This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32014D0785
2014/785/EU: Council Decision of 7 November 2014 on the position to be adopted, on behalf of the European Union, within the EEA Joint Committee concerning an amendment to Protocol 31 to the EEA Agreement, on cooperation in specific fields outside the four freedoms (consumer protection)
2014/785/EU: Besluit van de Raad van 7 november 2014 betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over een wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (consumentenbescherming)
2014/785/EU: Besluit van de Raad van 7 november 2014 betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over een wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (consumentenbescherming)
PB L 328 van 13.11.2014, pp. 45–48
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force
|
13.11.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 328/45 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 7 november 2014
betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over een wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (consumentenbescherming)
(2014/785/EU)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 169, juncto artikel 218, lid 9,
Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (1), en met name artikel 1, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte („de EER-overeenkomst”) (2) is op 1 januari 1994 in werking getreden. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 98 van de EER-overeenkomst kan Protocol 31 bij die overeenkomst bij besluit van het Gemengd Comité van de EER worden gewijzigd. |
|
(3) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst bevat bepalingen en regelingen betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden. |
|
(4) |
Het is wenselijk de samenwerking tussen de partijen bij de EER-overeenkomst uit te breiden tot Verordening (EU) nr. 254/2014 van het Europees Parlement en de Raad (3). |
|
(5) |
Het is passend dat de deelname van de EVA-staten aan de activiteiten overeenkomstig Verordening (EU) nr. 254/2014 met ingang van 1 januari 2014 wordt aangevat, onafgezien van de vraag of het besluit van het Gemengd Comité van de EER in de bijlage bij dit besluit wordt goedgekeurd, of van de vraag of na 10 juli 2014 kennisgeving wordt gedaan dat voldaan is aan de grondwettelijke vereisten, indien van toepassing. |
|
(6) |
In de EVA-staten gevestigde entiteiten moeten de mogelijkheid hebben om deel te nemen aan activiteiten die van start gaan vóór de inwerkingtreding van het besluit van het Gemengd Comité van de EER in de bijlage bij dit besluit. De kosten voor activiteiten waarvan de uitvoering is gestart na 1 januari 2014, komen in aanmerking voor subsidie onder dezelfde voorwaarden als de kosten die worden gemaakt door in de lidstaten van de Unie gevestigde entiteiten, mits het besluit van het Gemengd Comité van de EER in werking treedt voor het einde van de betrokken activiteit. |
|
(7) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(8) |
Het standpunt van de Unie in het Gemengd Comité van de EER moet worden gebaseerd op het hieraan gehechte ontwerpbesluit, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de voorgestelde wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst, betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, is gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 7 november 2014.
Voor de Raad
De voorzitter
P. C. PADOAN
(1) PB L 305 van 30.11.1994, blz. 6.
(2) PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3.
(3) Verordening (EU) nr. 254/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 tot vaststelling van een meerjarig consumentenprogramma voor de jaren 2014-2020 en tot intrekking van Besluit nr. 1926/2006/EG (PB L 84 van 20.3.2014, blz. 42).
ONTWERP
BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER Nr. …/2014
van
tot wijziging van protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden
HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,
Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna de „EER-overeenkomst” genoemd, en met name de artikelen 86 en 98,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het is wenselijk de samenwerking tussen de overeenkomstsluitende partijen bij de EER-overeenkomst uit te breiden en Verordening (EU) nr. 254/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 tot vaststelling van een meerjarig consumentenprogramma voor de jaren 2014-2020 en tot intrekking van Besluit nr. 1926/2006/EG (1), in de EER-overeenkomst op te nemen. |
|
(2) |
Het is passend dat de deelname van de EVA-staten aan de activiteiten overeenkomstig Verordening (EU) nr. 254/2014 met ingang van 1 januari 2014 wordt aangevat, onafgezien van de vraag of dit besluit wordt goedgekeurd, of van de vraag of na 10 juli 2014 kennisgeving wordt gedaan dat voldaan is aan de grondwettelijke vereisten, indien van toepassing. |
|
(3) |
In de EVA-staten gevestigde entiteiten moeten de mogelijkheid hebben om deel te nemen aan activiteiten die van start gaan vóór de inwerkingtreding van dit besluit. De kosten voor activiteiten waarvan de uitvoering is gestart na 1 januari 2014, komen in aanmerking voor subsidie onder dezelfde voorwaarden als de kosten die worden gemaakt door in de EU-lidstaten gevestigde entiteiten, mits dit besluit in werking treedt voor het einde van de betrokken activiteit. |
|
(4) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst moet derhalve worden gewijzigd om deze uitgebreide samenwerking met ingang van 1 januari 2014 mogelijk te maken, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 6 van protocol 31 bij de EER-overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:
|
1. |
Na lid 3 bis wordt het volgende lid ingevoegd: „3 ter. De EVA-staten nemen met ingang van 1 januari 2014 deel aan het volgende programma:
|
|
2. |
De tekst van lid 4 wordt vervangen door: „Overeenkomstig artikel 82, lid 1, onder a), van de EER-overeenkomst dragen de EVA-staten financieel bij aan de in de leden 3, 3 bis en 3 ter bedoelde activiteiten.” . |
|
3. |
De tekst van lid 5 wordt vervangen door: „De EVA-staten worden van bij de aanvang van de samenwerking betreffende de in de leden 3, 3 bis en 3 ter bedoelde activiteiten volledig betrokken, evenwel zonder stemrecht, bij de werkzaamheden van de comités en andere organen welke de Commissie bij het beheer of de nadere uitwerking van deze activiteiten bijstaan.” . |
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de laatste kennisgeving zoals bedoeld in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst (*1).
Het is van toepassing met ingang van 1 januari 2014.
Artikel 3
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel,
Voor het Gemengd Comité van de EER
De voorzitter
De secretarissen
van het Gemengd Comité van de EER
(1) PB L 84 van 20.3.2014, blz. 42.
(*1) [Geen grondwettelijke vereisten aangegeven] [Grondwettelijke vereisten aangegeven].