Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52000PC0042

Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 70/220/EEG betreffende maatregelen tegen luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen

/* COM/2000/0042 def. - COD 2000/0040 */

PB C 240E van 28.8.2001, pp. 1–2 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

52000PC0042

Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 70/220/EEG betreffende maatregelen tegen luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen /* COM/2000/0042 def. - COD 2000/0040 */

Publicatieblad Nr. 240 E van 28/08/2001 blz. 0001 - 0002


Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 70/220/EEG betreffende maatregelen tegen luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

A. Doel van het voorstel

Dit voorstel heeft tot doel Richtlijn 70/220/EEG, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 1999/102/EG, te wijzigen en data vast te stellen met ingang waarvan boorddiagnose (OBD)-systemen verplicht worden gesteld voor personenauto's en lichte bedrijfsvoertuigen met een motor met elektrische ontsteking die gebruik maken van alternatieve brandstoffen zoals vloeibaar petroleumgas (LPG) of aardgas. Dergelijke voertuigen kunnen ofwel uitsluitend op LPG of aardgas lopen ofwel in staat zijn om van benzine op LPG of aardgas over te schakelen.

B. Rechtsgrondslag

De maatregelen worden voorgesteld op basis van artikel 95 van het EG-Verdrag. Zij vormen een onderdeel van het Europese typegoedkeuringssysteem voor personenauto's en lichte bedrijfsvoertuigen. Naleving ervan zal verplicht zijn voor nieuwe goedkeuringen die door de nationale instanties worden afgegeven. Deze wetgevende aanpak wordt ten volle gesteund door de betrokken bedrijven op de markt.

De tekst is relevant voor het EER-Verdrag.

C. Achtergrond

Richtlijn 70/220/EEG, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 1999/102/EG, vereist dat nieuwe typen personenauto's (categorie M1) en lichte bedrijfsvoertuigen (categorie N1) met een motor met elektrische ontsteking met ingang van 1 januari 2000 aan alle voorschriften voor boorddiagnose (OBD)-systemen, als bedoeld in bijlage XI van die richtlijn, voldoen en alle typen vanaf 1 januari 2001.

De benaming 'elektrische ontsteking' verwijst in de eerste plaats naar motoren die benzine gebruiken; daaronder vallen evenwel ook voertuigen met een motor met elektrische ontsteking die gebruik maken van LPG of aardgas. Dat kunnen voertuigen zijn die uitsluitend op LPG of aardgas lopen (specifiek voor alternatieve brandstof uitgeruste voertuigen) of voertuigen die voor twee brandstoffen geschikt zijn, d.w.z. voertuigen die kunnen overschakelen van benzine op LPG of aardgas en omgekeerd.

OBD-systemen voor dergelijke voertuigen op alternatieve brandstof zijn momenteel nog niet zo ver ontwikkeld als voor voertuigen die uitsluitend op benzine rijden. Een specifiek voor LPG of aardgas uitgerust voertuig kan niet voldoen aan de voorschriften voor OBD-systemen in bijlage I van Richtlijn 98/69/EG. Voor twee brandstoffen geschikte voertuigen kunnen aan de eisen voor OBD-systemen voldoen wanneer zij op benzine rijden, maar er doen zich aanzienlijke complicaties voor wanneer de voertuigen van benzine worden overgeschakeld op LPG of aardgas en dan weer op benzine. De werking van de OBD-sensor kan worden gestoord en voor de methoden voor het opslaan van foutcontextgegevens bij het functioneren op de twee brandstoffen zijn geen geschikte normen vastgelegd.

Hoewel er voertuigen op alternatieve brandstof met een OBD-systeem bestaan die overeenkomstig de voorschriften in de VSA zijn gecertificeerd, bijvoorbeeld California Air Resources Board (CARB) OBD-II, gelden voor dergelijke voertuigen belangrijke ontheffingen ten aanzien van de meeste OBD-voorschriften tot het modeljaar 2004. Deze afwijkingen gelden voor enkele van de belangrijkste OBD-bewakingsfuncties zoals efficiency van de katalysator, werking van het brandstofsysteem, ontstekingsfouten, prestaties van de zuurstofsensor en bewaking van de verdampingsemissie. Aangezien het Europese typegoedkeuringssysteem niet voorziet in andere ontheffingen dan de afwijkingen die krachtens artikel 8, lid 2, onder c), van de kaderrichtlijn inzake typegoedkeuring zijn toegestaan, kan voor de Europese markt niet zonder meer het Amerikaanse voorbeeld worden gevolgd.

Voertuigen op alternatieve brandstoffen kunnen, vergeleken met andere brandstoffen, voordelen voor het milieu opleveren, maar zij dienen eveneens aan geëigende OBD-voorschriften te voldoen. Indien echter met ingang van 1 januari 2000 een OBD-systeem verplicht wordt gesteld voor dergelijke voertuigen, zou dat in dit stadium van hun ontwikkeling een belemmering betekenen voor de algemene invoering daarvan. De Commissie stelt derhalve voor dat voor voertuigen op alternatieve brandstof meer tijd wordt verleend om aan de desbetreffende OBD-voorschriften te voldoen. Zodoende zal de Commissie ook de noodzakelijke wijzigingen in de OBD-voorschriften van Richtlijn 70/220/EEG, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 1999/102/EG, kunnen voorstellen met betrekking tot het bewaken van het emissiebeperkingssysteem in voertuigen op alternatieve brandstof.

De Commissie stelt dan ook voor punt 8 van bijlage I van Richtlijn 70/220/EEG, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 1999/102/EG, zodanig te wijzigen dat duidelijk wordt bepaald vanaf welke data OBD-systemen verplicht zijn voor nieuwe voertuigtypen (personenauto's en lichte bedrijfsvoertuigen) met een motor met elektrische ontsteking die (a) uitsluitend op benzine rijden of (b) uitsluitend op LPG of aardgas rijden (specifiek voor alternatieve brandstof uitgeruste voertuigen) of (c) op benzine rijden, maar tevens kunnen overschakelen van benzine op LPG of aardgas (tweebrandstoffenvoertuigen).

In dit verband stelt de Commissie voor de bestaande data voor voertuigen met een elektrische- ontstekingsmotor op benzine ongewijzigd te laten, maar de volgende data te laten gelden voor voertuigen met een elektrische-ontstekingsmotor die uitsluitend op LPG of aardgas rijden dan wel van benzine op LPG of aardgas kunnen overschakelen:

Nieuwe typen Alle typen

Voertuigen van categorie M1 * 2500 kg en voertuigen van

categorie N1 klasse I 1 januari 2003 1 januari 2006

Voertuigen van categorie M1 > 2500 kg en voertuigen van

categorie N1 klasse II en III 1 januari 2006 1 januari 2007

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Richtlijn 70/220/EEG van de Raad betreffende maatregelen tegen luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen (Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 95,

Gezien het voorstel van de Commissie [1],

[1] PB C

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité [2],

[2] PB C

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag [3],

[3] Advies van het Europees Parlement van ...., gemeenschappelijk standpunt van de Raad van .... en besluit van het Europees Parlement van .....

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Richtlijn 70/220/EEG van de Raad [4] van 20 maart 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten met betrekking tot maatregelen tegen luchtverontreiniging door emmissies van motorvoertuigen, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 1999/102/EG van de Commissie [5] is een van de bijzondere richtlijnen van de typegoedkeuringsprocedure, welke is vastgesteld krachtens Richtlijn 70/156/EEG [6] van de Raad van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 98/91/EG van het Europees Parlement en de Raad [7];

[4] PB L 76 van 6.4.1970, blz. 1.

[5] PB L 334 van 28.12.1999, blz. 43.

[6] PB L 42 van 23.2.1970, blz.1.

[7] PB L 11 van 16.1.1999, blz.25.

(2) Richtlijn 70/220/EEG stelt de specificaties vast voor de bepaling van emissies van de motorvoertuigen die binnen haar toepassingsgebied vallen. In het licht van de in de laatste tijd opgedane ervaring en de zich snel ontwikkelende stand van de techniek op het gebied van diagnostische boordsystemen ("on-board diagnostics" - OBD-systemen) is het dienstig deze specificaties dienovereenkomstig aan te passen;

(3) OBD-systemen zijn minder ver ontwikkeld voor voertuigen met een motor met elektrische ontsteking die permanent of tijdelijk op LPG of aardgas loopt, en kunnen niet voor 2003 voor dergelijke nieuwe voertuigtypen verplicht worden gesteld;

(4) Richtlijn 70/220/EEG dient dienovereenkomstig te worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Richtlijn 70/220/EEG wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze richtlijn.

Artikel 2

1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 31 december 2000 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede, die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De Voorzitster De Voorzitter

BIJLAGE

Punt 8.1. van bijlage I bij Richtlijn 70/220/EEG komt als volgt te luiden:

"8.1. Voertuigen met een motor met elektrische ontsteking

8.1.1. Benzinemotoren

Met ingang van 1 januari 2000 voor nieuwe typen en 1 januari 2001 voor alle typen moeten voertuigen van categorie M1 - met uitzondering van voertuigen met een maximummassa van meer dan 2 500 kg - en voertuigen van categorie N1, klasse I, zijn voorzien van een diagnostisch boordsysteem ("on-board diagnostics" - OBD-systeem) voor emissiebeperking, overeenkomstig bijlage XI.

Met ingang van 1 januari 2001 voor nieuwe typen en 1 januari 2002 voor alle typen moeten voertuigen van categorie N1, klassen II en III, en voertuigen van categorie M1 met een maximummassa van meer dan 2 500 kg zijn voorzien van een OBD-systeem voor emissiebeperking, overeenkomstig bijlage XI.

8.1.2. Voertuigen op LPG en aardgas

Met ingang van 1 januari 2003 voor nieuwe typen en 1 januari 2006 voor alle typen moeten voertuigen van categorie M1 - met uitzondering van voertuigen met een maximummassa van meer dan 2 500 kg - en voertuigen van categorie N1, klasse I, die permanent of tijdelijk op LPG of aardgas lopen, zijn voorzien van een OBD-systeem voor emissiebeperking, overeenkomstig bijlage XI.

Met ingang van 1 januari 2006 voor nieuwe typen en 1 januari 2007 voor alle typen moeten voertuigen van categorie N1, klassen II en III, en voertuigen van categorie M1 met een maximummassa van meer dan 2 500 kg, die permanent of tijdelijk op LPG of aardgas lopen, zijn voorzien van een OBD-systeem voor emissiebeperking, overeenkomstig bijlage XI."

Top