Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32014D0256

2014/256/EU: Besluit van de Commissie van 2 mei 2014 tot vaststelling van de milieucriteria voor de toekenning van de EU-milieukeur voor producten van verwerkt papier (Kennisgeving geschied onder nummer C(2014) 2774) Voor de EER relevante tekst

PB L 135 van 8.5.2014, pp. 24–48 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 30/11/2020; opgeheven door 32020D1803 De einddatum van de geldigheid is gebaseerd op de datum van bekendmaking van de intrekkingshandeling die van kracht wordt op de datum van kennisgeving ervan. Van de intrekkingshandeling is kennisgeving gedaan, maar omdat de datum van kennisgeving niet beschikbaar is in EUR-Lex, wordt de datum van bekendmaking gebruikt.

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2014/256/oj

8.5.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 135/24


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 2 mei 2014

tot vaststelling van de milieucriteria voor de toekenning van de EU-milieukeur voor producten van verwerkt papier

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2014) 2774)

(Voor de EER relevante tekst)

(2014/256/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 66/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de EU-milieukeur (1), en met name artikel 8, lid 2,

Na raadpleging van het Bureau voor de milieukeur van de Europese Unie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens Verordening (EG) nr. 66/2010 kan de EU-milieukeur worden toegekend aan producten die gedurende hun volledige levenscyclus een verminderd milieueffect hebben.

(2)

In Verordening (EG) nr. 66/2010 is bepaald dat per productgroep specifieke EU-milieucriteria worden vastgesteld.

(3)

Aangezien producten met de beste milieuprestaties geproduceerd moeten worden met minder uitstoot van giftige of eutrofe stoffen in water, minder schade of risico's voor het milieu wat betreft energieverbruik (opwarming van de aarde, verzuring, afbraak van de ozonlaag, uitputting van niet-hernieuwbare energiebronnen) en minder schade of risico's voor het milieu wat betreft het gebruik van gevaarlijke chemische stoffen, is het passend EU-milieucriteria vast te stellen voor de productgroep „verwerkt papier”.

(4)

De gereviseerde criteria, alsook de daarmee verband houdende eisen inzake beoordeling en controle, moeten — rekening houdend met de innovatiecyclus van deze productgroep — gedurende drie jaar geldig zijn vanaf de datum van vaststelling van dit besluit.

(5)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 16 van Verordening (EG) nr. 66/2010 ingestelde comité,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De productgroep „producten van verwerkt paper” omvat de volgende producten:

a)

enveloppen en draagtassen van papier die voor tenminste 90 gewichtsprocent bestaan uit papier, bordpapier of op papier gebaseerde substraten;

b)

kantoormateriaal van papier die voor ten minste 70 gewichtsprocent bestaan uit papier, bordpapier of op papier gebaseerde substraten, met uitzondering van de subcategorieën hangmappen en vouwmappen met metalen bevestigingsmechanismen.

In het geval waarnaar in punt b) wordt verwezen mag het gehalte aan kunststof niet meer zijn dan 10 %, behalve voor ringmappen, (school)schriften, notitieboekjes, agenda's en ordners met hefboommechaniek waar het gehalte aan kunststof niet meer dan 13 % mag bedragen. Bovendien mag het gewicht aan metaal niet meer bedragen dan 30 g per product, met uitzondering van hangmappen, vouwmappen met metalen bevestigingsmechanismen en ringmappen, waarvoor een maximum geldt van 50 g, en met uitzondering van ordners met hefboommechaniek waarvoor een maximum geldt van 120 g.

2.   De productgroep „producten van verwerkt paper” omvat niet de volgende producten:

a)

producten van bedrukt paper voor zover deze vallen onder de EU-milieukeur vastgesteld bij Besluit 2012/481/EU van de Commissie (2);

b)

verpakkingsproducten (met uitzondering van draagtassen van papier).

Artikel 2

In dit besluit wordt verstaan onder:

1.

„bordpapiersubstraat”: bordpapier, bordkarton of karton, onbedrukt en niet verwerkt, met een basisgewicht van meer dan 400 g/m2;

2.

„verbruiksgoederen”: de chemische producten die tijdens de druk-, coatings- en afwerkingsprocessen worden gebruikt en kunnen worden verbruikt, vernietigd, opgelost, verspild, of worden opgebruikt;

3.

„product van verwerkt papier”: een substraat van papier of bordpapier of op basis van papier, al dan niet bedrukt, meestal gebruikt voor de bescherming, hantering of opslag van artikelen of notities, waarbij het verwerkingsproces essentieel onderdeel uitmaakt van het productieproces en bestaande uit drie hoofdcategorieën: enveloppen, papieren draagtassen en kantoormateriaal van papier;

4.

„kantoormateriaal van papier” omvat vouwmappen, opbergmappen, notitieboekjes, schrijfblokken, notitieblokjes, (school)schriften, spiraal gebonden notitieboeken, kalenders met omslag, agenda's en losse bladen.

5.

„verwerkingsproces”: een proces waarbij materiaal wordt verwerkt tot een product van verwerkt papier. Dit proces kan een drukproces omvatten (behandelingen voor, tijdens en na het drukken);

6.

„gehalogeneerd organisch oplosmiddel”: een organisch oplosmiddel dat ten minste één broom-, chloor-, fluor- of jodiumatoom per molecuul bevat;

7.

„niet-papieren componenten”: alle delen van het product van verwerkt papier die niet bestaan uit papier, bordpapier of op papier gebaseerde substraten;

8.

„verpakking”: alle producten, vervaardigd van materiaal van welke aard ook, die kunnen worden gebruikt voor het insluiten, beschermen, verwerken, afleveren en aanbieden van goederen, van grondstoffen tot afgewerkte producten, van producent tot gebruiker of consument;

9.

„draagtassen van papier” zijn producten op basis van papier die worden gebruikt voor het hanteren of vervoeren van goederen;

10.

„recycling”: elke terugwinningshandeling waarbij afvalstoffen worden herwerkt tot producten, materialen of stoffen, hetzij voor het oorspronkelijke doel hetzij voor een ander doel, met uitzondering van de terugwinning van energie of het herwerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal;

11.

„gerecycleerde vezels”: vezels verkregen uit de afvalstroom tijdens een productieproces of gegenereerd door eindgebruikers van het product in kwestie, die niet langer voor het beoogde doel kunnen worden gebruikt. Hiervan uitgesloten zijn materialen die binnen het proces waarin zij zijn gegenereerd opnieuw gebruikt kunnen worden (papieruitval van papierfabrieken — zelf geproduceerd of ingekocht);

12.

„vouwmappen”: vouwbare etuis of omslagen voor losse papiervellen, zoals hangmappen, tabbladen en schutbladen, portefeuilles voor documenten („document wallets”), vouwmappen met drie kleppen en vierkant gesneden mappen;

13.

„opbergmappen”: producten op basis van papier bestaande uit een kaft, meestal van karton of bordpapier, met ringen voor het samenhouden van losse vellen papier, zoals ringbanden en ordners met hefboommechaniek;

14.

„vluchtige organische stof” (VOS): een organische verbinding alsook de fractie creosoot die bij 293,15 K een dampspanning van 0,01 kPa of meer heeft of onder de specifieke gebruiksomstandigheden een vergelijkbare vluchtigheid heeft;

15.

„reinigingsmiddelen”: chemische stoffen die worden gebruikt om drukvormen en drukpersen te ontdoen van drukinkt, papierstof en vergelijkbare stoffen; reinigingsmiddelen voor afwerkingsmachines en drukmachines; drukinktverwijderaars die worden gebruikt voor het wegwassen van droge drukinkt;

16.

„afvalpapier”: papier dat tijdens de vervaardiging van een afgewerkt product van verwerkt papier wordt gegenereerd maar daar geen deel van uitmaakt.

Artikel 3

Om in aanmerking te komen voor de EU-milieukeur krachtens Verordening (EG) nr. 66/2010 moet een artikel van verwerkt papier vallen onder de productgroep „producten van verwerkt papier” zoals gedefinieerd in artikel 1 van dit besluit en moet het voldoen aan de criteria alsmede aan de eisen inzake beoordeling en controle die zijn vastgesteld in de bijlage.

Artikel 4

De criteria voor de productgroep „producten van verwerkt papier” en de bijbehorende eisen voor beoordeling en controle zijn drie jaar geldig vanaf de datum van vaststelling van dit besluit.

Artikel 5

Het voor administratieve doeleinden aan „product van verwerkt papier” toegekende codenummer is „046”.

Artikel 6

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 2 mei 2014.

Voor de Commissie

Janez POTOČNIK

Lid van de Commissie


(1)   PB L 27 van 30.1.2010, blz. 1.

(2)  Besluit 2012/481/EU van de Commissie van 16 augustus 2012 tot vaststelling van de milieucriteria voor de toekenning van de EU-milieukeur voor bedrukt papier (PB L 223 van 21.8.2012, blz. 55).


BIJLAGE

KADER

Doelstellingen van de criteria

De milieukeurcriteria geven weer welke op de markt aanwezige producten van verwerkt papier de beste milieuprestaties hebben. Alhoewel het gebruik van chemische producten en de uitstoot van verontreinigende stoffen onderdeel uitmaken van het productieproces, kan de consument er bij producten met EU-milieukeur van op aan dat het gebruik van deze stoffen voor zover technisch mogelijk is beperkt zonder afbreuk te doen aan de gebruiksgeschiktheid van het eindproduct. Het gebruik van gevaarlijke stoffen is waar mogelijk verboden. Afwijkingen daarop worden alleen toegestaan wanneer er op de markt geen werkbare alternatieven voorhanden zijn, en als een afwijking wordt toegestaan, zijn alleen minimale concentraties van de gevaarlijke stoffen toegestaan.

CRITERIA

Criteria voor de toekenning van de EU-milieukeur voor producten van verwerkt papier:

1.

substraat

2.

vezels: duurzaam bosbeheer

3.

verboden of beperkte stoffen en mengsels

4.

recycleerbaarheid

5.

emissies

6.

afval

7.

energie

8.

opleiding

9.

geschiktheid voor gebruik

10.

informatie op het product

11.

informatie op de EU-milieukeur

Deze criteria zijn van toepassing op alle processen die worden uitgevoerd op de locatie(s) of productielijnen waar het product van verwerkt papier wordt verwerkt. Indien er verwerkings-, druk-, coatings- en afwerkingsprocessen zijn die uitsluitend worden gebruikt voor producten met een milieukeur, zijn de criteria 2, 4, 5, 6 en 7 uitsluitend van toepassing op die processen.

De milieucriteria hebben geen betrekking op het vervoer van grondstoffen, verbruiksgoederen en eindproducten.

Criterium 1 is alleen van toepassing op substraten die zijn gebruikt in het eindproduct van verwerkt papier.

Criteria 4, 9, 10 en 11 zijn van toepassing op het eindproduct van verwerkt papier.

Criterium 3 is van toepassing op zowel de niet-papieren componenten van het product van verwerkt papier als op de verwerkings-, druk-, coatings- en afwerkingsprocessen van de papieren componenten.

Criteria 5, 6, 7 en 8 zijn uitsluitend van toepassing op de verwerkings-, druk-, lamineer- en afwerkingsprocessen van de papieren componenten.

Bij elk criterium worden de specifieke eisen inzake beoordeling en controle vermeld.

Al het drukken en verwerken op/aan producten van verwerkt papier moet voldoen aan de criteria. Onderdelen van het product die door een toeleverancier zijn bedrukt of verwerkt, moet daarom eveneens voldoen aan de desbetreffende vereisten. De aanvraag moet een lijst bevatten van alle drukkerijen en toeleveranciers die betrokken zijn bij de productie van het verwerkte papier, en hun geografische locaties.

De aanvrager verstrekt een lijst met chemische producten die in de drukkerij zijn gebruikt voor de vervaardiging van de producten van verwerkt papier. Deze eis geldt voor alle verbruiksgoederen die worden gebruikt tijdens de verwerkings-, druk-, coatings- en afwerkingsprocessen. De door de aanvrager verstrekte lijst bevat de hoeveelheid, functie en toeleverancier van alle gebruikte chemische producten, samen met het veiligheidsinformatieblad, vastgesteld overeenkomstig punten 10, 11 en 12 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad (1).

Wanneer de aanvrager verplicht is verklaringen, documentatie, analyses, testverslagen of ander bewijsmateriaal te verstrekken waaruit blijkt dat aan de criteria wordt voldaan, wordt ervan uitgegaan dat deze afkomstig kunnen zijn van de aanvrager en/of diens leverancier(s) en/of hun leverancier(s), al naar gelang het geval.

In voorkomend geval mogen andere testmethoden worden gebruikt dan voor elk criterium wordt vermeld, indien deze door de bevoegde instantie die de aanvraag beoordeelt als gelijkwaardig worden geaccepteerd.

Bevoegde instanties erkennen bij voorkeur volgens ISO 17025 geaccrediteerde tests en controles door organen die zijn geaccrediteerd krachtens de EN 45011-norm of een equivalente internationale norm.

Indien nodig kunnen de bevoegde instanties aanvullende documentatie vragen en onafhankelijke controles uitvoeren.

Criterium 1 — Substraat

Deel A — Substraat van papier

Het gebruikte substraat moet voldoen aan de criteria 1, 2, 4 en 5 van de EU-milieukeur, zoals vastgesteld in Besluit 2011/333/EU van de Commissie (2) betreffende kopieerpapier en grafisch papier of in Besluit 2012/448/EU van de Commissie (3) betreffende krantenpapier en moet aantoonbaar voldoen aan criterium 2 — vezels, duurzaam bosbeheer — van de EU-milieukeur zoals vastgesteld in dit besluit van de Commissie betreffende producten van verwerkt papier.

Beoordeling en controle: de aanvrager verstrekt de specificaties van de betreffende producten van verwerkt papier, inclusief de handelsnamen, hoeveelheden en gewicht/m2 van het gebruikte papier. De lijst bevat eveneens de namen van de toeleveranciers van het gebruikte papier. Conformiteit met de EU-milieucriteria 1, 2, 4 en 5 van de EU-milieukeur zoals vastgesteld in Besluit 2011/333/EU of in Besluit 2012/448/EU wordt voor elk substraat aangetoond door het verstrekken van een kopie van een geldig EU-milieukeurcertificaat voor het gebruikte papier. Conformiteit met criterium 2 (vezels: duurzaam bosbeheer) wordt voor elk substraat aangetoond door het verstrekken van een geldig PEFC, FSC, of gelijkwaardig certificaat voor het gebruikte substraat, of door middel van een zelfverklaring indien de aanvrager al houder is van een geldig EU-milieukeurcertificaat voor het gebruikte substraat.

Deel B — Substraat van bordpapier

Criterium B1 — emissies in het water en de lucht

a)

CZV, zwavel, NOx, fosfor

Voor iedere parameter worden de emissies in de lucht en/of het water bij de productie van pulp, lamineerpapier en bordpapier uitgedrukt in punten (PCZV, PS, PNOx, PP) zoals hierna in detail wordt beschreven.

Geen van de individuele punten PCZV, PS, PNOx, PP mag meer bedragen dan 1,5.

Het totaal van de punten (Ptotaal = PCZV + PS + PNOx + PP) mag niet meer bedragen dan 4,0.

De berekening van de PCZV vindt als volgt plaats (PS, PNOx, PP worden op precies dezelfde manier berekend).

Voor iedere pulp „i” of lamineerpapier „i” die/dat wordt gebruikt, worden de daarmee samenhangende gemeten CZV-emissies (CZVpulp, i of CZVpapier, i uitgedrukt in kg/luchtgedroogde ton — ADT) gewogen aan de hand van de proportie van iedere gebruikte soort pulp of lamineerpapier (pulp „i” of papier „i” met betrekking tot luchtgedroogde ton pulp of papier) en opgeteld. De gewogen CZV-emissie voor de soorten pulp of lamineerpapier wordt vervolgens opgeteld bij de gemeten CZV-emissie van de bordpapierproductie en deze som is de totale CZV-emissie, CZVtotaal.

De gewogen CZV-referentiewaarde voor de productie van pulp of lamineerpapier wordt op dezelfde manier berekend, dat wil zeggen als de som van de gewogen referentiewaarden voor iedere gebruikte soort pulp of lamineerpapier, opgeteld bij de referentiewaarde voor de bordpapierproductie; dit totaal is de totale CZV-referentiewaarde CZVreftotaal. Tabel 1 bevat de referentiewaarden voor iedere gebruikte soort pulp of lamineerpapier en voor de bordpapierproductie.

Ten slotte wordt de totale CZV-emissie gedeeld door de totale CZV-referentiewaarde, als volgt:

Formula

Tabel 1

Referentiewaarden voor emissies van verschillende soorten pulp en bij de productie van bordpapier

Pulpkwaliteit/Bordpapier

Emissies (kg/ADT) (*1)

CZV referentie

S referentie

NOx referentie

P referentie

Gebleekte chemische pulp (behalve sulfiet)

18

0,6

1,6

0,045 (*1)

Gebleekte chemische pulp (sulfiet)

25,0

0,6

1,6

0,045

Ongebleekte chemische pulp

10,0

0,6

1,6

0,04

CTMP

15,0

0,2

0,3

0,01

TMP/houtpulp

3,0

0,2

0,3

0,01

Pulp van gerecycleerde vezels

2,0

0,2

0,3

0,01

Gebleekt gelamineerd kraftpapier

19

0,9

2,4

0,055

Ongebleekt gelamineerd kraftpapier

11

0,9

2,4

0,055

Gerecycleerd lamineerpapier

3

0,5

1,1

0,02

Bordpapierproductie (niet-geïntegreerde fabrieken waar alle gebruikte pulpsoorten worden ingekocht)

1

0,3

0,8

0,01

Bordpapierproductie (geïntegreerde fabrieken)

1

0,3

0,7

0,01

In geval van gecombineerde opwekking van warmte en elektriciteit in dezelfde fabriek kunnen de S- en NOx-emissies ten gevolge van de opwekking van elektriciteit afgetrokken worden van de totale hoeveelheid. Het aandeel van de emissies ten gevolge van de opwekking van elektriciteit kan als volgt worden berekend:

2 × (MWh(elektriciteit))/[2 × MWh(elektriciteit) + MWh(warmte)]

In deze berekening staat elektriciteit voor de elektriciteit die wordt geproduceerd in de fabriek waar gecombineerde opwekking van elektriciteit en warmte plaatsvindt.

De warmte in deze berekening is de nettowarmte die door de elektriciteitscentrale wordt geleverd aan de pulp-/lamineerpapier-/bordpapierproductie.

Beoordeling en controle: de aanvrager dient gedetailleerde berekeningen in waaruit blijkt dat aan dit criterium wordt voldaan, alsmede hiermee samenhangende documentatie ter staving, die testverslagen moet omvatten waarbij van de volgende testmethoden gebruik wordt gemaakt: CZV: ISO 6060; NOx: ISO 11564; S(oxid.): EPA nr. 8; S(red.): EPA nr. 16A; S-gehalte in olie: ISO 8754; S gehalte in kolen: ISO 351; P: EN ISO 6878, APAT IRSA CNR 4110 of Dr Lange LCK 349.

De documentatie ter staving dient een indicatie te bevatten van de meetfrequentie en de berekening van de punten voor CZV, S en NOx. Alle emissies van S en NOx die tijdens de productie van pulp, lamineerpapier en bordpapier plaatsvinden, worden opgenomen, met inbegrip van stoom die buiten de productieplaats wordt geproduceerd, met uitzondering van de emissies die verband houden met de productie van elektriciteit. De metingen omvatten: terugwinningsinstallaties, kalkovens, stoomketels en verbrandingsovens voor sterk ruikende gassen. Er wordt rekening gehouden met diffuse emissies. Gemelde emissiewaarden voor S in de lucht omvatten zowel geoxideerde als gereduceerde S-emissies (dimethylsulfide, methylmercaptaan, waterstofsulfide, en dergelijke). De S-emissies met betrekking tot warmteopwekking uit olie, kool en overige externe brandstoffen met een S-gehalte dat bekend is, mogen worden berekend in plaats van gemeten en worden in rekening gebracht.

Metingen van lozingen in water worden verricht op ongefilterde monsters waarin nog geen bezinking is opgetreden, hetzij na behandeling in de fabriek, hetzij na behandeling in een openbare zuiveringsinstallatie. De periode voor de metingen is gebaseerd op de productie gedurende twaalf maanden. In het geval van een nieuwe of herbouwde productie-installatie is de grondslag voor de metingen een periode van ten minste 45 opeenvolgende dagen waarin de installatie stabiel heeft gefunctioneerd. De metingen zijn representatief voor de desbetreffende productieperiode.

Indien bij geïntegreerde fabrieken alleen een gecombineerde waarde voor pulp-, lamineerpapier- en bordpapierproductie beschikbaar is vanwege moeilijkheden om afzonderlijke emissiewaarden voor pulp, lamineerpapier en bordpapier te verkrijgen, worden de emissiewaarden voor pulp(soorten) op nul gezet en geldt de waarde voor de papierfabriek voor de pulp-, lamineerpapier- en bordpapierproductie samen.

b)

AOX

Het gewogen gemiddelde aan AOX-emissies als gevolg van de productie van de in het substraat gebruikte pulp mag niet hoger zijn dan 0,170 kg/ADT bordpapier.

De AOX-emissies afkomstig van elke afzonderlijke in het bordpapier gebruikte pulp mogen niet hoger zijn dan 0,250 kg/ADT pulp.

Beoordeling en controle: de aanvrager dient testverslagen in waarbij de volgende testmethode wordt gebruikt: AOX ISO 9562, samen met gedetailleerde berekeningen waaruit blijkt dat aan dit criterium wordt voldaan, alsmede hiermee samenhangende documentatie ter staving.

De documentatie ter staving geeft de meetfrequentie aan. AOX moet alleen gemeten worden bij processen waarbij chloorverbindingen worden gebruikt voor het bleken van de pulp. AOX hoeft niet te worden gemeten in het effluent van niet-geïntegreerde kartonproductie of in de effluenten van pulpproductie zonder bleking of waar de bleking wordt uitgevoerd met chloorvrije stoffen.

Metingen dienen te worden verricht op ongefilterde monsters waarin nog geen bezinking is opgetreden, hetzij na behandeling in de fabriek, hetzij na behandeling in een openbare zuiveringsinstallatie. De periode voor de metingen is gebaseerd op de productie gedurende twaalf maanden. In het geval van een nieuwe of herbouwde productie-installatie is de grondslag voor de metingen een periode van ten minste 45 opeenvolgende dagen waarin de installatie stabiel heeft gefunctioneerd. De metingen zijn representatief voor de desbetreffende productieperiode.

c)

CO2

De emissies van koolstofdioxide uit niet-hernieuwbare bronnen mogen niet hoger zijn dan 1 000 kg per ton geproduceerd bordpapier, inclusief de uitstoot als gevolg van elektriciteitsproductie (al dan niet op het bedrijfsterrein). Voor niet-geïntegreerde fabrieken (waar alle gebruikte pulpsoorten worden ingekocht) mogen de emissies niet hoger zijn dan 1 100 kg per ton. De emissies dienen te worden berekend als de som van de emissies bij de productie van pulp en bordpapier.

Beoordeling en controle: de aanvrager dient gedetailleerde berekeningen in waaruit blijkt dat aan dit criterium wordt voldaan, alsmede hiermee samenhangende documentatie ter staving.

De aanvrager verstrekt gegevens over de emissies van kooldioxide naar de lucht. Deze omvatten alle bronnen van niet-hernieuwbare brandstoffen bij de productie van pulp en bordpapier, met inbegrip van de emissies bij de productie van elektriciteit (al dan niet op het bedrijfsterrein).

Bij de berekening van de CO2-emissies van brandstoffen worden de volgende emissiefactoren gebruikt:

Tabel 2

Brandstof

CO2 fossiel emissie

Eenheid

Steenkool

95

g CO2 fossiel/MJ

Ruwe olie

73

g CO2 fossiel/MJ

Stookolie 1

74

g CO2 fossiel/MJ

Stookolie 2-5

77

g CO2 fossiel/MJ

LPG

69

g CO2 fossiel/MJ

Aardgas

56

g CO2 fossiel/MJ

Elektriciteit van het net

400

g CO2 fossiel/MJ

De periode voor de berekeningen of de massabalansen wordt gebaseerd op de productie gedurende twaalf maanden. In het geval van een nieuwe of herbouwde productie-installatie worden de metingen gebaseerd op een periode van ten minste 45 opeenvolgende dagen waarin de installatie stabiel heeft gefunctioneerd. De berekeningen zijn representatief voor de desbetreffende productieperiode.

Voor elektriciteit van het net wordt de in bovenstaande tabel vermelde waarde (het Europese gemiddelde) gebruikt, tenzij de aanvrager documentatie voorlegt waarin de gemiddelde waarde voor de desbetreffende elektriciteitsleveranciers is vastgelegd (contractleverancier of nationaal gemiddelde). In dat geval mag de aanvrager deze waarde gebruiken in plaats van de in de tabel genoemde waarde.

De hoeveelheid energie afkomstig van hernieuwbare bronnen (4) die wordt ingekocht en gebruikt voor de productieprocessen telt niet mee voor de berekening van de CO2-uitstoot. De aanvrager verstrekt passende documentatie om te bewijzen dat deze soort energie werkelijk wordt gebruikt in de fabriek of extern wordt ingekocht.

Criterium B2 — Energieverbruik

a)

Elektriciteit

Het elektriciteitsverbruik met betrekking tot de productie van pulp, lamineerpapier en bordpapier wordt in punten (PE) uitgedrukt, zoals hieronder nader wordt beschreven.

Het aantal punten, PE, moet minder dan of gelijk zijn aan 1,5.

PE wordt als volgt berekend.

Berekening voor productie van pulp of lamineerpapier: voor iedere pulp i of lamineerpapier i die/dat wordt gebruikt, wordt het hiermee samenhangende elektriciteitsverbruik (Epulp of lamineerpapier i uitgedrukt in kWh/ADT) als volgt berekend:

Epulp of lamineerpapier i

=

intern geproduceerde elektriciteit + gekochte elektriciteit — verkochte elektriciteit.

Berekening voor bordpapierproductie: de hoeveelheid voor de bordpapierproductie verbruikte energie (Ebordpapier) wordt op dezelfde manier berekend, als volgt:

Ebordpapier

=

intern geproduceerde elektriciteit + gekochte elektriciteit — verkochte elektriciteit.

Ten slotte moeten de punten voor de productie van pulp, lamineerpapier en bordpapier samengevoegd worden om het totale aantal punten (PE) te verkrijgen, als volgt:

Formula

Indien bij geïntegreerde fabrieken alleen een gecombineerde waarde voor pulp-, lamineerpapier- en bordpapierproductie beschikbaar is vanwege moeilijkheden om afzonderlijke elektriciteitswaarden voor pulp, lamineerpapier en bordpapier te verkrijgen, worden de elektriciteitswaarden voor pulp(soorten) op nul gezet en geldt de waarde voor de papierfabriek voor de pulp-, lamineerpapier- en bordpapierproductie samen.

b)

Brandstof (warmte)

Het brandstofverbruik met betrekking tot de productie van pulp, lamineerpapier en bordpapier wordt in punten (PF) uitgedrukt, zoals hieronder nader wordt beschreven.

Het aantal punten, PF, moet minder dan of gelijk zijn aan 1,5.

PF wordt als volgt berekend.

Berekening voor productie van pulp of lamineerpapier: voor iedere pulp i of lamineerpapier i die/dat wordt gebruikt, wordt het hiermee samenhangende brandstofverbruik (Fpulp of lamineerpapier i uitgedrukt in kWh/ADT) als volgt berekend:

Fpulp of lamineerpapier i

=

intern geproduceerde brandstof + gekochte brandstof — verkochte brandstof — 1,25 × intern geproduceerde elektriciteit.

Opmerking:

Fpulp of lamineerpapier i (en de bijdrage ervan aan PF, pulp of lamineerpapier) hoeft niet te worden berekend voor mechanische pulp, tenzij het ingekochte luchtgedroogde mechanische pulp betreft met ten minste 90 % droge stof.

De hoeveelheid brandstof die wordt gebruikt om de verkochte warmte te produceren wordt in bovenstaande berekening opgeteld bij „verkochte brandstof”.

Berekening voor bordpapierproductie: het brandstofverbruik met betrekking tot de bordpapierproductie (Fbordpapier, uitgedrukt in kWh/ADT) wordt op vergelijkbare manier berekend, als volgt:

Fbordpapier

=

intern geproduceerde brandstof + gekochte brandstof — verkochte brandstof — 1,25 × intern geproduceerde elektriciteit.

Ten slotte worden de punten voor de productie van pulp en bordpapier samengevoegd om het totale aantal punten (PF) te verkrijgen, als volgt:

Formula

Tabel 3

Referentiewaarden voor elektriciteit en brandstof

Pulpkwaliteit

Brandstof kWh/ADT

Freferentie

Elektriciteit kWh/ADT

Ereferentie

Chemische pulp

4 000

(NB: voor luchtdroge ingekochte pulp met ten minste 90 % droog materiaal (admp), kan deze waarde worden bijgesteld met 25 % voor de energie die wordt gebruikt voor het drogen)

800

Mechanische pulp

900

(NB: deze waarde is alleen van toepassing op admp)

1 900

CTMP

1 000

2 000

Pulp van gerecycleerde vezels

1 800

(NB: voor admp kan deze waarde met 25 % worden bijgesteld voor de energie die wordt gebruikt voor het drogen)

800

gelamineerd kraftpapier

(al dan niet gebleekt)

6 100

1 600

Gerecycleerd lamineerpapier

3 900

1 600

Bordpapierproductie

2 100

800

Beoordeling en controle (voor zowel a als b): de aanvrager dient gedetailleerde berekeningen in waaruit blijkt dat aan dit criterium wordt voldaan, alsmede alle hiermee samenhangende documentatie ter staving. De nadere bijzonderheden die worden gegeven, moeten daarom ook betrekking hebben op het totale elektriciteits- en brandstofverbruik.

De aanvrager berekent het gehele energieverbruik, onderverdeeld in warmte/brandstof en elektriciteit gebruikt voor de productie van pulp en bordpapier, met inbegrip van de energie die wordt gebruikt bij het ontinkten van afvalpapier voor de productie van kringloopbordpapier. De energie die wordt gebruikt bij het transport van grondstoffen, alsmede de omzetting en verpakking, is niet inbegrepen in de berekeningen voor het energieverbruik.

De totale warmte-energie is inclusief alle gekochte brandstoffen. Tevens omvat zij de warmte-energie die wordt teruggewonnen bij de verbranding van afvalloog en afval van processen op het bedrijfsterrein (bv. houtafval, zaagsel, afvalloog, -papier en papieruitval), alsmede de warmte die wordt teruggewonnen bij de interne opwekking van elektriciteit — bij de berekening van de totale warmte-energie behoeft de aanvrager evenwel slechts 80 % van de warmte-energie uit dergelijke bronnen mee te rekenen.

Met elektrische energie wordt netto ingevoerde energie, afkomstig van het elektriciteitsnet en de interne opwekking van elektriciteit, gemeten als elektrisch vermogen bedoeld. De voor de behandeling van afvalwater gebruikte elektriciteit hoeft niet te worden meegerekend.

Daar waar stoom wordt opgewekt met gebruik van elektriciteit als warmtebron, wordt de warmtewaarde van de stoom berekend, vervolgens gedeeld door 0,8 en bij het totale brandstofverbruik opgeteld.

Indien bij geïntegreerde fabrieken alleen een gecombineerde waarde voor pulp-, lamineerpapier- en bordpapierproductie beschikbaar is vanwege moeilijkheden om afzonderlijke brandstofwaarden (warmtewaarden) voor pulp, lamineerpapier en bordpapier te verkrijgen, worden de brandstof(warmte)waarden voor pulp(soorten) op nul gezet en geldt de waarde voor de papierfabriek voor de pulp-, lamineerpapier- en bordpapierproductie samen.

Criterium B3 — Verboden of beperkte stoffen en mengsels

Beoordeling en controle: de aanvrager dient een lijst in van de chemische producten die worden gebruikt bij de productie van pulp en bordpapier, samen met de toepasselijke documentatie (zoals veiligheidsinformatiebladen). Deze lijst bevat de hoeveelheid, de functie, en de leveranciers van alle in het productieproces gebruikte stoffen.

a)

Gevaarlijke stoffen en mengsels

Krachtens artikel 6, lid 6 van Verordening (EG) nr. 66/2010 van het Europees Parlement en de Raad (5) mag het bordpapier geen stoffen bevatten waarnaar wordt verwezen in artikel 57 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 noch stoffen of mengsels die beantwoorden aan de criteria voor indeling in onderstaande gevarenklassen of -categorieën.

Lijst van gevarenaanduidingen en waarschuwingszinnen:

Gevarenaanduiding (6)

Waarschuwingszin (7)

H300 Dodelijk bij inslikken

R28

H301 Giftig bij inslikken

R25

H304 Kan dodelijk zijn als de stof bij inslikken in de luchtwegen terechtkomt

R65

H310 Dodelijk bij contact met de huid

R27

H311 Giftig bij contact met de huid

R24

H330 Dodelijk bij inademing

R26

H331 Giftig bij inademing

R23

H340 Kan genetische schade veroorzaken

R46

H341 Verdacht van het veroorzaken van genetische schade

R68

H350 Kan kanker veroorzaken

R45

H350i Kan kanker veroorzaken bij inademing

R49

H351 Verdacht van het veroorzaken van kanker

R40

H360F Kan de vruchtbaarheid schaden

R60

H360D Kan het ongeboren kind schaden

R61

H360FD Kan de vruchtbaarheid schaden. Kan het ongeboren kind schaden

R60; R61; R60-61

H360Fd Kan de vruchtbaarheid schaden. Wordt ervan verdacht het ongeboren kind te schaden

R60-R63

H360Df Kan het ongeboren kind schaden. Wordt ervan verdacht de vruchtbaarheid te schaden

R61-R62

H361f Wordt ervan verdacht de vruchtbaarheid te schaden

R62

H361d Wordt ervan verdacht het ongeboren kind te schaden

R63

 

 

H361fd Wordt ervan verdacht de vruchtbaarheid te schaden. Wordt ervan verdacht het ongeboren kind te schaden

R62-63

H362 Kan schadelijk zijn via de borstvoeding

R64

H370 Veroorzaakt schade aan organen

R39/23; R39/24; R39/25; R39/26; R39/27; R39/28

H371 Kan schade aan organen veroorzaken

R68/20; R68/21; R68/22

H372 Veroorzaakt schade aan organen bij langdurige of herhaalde blootstelling

R48/25; R48/24; R48/23

H373 Kan schade aan organen veroorzaken bij langdurige of herhaalde blootstelling

R48/20; R48/21; R48/22

H400 Zeer giftig voor in het water levende organismen

R50

H410 Zeer giftig voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen

R50-53

H411 Giftig voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen

R51-53

H412 Schadelijk voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen

R52-53

H413 Kan langdurige schadelijke gevolgen voor in het water levende organismen hebben

R53

EUH059 Gevaarlijk voor de ozonlaag

R59

EUH029 Vormt giftig gas in contact met water

R29

EUH031 Vormt giftig gas in contact met zuren

R31

EUH032 Vormt zeer giftig gas in contact met zuren

R32

EUH070 Giftig bij oogcontact

R39-41

Er mogen geen commerciële kleurstofformules, kleurstoffen, afwerkingsmiddelen, hulpstoffen en coatingmaterialen worden gebruikt bij pulp of bordpapier waaraan ten tijde van de aanvraag gevarenaanduiding H317 is of kan worden toegekend: Kan een allergische huidreactie veroorzaken.

R43

Het gebruik van stoffen of mengsels waarvan de eigenschappen tijdens de verwerking veranderen (ze worden bijvoorbeeld niet meer biologisch beschikbaar, hun chemische samenstelling verandert), waardoor het gevaar in kwestie niet meer van toepassing is, is vrijgesteld van bovenstaande eis.

Concentratiegrenzen van stoffen of mengsels waaraan bovenstaande gevarenaanduidingen of waarschuwingszinnen kunnen worden of zijn toegekend, die voldoen aan de criteria voor indeling in de gevarenklassen of -categorieën, en van stoffen die voldoen aan de criteria van artikel 57, onder a), b) of c), van Verordening (EG) nr. 1907/2006, mogen de algemene en specifieke concentratiegrenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad (8) niet overschrijden. Indien er specifieke concentratiegrenzen zijn vastgesteld, hebben deze voorrang op de algemene concentratiegrenzen.

Concentratiegrenzen voor stoffen die voldoen aan criteria van artikel 57, onder d), e) of f), van Verordening (EG) nr. 1907/2006 mogen niet meer dan 0,10 gewichtsprocent bedragen.

Beoordeling en controle: de aanvrager bewijst dat aan het criterium wordt voldaan door gegevens te verstrekken met betrekking tot de hoeveelheden (kg/ADT geproduceerd bordpapier) stoffen die in het proces worden gebruikt, en dat de stoffen waarnaar wordt verwezen in dit criterium niet in het eindproduct voorkomen in een concentratie die bovenstaande concentratiegrenzen overschrijdt. De concentratie voor stoffen en mengsels wordt opgegeven in de veiligheidsinformatiebladen overeenkomstig artikel 31 van Verordening (EG) nr. 1907/2006.

b)

Stoffen die zijn opgenomen op de lijst overeenkomstig artikel 59, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1907/2006

Er mogen geen uitzonderingen op het in artikel 6, lid 6, van Verordening (EG) nr. 66/2010 vastgestelde verbod worden toegestaan voor stoffen die beschouwd worden als zeer zorgwekkend en die zijn opgenomen in de lijst zoals bedoeld in artikel 59 van Verordening (EG) nr. 1907/2006, en die aanwezig zijn in concentraties van meer dan 0,10 % in mengsels, in een artikel, of in enig homogeen onderdeel van een complex artikel. Specifieke concentratiegrenzen die zijn bepaald krachtens artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1272/2008 zijn van toepassing in geval van een concentratie van minder dan 0,10 %.

Beoordeling en controle: de lijst van stoffen die worden beschouwd als zeer zorgwekkend en die zijn opgenomen in de kandidaats overeenkomstig artikel 59 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 is via de volgende link te vinden:

http://echa.europa.eu/chem_data/authorisation_process/candidate_list_table_en.asp

Deze lijst wordt op de datum van de aanvraag geraadpleegd.

De aanvrager bewijst dat aan het criterium wordt voldaan door gegevens te verstrekken met betrekking tot de hoeveelheden (kg/ADT geproduceerd bordkarton) stoffen die in het proces worden gebruikt, en dat de concentraties van stoffen waarnaar wordt verwezen in dit criterium in het eindproduct de bovengenoemde concentratiegrenzen niet overschrijden. De concentratie wordt opgegeven in de veiligheidsinformatiebladen overeenkomstig artikel 31 van Verordening (EG) nr. 1907/2006.

c)

Chloor

Chloorgas mag niet als bleekmiddel worden gebruikt. Deze eis geldt niet voor het gebruik van chloorgas in samenhang met de productie en de toepassing van chloordioxide.

Beoordeling en controle: de aanvrager dient een verklaring van de pulpproducent(en) in waarin staat dat er geen chloorgas als bleekmiddel is gebruikt. NB: hoewel deze vereiste ook van toepassing is op het bleken van gerecycleerde vezels, wordt aanvaard dat de vezels in hun vorige levenscyclus met chloorgas zijn gebleekt.

d)

APEO's

Alkylfenolethoxylaten of andere alkylfenolderivaten mogen niet worden toegevoegd aan reinigingschemicaliën, ontinktingschemicaliën, schuiminhibitoren, dispergeermiddelen of coatings. Alkylfenolderivaten worden gedefinieerd als stoffen die bij afbraak alkylfenolen produceren.

Beoordeling en controle: de aanvrager verstrekt (een) verklaring(en) van zijn leverancier(s) van chemicaliën waarin staat dat er geen alkylfenolethoxylaten of andere alkylfenolderivaten aan hun producten zijn toegevoegd.

e)

Restmonomeren

De totale hoeveelheid restmonomeren (met uitzondering van acrylamide) waarvoor een van onderstaande waarschuwingszinnen (of combinaties daarvan) geldt of kan gelden en die aanwezig zijn in coatings, retentiehulpmiddelen, versterkende middelen, waterafstotende middelen of chemicaliën die worden gebruikt bij de interne en externe waterzuivering, mag niet hoger zijn dan 100 ppm (berekend op basis van hun vaste inhoud).

Gevarenaanduiding (9)

Waarschuwingszin (10)

H340 Kan genetische schade veroorzaken

R46

H350 Kan kanker veroorzaken

R45

H350i Kan kanker veroorzaken bij inademing

R49

H351 Verdacht van het veroorzaken van kanker

R40

H360F Kan de vruchtbaarheid schaden

R60

H360D Kan het ongeboren kind schaden

R61

H360FD Kan de vruchtbaarheid schaden. Kan het ongeboren kind schaden

R60; R61; R60-61

H360Fd Kan de vruchtbaarheid schaden. Wordt ervan verdacht het ongeboren kind te schaden

R60-R63

H360Df Kan het ongeboren kind schaden. Wordt ervan verdacht de vruchtbaarheid te schaden

R61-R62

H400 Zeer giftig voor in het water levende organismen

R50

H410 Zeer giftig voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen

R50-53

H411 Giftig voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen

R51-53

H412 Schadelijk voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen

R52-53

H413 Kan langdurige schadelijke gevolgen voor in het water levende organismen hebben

R53

Acrylamide mag niet aanwezig zijn in coatings, retentiehulpmiddelen, versterkende middelen, waterafstotende middelen of chemicaliën die worden gebruikt bij de interne en externe waterzuivering in concentraties die hoger zijn dan 700 ppm (berekend op basis van hun vaste inhoud).

De bevoegde instantie kan de aanvrager van deze eisen vrijstellen met betrekking tot chemicaliën die worden gebruikt bij de externe waterzuivering.

Beoordeling en controle: de aanvrager dient een verklaring in van zijn leverancier(s) van chemische stoffen waarin staat dat aan dit criterium is voldaan, tezamen met de toepasselijke documentatie (zoals veiligheidsinformatiebladen).

f)

Oppervlakteactieve stoffen in ontinktingsmiddelen

Elke oppervlakteactieve stof in het product moet gemakkelijk biologisch afbreekbaar zijn.

Beoordeling en controle: de aanvrager dient een verklaring in van zijn leverancier(s) van chemicaliën waarin staat dat aan dit criterium is voldaan, samen met de relevante veiligheidsinformatiebladen of testverslagen voor iedere oppervlakteactieve stof waarin de testmethode, de drempelwaarde en de desbetreffende conclusie worden aangegeven, waarbij een van de volgende testmethoden en passeerniveaus wordt gebruikt: OECD 302 A-C (of gelijkwaardige ISO-normen), met een afbreekpercentage (inclusief adsorptie) binnen 28 dagen van ten minste 70 % voor 302 A en B en van ten minste 60 % voor 302 C.

g)

Biociden

De actieve componenten in biociden of biostatische middelen die worden gebruikt om slijmvormende organismen tegen te gaan in circulatiewatersystemen met vezels, mogen niet potentieel bioaccumulerend zijn. Biociden worden beschouwd als potentieel bioaccumulerend als log Pow (octanol/water-verdelingscoëfficiënt) < 3,0 of een experimenteel bepaalde bioconcentratiefactor (BCF) ≤ 100.

Beoordeling en controle: de aanvrager dient een verklaring in van zijn leverancier(s) van chemicaliën waarin staat dat aan dit criterium is voldaan, samen met het relevante veiligheidsinformatieblad of testverslag waarin de testmethode, de drempelwaarde en de desbetreffende conclusie worden aangegeven, waarbij een van de volgende testmethoden wordt gebruikt: OESO 107, 117 of 305 A-E.

h)

Azokleurstoffen

Er mogen geen azokleurstoffen worden gebruikt waaruit bij ontleding een van de volgende aromatische amines kan worden gevormd, krachtens bijlage XVII van Verordening (EG) nr. 1907/2006:

1.

4-aminobifenyl

(92-67-1)

2.

benzidine

(92-87-5)

3.

4-chloor-o-toluïdine

(95-69-2)

4.

2-naftylamine

(91-59-8)

5.

o-aminoazotolueen

(97-56-3)

6.

2-amino-4-nitrotolueen

(99-55-8)

7.

p-chlooraniline

(106-47-8)

8.

2,4-diaminoanisool

(615-05-4)

9.

4,4’-diaminodifenylmethaan

(101-77-9)

10.

3,3’-dichloorbenzidine

(91-94-1)

11.

3,3’-dimethoxybenzidine

(119-90-4)

12.

3,3’-dimethylbenzidine

(119-93-7)

13.

3,3’-dimethyl-4,4’-diaminodifenylmethaan

(838-88-0)

14.

p-kresidine

(120-71-8)

15.

4,4’-methyleenbis(2-chlooraniline)

(101-14-4)

16.

4,4’-oxydianiline

(101-80-4)

17.

4,4’-thiodianiline

(139-65-1)

18.

o-toluïdine

(95-53-4)

19.

2,4-diaminotolueen

(95-80-7)

20.

2,4,5-trimethylaniline

(137-17-7)

21.

4-aminoazobenzeen

(60-09-3)

22.

o-anisidine

(90-04-0)

Beoordeling en controle: de aanvrager dient een verklaring in van zijn leverancier(s) van chemicaliën waarin staat dat aan dit criterium wordt voldaan.

i)

Metaalcomplexkleurstoffen of pigmenten

Er mogen geen kleurstoffen of pigmenten worden gebruikt die zijn gebaseerd op lood, koper, chroom, nikkel of aluminium. Koperftalocyaninekleurstoffen of -pigmenten mogen echter wel worden gebruikt.

Beoordeling en controle: de aanvrager dient een verklaring in van zijn leverancier(s) van chemicaliën waarin staat dat aan deze eis wordt voldaan.

j)

Ionische verontreinigingen in kleurstoffen

Het gehalte ionische verontreinigingen in de gebruikte kleurstoffen mag niet hoger zijn dan: Ag 100 ppm; As 50 ppm; Ba 100 ppm; Cd 20 ppm; Co 500 ppm; Cr 100 ppm; Cu 250 ppm; Fe 2 500 ppm; Hg 4 ppm; Mn 1 000 ppm; Ni 200 ppm; Pb 100 ppm; Se 20 ppm; Sb 50 ppm; Sn 250 ppm; Zn 1 500 ppm.

Beoordeling en controle: de aanvrager dient een verklaring in waarin staat dat aan deze eis wordt voldaan.

Criterium B4 — Afvalbeheer

Alle locaties voor de productie van pulp en bordpapier moeten een systeem hebben voor de behandeling van afval (zoals omschreven door de desbetreffende regelgevende instanties die bevoegd zijn voor de pulp- en bordpapierproductielocaties in kwestie) en restproducten die afkomstig zijn van de productie van het product met de EU-milieukeur. In de aanvraag wordt dit systeem gedocumenteerd of uitgelegd met ten minste informatie betreffende de volgende aspecten:

procedures voor het scheiden en gebruiken van recycleerbare materialen afkomstig van de afvalstroom,

procedures voor de terugwinning van materialen voor andere toepassingen, zoals verbranding voor processtoomopwekking of warmteopwekking of voor agrarische toepassingen,

procedures voor de behandeling van gevaarlijk afval (zoals omschreven door de desbetreffende regelgevende instanties die bevoegd zijn voor de pulp- en bordpapierproductielocaties in kwestie).

Beoordeling en controle: de aanvrager dient een gedetailleerde beschrijving in van de toegepaste afvalbeheerprocedures voor elk van de desbetreffende locaties en een verklaring dat aan dit criterium wordt voldaan.

Criterium 2 — vezels: duurzaam bosbeheer

De vezelgrondstof mag gerecycleerde of nieuw geproduceerde vezel zijn.

Voor nieuw geproduceerde vezels zijn geldige duurzaambosbeheercertificaten en handelsketencertificaten vereist, die zijn afgegeven op basis van een onafhankelijk derde partij-certificatiesysteem, zoals FSC, PEFC, of gelijkwaardig.

Als de certificeringsystemen echter een combinatie van gecertificeerd, gerecycleerd en ongecertificeerd materiaal in een product of productlijn toestaan, mag het aandeel ongecertificeerd nieuw geproduceerd materiaal niet meer dan 30 % van de totale vezelgrondstof bedragen. Voor dergelijk ongecertificeerd materiaal is een controlesysteem vereist dat garandeert dat het materiaal afkomstig is van een legale bron en voldoet aan eventuele andere eisen van het certificatiesysteem met betrekking tot ongecertificeerd materiaal.

De certificeringsinstanties die certificaten met betrekking tot bosbeheer en/of handelsketens afgeven, worden door het certificatiesysteem geaccrediteerd/erkend.

Beoordeling en controle: de aanvrager verstrekt passende documentatie die het type, de hoeveelheid en de oorsprong aangeven van de vezels die worden gebruikt voor de productie van pulp en bordpapier.

Indien nieuw geproduceerde vezels worden gebruikt, zijn voor het product geldige duurzaambosbeheercertificaten en handelsketencertificaten vereist, die zijn afgegeven op basis van een onafhankelijk derde partij-certificatiesysteem, zoals PEFC, FSC, of gelijkwaardig. Indien het product of de productlijn ongecertificeerd materiaal bevat, wordt documentatie verstrekt die bewijst dat het ongecertificeerde materiaal minder dan 30 % uitmaakt en wordt ondersteund door een controlesysteem dat garandeert dat het materiaal afkomstig is van een legale bron en voldoet aan eventuele andere vereisten van het certificatiesysteem met betrekking tot ongecertificeerd materiaal.

Indien gerecycleerde vezels worden gebruikt, dient de aanvrager een verklaring in waarin de gemiddelde hoeveelheid is vermeld van de papierkwaliteiten die voor het product worden gebruikt overeenkomstig de norm EN 643 of een gelijkwaardige norm. De aanvrager dient een verklaring in dat geen papieruitval van papierfabrieken (zelf geproduceerd of ingekocht) bij de berekening van de percentages is gebruikt.

Criteria die van toepassing zijn op de verwerkingsprocessen

Criterium 3 — Verboden of beperkte stoffen en mengsels

a)

Gevaarlijke stoffen en mengsels

Verbruiksgoederen die terecht kunnen komen in het eindproduct van verwerkt papier, en die stoffen en/of mengsels bevatten welke beantwoorden aan de criteria voor indeling met de in onderstaande tabel vermelde gevarenaanduidingen krachtens Verordening (EG) nr. 1272/2008 of waarschuwingszinnen krachtens Richtlijn 67/548/EEG van de Raad (11), of in artikel 57 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 bedoelde stoffen, mogen niet worden gebruikt voor druk-, coatings- en afwerkingsbewerkingen van het eindproduct van verwerkt papier.

Deze eis is niet van toepassing op tolueen voor gebruik bij rotatiediepdrukprocessen waar een gesloten of ingekapselde installatie of terugwinningssysteem of een gelijkwaardig systeem aanwezig is om vluchtige emissies te beheren en te bewaken, en waar de terugwinefficiëntie ten minste 92 % bedraagt. UV-lakken en UV-inkten met de classificatie H412/R52-53 zijn eveneens van deze eis vrijgesteld.

De niet-papieren componenten die deel uitmaken van het definitieve product van verwerkt papier mogen geen van de bovengenoemde stoffen bevatten.

Lijst van gevarenaanduidingen en waarschuwingszinnen

Gevarenaanduiding (12)

Waarschuwingszin (13)

H300 Dodelijk bij inslikken

R28

H301 Giftig bij inslikken

R25

H304 Kan dodelijk zijn als de stof bij inslikken in de luchtwegen terechtkomt

R65

H310 Dodelijk bij contact met de huid

R27

H311 Giftig bij contact met de huid

R24

H330 Dodelijk bij inademing

R23 of R26

H331 Giftig bij inademing

R23

H340 Kan genetische schade veroorzaken

R46

H341 Verdacht van het veroorzaken van genetische schade

R68

H350 Kan kanker veroorzaken

R45

H350i Kan kanker veroorzaken bij inademing

R49

H351 Verdacht van het veroorzaken van kanker

R40

H360F Kan de vruchtbaarheid schaden

R60

H360D Kan het ongeboren kind schaden

R61

H360FD Kan de vruchtbaarheid schaden. Kan het ongeboren kind schaden

R60; R61; R60/61

H360Fd Kan de vruchtbaarheid schaden. Wordt ervan verdacht het ongeboren kind te schaden

R60; R63

H360Df Kan het ongeboren kind schaden. Wordt ervan verdacht de vruchtbaarheid te schaden

R61; R62

H361f Wordt ervan verdacht de vruchtbaarheid te schaden

R62

H361d Wordt ervan verdacht het ongeboren kind te schaden

R63

H361fd Wordt ervan verdacht de vruchtbaarheid te schaden. Wordt ervan verdacht het ongeboren kind te schaden

R62-63

H362 Kan schadelijk zijn via de borstvoeding

R64

H370 Veroorzaakt schade aan organen

R39/23; R39/24; R39/25; R39/26; R39/27; R39/28

H371 Kan schade aan organen veroorzaken

R68/20; R68/21; R68/22

H372 Veroorzaakt schade aan organen bij langdurige of herhaalde blootstelling

R48/25; R48/24; R48/23

H373 Kan schade aan organen veroorzaken bij langdurige of herhaalde blootstelling

R48/20; R48/21; R48/22

H400 Zeer giftig voor in het water levende organismen

R50

H410 Zeer giftig voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen

R50/53

H411 Giftig voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen

R51/53

H412 Schadelijk voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen

R52/53

H413 Kan langdurige schadelijke gevolgen voor in het water levende organismen hebben

R53

EUH059 Gevaarlijk voor de ozonlaag

R59

EUH029 Vormt giftig gas in contact met water

R29

EUH031 Vormt giftig gas in contact met zuren

R31

EUH032 Vormt zeer giftig gas in contact met zuren

R32

EUH070 Giftig bij oogcontact

R39/41

Stoffen of mengsels waarvan de eigenschappen tijdens de verwerking veranderen (ze worden bijvoorbeeld niet meer biologisch beschikbaar, hun chemische samenstelling verandert), waardoor het gevaar in kwestie niet meer van toepassing is, zijn vrijgesteld van bovenstaande eis.

Concentratiegrenzen van stoffen waaraan bovenstaande gevarenaanduidingen of waarschuwingszinnen kunnen worden of zijn toegekend, of die voldoen aan de criteria voor indeling in de in bovenstaande tabel genoemde gevarenklassen of -categorieën, en concentratiegrenzen van stoffen die voldoen aan de criteria van artikel 57 onder a), b) of c), van Verordening (EG) nr. 1907/2006, mogen de algemene en specifieke concentratiegrenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1272/2008 niet overschrijden. Indien er specifieke concentratiegrenzen zijn vastgesteld, hebben deze voorrang op de algemene concentratiegrenzen.

Concentratiegrenzen voor stoffen die voldoen aan de criteria die zijn vastgesteld in artikel 57, onder d), e) of f), van Verordening (EG) nr. 1907/2006 mogen niet meer dan 0,10 gewichtsprocent bedragen.

Beoordeling en controle: voor stoffen die niet zijn ingedeeld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 toont de aanvrager naleving van deze criteria aan door het volgende te verstrekken: i) een verklaring dat de niet-papieren componenten die deel uitmaken van het eindproduct geen in deze criteria genoemde stoffen bevatten in concentraties boven de toegestane concentratiegrenzen; ii) een verklaring dat geen van de verbruiksgoederen die worden gebruikt voor druk-, coatings- en afwerkingsbewerkingen van het eindproduct van verwerkt papier de in deze criteria genoemde stoffen bevatten in concentraties boven de toegestane concentratiegrenzen; iii) een lijst van alle verbruiksgoederen die worden gebruikt voor druk-, coatings- en afwerkingsbewerkingen van het eindproduct van verwerkt papier. Deze lijst bevat de hoeveelheid, de functie en de toeleveranciers van alle verbruiksgoederen die bij het productieproces worden gebruikt.

De aanvrager toont aan dat aan dit criterium is voldaan door een verklaring van zijn leverancier(s) van chemicaliën te verstrekken waarin staat dat geen van de stoffen worden ingedeeld in een van de gevarenklassen die horen bij de in bovenstaande lijst genoemde gevarenaanduidingen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008, voor zover dit ten minste kan worden bepaald aan de hand van de informatie die voldoet aan de in bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 genoemde eisen. Deze verklaring wordt gestaafd door een samenvatting van de informatie over de relevante kenmerken met betrekking tot de in bovenstaande lijst genoemde gevarenaanduidingen, op het detailleringsniveau dat wordt gespecificeerd in bijlage II, punten 10, 11 en 12, bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 (Voorschriften voor de samenstelling van veiligheidsinformatiebladen).

Informatie over de intrinsieke eigenschappen van stoffen kan worden verkregen door andere middelen dan met tests, bijvoorbeeld door het gebruik van alternatieve methoden, zoals in-vitromethoden, via kwantitatieve structuur-activiteitsmodellen of door het gebruik van groepering of „read-across” overeenkomstig bijlage XI bij Verordening (EG) nr. 1907/2006. Het uitwisselen van relevante gegevens wordt sterk aangemoedigd.

De verstrekte informatie heeft betrekking op de vorm of fysieke staat van de stof of mengsels zoals gebruikt in het eindproduct.

Voor in de bijlagen IV en V bij REACH genoemde stoffen die zijn uitgesloten van registratieverplichtingen krachtens artikel 2, lid 7, onder a) en b), van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (REACH), volstaat een verklaring dienaangaande om te voldoen aan de bovenstaande eisen.

De aanvrager verstrekt toepasselijke documentatie over de terugwinningsefficiëntie van de gesloten/ingekapselde installatie of het terugwinningssysteem, of een gelijkwaardig systeem dat voor de omgang met het gebruik van tolueen in rotatiediepdrukprocessen wordt gehanteerd.

b)

Stoffen die zijn opgenomen op de lijst overeenkomstig artikel 59, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1907/2006

Er mogen geen uitzonderingen op het in artikel 6, lid 6, van Verordening (EG) nr. 66/2010 vastgestelde verbod worden toegestaan voor stoffen die worden beschouwd als zeer zorgwekkend en die zijn opgenomen in de lijst zoals bedoeld in artikel 59 van Verordening (EG) nr. 1907/2006, die in mengsels aanwezig zijn in concentraties van meer dan 0,1 %. Specifieke concentratiegrenzen die zijn bepaald overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1272/2008 zijn van toepassing in geval van een concentratie van minder dan 0,10 %.

Beoordeling en controle: de lijst van stoffen die worden beschouwd als zeer zorgwekkend en die zijn opgenomen in de lijst van stoffen die voor opneming in aanmerking komen overeenkomstig artikel 59 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 is via de volgende link te vinden:

http://echa.europa.eu/chem_data/authorisation_process/candidate_list_table_en.asp

Deze lijst wordt op de datum van de aanvraag geraadpleegd.

De aanvrager toont naleving van dit criterium aan door gegevens te verstrekken met betrekking tot de hoeveelheden stoffen die worden gebruikt voor het drukken van producten van verwerkt papier, en door een verklaring te verstrekken dat het eindproduct de stoffen waarnaar wordt verwezen in dit criterium niet bevat in een concentratie die bovengenoemde concentratiegrenzen overschrijdt. De concentratie wordt opgegeven in de veiligheidsinformatiebladen overeenkomstig artikel 31 van Verordening (EG) nr. 1907/2006.

c)

Biociden

Biociden, zowel als onderdeel van de formule of als bestanddeel van een mengsel in de formule, die worden gebruikt om het product te conserveren en die overeenkomstig Richtlijn 67/548/EEG, Richtlijn 1999/45/EG van het Europees Parlement en de Raad (14)of Verordening (EG) nr. 1272/2008 zijn ingedeeld als H410/R50-53 of H411/R51-53, mogen uitsluitend worden gebruikt als het bioaccumulatievermogen wordt gekenmerkt door een log Pow (octanol/water-verdelingscoëfficiënt) < 3,0 of een experimenteel bepaalde bioconcentratiefactor (BCF) ≤ 100.

Beoordeling en controle: de aanvrager verstrekt kopieën van de veiligheidsinformatiebladen voor alle biociden die gedurende de verschillende productiefasen worden gebruikt, samen met de documentatie voor biocideconcentratie in het eindproduct.

d)

Reinigingsmiddelen

Reinigingsmiddelen die worden gebruikt voor reiniging tijdens drukprocedés en/of subprocessen, en die aromatische koolwaterstoffen bevatten, zijn uitsluitend toegestaan als ze voldoen aan punt 3 b) en als aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:

i)

de hoeveelheid aromatische koolwaterstoffen in de gebruikte reinigingsmiddelen bedraagt maximaal 0,10 gewichtsprocent;

ii)

de hoeveelheid reinigingsmiddelen op basis van aromatische koolwaterstoffen die per jaar wordt gebruikt, bedraagt maximaal 5 % van de totale hoeveelheid reinigingsmiddelen die in één kalenderjaar wordt gebruikt.

Dit criterium is niet van toepassing op tolueen dat als reinigingsmiddel bij rotatiediepdruk wordt gebruikt.

Beoordeling en controle: de aanvrager verstrekt het veiligheidsinformatieblad voor elk reinigingsmiddel dat in een drukkerij wordt gebruikt gedurende het jaar waarnaar het jaarverbruik verwijst. De leveranciers van reinigingsmiddelen verstrekken verklaringen over de hoeveelheid aromatische koolwaterstoffen in de reinigingsmiddelen.

e)

Alkylfenolethoxylaten — gehalogeneerde oplosmiddelen — ftalaten

De volgende stoffen of preparaten mogen niet worden toegevoegd aan inkt, kleurstoffen, toner, kleefmiddelen of reinigingsmiddelen of andere chemische reinigingsstoffen die worden gebruikt voor het drukken van het product van verwerkt papier:

alkylfenolethoxylaten en hun derivaten die bij afbraak alkylfenolen kunnen produceren,

gehalogeneerde oplosmiddelen die ten tijde van de aanvraag zijn ingedeeld in de in punt 3 a) genoemde gevaren- of risicocategorieën,

ftalaten die ten tijde van de aanvraag zijn ingedeeld met gevarenaanduidelingen H360F, H360D en H361f overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008.

Beoordeling en controle: de aanvrager verstrekt een verklaring dat aan dit criterium wordt voldaan.

f)

Drukinkt, toner, inkt, lak, folie en laminaat

De volgende zware metalen of hun verbindingen mogen niet worden gebruikt in drukinkt, toner, inkt, lak, folie en laminaat (hetzij als stof, hetzij als onderdeel van een gebruikt preparaat): cadmium, koper (met uitzondering van koperftalocyanine), lood, nikkel, chroom VI, kwik, arseen, oplosbaar barium, seleen en antimoon. Kobalt mag uitsluitend worden gebruikt tot maximaal 0,10 gewichtsprocent.

De ingrediënten mogen maximaal 0,010 gewichtsprocent sporen van die metalen bevatten welke afkomstig zijn van onzuiverheden in de grondstoffen.

Beoordeling en controle: de aanvrager verstrekt een verklaring dat aan dit criterium wordt voldaan, samen met verklaringen van dezelfde strekking van leveranciers van ingrediënten.

g)

Metalen componenten

Metalen mogen niet worden gecoat met cadmium, chroom, nikkel, zink, kwik, lood, tin en verbindingen daarvan.

Oppervlaktebehandeling van metalen met nikkel of zink kan worden geaccepteerd voor kleine onderdelen (zoals klinknagel-, oog-, en platte staaf-mechanismen) wanneer dit noodzakelijk is vanwege hevige fysieke slijtage.

Bij zowel de vernikkeling als de galvanisering met zink worden de chemische producten zo veel mogelijk gerecycleerd, door toepassing van afvalwaterbehandeling, ionenuitwisselingtechnologie, membraantechnologie of vergelijkbare technologie.

Emissies van oppervlaktebehandeling worden gerecycleerd en vernietigd. Het systeem is gesloten, zonder drainage, behalve voor zink, waarbij de emissies maximaal 0,50 mg/l mogen bedragen.

De chemische producten die bij de behandeling van het oppervlak worden gebruikt zijn in overeenstemming met criteria 3 c) Biociden en 3 e) Alkylfenolethoxylaat — gehalogeneerde oplosmiddelen — ftalaten.

Deze eis geldt voor elk afzonderlijk metaalsoortig bestanddeel dat meer dan 10 gewichtsprocent uitmaakt van de eindproducten in de subcategorie van hangmap, mappen met metalen bevestigingsmechanismen, ringbanden en ordners met hefboommechaniek.

Beoordeling en controle: de aanvrager verstrekt een verklaring waarin staat dat aan dit criterium wordt voldaan.

Criterium 4 — Recycleerbaarheid

Het product van verwerkt papier moet recycleerbaar zijn. De niet-papieren componenten van het product van verwerkt papier moeten eenvoudig te verwijderen zijn om te waarborgen dat deze componenten het recyclageproces niet verstoren.

a)

Natsterktemiddelen mogen uitsluitend worden gebruikt als de recycleerbaarheid van het eindproduct kan worden aangetoond.

b)

Niet-oplosbare kleefmiddelen mogen uitsluitend worden gebruikt indien hun verwijderbaarheid kan worden aangetoond.

c)

Coatinglakken en lamineermiddelen, inclusief polyetheen en/of polyetheen/polypropeen, mogen uitsluitend worden gebruikt voor inbindmappen, folders, schoolschriften, notitieboeken en agenda's.

Beoordeling en controle: de aanvrager verstrekt de testresultaten van de recycleerbaarheid voor natsterktemiddelen en de verwijderbaarheid voor kleefmiddelen. De referentietestmethoden zijn PTS-methode PTS-RH 021/97 (voor natsterktemiddelen), INGEDE-methode 12 (verwijderbaarheid van niet-oplosbare kleefmiddelen) of equivalente testmethoden. De aanvrager verstrekt een verklaring dat gecoate en gelamineerde producten van verwerkt papier in overeenstemming zijn met punt 3 c). Wanneer een onderdeel van een product van verwerkt papier eenvoudig te verwijderen is (bijvoorbeeld een metalen staaf in een hangmap of een kunststof omslag of herbruikbaar omslag van een schoolschrift), mag de recyclebaarheidstest zonder deze component worden uitgevoerd. Het gemak waarmee niet-papieren componenten kunnen worden verwijderd, wordt aangetoond door een verklaring van de papierophaaldienst, het recyclingbedrijf of een gelijksoortige organisatie. Testmethoden waarin door een bevoegde en onafhankelijke derde equivalente resultaten worden aangetoond, mogen eveneens worden gebruikt.

Criterium 5 — Emissies

a)

Emissies in het water

Spoelwater dat zilver bevat, afkomstig van het ontwikkelen van films en van de plaatproductie, en fotochemicaliën mogen niet worden geloosd in een waterzuiveringsstation.

Beoordeling en controle: De aanvrager verstrekt een verklaring dat aan dit criterium wordt voldaan, samen met een omschrijving van het beheer van fotochemicaliën en spoelwater met zilver op de locatie. Wanneer het ontwikkelen van films en/of de plaatproductie wordt/worden uitbesteed, verstrekt de onderaannemer een verklaring dat aan dit criterium wordt voldaan, samen met een omschrijving van het beheer van fotochemicaliën en spoelwater met zilver bij de onderaannemer.

Bij rotatatiediepdruk mag de hoeveelheid Cr en Cu die in een waterzuiveringsinstallatie wordt geloosd niet meer bedragen dan respectievelijk 45 mg per m2 en 400 mg per m2 van het oppervlak van de drukcilinder die in de pers wordt gebruikt.

Beoordeling en controle: lozingen van Cr en Cu in het riool worden gecontroleerd bij rotatiediepdrukbedrijven na behandeling en vóór de lozing. Elke maand wordt er een representatief monster van de Cr- en Cu-lozing verzameld. Er wordt ten minste één jaarlijkse analytische test uitgevoerd door een geaccrediteerd laboratorium om de hoeveelheid Cr en Cu te bepalen in een representatief deelmonster van deze monsters. Naleving van dit criterium wordt beoordeeld door de hoeveelheid Cr en Cu, zoals vastgesteld door de jaarlijkse analytische test, te delen door het cilinderoppervlak dat tijdens het drukken in de pers wordt gebruikt. Het cilinderoppervlak dat tijdens het drukken in de pers wordt gebruikt, wordt berekend door het cilinderoppervlak (= 2πrL, waarbij r de radius en L de lengte van de cilinder is) te vermenigvuldigen met het aantal drukproducties gedurende een jaar (= aantal verschillende druktaken). De referentietestmethoden voor Cr zijn: EN ISO 11885 (Waterkwaliteit — Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES)), en EN 1233 (Waterkwaliteit — Bepaling van het gehalte aan chroom — Atomaireabsorptiespectrometrische methoden) en voor Cu: EN ISO 11885 (Waterkwaliteit — Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES)).

b)

Emissies in de lucht

Vluchtige organische stoffen (VOS)

Aan de volgende criteria wordt voldaan:

(PVOS — RVOS)/Ppapier < 5 [kg/ton]

Waarbij:

PVOS

=

het totaal aantal kilo VOS per jaar in de gekochte chemische producten die worden gebruikt voor de totale productie per jaar van verwerkte producten

RVOS

=

het totaal aantal kilo VOS per jaar vernietigd door reductie, teruggewonnen uit drukprocedés en verkocht of hergebruikt

Ppapier

=

het totaal aantal ton papier per jaar dat is gekocht en gebruikt voor de productie van verwerkte producten.

Wanneer een drukkerij/verwerkingsbedrijf verschillende druktechnieken gebruikt, moet elke techniek afzonderlijk aan dit criterium voldoen.

PVOS wordt berekend aan de hand van SDS-informatie die betrekking heeft op de VOS-inhoud of aan de hand van een gelijksoortige verklaring die door de leverancier van de chemische producten wordt verstrekt.

RVOS wordt berekend aan de hand van de verklaring over de hoeveelheid VOS in de verkochte chemische producten of aan de hand van het interne telregister (of een ander gelijksoortig document) waarin de hoeveelheid VOS per jaar wordt vermeld die op de locatie herwonnen en hergebruikt is.

Specifieke voorwaarden voor „heat-set” drukken:

i)

voor „heat-set”-offsetdrukken met een geïntegreerde nabrander voor de droger is de volgende berekeningsmethode van toepassing:

PVOS = 90 % van het totaal aantal kilo's VOS per jaar in bevochtigingsoplossingen die worden gebruikt voor de jaarproductie van verwerkte producten + 85 % van het totaal aantal kilo's VOS per jaar in reinigingsmiddelen die worden gebruikt voor de jaarproductie van verwerkte producten;

ii)

voor „heat-set”-offsetdrukken zonder een geïntegreerde nabrander voor de droger is de volgende berekeningsmethode van toepassing:

PVOS = 90 % van het totaal aantal kilo's VOS per jaar in bevochtigingsoplossingen die worden gebruikt voor de jaarproductie van verwerkte producten + 85 % van het totaal aantal kilo's VOS per jaar in reinigingsmiddelen die worden gebruikt voor de jaarproductie van verwerkte producten + 10 % van het totaal aantal kilo's VOS per jaar in drukinkt die wordt gebruikt voor de jaarproductie van verwerkte producten.

Voor i) en ii) kunnen evenredig lagere percentages dan 90 % en 85 % worden gebruikt in deze berekening indien meer dan respectievelijk 10 % of 15 % van het totaal aantal kilo's VOS per jaar in bevochtigingsoplossingen of reinigingsmiddelen die worden gebruikt voor de jaarproductie van verwerkte producten, aantoonbaar wordt gereduceerd in het zuiveringssysteem voor verbrande gassen uit het droogproces.

Beoordeling en controle: de leverancier van de chemische stoffen verstrekt een verklaring betreffende de hoeveelheid VOS in alcohol, reinigingsmiddelen, inkten, bevochtigingsmiddelen of andere soortgelijke chemische producten. De aanvrager toont aan dat de berekening is gemaakt overeenkomstig de bovengenoemde criteria. De periode voor de berekeningen wordt gebaseerd op de productie gedurende twaalf maanden. In het geval van een nieuwe of herbouwde productiefaciliteit, worden de berekeningen gebaseerd op ten minste drie maanden representatief in bedrijf zijn van de faciliteit.

Criterium 6 — Afval

a)

Afvalbeheer

De faciliteit waar de producten van verwerkt papier worden vervaardigd, moet een systeem hebben voor de behandeling van afval, inclusief restproducten afkomstig van de productie van de producten van verwerkt papier, zoals omschreven door de desbetreffende lokale en nationale regelgevende instanties.

In de aanvraag wordt dit systeem gedocumenteerd of uitgelegd met ten minste informatie betreffende de volgende procedures:

i)

verwerken, verzamelen, scheiden en gebruiken van recycleerbare materialen afkomstig van de afvalstroom;

ii)

terugwinning van materialen voor andere toepassingen, zoals verbranding voor processtoomopwekking of warmteopwekking of voor agrarische toepassingen;

iii)

verwerken, verzamelen, scheiden en afvoeren van gevaarlijk afval zoals omschreven door de desbetreffende regelgevende lokale en nationale instanties.

Beoordeling en controle: de aanvrager verstrekt een verklaring van naleving van dit criterium, samen met een omschrijving van de toegepaste afvalbeheerprocedures. Indien noodzakelijk verstrekt de aanvrager de bijbehorende verklaring elk jaar aan de lokale instantie. Indien het afvalbeheer wordt uitbesteed, verstrekt de onderaannemer eveneens een verklaring van naleving van dit criterium.

b)

Afvalpapier

De hoeveelheid geproduceerd afvalpapier „X” mag niet meer zijn dan:

20 % voor enveloppen

20 % voor kantoorbenodigdheden

10 % voor papieren zakken

waarbij X = aantal kilo afvalpapier per jaar, geproduceerd tijdens de verwerking (inclusief afwerkingsprocessen) van het product van verwerkt papier met milieukeur, gedeeld door het aantal kilo papier per jaar dat is gekocht en gebruikt voor de productie van het product van verwerkt papier met milieukeur.

Wanneer de drukkerij de afwerkingsprocessen namens een andere drukkerij uitvoert, wordt de hoeveelheid afvalpapier die tijdens die processen wordt geproduceerd, niet meegeteld in de berekening van „X”

Wanneer de afwerkingsprocessen worden uitbesteed aan een ander bedrijf, wordt de hoeveelheid afvalpapier die voortkomt uit het uitbestede werk, meegeteld en opgegeven bij de berekening van „X”.

Beoordeling en controle: de aanvrager verstrekt een omschrijving van de berekening van de hoeveelheid afvalpapier, samen met een verklaring van de onderaannemer die het afvalpapier bij de drukkerij verzamelt. De voorwaarden van de uitbesteding en de berekening van de hoeveelheid afvalpapier die bij het afwerkingsproces is betrokken, worden verstrekt. De periode voor de berekeningen wordt gebaseerd op de productie gedurende twaalf maanden. In het geval van een nieuwe of herbouwde productiefaciliteit, worden de berekeningen gebaseerd op ten minste drie maanden representatief in bedrijf zijn van de faciliteit.

Criterium 7 — Energieverbruik

De drukkerij/Het verwerkingsbedrijf houdt een register bij van alle energieverbruikende apparaten (inclusief machines, verlichting, airconditioning, koeling) en stelt een programma op met maatregelen voor verbetering van de energie-efficiëntie.

Beoordeling en controle: de aanvrager verstrekt het register van energieverbruikende apparaten samen met het verbeteringsprogramma.

Criterium 8 — Opleiding

Alle personeelsleden die deelnemen aan de dagelijkse werkzaamheden, moeten de noodzakelijke kennis verkrijgen om te waarborgen dat wordt voldaan aan de milieukeureisen en dat deze voortdurend worden verbeterd.

Beoordeling en controle: de aanvrager verstrekt een verklaring dat aan dit criterium wordt voldaan, samen met details van het opleidingsprogramma, de inhoud ervan, en geven aan welke personeelsleden welke opleiding wanneer hebben genoten. De aanvrager verstrekt aan de bevoegde instantie ook een voorbeeld van het opleidingsmateriaal.

Criterium 9 — Gebruiksgeschiktheid

Het product moet geschikt zijn voor zijn gebruiksdoel.

Beoordeling en controle: de aanvrager verstrekt de toepasselijke documentatie waaruit blijkt dat aan dit criterium wordt voldaan. De aanvrager mag waar relevant gebruikmaken van nationale of commerciële normen om de geschiktheid voor gebruik van de producten van verwerkt papier aan te tonen. De referentieproef voor papieren draagtassen is methode EN 13590:2003.

Criterium 10 — Informatie op de draagtassen van papier

Op de draagtassen van papier staat de volgende informatie:

„Gebruik deze draagtas meerdere malen”

Beoordeling en controle: de aanvrager verstrekt een voorbeeld van de productverpakking met de vereiste informatie.

Criterium 11 — Informatie op de EU-milieukeur

Het facultatieve label met tekstruimte bevat de volgende tekst:

Dit product is recycleerbaar

De emissies van chemische stoffen in lucht en water als gevolg van de papierproductie en de druk- en verwerkingsprocedés zijn beperkt

Om te voorkomen dat bij consumenten verwarring ontstaat over de draagtas met EU-milieukeur en de inhoud die geen EU-milieukeur heeft, worden draagtassen van papier zo ontworpen dat zij open zijn en op de plaats van aankoop worden gevuld of daarna, zodat de consumenten begrijpen dat de EU-milieukeur alleen geldt voor de papieren draagtas, en niet voor de artikelen daarin. Op de draagtas staat de EU-milieukeur met de tekst „papieren draagtas met de EU-milieukeur”.

De richtsnoeren voor het gebruik van het facultatieve label met tekstruimte kunnen worden geraadpleegd in de „Guidelines for the use of the EU Ecolabel logo” op de website:

http://ec.europa.eu/environment/ecolabel/promo/pdf/logo %20guidelines.pdf

Beoordeling en controle: de aanvrager verstrekt een voorbeeld van het product van bedrukt papier met het etiket, alsmede een verklaring dat aan dit criterium is voldaan.


(1)  Verordening (EG) nr. 1907/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).

(2)  Besluit nr. 2011/333/EU van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van de milieucriteria voor de toekenning van de EU-milieukeur voor kopieerpapier en grafisch papier (PB L 149 van 8.6.2011, blz. 12).

(3)  Besluit 2012/448/EU van de Commissie van 12 juli 2012 tot vaststelling van de milieucriteria voor de toekenning van de EU-milieukeur voor krantenpapier (PB L 202 van 28.7.2012, blz. 26).

(*1)  Een uitzondering op dit niveau wordt toegestaan, met een maximum van 0,1, indien kan worden aangetoond dat het hogere P-niveau veroorzaakt wordt doordat P van nature voorkomt in de houtpulp

(4)  Zoals gedefinieerd in Richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 140 van 5.6.2009, blz. 16.)

(5)  Verordening (EG) nr. 66/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de EU-milieukeur (PB L 27 van 30.1.2010, blz. 1).

(6)  Zoals vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad.

(7)  Zoals vastgesteld in Richtlijn 67/548/EEG van de Raad.

(8)  Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, (PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1).

(9)  Zoals vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1272/2008.

(10)  Zoals vastgesteld in Richtlijn 67/548/EEG.

(11)  Richtlijn 67/548/EEG van de Raad van 27 juni 1967 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (PB 196 van 16.8.1967, blz. 1).

(12)  Zoals vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1272/2008.

(13)  Zoals vastgesteld in Richtlijn 67/548/EEG.

(14)  Richtlijn 1999/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten (PB L 200 van 30.7.1999, blz. 1).


Top