This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 31991R1657
Commission Regulation (EEC) No 1657/91 of 14 June 1991 on the implementation of promotional and publicity measures in respect of milk and milk products
Verordening (EEG) nr. 1657/91 van de Commissie van 14 juni 1991 betreffende de uitvoering van acties inzake verkoopbevordering en reclame in de sector melk en zuivelprodukten
Verordening (EEG) nr. 1657/91 van de Commissie van 14 juni 1991 betreffende de uitvoering van acties inzake verkoopbevordering en reclame in de sector melk en zuivelprodukten
PB L 151 van 15.6.1991, pp. 45–50
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT) Dit document is verschenen in een speciale editie.
(FI, SV)
In force
Verordening (EEG) nr. 1657/91 van de Commissie van 14 juni 1991 betreffende de uitvoering van acties inzake verkoopbevordering en reclame in de sector melk en zuivelprodukten
Publicatieblad Nr. L 151 van 15/06/1991 blz. 0045 - 0050
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 38 blz. 0015
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 38 blz. 0015
VERORDENING (EEG) Nr. 1657/91 VAN DE COMMISSIE van 14 juni 1991 betreffende de uitvoering van acties inzake verkoopbevordering en reclame in de sector melk en zuivelprodukten DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 1079/77 van de Raad van 17 mei 1977 inzake een medeverantwoordelijkheidsheffing en maatregelen ter verruiming van de markten in de sector melk en zuivelprodukten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3660/90 (2), en met name op artikel 4, Overwegende dat in 1978 in de Gemeenschap is begonnen met de acties inzake verkoopbevordering en reclame, die sedertdien zijn voortgezet wegens hun doeltreffendheid om de markten voor zuivelprodukten van de Lid-Staten te vergroten; dat soortgelijke acties derhalve moeten worden voortgezet en dat de daarvoor gekwalificeerde organisaties opnieuw moeten worden uitgenodigd om gedetailleerde door hen uit te voeren actieprogramma's voor te stellen; Overwegende dat de organisaties waaraan deze acties worden toevertrouwd, aan een aantal voorwaarden moeten voldoen; dat er met name op moet worden gelet dat de verkoop van in de Gemeenschap vervaardigde zuivelprodukten wordt bevorderd; dat daarbij de richtsnoeren in aanmerking moeten worden genomen die de Commissie in haar Mededeling 86/C 272/03 betreffende de betrokkenheid van de Lid-Staten bij acties ter bevordering van de verkoop van landbouw- en visserijprodukten (3) heeft vastgesteld; dat de activiteiten van deze organisaties in hun geheel met name niet strijdig mogen zijn met het doel van de regeling, die erin bestaat de afzet van zuivelprodukten te bevorderen; dat het derhalve onontbeerlijk is om voorstellen van organisaties die zich tevens toeleggen op de produktie, de distributie of de bevordering van de verkoop van imitatieprodukten van melk en zuivelprodukten, van de acties uit te sluiten; Overwegende dat, rekening houdend met de ter zake opgedane ervaring, bepaalde wijzigingen moeten worden aangebracht in de bepalingen van vroegere verordeningen, met name wat de uitvoering van het voorlichtingsprogramma op communautaire schaal betreft; Overwegende dat, met het oog op de inachtneming van de termijn voor de indiening van het verslag door de contractant, moet worden bepaald dat bij overschrijding van die termijn een gedeelte van de toegewezen communautaire middelen wordt ingehouden; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 1. Onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden worden acties inzake reclame en bevordering van de menselijke consumptie van melk en zuivelprodukten in de Gemeenschap geheel of gedeeltelijk gefinancierd. 2. Als acties in de zin van lid 1 kunnen worden aangemerkt: a) studiebijeenkomsten, cursussen of congressen ter bevordering van de informatie, de opleiding en/of de bijscholing van personen die beroepshalve zijn betrokken bij de verkoop van melk en zuivelprodukten of bij de voorlichting over het gebruik van deze produkten; b) de uitvoering van een voorlichtingsprogramma op communautaire schaal; deze actie kan slechts worden uitgevoerd op basis van een openbare inschrijving waartoe de Commissie besluit; c) elke andere volgens de procedure van artikel 5 door de Commissie in aanmerking genomen actie inzake reclame en verkoopbevordering. 3. Deze acties moeten zijn voltooid binnen een termijn van één jaar na de ondertekening van het contract als bedoeld in artikel 5, lid 1, onder c), of in artikel 6, lid 1. In uitzonderingsgevallen kan echter een langere termijn worden overeengekomen om de betrokken actie zo doeltreffend mogelijk te maken. 4. De in lid 3 vastgestelde termijn sluit niet uit dat later verlenging daarvan kan worden overeengekomen indien de contractsluitende partij vóór het verstrijken van de uitvoeringstermijn de bevoegde instantie daarom verzoekt en bewijst dat zij, wegens buitengewone omstandigheden waarvoor zij niet verantwoordelijk is, de oorspronkelijk vastgestelde termijn niet in acht kan nemen. Deze verlenging mag niet meer dan zes maanden bedragen. 5. Sinds 1 februari 1991 gevoerde acties in de zin van lid 2, onder c, kunnen voor financiering door de Gemeenschap in aanmerking komen. Artikel 2 1. De in artikel 1 bedoelde acties inzake reclame en verkoopbevordering a) met uitzondering van de in artikel 1, lid 2, onder b), bedoelde actie, moeten worden voorgesteld door organisaties die de zuivelsector in een of meer Lid-Staten of in de Gemeenschap vertegenwoordigen en moeten beperkt blijven tot het grondgebied van de Lid-Staat of de Lid-Staten waarvan de zuivelsector door de betrokken organisatie wordt vertegenwoordigd; b) moeten voor zover mogelijk worden uitgevoerd door de organisatie die deze voorstelt of de offerte indient. Indien deze organisatie subcontractanten moet inschakelen, moet het voorstel of de offerte een met redenen omkleed verzoek tot afwijking van deze bepaling bevatten; c) moeten - worden gevoerd via de meest geschikte reclamemedia, om de actie zo doeltreffend mogelijk te maken; - zijn afgestemd op de specifieke omstandigheden ten aanzien van de afzet en het verbruik van melk en zuivelprodukten in de onderscheiden gebieden van de Gemeenschap; - van algemene strekking zijn en met name niet zijn afgestemd op merken of particuliere ondernemingen; - het gebruik van in de Gemeenschap geproduceerde zuivelprodukten stimuleren zonder dat melding wordt gemaakt van het land of gebied van vervaardiging; dit sluit evenwel niet uit dat de traditionele naam van het produkt, die de naam van een plaats, een streek of een bepaald land van de Gemeenschap omvat, wordt vermeld; - eventueel de werkingssfeer van in uitvoering zijnde acties verruimen, maar mogen er niet voor in de plaats komen. Voorstellen of offertes van organisaties die zich geheel of gedeeltelijk toeleggen op de produktie, de distributie of de bevordering van de verkoop van imitatieprodukten voor melk en zuivelprodukten, worden niet in aanmerking genomen. 2. De in artikel 1 genoemde acties worden uitgevoerd door organisaties die a) over de voor de uitvoering van de voorgestelde actie vereiste kwalificaties en ervaring beschikken, b) een goede afloop van de werkzaamheden garanderen, en c) voor de in artikel 1, lid 2, onder b), bedoelde actie aantonen dat zij reeds met succes op internationaal vlak acties inzake reclame en verkoopbevordering hebben gevoerd. 3. De acties worden voor 90 % door de Gemeenschap gefinancierd, met uitzondering van de in artikel 1, lid 2, onder b), bedoelde actie, die voor 100 % wordt gefinancierd. 4. Voor de toepassing van lid 3 wordt geen rekening gehouden met de administratiekosten die aan de uitvoering van de betrokken acties zijn verbonden. Dat geldt niet voor de in artikel 1, lid 2, onder b), genoemde actie. 5. De algemene kosten die aan de in artikel 1 bedoelde acties zijn verbonden, worden slechts gefinancierd tot een bedrag dat gelijk is aan 2 % van het totale goedgekeurde bedrag en tot een maximum van 10 000 ecu. Artikel 3 1. De betrokkenen worden door de bevoegde instantie die is aangewezen door de Lid-Staat waar hun maatschappelijke zetel is gevestigd, hierna "bevoegde instantie" genoemd, verzocht gedetailleerde voorstellen voor de in artikel 1, lid 2, onder a) en c), bedoelde acties in te dienen. Indien de voorgestelde acties geheel of gedeeltelijk worden uitgevoerd op het grondgebied van een of meer andere Lid-Staten dan die waar de betrokken organisatie haar zetel heeft, zendt zij een kopie van haar voorstel naar de bevoegde instanties van die andere Lid-Staten. De voorstellen moeten vóór 1 juli 1991 in het bezit zijn van de bevoegde instantie. Als deze termijn niet in acht wordt genomen, wordt het voorstel als onbestaand beschouwd. 2. De overige bepalingen voor de indiening van de voorstellen zijn vastgesteld in de bijlage. 3. Voor de in artikel 1, lid 2, onder b), bedoelde actie wordt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen, reeks C, een bericht van opening van de openbare inschrijving bekendgemaakt, waarin met name de termijn voor de indiening van de offertes wordt vastgesteld. Artikel 4 1. In de voorstellen of de offertes moeten worden vermeld: a) de naam en het adres van de betrokkene; b) alle details over de voorgestelde acties met uitvoerige beschrijving en motivering, alsmede de termijn van uitvoering, de verwachte resultaten en de derden die eventueel bij de uitvoering worden betrokken; c) een uitvoerige toelichting bij de opzet van het hele programma; d) de voor deze acties gevraagde nettoprijs exclusief belastingen, uitgedrukt in ecu, met specificatie per post en financieringsplan; e) de gewenste wijze van betaling van de communautaire financiering overeenkomstig artikel 7, lid 1, onder a), b) of c); f) het meest recente verslag over de werkzaamheden van de betrokkene, voor zover de bevoegde instantie het niet reeds in haar bezit heeft. 2. Een voorstel of een offerte is slechts geldig als zij vergezeld gaat van een schriftelijke verklaring waarin de gegadigde zich ertoe verbindt de bepalingen van deze verordening en de door de diensten van de Commissie vastgestelde beheerscriteria, die door de bevoegde instantie of de Commissie ter beschikking van de gegadigden worden gesteld, in acht te nemen. De beheerscriteria worden als bijlage aan het in artikel 5, lid 1, onder c), of het in artikel 6, lid 1, bedoelde contract gehecht en zijn een integrerend deel van die contracten. Artikel 5 1. Voor de in artikel 1, lid 2, onder a) en c), bedoelde acties a) stelt de bevoegde instantie vóór 1 augustus 1991 een lijst op van alle ontvangen voorstellen en stuurt zij deze lijst naar de Commissie, samen met een kopie van elk voorstel en de eventuele aanvullende documenten, vergezeld van een met redenen omkleed advies over met name de conformiteit van het voorstel met de betrokken wettelijke bepalingen; b) onderzoekt de bevoegde instantie vóór 1 oktober 1991, op bilaterale basis, samen met de Commissie en een groep deskundigen op het gebied van marketing, reclame en zuivelafzettechnieken de ontvangen voorstellen en, eventueel, de aanvullende stukken; c) stelt de Commissie, na de betrokken bedrijfssectoren te hebben gehoord en na onderzoek van de voorstellen door het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten uit hoofde van artikel 31 van Verordening (EEG) nr. 804/68 van de Raad (4), vóór 1 november 1991 de lijst op van de voorstellen die voor financiering in aanmerking komen en stelt zij de uiterste datum vast waarvoor de bevoegde instanties met de betrokkenen de contracten betreffende de in aanmerking genomen acties sluiten. De contracten worden opgemaakt in ten minste twee exemplaren en ondertekend door de betrokkene en de bevoegde instantie. Daartoe maken de bevoegde instanties gebruik van modelcontracten die de Commissie te hunner beschikking stelt. 2. Voor de in artikel 1, lid 2, onder b), bedoelde actie kiest de Commissie binnen de in het bericht van inschrijving vastgestelde termijn, na de betrokken bedrijfssectoren te hebben gehoord en na onderzoek van de offertes door het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten uit hoofde van artikel 31 van Verordening (EEG) nr. 804/68, de offerte die voor financiering in aanmerking komt. 3. De betrokkenen worden door de bevoegde instantie of door de Commissie zo spoedig mogelijk in kennis gesteld van de ten aanzien van hun voorstellen of offertes genomen beslissing. Artikel 6 1. In het in artikel 5, lid 1, onder c), bedoelde contract en in het op basis van de openbare inschrijving gesloten contract worden de in artikel 4, leden 1 en 2, bedoelde gegevens, of verwijzingen daarnaar, vermeld en worden eventueel bijkomende voorwaarden vastgesteld. 2. Voor de in artikel 1, lid 2, onder a) en c), bedoelde acties a) zendt de bevoegde instantie onverwijld een kopie van het contract aan de Commissie; b) ziet de bevoegde instantie met name door middel van controles ter plaatse toe op de naleving van de contractuele bepalingen. Artikel 7 1. Aan de betrokkene wordt, overeenkomstig de in zijn voorstel of offerte vermelde keuze, betaald a) hetzij binnen zes weken na de dag van ondertekening van het contract, één voorschot ten belope van 60 % van de bijdrage of de financiering van de Gemeenschap; b) hetzij met tussenpozen van twee maanden, vier gelijke voorschotten, elk ten bedrage van 20 % van de bijdrage of de financiering van de Gemeenschap, waarbij het eerste voorschot wordt betaald binnen zes weken na de dag van ondertekening van het contract; c) hetzij binnen zes weken na de dag van ondertekening van het contract, één voorschot ten belope van 80 % van de bijdrage of de financiering van de Gemeenschap; deze wijze van betaling kan echter slechts worden bedongen voor acties die volledig worden uitgevoerd binnen een termijn van ten hoogste twee maanden na de dag van ondertekening van het contract. Tijdens de uitvoering van een contract kan de Commissie of de bevoegde instantie echter - de uitbetaling van een voorschot geheel of ten dele uitstellen indien, met name bij de in artikel 6, lid 2, onder b), bedoelde controles, wordt geconstateerd dat er onregelmatigheden zijn gebeurd bij de uitvoering van de betrokken acties of dat er een aanzienlijk tijdsverschil is tussen de datum waarop het voorschot zou worden uitbetaald en de datum waarop de betrokkene de voorgenomen uitgaven werkelijk zal doen; - in uitzonderingsgevallen de uitbetaling van een voorschot, op een met redenen omkleed verzoek van de betrokkene, geheel of ten dele vervroegen wanneer de betrokkene een aanzienlijk deel van de uitgaven moet doen op een datum die veel vroeger valt dan de vastgestelde datum voor de betaling. 2. Een voorschot mag eerst worden uitbetaald nadat bij de Commissie of de bevoegde instantie een zekerheid is gesteld die gelijk is aan het voorschot, verhoogd met 10 %. 3. De zekerheden mogen slechts worden vrijgegeven en het saldo mag slechts worden uitbetaald, indien a) het in artikel 8, lid 1, bedoelde verslag bij de Commissie of de bevoegde instantie is ingediend en de in het verslag vermelde gegevens zijn geverifieerd; b) de Commissie of de bevoegde instantie heeft vastgesteld dat de betrokkene de in het contract vastgestelde verplichtingen is nagekomen; c) de bevoegde instantie heeft geconstateerd dat de betrokkene, of een in het contract genoemde derde, zijn eigen bijdrage voor de vastgestelde doeleinden heeft gestort. 4. Voor zover niet aan de in lid 3 bedoelde voorwaarden is voldaan, worden de zekerheden verbeurd. In dat geval wordt het betrokken bedrag in mindering gebracht op de uitgaven van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), afdeling Garantie, en meer in het bijzonder op de uitgaven voor de maatregelen bedoeld in artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 1079/77. Artikel 8 1. Alle betrokkenen aan wie de uitvoering van een actie als bedoeld in artikel 1, is opgedragen, moeten binnen vier maanden na de in het contract voor de uitvoering van de actie vastgestelde einddatum bij de Commissie en de bevoegde instantie een gedetailleerd verslag indienen over de aanwending van de toegewezen communautaire middelen en over de verwachte resultaten van de betrokken acties, met name ten aanzien van de ontwikkeling van de verkoop van melk en zuivelprodukten. Ingeval het verslag wordt ingediend na de vastgestelde termijn van vier maanden, wordt per begonnen maand na het verstrijken van die termijn 10 % van de bijdrage of de financiering van de Gemeenschap ingehouden. 2. De bevoegde instantie doet de Commissie voor elk uitgevoerd contract een verklaring toekomen volgens welke het contract naar behoren is uitgevoerd, alsmede een exemplaar van het eindverslag. Artikel 9 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 14 juni 1991. Voor de Commissie Ray MAC SHARRY Lid van de Commissie (1) PB nr. L 131 van 26. 5. 1977, blz. 6. (2) PB nr. L 362 van 27. 12. 1990, blz. 44. (3) PB nr. C 272 van 28. 10. 1986, blz. 3. (4) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 13. BIJLAGE Overeenkomstig artikel 3, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1657/91 van de Commissie van 14 juni 1991 betreffende de uitvoering van acties inzake verkoopbevordering en reclame in de sector melk en zuivelprodukten, wordt aan de belanghebbenden medegedeeld dat het origineel en 5 kopieën van de voorstellen, binnen de voorgeschreven termijnen aangetekend moeten worden toegezonden aan of tegen onvangstbewijs moeten worden afgegeven bij de volgende bevoegde instanties: Lid-Staat Bevoegde instantie België Nationale Zuiveldienst Froissartstraat 95-99 B-1040 Brussel Denemarken EF-Direktoratet Frederiksborggade 18 DK-1360 Koebenhavn K Duitsland Bundesanstalt fuer landwirtschaftliche Marktordnung (BALM) Adickesallee 40 D-6000 Frankfurt am Main Griekenland Service for the management of agricultural products (YDAGEP) Ahornstreet GR-Athens Frankrijk Office national interprofessionnel du lait et des produits laitiers (ONILAIT) 2, rue St. Charles F-75740 Paris Cedex 15 Ierland Department of Agriculture Dairying Division Floor 2 Centre Agriculture House Kildare Street IRL-Dublin 2 Italië Azienda di Stato per gli interventi sul mercato agricolo (AIMA) via Palestro 81 I-00198 Roma Luxemburg Service technique de l'agriculture 16, route d'Esch L-1470 Luxembourg Nederland Produktschap voor Zuivel, Sir Winston Churchilllaan 275 NL-2288 EA Rijswijk (ZH) Verenigd Koninkrijk Intervention Board for Agricultural Produce Fountain House 2 Queens Walk GB-Reading RG1 7QW Spanje Dirección General de Política Alimentaria Ministerio de Agricultura, Pesca y Alimentación Paseo Infanta Isabel 1 E-28014 Madrid Portugal Instituto Nacional de Intervençao e Garantia Agrícola (INGA) Rua Camilo Castelo Branco, 45, 2o P-1000 Lisboa