingediend.

6. Het verzoek werd ingediend omdat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk zal leiden tot voortzetting of herhaling van de dumping en schade voor de bedrijfstak van de Unie.

7. Opening van het nieuwe onderzoek

8. Nadat de Commissie, na raadpleging van het Raadgevend Comité, had vastgesteld dat er voldoende bewijs was om overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van een maatregel te openen, heeft zij dit onderzoek op 10 maart 2009 geopend door de publicatie van een bericht van opening van een nieuw onderzoek in het Publicatieblad van de Europese Unie [5].

9. Onderzoektijdvak

10. Het onderzoek naar de waarschijnlijkheid van een opnieuw optreden van dumping en schade had betrekking op de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008 ("het tijdvak van het nieuwe onderzoek" of "TNO"). Het onderzoek van de ontwikkelingen die relevant zijn voor de beoordeling van de waarschijnlijkheid van het voortduren of opnieuw optreden van de schade had betrekking op de periode van 1 januari 2005 tot het eind van het TNO ("de beoordelingsperiode").

11. Bij dit onderzoek betrokken partijen

12. De Commissie heeft de producent in de Unie die het verzoek heeft ingediend, de haar bekende importeurs, leveranciers en gebruikers, de haar bekende producenten-exporteurs in China en Indonesië en de autoriteiten van de betrokken landen officieel van de opening van het nieuwe onderzoek in kennis gesteld.

13. De belanghebbenden werden in de gelegenheid gesteld om binnen de in het bericht van opening vermelde termijn hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en te verzoeken te worden gehoord, maar niemand heeft een dergelijk verzoek bij de Europese Commissie gedaan.

14. De Commissie heeft alle haar bekende producenten-exporteurs in China en Indonesië een vragenlijst toegestuurd. Twee ondernemingen uit China, beide deel uitmakend van de in Hongkong gevestigde groep Rainbow Rich Industrial Ltd., en twee ondernemingen uit Indonesië lieten weten bereid te zijn mee te werken en vulden de dumpingvragenlijst in.

15. Twee nieuwe Chinese producenten, Fang Da Food Additive (Shenzhen) Limited, en Fang Da Food Additive (Yan Quan) Limited, maakten zich kenbaar. Bij het oorspronkelijke onderzoek werd vastgesteld dat deze ondernemingen hun producten niet met dumping in de Unie verkochten. Daarom heeft dit nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van een maatregel niet betrekking op Fang Da Food Additive (Shenzhen) en Fang Da Food Additive (Yan Quan).

16. Controle van ontvangen informatie

17. De Commissie heeft alle gegevens die zij nodig achtte om de voortzetting of de waarschijnlijkheid van een opnieuw optreden van dumping en schade en van het belang van de Unie vast te stellen, verzameld en gecontroleerd. Bij de volgende ondernemingen werd ter plaatse een controle uitgevoerd:

18. Producenten-exporteurs in de Volksrepubliek China:

19. Golden Time Enterprises (Shenzhen) Co., Ltd., Shenzhen

20. Jintian Enterprises (Nanjing) Co., Ltd., Nanjing

21. en de verbonden onderneming Rainbow Rich Industrial Ltd. (Hongkong).

22. Producenten-exporteurs in Indonesië:

23. PT Golden Sari (Chemical Industry), Bandar Lampung

24. PT Tunggak Waru Semi, Solo.

25. Producent in de Unie:

26. Productos Aditivos S.A., Spanje.

27. Niet-verbonden importeur/handelaar:

28. Beneo Palatinit GmbH, Duitsland

29. Gebruiker:

30. Schweppes International Ltd., Nederland.

31. Mededeling van feiten en overwegingen

32. De Commissie heeft alle partijen in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op basis waarvan zij voornemens was de instelling van definitieve antidumpingrechten op natriumcyclamaat van oorsprong uit China en Indonesië aan te bevelen.

33. De partijen konden hierover overeenkomstig de basisverordening binnen een bepaalde termijn opmerkingen maken.

34. De mondelinge en schriftelijke opmerkingen van de partijen werden onderzocht en waar nodig werden de definitieve bevindingen dienovereenkomstig gewijzigd.

B. BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT

35. Betrokken product

36. Het betrokken product in dit nieuwe onderzoek is hetzelfde als dat in het oorspronkelijke onderzoek, namelijk natriumcyclamaat van oorsprong uit China en Indonesië ("het betrokken product"), momenteel ingedeeld onder GN-code ex 2929 90 00.

37. Zoals in het oorspronkelijke onderzoek werd vastgesteld en bij dit nieuwe onderzoek werd bevestigd, is natriumcyclamaat een product dat gebruikt wordt als voedseladditief en dat in de Europese Unie en in veel andere landen is toegestaan als zoetstof in caloriearme voeding en dranken en in dieetvoeding en -dranken. Het wordt op grote schaal gebruikt, zowel door de levensmiddelenindustrie als voedseladditief, als door producenten van caloriearme zoetstof of dieetzoetstof voor huishoudelijk gebruik. Kleine hoeveelheden worden voorts gebruikt door de farmaceutische industrie.

38. Soortgelijk product

39. Evenals in het oorspronkelijke onderzoek werd aangetoond dat het in China en Indonesië geproduceerde en aan de Unie verkochte betrokken product dezelfde fysische en chemische eigenschappen heeft en voor dezelfde doeleinden wordt gebruikt als het product dat door de indiener van het verzoek wordt vervaardigd en op de markt van de Unie wordt verkocht, en als het product dat wordt vervaardigd en op de binnenlandse markt wordt verkocht in Indonesië, dat voor de vaststelling van de normale waarde voor China als referentieland werd gebruikt.

40. Al deze producten worden dan ook beschouwd als soortgelijk product in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.

C. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING OF HERHALING VAN DUMPING

41. Opmerkingen vooraf

42. Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening werd onderzocht of er nog dumping plaatsvond en, zo ja, of het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk tot voortzetting of herhaling van de dumping zou leiden. Er wordt aan herinnerd dat bij een onderzoek in het kader van dit artikel niet opnieuw wordt gekeken of bedrijven voor een behandeling als marktgerichte onderneming (BMO) in aanmerking komen.

43. Overeenkomstig artikel 11, lid 9, van de basisverordening is op dezelfde wijze te werk gegaan als bij het oorspronkelijke onderzoek, voor zover de omstandigheden niet waren gewijzigd. Om de waarschijnlijkheid van een voortzetting of herhaling van dumping vast te stellen, is in overeenstemming met de gangbare praktijk een steekproef van transacties samengesteld bestaande uit de gegevens voor vier maanden van het TNO, telkens de laatste maand van een kwartaal. Het resultaat werd gecontroleerd door ook enkele andere transacties te analyseren. Tegen deze aanpak werden geen bezwaren aangevoerd.

44. Uit Eurostatgegevens bleek dat in het TNO tussen 3 000 en 5 000 ton van het product in de Unie werd ingevoerd. Daarvan kwam meer dan 90% uit China en de rest uit Indonesië. Er werd bijna geen invoer uit andere landen geregistreerd.

45. Invoer met dumping tijdens het onderzoektijdvak

46. Volksrepubliek China

47. Referentieland

48. Behalve voor ondernemingen waaraan bij het oorspronkelijke onderzoek een BMO werd toegekend, werd de normale waarde voor China vastgesteld overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening.

49. In het vorige onderzoek werd Indonesië als geschikt land met een markteconomie gebruikt om de normale waarde voor China vast te stellen.

50. De Europese Commissie heeft in het bericht van opening voorgesteld voor dit onderzoek hetzelfde te doen, en geen van de belanghebbenden heeft hiertegen binnen de termijnen bezwaren gemaakt.

51. De prijzen in Indonesië werden als redelijke vervanging voor de prijzen in China beschouwd omdat er op de binnenlandse markt van Indonesië door de aanwezigheid van ten minste zes producenten en de toename van de invoer uit China sprake is van concurrentie. Bovendien lijkt het onderzochte product alleen in de Unie, China en Indonesië te worden geproduceerd. In het huidige onderzoek is het tegendeel niet aangetoond.

52. Daarom is Indonesië voor dit nieuwe onderzoek als referentieland met een markteconomie gebruikt.

53. Medewerkende Chinese producenten-exporteurs

54. Opmerkingen vooraf

55. Zoals in overweging 8 werd opgemerkt, hebben twee producenten die tot dezelfde in Hongkong gevestigde groep Rainbow Rich Industries behoren, aan dit nieuwe onderzoek meegewerkt. Zij vertegenwoordigden gedurende het TNO meer dan de helft van de uitvoer naar de Unie. Wanneer de productie en de verkoop van de niet bij de procedure betrokken ondernemingen buiten beschouwing worden gelaten, vertegenwoordigden de medewerkende producenten meer dan driekwart van de totale Chinese productie en bijna de helft van de productiecapaciteit van China. De representativiteit voor de uitvoer naar de Unie bedroeg meer dan 80%. Gezien deze mate van medewerking werd de van de medewerkende exporteurs verkregen gedetailleerde informatie gebruikt om de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van schade veroorzakende dumping uit China vast te stellen.

56. Een van de medewerkende ondernemingen, Golden Time Enterprises (Shenzhen), voerde gedurende het TNO grote hoeveelheden naar de Unie uit, terwijl haar zusteronderneming, Jintian Enterprises (Nanjing), sinds de instelling van de maatregelen in het geheel niet naar de EU uitvoerde. Dankzij de bij het controlebezoek aan de niet-uitvoerende onderneming, Jintian Enterprises (Nanjing), verzamelde gegevens kon echter een beter beeld van de Chinese binnenlandse markt worden verkregen, omdat die onderneming een groot marktaandeel en een groot aandeel in de geïnstalleerde capaciteit heeft.

57. Tijdens het onderzoek beweerde een van de Chinese ondernemingen dat de belangrijkste producenten in China regelmatig bijeenkwamen om een referentieprijs voor de binnenlandse markt vast te stellen. Door de dominante positie van die producenten lijkt deze regeling ertoe bij te dragen dat de binnenlandse prijzen in China op een vrij hoog peil kunnen worden gehouden.

58. Normale waarde

59. De normale waarde voor Golden Time Enterprises (Shenzhen) werd berekend als de gewogen gemiddelde betaalde of te betalen prijs voor alle verkopen van de productsoort in kwestie aan alle onafhankelijke binnenlandse afnemers gedurende het TNO.

60. Uitvoerprijs

61. De uitvoerprijs van Golden Time Enterprises (Shenzhen) bij uitvoer naar de EU was de werkelijk betaalde of te betalen prijs, naar behoren gecorrigeerd, voor het naar de EU uitgevoerde product.

62. Prijsvergelijking

63. De gewogen gemiddelde normale waarde werd vergeleken met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs per soort van het betrokken product, af fabriek en in hetzelfde handelsstadium. Overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening werd, om een billijke vergelijking te kunnen maken, rekening gehouden met verschillen in factoren waarvan werd aangevoerd en aangetoond dat zij de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen beïnvloeden. Er werden correcties gemaakt voor de kosten van vervoer over zee en in het binnenland, verzekeringen, krediet, verlading en verpakking.

64. Dumpingmarge

65. Overeenkomstig artikel 2, lid 11, van de basisverordening werd de dumpingmarge per productsoort vastgesteld door de gewogen gemiddelde normale waarde te vergelijken met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs in hetzelfde handelsstadium. Uit deze vergelijking bleek dat er tijdens het TNO sprake was van een veel omvangrijker dumping dan bij het vorige onderzoek. De gewogen gemiddelde dumpingmarge bedroeg voor Golden Time Enterprises 30% van de cif-prijs, grens Unie.

66. Andere Chinese producenten-exporteurs

67. Opmerkingen vooraf

68. De resterende invoer uit China maakte minder dan 5% van het verbruik in de Gemeenschap uit.

69. De Commissie baseerde haar conclusies ten aanzien van de overige Chinese producenten-exporteurs op de bij het onderzoek verzamelde gegevens en op officiële Eurostatstatistieken.

70. Normale waarde

71. De normale waarde voor niet-medewerkende Chinese exporteurs werd vastgesteld als de gewogen gemiddelde verkoopprijzen van de medewerkende Indonesische producenten voor onafhankelijke afnemers in het binnenland.

72. Uitvoerprijs

73. De uitvoerprijs voor de niet-medewerkende Chinese exporteurs werd overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening vastgesteld op basis van de beschikbare gegevens. Omdat andere, betrouwbaardere gegevens ontbraken, werd gebruikgemaakt van de gemiddelde cif-invoerprijs, grens Unie, voor het TNO, die werd ontleend aan de invoerstatistieken van Eurostat.

74. Prijsvergelijking

75. De voor de resterende Chinese exporteurs vastgestelde gewogen gemiddelde uitvoerprijs werd vergeleken met de gewogen gemiddelde normale waarde voor de gecontroleerde Indonesische producenten, af fabriek en in hetzelfde handelsstadium.

76. Om een billijke vergelijking tussen de normale waarde en de uitvoerprijs te kunnen maken, werden overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening correcties toegepast in verband met verschillen die van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen. Er werden in dit verband correcties gemaakt voor de kosten van vervoer over zee en in het binnenland, verzekeringen, verlading en verpakking. Omdat betrouwbaardere gegevens ontbreken, werden de correcties gebaseerd op de gecontroleerde kosten van de medewerkende Chinese exporteur.

77. Dumpingmarge

78. De dumpingmarge werd berekend als het bedrag waarmee de normale waarde, als berekend in overweging 35, de uitvoerprijs, als vastgesteld in overweging 36, overtrof. Het resultaat van deze berekening wees duidelijk op een voortzetting van de dumpingpraktijken gedurende de looptijd van de maatregelen, met een dumpingmarge van meer dan 5%.

79. Conclusies over dumping uit China

80. Gezien bovenstaande overwegingen luidt de conclusie dat de dumping uit China gedurende de periode dat de maatregelen van kracht waren, is voortgezet.

81. Indonesië

82. Opmerkingen vooraf

83. Zoals in overweging 8 is vermeld, hebben twee ondernemingen aan het onderzoek meegewerkt: PT Golden Sari en PT Tunggak Waru Semi. Hun representativiteit wat de uitvoer naar de Unie betreft, lag gedurende het TNO tussen 40% en 60%[6].

84. Uit de door de Commissie verzamelde gegevens bleek dat Indonesië ten minste nog vier producenten van het betrokken product telt. Volgens die gegevens maakten de medewerkende producenten ongeveer een derde van de totale Indonesische productie en productiecapaciteit uit. Daarom was de medewerking uit Indonesië in dit nieuwe onderzoek gering.

85. Op grond van bovenstaande overwegingen werden overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening de gegevens over de binnenlandse prijzen, de prijzen bij uitvoer naar derde landen, de productie en de productiecapaciteit in Indonesië voor de niet-medewerkende Indonesische producenten-exporteurs gebaseerd op de beste beschikbare gegevens, waaronder de door de klager verstrekte gegevens en algemeen beschikbare informatie. De betrokken Indonesische autoriteiten werden in kennis gesteld van de toepassing van artikel 18 en van de redenen daarvoor. De Indonesische autoriteiten hebben hierop niet gereageerd.

86. Van de twee medewerkende ondernemingen voerde er slechts een, PT Golden Sari, tijdens het TNO zijn product naar de Unie uit. Hoewel voor PT Tunggak Waru Semi geen dumpingmarge kon worden vastgesteld daar deze onderneming het product gedurende het TNO niet naar de Unie uitvoerde, werden haar gegevens toch gebruikt om informatie te verzamelen over onder meer de productie, de productiecapaciteit en de uitvoer naar derde landen, waardoor een beter inzicht werd verkregen in de Indonesische binnenlandse en exportmarkt.

87. Medewerkende Indonesische producenten-exporteurs

88. Normale waarde

89. De normale waarde voor PT Golden Sari werd berekend als de gewogen gemiddelde betaalde of te betalen prijs voor alle verkopen van de productsoort in kwestie aan alle onafhankelijke afnemers in het binnenland gedurende het TNO.

90. Uitvoerprijs

91. Voor PT Golden Sari werd de uitvoerprijs vastgesteld op basis van de door onafhankelijke afnemers in de Unie gedurende het TNO werkelijk betaalde of te betalen prijs.

92. Prijsvergelijking

93. De gewogen gemiddelde normale waarde werd vergeleken met de gewogen gemiddelde prijs van het betrokken product bij uitvoer naar de Unie, af fabriek en in hetzelfde handelsstadium.

94. Om een billijke vergelijking tussen de normale waarde en de uitvoerprijs te kunnen maken, werden overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening correcties toegepast in verband met verschillen die van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen. Er werden in dit verband correcties gemaakt voor de kosten van het internationale vervoer, verzekeringen, binnenlands vervoer, verpakking en krediet.

95. Dumpingmarge

96. Uit een vergelijking van de normale waarde en de uitvoerprijs bleek dat er in het TNO geen sprake was geweest van dumping door PT Golden Sari.

97. Andere Indonesische producenten-exporteurs

98. Opmerkingen vooraf

99. Zoals in overweging 43 is vermeld, werd de dumpingmarge voor niet-medewerkende exporteurs als gevolg van de geringe mate van medewerking in Indonesië overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening vastgesteld op basis van de beschikbare gegevens.

100. Normale waarde

101. De normale waarde werd berekend als de gewogen gemiddelde normale waarde die was berekend voor de twee medewerkende producenten.

102. Uitvoerprijs

103. Omdat andere, betrouwbaardere gegevens ontbraken, werd de uitvoerprijs voor de niet-medewerkende Indonesische exporteurs vastgesteld aan de hand van de gemiddelde cif-invoerprijs, grens Unie, voor het TNO, die werd ontleend aan de invoerstatistieken van Eurostat.

104. Prijsvergelijking

105. De aldus verkregen gewogen gemiddelde prijs bij uitvoer uit Indonesië naar de Unie werd op het niveau af fabriek vergeleken met de gewogen gemiddelde normale waarde die voor de medewerkende Indonesische producenten was vastgesteld.

106. Om een billijke vergelijking tussen de normale waarde en de uitvoerprijs te kunnen maken, werden overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening correcties toegepast in verband met verschillen die van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen. Er werden in dit verband correcties gemaakt voor de kosten van het internationale vervoer, verzekeringen, binnenlands vervoer, verlading, verpakking en krediet.

107. Dumpingmarge

108. Op grond van bovenbedoelde vergelijking van de normale waarde en de uitvoerprijs bleek er sprake te zijn van dumping. De dumpingmarge, uitgedrukt als percentage van de cif-invoerprijs, grens Unie, bedroeg bijna 30%.

109. Conclusies over dumping uit Indonesië

110. Gezien bovenstaande overwegingen luidt de conclusie dat de dumping door een aanzienlijk aantal Indonesische producenten gedurende de periode dat de maatregelen van kracht waren, is voortgezet.

111. Ontwikkeling van de invoer indien de maatregelen worden ingetrokken

112. Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening werd onderzocht of het waarschijnlijk is dat zich bij het vervallen van de maatregelen tegen China en Indonesië opnieuw dumping zal voordoen.

113. Om dit vast te stellen, onderzocht de Commissie de beschikbare informatie over de omstandigheden van de exporteurs en de markt. Haar analyse was hoofdzakelijk gebaseerd op de antwoorden van de medewerkende producenten op de vragenlijst, die bij de controle ter plaatse waren gecontroleerd. Er werden ook andere bronnen gebruikt, zoals de invoerstatistieken van Eurostat en de officiële uitvoer- en marktstatistieken van de betrokken landen.

114. China

115. Opmerkingen vooraf

116. Zoals in overweging 26 is vermeld, vertegenwoordigden de medewerkende producenten meer dan driekwart van de Chinese productie gedurende het TNO. Wegens deze hoge mate van medewerking werd besloten dat betrouwbare informatie over de uitvoer van het betrokken product naar de Unie gedurende het TNO direct bij de producent-exporteur kon worden verzameld. Ook de gegevens over de Chinese binnenlandse markt zijn verzameld bij de twee gecontroleerde producenten.

117. Er wordt aan herinnerd dat uit het onderzoek bleek dat de dumping door de bij het nieuwe onderzoek betrokken Chinese producenten-exporteurs werd voortgezet op een aanzienlijk hoger niveau dan bij het oorspronkelijke onderzoek werd vastgesteld.

118. Onbenutte capaciteit en voorraden

119. Volgens de door de Commissie bij haar onderzoek verzamelde gegevens is de vrij beschikbare productiecapaciteit van de bij dit nieuwe onderzoek betrokken ondernemingen in China vele malen groter dan de markt van de Unie. Uit het onderzoek blijkt dat het binnenlandse verbruik in China deze extra capaciteit waarschijnlijk niet in significante mate kan absorberen.

120. Een van de Chinese producenten voerde aan voornemens te zijn zijn productiecapaciteit na het TNO aanzienlijk te verkleinen. Hiervoor werd evenwel geen tastbaar bewijs geleverd. Ook al kan dit in theorie tot een capaciteitsvermindering leiden, het zou ook een stimulans voor de andere Chinese producenten kunnen worden om hun vrij beschikbare capaciteit in te zetten om de hierdoor ontstane leemte in de Chinese uitvoer te vullen.

121. Voorts is het vermogen van de markt van andere derde landen om veel meer invoer uit China te absorberen, beperkt. Om te beginnen voeren diverse grote landen het betrokken product om wettelijke redenen niet in (bv. Verenigde Staten, India, Japan, Mexico, Zuid-Korea en het gehele Midden-Oosten). Verder blijkt uit de bij het onderzoek verzamelde informatie dat de resterende grote markten voor natriumcyclamaat (Zuid-Amerika, Zuid-Afrika en Azië) de komende jaren waarschijnlijk niet veel zullen groeien. Daarom blijft de Unie een belangrijke afzetmarkt voor het product, die niet alleen attractief is wegens haar omvang, maar ook door de aanwezigheid van bekende, gevestigde distributiekanalen voor de invoer van het product.

122. Ten slotte werd onderzocht of de overtollige capaciteit kan worden gebruikt voor de vervaardiging van andere producten binnen de betrokken ondernemingen. Dit is evenwel niet waarschijnlijk omdat de gecontroleerde producenten geen andere producten in grotere hoeveelheden vervaardigen en er geen aanwijzingen zijn dat andere Chinese producenten van natriumcyclamaat gemakkelijk op andere producten kunnen omschakelen.

123. Bovenstaande overwegingen wijzen op een waarschijnlijke voortzetting van een omvangrijke uitvoer uit China naar de Unie wanneer de maatregelen worden ingetrokken.

124. Relatie tussen de prijzen in de Unie en de prijzen op de Chinese binnenlandse markt

125. De Commissie stelde vast dat de omvangrijke invoer uit China plaatsvond tegen prijzen die onder die op de Chinese binnenlandse markt lagen. De prijzen waartegen deze invoer wordt verkocht, moeten, gezien het prijspeil en het marktaandeel van de Chinese invoer met dumping, worden beschouwd als de referentieprijs in de Unie: andere Chinese exporteurs die aanzienlijk hoeveelheden op die markt willen afzetten, zullen zich hoogstwaarschijnlijk aan deze lage prijzen aanpassen, en dus ook overgaan tot dumping.

126. Relatie tussen de prijzen bij uitvoer naar derde landen en de prijzen op de Chinese binnenlandse markt

127. De Commissie heeft de gecontroleerde Chinese prijzen bij uitvoer naar derde landen vergeleken met de gecontroleerde Chinese binnenlandse prijs, met het oog op een nader onderzoek van het prijsgedrag van de Chinese exporteurs mochten de maatregelen worden ingetrokken.

128. Vastgesteld werd dat de prijzen bij uitvoer naar derde landen aanzienlijk lager waren dan de binnenlandse prijzen en min of meer gelijk waren aan de prijzen bij uitvoer naar de EU, wat duidt op systematisch dumpinggedrag dat structureel lijkt voor deze sector in China.

129. Relatie tussen de prijzen bij uitvoer naar derde landen en het prijspeil in de Unie

130. De Commissie heeft de Chinese prijzen bij uitvoer naar derde landen vergeleken met het prijspeil in de Unie teneinde vast te stellen of het bij beëindiging van de maatregelen aantrekkelijk zou zijn deze uitvoer te verleggen naar de Unie.

131. De Chinese prijzen bij uitvoer naar derde landen kwamen in het algemeen overeen met het prijspeil in de Unie. Dit bevestigt dat er waarschijnlijk geen verlegging van de Chinese uitvoer van de EU naar andere markten zal plaatsvinden.

132. Conclusies over China

133. Uit de evaluatie van bovenstaande factoren bleek dat de bij het nieuwe onderzoek betrokken exporteurs zeer grote hoeveelheden van het betrokken product tegen dumpingprijzen zijn blijven uitvoeren naar de Unie. Ook de Chinese uitvoer naar andere derde landen geschiedt tegen dumpingprijzen, wat duidt op structureel dumpinggedrag. De binnenlandse prijzen in China zijn hoog en er zijn geen aanwijzingen dat deze in de nabije toekomst zullen dalen. Gezien de omvangrijke vrij beschikbare capaciteit van de Chinese exporteurs, het ontbreken van grote afzetmarkten voor die capaciteit en de attractiviteit van de EU-markt is het voor Chinese producenten-exporteurs aantrekkelijk om nog grotere hoeveelheden tegen dumpingprijzen op de markt van de Unie af te zetten mochten de maatregelen worden ingetrokken.

134. Op grond van bovenstaande gegevens wordt geconcludeerd dat bij intrekking van de maatregelen de dumping uit China waarschijnlijk zal worden voortgezet of zich zal herhalen.

135. Indonesië

136. Opmerkingen vooraf

137. Zoals in overweging 42 is uiteengezet, vertegenwoordigden de medewerkende exporteurs een klein deel van de productie en productiecapaciteit in Indonesië, zodat artikel 18 werd toegepast.

138. Verder wordt eraan herinnerd dat uit het onderzoek bleek dat de dumping door de niet-medewerkende Indonesische producenten in het TNO werd voortgezet.

139. Onbenutte capaciteit en voorraden

140. Bij het nieuwe onderzoek werd vastgesteld dat de totale vrij beschikbare capaciteit in Indonesië meer dan driekwart van de omvang van de markt van de Unie bedraagt. Zelfs als de medewerkende exporteur buiten beschouwing wordt gelaten, bedraagt de vrije capaciteit nog altijd bijna de helft van de markt van de Unie. Uit de officiële Indonesische statistieken blijkt dat de Indonesische producenten marktaandeel lijken te verliezen door het agressieve prijsbeleid van hun Chinese concurrenten, zowel op hun binnenlandse markt als in het buitenland. Daarom zal de vrij beschikbare capaciteit van Indonesië in de nabije toekomst waarschijnlijk zelfs nog groter worden.

141. Onderzocht werd of de totale vrij beschikbare capaciteit in Indonesië kan worden geabsorbeerd door verkopen aan derde landen, maar zoals in overweging 63 al werd geconcludeerd, lijkt het er niet op dat de markten van derde landen een groot deel van deze overtollige capaciteit kunnen absorberen. Ook werd nagegaan of de overtollige capaciteit door verkopen op de binnenlandse markt kan worden geabsorbeerd. Hierboven is evenwel al gezegd dat volgens de officiële Indonesische gegevens het marktaandeel van de Indonesische producenten op de binnenlandse markt onder druk van de invoer uit China afneemt. Ten slotte werd gekeken naar de mogelijkheid van een productieomschakeling op andere, soortgelijke producten; om dezelfde redenen als die welke in overweging 64 worden genoemd, is het niet waarschijnlijk dat de overtollige capaciteit op die manier kan worden gebruikt.

142. De conclusie luidt derhalve dat bij een intrekking van de maatregelen de grote (en groter wordende) beschikbare capaciteit in Indonesië voor een belangrijk deel op de Unie zal worden gericht.

143. Relatie tussen de prijzen in de Unie en de prijzen op de Indonesische binnenlandse markt

144. De prijzen op de Indonesische binnenlandse markt zijn ondanks de toegenomen druk van de Chinese uitvoer naar Indonesië hoger dan die in de Unie. Gezien de lage prijzen van de Chinese invoer in de Unie voor dit vrij homogene product zijn dit de referentieprijzen waarop de Indonesische exporteurs zich naar alle waarschijnlijkheid zullen richten, zodat ook zij tot dumping zullen overgaan, mochten de maatregelen worden ingetrokken. Dit geldt voor alle exporteurs, zowel voor degenen die medewerken als voor hen die dit niet doen.

145. Indien de maatregelen alleen voor Indonesië zouden worden ingetrokken en niet voor China, maakt dat de markt van de Unie vanuit prijsoogpunt nog attractiever voor Indonesische producenten. Zonder antidumpingrechten zouden zij immers hun prijzen kunnen verhogen om te profiteren van het feit dat Chinese exporteurs nog wel een antidumpingrecht moeten betalen. Hieraan moet worden toegevoegd dat de Indonesische exporteurs grote hoeveelheden naar de EU uitvoerden toen er bij het oorspronkelijke onderzoek sprake was van een soortgelijk scenario inzake prijspeil en prijsverschillen tussen Chinese en Indonesische exporteurs.

146. Ten slotte moet nog worden opgemerkt dat de uitvoer van Indonesië naar de EU na de instelling van de maatregelen voortdurend is teruggelopen, wat de conclusie versterkt dat de Indonesische exporteurs geen grote hoeveelheden op de EU-markt kunnen of willen verkopen als het niet tegen dumpingprijzen is.

147. Relatie tussen de prijzen bij uitvoer naar derde landen en de prijzen op de Indonesische binnenlandse markt

148. Bij de controle is vastgesteld dat de prijzen van de medewerkende producenten-exporteurs bij uitvoer naar derde landen hoger zijn dan de binnenlandse prijzen in Indonesië.

149. Voor de niet-medewerkende exporteurs konden bij het onderzoek geen individuele gegevens worden verkregen. De beschikbare officiële Indonesische statistiek van de gemiddelde prijzen van de volledige Indonesische uitvoer in absolute cijfers blijkt niet nauwkeurig omdat de aangegeven uitvoerprijzen veel te hoog zijn. Wel kan op grond van die statistiek worden geconcludeerd dat de prijzen bij uitvoer naar derde landen lager zijn dan de prijzen bij uitvoer naar de Unie. Dit duidt erop dat ten minste bij een groot deel van de Indonesische uitvoer naar derde landen ook sprake is van dumping. Hoe dan ook geeft de Indonesische uitvoerstatistiek een sterke daling van het uitvoervolume te zien, wat de conclusie wettigt dat bij het huidige prijspeil ook de Indonesische exporteurs van de Chinese concurrentie te lijden hebben.

150. Relatie tussen de prijzen bij uitvoer naar derde landen en de prijzen in de Unie

151. Vastgesteld werd dat de prijzen van de medewerkende producent bij uitvoer naar derde landen in het algemeen boven het prijspeil in de Unie liggen. Voor de overige Indonesische producenten duiden de beschikbare officiële Indonesische statistieken op een tegengesteld beeld. Dit wijst erop dat een groot deel van de Indonesische exporteurs ook naar derde landen met dumping uitvoert.

152. Het verschil tussen de prijzen bij uitvoer naar de Unie en die bij uitvoer naar andere landen onderstreept dat het voor de Indonesische exporteurs aantrekkelijk is om hun uitvoer naar de Unie te verleggen. Dit geldt des te meer wanneer de maatregelen jegens China zouden worden beëindigd.

153. Conclusies over Indonesië

154. Uit de evaluatie van bovengenoemde factoren bleek dat de Indonesische uitvoer naar de Unie en naar derde landen in belangrijke mate plaatsvond tegen dumpingprijzen, wat duidt op structureel dumpinggedrag. Gezien de omvangrijke vrij beschikbare capaciteit van de Indonesische exporteurs, het ontbreken van grote afzetmarkten voor die capaciteit en de attractiviteit van de EU-markt, is het voor Indonesische producenten-exporteurs aantrekkelijk om grote hoeveelheden tegen dumpingprijzen op de markt van de Unie af te zetten, mochten de maatregelen worden ingetrokken.

155. Op grond van bovenstaande gegevens wordt geconcludeerd dat bij een intrekking van de maatregelen de dumping uit Indonesië waarschijnlijk zal worden voortgezet of zich zal herhalen.

156. Opmerkingen na de mededeling van feiten en overwegingen

157. De Indonesische autoriteiten reageerden niet binnen de gestelde termijn op de kennisgeving dat artikel 18 kon worden toegepast op de niet-medewerkende producenten. Na de mededeling van feiten en overwegingen voerden de Indonesische autoriteiten en een van de medewerkende producenten in Indonesië evenwel aan dat de twee medewerkende Indonesische producenten een groot deel van de Indonesische bedrijfstak vertegenwoordigden. Daarom moet de mate van medewerking van Indonesië volgens de partijen als aanzienlijk worden aangemerkt, zodat artikel 18 niet mag worden toegepast. Verder betoogden bovengenoemde partijen dat diverse Indonesische producenten in het TNO niet naar de Unie uitvoerden en dus niet konden medewerken. Ten slotte werd aangevoerd dat een van de medewerkende producenten een dermate groot aandeel in de Indonesische uitvoer had dat de medewerkende producenten als representatief voor die uitvoer moeten worden beschouwd, en dat het feit dat voor de betrokken onderneming geen dumping werd vastgesteld, ertoe moet leiden dat de maatregelen voor Indonesië moeten vervallen.

158. Duidelijk moet worden gesteld dat artikel 18 niet op de medewerkende producenten is toegepast en dat bij het onderzoek ten volle rekening is gehouden met de door hen verstrekte gegevens. Wat de toepassing van artikel 18 op de overige Indonesische producenten betreft, heeft de Commissie wegens het ontbreken van gegevens over die partijen geen andere keus dan gebruik te maken van de beste gegevens die beschikbaar zijn. Er wordt aan herinnerd dat de diensten van de Commissie voor een beoordeling van de waarschijnlijkheid van een voortzetting of herhaling van dumping in het kader van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van een maatregel een oordeel moeten geven over diverse aspecten van de gehele bedrijfstak in het land van uitvoer, zoals binnenlandse capaciteit, productie en prijzen en uitvoer naar derde landen.

159. Omdat de niet-medewerkende Indonesische producenten een groot deel van de Indonesische bedrijfstak uitmaken, niet alleen wat de uitvoer naar de Unie betreft, maar ook op het punt van de productie en de uitvoer naar derde landen, bevestigt de Commissie de toepassing van artikel 18 met betrekking tot de niet-medewerkende Indonesische producenten, zoals uiteengezet in overweging 43.

160. Ten aanzien van het verzoek om de maatregelen voor de Indonesische uitvoer in te trekken, moet worden opgemerkt dat de Indonesische autoriteiten geen gegevens hebben verstrekt die kunnen leiden tot een wijziging van de conclusie van de Commissie over de representativiteit van de medewerkende exporteur, die, zoals in overweging 41 is vermeld, tijdens het TNO 40-60% van de totale Indonesische uitvoer vertegenwoordigde. Daarom kan de medewerkende exporteur waarvan werd vastgesteld dat hij niet met dumping uitvoerde, niet als representatief voor de gehele Indonesische uitvoer worden aangemerkt. In overweging 55 is aangetoond dat de rest van de Indonesische uitvoer tegen dumpingprijzen plaatsvond. Daarom wordt de conclusie dat de dumping vanuit Indonesië voortduurde, bevestigd. Verder is het feit dat de dumping niet wordt voortgezet op zich onvoldoende reden om de antidumpingmaatregelen te beëindigen, indien, zoals in het onderhavige onderzoek, wordt vastgesteld dat herhaling van de dumping waarschijnlijk is. Derhalve wordt geconcludeerd dat het verzoek om de maatregelen te beëindigen op grond van het feit dat de medewerkende Indonesische exporteur niet met dumping uitvoerde, niet kan worden ingewilligd.

161. De Indonesische autoriteiten en een de medewerkende Indonesische producenten hebben ook verzocht om een volledige bekendmaking van de cijfers over de totale Indonesische uitvoer naar de Unie. Er wordt evenwel aan herinnerd dat indexering van die gegevens (zie de voetnoot bij overweging 41) noodzakelijk was om de Indonesische producent-exporteur te beschermen tegen openbaarmaking van gevoelige bedrijfsinformatie. De geringe omvang van de markt en het beperkte aantal belanghebbenden rechtvaardigen de indexering van die cijfers. Er is derhalve een goede reden om de geheimhouding in stand te houden, zodat het verzoek om openbaarmaking van de cijfers over de totale Indonesische uitvoer naar de Unie moet worden afgewezen.

162. Conclusie betreffende de waarschijnlijkheid van voortzetting en/of herhaling van dumping

163. Op grond van bovenstaande overwegingen luidt de conclusie dat indien de maatregelen worden ingetrokken, voortzetting van de dumping door beide bij dit nieuwe onderzoek betrokken landen waarschijnlijk is.

D. SITUATIE OP DE MARKT VAN DE UNIE

164. Definitie van de bedrijfstak van de Unie

165. Natriumcyclamaat wordt in de Unie alleen vervaardigd door de producent die het verzoek heeft ingediend: Productos Aditivos S.A. Deze onderneming werd daarom geacht de bedrijfstak van de Unie te zijn in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening.

166. Verbruik in de Unie

167. De gegevens over het verbruik van de Unie werden berekend aan de hand van de totale invoer van het betrokken product in de Unie (statistieken van Eurostat) en de totale gecontroleerde verkoop door de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie. Omdat deze gegevens uit twee bronnen afkomstig zijn en de verkopen door de indiener van het verzoek vertrouwelijk moeten blijven, wordt de ontwikkeling van het verbruik hieronder in de vorm van indexcijfers gegeven.

168. Het verbruik van natriumcyclamaat in de Unie bedroeg in de beoordelingsperiode tussen 5 000 en 7 000 ton. Het nam tussen 2005 en 2006 met 6% toe en tussen 2006 en 2007 met 15%. Tussen 2007 en het eind van het TNO daalde het vervolgens met 18%.

Tabel 1

VERBRUIK IN DE UNIE

2005 | 2006 | 2007 | 2008 (TNO) |

INDEX | 100 | 106 | 122 | 103 |

169. Invoer uit de betrokken landen

170. Cumulatie

171. De Commissie heeft aan de hand van de criteria van artikel 3, lid 4, van de basisverordening onderzocht of de gevolgen van de invoer met dumping uit de betrokken landen cumulatief moesten worden beoordeeld. In dat artikel is bepaald dat wanneer de invoer van een product uit meer dan een land terzelfder tijd aan een antidumpingonderzoek wordt onderworpen, de gevolgen van die invoer uitsluitend cumulatief worden beoordeeld indien wordt vastgesteld dat a) de dumpingmarge voor het uit elk land ingevoerde product meer dan minimaal is in de zin van artikel 9, lid 3, van de basisverordening en de uit elk land ingevoerde hoeveelheid niet te verwaarlozen is, en b) een cumulatieve beoordeling van de gevolgen van de invoer gezien de concurrentieverhoudingen tussen de ingevoerde producten onderling en tussen de ingevoerde producten en het soortgelijke product uit de Unie opportuun is.

172. Er werd eerst vastgesteld dat de dumpingmarge voor elk van de betrokken landen meer dan minimaal was. Bovendien was de omvang van de invoer met dumping uit elk van die landen niet te verwaarlozen in de zin van artikel 5, lid 7, van de basisverordening. De invoer uit China en Indonesië bedroeg tijdens het TNO immers ongeveer 50% van het verbruik in de Unie. Bij de berekening van de omvang van de invoer werd de invoer die niet met dumping plaatsvond, buiten beschouwing gelaten.

173. Bij het onderzoek bleek verder dat de concurrentieverhoudingen vergelijkbaar waren, zowel tussen de met dumping ingevoerde producten onderling als tussen de met dumping ingevoerde producten en het soortgelijke product uit de Unie. Ongeacht hun oorsprong blijken natriumcyclamaat dat door de betrokken landen wordt vervaardigd en verkocht en natriumcyclamaat dat door de bedrijfstak van de Unie wordt vervaardigd en verkocht, met elkaar te concurreren; zij hebben namelijk dezelfde basiseigenschappen, zijn vanuit het oogpunt van de gebruiker grotendeels verwisselbaar en worden via dezelfde distributiekanalen verkocht. Ook lagen de prijzen van de invoer uit China waarop de maatregelen van toepassing waren en die van de met dumping ingevoerde producten uit Indonesië in dezelfde orde van grootte. Bij een vergelijking van de prijzen in hetzelfde handelsstadium werd bovendien onderbieding van de prijzen van de bedrijfstak van de Unie vastgesteld.

174. In het licht van bovenstaande overwegingen werd geconcludeerd dat door de invoer uit China waarop de maatregelen van toepassing waren en door de invoer met dumping uit Indonesië aan alle in artikel 3, lid 4, van de basisverordening genoemde criteria werd voldaan, zodat het effect van deze invoer cumulatief moest worden beoordeeld.

175. Omvang en marktaandeel van de invoer met dumping

176. De ontwikkeling van de invoer met dumping uit China en Indonesië en het marktaandeel van deze invoer was tijdens de beoordelingsperiode als volgt:

Tabel 2

Totaal invoer met dumping | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 (TNO) |

Index | 100 | 109 | 198 | 195 |

Tabel 3

Marktaandeel van de invoer met dumping | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 (TNO) |

Index | 100 | 103 | 161 | 189 |

177. De omvang en het marktaandeel van de invoer met dumping zijn in de beoordelingsperiode bijna verdubbeld.

178. Prijsontwikkeling en prijsgedrag bij de invoer van het betrokken product

179. Ontwikkeling van de prijzen

180. De gemiddelde prijs van de invoer met dumping uit de betrokken landen ontwikkelde zich tijdens de beoordelingsperiode als volgt:

Tabel 4

Gemiddelde prijzen van de invoer met dumping | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 (TNO) |

Index | 100 | 103 | 104 | 99 |

181. Tabel 4 is ontleend aan de beschikbare statistische gegevens, waaronder die van Eurostat. De algemene trend van de prijzen van de in de Unie ingevoerde producten vertoonde tot 2007 een stijging, waarna de prijzen in het TNO daalden tot onder het niveau van 2005.

182. Prijsonderbieding

183. Voor de vaststelling van de prijsonderbieding baseerde de Commissie haar analyse op de informatie die in de loop van het onderzoek door de medewerkende producent-exporteur in China werd verstrekt. Voor andere, niet-medewerkende ondernemingen uit zowel China als Indonesië werd voor de vaststelling van de prijsonderbieding uitgegaan van Eurostatgegevens.

184. Voor de berekening van de prijsonderbieding is dezelfde methode gebruikt als bij het oorspronkelijke onderzoek. De invoerprijzen, inclusief de antidumpingrechten, van de producent-exporteur werden met de prijzen van de bedrijfstak van de Unie vergeleken aan de hand van de gewogen gemiddelde prijzen voor producten van dezelfde kwaliteit in het TNO. De prijzen van de bedrijfstak van de Unie werden af fabriek vergeleken met de cif-invoerprijs, grens Unie, plus antidumping- en invoerrechten. Deze prijsvergelijking werd uitgevoerd voor hetzelfde handelsstadium, waar nodig gecorrigeerd, en na aftrek van rabatten en kortingen.

Tabel 5

Prijsonderbieding | 2008 (TNO) |

China: |

- Golden Time | 21.6% |

- andere ondernemingen | 3.2% |

Indonesië: |

- andere ondernemingen | 18.7% |

185. Invoer uit andere landen

De invoer uit andere derde landen was in de beoordelingsperiode verwaarloosbaar (minder dan 50 ton per jaar), zodat deze niet van invloed kon zijn op de situatie van de bedrijfstak van de Unie.

186. Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie

187. Overeenkomstig artikel 3, lid 5, van de basisverordening onderzocht de Commissie alle relevante economische factoren en indicatoren die tussen 2005 en het eind van het TNO op de situatie van de bedrijfstak van de Unie van invloed waren.

188. Met het oog op de geheimhouding van bedrijfsinformatie moet de informatie over de bedrijfstak van de Unie in de vorm van indexen worden gepresenteerd.

189. Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad

190. De productie van de bedrijfstak van de Unie daalde tussen 2005 en het eind van het TNO met 13%. Omdat de productiecapaciteit in die periode niet veranderde, nam de bezettingsgraad met 10% af, wat overeenkomt met de ontwikkeling van de productie.

Tabel 6

Indexen | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 (TNO) |

Productiecapaciteit | 100 | 100 | 100 | 100 |

Productievolume | 100 | 106 | 88 | 87 |

Bezettingsgraad | 100 | 106 | 88 | 87 |

191. Verkopen in de Unie

192. Tabel 7 laat zien dat de door de bedrijfstak van de Unie verkochte hoeveelheden duidelijk zijn afgenomen. Daarbij komt nog dat het totale verbruik gedurende dezelfde periode met 3% toenam, zoals blijkt uit tabel 1. Het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie werd tussen 2005 en het eind van het TNO veel kleiner. Dit staat in contrast met de voortdurende toename van het marktaandeel van de gecumuleerde invoer met dumping uit China en Indonesië tijdens de beoordelingsperiode (zie overweging 100). De bedrijfstak van de Unie verhoogde de verkoopprijzen per eenheid bij een teruglopende verkoop. Al met al leed de bedrijfstak van de Unie ondanks de verhoging van de prijzen per eenheid in het TNO nog steeds verlies op zijn natriumcyclamaat.

Tabel 7

Indexen | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 (TNO) |

Omvang van de verkoop | 100 | 93 | 81 | 72 |

Marktaandeel | 100 | 88 | 66 | 70 |

Verkoopprijs per eenheid | 100 | 100 | 108 | 123 |

193. Voorraden

194. De omvang van de voorraden van de bedrijfstak van de Unie schommelde hevig tussen 2005 en het eind van het TNO, en was aan het eind van het TNO met bijna de helft afgenomen.

Tabel 8

Index | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 (TNO) |

Voorraad (ton) | 100 | 113 | 29 | 53 |

195. Winstgevendheid

196. Ondanks een lichte verbetering bleef de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie gedurende de gehele beoordelingsperiode negatief.

197. Werkgelegenheid, productiviteit en lonen

198. De werkgelegenheid in de bedrijfstak van de Unie is in de beoordelingsperiode met 19% gedaald. De productiviteit per werknemer (productie in tonnen gedeeld door het aantal werknemers) nam toe. Over de gehele beoordelingsperiode stegen de gemiddelde loonkosten per werknemer met 5%.

Tabel 9

Indexen | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 (TNO) |

Werkgelegenheid | 100 | 88 | 91 | 81 |

Loonkosten per werknemer | 100 | 99 | 81 | 105 |

Productiviteit (per werknemer) | 100 | 121 | 97 | 107 |

199. Investeringen, rendement van investeringen

200. In de beoordelingsperiode namen de investeringen met bijna de helft af, een weerspiegeling van de over het geheel genomen negatieve situatie van de producent in de Unie. Het rendement van investeringen, uitgedrukt als de verhouding tussen de nettowinst van de enige producent in de Unie en de brutoboekwaarde van zijn vaste activa, komt overeen met de trend voor de winstgevendheid. De daling bedroeg in de beoordelingsperiode bijna 80%.

Tabel 10

Indexen | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 (TNO) |

Investeringen | 100 | 44 | 7 | 53 |

Rendement van investeringen | 100 | 54 | 20 | 21 |

201. Kasstroom en vermogen om kapitaal aan te trekken

202. De kasstroom van de bedrijfstak van de Unie kon alleen worden beoordeeld in relatie tot de totale activiteit van de bedrijfstak van de Unie. Deze bleef in 2005 nog enigszins positief, maar verslechterde in de periode daarna en werd in de rest van de beoordelingsperiode negatief. Wegens de verliezen gedurende de beoordelingsperiode werd het voor de bedrijfstak van de Unie ook moeilijker kapitaal aan te trekken.

203. Hoogte van de dumpingmarge

204. Tijdens de beoordelingsperiode duurde de dumping uit beide betrokken landen voort; de medewerkende Indonesische producent-exporteur vormde evenwel een uitzondering. Gezien de totale omvang van de uitvoer en de prijzen van de invoer met dumping uit de betrokken landen mag het effect hiervan niet als verwaarloosbaar worden aangemerkt.

205. Herstel van de gevolgen van eerdere dumping

206. De antidumpingmaatregelen tegen natriumcyclamaat van oorsprong uit China en Indonesië werden ingesteld in maart 2004. Sindsdien hebben de producenten in de Unie zich slechts ten dele hersteld, zoals hierboven nader is beschreven.

207. Conclusie inzake schade

208. De aanwezigheid van laaggeprijsde invoer uit China en Indonesië op de markt van de Unie is sterk toegenomen. Sommige schade-indicatoren voor de bedrijfstak van de Unie vertonen een licht herstel, terwijl de ontwikkeling van andere indicatoren negatief verloopt.

209. Gezien de over het geheel genomen verslechterende situatie van de enige producent in de Unie, de omvang van de invoer met dumping uit China en Indonesië en de aanzienlijke prijsonderbieding die werd vastgesteld, wordt geconcludeerd dat de bedrijfstak van de Unie aanmerkelijke schade heeft geleden.

210. Gevolgen van de invoer met dumping uit de betrokken landen en gevolgen van andere factoren

211. Gevolgen van de invoer met dumping uit de betrokken landen

212. Zoals hierboven al is uiteengezet (overweging 100), zijn de omvang en het marktaandeel van de invoer met dumping uit de twee betrokken landen samen in de beoordelingsperiode bijna verdubbeld. Voor beide landen werd ook een aanzienlijke prijsonderbieding vastgesteld. Gezien het feit dat de verslechtering van de situatie van de bedrijfstak van de Unie duidelijk samenviel met de sterke toename van de gecumuleerde invoer met dumping uit China en Indonesië, heeft deze invoer de schade voor de bedrijfstak van de Unie veroorzaakt. Dat blijkt uit het feit dat de penetratie van de invoer met dumping uit China en Indonesië op de markt van de EU is toegenomen, waardoor die invoer een groot gedeelte van het marktaandeel van de producent uit de Unie heeft overgenomen.

213. Gevolgen van andere factoren

214. De Commissie heeft onderzocht of andere bekende factoren dan de invoer met dumping van invloed hadden kunnen zijn op de voortdurende schade voor de producent in de Unie, teneinde te voorkomen dat eventuele door die factoren veroorzaakte schade wordt toegeschreven aan de invoer met dumping.

215. Gevolgen van de invoer zonder dumping uit China en Indonesië

216. De omvang van de invoer zonder dumping uit China en Indonesië is in de beoordelingsperiode voortdurend afgenomen. De prijzen voor deze invoer waren steeds hoger dan die van de invoer met dumping. De invoer zonder dumping uit China en Indonesië heeft daarom niet bijgedragen tot de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade.

217. Prestaties op exportmarkten

218. De uitvoer van de producent in de Unie naar landen buiten de EU maakte minder dan 25% van zijn totale verkoop uit. Anders dan de verkoop in de Unie is de winstgevendheid van de uitvoer in de beoordelingsperiode toegenomen, zodat deze niet tot de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade kan hebben bijgedragen.

219. Schommeling van de grondstofprijzen

220. Prijsschommelingen voor de grondstoffen van natriumcyclamaat kunnen een geringe negatieve invloed op de prestaties van de bedrijfstak van de Unie hebben gehad. Deze factor is evenwel niet groot genoeg om het oorzakelijk verband tussen de geleden schade en de invoer met dumping te verbreken. Deze invoer moet in dezelfde mate als de producent in de Unie te maken hebben gehad met veranderingen in de grondstofprijzen, want er is een nauwe band tussen de productiekosten en de olie- en ureumprijzen.

221. Veranderingen in het verbruikspatroon

222. Veranderingen in het verbruikspatroon als gevolg van de opkomst van nieuwe producten op de markt hadden geen merkbare invloed op het verbruik van natriumcyclamaat. Er lijkt geen sprake te zijn van substitutie van natriumcyclamaat door deze nieuwe producten.

223. Conclusie

224. Op grond van bovenstaande overwegingen luidt de conclusie dat de invoer met dumping uit China en Indonesië aanmerkelijke schade voor de bedrijfstak van de Unie heeft veroorzaakt en dat er geen andere factoren zijn die dit oorzakelijke verband verbreken.

E. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN HET VOORTDUREN VAN SCHADE

225. Gevolgen van de bij het intrekken van de maatregelen verwachte omvang- en prijseffecten voor de situatie van de bedrijfstak van de Unie

226. Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening is de invoer uit de bij dit nieuwe onderzoek betrokken landen onderzocht om na te gaan of het voortduren van schade waarschijnlijk is.

227. Wat de waarschijnlijke gevolgen van het vervallen van de maatregelen voor de bedrijfstak van de Unie betreft, werden in het verlengde van de hierboven samengevatte elementen in verband met de waarschijnlijkheid van voortzetting van dumping, de volgende factoren beoordeeld.

228. China

229. Zoals in overweging 40 al werd geconcludeerd, vindt de uitvoer uit China door de bij dit nieuwe onderzoek betrokken exporteurs nog steeds plaats tegen dumpingprijzen. Ook de Chinese uitvoer naar andere derde landen blijkt tegen dumpingprijzen plaats te vinden, wat duidt op structureel dumpinggedrag.

230. Uit een analyse van de in China beschikbare capaciteiten blijkt dat de vrij beschikbare productiecapaciteit van de bij dit nieuwe onderzoek betrokken ondernemingen in China vele malen groter is dan de omvang van de markt van de Unie (overweging 61). Het vermogen van de markt van andere derde landen om veel meer invoer uit China te absorberen is ook beperkt (overweging 63). Daarom is het voor de Chinese producenten-exporteurs aantrekkelijk om grote hoeveelheden tegen dumpingprijzen op de markt van de Unie af te zetten, mochten de maatregelen worden ingetrokken (overweging 65).

231. De waargenomen hoge dumping- en prijsonderbiedingsmarges wijzen erop dat bovengenoemde uitvoer naar de Unie zal plaatsvinden tegen dumpingprijzen die ver onder de prijzen en kosten van de producent in de Unie liggen.

232. Het gecombineerde effect van omvang en prijzen kan leiden tot een verslechtering van de toch al zorgwekkende toestand van de bedrijfstak van de Unie. Een dergelijk scenario zal hoogstwaarschijnlijk leiden tot verdere prijsverlagingen en/of een geringere productie en verkoop door de bedrijfstak van de Unie. De financiële situatie van de bedrijfstak van de Unie zal verder verslechteren, waardoor de schade nog zal toenemen. Deze ontwikkeling zal waarschijnlijk een eind maken aan het bestaan van de enige producent in de Unie.

233. Indonesië

234. Het onderzoek heeft aangetoond dat er in het TNO nog steeds sprake was van invoer met dumping uit Indonesië. Verder bleek uit het onderzoek dat de totale vrij beschikbare capaciteit in Indonesië meer dan driekwart van de omvang van de markt van de Unie bedraagt en waarschijnlijk in de nabije toekomst nog zal toenemen (overweging 75). Omdat er geen aanwijzingen zijn dat andere derde markten of de binnenlandse markt deze overcapaciteit kunnen absorberen, kan dit leiden ertoe leiden dat bij het vervallen van de maatregelen de uitvoer tegen lagere prijzen naar de Europese Unie zal toenemen.

235. Evenals in het geval van China wijzen de waargenomen hoge dumping- en prijsonderbiedingsmarges erop dat de uitvoer uit Indonesië naar de Unie zal plaatsvinden tegen dumpingprijzen die ver onder de prijzen en kosten van de producent in de Unie liggen. Ook in dit geval kan het gecombineerde effect van omvang en prijzen leiden tot een verdere verslechtering van de toch al zorgwekkende situatie van de bedrijfstak van de Unie en zal dit waarschijnlijk een eind maken aan het bestaan van de enige producent in de Unie. Evenals voor China lijkt er bij de uitvoer van Indonesië naar andere derde landen ook sprake van dumping te zijn, omdat de prijzen nog onder die voor uitvoer naar de Europese Unie liggen, wat duidt op structureel dumpinggedrag.

236. Conclusie betreffende de waarschijnlijkheid van voortdurende schade

237. De bedrijfstak van de Unie lijdt al jaren onder de gevolgen van invoer met dumping, waardoor hij zich nog steeds in een zorgwekkende economische situatie bevindt.

238. Zoals hierboven is vastgesteld, is uit het onderzoek gebleken dat de bedrijfstak van de Unie ook in het TNO schade heeft geleden. Het voortduren van de schade is volgens artikel 11, lid 2, van de basisverordening op zich een sterke indicator dat de schade ook in de toekomst waarschijnlijk zal voortduren, wat erop lijkt te wijzen dat de maatregelen moeten worden gehandhaafd.

239. De bevindingen ten aanzien van de invoer wijzen erop dat de invoer van grote hoeveelheden tegen dumpingprijzen waarschijnlijk zal voortduren en dat de prijsdruk waarschijnlijk zal zorgen voor een verheviging van de concurrentie tussen de invoer met dumping en het in de Unie geproduceerde natriumcyclamaat. Uit het onderzoek zijn geen factoren naar voren gekomen die het sterke verband tussen de invoer met dumping en de schade die de bedrijfstak van de Unie lijdt, verbreken.

240. Wanneer de maatregelen worden beëindigd, zal de situatie van de bedrijfstak van de Unie verslechteren, waardoor het voortbestaan van de enige producent in de Unie op het spel komt te staan.

241. Daarom wordt geconcludeerd dat het als gevolg van de invoer met dumping uit China en Indonesië zeer waarschijnlijk is dat de schade voor de bedrijfstak van de Unie zal voortduren.

F. BELANG VAN DE UNIE

242. Inleiding

243. Ingevolge artikel 21 van de basisverordening werd onderzocht of handhaving van de bestaande antidumpingmaatregelen in strijd is met het belang van de Unie. Het belang van de Unie werd bepaald aan de hand van een afweging van de belangen van de betrokkenen: de producent in de Unie die het verzoek heeft ingediend, de importeurs, de leveranciers en de gebruikers.

244. Belang van de producent in de Unie die het verzoek heeft ingediend

245. Ten aanzien van de enige producent in de Unie moet worden opgemerkt dat zijn verliezen voortvloeien uit zijn moeilijkheden te concurreren met de laaggeprijsde invoer met dumping; deze had in het begin van de beoordelingsperiode al een groot marktaandeel en dit marktaandeel is in de beoordelingsperiode nog aanzienlijk groter geworden.

246. Voortzetting van de maatregelen zou de producent in de Unie ten goede komen, daar deze dan in elk geval in staat zou zijn meer af te zetten en misschien ook zijn verkoopprijzen te verhogen en op die manier het noodzakelijke rendement te behalen om te kunnen blijven investeren in zijn productiefaciliteiten. Stopzetting van de maatregelen zou daarentegen het herstel beëindigen en leiden tot voortzetting en zelfs verergering van de door de producent in de Unie geleden schade. Dit zou een ernstige bedreiging vormen voor de levensvatbaarheid van deze producent, die dan wellicht zelfs zijn activiteiten zal moeten stopzetten, waardoor het aanbod en de concurrentie op de markt verminderen.

247. Belang van de importeurs

248. Bij de inleiding van de procedure werd een vragenlijst naar twintig niet-verbonden importeurs gestuurd. Drie van hen antwoordden dat zij niet langer actief waren op de markt van het betrokken product. Twee anderen hebben de vragenlijst beantwoord. De medewerkende niet-verbonden importeurs vertegenwoordigden 7% van de totale invoer van het product.

249. Bij het onderzoek werd vastgesteld dat het zeer belangrijk is verschillende leveranciers van natriumcyclamaat te hebben. Om kwaliteits- en voedselzekerheidsredenen moeten importeurs zich zowel in Azië als in Europa kunnen bevoorraden.

250. Belang van de gebruikers

251. Bij de inleiding van de procedure heeft de Commissie een vragenlijst gestuurd naar dertien potentiële gebruikers; slechts twee van hen hebben hierop geantwoord.

252. De belangrijkste gebruikers van het betrokken product in de Unie zijn de levensmiddelen- en drankenindustrie en de farmaceutische industrie. De vraag naar het betrokken product hangt daarom af van de situatie van deze bedrijfstakken.

253. De gebruikers die zich meldden, hadden een hoge winstmarge op producten waarin natriumcyclamaat wordt verwerkt. De gevolgen van de antidumpingrechten op hun totale kosten waren zo gering (minder dan 1%) dat zij niet buitensporig werden getroffen door de bestaande maatregelen.

254. Belang van de leveranciers

255. Er werd een vragenlijst gestuurd naar acht potentiële leveranciers, maar geen van hen heeft de Commissie een antwoord gegeven. Op grond van de beschikbare informatie lijkt het erop dat hun handel in natriumcyclamaat vrijwel te verwaarlozen is. Een verdere verslechtering van de situatie van de enige producent in de Unie kan een beperkte negatieve kettingreactie veroorzaken bij de grondstoffenleveranciers van de enige producent. Op grond hiervan is het niet onredelijk aan te nemen dat de maatregelen ook de leveranciers ten goede komen, omdat zij helpen een van hun afnemers op de been te houden.

256. Conclusie inzake het belang van de Unie

257. Rekening houdend met alle bovengenoemde factoren wordt geconcludeerd dat er geen dwingende redenen zijn die zich tegen de instelling van antidumpingmaatregelen verzetten.

G. DEFINITIEVE ANTIDUMPINGMAATREGELEN

258. Gezien bovenstaande conclusies moeten de van kracht zijnde maatregelen met betrekking tot de invoer van het betrokken product van oorsprong uit China en Indonesië worden gehandhaafd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Er wordt een definitief antidumpingrecht ingesteld op natriumcyclamaat, momenteel ingedeeld onder GN-code ex 2929 90 00 (TARIC-code 2929 90 00 10), van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Indonesië.

2. Het definitieve antidumpingrecht op de in lid 1 omschreven, door onderstaande ondernemingen vervaardigde producten is als volgt:

Land | Onderneming | Recht (EUR per kilo) | Aanvullende Taric-code |

Volksrepubliek China: | Fang Da Food Additive (Shen Zhen) Limited, Gong Le Industrial Estate, Xixian County, Bao An, Shenzhen, 518102, Volksrepubliek China | 0 | A471 |

Fang Da Food Additive (Yang Quan) Limited, Da Lian Dong Lu, Economic and Technology Zone, Yangquan City, Shanxi 045000, Volksrepubliek China | 0 | A472 |

Golden Time Enterprise (Shenzhen) Co. Ltd., Shanglilang, Cha Shan Industrial Area, Buji Town, Shenzhen City, Guangdong Province, Volksrepubliek China | 0,11 | A473 |

Alle andere ondernemingen | 0,26 | A999 |

Indonesië | PT. Golden Sari (Chemical Industry), Mitra Bahari Blok D1-D2, Jalan Pakin No. 1, Sunda Kelapa, Jakarta 14440, Indonesië. | 0,24 | A502 |

Alle andere ondernemingen | 0,27 | A999 |

3. Wanneer goederen zijn beschadigd voordat zij in het vrije verkeer worden gebracht en de werkelijk betaalde of te betalen prijs derhalve overeenkomstig artikel 145 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek[7] met het oog op de vaststelling van de douanewaarde verhoudingsgewijs is verminderd, wordt het op basis van lid 2 berekende antidumpingrecht met hetzelfde percentage verminderd als de werkelijk betaalde of te betalen prijs.

4. Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, […]

Voor de Raad

De voorzitter […]

[1] PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.

[2] PB C 56 van 10.3.2009, blz. 42.

[3] PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.

[4] PB L 72 van 11.3.2004, blz. 1.

[5] PB C 56 van 10.3.2009, blz. 42.

[6] Omdat slechts een medewerkende onderneming in Indonesië gedurende het TNO naar de Unie uitvoerde, wordt om redenen van geheimhouding voor dit cijfer alleen een orde van grootte gegeven.

[7] PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1.

Top