This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32003R0877
Commission Regulation (EC) No 877/2003 of 21 May 2003 provisionally authorising the use of the acidity regulator "Benzoic acid" in feedingstuffs (Text with EEA relevance)
Verordening (EG) nr. 877/2003 van de Commissie van 21 mei 2003 tot verlening van een voorlopige vergunning voor het gebruik van de zuurtegraadregelaar "benzoëzuur" in de diervoeding (Voor de EER relevante tekst)
Verordening (EG) nr. 877/2003 van de Commissie van 21 mei 2003 tot verlening van een voorlopige vergunning voor het gebruik van de zuurtegraadregelaar "benzoëzuur" in de diervoeding (Voor de EER relevante tekst)
PB L 126 van 22.5.2003, pp. 24–25
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV) Dit document is verschenen in een speciale editie.
(CS, ET, LV, LT, HU, MT, PL, SK, SL, BG, RO)
No longer in force, Date of end of validity: 25/05/2007
Verordening (EG) nr. 877/2003 van de Commissie van 21 mei 2003 tot verlening van een voorlopige vergunning voor het gebruik van de zuurtegraadregelaar "benzoëzuur" in de diervoeding (Voor de EER relevante tekst)
Publicatieblad Nr. L 126 van 22/05/2003 blz. 0024 - 0025
Verordening (EG) nr. 877/2003 van de Commissie van 21 mei 2003 tot verlening van een voorlopige vergunning voor het gebruik van de zuurtegraadregelaar "benzoëzuur" in de diervoeding (Voor de EER relevante tekst) DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Richtlijn 70/524/EEG van de Raad van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de diervoeding(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1756/2002(2), en met name op artikel 3 en artikel 9.E, lid 1, Overwegende hetgeen volgt: (1) Volgens Richtlijn 70/524/EEG mag geen enkel toevoegingsmiddel in het verkeer worden gebracht zonder dat daartoe een communautaire vergunning is afgegeven. (2) Voor de in deel II van bijlage C bij Richtlijn 70/524/EEG bedoelde toevoegingsmiddelen, waartoe zuurtegraadregelaars behoren, kan een voorlopige vergunning voor nieuwe toevoegingsmiddelen in diervoeding worden afgegeven als aan de voorwaarden van die richtlijn is voldaan en als op grond van de beschikbare resultaten redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het toevoegingsmiddel bij gebruik in de diervoeding een van de in artikel 2, onder a), van die richtlijn genoemde gevolgen heeft. Een dergelijke voorlopige vergunning kan voor een periode van maximaal vier jaar worden verleend. (3) Uit de beoordeling van de ingediende vergunningaanvraag voor de zuurtegraadregelaar "benzoëzuur" blijkt dat deze aan de voorwaarden van Richtlijn 70/524/EEG voldoet. (4) Voor de zuurtegraadregelaar "benzoëzuur" moet derhalve een voorlopige vergunning voor vier jaar worden verleend. (5) Het Wetenschappelijk Comité voor de diervoeding heeft, onder bepaalde voorwaarden, een gunstig advies gegeven betreffende de veiligheid van het bedoelde preparaat, behorende tot de groep "Zuurtegraadregelaars", wat betreft mestvarkens. (6) Uit de beoordeling van het dossier blijkt dat er bepaalde procedures nodig kunnen zijn om de werknemers tegen blootstelling aan het toevoegingsmiddel "benzoëzuur" te beschermen. Die bescherming is echter gewaarborgd door toepassing van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk(3). (7) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Voor het tot de groep "Zuurtegraadregelaars" behorende toevoegingsmiddel "benzoëzuur", dat in de bijlage wordt vermeld, kan onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel in de diervoeding worden verleend. Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 21 mei 2003. Voor de Commissie David Byrne Lid van de Commissie (1) PB L 270 van 14.12.1970, blz. 1. (2) PB L 265 van 3.10.2002, blz. 1. (3) PB L 183 van 29.6.1989, blz. 1. BIJLAGE >RUIMTE VOOR DE TABEL>