This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52001PC0317
Amended Proposal for a Decision of the European Parliament and of the Council establishing a list of priority substances in the field of water policy (presented by the Commission pursuant to Article 250 (2) of the Treaty)
Gewijzigd voorstel voor een beschikking van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de lijst van prioritaire stoffen op het gebied van het waterbeleid (door de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag ingediend)
Gewijzigd voorstel voor een beschikking van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de lijst van prioritaire stoffen op het gebied van het waterbeleid (door de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag ingediend)
/* COM/2001/0317 def. - COD 2000/0035 */
PB C 240E van 28.8.2001, pp. 305–308
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Gewijzigd voorstel voor een Beschikking van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de lijst van prioritaire stoffen op het gebied van het waterbeleid (door de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag ingediend) /* COM/2001/0317 def. - COD 2000/0035 */
Publicatieblad Nr. 240 E van 28/08/2001 blz. 0305 - 0308
Gewijzigd voorstel voor een BESCHIKKING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot vaststelling van de lijst van prioritaire stoffen op het gebied van het waterbeleid (door de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag ingediend) In artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag wordt bepaald dat de Commissie, zolang de Raad geen besluit heeft genomen, te allen tijde gedurende de procedures die tot aanneming van een communautair besluit leiden, haar voorstel kan wijzigen. De Commissie brengt in dit document advies uit over de 20 amendementen die door het Europees Parlement zijn aangenomen en wijzigt daarbij haar voorstel overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag. 1. Achtergrond Vóór de tweede lezing over het voorstel voor een richtlijn tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (hierna de water-kaderrichtlijn of Richtlijn 2000/60/EG te noemen) heeft de Commissie overeenkomstig de eerdere verzoeken van de Raad en het Europees Parlement op basis van het toenmalige artikel 16 van de voorgestelde richtlijn een eerste voorstel voor een beschikking ingediend. Bij de bemiddeling is echter een compromis ontstaan waarin een nieuw lid aan artikel 16 is toegevoegd met de bepaling dat er "prioritaire gevaarlijke stoffen" moeten worden aangewezen. Daarom heeft de Commissie besloten haar voorstel na de vaststelling van Richtlijn 2000/60/EG te wijzigen. De procedure is tot nu toe als volgt verlopen: Indiening van het voorstel (COM(2000) 47 def.) bij het Europees Parlement en de Raad (overeenkomstig artikel 175, lid 1, van het Verdrag) // 7 februari 2000 Besluit van het Comité van de Regio's om geen advies uit te brengen // 3 maart 2000 Advies van het Economisch en Sociaal Comité // 12 juli 2000 Indiening van het gewijzigde voorstel (COM(2001) 17 def.) bij het Europees Parlement en de Raad (overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het Verdrag) // 16 januari 2001 Advies van het Europees Parlement - eerste lezing // 15 mei 2001 Het Europees parlement heeft het gewijzigde voorstel van de Commissie in eerste lezing in grote lijnen gesteund. De kern van de voorgestelde beschikking, de lijst met prioritaire stoffen in de bijlage, is enigszins aangescherpt door de termijn voor de evaluatie van bepaalde prioritaire stoffen die als "prioritaire gevaarlijke stoffen" zouden kunnen worden aangewezen, terug te brengen tot één jaar na de vaststelling en nog eens drie prioritaire stoffen aan te wijzen die moeten worden geëvalueerd. Veel andere aspecten van de besprekingen hebben geleid tot de wijziging of toevoeging van overwegingen die bepaalde aspecten van de water-kaderrichtlijn moeten benadrukken of een leidraad moeten vormen voor de toekomstige herziening van de lijst die uiterlijk voor december 2004 op de agenda staat. 2. Doelstelling van het voorstel van de Commissie Het gewijzigde voorstel is bedoeld om overeenkomstig artikel 16, lid 2, van de water-kaderrichtlijn (Richtlijn 2000/60/EG [1]) de prioritaire stoffen te selecteren en overeenkomstig artikel 16, lid 3, de "prioritaire gevaarlijke stoffen" aan te wijzen. De lijst van prioritaire stoffen wordt als bijlage X in de richtlijn opgenomen. De Commissie zal binnen twee jaar na de vaststelling van de lijst voorstellen voor kwaliteitsnormen en emissiebeperking indienen. Voor de "prioritaire gevaarlijke stoffen" is de emissiebeperking gericht op de stopzetting of geleidelijke beëindiging van lozingen, emissies en verliezen binnen 20 jaar. [1] PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1. 3. Advies van de Commissie over de amendementen van het Europees Parlement Het Europees Parlement heeft 20 amendementen aangenomen. De Commissie kan 12 amendementen volledig overnemen (3, 4, 5, 6, 8, 9, 10, 11, 13, 15, 21 en 23). Daarnaast kunnen twee amendementen gedeeltelijk (12 en 25) en drie amendementen in beginsel (24, 27 en 28) worden overgenomen. De overige drie amendementen (17, 18, en 19) zijn voor de Commissie niet aanvaardbaar. De Commissie heeft over de amendementen van het Europees Parlement de volgende standpunten ingenomen: 3.1. De door de Commissie overgenomen amendementen De Commissie heeft de amendementen 3, 4, 5, 6, 8, 9, 10, 11, 13, 15, 21 en 23 om de volgende redenen volledig overgenomen: Amendement 21 benadrukt het tijdschema volgens artikel 16, lid 6, en de uiteindelijke doelstelling, vergelijkbaar met artikel 1, onder e), voor de tenuitvoerlegging van maatregelen voor prioritaire gevaarlijke stoffen. Amendement 23 verduidelijkt dat voor natuurlijke bronnen van in de natuur voorkomende stoffen geen sprake kan zijn van stopzetting of geleidelijke beëindiging van lozingen, emissies en verliezen. Dit is in overeenstemming met artikel 1, onder e), en overweging 27 van Richtlijn 2000/60/EG. Amendement 3 vereist dat derde landen die grensoverschrijdende rivierbekkens met de Gemeenschap gemeen hebben, bij de procedure worden betrokken. Sinds de opstelling van de eerste prioriteitenlijst is dit bij de voorbereidende werkzaamheden in het kader van artikel 16 gebruikelijk geworden. Amendement 5 vermeldt de relevante internationale overeenkomsten waarmee rekening moet worden gehouden bij de aanwijzing van prioritaire gevaarlijke stoffen overeenkomstig artikel 16, lid 3. Deze internationale overeenkomsten zijn aan de orde gekomen bij de voorbereiding van het gewijzigde voorstel, zoals in het werkdocument [2] van de diensten van de Commissie is vermeld. [2] Werkdocument ENV/191000/01: "Identification of Priority Hazardous Substances" van 16/01/2001 (Adonis nr. 901019). Amendement 8 roept op tot afstemming met het onderzoek en de besluitvorming in het kader van het OSPAR-verdrag. In beide gevallen is dit al gebruikelijk geworden. Amendement 9 behelst enkele specificaties voor de herziening van de lijst van prioritaire stoffen om ervoor te zorgen dat alle potentiële prioritaire stoffen in aanmerking worden genomen. Deze aspecten komen in beginsel in de bestaande procedures aan de orde. Amendement 10 stelt dat de beschikbaarheid van relevante gegevens voor de toekomstige selectie van prioritaire stoffen in het kader van de water-kaderrichtlijn voor een groot deel afhankelijk is van de verbetering van de beschikbare testgegevens via het beleid voor chemische stoffen. Door de huidige herziening van het communautair beleid voor chemische stoffen, zoals geschetst in het recente witboek [3], zal ervoor worden gezorgd dat er voor alle chemische stoffen voldoende en afdoende gegevens beschikbaar zijn. [3] Strategie voor een toekomstig beleid voor chemische stoffen (COM(2001) 88 def. van 27.2.2001). Amendement 11 benadrukt dat de verwijzing naar de bestaande methode voor de selectie van prioritaire stoffen het gebruik van andere methoden die in het kader van andere communautaire maatregelen zijn ontwikkeld, niet uitsluit. Hoewel de tekst zeer algemeen geformuleerd is en de terminologie verschilt van Richtlijn 2000/60/EG, is de strekking van het amendement verenigbaar met artikel 16, lid 2. De amendementen 4 en 13 bevatten een samenvatting van bepalingen van Richtlijn 2000/60/EG, voornamelijk artikel 2, punt 29, en artikel 16. De amendementen 6 en 15 zijn redactionele wijzigingen die in overeenstemming zijn met de water-kaderrichtlijn. 3.2. De in beginsel door de Commissie overgenomen amendementen Amendement 24 beschrijft de criteria en drempelwaarden in het kader van relevante internationale overeenkomsten die bij het aanwijzingsproces in aanmerking zijn genomen, zoals vermeld in het werkdocument van de diensten van de Commissie. Er wordt echter niet verwezen naar criteria in het kader van relevante communautaire wetgeving, zoals bepaald in artikel 16, lid 3, van Richtlijn 2000/60/EG. Daarom stelt de Commissie voor aan het begin van de tekst de volgende zinsnede toe te voegen: "Onverminderd de selectie van stoffen die reden tot zorg geven in het kader van de relevante communautaire wetgeving inzake gevaarlijke stoffen, dient bij de aanwijzing van "prioritaire gevaarlijke stoffen" op de lijst van prioritaire stoffen o.a. te worden gelet ..." Amendement 27 scherpt de bepalingen voor "te evalueren prioritaire stoffen" in voetnoot *** in de bijlage van het gewijzigde voorstel aan. De termijn voor de evaluatie wordt verkort tot één jaar na de vaststelling van de lijst. De Commissie erkent dat de definitieve aanwijzing van deze mogelijke "prioritaire gevaarlijke stoffen" zo spoedig mogelijk moet gebeuren. Het is echter mogelijk dat dit niet haalbaar is vanwege de verschillende tijdschema's voor lopende beoordelingen krachtens andere communautaire wetgeving. De Commissie stelt voor de woorden "definitieve classificatie" te vervangen door "aanwijzing" en de woorden "12 maanden" door "24 maanden". Amendement 28 wijzigt de vermelding van fluorantheen in de bijlage van de voorgestelde beschikking van een indicatieve parameter voor polyaromatische koolwaterstoffen (PAK's, nr. 27) in een aparte prioritaire stof (nr. 14a) met een verklarende voetnoot. De Commissie kan ermee instemmen dat fluorantheen als aparte prioritaire stof wordt behandeld, omdat er bepaalde aanwijzingen zijn dat er in sommige lidstaten andere bronnen zijn door het gebruik in producten en tussenproducten. Er moet echter nauwkeurig worden nagegaan of fluorantheen aan de criteria voor "prioritaire gevaarlijke stoffen" voldoet. De Commissie stelt derhalve voor fluorantheen als indicatieve parameter voor PAK's te schrappen en in plaats daarvan als "te evalueren prioritaire stof" als volgt in de bijlage op te nemen: >RUIMTE VOOR DE TABEL> De verklarende voetnoot ***** in amendement 28 wordt geschrapt. 3.3. De gedeeltelijk door de Commissie overgenomen amendementen Amendement 12 behelst de verplichting om andere stoffen aan de lijst toe te voegen om bij te dragen tot de stopzetting van lozingen, emissies en verliezen van alle gevaarlijke stoffen tegen 2020. De tekst van het amendement is gedeeltelijk misleidend, met name omdat wordt verwezen naar artikel 1, onder c), van Richtlijn 2000/60/EG. Om de samenhang met de tekst van de water-kaderrichtlijn en de verwante beginselen te waarborgen neemt de Commissie dit amendement over mits de woorden "alle" en "tegen 2020" worden geschrapt en de woorden "waar dit dienstig is" aan het einde van de tekst toe te voegen. Amendement 25 verruimt de verplichtingen in de voorgestelde beschikking door de Commissie en de lidstaten ertoe te verplichten ervoor te zorgen dat alle relevante gegevens inzake stoffen en blootstelling beschikbaar zijn voor de toekomstige herziening van de lijst. Noch de Commissie noch de lidstaten kunnen ervoor zorgen dat al deze gegevens beschikbaar zijn, voornamelijk omdat bepaalde gegevens niet hun eigendom zijn. De Commissie is echter vast besloten met de hulp van alle andere betrokkenen ervoor te zorgen dat er voor de toekomstige selectie van prioritaire stoffen kwalitatief voldoende hoogwaardige informatie beschikbaar zal zijn. Om dit duidelijk te maken stelt de Commissie voor de tekst te vervangen door: "De Commissie zal er samen met de betrokkenen, zoals vermeld in artikel 16, lid 5, van Richtlijn 2000/60/EG, voor zorgen dat de voor de uitvoering van de COMMPS-procedure benodigde gegevens over de stoffen en de blootstelling met inachtneming van de bepalingen in het kader van relevante communautaire wetgeving beschikbaar worden gesteld." 3.4. De niet door de Commissie overgenomen amendementen De amendementen 17, 18 en 19 behelzen de toevoeging van voetnoot *** aan nog eens drie prioritaire stoffen in de bijlage van het gewijzigde voorstel, namelijk diuron (nr. 13), isoproturon (nr. 18) en simazine (nr. 28), zodat ook deze stoffen zouden vallen onder de in deze voetnoot vermelde evaluatie. De belangrijkste motivering voor de wijziging van de status van deze stoffen was de zorg voor de drinkwater voorziening. In de eerste plaats kwam de Commissie bij haar beoordeling op basis van de meest recente beschikbare informatie niet tot de conclusie dat deze drie prioritaire stoffen voldoen aan de criteria voor de aanwijzing als prioritaire gevaarlijke stof. In de tweede plaats zal het oppervlaktewater dat voor de onttrekking van drinkwater wordt gebruikt, hoe dan ook volledig worden beschermd door de voor alle prioritaire stoffen geplande vaststelling van kwaliteitsnormen en beperking van de emissie. Gecombineerd met de lopende beoordeling in het kader van Richtlijn 91/414/EEG [4] van de Raad zal ervoor worden gezorgd dat het gebruik van deze stoffen veilig voor de gezondheid van de mens en het milieu is. Voorlopig zijn er dus geen extra redenen tot zorg op grond waarvan de aanwijzing als "prioritaire gevaarlijke stof" terecht zou zijn. Daarom zijn deze amendementen voor de Commissie niet aanvaardbaar. [4] PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1. 4. Slotsom Overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag wijzigt de Commissie haar voorstel zoals in het voorgaande is vermeld.