Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52009IP0110

Vooruitzichten van de Ontwikkelingsagenda van Doha naar aanleiding van de zevende WTO-ministersconferentie Resolutie van het Europees Parlement van 16 december 2009 over de vooruitzichten van de Ontwikkelingsagenda van Doha naar aanleiding van de zevende WTO-ministersconferentie

PB C 286E van 22.10.2010, pp. 1–5 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

22.10.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CE 286/1


Woensdag, 16 december 2009
Vooruitzichten van de Ontwikkelingsagenda van Doha naar aanleiding van de zevende WTO-ministersconferentie

P7_TA(2009)0110

Resolutie van het Europees Parlement van 16 december 2009 over de vooruitzichten van de Ontwikkelingsagenda van Doha naar aanleiding van de zevende WTO-ministersconferentie

2010/C 286 E/01

Het Europees Parlement,

gezien artikel 36 („Beginselen en doelstellingen”) en artikel 37 („Toezeggingen”) van deel IV van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel (GATT),

gezien de ministeriële verklaring over het Doha-proces van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) van 14 november 2001,

gezien de ministeriële verklaring van Hongkong van de WTO van 18 december 2005,

onder verwijzing naar zijn resolutie van 4 april 2006 over de evaluatie van de Doha-ronde na de ministersconferentie van de WTO in Hong Kong (1),

gezien de ontwerpblauwdrukken (of „modaliteiten”) uit 2008 voor een definitief akkoord inzake de handel in landbouwproducten en niet-landbouwproducten,

gezien de verbintenis van de wereldleiders van de G20 op recente topbijeenkomsten de status quo te handhaven en zich te onthouden van maatregelen die belemmeringen voor handel en investeringen zouden opwerpen en dergelijke eventueel bestaande belemmeringen te corrigeren,

gezien de inauguratietoespraak van Pascal Lamy tijdens het Publieksforum van de WTO op 28 september 2009,

gezien de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling van de Verenigde Naties en de hulptoezeggingen van de EU-lidstaten voor de bestrijding van honger en armoede,

gezien het jaarverslag van de WTO voor 2009,

gezien het verslag van de voorzitter van de zevende ministerconferentie van de WTO van 2 december 2009,

gelet op de artikelen 115, lid 5, en 110, lid 2, van zijn Reglement,

A.

overwegende dat het startschot voor de Doha-ronde werd gegeven in 2001 met het doel nieuwe kansen op de markt te creëren, de multilaterale handelsregelingen te versterken, de onevenwichtigheden van het handelssysteem aan te pakken, handel in dienst te stellen van duurzame ontwikkeling, en daarbij de ontwikkelingslanden, en met name de minst ontwikkelde landen, nadrukkelijk in de economie te betrekken, op grond van de overtuiging dat een multilateraal systeem, gebaseerd op eerlijkere en billijkere regels, kan bijdragen tot een eerlijke en vrije handel ten dienste van de ontwikkeling van alle continenten,

B.

overwegende dat in de verklaring van Doha de toezeggingen voor een bijzondere en gedifferentieerde behandeling van ontwikkelingslanden, rekening houdend met hun ongelijke situatie, opnieuw worden bevestigd,

C.

overwegende dat de ministeriële WTO-besprekingen ter afronding van de Doha-ronde eind juli 2008 zijn vastgelopen,

D.

overwegende dat de internationale handel bijzonder zwaar getroffen wordt door de economische crisis, met handelsstromen die zelfs veel meer afnemen dan de mondiale productie,

E.

overwegende dat een verbetering van de WTO-regelingen over de vergemakkelijking van de handel en andere kwesties op het gebied van handelsregelingen alle WTO-leden voordelen zouden bieden door een vergroting van de rechtszekerheid, een verlaging van de kosten van handelstransacties en de voorkoming van misbruik,

F.

overwegende dat tijdens de zevende ministerconferentie van de WTO, die van 30 november tot en met 2 december 2009 te Genève plaatsvond, het grote belang van handel en van de Doha-ronde voor het economische herstel en de vermindering van de armoede in ontwikkelingslanden werd benadrukt,

G.

overwegende dat tijdens de werkbijeenkomst van 1 december 2009 op de zevende ministerconferentie voor het eerst de benaming „Europese Unie” werd gebruikt in de WTO, naar aanleiding van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon,

1.

herhaalt andermaal grote waarde te hechten aan het multilaterale handelssysteem en de WTO als garant voor een handelssysteem dat op regels gebaseerd is; is van mening dat de WTO een sleutelrol speelt bij het garanderen van een betere omgang met de globalisering en een rechtvaardiger verdeling van de voordelen daarvan;

2.

is van mening dat de regels en verplichtingen van de WTO in de huidige economische crisis grotendeels hebben voorkomen dat leden een beroep op handelsbeperkende maatregelen moesten doen, terwijl ze daarbij ruimte lieten voor flexibiliteit bij de invoering van economische herstelmaatregelen;

3.

moedigt alle WTO-leden aan zich te blijven inzetten voor een actieve bestrijding van protectionisme in al hun bilaterale en multilaterale handelsbetrekkingen en toekomstige overeenkomsten;

Ontwikkelingsagenda van Doha (DDA)

4.

bevestigt opnieuw zijn krachtige steun aan het denkbeeld de ontwikkeling in het middelpunt van de DDA te plaatsen en vraagt de WTO-leden daden te laten volgen op de omschrijving van de ambitieuze doelen in de ministeriële verklaring van Doha van 2001 om ervoor te zorgen dat de huidige handelsronde tot een ontwikkelingsronde uitgroeit en een bijdrage levert aan het bereiken van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling van de VN;

5.

is van mening dat de ontwikkelde landen, als zij zich volledig willen kwijten van hun verplichting om een ontwikkelingsronde af te wikkelen, ervan moeten afzien onderhandelingsdoelstellingen na te streven die schadelijk kunnen zijn voor de ontwikkelingsdoelstellingen van de ronde; is tevens van mening dat de opkomende landen er voor moeten zorgen dat hun ontwikkelingsdoelstellingen de doelstellingen van andere ontwikkelingslanden, en met name van de minst ontwikkelde landen, niet schaden;

6.

erkent de vooruitgang die is geboekt met betrekking tot de Ontwikkelingsagenda sinds de ministerconferentie in Hong Kong; neemt kennis van het engagement dat werd getoond tijdens de zevende ministersconferentie in Genève, die niet ging over de DDA-onderhandelingen;

7.

geeft zijn krachtige steun aan de afronding van de DDA op basis van een alomvattend, ambitieus en evenwichtig resultaat van de onderhandelingen, wat ten goede zou komen aan de wereldwijde economische groei en ontwikkeling, alsook aan de geloofwaardigheid van een multilateraal handelssysteem; is van oordeel dat een geslaagde afsluiting van de Ontwikkelingsagenda een belangrijke parameter zou kunnen zijn bij het stimuleren van een wereldomspannend economisch herstel na de financiële en economische crisis;

8.

dringt er bij de opkomende economieën op aan hun verantwoordelijkheid als economische actoren in de wereld op te nemen en concessies te doen die evenredig zijn aan hun ontwikkelingsniveau en hun (sectoriële) concurrentiekracht; beklemtoont het belang van de noord-zuid- en van de zuid-zuidhandel;

9.

dringt er bij de ontwikkelde landen en de opkomende economieën op aan zich aan te sluiten bij het EU-initiatief „Everything but arms” („Alles behalve wapens”), waaraan voor de minst ontwikkelde landen een volledig accijnsvrije en quotavrije markttoegang verbonden is; beklemtoont voorts het belang van een sterker kader voor „Aid for trade” („Hulp voor handel”);

10.

verzoekt de Commissie de doelstellingen na te streven die zijn vastgelegd in het onderhandelingsmandaat met betrekking tot de bescherming van geografische aanduidingen en intellectuele eigendomsrechten, de markttoegang voor industriële goederen en diensten en openbare aanbestedingen in zowel de ontwikkelde als de ontwikkelingslanden, en minimale vereisten voor milieu en sociale normen;

11.

spoort de EU aan een leidende rol op zich te nemen bij de bevordering van reële vooruitgang op het vlak van de lopende WTO-onderhandelingen teneinde de Doha-ronde af te ronden en tevens de volledige deelname van de ontwikkelingslanden en de minst ontwikkelde landen aan de wereldhandel te vergemakkelijken door overbrugging van de uiteenlopende standpunten van de WTO-leden;

Landbouw

12.

vraagt de Commissie zich strikt aan haar onderhandelingsmandaat van de Raad te houden, dat bepaalt dat de reeds voltooide hervorming van het GLB de grens vormt van haar bewegingsvrijheid, mits haar handelspartners tot gelijksoortige concessies bereid zijn, en vraagt de Commissie tevens het EU-standpunt inzake geografische aanduidingen daadkrachtig te verdedigen;

13.

vraagt de Commissie de ACS-producenten en de communautaire producenten in het kader van het akkoord inzake bananen dat zich in de afrondingsfase bevindt een reële rechtszekerheid te bieden en tevens te garanderen dat rekening wordt gehouden met de financiële consequenties van dit akkoord;

14.

herinnert eraan dat de leden van de WTO zich er tijdens de ministersconferentie te Hong Kong zowel toe verbonden hebben alle vormen van uitvoersubsidies uit de weg te ruimen als sancties in te voeren op alle uitvoermaatregelen die een soortgelijk effect beogen;

15.

dringt er bij de ontwikkelde landen en de opkomende economieën op aan ervoor te zorgen dat de overeenkomst de ontwikkelingslanden de mogelijkheid geeft de beleidsmiddelen te gebruiken die ze nodig hebben om hun landbouwsector en hun plaatselijke voedselproductie te beschermen en te ontwikkelen, de levensstandaard op het platteland te verhogen en de voedselzekerheid te verbeteren (d.w.z. zorgen voor universele toegang tot voldoende voedsel tegen betaalbare prijzen); vraagt bijgevolg dat in de overeenkomst duidelijke bepalingen worden opgenomen voor een speciale en differentiële behandeling, met name met betrekking tot bijzondere producten en specifieke beschermingsmechanismen;

Markttoegang voor niet-landbouwproducten (NAMA)

16.

dringt erop aan dat van ambitie getuigende resultaten in de onderhandelingen over de NAMA worden bereikt, waardoor reële kansen op de toegang tot nieuwe markten worden gegarandeerd door middel van aanzienlijke verlagingen van de toegepaste tarieven, terwijl er mogelijkheden voor een bijzondere en differentiële behandeling aanwezig blijven; is voorstander van het nastreven van sectoriële initiatieven op gebieden die voor de export van de EU van belang zijn;

Diensten

17.

dringt er bij de Commissie op aan een standvastige onderhandelingspositie te blijven innemen, die gericht is op betere markttoegang voor producten en diensten uit de EU in zowel de industrielanden als de opkomende economieën;

18.

roept op ervoor te zorgen dat handelsovereenkomsten in de sector van de financiële diensten maatregelen omvatten die garanderen dat de doelstellingen van de internationale gemeenschap en van de G20 om deze diensten te reguleren worden geëerbiedigd, en met name om „zwarte gaten” en belastingontduiking te vermijden;

19.

dringt aan op intensievere gesprekken op dienstverleningsgebied in de richting van een verdere liberalisering van de diensten in het algemeen, met behoud van de nationale beleidsdoelstellingen van de WTO-leden en hun recht overheidsdiensten te reguleren;

Hervorming van de WTO

20.

is van mening dat nagedacht dient te worden over een institutionele hervorming van de WTO om deze organisatie beter te laten functioneren en haar democratische legitimiteit en aanspreekbaarheid te verbeteren; beklemtoont in dit verband het belang van een parlementaire dimensie voor de WTO; verzoekt de Commissie een actieve rol te spelen bij de toekomstige institutionele hervorming van de WTO en bij de bevordering van een parlementaire vergadering bij de WTO;

21.

is van mening dat de WTO de banden tussen handel en nieuwe globale uitdagingen, zoals klimaatverandering, voedselzekerheid en -soevereiniteit, en fatsoenlijke werkomstandigheden, effectiever moet aanpakken;

22.

wenst een nauwere samenwerking tussen de WTO en andere internationale organisaties en organen, zoals de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO), de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP), het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) en de Conferentie van de Verenigde Naties voor handel en ontwikkeling (UNCTAD), ten einde tot een wederzijdse ondersteuning en tot een consequente benadering van al dan niet met de handel samenhangende kwesties te komen; steunt in dat verband het streven naar vaststelling van internationale normen en samenwerking op regelgevingsgebied;

23.

steunt de versterking van de bestaande en het sluiten van nieuwe, bilaterale en regionale (WTO-plus) vrijhandelsovereenkomsten, als aanvulling op het multilateraal kader;

Verdrag van Lissabon

24.

verzoekt de Commissie het Parlement nauw bij de lopende onderhandelingen te betrekken; wijst er daarom op dat nieuwe onderhandelingen over het Interinstitutioneel Akkoord over de betrekkingen tussen het Parlement en de Commissie nodig zijn om rekening te houden met de bepalingen inzake handel van het Verdrag van Lissabon, krachtens dewelke het EU-handelsbeleid moet worden onderworpen aan strengere democratische controle; is voornemens het Interinstitutioneel Akkoord te herzien om te voorzien in de volledige deelname van het Parlement aan de internationale handelsbesprekingen van de EU; er moet met name voor worden gezorgd dat:

a)

het Parlement wordt geïnformeerd over de gekozen rechtsgrondslag alvorens de onderhandelingen worden gestart,

b)

de Raad er in geval van een formeel verzoek van het Parlement mee instemt geen toestemming voor de start van onderhandelingen te geven tot het Parlement op basis van een verslag van de bevoegde commissie zijn standpunt over het voorgestelde onderhandelingsmandaat heeft bekendgemaakt,

c)

het Parlement regelmatige, volledige en tijdige informatie ontvangt tijdens het verloop van alle bilaterale en multilaterale handelsbesprekingen,

d)

de Commissie vóór er een akkoord wordt gesloten rekening houdt met het standpunt van het Parlement wanneer het Parlement tijdens welke fase van de onderhandelingen ook aanbevelingen over het voeren van de onderhandelingen goedkeurt,

e)

een interinstitutionele databank wordt opgezet en gebruikt waarin alle documenten zijn opgenomen die de Commissie levert aan het speciaal comité als bedoeld in artikel 207, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

*

* *

25.

verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en de parlementen van de lidstaten en de directeur-generaal van de WTO.


(1)  PB C 293 E van 2.12.2006, blz. 155.


Top