This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32012D0312
Council Decision 2012/312/CFSP of 18 June 2012 on the European Union Aviation Security CSDP Mission in South Sudan (EUAVSEC-South Sudan)
Besluit 2012/312/GVDB van de Raad van 18 juni 2012 betreffende de GVDB-missie van de Europese Unie inzake luchtvaartbeveiliging in Zuid-Sudan (EUAVSEC-South Sudan)
Besluit 2012/312/GVDB van de Raad van 18 juni 2012 betreffende de GVDB-missie van de Europese Unie inzake luchtvaartbeveiliging in Zuid-Sudan (EUAVSEC-South Sudan)
PB L 158 van 19.6.2012, pp. 17–20
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV) Dit document is verschenen in een speciale editie.
(HR)
No longer in force, Date of end of validity: 18/01/2014
|
19.6.2012 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 158/17 |
BESLUIT 2012/312/GVDB VAN DE RAAD
van 18 juni 2012
betreffende de GVDB-missie van de Europese Unie inzake luchtvaartbeveiliging in Zuid-Sudan
(EUAVSEC-South Sudan)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 28, artikel 42, lid 4, en artikel 43, lid 2,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft in zijn op 8 juli 2011 aangenomen Resolutie 1996(2011) de oprichting van de Republiek Zuid-Sudan op 9 juli 2011, dag van de uitroeping tot onafhankelijke staat, verwelkomd en benadrukt dat nauwere en duidelijk omschreven partnerschappen moeten worden aangegaan tussen de Verenigde Naties, ontwikkelingsagentschappen, bilaterale partners, en andere relevante actoren, regionale en subregionale instellingen en de internationale financiële instellingen, teneinde uitvoering te geven aan nationale strategieën voor een doeltreffende institutionele opbouw op basis van nationale inbreng, het bereiken van resultaten en wederzijdse verantwoordingsplicht. |
|
(2) |
De Raad is op 20 juni 2011 overeengekomen een alomvattende aanpak voor Sudan en Zuid-Sudan te volgen, met onder meer als doel Zuid-Sudan te helpen zich te ontwikkelen tot een levensvatbare, stabiele en welvarende staat. De alomvattende aanpak voorzag als optie op korte termijn in de ontplooiing van een civiele missie in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) voor een betere luchthavenbeveiliging, en als optie op middellange termijn in de bijdrage aan een ruimer grensbeheer in Zuid-Sudan. |
|
(3) |
De Zuid-Sudanese minister voor Vervoer en Wegen heeft op 19 juli 2011 namens de regering van Zuid-Sudan een brief aan de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid gericht, waarin met voldoening kennis wordt genomen van het voorstel van de Unie om door middel van een GVDB-missie bij te dragen tot de versterking van de veiligheid op Juba International Airport (JIA), met de bedoeling deze aan de internationaal aanvaarde normen te laten voldoen. |
|
(4) |
De Raad heeft op 23 januari 2012 zijn goedkeuring gehecht aan het crisisbeheersingsconcept voor een GVDB-missie van de Europese Unie inzake luchtvaartbeveiliging in Zuid-Sudan (EUAVSEC-South Sudan). |
|
(5) |
Voor EUAVSEC-South Sudan moet de wachtdienst in werking worden gesteld. |
|
(6) |
EUAVSEC-South Sudan zal worden uitgevoerd in een mogelijk verslechterende situatie die de verwezenlijking van de doelstellingen van het externe optreden van de Unie, geformuleerd in artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), kan hinderen, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Missie
De Unie stelt een GVDB-missie inzake luchtvaartbeveiliging in Zuid-Sudan („EUAVSEC-South Sudan”) in.
Artikel 2
Doelstellingen
1. De strategische doelstelling van EUAVSEC-South Sudan is bij te dragen tot een duurzame en doeltreffende werking van Juba International Airport (JIA) door het bereiken van aanvaardbare beveiligingscapaciteit onder lokale ownership, zulks in lijn met internationale standaarden en geldende beste praktijk.
2. EUAVSEC-South Sudan draagt in het bijzonder bij tot het versterken van luchtvaartbeveiliging, grenscontrole en rechtshandhaving op JIA, zulks onder openbaar toezicht en in overeenstemming met mensenrechtennormen.
Artikel 3
Taken
1. Om de doelstellingen van artikel 2 te verwezenlijken zal EUAVSEC-South Sudan:
|
a) |
de regering van Zuid-Sudan en andere betrokken Zuid-Sudanese instanties bijstaan en adviseren bij de oprichting van een luchtvaartbeveiligingsorganisatie in het ministerie van Vervoer en op JIA; |
|
b) |
de regering van Zuid-Sudan en andere betrokken Zuid-Sudanese instanties bijstaan en adviseren bij de ontwikkeling, aanneming en uitvoering van:
|
|
c) |
de prestaties van bij luchtvaartbeveiligingsoperaties betrokken functionarissen verbeteren, overeenkomstig normen en aanbevolen procedures van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO), door middel van opleiding, begeleiding, monitoring, advies, bijstand en coördinatie; |
|
d) |
de duurzaamheid en levensvatbaarheid op lange termijn van de prestaties van Zuid-Sudan ondersteunen door samen te werken met andere belanghebbenden in de Unie en internationale belanghebbenden; |
|
e) |
commerciële en particuliere entiteiten die op JIA werkzaam zijn, een groter veiligheidsbesef helpen bijbrengen. |
2. EUAVSEC-South Sudan verricht geen uitvoerende taken.
Artikel 4
Commandostructuur en structuur
1. EUAVSEC-South Sudan heeft, als crisisbeheersingsoperatie, een gemeenschappelijke commandostructuur.
2. EUAVSEC-South Sudan heeft haar hoofdkwartier in Juba.
3. Tijdens de voorbereidingsfase van EUAVSEC-South Sudan wordt het hoofd van de missie bijgestaan door een planningsteam dat bestaat uit het personeel dat nodig is om de missie voor te bereiden.
4. Tijdens de uitvoeringsfase wordt EUAVSEC-South Sudan als volgt gestructureerd:
|
a) |
een hoofd van de missie; |
|
b) |
een plannings- en operationele component, met inbegrip van opleidingscapaciteit; |
|
c) |
een missie-ondersteuningscomponent; |
|
d) |
onderdelen voor rapportering, veiligheid en politiek advies, en voorlichting van de bevolking. |
Artikel 5
Civiele operationele commandant
1. De directeur van het civiele plannings- en uitvoeringsvermogen (CPCC) is de civiele operationele commandant van EUAVSEC-South Sudan
2. De civiele operationele commandant oefent, onder het politieke toezicht en de strategische leiding van het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) en onder algemeen gezag van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (HV), het commando en de controle op strategisch niveau uit op EUAVSEC-South Sudan.
3. De civiele operationele commandant zorgt, met betrekking tot het verloop van de operaties, voor een adequate en efficiënte uitvoering van de besluiten van de Raad, alsmede de besluiten van het PVC, mede, waar nodig, door middel van instructies op strategisch niveau aan het hoofd van de missie en door middel van het verlenen van advies en technische bijstand aan hem.
4. De civiele operationele commandant rapporteert aan de Raad via de HV.
5. Alle gedetacheerde personeelsleden blijven onder het volledige gezag staan van de nationale autoriteiten van de betrokken zendstaat of instelling van de Unie. De nationale autoriteiten dragen de operationele controle (OPCON) over hun personeel, teams en eenheden over aan de civiele operationele commandant.
6. De civiele operationele commandant heeft de algehele verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat de Unie zich naar behoren van haar zorgplicht kwijt.
7. De civiele operationele commandant, de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie (SVEU) voor Sudan en Zuid-Sudan en het hoofd van de delegatie van de Unie in Zuid-Sudan plegen indien nodig onderling overleg.
Artikel 6
Hoofd van de missie
1. Het hoofd van de missie draagt op het terrein de verantwoordelijkheid voor, en voert het commando en de controle over EUAVSEC-South Sudan en rapporteert rechtstreeks aan de civiele operationele commandant.
2. Het hoofd van de missie oefent het commando en de controle uit over het personeel, de teams en de eenheden van de bijdragende staten die door de civiele operationele commandant zijn aangewezen, en draagt de administratieve en logistieke verantwoordelijkheid voor de aan EUAVSEC-South Sudan ter beschikking gestelde activa, middelen en informatie.
3. Het hoofd van de missie geeft instructies aan alle personeelsleden van EUAVSEC-South Sudan met het oog op de effectieve uitvoering van EUAVSEC-South Sudan in het veld, en zorgt voor de coördinatie en de dagelijkse leiding van de missie volgens de instructies op strategisch niveau van de civiele operationele commandant.
4. Het hoofd van de missie is verantwoordelijk voor de uitvoering van de begroting van EUAVSEC-South Sudan. Daartoe sluit het hoofd van de missie een contract met de Commissie.
5. Het hoofd van de missie is verantwoordelijk voor het tuchtrechtelijk toezicht op het personeel. Voor gedetacheerd personeel worden tuchtrechtelijke maatregelen door de betrokken nationale autoriteit of instelling van de Unie genomen.
6. Het hoofd van de missie vertegenwoordigt EUAVSEC-South Sudan in het operatiegebied en zorgt voor passende zichtbaarheid van EUAVSEC-South Sudan.
7. Het hoofd van de missie zorgt, in voorkomend geval, voor coördinatie met andere actoren van de Unie op het terrein. Het hoofd van de missie krijgt, onder volledige eerbieding van de commandostructuur, ter plaatse politieke aansturing van de SVEU, in nauwe samenspraak met het hoofd van de delegatie van de Unie in Zuid-Sudan.
Artikel 7
Personeel
1. EUAVSEC-South Sudan bestaat voornamelijk uit personeel dat door de lidstaten, de instellingen van de Unie of de Europese dienst voor extern optreden (EDEO) wordt gedetacheerd. Elke lidstaat of instelling van de Unie of EDEO draagt de kosten voor ieder door hem of haar gedetacheerd personeelslid, met inbegrip van kosten voor vervoer van en naar de plaats van detachering, salarissen, ziektekosten en andere vergoedingen dan dagvergoedingen.
2. De detacherende staat, instelling van de Unie of EDEO is verantwoordelijk voor de afhandeling van met de detachering verband houdende schadeclaims van of betreffende het personeelslid en voor het instellen van een vordering tegen dat personeelslid.
3. Internationaal en lokaal personeel worden op contractbasis door EUAVSEC-South Sudan aangeworven, indien de vereiste functies niet worden vervuld door personeel dat door de lidstaten is gedetacheerd. Bij wijze van uitzondering en in naar behoren gemotiveerde gevallen, kunnen in voorkomend geval onderdanen van deelnemende derde landen op contractbasis worden aangeworven wanneer er geen geschikte kandidaten uit de lidstaten beschikbaar zijn.
4. De arbeidsvoorwaarden en de rechten en plichten van het internationale en het plaatselijke personeel staan in contracten tussen het hoofd van de missie en de betrokken personeelsleden.
Artikel 8
Status van EUAVSEC-South Sudan en het personeel ervan
De status van EUAVSEC-South Sudan en het personeel ervan, in voorkomend geval inclusief de voorrechten, immuniteiten en overige waarborgen die nodig zijn voor de uitvoering en de soepele werking van EUAVSEC-South Sudan, wordt vastgelegd in een overeenkomst krachtens artikel 37 VEU, overeenkomstig de procedure in artikel 218 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Artikel 9
Politieke controle en strategische leiding
1. Het PVC oefent, onder de verantwoordelijkheid van de Raad en de HV, het politieke toezicht op en de strategische leiding van EUAVSEC-South Sudan uit. De Raad machtigt het PVC hierbij om de passende besluiten te nemen overeenkomstig artikel 38, derde alinea, VEU. Deze machtiging omvat de bevoegdheid om, op voordracht van de HV, een hoofd van de missie te benoemen en het operationeel concept (CONOPS) en het operationeel plan (OPLAN) te wijzigen. De beslissingsbevoegdheid met betrekking tot de doelstellingen en de beëindiging van EUAVSEC-South Sudan blijft berusten bij de Raad.
2. Het PVC brengt op gezette tijden verslag uit aan de Raad.
3. Het PVC ontvangt, op gezette tijden en naar gelang van de behoefte, door de civiele operationele commandant en het hoofd van de missie opgestelde verslagen over aangelegenheden die onder hun bevoegdheid vallen.
Artikel 10
Deelneming van derde staten
1. Met volledige inachtneming van de beslissingsautonomie van de Unie en het institutionele kader van de Unie kunnen derde staten worden uitgenodigd om bij te dragen aan EUAVSEC-South Sudan, met dien verstande dat zij de kosten dragen van het uitzenden van het door hen gedetacheerde personeel, met inbegrip van salarissen, verzekering tegen alle risico’s, dagvergoedingen en kosten voor vervoer van en naar Zuid-Sudan, en dat zij in voorkomend geval bijdragen aan de werkingskosten van EUAVSEC-South Sudan.
2. De derde staten die aan EUAVSEC-South Sudan bijdragen, hebben bij de dagelijkse leiding van EUAVSEC-South Sudan dezelfde rechten en plichten als de lidstaten.
3. De Raad machtigt het PVC om de passende besluiten betreffende de aanvaarding van de voorgestelde bijdragen te nemen en een comité van contribuanten in te stellen.
4. De nadere regelingen betreffende de deelneming van derde staten worden vastgesteld in krachtens artikel 37 VEU te sluiten overeenkomsten en, voor zover nodig, in aanvullende technische regelingen. Wanneer de Unie en een derde staat een overeenkomst tot vaststelling van een kader voor de deelneming van die derde staat aan crisisbeheersingsoperaties van de Unie hebben gesloten, zijn in het kader van EUAVSEC-South Sudan de bepalingen van die overeenkomst van toepassing.
Artikel 11
Veiligheid
1. De civiele operationele commandant stuurt de planning van de beveiligingsmaatregelen door het hoofd van de missie aan en zorgt voor een adequate en doeltreffende uitvoering daarvan door EUAVSEC-South Sudan overeenkomstig artikel 5.
2. Het hoofd van de missie is verantwoordelijk voor de veiligheid van EUAVSEC-South Sudan en voor de naleving van de minimumbeveiligingseisen die op EUAVSEC-South Sudan van toepassing zijn, conform het beleid van de Unie inzake de veiligheid van personeel dat op grond van titel V VEU en de daarvan afgeleide teksten in een operationele hoedanigheid wordt ingezet buiten de Unie.
3. Het hoofd van de missie wordt bijgestaan door een speciaal voor de missie bestemde veiligheidsfunctionaris, die aan het hoofd van de missie rapporteert en die tevens nauwe functionele betrekkingen onderhoudt met de EDEO.
4. De personeelsleden van EUAVSEC-South Sudan volgen, overeenkomstig het OPLAN, vóór hun indiensttreding een verplichte veiligheidsopleiding. Zij krijgen regelmatig ter plaatse herhalingscursussen, die worden georganiseerd door de speciaal voor de missie bestemde veiligheidsfunctionaris.
5. Het hoofd van de missie zorgt voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie overeenkomstig Besluit 2011/292/EU van de Raad van 31 maart 2011 betreffende de beveiligingsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (1).
Artikel 12
Wachtdienst
Voor EUAVSEC-South Sudan wordt de wachtdienst in werking gesteld.
Artikel 13
Financiële regelingen
1. Het financiële referentiebedrag dat de uitgaven in verband met EUAVSEC-South Sudan moet dekken, bedraagt 12 500 000 EUR.
2. De uitgaven worden beheerd overeenkomstig de voorschriften en procedures die van toepassing zijn op de algemene begroting van de Unie.
3. Onderdanen van deelnemende derde landen en onderdanen van gast- en buurlanden mogen inschrijven op aanbestedingen. Behoudens goedkeuring van de Commissie mag het hoofd van de missie technische regelingen sluiten met lidstaten, deelnemende derde staten en andere internationale actoren over het leveren van uitrusting, diensten en lokalen aan EUAVSEC-South Sudan.
4. De financiële regelingen moeten voldoen aan de operationele vereisten van EUAVSEC-South Sudan, met inbegrip van de compatibiliteit van uitrusting en de interoperabiliteit van de teams ervan.
5. Het hoofd van de missie brengt over de in het kader van zijn contract ondernomen activiteiten volledig verslag uit aan de Commissie, onder wier toezicht hij staat.
6. De uitgaven in verband met EUAVSEC-South Sudan komen voor financiering in aanmerking vanaf de datum van benoeming van het hoofd van de missie.
Artikel 14
Samenhang van het optreden van de Unie en coördinatie
1. De HV ziet toe op de samenhang van de uitvoering van dit besluit met het externe optreden van de Unie als geheel, met inbegrip van de ontwikkelingsprogramma’s van de Unie.
2. Onverminderd de commandostructuur werkt het hoofd van de missie in nauwe coördinatie met de delegatie van de Unie in Juba, met de bedoeling de samenhang van het optreden van de Unie in Zuid-Sudan te verzekeren.
3. Het hoofd van de missie werkt in nauwe coördinatie met de lidstaten die in Zuid-Sudan aanwezig zijn.
Artikel 15
Vrijgave van gegevens
1. De HV is gemachtigd gerubriceerde gegevens van de EU tot op het niveau „CONFIDENTIEL UE/EU CONFIDENTIAL” die ten behoeve van EUAVSEC-South Sudan zijn opgesteld, indien dit passend en in overeenstemming met de behoeften van EUAVSEC-South Sudan is, overeenkomstig Besluit 2011/292/EU vrij te geven aan de bij dit besluit betrokken derde staten.
2. De HV is tevens gemachtigd, naar gelang van de operationele behoeften van EUAVSEC-South Sudan, gerubriceerde gegevens van de EU tot op het niveau „RESTREINT UE/EU RESTRICTED” die ten behoeve van EUAVSEC-South Sudan zijn opgesteld, overeenkomstig Besluit 2011/292/EU vrij te geven aan de Verenigde Naties (VN) en de ICAO. Daartoe worden regelingen tussen de HV en de bevoegde autoriteiten van de VN en de ICAO opgesteld.
3. Indien er sprake is van een specifieke en onmiddellijke operationele behoefte, is de HV voorts gemachtigd gerubriceerde gegevens van de EU tot op het niveau „RESTREINT UE/EU RESTRICTED” die ten behoeve van EUAVSEC-South Sudan zijn opgesteld, overeenkomstig Besluit 2011/292/EU vrij te geven aan het gastland. Daartoe worden regelingen tussen de HV en de bevoegde autoriteiten van het gastland opgesteld.
4. De HV is gemachtigd niet-gerubriceerde documenten van de EU betreffende de beraadslagingen van de Raad over EUAVSEC-South Sudan die onder de geheimhoudingsplicht van artikel 6, lid 1, van het reglement van orde van de Raad vallen, vrij te geven aan de derde landen die bij dit besluit zijn betrokken (2).
5. De HV kan de in de leden 1 tot en met 4 bedoelde bevoegdheden alsook de bevoegdheid om de in de leden 2 en 3 bedoelde regelingen te sluiten, delegeren aan personen die onder zijn gezag staan, aan de civiele operationele commandant en/of aan het hoofd van de missie.
Artikel 16
Inwerkingtreding en looptijd
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
Het is van toepassing voor een periode van 19 maanden.
Gedaan te Luxemburg, 18 juni 2012.
Voor de Raad
De voorzitter
M. GJERSKOV
(1) PB L 141 van 27.5.2011, blz. 17.
(2) Besluit 2009/937/EU van de Raad van 1 december 2009 houdende vaststelling van zijn reglement van orde (PB L 325 van 11.12.2009, blz. 35).