This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32004R0989
Council Regulation (EC) No 989/2004 of 17 May 2004 amending Regulation (EC) No 151/2003 imposing a definitive anti-dumping duty on imports of certain grain oriented electrical sheets originating in Russia
Verordening (EG) nr. 989/2004 van de Raad van 17 mei 2004 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 151/2003 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde elektroplaten met georiënteerde korrel uit Rusland
Verordening (EG) nr. 989/2004 van de Raad van 17 mei 2004 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 151/2003 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde elektroplaten met georiënteerde korrel uit Rusland
PB L 182 van 19.5.2004, pp. 1–4
(ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
PB L 142M van 30.5.2006, pp. 2–5
(MT)
No longer in force, Date of end of validity: 27/08/2005
|
19.5.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 182/1 |
VERORDENING (EG) Nr. 989/2004 VAN DE RAAD
van 17 mei 2004
houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 151/2003 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde elektroplaten met georiënteerde korrel uit Rusland
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1), („de basisverordening”), en met name op artikel 8, artikel 11, lid 3, artikel 21 en artikel 22, onder c),
Gezien het voorstel dat door de Commissie na overleg in het Raadgevend Comité is ingediend,
Overwegende hetgeen volgt:
A. PROCEDURE
1. Geldende maatregelen
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 990/2004 (2) wijzigde de Raad Verordening (EG) nr. 151/2003 (3) van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer in de Gemeenschap van bepaalde elektroplaten met georiënteerde korrel („het betrokken product”) uit Rusland. |
|
(2) |
Het toepasselijke recht op de nettoprijs, franco grens Gemeenschap, voor inklaring, werd voor de invoer van het betrokken product uit Rusland vastgesteld op 40,1 % voor door Novolipetsky Iron & Steel Corporation (NLMK) vervaardigde producten en op 14,7 % voor door VizStal Ltd. vervaardigde producten. |
2. Onderzoek
|
(3) |
Op 20 maart 2004 kondigde de Commissie in het Publicatieblad van de Europese Unie (4) aan dat zij overeenkomstig artikel 11, lid 3, en artikel 22, onder c), van de basisverordening een procedure voor de gedeeltelijke tussentijdse herziening van de geldende maatregelen („de maatregelen”) inleidde. |
|
(4) |
De herziening werd ingeleid op initiatief van de Commissie, die wilde onderzoeken of het dienstig was, naar aanleiding van de uitbreiding van de Europese Unie op 1 mei 2004 („de uitbreiding”) en rekening houdende met het belang van de Gemeenschap, de maatregelen aan te passen om een plotse en overdreven negatieve impact op alle belanghebbenden, waaronder de verwerkende bedrijven, distributiebedrijven en consumenten, te vermijden. |
3. Bij het onderzoek betrokken partijen
|
(5) |
De Commissie heeft alle haar bekende belanghebbende partijen, waaronder de bedrijfstak van de Gemeenschap, de organisaties van producenten en verwerkende bedrijven in de Gemeenschap, de producenten/exporteurs in het betrokken land, de importeurs en organisaties van importeurs, de bevoegde autoriteiten van de betrokken landen alsmede de belanghebbenden in de tien nieuwe lidstaten die op 1 mei 2004 tot de Europese Unie zijn toegetreden („EU10”), in kennis gesteld van de inleiding van de procedure en zij heeft hen de mogelijkheid gegeven hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten, informatie te verstrekken en bewijsmateriaal toe te zenden binnen de in het bericht van inleiding genoemde termijn. Alle belanghebbenden die aantoonden dat er redenen waren om te worden gehoord en een daartoe strekkend verzoek indienden, werden gehoord. |
|
(6) |
In dit verband hebben de volgende belanghebbende partijen hun standpunt uiteengezet:
|
B. BETROKKEN PRODUCT
|
(7) |
De procedure heeft betrekking op hetzelfde product als de oorspronkelijke procedure, namelijk koudgewalste platen en banden met georiënteerde korrel van siliciumstaal (transformatorstaal), met een breedte van meer dan 500 mm, van oorsprong uit Rusland, ingedeeld onder de GN-codes 7225 11 00 en 7226 11 00 . Het product is bestemd voor de vervaardiging van elektromagnetische apparatuur en wordt ook gebruikt in installaties zoals energietransformatoren en transformatoren voor elektriciteitsdistributie. |
|
(8) |
In het vrij complexe fabricageprocédé van elektroplaat met georiënteerde korrel worden alle korrelstructuren georiënteerd in de richting waarin de plaat of de band wordt gerold, zodat het product zeer goed een magnetisch veld kan geleiden. Het betrokken product moet voldoen aan eisen in verband met de hoogst toelaatbare hermagnetiseringsverliezen, de magnetische inductie en de stapelfactor. In het algemeen zijn beide zijden van het product met een dunne isolerende laag bedekt. |
C. RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK
1. Verklaringen van belanghebbende partijen in exportlanden
|
(9) |
Twee Russische producenten/exporteurs en de Russische autoriteiten verklaarden dat, als gevolg van de hoge antidumpingrechten en de uitbreiding van de maatregelen tot de EU10, hun traditionele handelsstromen naar de EU10 ernstig zouden worden verstoord. |
|
(10) |
Zij stelden met name dat de plotse sterke prijsstijgingen als gevolg van de hoge antidumpingrechten het product onbetaalbaar duur maakten voor elektromagnetische apparaten en gebruik in installaties zoals energietransformatoren en transformatoren voor elektriciteitsdistributie. |
2. Opmerkingen van de bedrijfstak van de Gemeenschap
|
(11) |
De EG-producenten deelden mee dat, ondanks het feit dat de gemiddelde prijzen in de EU10 aanzienlijk lager waren dan die in de Europese Unie in haar samenstelling voor 1 mei 2004 („EU15”), zij zich niet zouden verzetten tegen voorstellen voor tussentijdse maatregelen in een overgangsperiode, voorzover deze geen negatieve invloed hebben op hun situatie. |
3. Opmerkingen van de lidstaten
|
(12) |
De autoriteiten van sommige lidstaten van de EU10 waren van mening dat er na de uitbreiding een bijzondere overgangsregeling voor de invoer van het betrokken product uit Rusland zou moeten gelden. |
|
(13) |
Er werd in dit verband verwezen naar het grote belang van het betrokken product voor industriële eindgebruikers in de EU10. |
4. Beoordeling
|
(14) |
Op basis van de beschikbare gegevens en informatie werd een analyse verricht, waaruit bleek dat de invoer van het betrokken product uit Rusland in de EU10 in 2002 en 2003 omvangrijk was. |
|
(15) |
Gelet op het grote belang van het betrokken product voor de traditionele industriële eindgebruikers in de EU10 en het relatief hoge antidumpingrecht werd derhalve geconcludeerd dat het in het belang van de Gemeenschap is de thans geldende maatregelen geleidelijk aan te passen om een plotse en overdreven negatieve impact op alle belanghebbenden te vermijden. |
5. Conclusie
|
(16) |
Al deze verschillende aspecten en belangen werden in aanmerking genomen en als geheel onderzocht. Dit leidde tot de slotsom dat de belangen van de importeurs en de verwerkende bedrijven in de EU10 aanzienlijk zouden worden geschaad als de bestaande maatregelen onmiddellijk, zonder tijdelijke aanpassing, zouden worden toegepast. |
|
(17) |
Anderzijds hebben de EG-producenten zelf bevestigd dat een tijdelijke aanpassing van de maatregelen geen overdreven negatieve impact op hun belangen zou hebben, aangezien zij momenteel niet volledig aan de vraag in de EU10 kunnen voldoen. |
|
(18) |
Onder deze omstandigheden kan redelijkerwijs worden geconcludeerd dat het niet in het belang van de Gemeenschap is de bestaande maatregelen ongewijzigd toe te passen en dat de tijdelijke aanpassing van de bestaande maatregelen wat de invoer van het betrokken product in de EU10 betreft, het gewenste niveau van handelsbescherming niet noemenswaardig zou ondergraven. |
|
(19) |
Er werden verschillende mogelijkheden onderzocht hoe de bedrijfstak van de Gemeenschap het best tegen schadeveroorzakende dumping kan worden beschermd, terwijl tegelijkertijd ook het belang van de Gemeenschap in aanmerking wordt genomen door de economische schok van de antidumpingrechten voor de traditionele afnemers in de EU10 te verzachten gedurende de periode van economische aanpassing na de uitbreiding. |
|
(20) |
De conclusie luidde dat dit het best kon worden bereikt door gedurende een overgangsperiode geen antidumpingrechten te heffen op de hoeveelheden die Rusland traditioneel naar de EU10 uitvoert. Ten aanzien van alle overige uitvoer naar de EU10 bovenop deze traditionele exportvolumes gelden de normale antidumpingrechten, net zoals voor de uitvoer naar de EU15. |
6. Verbintenissen
|
(21) |
Er werd onderzocht welke de meest adequate manier is om deze traditionele exportstromen naar de EU10 niet te onderbreken en de conclusie luidde dat die erin bestond van de medewerkende partijen een vrijwillige verbintenis met een kwantitatief maximum te aanvaarden. Overeenkomstig artikel 8, lid 2, van de basisverordening heeft de Commissie derhalve de betrokken producenten/exporteurs verbintenissen voorgesteld en als reactie daarop hebben twee producenten/exporteurs van het betrokken product uit Rusland een verbintenis aangeboden. |
|
(22) |
In dit verband zij erop gewezen dat bij de vaststelling van de voorwaarden van de verbintenissen rekening is gehouden met de bijzondere omstandigheden van de uitbreiding in overeenstemming met artikel 22, onder c), van de basisverordening. Het betreft hier een bijzondere maatregel in die zin dat deze verbintenissen voorzien in een tijdelijk aanpassing van bestaande maatregelen aan de realiteit van een uitgebreide EU van 25 lidstaten. |
|
(23) |
Voor de producenten/exporteurs in Rusland werden importvolumes („maxima”) vastgesteld op basis van hun gemiddelde traditionele exportvolume naar de EU10 in 2001, 2002 en 2003. Er zij evenwel op gewezen dat abnormale stijgingen in de exportvolumes naar de EU10 die in de laatste maanden van 2003 en de eerste maanden van 2004 werden vastgesteld, van de traditionele volumes die voor de vaststelling van de maxima zijn gebruikt, werden afgetrokken. |
|
(24) |
De betrokken producenten/exporteurs moeten, wanneer zij het betrokken product in het kader van een verbintenis in de EU10 verkopen, bereid zijn om globaal genomen niet af te wijken van hun traditionele verkooppatronen ten aanzien van individuele afnemers in de EU10. De producenten/exporteurs moeten er zich derhalve van bewust zijn dat een aanbod voor een verbintenis slechts als werkbaar, en dus aanvaardbaar, kan worden aangemerkt als zij voor de verkoop waarop de verbintenis betrekking heeft, globaal genomen deze traditionele patronen in de handel met hun afnemers in de EU10 handhaven. |
|
(25) |
De producenten/exporteurs moeten er zich eveneens van bewust zijn dat indien wordt vastgesteld dat deze verkooppatronen sterk wijzigen of het toezicht op hun verbintenis om welke reden dan ook moeilijk of onmogelijk wordt, de Commissie, overeenkomstig de voorwaarden van de verbintenis, de aanvaarding van de verbintenis van de onderneming mag intrekken, wat tot gevolg heeft dat definitieve antidumpingrechten worden geheven op het niveau zoals vastgesteld in Verordening (EG) nr. 151/2003, of dat zij het maximum mag aanpassen dan wel anderszins corrigerend mag optreden. |
|
(26) |
Dienovereenkomstig mag de Commissie ieder aanbod voor een verbintenis dat aan de bovenvermelde voorwaarden voldoet, bij verordening van de Commissie aanvaarden. |
D. WIJZIGING VAN VERORDENING (EG) Nr. 990/2004
|
(27) |
Gelet op het bovenstaande moet, voor het geval dat de Commissie bij verordening verbintenissen aanvaardt, worden voorzien in de mogelijkheid dat de invoer in de Gemeenschap die overeenkomstig de voorwaarden van zulke verbintenissen plaatsvindt, wordt vrijgesteld van de bij Verordening (EG) nr. 151/2003 ingestelde antidumpingrechten, door laatstgenoemde verordening te wijzigen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 2 van Verordening (EG) nr. 151/2003, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 990/2004, wordt vervangen door:
„Artikel 2
1. De voor het vrije verkeer aangegeven goederen worden vrijgesteld van de bij artikel 1 ingestelde antidumpingrechten, mits zij zijn vervaardigd door een onderneming waarvan de Commissie een verbintenis heeft aanvaard en waarvan de naam is opgenomen in de desbetreffende verordening van de Commissie, zoals die telkenmale wordt gewijzigd, en zijn ingevoerd in overeenstemming met de bepalingen van diezelfde verordening van de Commissie.
2. De in lid 1 genoemde invoer wordt vrijgesteld van het antidumpingrecht op voorwaarde dat:
|
a) |
de aangegeven en bij de douane aangebrachte goederen nauwkeurig overeenstemmen met het in artikel 1 omschreven product, |
|
b) |
bij de aangifte voor het vrije verkeer de douaneautoriteiten van de lidstaten een handelsfactuur wordt overgelegd die ten minste de in de bijlage vermelde gegevens bevat, en |
|
c) |
de aangegeven en bij de douane aangebrachte goederen nauwkeurig overeenstemmen met de beschrijving op de handelsfactuur.”. |
Artikel 2
De tekst in de bijlage bij deze verordening wordt toegevoegd aan Verordening (EG) nr. 151/2003.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 17 mei 2004.
Voor de Raad
De voorzitter
B. COWEN
(1) PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).
(2) Zie bladzijde 5 van dit Publicatieblad.
BIJLAGE
„BIJLAGE
Gegevens die moeten worden vermeld op de handelsfactuur bij de invoer van elektroplaat met georiënteerde korrel waarop de verbintenis van toepassing is:
|
1. |
Het opschrift „HANDELSFACTUUR — GOEDEREN DIE ONDER EEN VERBINTENIS VALLEN” |
|
2. |
De naam van de in artikel 1 van Verordening […] van de Commissie vermelde onderneming die de handelsfactuur heeft afgegeven. |
|
3. |
Het nummer van de handelsfactuur. |
|
4. |
De datum van afgifte van de handelsfactuur. |
|
5. |
De aanvullende Taric-code waaronder de op de factuur vermelde goederen aan de grens van de Gemeenschap zullen worden ingeklaard. |
|
6. |
Een nauwkeurige omschrijving van de goederen, met inbegrip van:
|
|
7. |
De verkoopvoorwaarden, met inbegrip van:
|
|
8. |
De naam van de onderneming die als importeur in de Gemeenschap optreedt en die de rechtstreekse ontvanger is van de handelsfactuur. |
|
9. |
De naam van de werknemer van de onderneming die de factuur heeft opgesteld alsmede de hiernavolgende ondertekende verklaring: „Ondergetekende bevestigt dat de verkoop voor rechtstreekse uitvoer naar de Europese Gemeenschap van de goederen waarop deze factuur betrekking heeft, plaatsvindt in het kader en op de voorwaarden van de verbintenis die werd aangeboden door […] (naam van de onderneming) en door de Europese Commissie bij Verordening […] werd aanvaard. Hij verklaart dat de in deze factuur verstrekte informatie juist en volledig is.”. |